Part 10
Ick hebbe een Spaignaert gekent, die alhier Rodrigo ſal genoemt worden: Hy was ghelijck een van de Guyten van Parijs, die haer leven ſoecken door de reputatie van haer Rappier, ſonder datter eenige couragie in is. Men noemt ſoodanige Luyden in Spaens Vidas. Deſen Rodrigo ſocht zijn leven met het accorderen der tweedrachten tuſſchen de Slaven, haer doende te ſamen drincken als de vrede gemaeckt was, ende maeckende goede ciere met de verſoenden. Maer men moet remarqueren, dat hy by na altoos de krackeelen tuſſchen de Spaignaerts ſocht, ende dat dede hy om haer daer na te accorderen, ende teghenwoordigh te zijn als het accoort ghemaeckt wierde.
Rodrigo liet ſich vinden inde Bain ontrent de Tap-Huyſen, alwaer hy meende dat de grootſte dronckaerts waren, want ghemenelijck alſmen de Rekeninge maect, waſſer twiſt tuſſchen de droncke Turcken ende de Chriſten Waert. Rodrigo accordeerde deſe twiſten met een Spaenſe graviteyt, ſeggende, Vrienden, het is genoeg dat een Man als ick ben het ſegghe, ende wanneer de Turcken de Waert van het Tap-Huys niet wilden betalen, adverteerde Rodrigo de Gardiaen daer van, die terſtont de Poort van de Bain toe-ſloot, ende wanneer de droncke Turcken hare Meſſen uyt-trocken, quam Rodrigo van achteren met een Ladder, ende dede het Hooft vande Turck tuſſchen de ſporten, ende wierp hem ſoo op de Aerde (’t welck hy mochte doen om haer te ſepareren, want de Chriſten ſoude een Turck niet derven ſlaen op de boete van zijn leven:) Dan quam de Gardiaen, die den Turck dede betalen, alwaer hy gagie van hem nam. Om ſodanige ende diergelijcke dienſten was Rodrigo onder de Tappers vande Bains geeſtimeert, ontfangende ſijn avontmael voor zijn loon.
Daer was een Moſcoviter tachtigh Iaren oudt, die gheen arbeyt ter Werelt konde doen weghen ſijne Ouderdom: Deſe reynighde de Secreten vande Bain, ende ging alle weecken aelmoes eyſſchen vande Slaven vande Bain voor zijn moeyte, ende eenighe gaven hem wat, ende met dat weynigh hiel hy zijn leven op.
Ick hebbe mede op de ſelfde plaets een Hamburger Iongen gekent, de welcke wanneer hy in ’t gevecht genomen wierde, een arm verloren hadde, wat remedie waſſer om ſijn leven te winnen? De Patroon gaf hem niemendal: Een van ſijne Lants-Luyden gaf hem een half ſtuck van achten. Met dit Gelt kocht hy eenighe Keghelen. Hy gingh buyten de Stadt ende verhuyrde zijne Kegelen aen de Kinderen die daer ſpeelden, ende won zijn leven ſeer wel. De Spaignaerts die Tap-Huys mochten houden, leefden als Princen onder de Slaven: Ende wonnen in korten tijdt haer rantſoen: Want die een Pijp Wijns inde Maendt van September maecken, die haer ſeſtien ſtucken van achten koſt, wanneerſe die by kleyne Maet verkoopen, maeckenſe veertigh ofte vijftigh ſtucken van achten van.
Daer waren oock ſes Chirurgijns die veel Gelts wonnen, want ſy gingen de Borgers verbinden. Maer gelijckmen ghemeenelijck ſiet dat de goede tijdt ende het Gelt de Menſchen bederven, ſoo bedorven deſe haer oock met Vrouwen ende de Wijn.
Daer waren oock andere die Kouſſen breyden, ende andere dinghen deden, maer de dieverye was het meeſt ghepractiſeerde Ambacht. Alle avonts verkochtmen ’t geen by daegh geſtolen was, gelijck ick breeder verhaelt hebbe in het diſcours van mijn Reyſe. De Prieſters leefden vande Aelmoeſſen vande Chriſten Slaven.
Eyndelijck vondt yeder een van wat Natie dat hy was middel om te leven, uyt genomen de Engelſchen, de welcke een Natie is die geen armoede en kan verdraghen als andere, ende het ſchijnt datſe geen medelijden hebben, ſelfs niet van hare Lants-Luyden. Ick hebbe geſien wanneer ick inde Winter inde Bain was, datter meer als twintigh van armoede ſtierven: Oock en zijnſe vande Turcken niet geeſtimeert. Men verkoopt een Engels Man voor 60. ofte 70. ſtucken van achten, ende een Spaignaert ofte Italiaen voor 150. ofte 200. ſtucken van achten. Ick ſegghe wanneer men de waerde eſtimeert na het Lichaem ende niet na het rantſoen.
Daer waren andere Slaven die haer Huyſen kenden alwaer ſy water daghelijcks brochten, ende de vuyligheden wegh droegen, ende leefden by haer loon. Maer gy moet weten, dat alle deſe middelen om het leven te winnen alleen gedaen wierden wanneer het werck vande Patroon ghedaen was. Ick hadde ſoodanighen vermaeck wanneer ick conſidereerde ’t ghene paſſeerde onder de Slaven inde Bain, dat wanneer ick woonde by mijn Patroon Mahomet Celibi Oiga, ging ick tot mijn vermaeck inde Bain, om met Frans de Student te kouten, by den welcken nimmermeer eenige Duynkerckſe Slaven ontbraken, de welcke hare avonturen ende reſcontres op Zee vertelden: De Hollanders, ’t ghene in Ooſt-Indien, Iapon, ende China paſſeerde; De Deenen ende Hamburgers van de Viſſcherye der Walviſſchen in Groen-Landt, in welcke tijde des Iaers de Son in Yſlandt verſchijnt, ende wanneer de nacht van ſes Maenden begint: Ofte indien ſoodanige converſatie my niet behaeghde, gingh ick by de Spaignaerts, de welcke ofte gouverneerden op haer maniere de Staten van haren Koningh, ofte verhaelden de vermaeckelijckheden van Mexico, ofte de Rijckdommen van Peru: Ofte gingh ick by de Franſen, hoorde ick haer ſpreecken van Terreneuf, van Canada, vande Virginie: Want meeſt alle de Slaven ſijn Zee-Luyden.
Beminde Leſer, ick hebbe u vertoont ’t gene onder de Slaven paſſeerde, ende de middel waer door veele Perſonen haer leven wonnen, om te doen blijcken, wat voor een Meeſterſe ſy de nootſaeckelijckheydt, ende datter gheen beter Univerſiteyt is als de Bain van Argiers, om de Menſchen te leeren leven.
XVII. VERHAEL.
Van een Pater Carmelijt die Slaef was, ende van Alli Pegelin.
In het Iaer 1641. was in Argiers Slaef een Pater Carmelijt, in wien men klaerlijck ſagh dat de goede opvoedinghe ende wijſheydt zijne leere gouverneerden. Deſen Eerwaerdigen Pater was genaemt Pater Angeli, van Genua Gebooren, ende hadde door ordre van zijn Overſte eenige Iaren in Perſia gereſideert, gelijck hy menigmael vertelt heeft. In ’t wederkeeren na Italien door Turckien met paſpoort van den Grooten Heere, wierde hy vande Zee-Roovers genomen, met zijn compagnon, die een Portugijs was. Men brocht deſe twee Religieuſe Perſonen voor de Baſſa; Sy thoonden haer paſpoort, maer te vergeefs: Want de Baſſa ſeyde haer, ſchrijft na Conſtantinopelen, ende klaecht over my, indien het u goet dunckt: Men moet de onrechtveerdigheydt met patientie verdraghen. Men verkochtſe, Pegelin kochtſe, ende ſondtſe inde Bain by de andere Slaven.
Deſen Religieus ſeyde dagelijcks Miſſe inde Kerck van de Bain, doende de Kerckelijcke bedieninghen: Ende in weynigh tijdts, ick en wete niet door wat ſecrete inclinatie behaeghde hy yder een, niet alleen de Catholijcken, maer oock de Lutherianen, Calviniſten, Puriteynen, Schiſmatijcken, ende Nicolaiten: Want de Bain vvas van alle deſe ſoorten verſien.
Wanneer deſen goeden Pater paſſeerde ter plaetſe daer de Slaven aten, badenſe hem alle by haer te eten, ſelfs oock de Moſcoviters ende Ruſſen, de welcke door een naturelijcke tegenſtrijdinge ſchijnen uyt hare Herte allerley courtoiſie ende civiliteyt gebannen te hebben. Indiender inde Bain eenigh verſchil tuſſchen de Slaven was, van wat Natie die waren, dede hy haer accorderen: Sijnde ſoo ſeltſame dinghen, dat de Seghen Godts ſcheen haer woonplaetſe ende reſidentie in het Herte vanden Religieus genomen te hebben. Indiender eenige Slaef ſieck was, hadde Pater Angeli ſorge dat de ſiecke eenige leckere Koſt mochte te eten hebben. Indien eenighe Slaef hem quam bekennen dat hy in noodt was, gaf Pater Angeli hem een Aelmoes, ende hem ghebrack nimmermeer Gelt door de gunſte van eenighe Godtvruchtighe Slaven die hem met Aelmoeſſen voorſaghen om die te diſtribueren: Soo dat de deughden van deſen Religieus hem deden eſtimeren voor een Heylig Man onder de Turcken ſelfs.
Pegelin hebbende verſtaen de gheruchte van deſen goeden Man, dede hem op een ſeeckeren dag by hem komen: Als ſijnde zijn Slaef, was hy hem gehoorſaem, vragende met een goede gratie, ofter yets was daer in hy hem ſoude konnen dienen: Pegelin antwoorde hem, Papas (ſoo noemen de Turcken de Prieſters) ick verſta dat gy een deugtſaem ende geleert Man ſijt, ende dat ghy goede ſatisfactie kondt geven van ’t ghene datmen u vraeght, ghy moet my ſatisfactie gheven van een dingh dat ick begerig ben u te vragen. Den goeden Angeli antwoorde, ick ben Slaef van uwe Signorie, mijn ſchuldige plicht is u gehoorſaem te zijn. Doen vraeghde hem Pegelin, wat ſal van my bekomen? Seght doch wat u daer van dunckt. Hy antwoorde: Uwe Signorie is Capiteyn Generael van de Galeyen, ende ick ben een arme Religieus: Uwe Signorie is mijn Patroon, ende ick zijn Slaef: My dunckt dat ſulcks ſoude zijn te buyten gaen het reſpect die ick uwe Signorie ſchuldigh ben. Dit compliment behaegde Pegelin ſeer wel, want de Turcken begeeren dat men haer reſpectere: Pegelin ſeyde: Ick ſal het niet qualijck af nemen, hem bevelende dat hy ſoude ſegghen ’t gene hy van hem docht. Den goeden Pater Angeli ſiende dat hy aengedrongen wierde, ſeyde vry uyt: My vertrouwende op uwe Signorie, ſal ick u ſeggen ’t gene ick dencke. Ick geloove vaſtelijck, dat de Duyvel u ſal wegh halen. Pegelin antwoorde, waerom? Den goeden Religieus antwoorde; Ten eerſten hebt gy geen Religie, ende gy denckt nergens anders op, als de Chriſtenen te berooven ende te beſtelen; Gy doet geen wercken van Godtſaligheydt, ende veel minder van barmhertigheydt: Gy leeft als ofter geen Rechtveerdige Godt en ware, ja gy ſpot ſelfs met den Alcoran, ende met het ghene ’t welck de ſelfde de Mahometanen beveelt: Gy komt nimmermeer inde Meſquite: Gy leeſt nimmermeer uwe Aſſala: Want hy en las niet alleen de Aſſala, maer dat meer is, wanneer hy in het Huys vande Baſſa inde Zael van audientie was, vvierde my geſeyt, dat vvanneer de Moor uyt riep (het vvelcke een teecken is om te bidden, gelijck in het Chriſtenrijck de Klocke) deckte hy zijn Aenſicht met ſijn Neuſdoeck: Ende ick gheloove dat hy dat dede om ſich te vvachten van lacchen over hare ceremonien. Ten laetſten verklaerde de Pater zijn leven van punt tot punt, toonende klaerlijck dat Pegelin voor zijn eenige Religie hadde een onverſadelijcke gierigheydt, ſonder oyt te dencken op de ſaligheyt van zijn Ziele.
Dit diſcours gedaen ſijnde, ſeyde Pegelin tot hem al lacchende; Papas, vvanneer ſal dit zijn dat de Duyvel my ſal vvech halen: Pater Angeli antvvoorde; Soo drae als gy ſult ſterven, ende dat u Ziele dit miſerabel Lichaem ſal verlaten. Pegelin repliceerde: Soo veel als mijn doodt aengaet, dat is noch een langh proces, ende ſoo langh als ick ſal leven, vvil ick mijn dienen vanden goeden tijdt die ick hebbe, ende na mijn doodt, laet de Duyvel met my doen dat hy vvil: Ende daer mede ſont hy den Religieus vvederom inde Bain.
Ghy ſiet by ’t ghene ick gheſeydt hebbe datmen aen de Grooten ende de Godtlooſen vvel de vvaerheydt mach ſegghen ſonder eenig perijckel, wanneer wijſheydt bequame tijdt ende ſtont daer toe ſal verkoren hebben.
XVIII. VERHAEL.
Het ghebruyck van Vergift is ſeer gemeen in Africa.
Yemant met vergift om te brengen is een ſeer gemeene miſdaedt in Africa. Wanneer ick tot Argiers was, hadden de Zee-Roovers een Fregat ghenomen die tot Duynkercke gemaect was. Dit gebouſel behaeghde alle de Vrybuyterſe Capiteynen ſeer wel, ende yeder van haer wilde die hebben. Maer alſoo de Baſſa voor zijn recht van acht Chriſtenen eenen heeft, ende van yder Schip de helft, hadde de broeder vande Baſſa, die een Vrybuyterſe Capiteyn was, de Fregat. Waer over den vermaerden Capiteyn den grooten Moor (vanden welcken ick hier voren geſproken hebbe) nijdigh ende qualijck te vrede was: Seggende in volle compagnie, datmen hem ongelijck ghedaen hadde, dat men hem die Fregatte niet ghelaten hadde, mits daer voor betalende als hy gheboden hadde. Dat de Broeder van de Baſſa nergens goe voor en was, als om de Buyt te deelen, en de hy om de ſelfde te nemen met een Rappier inde Handt.
Dit diſcours wierde gerapporteert aen de Broeder van de Baſſa, die daer over ſeer vertoornt was, ende middel ſocht ſich daer over te wreecken. Om hem in Duel te roepen, vermochte hy niet, door dien het de maniere niet en is, de partye vanden grooten Moor ende hem was niet gelijck, want hy was te ſwack voor ſoo grooten Vyandt. Hy veynſde zijn gramſchap, ende eenighe daghen daer na noodighde hy den Grooten Moor met noch eenige andere Capiteynen ’s middaghs ten eten, haer gevende de grootſte cier alſmen konde bedencken om te beter het quaet van ſijn Herte te bedecken.
Het middaghmael gedaen ſijnde, retireerde ſich yeder een, den Grooten Moor thuys gekomen ſijnde, voelde ſijn Maegh uyt der maten ghealtereert: Hy riep een van zijn Slaven die een Chirurgijn was, ende ſeyde hem; Ghy moet my terſtont wat remedie geven, want ick gevoele dat ick vergeven ben. Den Chirurgijn ſeer ervaren in ſijn Konſt, gaf hem terſtont een goede quantiteyt Melck te drincken, ende ſiende dat de Melck in ’t Lijf bleef, dede hy zijn Hooft om laegh houden, ende ten laetſten quam de Melck uyt met het vergift, ende ſoo wierde den Grooten Moor geneſen, ende de Broeder van de Baſſa beſpot om dat hy het Vergift op de maniere van Africa niet hadde konnen toebereyden: De welcke ſoodanigh is dat het zijn effect niet en doe als eenigen tijdt daer na. Dit langhſaem Vergift is de oorſaecke waerom veele Spaignaerts ende Italianen het Chriſtelijcke Geloof verſaecken. De reden is, dat veele Turcken haer begeven tot de vervloeckelijcke Sonde, ende de Vrouwen debaucheren haer met de Slaven. Eyndelijck ſeggen ſy haer: Indien gy u Geloof wilt verſaecken, ſal ick u Trouwen, ende in plaetſe van een arme Slaef u maecken een Rijck Meeſter van dit Huys: Deſe beloften ſijn ſchoon, ende alſoo het meeſtendeel van de Slaven van gheboorte Zee-Luyden zijn, die in haer Landt arm ſijn, ende die haer leven met arbeyden moeten winnen, laten ſy haer-luyden op deſe ſchoone apparentie van vryheydt, ende van Rijckdommen, ende op de ſollicitatien van een ſchoone Vrouwe, ende voor het tijdelijcke goet laten ſy het eeuwige. De Vrouwen geven dan aen haer Mans een langhſaem Vergift, ende Trouwen met de Gerenegeerde Slaef. De Juſtitie en doet geen ſcherpe onderſoeckinge van deſe ſlagh van miſdaden: Daer zijnder veel die haer roemen datſe in deſe Konſt excelleren.
Het gedenckt my dat ick twee Gerenegeerde Franſen te ſamen hoorde diſcoureren, d’ een ſeggende tot de andere. Gaet ghy noch uwe Hoere ſoecken: d’ Andere ſeyde, ja: Maer het ſal niet langh duyren, ick bender moede van, ick hebbe de remedie in mijn Koffer om my daer van te ontlaſten. Ick hebbe mede gheſien wanneer ick Slaef van Pegelin was, dat onſe Meeſter een groote Feeſt maeckte in zijn Plaiſier-Huys buyten de Stadt, ende tot een grooter pracht dedemen de Koſt draghen door 250. Slaven (onder de welcke ick die ghene was die een Schotel met Noten droegh:) Deſe Slaven marcheerden in ordre twintigh te gelijck: Daer waſſer een die een Mande droegh bedeckt met een Zijden doeck, ende in die Mande was Broot ofte eenige Paſteyen. De genoodighde waren de vermaertſte Capiteynen, ende de Rijckſte Reeders van Schepen. De Baſſa was daer oock met eenige van zijne voornaemſte Favoryten: Maer 20. van zijne Slaven brochten zijn eyghen Koſt ende dranck, want hy vertrouwde Pegelin niet: Nochtans wierde dat niet qualijck ghenomen. Het ſoude ſomwijlen beter zijn by een Alarbe in Africa te eten, als ghenoodigt te zijn op het Feeſt van ſo Groote Heeren.
XIX. VERHAEL.
De Turcken houden haer woort.
Ick hebbe in een van mijn voorgaende verhalinghen doen ſien dat de Generael Alli Pegelin geen andere Godt noch geen andere Religie hadde, als zijn Intreſt: Het welck ick wijders remarquere, om u ſoo veel te meer te doen verwonderen, dat nadien hy geen Religie hadde, hy zijn woort ſoo wel hiel.
Na dat ick vijf Maenden Slaef van Pegelin geweeſt was, gingh ick by hem om te accorderen over mijn rantſoen, ende om hem te bewegen, kuſte ick de Mouwen van zijn kleedt die tot de Aerde toe hingh, zijnde een Compliment van Africa, ende ick ſeyde hem: Mijn Heere, het ſijn vijf Maenden dat ick u Slaef ben, ick twijfele niet ofte uwe Signorie is nu wel geinformeert wie ick ben, dat is, een arme Soldaet, ende niet een Rijcke Ridder, gelijck uwe Signorie ſeyde wel te weten wanneer gy my kocht (want de Turcken ſijn ſeer liberael eenige titels te geven aende nieuwe Slaven, den eenen noemende Ridder, den anderen Soon van een Graef, ende ſeggende dat de andere ſeer Rijck zijn, om door die middel grooter rantſoen Gelt te krijghen). Pegelin antwoorde my: Ick wete noch niet wie gy ſijt, maer alſoo ick over u rantſoen accordere, alwaert dat ick daer na verſtonde dat gy Rijck zijt, ſal ick mijn woordt houden, gelijck ick met verſcheyde Perſoonen ghedaen hebbe, my noemende onder andere een Coopman van Genua, genoemt Marco Anthonio Follopi. Maer gelijck ick breeder verhaeldt hebbe in het diſcours van mijn Reyſe, het tractaet van mijn rantſoen wierde uytgeſtelt voor eenige daghen, ende ick gingh wederom na de Bain. Dienſelfden avont informeerde ick my van eenige Slaven mijne Vrienden, om te weten ofte onſe ghemeene Patroon zijn woordt gehouden hadde met zijn Slaven, wanneerſe geaccordeert vvaren, gelijck hy ſich roemde, ende vvat vande vvaerheydt vvas van die Coopman van Genua genoemt Marco Anthonio Falconi, van vvien hy my voornementlijck geſproken hadde: Sy verſeeckerden my datſe Oogh-Getuygen daer van ghevveeſt vvaren, teghens haer vville: Want ſy roeyden doen op de Galeye, ende ſy verhaelden my de Hiſtorie in’t langhe aldus. Een Coopman van Genua die langen tijdt in Spaignen inde Stadt van Cadix gevvoont hadde, alvvaer hy een groote commercie dede, ſich bevindende ſeer Rijck te zijn, ende maer een Dochter te hebben, docht goedt de commercie ’t eenemael te verlaten, ende na zijn Vaderlandt te gaen: Hy maeckte alle zijn ſaken effen ende gingh met ſijn Dochter negen Iaren oudt in een Brigantijn. Hy dede de Reyſe ſonder het Landt te verlieſen met het gheſicht, ende ſonder diep in Zee te gaen, vreeſende de Turckſe Zee-Roovers: Zijnde ghekomen op de Kuſt van Valencia, ontdeckte Pegelin die met zijne Galeyen de Zee ſchuymde, van verre de Brigantijn, ende dede de ſelfde de vlucht nemen. Die vande Brigantijn deden met Zeylen ende roeyen haer beſte om het Landt te krijgen: Maer de Galeyen door de menichte van Roeyers zijnde gekomen tot een Muſquet-ſchoot vande Brigantijn af, wierpen de Coopman van Genua ende de Zee-Luyden haer ſelven in Zee ende ſalveerden haer met ſwemmen aen Landt, ende het Dochterken van negen jaren bleef alleen inde Brigantijn. Eenige Turcken quamen door ordere van Pegelin inde Brigantijn om de ſelfde met haer te nemen.
Den goeden Coopman van Genua die aen Landt was, ſagh zijn Dochter in Handen vande Turcken. De Galeyen wenden Zee-waerts in: De Coopman avanceerde oock ſoo verre hy konde inde Zee, ende maeckte met zijn Neuſdoeck aende Galeye een teken datſe hem ſouden komen nemen. De Turcken waren verwondert ſoodanigen ding te ſien, ghelijck mede Pegelin ſelfs dede, die ordre gaf datmen hem met de Boot ſoude gaen halen. Men preſenteerde deſen Volontariſen gevangen aen de Generael Pegelin, de welcke hem beſpottende ſeyde hem, waerom hy ſoo geluckig geeſcapeert ſijnde, hemſelven vrywilligh in Slavernye hadde begeven, die de verſekertſte Luyden doet beven van ſchricke.
Deſen Coopman vernemende dat die met hem ſprack de Generael was, begon in het Italiaens (welcke ſpraeck Pegelin verſtonde) aldus te ſpreecken: Ick ben een Coopman van Genua, ick hebbe langhen tijdt in Spaignen Coopmanſchap gedaen, ende ick meende met deſe Dochter mijn eenigh Kindt dien u gevangen is na mijn Vaderlandt te gaen, ende gy hebt my gevangen genomen met haer: Want hoe wel het ſcheen dat ick geechapeert was, was ick door mijn Vaderlijcke liefde meer gevangen als ſy. Waerom ick my oock over gegeven hebbe, ende indien uwe Signorie my wil rantſoeneren, ſal het ſelfde my licht doen dragen de difficulteyten ende moeyelijckheden vande Slavernye.
Pegelin hem hebbende neerſtigh toegehoort, ſeyde hem, ghy ſult voor u ende voor u Dochters rantſoen betalen ſes duyſent ſtucken van achten: De Genueeſch antwoorde terſtondt, ick ſalſe betalen. Daer was op deſe Galeye een Slaef van Genua die roeyde, dewelcke met de Generael ſocht te ſpreecken: ’t Welck men Pegelin aenſeyde, die het hem toeliet, ende de Slaef ſeyde hem: Ick kenne deſen Gevangen ſeer wel, hy is mijn Lants-man, hy is machtigh om viermael meer te betalen als uwe Signorie van hem geeyſcht hebt, Pegelin antwoorde hem: Parola de mi e parola de mi, dat is te ſeggen, mijn woordt is mijn woordt. Het welcke ick beſchreven hebbe, om te doen blijken dat de Turcken ende de ongeloovigen haer woordt houden, tot ſchaemte vande Chriſtenen, die het niet doen.
XX. VERHAEL
De Vrouwen ende de Wijn, bedrieghen de looste dieder zijn.