Maleisch-Nederlandsche Gesprekken
Part 8
Sekôla terbuka pukul tujuh pâgi. De school begint (is geopend) om zeven uur ’s morgens. Âpa yang diâjarkăn di sekôla Wat wordt op deze school onderwezen? ini? Tulis dan bâca, kîra-kîra dan Lezen en schrijven, rekenen en wat ilmu-bumi sedikit. aardrijkskunde. Berâpa pengâjar-ña (gûru-ña)? Hoeveel onderwijzers zijn er? Berâpa mûrid-ña (pelâjar-ña)? Hoeveel leerlingen? Âda lima pangkat, mâsing-mâsing Er zijn vijf klassen, elk heeft vijf dua-puluh-lima ôrang budaq-ña; en twintig leerlingen; er zijn maar pengâjar-ña tiga ôrang sâja. drie onderwijzers. Umur berâpa bôleh masuq? Op welken leeftijd mag men toegelaten worden (ingaan)? Masuq umur enăm tujuh tâun, Men komt er op op zesjarigen tuan; keluar umur dua-belas. leeftijd, mijnheer; en verlaat de school (gaat eruit) op twaalfjarigen leeftijd. Rumah-ña dan segâla pekâkas-ña, Het gebouw (huis) en al ’t huisraad, saperti bangku-bangku dan als de banken, het bord, het krijt, pâpan-tulis dan kapur-ôlanda dan de sponzen enz. worden alle door het bunga-kârang dan sebâgay-ña itu Gouvernement bekostigd, maar de semua-ña dibiâyakăn ôleh onderwijzers krijgen geen pemeréntâhan (gupermèn), tetapi traktement, alleen ontvangen zij pengâjar-ña tidaq dapat gâji, schoolgeld en verdeelen het melâinkăn wang-sekôla gelijkelijk. diterimâ-ña, dibâgi-ña sâma-râta. Âtûran-ña pengâjâran itu menûrut Het reglement van ’t onderwijs is sekôla-pemaréntâhan juga. als dat van de Gouvernementsscholen (volgt de gouvernementsscholen). Tuan suka bertâña âpa-âpa? Wenscht u wat te vragen? Suka juga. Panggil budaq yang Jawel. Roep een jongen, die heel cerediq sekâli, sûruh keluar. schrander is, laat hem eruit komen. Côba ambil petâ-bumi. Tuñjuqkăn Neem ’s de wereldkaart. Wijs al de segâla semudra. oceanen. Bagi-mâna luas-ña dârat Hoe is de oppervlakte tertimbang dăngăn luas-ña lâut (uitgestrektheid) van het vasteland di bumi ini? vergeleken met de uitgestrektheid van de zee op deze aarde? Sâtu bâgian deri empat, tuan. Als een tot vier, mijnheer (éen deel van vier, m.) Bâik lah. Sûruh keluar lâin Goed. Laat een anderen jongen budaq. voorkomen (uitkomen). Côba kaw tuñjuqkăn lah Toon jij me ’s je bekwaamheid in ’t kepandâyan-mu tentang kîra-kîra. rekenen (betreffende het rekenen). Berâpa jumlah-ña tujuh dan Hoeveel is de som van zeven en tiga-puluh dan lima-belas? dertig en vijftien? Tulis angka itu yang sâtu di Schrijf die cijfers onder elkaar; bâwah yang lâin; sekârang tel nu op. jumlahkăn. Sekârang tôlaq sa-belas, sudah. Trek nu elf af, goed (afgedaan). Pukul lima. Jâdi berâpa? Vermenigvuldig met vijf. Hoeveel is ’t (wordt ’t) dan? Sekârang bâgi tiga. Deel nu door drie. Âpa nâmâ-ña bilangan ini? Wat is de naam van dit getal? Ini penôlaq, ini yang ditôlaq Dit is de aftrekker, dit het deripâdâ-ña, ini pembâgi, ini aftrektal, dit de deeler, dit het yang dibâgi, ini bâgian, ini deeltal, dit het quotiënt, dit de pemukul, ini yang dipukul, ini vermenigvuldiger, dit het hâsil; ini pecâhan. vermenigvuldigtal, dit het product; dit een breuk. Nâmâ-ña ini kebâñâkan, bilangan. De naam hiervan is een grootheid, Ini bilangan gasal (of gañjil), een getal. Dit is een oneven getal, ini pun bilangan-geñăp. dit echter een even getal. Bilangan ini bôleh kah kaw Kan je dit getal in het twaalftallig pindahkăn ke dalam stelsel overbrengen? perbilangan-perduabelâsan? Sâlah sifar itu. Betulkăn. Die nul is fout. Verbeter het. Segi-tiga ini bâgi dua segi-ña. Deel van dezen driehoek de zijden in Sekârang pasang gâris-tepat deri tweeën. Trek nu een loodlijn van ’t pertemuan ketiga gâris itu ka snij (ontmoetings)punt der drie segi AB [23]. lijnen naar de zijde AB. Itu segi-tiga yang sâma kaki-ña; Dit is een gelijkbeenige driehoek; segi-tiga yang ber-siku-siku; dit een rechthoekige driehoek; gâris-pertengâhan, gâris middellijn, deellijn, pembâgi, gâris peñambung, gâris verbindingslijn, kromme lijn; bujur, gâris béngkoq; buntâran. cirkel. Ilmu-handasah sudah lah Nu hebben we genoeg meetkunde gehad sekârang. Âpa kah artiña (meetkunde afgedaan nu). Wat is de perkâtâän ilmu-saraf? Âpa beteekenis van ’t woord ilmu-saraf kalimat? (spraakkunst, behalve woordvoeging)? Wat is een volzin? Sekârang sâya endaq bertâña hal Nu wil ik ’s vragen doen over (al) segâla ukûran dan timbangan dan de lengtematen, gewichten en takâran. inhoudsmaten? Sâtu pal berâpa métăr? Hoeveel M. is een paal? Sâtu asta berâpa jengkal? Hoeveel jengkal is een asta? (Antw. 2). Sâtu depâ berâpa asta (setâ)? Hoeveel asta is een depâ? (Antw. 4 vadem). Sâtu êla berâpa asta? Hoeveel asta is een êla? (Antw. 2). Sâtu kôyan berâpa pikul? Hoeveel pikul is een kôyan? (Antw. 40 en 30). [24] Sâtu pikul berâpa kati? Hoeveel kati is een pikul? (Antw. 100). Sâtu kati berâpa pon? Hoeveel pond is een kati? (Antw. ¼). Sâtu pikul berâpa pâra? Hoeveel pâra is een pikul? (Antw. 2). Sâtu pâra berâpa gantang? Hoeveel gantang is een pâra? (Antw. 10). Sâtu gantang berâpa cupaq? Hoeveel cupaq is een gantang? (Antw. 14). Sâtu cupaq berâpa pâu? Hoeveel pâu is een cupaq? (Antw. 4). Sâtu ringgit dua rupiah sa Een rijksdaalder is twee en een tengah (empat suku). halve gulden (vier halve gld.) Sâtu rupiah dua suku; sâtu suku Een gulden is twee halve, een halve dua tâli; sâtu tâli dua picis gld. twee kwartjes; een kwartje twee lima sèn. dubbeltjes en vijf cent.
26. ONLUSTEN IN EEN INLANDSCHEN STAAT.
Âda kah tuan dăngăr kâbar? Heeft u ’t bericht gehoord? Kâta ôrang sudah jâdi pergâduhan Men zegt, dat er in de bovenlanden besar di Ulu-Pêraq. van Pérak ernstige (groote) onlusten uitgebroken (lett. ontstaan) zijn. Âda kunun bagitu. Dat wordt zoo beweerd. (Er zijn naar men zegt zoo). Âpa sebab jâdi pergâduhan itu? Waardoor zijn die onlusten ontstaan? Asal-ña bagini, tuan: De oorzaak is aldus, mijnheer: Âda sâtu ôrang dalăm dâirah itu Er was iemand in dat gebied pengulu, meñjâdi pengulu-ña, tetapi maar de nieuwe sultan hield niet van Yam-Tuan bâru ini tidaq suka hem; hij heeft hem ontslagen en een akăn dia; dipecatkăn, dia ander in de plaats van hem den titel gelarkăn lâin ôrang mengganti van pengulu gegeven. Om die reden dia jâdi pengulu di situ. Sebab vecht de nieuwe met den ouden itu berkelay lah pengulu bâru pengulu. dăngăn pengulu lâma. Âda kah yang mati luka? Zijn er dooden of gewonden? Belom âda, tuan. Âda juga dua Nog niet, mijnheer. Er zijn er tiga. enkelen (toch twee of drie). Sabelah mâna yang mati itu? Aan welke zijde zijn die dooden? Sabelah pengulu bâru, tuan. Aan de zijde van het nieuwe hoofd. Âda bârang dua-puluh ôrang dia, Er zijn een twintigtal van zijn berjâlan dalăm utan, jumpa sâtu lieden ’t bosch in gegaan, en een kubu musuh, berkelay lah di vijandelijke versterking situ. Yang di dalăm kubu itu âda tegengekomen, en daar hebben ze berse-nâpang bâñaq, yang lâin gevochten. De lui in de versterking dua tiga pucuq sâja. Undur lah hadden veel geweren, de anderen maar ôrang sabelah pengulu bâru itu, twee of drie stuks. De lui van het diambat oleh musuh-ña, mati tiga nieuwe hoofd weken, en werden door ôrang sabelah pengulu bâru, hun vijanden achterna gezet; drie kâwan-ña yang lâin-lâin lâri man aan de zijde van den nieuwen dalăm utan, lintang-pukang pengulu zijn gesneuveld, de overige ceray-beray. kameraden zijn in ’t bosch gevlucht, hals over kop in alle richtingen. Pâda âri ini pun ta tentu Zelfs heden is hun verblijf (plaats) tempat-ña. niet bekend (vast). Siâpa ambil mâit ôrang tiga yang Wie heeft de lijken van de drie mati itu? gesneuvelden gehaald? Tinggal dalăm utan, tiâda Ze zijn in ’t bosch achterbleven, er (t’âda) ôrang berâni was niemand die ze durfde halen. mengambil-ña. Kâlaw bagitu, mâlu benăr pengulu Dan is ’t een erge schande voor den bâru itu, mâit kâwan-ña nieuwen pengulu (is de nieuwe p. erg tertinggal. beschaamd) dat de lijken zijner gezellen achtergebleven zijn. Pâda kîra kâmi ôrang Melâyu mâlu Naar de opvatting van ons Maleiers sekâli, tuan. is ’t een heele schande, mijnheer. Di mâna musuh sekârang? Waar zijn de vijanden nu? Ta tentu tempat-ña, tuan. ’t Is niet bekend waar ze zijn, mijnheer (niet vastgesteld hun plaats). Kâlaw bagitu, bâik kita pegi Dan moeten wij (is ’t goed, dat wij) mengâkap. gaan spionneeren. Bôleh antăr (sûruh) We kunnen ’t hoofd der spionnen met penglima-kâkap dăngăn dua ôrang. twee man sturen. Bâik lah, malăm sekârang bulan Goed, van avond is ’t heldere maan, terang, sûruh dia-ôrang jâlan laat ze op weg gaan en de meñcâri tempat musuh, di mâna verblijfplaats der vijanden kubu-ña, berâpa buah kubu, opzoeken, waar hun versterkingen berâpa ôrang musuh, berâpa zijn, hoeveel stuks versterkingen er meriăm-ña, dan âpa-âpa macăm-ña. zijn, hoeveel man de vijand sterk is, hoeveel kanonnen ze hebben, en welke soorten daarvan. Penglima-kâkap sudah bâlik, Het hoofd der spionnen is al terug, tuan. Musuh âda di Pâpan, sudah mijnheer. De vijand is te Pâpan, ze berkukuh di situ Penglimâ-ña hebben zich daar versterkt. Ze tiga ôrang, kubu-ña dua buah, hebben drie hoofden, twee sabelah kânan sa buah, sabelah versterkingen, (palissadeeringen), kîri sa buah, dăngăn kôta sa rechts een, links een, met een fort buah di âtas bukit, di belâkang op een heuvel, achter die twee kubu yang dua buah itu. Ôrang-ña versterkingen. Hun volk bedraagt tengah dua râtus lebih-kûrang, ongeveer honderdvijftig man, meriăm tidaq âda, tetapi lila kanonnen hebben ze niet, maar ze âda tiga pucuq dalăm kôta itu. hebben drie lila’s (soort mortieren) in dat fort. Bâik lah. Kâlaw bagitu, kita Goed. Dan (als ’t zoo is), dan masuq mengâmuq kôtâ-ña deri zullen we hun fort van achteren belâkang, kemudian mudah bestormen (lett. stormende ingaan), mengambil kubu-ña. daarna is ’t gemakkelijk hun versterkingen te nemen. Kâlaw sudah diambil kôtâ-ña, Als hun fort al genomen is, leveren kubu ta susah lâgi. de versterkingen geen last meer op (zijn de versterkingen niet lastig meer). Lantaq betul-betul, jangan Pak ze flink aan, niet wankelmoedig ôlo-ôlo, jangan undur zijn, en volstrekt niet wijken sekâli-kâli. (teruggaan). Sudah dekăt kôta, nampaq musuh We zijn al dicht bij ’t fort, de di dalăm, pasang senâpang sâtu vijand erin is reeds te zien, vuur dăs, kemudian mengâmuq dăngăn een geweerschot af (schiet af een keris sâja. geweer éen „paf”), daarna maar aanvallen met de kris. Kôtâ-ña terpagăr keliling, lâgi Hun fort is rondom gepalissadeerd, âda pârit dan rañjaw. bovendien is er een gracht en ranjaws [25]. Tid’âpa, bôleh kita mengâkap Dat doet er niet toe, wij kunnen meñcâri pintu kôta, di situ lah spionneeren en naar de deur van ’t masuq. fort zoeken, daar gaan we binnen. Tentu dua pintu-ña, Zeker er twee deuren aan, ’t is ’t pintu-belâkang bâik masuq, nanti beste de achterdeur in te gaan, dan musuh lâri deri pintu-adăp; vlucht de vijand door de voordeur, bôleh ôrang kita meñjâga di situ onze lui kunnen daar de wacht houden menâhan dia. en ze tegenhouden. Sediakăn ôbat dăngăn pelûru Maak kruit en kogels klaar genoeg om cukup isikăn empat-puluh petrum veertig patronen voor ieder man te pâda tiap-tiap ôrang. vullen. Kâlaw datăng ujan, tudungkăn Als er regen komt, moet je de petrum bâik-bâik. patronen goed toedekken. Mâsing-mâsing âda kerpay, tuan: Ieder heeft een patroontasch, petrum ta bôleh bâsah. mijnheer: de patronen kunnen niet nat worden. Siâpa pasang senâpang tâdi? Wie heeft zooeven een geweerschot afgeschoten? Musuh, tuan. De vijand, mijnheer. Dăngăr bâik-bâik. Luister ’s goed. Dipasang-ña tiga dăs, tentu lah Ze hebben driemaal gevuurd, zeker is alâmat musuh itu. dat een signaal (teeken) van den vijand. Tuan pakay prisay kah? Draagt (gebruikt) u een schild? Tidaq, ta guna beperisay, kâlaw Neen, ’t is onnut een schild te musuh bedil dăngăn pemûras, dragen, als de vijand met bârang-kâli sa butir pelûru donderbussen schiet, raakt misschien dalăm sa râtus yang kenâ. éen kogel op de honderd.
27. GESPREK MET EEN KOOPMAN EN OVER KOOPMANSAANGELEGENHEDEN.
Eñciq Mahmud âda di rumah? [26] Is Eñciq Mahmûd thuis? Âda, tuan, sila kăn tuan masuq, Jawel, mijnheer (is er, m.); wees bôleh duduq di sini dulu. Nanti zoo goed binnen te komen, u kan sâya beri tâu. Sâya kîra Eñciq hier eerst zitten. Ik zal kennis lâgi berpakay-pakay. geven. Ik geloof, dat de E. nog bezig is zich aan te kleeden. Tâbik, Eñciq, âpa kâbar? Goedendag, E., hoe gaat het? Kâbar bâik, tuan. Tuan suka âpa? Goed, mijnheer (goed bericht, m.). Wat verlangt u? Sâya ôrang bâru di kôta ini. Ik ben een nieuweling in deze stad. Kâlaw bôleh, sâya endaq meliat Als ’t mag, wil ik den winkel zien, tôko, lâgi endaq bercakăp-cakăp en bovendien wat praten; want ik sedikit; sebab sâya dăngăr kâbar heb gehoord (tijding gehoord), dat Eñciq ini sudâgar besar, bâñaq u een groot koopman is, dat u veel bârang-bârang-ña yang âlus dan fijne en mooie goederen heeft. éloq. Âda juga, tuan. Dăngăn suka-ati Jawel, mijnheer. Met genoegen (des sâya tuñjuqkan âpa-âpa yang âda. harten) laat ik u alles zien wat er is. Âda kah Eñciq berpesăn bânaq Bestelt u veel goederen (artikelen) bârang deri Êrôpah? uit Europa? Bâñaq, tuan. Sâya selâlu bekîrim Veel, mijnheer. Ik correspondeer sûrat dăngăn sudâgar-sudâgar voortdurend met groote kooplui te besar di Amsterdam dan di Amsterdam en Rotterdam; ik bestel Rotterdam; âda juga sâya pesăn ook wel uit Londen. deri London. Di Tânah India-Ôlanda ini bêa Hier in Nederlandsch-Indië is het bârang-bârang yang dibâwa masuq invoerrecht van ingevoerde goederen itu bâñaq, tuan. Tambâhan pula hoog (veel), mijnheer. Bovendien bârang Êrôpah itu bâñaq kosten de Europeesche goederen veel belañjâ-ña kapal; jâdi argâ-ña di aan scheepsvracht, zoodat de prijs sini mâhal tertimbang dăngăn hier hoog (duur) is vergeleken met Êrôpah. (opgewogen tegen) Europa. Bârang macăm âpa Eñciq terima Welke soort artikelen ontvangt u ’t terlebih bâñaq deri Êrôpah? meest uit Europa? Kâlèng isi bârang-makânan, tuan, Blikjes met eetwaren, mijnheer, die itu yang terlebih bâñaq. Pesânan ’t allermeest. Mijn bestellingen sâya itu berpuluh-puluh peti sa gaan bij tientallen kisten kâli. tegelijk. Minuman pun Eñciq pesăn deri Bestelt u ook dranken uit Europa? Êrôpah juga? Ia, bâñaq, tuan, semuâ-ña sâya Ja, veel, mijnheer; alles ontvang terima deri negeri Ôlanda. ik uit Holland. Kâlaw sopi dan sopi-mânis, bâik Wat jenever en likeuren aangaat, is dipesăn deri Ôlanda; tetapi ’t goed uit Holland te bestellen; anggur lebih bâik deri negeri maar wijn is beter uit Frankrijk; Frañcis; tentu lebih mûrah. dat ’s zeker goedkooper. Sungguh, tuan, tetapi mâna bôleh Zeker, mijnheer, maar hoe zou ik sâya pesăn deri sâna? dat daarvan kunnen bestellen? Saya tidaq tâu bâsa Frañcis, Ik ken geen Fransch, en de sudâgar sâna pun tidaq tâu bâsa kooplieden daar geen Maleisch. Melâyu. Eñciq bôleh câri wakil di Ôlanda, U kan een gemachtigde in Holland yang tâu bâsa Melâyu, maka dia zoeken, die Maleisch kent, dan kan bôleh bekîrim-sûrat dăngăn die correspondeeren met een sudâgar-anggur di Frañcis. wijnhandelaar in Frankrijk. Nanti sâya pikirkăn, tuan, Ik zal er ’s over denken, mijnheer, bârang-kâli jâdi bagitu. misschien gaat het (lukt het) zoo. Bagi-mâna hal bayâran, Eñciq, Hoe gaat het met het betalen (de kâlaw sâya bôleh tâna? Âda kah betaling), Eñciq als ik vragen mag? Eñciq kîrim wang dăngăn Zendt u het geld per postwissel? sûrat-tukâran-pos? Tidaq, tuan. Biâsâ-ña sâya kîrim Neen, mijnheer. Gewoonlijk zend ik sûrat-tukâran sâja. Sâya selâlu maar een wissel. Ik ben steeds in berutang-piutang dăngăn rekening-courant met een bankhuis rumah-wang di Amsterdam. (geldhuis) te Amsterdam. Bôleh kah ôrang berutang di sini, Kan men hier crediet krijgen, Eñciq Eñciq? (schuld hebben, schuldig zijn)? Bôleh juga, tuan, asal sâya kenal Jawel, mijnheer, mits ik de sâma ôrang-ña. menschen ken. Bôleh dâpăt krêta-angin sâma Kan men rijwielen bij u krijgen? Eñciq? Bôleh, tuan. Âda rupa-rupa Jawel, mijnheer. Ik heb er van alle (macăm-macăm), nanti sâya soorten, ik zal ze u laten zien. tuñjuqkăn. Macăm Crescent pun âda? Heeft u ook Crescent-cycles (soort Cr. is er ook)? Tidaq, tuan, macăm itu tidaq laku Neen, mijnheer, dat soort is hier di sini. niet gewild. Kâlaw bôleh, sâya minta Als u ’t goed vindt (als ’t mag), daftar-arga (katerangan-arga) vraag ik een prijs-courant. segâla bârang dalăm tôko. Bôleh, tuan; tetapi endaq lah Goed, mijnheer; maar denk u eraan: tuan ingăt: âda bârang yang tidaq er zijn artikelen, die niet vast tetăp argâ-ña; bôleh nâik, bôleh van prijs zijn; ze kunnen opslaan tûrun argâ-ña. en afslaan. Bârang ini sâya beli borong pâda Deze goederen heb ik bij elkaar (in sudâgar Cina yang jâtoh itu. éen partij) gekocht van den [27]. Chineeschen koopman, die failliet is gegaan. Berâpa percent di bâyar-ña pâda Hoeveel percent heeft hij aan zijne segâla ôrang yang berpiutang crediteurs betaald? kepâdâ-ña? Sâya dăngăr kâbar tiga puluh âtas Ik heb hooren zeggen (ik heb ’t sa râtus; sâya pun dapăt bericht gehoord) dertig percent. tiga-puluh-lima. Dia berutang pâda sâya sa ribu Hij was mij duizend dollar ringgit; sâya piñjămkăn dulu, schuldig; ik heb hem dat vroeger dăngăn jañji bâyar bunga delâpan geleend, met de bepaling dat hij percent sa tâun. Biar dia pegang acht percent rente jaarlijks zou pokoq-ña sa-puluh tâun, asal sâya betalen. Hij mocht het kapitaal makan bungâ-ña sâja. Maka desnoods tien jaar houden, mits ik sekârang sudah dua tâun, bungâ-ña maar de rente trok. En nu is ’t pun tidaq sâya terima, melâinkăn reeds twee jaar, de rente heb ik dapăt kembâli tiga-râtus zelfs niet ontvangen, alleen maar lima-puluh ringgit sâja. heb ik drie honderd vijftig dollar terug gekregen. Ah, tuan, Cina itu bâñaq yang Och, mijnheer, onder die Chineezen tidaq teguh! zijn er velen niet solied (stevig)! Sâya beli ini, Eñciq. Ik koop dit, Eñciq. Umar, bungkus ini; nanti bâwa ke Omar, pak dit in; bezorg het straks rumah tuan. bij mijnheer. Tâbiq, tuan. Dag, mijnheer.
28. OPENBARE VERKOOPING (VENDUTIE).