Mathias Sandorf [1]

Part 6

Chapter 63,419 wordsPublic domain

Dat briefje—de lezer zal zich nog wel herinneren—bevatte achttien woorden, ieder bestaande uit zes letters, woorden die evenwel volmaakt onverstaanbaar waren. Het was boven alles waarschijnlijk, dat iedere letter van de woorden overeen moest komen met de zes ledige of gevulde vakken, die iedere rij van den rooster vormden. Men kon bijgevolg vooreerst al vast aannemen, dat de zes eerste woorden van het briefje, samengesteld uit zes en dertig letters, achtereenvolgens verkregen waren door middel van die zes en dertig vakken.

Het was inderdaad gemakkelijk in te zien, dat de schikking der ledige vakken zoo vernuftig bij de vervaardiging van dien rooster uitgedacht was, dat wanneer men hem vier malen een kwart toer liet keeren, die ledige vakken opvolgend de plaats der volle innamen zonder ooit tweemalen dezelfde letter te laten ontwaren.

Men ziet dadelijk in, dat het zoo zijn moet. Bij voorbeeld, wanneer men bij eene eerste toepassing van den rooster op een stuk wit papier de cijfers van 1 tot 9 in ieder leeg vak invult, vervolgens den rooster een kwart omwenteling laat maken en op gelijke wijze handelt en de getallen van af 10 tot en met 18 invult; daarna een tweede kwart omwenteling volbrengt en de getallen van af 19 tot en met 27 inschrijft; vervolgens den rooster een derde kwart omwenteling doet maken en de getallen van af 28 tot en met 36 ter neer te schrijven, zoodat men eindelijk op het papier de getallen van 1 tot 36 zal bevinden, in de zes en dertig vakken geplaatst die den rooster vormen.

Sarcany werd dus natuurlijk er toegebracht om de eerste zes woorden van het briefje te behandelen met de vier opvolgende toepassingen van den rooster. Hij had daarbij het voornemen om diezelfde bewerking te herhalen met de twee volgende zes woorden en eindelijk een derde maal met de laatste zes woorden, hetgeen in het geheel de achttien woorden zou bedragen, waaruit het geheimschrift bestond.

Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat de hierboven vermelde redeneeringen door Sarcany tegenover den bankier Silas Toronthal gehouden werden en dat deze hare volmaakte nauwkeurigheid erkend en zeer gewaardeerd had.

Zou nu de praktijk de geuite theorie bevestigen? Daarin bestond toch de geheele belangrijkheid van de bewerking.

Ziehier welke de achttien woorden van het briefje waren. Het zal voorzeker noodig zijn ze andermaal onder de oogen van den lezer te brengen:

ghfhna dalant ltenka aohhzk aenzse tsnivi znrijoo tnpees seijehe lxosde soelnl sglpte veknni ilarna lotasa ijareah nezmtl rradae

Het kwam er vooreerst op aan, de eerste zes woorden te ontraadselen. Om daartoe te geraken, schreef Sarcany ze op een vel papier, daarbij zorg dragende de letters zoodanig van elkander te schrijven, dat ieder hunner overeenkwam met een der vakken van den rooster.

Dat gaf de volgende uitkomst:

g h f h n a a o h h z k z n r ij o o l x o s d e v e k n n i ij a r e a h

Daarna werd de rooster zoodanig op dat samenstel geplaatst, dat de zijde met het kruisje gemerkt bovenaan stond. Toen lieten de leege vakken de volgende negen letters zien, terwijl de zeven en twintig anderen door de volle vakken van het bordpapier bedekt bleven. Zoo

+ +---+---+---+---+---+---+ |###| h |###| h |###| a | +---+---+---+---+---+---+ |###|###|###|###| z |###| +---+---+---+---+---+---+ |###|###| r |###|###|###| +---+---+---+---+---+---+ |###| x |###|###| d |###| +---+---+---+---+---+---+ |###|###|###|###|###| i | +---+---+---+---+---+---+ |###|###|###| e |###|###| +---+---+---+---+---+---+

Sarcany liet daarna den rooster een kwart omwenteling volbrengen van de linker- naar de rechterzijde, zoodanig dat de bovenkant ditmaal de rechterkant werd. Bij die tweede toepassing waren het de navolgende letters, die in de ledige vakken te voorschijn traden:

+---+---+---+---+---+---+ |###|###|###|###|###|###| +---+---+---+---+---+---+ |###|###| h |###|###| k | +---+---+---+---+---+---+ |###|###|###|ij |###|###| +---+---+---+---+---+---+ + | l |###|###|###|###| e | +---+---+---+---+---+---+ |###|###| k |###| n |###| +---+---+---+---+---+---+ |###| a |###|###|###| h | +---+---+---+---+---+---+

Bij de derde toepassing werden de navolgende letters zichtbaar, die evenals de vorigen net zorg opgeteekend werden:

+---+---+---+---+---+---+ |###|###| f |###|###|###| +---+---+---+---+---+---+ | a |###|###|###|###|###| +---+---+---+---+---+---+ |###| n |###|###| o |###| +---+---+---+---+---+---+ |###|###|###| s |###|###| +---+---+---+---+---+---+ |###| e |###|###|###|###| +---+---+---+---+---+---+ |ij |###| r |###| a |###| +---+---+---+---+---+---+ +

Wat Silas Toronthal en ook Sarcany al dadelijk uitermate verbaasd had, was dat de woorden, zooals zij zich achtereenvolgens vormden, geen zin hadden. Zij hadden verwacht hen vloeiend te hebben kunnen lezen, dewijl zij door de opeenvolgende toepassingen van den rooster verkregen waren, en toch waren die woorden even raadselachtig als die van het geheimzinnige briefje. Zou dat lorrige vod onoplosbaar blijven?

De vierde toepassing van den rooster leverde het navolgende resultaat op:

+---+---+---+---+---+---+ | g |###|###|###| n |###| +---+---+---+---+---+---+ |###| o |###| h |###|###| +---+---+---+---+---+---+ | z |###|###|###|###| o | + +---+---+---+---+---+---+ |###|###| o |###|###|###| +---+---+---+---+---+---+ | v |###|###| n |###|###| +---+---+---+---+---+---+ |###|###|###|###|###|###| +---+---+---+---+---+---+

Ook dat was even duister, even raadselachtig.

En waarlijk, de vier woorden, die verkregen waren door de vier verschillende toepassingen van den rooster, waren de navolgende:

hhazrxdie, hkijleknah, fanoseijra, gnohroovn,

waaruit volstrekt niets te maken was.

Sarcany kon zijn toorn niet verbergen, door die teleurstelling teweeggebracht. De bankier vergenoegde zich met het hoofd te schudden en niet zonder spotternij te zeggen:

„Misschien is het die rooster niet, welken de samenzweerders bij hunne briefwisseling gebruikt hebben!”

Die bemerking deed Sarcany opspringen.

„Laat mij voortgaan!” riep hij uit.

„Ga voort!” antwoordde Silas Toronthal.

Toen het Sarcany gelukt was de zenuwachtige beweging, die hem bevangen had, te boven te komen en te bedwingen, hervatte hij de bewerking met de volgende zes woorden, die de tweede kolom van het briefje vormden. Vier malen paste hij den rooster op de woorden toe, door hem telkenmale een kwart omwenteling te laten maken, en verkreeg daardoor die verzameling van letters, die ook volstrekt geen zin hadden:

aatsponam, neeslanel, lanelluzt, dneztseir.

Sarcany wierp ditmaal den rooster verwoed op tafel en vloekte als een koopvaardijmatroos.

Als zonderlinge tegenstelling had Silas Toronthal zijne koelbloedigheid geheel en al bewaard. Hij bestudeerde die zoo verkregen woorden sedert het begin der roosterbewerking en bleef stil peinzend zitten.

„Naar den drommel dien rooster en zij die er gebruik van maken!” riep Sarcany uit, terwijl hij van zijn stoel opvloog.

„Hoe dwaas!” zei Silas Toronthal.

„Dwaas?” vroeg Sarcany verwoed.

„Ga weer zitten,” zei de bankier kalm.

„Gaan zitten?....”

„Ja, ga zitten en ga voort!”

Sarcany keek Silas Toronthal aan. Daarna hernam hij plaats en greep weer den rooster, om hem op de zes laatste woorden van het briefje toe te passen. Maar hij deed dat geheel werktuigelijk als iemand, die geen bewustzijn heeft van hetgeen hij verricht.

Ziehier de woorden, die door die vier laatste toepassingen van den rooster verkregen werden:

tnavijgtad, niesetsre, etehporaa, lksisella.

Maar die vier laatste woorden beteekenden evenmin iets als de vorige acht.

Sarcany was uitermate verwoed. Hij greep het vel papier, waarop die zotklinkende woorden geschreven stonden en die door den rooster achtereenvolgens te voorschijn waren gebracht, om het te verscheuren.

Silas Toronthal weerhield hem.

„Kalmte,” zei hij.

„Och,” riep Sarcany uit, „wat is er uit te voeren met dat prul?”

„Schrijf eens al die woorden aan elkander gehecht ter neer,” antwoordde de bankier bedaard.

„Waarom?”

„Om te zien.”

Sarcany gehoorzaamde en hij kreeg de aaneenschakeling van de navolgende letters:

h h a z r x d i e h k ij l e k n a h f a n o s e ij r a g n o h r o o v n a a t s p o n a m n e e s l a n e l l a n e l l u z t d n e z t s e i r t n a v ij g t a d n i e s e t s r e e t e h p o r a a l k s i s e l l a.

Nauwelijks waren die letters ter neer geschreven, of Silas Toronthal rukte het papier onder de handen van Sarcany weg. Hij bekeek het en stiet een kreet uit. Hij was het thans, die op zijne beurt de kalmte verloor.

Sarcany vroeg zich waarachtig af of de bankier niet plotseling krankzinnig was geworden.

„Man, lees dan toch!” riep Silas Toronthal uit, terwijl hij het papier aan Sarcany overreikte. „Lees dan toch!”

„Lezen?”

„Ja, lezen!”

„Maar wat dan?”

„Wel, ziet gij dan niet, dat de correspondenten van graaf Mathias Sandorf, alvorens hunne woorden met behulp van den rooster saam te stellen, den volzin het achterste voor geschreven hebben.”

Sarcany greep ijlings het papier en ziehier wat hij las, toen hij die letters, met de laatste te beginnen, ontraadselde.

„Alles is klaar. Op het eerste sein dat gij van Triëst zendt, zullen allen als een man opstaan voor Hongarijes onafhankelijkheid. X r z a h h.”

„En die laatste zes letters?” riep hij uit.

„Dat is eene vooraf overeengekomen onderteekening,” antwoordde Silas Toronthal.

„Nu hebben wij hen te pakken!....”

„Maar dat kan de politie nog niet zeggen.”

„Dat’s mijne zaak.”

„Zoo?”

„Ja!”

„Maar gij zult zoo geheimzinnig mogelijk te werk gaan?”

„Dat’s mijne zaak,” herhaalde Sarcany voor den tweeden keer. „De gouverneur van Triëst alleen zal de namen der twee eerlijke vaderlandslievende mannen vernemen, die eene samenzwering tegen Oostenrijk in hare geboorte gesmoord zullen hebben!”

Terwijl hij zoo sprak, liet die ellendeling door toon en gebaar genoegzaam de bijtende scherts ontwaren, die hem bij het uitbrengen dier woorden bezielde.

„Dan zal ik mij dus met niets te bemoeien hebben?” vroeg de bankier koel.

„Met niets anders,” antwoordde Sarcany, „dan met het opstrijken van de helft der winsten in die zaak.”

„Wanneer?”

„Hoe, wanneer?”

„Wanneer die verdeeling van winsten?”

„Wel wanneer onder de bijl drie hoofden gevallen zullen zijn, die ons ieder meer dan een millioen zullen opbrengen.”

Silas Toronthal en Sarcany scheidden. Als zij voordeel wilden trekken uit het geheim, hetwelk het toeval hen in handen gespeeld had, door de samenzweerders te verraden vóórdat de omwenteling uitgebarsten was, dan moesten zij zich haasten.

Sarcany evenwel ging, zooals hij gewoon was te doen, naar de woning van Ladislas Zathmar terug. Hij had zijn comptabiliteits-arbeid hervat en was daarmede bijna ten einde. Graaf Sandorf zelf zeide hem, terwijl hij hem voor zijne betoonde vlijt bedankte, dat hij over acht dagen zijne diensten niet meer noodig had.

Volgens Sarcany’s opvatting beduidde dat klaarblijkelijk, dat het sein, hetwelk van Triëst verwacht werd, op dat tijdstip aan de voornaamste steden van Hongarije zou gegeven worden.

Sarcany ging dus voort om alles, wat in het huis van graaf Ladislas Zathmar voorviel, ten nauwkeurigste waar te nemen, zonder evenwel de geringste achterdocht op te wekken. Hij was daarenboven gebleken zoo vernuftig, zoo met de vrijzinnige denkbeelden ingenomen te zijn, hij had een zoo onbewimpelden afkeer aan den dag gelegd, dien hij voor het Duitsche ras koesterde, in één woord: hij had zijne komedie zoo goed gespeeld, dat graaf Sandorf het voornemen had opgevat hem later, wanneer de omwenteling Hongarije vrij zou hebben gemaakt, aan zich te verbinden. Tot zelfs Borik was door hem gewonnen en had de vooringenomenheid afgelegd, die hij eerst voor dien jongman gekoesterd had.

Sarcany was dus zijn doel nabij.

Graaf Sandorf was met zijne twee vrienden overeengekomen, dat het sein tot den opstand op den 8sten Juni zou gegeven worden, en die dag was daar.

Maar toen was ook het aanbrengingsplan volbracht.

Dien avond overrompelde de politie van Triëst plotseling het huis van graaf Ladislas Zathmar. Tegenstand bieden was onmogelijk. Graaf Mathias Sandorf, graaf Ladislas Zathmar en professor Bathory, Sarcany zelfs, die geen enkel woord van protest liet hooren, en Borik werden gevangen genomen, zonder dat iemand iets van het bevel tot inhechtenisneming vernomen had.

V.

VOOR, GEDURENDE EN NA DE TERECHTZITTING.

Istrië, dat door de tractaten van 1815 aan het Oostenrijksch-Hongaarsche koninkrijk toegevoegd is geworden, is een driehoekig schiereiland, welks landengte het grondvlak over de grootste breedte van dien driehoek vormt. Dat schiereiland strekt zich van de golf van Triëst af tot de golf van Quarnero uit, en worden langs die kust vrij talrijke havenplaatsen aangetroffen. Onder deze kan als de voornaamste opgesomd worden, de haven van Pola, die aan de Zuiderpunt van bedoeld schiereiland gelegen is.

Die provincie Istrië, vooral wat hare westelijke kusten betreft, is zeer Italiaansch, zelfs Venetiaansch gebleven, zoowel door hare gebruiken en gewoonten, als door hare taal. Het is waar, dat er het Slavonisch element een soort tegenwicht vormt; maar wat zeker is, dat is dat het Duitsche element zich er met moeite tusschen die twee rassen kan handhaven.

Verscheidene belangrijke steden langs de kust of in het binnenland gelegen, schenken leven aan die streek, die door de wateren der Adriatische Zee bespoeld wordt. Zoo als daar zijn Capo d’Istria en Pirano, welker bevolking bijna uitsluitend de groote zoutaanmaakbeddingen bewerkt, die aan de monding der Risano en der Corna Lunga gelegen zijn; verder Parenzo, de residentieplaats van de vertegenwoordiging van Istrië en van den bisschop; nog verder Rovigno, hetwelk zijne rijkdommen uit zijne olijfaanplantingen trekt; eindelijk Pola, waar de toeristen de prachtige monumenten van Romeinschen oorsprong gaan zien en die bestemd is de meest belangrijke oorlogshavenplaats van geheel de Adriatische zee te worden.

Maar geen dezer steden heeft het recht de hoofdplaats van Istrië genoemd te worden. Het is eigenlijk Pisino, dat in het midden van den bedoelden driehoek gelegen is, dat dien naam draagt, en het was daarheen dat de gevangenen na hunne geheime inhechtenisneming gebracht werden zonder dat zij er iets van wisten.

Voor de deur van het huis van graaf Ladislas Zathmar stond een postrijtuig te wachten. Alle vier stegen in en twee Oostenrijksche maréchaussées—van die lieden welke behoorlijk voor de veiligheid in de Istrische velden zorgen—namen bij hen plaats. Het was hun dus niet geraden om gedurende de geheele reis een enkel woord te wisselen, dat gevaarlijk kon zijn; of eenige overeenkomst van gemeenschappelijk handelen te bespreken, betreffende hun verschijnen voor den rechter.

Eene bedekking van twaalf maréchaussées te paard, die onder de bevelen van een luitenant stonden, reed voor, achter en bij de portieren van het rijtuig, dat tien minuten later de stad verlaten had. Wat Borik betreft, die was dadelijk naar de gevangenis van Triëst gebracht geworden en daar in eene cel, afgezonderd van een ieder opgesloten.

Waar bracht men de gevangenen heen? In welke vesting zou het Oostenrijksche gouvernement hen opsluiten, daar het kasteel van Triëst daartoe niet genoegzaam scheen? Dat was wel belangrijk voor graaf Sandorf en zijne vrienden; maar dat kregen zij niet te weten, welke moeite zij daartoe ook aanwendden.

De nacht was donker. Ternauwernood konden de lantaarns van het rijtuig den weg verlichten tot bij de eerste rij der ruiters van de bedekking. Men reed snel vooruit. Mathias Sandorf, Stephanus Bathory en Ladislas Zathmar hielden zich stil en zwijgend in hunne hoeken. Ook Sarcany poogde dat stilzwijgen niet te verbreken, noch om tegen zijne inhechtenisneming te protesteeren, noch om te vragen, waarom deze geschied was.

Na Triëst verlaten te hebben, veranderde het postrijtuig zoodanig van richting, dat het in schuinsche strekking naar de zeekust teruggevoerd werd. Graaf Sandorf kon toch te midden van het leven, door de hoeven der paarden, door de wielen van het rijtuig, door het geklikklak der sabels veroorzaakt, in de verte het gedruisch van de branding op de rotsen van het strand vernemen. Eenige lichten schitterden gedurende enkele oogenblikken in den nacht, maar verdwenen weer dadelijk. Het was een klein vlek, Muggia genaamd, hetwelk het postrijtuig doorgereden had zonder halt te houden. Daarna meende graaf Sandorf dat hun weg weer landwaarts in voerde.

Te elf uur in den avond, stond het rijtuig stil om te verspannen. Er was niets anders te zien dan eene soort hoeve, waar de paarden wachtten, geheel en al gereed om aangespannen te worden. Het was de gewone pleisterplaats voor de postrijtuigen niet. Men had vermeden, die van Capo d’Istria aan te doen.

De bedekking reed weer vooruit. Het rijtuig volgde thans een weg, die tusschen wijngaarden door liep, wiens slingerloten zich aan de takken der moerbeziënboomen als festoenen vasthechtten. Men bleef steeds in de vlakte, hetgeen veroorloofde zeer snel te rijden. De duisternis was des te zwarter, daar verscheidene dikke wolken, door een stevigen zuidwesten wind voortgejaagd, het geheele uitspansel innamen en bedekten. Hoewel de glasramen der portieren van tijd tot tijd neergelaten werden om de lucht in het rijtuig eenigszins te ververschen,—want de zomernachten zijn zoel in Istrië—zoo was het toch onmogelijk iets te kunnen onderscheiden, zelfs binnen zeer beperkten straal.

Welke aandacht graaf Mathias Sandorf, graaf Ladislas Zathmar en Stephanus Bathory ook inspanden om zich de geringste aanwijzingen, die zich onderweg voordeden op te teekenen, zooals de richting van den wind, den verloopen tijd sedert hun vertrek, zoo gelukte het hun toch niet te weten in welke richting het postrijtuig reed. Men wilde ongetwijfeld dat het gerechtelijk onderzoek in deze zaak in het grootste geheim en op eene plaats die onbekend voor het volk moest blijven, zou geschieden.

Tegen twee uren in den morgen verspande men voor den tweeden keer. Evenals bij de eerste verspanning duurde zij ternauwernood vijf minuten.

Graaf Sandorf meende in het donker eenige huizen te bespeuren, die een groepje aan het uiteinde van een weg vormden en bijgevolg de uiterste huizen van een voorstad konden zijn.

Dat was Baja, de hoofdplaats van het district van dien naam, welke op ongeveer een twintigtal mijlen van Muggia gelegen is.

Zoodra de versche paarden aangespannen waren, fluisterde de luitenant der maréchaussées den postiljon iets in het oor, waarop het postrijtuig in galop vertrok.

Tegen half vier zou de dag aanbreken. De gevangenen zouden een uur later, door de opkomende zon, zich eenigermate rekenschap hebben kunnen geven van de hoofdrichting, die zij tot nu toe gevolgd hadden. Zij zouden ten minste kunnen bepalen of zij noord- of zuid-, oost- of westwaarts gereden hadden. Maar toen sloten de maréchaussées de raamkleppen dicht, zoodat het innerlijke van het rijtuig in diepe duisternis gedompeld was.

Noch graaf Sandorf, noch zijne beide vrienden lieten zich eene enkele opmerking ontvallen. Er zou toch niet naar geluisterd zijn, dat was maar al te zeker. Beter was het dus maar volkomen te berusten en te wachten.

Een of een paar uur later—het zou moeilijk geweest zijn den tijd te schatten,—hield het rijtuig voor de laatste maal stil en verspande bij het vlek Visinada.

Alles wat men van dat punt af kon waarnemen, was dat de weg zeer moeilijk werd. Het geschreeuw van den postiljon, het klappen der zweep, moedigde de paarden aan, wier hoefijzers op den ongelijken steenachtigen bodem van die bergachtige landstreek weerklonken. Eenige heuvels, met kleine bosschen overdekt, die een grijsachtig voorkomen vertoonden, hadden den gezichtseinder zeer begrensd. De gevangenen hadden twee of drie maal de tonen eener fluit kunnen vernemen. Dat waren jeugdige herders, die hunne vreemdsoortige melodieën bliezen, terwijl zij hunne kudden zwarte geiten hoedden. Maar dat was wel eene onvoldoende aanduiding van de landstreek, die men doorreed, en men moest zich tevreden stellen met niets te zien.

Het kon zoo ongeveer negen uur in den morgen geweest zijn, toen het postrijtuig een geheel anderen gang aannam. Men kon zich daarin niet vergissen, het rolde toen snel langs eene helling naar beneden, na eerst het hoogste punt van den weg bereikt te hebben. Die snelheid was zeer groot, zoodat zelfs de wielen herhaaldelijk geremd moesten worden.

En inderdaad, na eerst in dat geaccidenteerde terrein, hetwelk door den berg Major beheerscht wordt, gestegen te zijn, daalde de weg schuins naar beneden, toen hij Pisino naderde. Hoewel die stad nog vrij hoog boven de oppervlakte der zee verheven is, zoo schijnt zij toch in een dal begraven te liggen, wanneer men omliggende hoogten in aanmerking neemt. Lang alvorens haar te bereiken, kan men reeds het torentje bespeuren, dat boven de groep harer huizen, welke schilderachtig amphitheatersgewijs gebouwd zijn, uitsteekt.

Pisino is de districtshoofdplaats en telt eene bevolking van ongeveer vijf en twintig duizend zielen. Zij is nagenoeg in het midden van dat driehoekig schiereiland gelegen, en de Morlakken, de Slavoniërs van verschillende stammen, zelfs de Tsiganen wemelen in die stad, vooral tegen het tijdstip der jaarmarkten, wanneer een aanzienlijke handel gedreven wordt.

Als oude stad heeft de hoofdplaats van Istrië haar feodaal karakter behouden. Dat komt vooral in haar versterkt kasteel uit, hetwelk eenige nieuwere militaire etablissementen, waarin de administratieve bureaux van het Oostenrijksche Gouvernement gevestigd zijn, beheerscht.

Het was op de binnenplaats van dat kasteel, dat het postrijtuig op den 9den Juni des voormiddags te tien uren ongeveer, na eene reis van ruim vijftien uren, stilstond. Graaf Sandorf met zijne beide makkers, alsook Sarcany moesten toen uitstijgen. Eenige oogenblikken later waren zij ieder afzonderlijk gekerkerd in de gewelfde vertrekken van dat gebouw, welke zij slechts konden bereiken, na een vijftigtal treden van een groote trap opgeklommen te zijn.

Het was de geheime opsluiting in hare volle gestrengheid.

Hoewel zij hoegenaamd geene gemeenschap met elkander hadden en zij derhalve niet van gedachten wisselen konden, zoo hadden Mathias Sandorf, Ladislas Zathmar en Stephanus Bathory slechts één denkbeeld, hetwelk hun brein martelde: Hoe was het geheim der samenzwering ontdekt geworden?

Was ’t het toeval, dat de politie op het spoor gebracht had?