Roma Sacra De Aarde en haar Volken, 1904
Chapter 1
Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
ROMA SACRA.
Naar het Duitsch van Dr. Reinhold Schoener.
De hoofdstad van het moderne Italië is ook nog tegenwoordig zeer in 't oog vallend de pauselijke residentie, de hoofdstad van de katholieke wereld. De werken van het "derde Rome" hebben die van het tweede, het pauselijke, nog niet in de schaduw kunnen stellen. Dit bewijzen ons de 400 kerken, de talrijke kloosters en geestelijke instellingen, de veelvuldige geestelijke kleederdrachten, de kerkelijke feesten, de scharen pelgrims, de drukke propaganda der katholieke vereenigingen, de pers en 't Vaticaan met al wat erbij behoort.
De clericale partij, die graag aan kerkelijke denkbeelden en aan de belangen van 't geloof den voorrang ziet gegeven en die voor een deel ook nog altijd strijdt voor het herstel van den paus in zijn wereldlijk gezag, heeft zich van den slag, haar toegebracht door den opbloei van het nationaal gevoel, door de eenheid van Italië en zijn overgang tot een modernen staat vrij snel hersteld; spoedig na 1870 begonnen haar invloed en haar macht alweer grooter te worden. In Rome is zij sterk genoeg, om bij gemeenteraadsverkiezingen gemiddeld een derde der mandaten voor zich te winnen. Aan parlementsverkiezingen neemt zij geen deel, zoo wil het 't Vaticaan.
Intusschen meene men niet, dat men in de uitgebreide kringen, die de kerkelijke voorschriften volgen, in de menigten, die opgaan naar de kerkfeesten, die aan processies deelnemen, iets offeren voor kerkelijke doeleinden, of in de gezinnen, die hun kinderen toevertrouwen aan kloosters- of nonnenscholen, alleen aanhangers heeft te zien van de clericale of misschien zelfs van de ultramontaansche partij. In Rome is, evenals in geheel Italië, gemakkelijk het probleem opgelost, hoe men tegelijk in politiek opzicht trouw kan zijn aan den Staat en zich nationaal of liberaal kan noemen, en toch in kerkelijk opzicht geloovig, aan het dogma gehecht en priestervriend kan zijn, 't geen niet uitsluit, dat ook groote menigten beschaafden tot de vrijdenkers behooren en niets met de kerk hebben uit te staan, terwijl nog grooter het aantal is van hen, die in een uiterlijken en formeelen dienst genoeg meenen te doen.
Al die kringen worden echter even goed als de niet-katholieke vreemdelingen door de roomsche kerkelijke feesten aangelokt, zoodat men de volte in de kerken op feestdagen niet geheel op rekening mag stellen van Rome's godsdienstzin. Hoewel de groote kerkfeesten tegenwoordig niet meer met die pracht en luister worden gevierd, die hen vóór 1870 tot wereldberoemde schouwspelen maakten en die vooral in de Paaschweek de prijzen van de kamers deed omhooggaan, toch oefenen zij ook nu nog en terecht groote aantrekking uit en stellen den vreemdeling in staat, een blik te slaan op de middelen, waarmee de katholieke kerk gemoed en zinnen weet te boeien en alle kunsten in den dienst van hare ideeën weet te stellen.
In den Kersttijd zijn het de "kribben", presepi, waardoor zoowel de vromen als de kijklustigen naar de kerken worden gelokt. Nu eens met geringe middelen en maar matig goeden smaak, roerend van eenvoud, dan met grooten luister van kostbare stoffen, sieraden en schitterende verlichting, met verfijnde, schilderachtige effecten, worden plastische voorstellingen gegeven van des Heilands geboorteplaats, voorgesteld als stal of hut of grot en voorzien soms van levensgroote figuren, verlicht op allerlei manier, zelfs ook reeds met electrisch licht. In de week na Kerstmis komen daarbij in de kerk Santa Maria in Aracoeli de zoogenaamde kinderpredikatiën, niet anders dan voordrachten van korter of langer verzen ter eere van het Christuskindje, door de kleinen van buiten geleerd en niet zelden opgedreund op weinig stichtelijke manier. Er zijn echter altijd bewonderende en toejuichende hoorders.
De dag der Epiphanie of Verschijning, in Italië tot de fee Befana geworden, die de kinderen speelgoed en lekkers brengt, wordt in Rome ingeleid door volksvermaken, die reeds 't nabijzijnd carnaval verkondigen. Met fluiten, trompetten, trommels en tamboerijns gewapend, gaat groot en klein door de straten en geniet van de vrijheid, om een helsch lawaai te mogen maken. Middelpunt der uitgelatenheid, waarbij alles toch wel ordelijk toegaat, is de Piazza Navona. Daar zijn of waren althans tot vóór enkele jaren kramen en winkels van allerlei aard opgericht, drank- en speelhuizen komen erbij, en men heeft een volledig kermisgewoel, dat tot in de morgenuren aanhoudt. De gewoonte laat toe, dat de eerste standen er komen kijken, en de dames niet het minst hebben schik in de vermeerdering der luidruchtigheid, die 't algemeene doel schijnt te zijn. Na zulk een nacht van dansen, drinken en uitgelaten zijn, keert de Romein naar huis terug in het bewustzijn, Befana waardig te hebben geëerd en 's morgens kijken de kleinen onder den schoorsteen naar wat de goede fee er in de opgehangen kous voor hen heeft gebracht.
Pas is de asch van den verbranden Prins Carnaval verwaaid en 't laatste kaarsje op het Corso uitgedoofd, of de kerk tracht de gemoederen weer volkomen te beheerschen. Het kruis van asch, dat de priester in de kerk den geloovigen op het voorhoofd drukt, moet hen na al de vroolijkheid op ernstige gedachten brengen, en de boetpredikaties van den beginnenden vastentijd moeten opwekken tot boetedoening voor de begane zonden en lichtzinnigheden en voorbereiden tot den heiligsten tijd van het kerkelijk jaar.
Nauwelijks hebben de vrouwen en meisjes balkleed, domino of maskeradepakje afgelegd, of zij werpen den zwarten sluier zich over het hoofd en begeven zich op den morgen van Asch woensdag haastig naar de halfdonkere, in 't flauwe kaarslicht zacht beschenen en met wierookgeur doortrokken kerken, om zich even geloovig te onderwerpen aan de vaak vleiende, vaak ook schokkende vermaningen der boetpredikers, als zij het des avonds te voren deden aan de koesterende, hartstochtelijke woorden van galante vereerders.
Jaarlijks worden in de aanzienlijkste kerken van Rome door een aantal door welsprekendheid of aanzien uitmuntende prelaten en ordegeestelijken de vastenpreêken gehouden, die den gevoeligen zuidlander moeten brengen tot inkeer in zichzelven en tot boete voor de gesmaakte genoegens. Een van deze redenaars, wien veelal de roep van mystieke vroomheid of van vurige welsprekendheid is voorgegaan, verzamelt vaak de massa der geloovigen om zich heen. Voor eenige jaren won pater Agostino da Montefeltro, een eenvoudige Franciskaner monnik, die zijn preêken in de kerk S. Carlo al Corso, des Zondags het vereenigingspunt der aristocratische wereld, hield, den palm der welsprekendheid en dien der openbare volksgunst. Met de preek van Aschwoensdag begon zijn glorie, en hij werd de man van den dag. In de hoofdstad van Italië kon men toen het buitengewone verschijnsel bijwonen, dat de circulatie van rijtuigen en, bijna zou men zeggen, ook van de gedachten, afgebroken werd door de toespraken van den monnik van Sant Agata Feltria. Men kon om hem op straat bijna niet voortkomen, en men sprak over niets anders dan over hem. Zelfs de ministeriëele crisis geraakte op den achtergrond.
Tusschen negen en tien uur des morgens viel het moeilijk, door 't gedrang op 't Corso zich heen te werken, zoo groot was de menschenmenigte, die naar de kerk toog. In die laatste handhaafde de politie slechts met moeite de orde. Door de geheele kerk liep een electrische stroom van nieuwsgierigheid en verwachting. Buiten verkocht men de portretten en de levensgeschiedenis van den pater, binnen werden ter bekorting van den langen wachttijd de duizenden legenden verteld, die in 't publiek rondgingen over den monnik.
Vóór twaalf jaren begon al in Bologna de populariteit van pater Agostino da Montefeltro. Een veertigtal dagen lang ging daar toen hoog de zee van religieus mysticisme, een gouden stralenkrans van ascetisme en idealisme omgaf de ernstige muren van Bologna, "la dotta", de geleerde stad. De matinés in den eerwaardigen dom S. Petronia waren elegant en modern als avondvoorstellingen in den schouwburg of als de bals in deftige particuliere huizen. Na de laatste preek wachtte de menigte den monnik op bij den uitgang der kerk, wierp bloemen op zijn wagen, spande de paarden uit en bracht hem aan zijn huis een serenade. Er maakten fabeltjes en romans zich meester van den jongen prediker. Carducci, de dichter, zou door hem in geestdrift zijn geraakt; Ceneri zou hem zijn portret hebben gezonden; liefdesavonturen, vrouwelijke ontrouw, bloedige duels, alles werd door elkaâr gehaald. Een trok zelfs 't roode Garibaldihemd den pater aan over zijn pij; een ander las een pijnlijk drama in het hart van den monnik. De volksfantazie voltooide de vluchtige aanduidingen, die het jagen naar sensatie-artikels den kroniekschrijver met wat verbeeldingskracht had ingegeven, en pater Agostino, die als onbekend monnik naar Bologna was gekomen, ging als een beroemd, ja meer nog, als een populair man heen. De dames hebben den pater in hare bescherming genomen, en zoo heeft hij getriomfeerd. Het ging in Rome evenzoo. Een groot, in hoofdzaak vrouwelijk publiek wachtte in spanning op den boetprediker, om te zien of hij aan de hem vooruitgeloopen faam beantwoordde.
Toen hij op de tribune verscheen, geen eigenlijken kansel, maar een estrade, als afzonderlijk voor de vastenpreêken wordt opgericht, waar de priester als op een tooneel gesticuleerend op en neer kan loopen, deed zich aanvankelijk een gevoel van teleurstelling bespeuren. Pater Agostino was niet degene, dien de volksverbeelding zich had gedacht. Het kale hoofd, het vaalkleurig gelaat, die in het halfdonker der kerk opdoken, behoorden niet tot het schoonheidstype, dat de meesten hadden verwacht te zullen zien.
Zijn preek duurde meer dan een uur. Hij verzekerde, niet in den naam van een school of als vertegenwoordiger van een partij te komen. "Ik breng hier geen strijdleus, enkel liefde." En daarmee dook hij onder in de zee van zijn welsprekendheid. Hij heeft een grooten triomf als redenaar behaald. De snelheid van zijn fonkelende voordracht maakt iemand duizelig. Het is een stroom, die over de hoorders wordt uitgegoten. Maar daarmee is ook alles gezegd. Hij draagt zijn les, die hij goed kent, uitstekend voor; maar het hart blijft er koud bij. Hij heeft zich voorgenomen, in zijn preeken de hoogste vragen voor de menschheid aan te roeren, en het voor 't meerendeel vrouwelijk publiek, dat vooral in Italië niet verwend is door krachtige en gezonde logica, neemt zijn bewijsgronden zonder tegenstribbelen aan. De menigte stroomt naar de preeken als naar de vermaken uit den carnavalstijd. "Verandering" is het wachtwoord van den dag.
Wanneer de lange vastentijd, welks moeilijkheden echter door allerlei traditioneele en buitengewone concessies en dispensaties worden verzacht en door den dag van genot, de Midvasten, worden afgebroken, met de nadering van de volle maan, de zooveelste na 't Nieuwe jaar, voorbij is, dan biedt al dadelijk Palmzondag weer de gelegenheid tot stichtelijk genot in de schaduw der kerk.
Dat is een dag, waarop alles naar de kerken stroomt, niet enkel om der vroomheids wil, maar ook om zich in de voorjaarszon te verheugen, nieuwe toiletten in te wijden en 't schilderachtig schouwspel van de wijding der palmtakken te genieten.
Ter herinnering aan den intocht van Jezus in Jeruzalem hebben de palmen, die het volk vóór hem op den weg strooide en waarnaar de Zondag vóór Paschen zijn dichterlijken naam draagt, steeds in de ceremoniën der kerk een rol gespeeld, zoowel in Italië als in andere katholieke landen. In Rome is van de wereldberoemde feestelijkheden der Paaschweek, die tot 1370 het glanspunt vormden van de kerkelijke feesten en de voornaamste aantrekkelijkheid waren voor de scharen van vreemdelingen, slechts een gedeelte overgebleven, en bij de traditioneele hoofdceremoniën is de persoonlijke medewerking van Z. H. den Paus weggevallen.
Deze begon vroeger op Palmzondag. Dan werd de Paus in plechtigen optocht uit zijn vertrekken naar de Sint-Pieterskerk gedragen en nam bij het altaar der confessie midden onder den koepel plaats, waarna alle kardinalen, zooals ze in rang op elkaâr volgden, tot den handkus werden toegelaten.
Hierop volgde de plechtige wijding der palmtakken, gedurende welke de pauselijke kapel, boven in den koepel tusschen de pilaren opgesteld, de heerlijke, vierstemmige koren van Palestrina en Avila, "Pueri hebraeorum portantes ramos" en "Pueri hebraeorum vestimenta" zong. De kunstig uit palmtakken van San Remo gevlochten palmen, die het geheele jaar bewaard werden en als een soort van amulet worden beschouwd, werden dan door den H. Vader uitgedeeld, eerst aan de kardinalen, die de takken en ook de hand van den Paus kussen, dan aan de patriarchen, aartsbisschoppen en bisschoppen, die zijn knieën kussen, vervolgens aan den romeinschen adel, de diplomaten, de aanzienlijke vreemdelingen enz., die tot den voetkus worden toegelaten. De palmtakken liggen daarbij op den bisschopsdoek, den zijden doek, over 's Pausen knieën uitgespreid; ze zijn na den uitgesproken zegen besprenkeld met wijwater en driemaal berookt.
Tegenwoordig vervangt bij deze ceremonie een kardinaal den Paus, en alles gaat met wat minder luister, zonder deelneming van het H. Collegium in zijn geheel. Niettemin is de plechtigheid in het meest grootsche heiligdom der christelijke wereld, den dom van Sint Pieter, nog altijd een eigenaardig en onvergetelijk schouwspel. Alle geestelijken nemen deel aan de processie, die op de uitreiking der palmen volgt. Vooraan gaat de thuriferarius met het aan langen zilveren ketting gezwaaide wierookvat. Hem volgt de, het hooge processiekruis dragende subdiaken in vol ornaat tusschen twee acolyten, die zilveren kandelaars met brandende kaarsen dragen. Dan volgt de zingende priesterschap en achteraan komt de priester, die de mis celebreert met een diaken links van zich onder den prachtigen zijden baldakijn. Allen dragen de palmtakken in de hand. De optocht verlaat de kerk, blijft echter sedert 1870 in de voorhal, terwijl hij vroeger rondom het kerkplein trok. Op den terugweg houdt hij stil voor de gesloten, groote middendeur, waarachter in de kerk twee of vier zangers opgesteld zijn. Naar de processie gekeerd, heffen zij het "Gloria, laus et honor tibi sit, rex Christi redemptor" aan, wat door de buitenstaanden wordt beantwoord. Na beëindiging van den wisselzang klopt de subdiaken met het kruis tegen de deur, die nu geopend wordt om de processie in de kerk te laten terugkeeren, een symbool van den triomfeerenden intocht van den Heiland in de stad van David. Met de mis en een gezang wordt de plechtigheid besloten; soms heft men nog tot slot het zesstemmige "Benedictus" aan van Baïni.
Op dezelfde wijze wordt Palmzondag ook in alle andere kerken gevierd; alleen worden daar in plaats van palmtakken olijftakken aan de geloovigen uitgereikt. Maar wie een palmtak wil erlangen, kan dien wel krijgen, want aan de kerkdeuren worden meer of minder kunstvolle en dure takjes te koop aangeboden, nadat, naar het heet, reeds van te voren de zegen erover is uitgesproken.
Aan de leden van het pauselijk hof, alsmede aan de vertegenwoordigers van de hoofdkerken worden de kunstig gevlochten palmtakken in het Vaticaan uitgereikt. Den Paus zelven wordt er een uit naam van de familie Bresca in San Remo ter hand gesteld. Dat geslacht bestaat uit nakomelingen van den matroos, aan wien Sixtus V dat voorrecht schonk, omdat hij zich bij de moeilijke verplaatsing van den obelisk op het Sint-Pietersplein door een verstandigen raad verdienstelijk had gemaakt. Een anderen zeer kunstigen palmtak ontvangt de H. Vader van de zusters van het klooster San Antonio.
In de Lateraankerk heeft na de vesper de plechtige ontvangst plaats van den groot-penitentiaris door de Minoritenpaters en de Canonici. In een processie wordt hij van den ingang der kerk naar het sacramentsaltaar geleid, waar hij na een gebed en na verwisseling van de violette bisschopsmuts met het kardinaalskapje op een platform in het linker zijschip plaats neemt, en met de lange roede, het symbool zijner macht tot straffen, de prelaten en assistenten en ieder, die verder voor hem knielt, aanraakt en daardoor voor honderd jaar aflaat schenkt.
Het zou verbazing kunnen wekken, dat Goethe, die zooveel vreugde gevoelde over al het dramatische en treffende, wiens geest geopend was voor al wat schilderachtig, levendig en kleurrijk is, die het romeinsche carnaval met zooveel geestdrift heeft beschreven, de romeinsche Paaschweek met stilzwijgen voorbijgaat, als men niet bedenken moest, dat hij in 1787 met Paschen in Palermo vertoefde, en in 1788 wel in Rome was, maar reeds onder den indruk verkeerde van het aanstaand vertrek. Palmzondag viel toen op 14 Maart. Hij schreef dien dag met het oog op de Paaschweek: "De volgende week is hier niet te denken of te werken; men moet in den stroom van feestelijkheden meegaan", en uit wat hij op Paaschzondag schrijft, ziet men, dat hij de grootsche kerkelijke plechtigheden, die voor duizenden het glanspunt zijn van hun verblijf in Rome, heeft bijgewoond als een gunsteling der fortuin en overal profiteerend van de beste plaatsen.
Hij heeft op Goeden Vrijdag 's voormiddags de Improperia en 't Miserere van Allegri door de pauselijke kapel, wier muziek hij "onzegbaar schoon" noemt, hooren zingen; heeft de voetwassching en de spijziging der pelgrims aangezien en is getroffen geworden door de plechtigheid van het oogenblik, toen de van al zijn pracht ontdane Paus van den troon steeg, om het kruis te aanbidden, terwijl alles zweeg en 't koor aanhief: "Populus meus quid tibi feci?" Maar hij laat elke uitvoerige schildering achterwege. Op Paaschzondag ziet hij er van af, naar de Sint-Pieterskerk te gaan en geeft er de voorkeur aan "een blaadje te schrijven", waar het kortweg heet: "Nu is ook de heilige week met haar wonderen en moeilijkheden achter den rug; morgen nemen wij nog een zegening in ontvangst en dan wendt zich 't gemoed weer tot een ander leven."
Wij komen dus niet op Goethe's terrein, als wij van de Paaschweek vertellen. Indien hij het had willen doen, dan zou hij meer dan wij mee te deelen hebben gehad, want het hoofdgedeelte der vroegere vertooningen is vervallen. De Paus dient niet meer de mis voor bij het hoogaltaar van Sint-Pieter; hij deelt niet meer vóór een overgroote menigte urbi et orbi den zegen uit bij de versierde loggia van de voorhal; de bonte processies bewegen zich niet meer door de straten en over de pleinen der eeuwige stad; de donder der kanonnen zwijgt, terwijl hij eertijds de opstanding van den Heiland verkondigde, en pauselijke militairen kunnen niet meer den luister van het feest verhoogen.
Niettemin is er ook nu nog in de Paaschweek genoeg origineels en schitterends te zien, en wie alle interessante verrichtingen en voorstellingen in de vele kerken wilde bij wonen, zou met nog meer recht dan Goethe over de "moeilijkheden" van de feestweek kunnen praten.
De plechtigste kerkmuziek krijgt men in die week te hooren op den Groenen Donderdag, wanneer een ware volksverhuizing naar de kerken plaats heeft, zonder dat men daaruit tot een innig godsdienstige stemming bij de menigte zou mogen besluiten. De geloovigen volgen het bepaalde kerkelijke bevel op, dat het nalaten van biecht en communie in dezen heiligen tijd strafbaar stelt. Voor velen, zeer velen is 't genoeg, dat traditie en sleur het eischen. Verreweg het grootste gedeelte der kerkgangers echter, vooral uit de eerste standen, wordt enkel door het eigenaardige schouwspel gelokt, dat door de ontplooiing van den geheelen, op de verbeelding werkenden ritus de menigte aantrekt en ontroert.
Een hoofdrol speelt daarbij de muziek, zonder dat echter de andere kunsten worden verwaarloosd.
Reeds sinds Woensdagmiddag zwijgen alle klokken. Van de tallooze koepels en torens der Eeuwige Stad klinken niet meer de lange, plechtige, of de haastige, snel op elkander volgende, anders bij dag noch bij nacht verstommende slagen der sacri bronzi. De plaats van de in 't inwendige der kerken bij den dienst gebruikte klokken en klokjes wordt door houten plankjes ingenomen, welker knarsend en doordringend geluid iedereen verbaast, die van het tijdelijk buiten gebruik stellen der klokken onkundig is.
Evenals bij Kerstmis de afzonderlijke kerken hun best doen, de "kribben" zoo mooi mogelijk te versieren, zoo wedijveren zij in de Paaschweek, om de "sepolcri" met bloemen en kaarsen te tooien. Zelden bij het hoofdaltaar, maar meestal vóór een zijaltaar, dat met zwarte draperieën is behangen, en waaraan een zee van kaarslicht luister bijzet, heeft men een Christusfiguur, een Christus aan het kruis of ook wel een kruis alleen op den grond gelegd en omgeven door gemaakte of natuurlijke bloemen. Een bezoek en een gebed bij deze "graven" behoort tot de Paaschverplichting der geloovigen. De meesten trekken op Groenen Donderdag voor dit doel van de eene kerk naar de andere, en daar duizenden nietgeloovigen zich uit kijklust bij hen aansluiten, worden de kerken dien dag niet vrij van bezoekers, en veel geloovigen moeten zich groote geduldsbeproevingen en een bedenkelijk duwen en stooten getroosten, om de gestalte van den Heiland te bereiken.
Op het ruime plein der Lateraan-basiliek staan in de namiddaguren honderden rijtuigen, équipages en huurrijtuigen. Op het Sint-Pietersplein heerscht een rumoer en een drukte van belang; de menschenmassa golft er op en neer, en 't stemgeruisch wordt door het ratelen van wagens overstemd. De menschen stroomen tegen de breede steenen trappen op en af, vloeien naar alle zijden over de groote, door zuilen omsloten middenvlakte van het plein, dringen door de zware deuren, vullen de van kleuren schitterende, marmeren voorhal, door menigeen reeds voor de kerk zelf gehouden, en veranderen de verheven kerkruimte in een punt van samenkomst voor alle klassen, standen en volken.
Onafgebroken reeksen wagens vullen de straten van het Borgo, die van de Engelenbrug naar 't Sint-Pietersplein leiden. De politie heeft de handen vol, om den toegang tot de Engelenbrug, die bij zulke gelegenheden volkomen ontoereikend blijkt, voor de rijtuigen te regelen, als zij uit de nauwe straatjes van de Rione Ponte zich gereed maken om den Tiber over te steken. Het meest middeleeuwsche van alle stadsgedeelten van Rome, dat ook anders altijd van de luidruchtigheid der lagere volksklasse weerklinkt, kan op deze dagen alle bewoners van de oudere Rioni de revue laten passeeren, met inbegrip van alle vreemdelingen. Menigeen, die door de nauwe, duistere Via dei Coronari rijdt en slechts stapvoets vordert, heeft daardoor voor de eerste maal gelegenheid, verbaasde blikken te werpen op echt middeleeuwsche paleizen, op zwartberookte steenen gevels, of stille binnenpleinen met zuilen, in zwarte, zonlooze zijstraatjes en op een beweging, herinnerend aan de arme wijken van Napels.
In een groot aantal kerken hebben zoowel in den voor- als in den namiddag de kerkelijke diensten plaats met begeleiding van de heerlijkste muziek. Nieuwe composities van de beste meesters wedijveren met de beroemde oude muziekwerken en doen het den vriend van deze muziek slechts betreuren, dat hij niet tegelijkertijd in de Lateraan- en de Sint-Pieterskerk, in Santa Maria Maggiore, San Luigi dei Francesi, de Sudario- en de Jezuskerk kan zijn.