Naakt model: Toneelspel in drie bedrijven

Part 8

Chapter 81,666 wordsPublic domain

_Helena_. En jullie liefde -- ? Wat is jullie liefde anders dan begeerte en begeerte alleen -- !?

_Henri._ Nee Helena -- niet alleen begeerte, maar: (_zijn armen uitbreidend_) verlangen -- ! verlangen -- !

_Helena._ En heb je wel gedacht aan mìjn verlangen -- ?

_Henri._ Ik zal je alles geven wat je verlangt -- alles! álles!

_Helena._ Nee -- ik geloof niet... O, er is zooveel door me heen gegaan bij dat poseeren -- zooveel wat ik vroeger niet kende! Maar ik weet nu, dat ik meer wil -- -- ik -- ik wil ànders: (_naar de schilderij duidend_) juist, juìst omdat ik je dàt gegeven heb, juist omdat ik je model ben geweest -- je "ideale model" -- -- kan ik het andere niet meer worden, -- en -- en ik wil ook geen schildershuwelijk.

_Henri_ (_gekrenkt_). O -- maar nu spreek je over heel iets anders dan daarnet! Daarnet zei je: om mìj, om mijn werk, om mijn bestwil, en nu -- nee Helena, dat is niet eerlijk -- wees dan tenminste open -- -- ach, jullie vrouwen maakt je zelf altijd dingen wijs! jullie -- jullie knoeit met je ziel!

_Helena._ Misschien; maar dan is dat gekomen, omdat jullie ons het heele leven dwingt te knoeien, -- maar in ieder geval heb ik mij nooit zoo eerlijk gevoeld als nu: -- je hebt geen recht mij zoo iets te verwijten -- jij bent het, die je zelf bedriegt en de dingen niet durft zien als ze zijn.

_Henri_ (_opgewonden_). Ik -- !? ik, die het alles zoo klaar en duidelijk zie? Ik zie alleen jou, ik schilder jou -- ik heb je lief, ik wil alles voor je zijn, alles voor je doen -- en jìj kunt niet om mìjn bestwil en om...

_Helena._ Ja, en om mezelf: -- je hebt me straks niet laten uitspreken -- ook om mezelf. Je ziet: ik doe me niet mooier voor dan ik ben: -- ook om mezelf, omdat ik niet kan en -- niet wil.

_Henri._ Niet...? -- O, je hebt me dus niet lief!

_Helena._ Misschien te veel als -- kunstenaar, misschien -- niet genoeg -- -- ik weet het niet.

_Henri._ Je "weet" het niet...? O nee -- dan heb je me dus niet lief!

_Helena._ Ach, jullie mannen, voor wie de liefde altijd maar zoo eenvoudig is!

_Henri._ Maar 't ìs eenvoudig! Mijn God, jullie moderne vrouwen ziet liefde zoo zwaar, zoo ingewikkeld!

_Helena._ Ja -- misschien; maar dat komt omdat voor ons, met alle moderniteiten, liefde nog 't eenig waarachtige is, wat we bezitten.

_Henri._ En wat wil ik je dan anders geven -- ! en wat heb ìk dan anders dan liefde, Helena!

_Helena._ Je kunst -- (_als hij zenuwachtig geringschattend glimlacht_) o, daar moog je niet om lachen: je kunst is je meer dan je liefde, (_als hij een gebaar maakt van heftige tegenwerping_). Goed -- in ieder geval zou ze het weer worden, -- (_opstaande en op hem toetredend_) en dat moet ook Henri, en dat wil ik ook, en -- ik wil je ook niet anders zien dan als kunstenaar!

_Henri_ (_tegenover haar, hartstochtelijk_). Maar een kunstenaar is toch ook een mensch! Ik heb toch ook een hart dat klopt, een hart met bloed -- voor jou, Helena! (_zij is voor zijn aandringen teruggeweken en weer op de rustbank komen te zitten, en ziet, zijn hartstocht ontwijkend, naar de schilderij, waar haar blik zich weer van de naaktfiguren afwendt_). Ja, dat ook: wat is kunst waard zonder hart, zonder ziel -- zonder liefde! En die liefde heb ik voor jou -- voor jou alleen! Help jij me dan -- help verder me dàt te maken! Jij spreekt van het ideale van dat gelaat, maar voel je dan niet, dat ik juist niets meer zal kunnen doen zonder jou! -- Jij moet me helpen, Helena! blijf! -- altijd! -- altijd! -- (_hij knielt naast haar schoot en grijpt haar handen_).

_Helena_ (_zich losmakend, eerst wat onzeker, allengs vaster sprekend_). Je bedriegt je zelf, je bedriegt ons beiden -- maar 't is niet waar! Je kunt die droom van dat gelaat alleen schilderen -- als het een droom blijft -- -- als ik ga. Dat voel ik, dat weet ik, Henri. Hoe zou je een droom kunnen schilderen, als er het geheim van was afgevallen -- als het alles tot werkelijkheid was geworden? Dat geheim wil ik bewaren, dat beeld wil ik zoo laten in je ziel! -- dat zal het beeld zijn van mij -- van mìj -- -- omdat ik een lichaam en een ziel voor je geweest ben, en toch niet een bezit heb willen worden!

_Henri._ Maar waarom niet, Helena! -- waarom -- ? waarom -- ?

_Helena._ Omdat ik alles wil hebben -- álles, of alles wil opofferen, -- en ik wil niet nemen van je -- en ik zou nemen: ik zou jou nemen, en je ziel, en je kunst -- (_naar de schilderij duidend_) en dàt: dat gelaat, dat levend is geworden in je, zou ik nemen -- -- en dat is het blijvende en al het andere zou toch maar een -- een hersenschim zijn.

_Henri._ Maar waarom -- ? waarom -- !

_Helena._ Omdat ik die werkelijkheid in de verte te duidelijk zie -- en omdat de werkelijkheid alle idealen verwoest -- -- (_zachter_) en jij zou mijn ideaal van jou verwoesten -- dat ik nu nog -- heb bewaard.

_Henri_ (_tot haar opziende, bitter_). Ondanks alles -- ?

_Helena_ (_hem even schuchter over het haar strijkend_). Nee -- nee.

_Henri_ (_door haar aanraking ontroerd, opspringend_). O Helena, neem alle idealen, die je van me hebt, weg -- neem mij! neem mìj, zooals ik ben -- die ééne arme werkelijkheid -- en geef mij die rijke werkelijkheid van jou! -- dàt is geven -- dat is geven, Helena! En dat is leven! -- de kunst is een ideaal -- een droom, ja -- maar het leven zelf is toch een werkelijkheid -- (_met hartstochtelijken aandrang_). Neem het leven, Helena! voor het voorbijgaat -- grijp het geluk, zoolang het duurt -- ! drink de beker, Helena, en werp hem dan weer weg -- -- daarna komt de kunst -- komt de droom te mooier weerom!

_Helena_ (_opspringend tegenover hem_). Maar dat wil ik juist niet! maar je spreekt tegen je zelf! Ik wil geen middel zijn alleen! -- ik wìl geen tweede zijn bij je kunst! -- en ik wìl ook niet begeerd worden alléén! -- Ik wil vròùw zijn! -- vrouw! vrouw! -- Ik ben een bohème geweest -- ik heb de bohème "gespeeld" -- -- maar nu weet ik, dat ik geen bohème-liefde wil! -- (_zachter en triomfantelijk tegelijk, voor zich heen_) nu weet ik, dat ik geen bohème-liefde wil!

_Henri._ Maar dat wil ik óók niet, dat vráág ik ook niet: -- ik heb met anderen geleefd, (_met geringschatting zijn schouders ophalend_) o ja -- maar jou wil ik alles geven -- àlles!

_Helena_ (_langzaam schuddend_). Nee -- ook wat jij mìj te geven had, heb je mij gegeven. Ik ben gekomen om te leeren -- en ik heb geleerd -- -- meer en anders dan ik dacht. O -- er is zooveel door mij heengegaan, als ik daar lag! -- -- jij spreekt van verlangen, Henri, maar ik heb zooveel verlangd -- ! -- Misschien ben ik hier anders -- meer vrouw geworden -- -- ja -- en soms ben ik jaloersch geweest op je kunst! (_bij een plotselinge beweging van Henri_). Nee -- nee: (_naar de schilderij wijzend_) voor jou wil ik alleen dat zijn, voor jou wil ik alleen een model en -- een bezieling zijn geweest -- -- dàt is mijn liefde voor jou.

_Henri._ En de andere liefde -- ?!

_Helena._ Die zal ik gaan zoeken in de wereld -- -- misschien is het nog niet te laat.

_Henri_ (_wanhopig_). Maar dat wil ik niet! -- ik wil je voor mij! -- voor mij!--

_Helena._ O! -- maak het me niet moeilijk Henri!

_Henri_ (_bruusk haar beide armen grijpend_). Ik wil! -- ik wil! begrijp je -- ik wil...

_Helena_ (_is door zijn greep een oogenblik teruggezonken op de rustbank, maar staat dadelijk, na zich door een driftige beweging te hebben losgemaakt, weer op; -- ontsteld verwijtend_). Nee -- -- zóó niet! -- zóó niet!--

_Henri_ (_treedt verslagen terug, terwijl Helena zich herstelt en zich gereed wil maken te vertrekken; -- na een oogenblik van stilte en vertwijfeling, zwak_). O -- -- maar ik kan mijn kunst toch een tijd laten rusten -- wij kunnen toch reizen, Helena -- samen, alleen voor elkaar -- ver weg reizen -- -- alleen voor elkaar -- -- ?

_Helena._ Ah -- ! laten we geen concessies doen -- laten we niet laf worden!

_Henri_ (_voelend, dat thans alles verloren is, zinkt naast de rustbank neer en verbergt zijn hoofd in zijn handen_).

_Helena_ (_zich na een oogenblik van weifelen bij hem zettend, zacht_). Ik kàn geen concessies aan het leven doen, Henri -- ! ik heb het nooit gekund! Ik weet wel: andere vrouwen zouden misschien anders doen -- ik zeg niet, dat het beter of mooier is, wat ik doe -- maar ik moet doen zooals ik voel -- -- ik kan niet anders.

_Henri_ (_snikkend_). Oh -- !--

_Helena._ Er zijn vrouwen, die alleen geboren schijnen, om kinderen voort te brengen, -- en andere alleen om naast een man te leven -- als vriendin of als verzorgster...

_Henri._ Of als verwoester!

_Helena_ (_hem even schuw over het haar strijkend_). En er zijn vrouwen, die als wilde vlammen door het leven flikkeren, -- maar je hebt ook vrouwen, die voor niets geboren schijnen -- of misschien voor iets, dat wij nu nog niet kunnen zien -- -- en zoo een was ik. En nu heb ik iets bereikt, iets gedaan -- iets gegeven! en voel ik mezelf rijker -- en misschien ook rijper geworden, -- -- en daarvoor dank ik je Henri: ik dank je voor wat je mìj gegeven hebt.

_Henri._ Helena -- !

_Helena._ In mij heb je het naakt gevonden, dat je zocht -- zou je dat nu zelf weer willen -- vertroebelen? En ik ben de bron geweest, waarin je de trekken zag van dat ideale droombeeld, dat je zocht en dat je nu in je ziel voor oogen hebt -- -- als je het proefde, als je het dronk met je lippen, zou het breken, -- en nu ik ga, zal het te mooier worden -- dàt weet ik! (_opstaand en naar de schilderij duidend_). Dáár heb ik het gelaten -- daar zal je dat droomgelaat schilderen -- dat zal je -- ! dat zàl je -- !

_Henri._ Helena -- ik heb je lief!

_Helena_ (_ontroerd, maar zich bedwingend_). Ik kàn niet -- ik mag niet -- het zou een diefstal zijn aan jou, aan je kunst -- aan ons beiden -- een -- -- een leugen.

_Henri_ (_aan de rustbank blijvend, terwijl Helena zich naar de deur wendt_). En als -- als de leugen eens achteraf tot -- -- waarheid werd -- ?!

_Helena_ (_zich omwendend en naar de schilderij wijzend_). Dan zal dàt toch ons mooiste kind zijn geweest -- dat, wat je zelf de herinnering noemde: -- "het gelaat van herinnering en verlangen, die beide nooit tot waarheid werden!"

_Henri._ Helena! -- ik heb je lief -- !

_Helena_ (_wil gaan_).

_Henri._ Helena! -- zeg me nog, dat -- -- dat je me hebt liefgehad!

_Helena_ (_neemt het boeketje viooltjes van haar borst en legt het op de tafel_).

_Henri._ Helena -- !

_Helena_ (_haar ontroering bedwingend en zich aan de deur steunend, ziet nog eenmaal om, -- dan gaat zij_).

_Henri._ Helena -- ! -- (_hij is opgestaan en grijpt den stoel voor den ezel, waarop hij neerzinkt; daarna wenden zijn oogen zich langzaam af van de deur naar de schilderij, die hij een oogenblik verbijsterd beziet, -- dan omklemt hij ze met beide armen, terwijl hij zijn snikkend hoofd aan de lijst legt_).

_Scherm._

End of Project Gutenberg's Naakt model, by Carel Steven Adama van Scheltema