Chapter 19
Vrijdag, den 4den September, gingen wij aan boord van de Volturno, eene der paketbooten van de keizerlijk Fransche stoombootmaatschappij, en drie dagen later zetten wij te Marseille voet aan wal, zonder dat ons iets meer kwelde dan die zaak van het vervloekte kompas. Dit onverklaarbare voorval veroorzaakte mij veel muizenissen. Den 9den September kwamen wij 's avonds te Hamburg.
Ik waag het niet om de verbazing van Martha, de vreugde van Gräuben te beschrijven.
"Nu gij een held zijt," sprak mijne lieve bruid, "behoeft gij mij niet meer te verlaten, Axel!"
Ik zag haar aan. Zij lachte door hare tranen heen.
Men kan licht nagaan welk een opzien de terugkomst van professor Lidenbrock te Hamburg baarde. Door de praatjes van Martha was de tijding van zijn vertrek naar het middelpunt der aarde over de geheele wereld verspreid. Men wilde er geen geloof aan slaan en, toen men hem terugzag, geloofde men het evenmin.
Toch brachten de tegenwoordigheid van Hans en verschillende berichten uit IJsland allengs eenige verandering in de openbare meening.
Nu werd mijn oom een groot man en ik de neef van een groot man, dat ook reeds iets is. Hamburg gaf een feest ter onzer eere. Eene openbare zitting had in het Johannaeum plaats, waar de professor een verslag deed van zijn tocht en alleen de zaak van het kompas verzweeg. Dienzelfden dag legde hij het document van Saknussemm in het stedelijk archief neder en drukte hij zijn leedwezen daarover uit, dat de omstandigheden, sterker dan zijn wil, hem niet veroorloofd hadden om de sporen van den ijslandschen reizigers tot in het middelpunt der aarde te volgen. Hij was bescheiden bij al zijn roem, waardoor de achting voor hem nog vermeerderde.
Zooveel eerbewijzingen moesten hem noodzakelijk benijders verschaffen. Hij kreeg er ook, en daar zijne theorie op stellige daadzaken gegrond, in tegenspraak was met de wetenschappelijke stelsels betreffende het inwendige vuur, voerde hij met pen en mond belangrijke twisten met de geleerden uit alle landen.
Ik voor mij kon zijne theorie van de afkoeling niet aannemen: in spijt van hetgeen ik gezien heb, geloof ik en zal ik altijd gelooven aan de inwendige hitte; maar ik geef toe, dat sommige nog duistere omstandigheden die wet kunnen wijzigen door de werking van natuurlijke verschijnselen.
Terwijl die vraagstukken aan de orde van den dag waren, ondervond mijn oom eene ware smart. Hans had, in weerwil van zijn aanhouden, Hamburg verlaten; de man, wien wij alles te danken hadden, wilde niet toelaten, dat wij onze schuld aan hem afbetaalden. Hij kreeg het heimwee naar IJsland.
"Farval!" zeide hij op zekeren dag en met dien eenvoudigen afscheidsgroet vertrok hij naar Reikiavik, waar hij behouden aankwam.
Wij waren bijzonder gehecht aan onzen dapperen eiderjager; zijne afwezigheid zal hem nooit doen vergeten door hen, wier leven hij heeft gered, en stellig zal ik niet sterven zonder hem voor het laatst nog eens gezien te hebben.
Ten slotte voeg ik er nog bij, dat die "Reis naar het middelpunt der aarde" verbazend veel opzien in de wereld baarde. Zij werd gedrukt en in alle talen overgezet; de grootste dagbladen namen er de voornaamste gedeelten van over, die in het kamp der geloovigen en ongeloovigen met eene gelijke overtuiging werden beoordeeld, besproken, bestreden en verdedigd. Mijn oom had het zeldzame voorrecht van nog bij zijn leven al den roem te genieten, dien hij verworven had, en zelfs Barnum bleef niet achter met het voorstel om hem voor eene zeer hooge som in de Vereenigde Staten "ten toon te stellen."
Maar eene verveling, ja eene kwelling sloop onder al dien roem. Eene zaak bleef onverklaarbaar, die van het kompas. Voor een geleerde nu wordt zulk een onverklaard natuurverschijnsel eene marteling voor het verstand. Welnu! de hemel had voor mijn oom een volmaakt geluk weggelegd.
Toen ik eens eene verzameling delfstoffen in zijn kabinet rangschikte, bespeurde ik dat beruchte kompas en begon het te onderzoeken.
Reeds zes maanden lang lag het daar in een hoek, zonder iets te vermoeden van al het hoofdbreken, dat het veroorzaakte.
Hoe groot was daar op eens mijne verbazing! Ik begon te schreeuwen. De professor kwam aanloopen.
"Wat is er toch te doen?" vroeg hij.
"Dat kompas!"....
"Welnu?"
"Zijne naald wijst naar het zuiden en niet naar het noorden!"
"Wat zegt gij!"
"Zie maar! zijne polen zijn verwisseld."
"Verwisseld!"
Mijn oom keek, vergeleek, en deed het huis beven door een hoogen sprong.
Welk een licht ging er tegelijk op voor zijn en mijn verstand!
"Dus wees dan," riep hij, zoodra hij weder spreken kon, "na onze aankomst bij kaap Saknussemm de naald van dat verdoemde kompas het zuiden in plaats van het noorden aan?"
"Dat blijkt."
"Dan wordt onze dwaling verklaard. Maar welk natuurverschijnsel heeft die verwisseling van polen teweeg kunnen brengen?"
"Niets is eenvoudiger."
"Verklaar u, mijn jongen!"
"Gedurende den storm op de Lidenbrock-zee heeft die vuurbol, die het ijzer van het vlot magnetisch maakte, heel eenvoudig ons kompas in de war gebracht!"
"Zoo! dan was het een grap van de electriciteit?" riep de professor schaterende van lachen.
Van dien dag af was mijn oom de gelukkigste aller geleerden en ik de gelukkigste aller mannen; want mijne lieve Gräuben, hare betrekking van pupil nederleggende, nam plaats in het huis in de Koningstraat in de dubbele betrekking van nicht en echtgenoote. Ik behoef hier niet bij te voegen, dat de vermaarde professor Otto Lidenbrock, correspondeerend lid van alle wetenschappelijke, aardrijkskundige en delfstofkundige genootschappen der vijf werelddeelen, haar oom werd.
INHOUD.
I. Prof Otto Lidenbrock.--Eigenaardigheden van oom.--De studeerkamer.
II. Een fraai boek.--Een merkwaardige inhoud.--Het oude document.--Wat het oude papier kostte.
III. Een runisch handschrift;--Uitleg van het alphabet.--Het geheimschrift.--Een geleerd man.--Nichtje Gräuben.--Ontcijfering van het document.--Einde der ontcijfering.
IV. Vrees voor het raadselachtige werk.--Waar is oom?--Moeielijkheden der ontcijfering.--De sleutel gevonden.
V. De professor aan het werk.--De neef valt in slaap.--De huissleutel verdwenen.--De vreugde van mijn oom.--De lezing van het document.--De valiezen moeten gepakt worden.
VI. In het studeervertrek.--De Sneffels.--De warmte in den aardbol.--De vulkanen.--Inwendige hitte der aarde.
VII. Naar het middelpunt der aarde.--Een onmogelijke reis.--Toebereidselen tot het vertrek.--Reikiavik.--De koffer moet gepakt worden.--Naar den kelder?
VIII. Altona.--Kiel.--Korsör.--Professor Thomson.--Kopenhagen.--De Vor-Frelserskerk.--Duizeligheid.
IX. Het Kattegat.--Skagen.--Naar het middelpunt der aarde.--Het handschrift van Saknussemm.--Reikiavik.--De IJslanders.
X. Leeslust der IJslanders.--Letterkunde der IJslanders.--De Sneffels.--Over zee of over land?
XI. Eiderganzen.--Hans Bjelke.--Toestel van Rhumkorff.--Reisvoorraad.--Uitrusting voor den tocht.
XII. Aanvang van den tocht.--Door IJsland.--Het vlek Gufunus.--Overtocht van den Fjörd.
XIII. Het huis van een boer.--De IJslandsche vrouw.--Gastvrij onthaal.--IJslandsche hartelijkheid.--Melaatschen.
XIV. De familie van Hans.--Stapi.--Verbasterde geestelijke.--Vrees voor uitbarsting.--Te mooi om mogelijk te zijn.--Gevaar voor uitbarsting.
XV. Het vertrek naar Stapi.--Grondgesteldheid.--Moeielijkheid van den tocht.--De hellingen van den Sneffels.--De "mistoer".
XVI. Prachtig uitzicht van den Sneffels.--In verrukking.--Naar den krater.--De vervloekte naam.--Geen zon, geen schaduw.--Lidenbrock wanhopig.--De Scartaris geeft schaduw.
XVII. Naar den afgrond.--De theorie van Davy bevestigd.--Geen inwendige warmte.--Op den bodem van den krater.
XVIII. Kalmte.--Begin der onderaardsche reis.--Schakeeringen der lava.
XIX. De kruisweg.--Vermoeienis van Axel.--Klimmen of dalen?--Naar boven, naar Gräuben.--Dreigend watergebrek.
XX. Grondgesteldheid.--Teleurgestelde hoop.--Steenkolen.--Oorsprong der steenkolen.--Vergeefsche tocht.
XXI. Gemoedsgesteldheid.--Opoffering van den professor.--Spanning.--Columbus nagevolgd.
XXII. Zeldzaam geologisch genot.--Verdwijning van Hans.
XXIII. Water in uitzicht.--Weder voorwaarts.--Zoekende.--Dorst gelescht.--De beek een wegwijzer.--Rustige slaap.
XXIV. Te horizontaal.--Bijna loodrechte lijn.--Onder den Oceaan.
XXV. Kalm vertrek.--Plaatsbepaling.--Heeft Hamphry Davy gelijk?--Dichtheid der lucht.--Lucht in vasten toestand.
XXVI. Toenemende stilzwijgendheid.--Verdwaald.
XXVII. Levend begraven.--Splitsing der galerij.--Bede tot God.--In de zwarte duisternis.
XXVIII. Een geraas!--Het geluid van woorden.--Förlorad.--Gemeenschap.--Gesprek op anderhalf uur gaans.--Bemoediging.--Bewusteloos neergeploft.
XXIX. Ontwaken van Axel.--Was hij krankzinnig?--De grot verlaten.
XXX. De zee.--Onderaardsch licht.--Onmetelijk hol.--Versterkende zeewind.--Woud van paddestoelen.--Fossiele beenderen.--Vrees voor voorwereldlijke monsters.--Gerustheid van den professor.
XXXI. Door een zeebad versterkt.--Vloed, ebbe en magnetische helling.--scheepstimmerhout.--Het vlot.
XXXII. Zeilklaar.--Vertrek van Gräubenhaven.--Het scheepsjournaal.--Voorwereldlijke visch.--Blindheid van dien visch.--Axel's droom.--Axel ontwaakt.
XXXIII. Des professors ongeduld geboekstaafd.--De lange zeereis.--In het ijzer gebeten.--Zeemonsters.--Ontsteltenis.--Strijd.--De plesiosaurus bezwijkt.
XXXIV. Nieuw gevaar.--Iets gezien.--Een eiland.--De geyser.
XXXV. Naderend onweder.--De rotsen van den oever.--Een orkaan.--Werking der electriciteit.--Hevigheid van den orkaan.--De electrische kogel.--Altijd op zee.
XXXVI. Vreugde van den professor.--Toebereidselen voor de terugreis.--Werktuigen gered.--De professor denkt aan zijne collega's.--Op welke hoogte?
XXXVII. Verloren reis.--Landverkenning.--Verbastering der schildpad.--De beenderenvlakte.
XXXVIII. Voorwereldlijke overblijfselen.--Een menschelijk lichaam.--De reus van Palermo.--Onderzoek van een lijk.--Een onmetelijk knekelhuis.
XXXIX. Voorwereldlijke planten en dieren.--Mosplanten.--Mastodonten.--De aapmensch.--Niet op het uitgangspunt terug.--Een dolk.--Eene echte dagge.
XL. Arne Saknussemm.--Altijd dalen.--De schepen verbranden.--Een weg voor de lava.--De mijn moet springen.
XLI. De mijn gesprongen.--De ontploffing--Snelle vaart van het vlot.--De woede van den stortvloed--Onverwachte overstrooming.
XLII. De nauwe put.--Geen voedsel meer.--Levend verbranden.--De laatste maaltijd.--Een gloeiende dampkring.
XLIII. Miswijzend kompas.--Ontploffingen.--Een uitbarsting.--Zwavelvlammen.--Het vlot blijft liggen.--Op nieuw opgestuwd.
XLIV. Op aarde terug.--In Azië?--De tegenvoeters.--In de Middellandsche zee.--Stromboli.--Een glimlach van Hans.
XLV. In Hamburg terug.--Hans vertrekt naar IJsland.--De polen van het kompas verwisseld.
AANTEEKENINGEN.
[1] Omtrent f 2.30.
[2] La Recherche werd in 1835 door den admiraal Duperré uitgezonden om de sporen eener verongelukte expeditie, die van den heer de Blosseville, en van la Lilloise, waarvan men nooit bericht heeft gehad, op te zoeken.
[3] Deze naam wordt gegeven aan de nauwe inhammen in de scandinavische landen.
[4] Ruim f 8.
[5] De toestel van Ruhmkorff bestaat uit eene kolom van Bunsen, in werking gebracht door middel van het dubbel chroniumzuur zout van potasch, dat reukeloos is; een inductie-toestel brengt de electriciteit door de kolom voortgebracht, in verband met een lantaarn van een bijzondere inrichting; in deze lantaarn bevindt zich eene bijna luchtledige slang, waarin alleen een overschot van koolzuurgas of van stikstof overblijft. Als de toestel werkt, wordt dit gas lichtgevend en verschaft een witachtig en aanhoudend licht. De kolom en de inductie-toestel worden in een lederen zak geborgen, dien de reiziger als een bandelier draagt. De lantaarn er uitgenomen zijnde geeft genoeg licht in de zwartste duisternis; zij laat toe, dat men zich zonder vrees voor ontploffing in de brandbaarste gassen waagt en gaat zelfs diep onder water niet uit.
De heer Ruhmkorff is een geleerd en bekwaam natuurkundige. Zijne groote ontdekking is de inductie toestel, die veroorlooft om eene electriciteit van hooge drukking voort te brengen. In 1864 heeft hij den vijfjarigen prijs van 50000 frank verkregen, dien Frankrijk voor de vernuftigste toepassing der electriciteit had uitgeloofd.
[6] Huis van den ijslandschen boer.
[7] Hamburgsche munt, omtrent f 42,75.
[8] Dus genoemd, omdat de gronden van dit tijdperk zeer uitgestrekt zijn in Engeland in de streken, die voorheen bewoond werden door een celtischen volksstam, de Siluriërs.
[9] Visschen met vierkante, harde schubben of platen.
[10] Ontvlambaar gas in de gangen der kolenmijnen, uit koolwaterstof met eenig koolzuur en stikstof bestaande.
[11] Eene plotselinge afwijking in den loop eener steenkolenader.
[12] Phosphorzure kalk.
[13] Zeeën van het secundaire tijdperk, die de gronden hebben gevormd, waaruit het Juragebergte bestaat.
[14] Eene zeer beroemde springbron aan den voet van den Hekla.
[15] De gelaatshoek wordt gevormd door twee vlakken; het eene, min of meer loodrecht, raakt het voorhoofd en de snijtanden; het andere, horizontaal, snijdt de opening der gehoorwerktuigen en de benedenzijde van het neusbeen. Men verstaat onder prognathismus, in de taal der natuurkundige beschrijving van den mensch, het vooruitspringen van het kaakbeen of de kinnebak, waardoor de gelaatshoek gewijzigd wordt.