Maleisch-Nederlandsche Gesprekken
Part 6
Kaw meñcâri kerjâ sâis kah Zoek je werk als staljongen (tukang-kuda kah)? (paardejongen)? Kaw panday kah kerjâ-kuda? Kan je met paarden omgaan? (Ben je bekwaam in paardenwerk?) Aku âda dua ékor kuda—sa pasang Ik heb twee paarden—een span—jij (jori)—kaw endaq meñjâga yang sa moet een er van verzorgen, bovendien ékor, lâgi jâdi kusir (coachman) koetsier zijn, wanneer ik dat kâdang-kâdang, bila aku suka, verlang, en ook nog helpen met het dan lâgi tulung cuci (bâsuh) schoonmaken van ’t paardetuig. pakâyan-kuda. Makânan kuda aku yang membeli, ’t Voeder voor de paarden koop ik, maka sa-âri-âri kaw minta sâma en dagelijks vraag jij dat aan den boy (jongos), dia bôleh beri huisjongen, die kan je voeder voor makânan cukup sa âri. een dag (genoeg) geven. Berâpa tuan beri makan sa ékor Hoeveel voeder geeft u éen paard per kuda sa âri? dag? Tiap-tiap âri kaw endaq lah beri Iederen dag moet je de paarden drie makan tiga kâli pâda kuda, sa maal te eten geven, in eens twee kâli makan pâdi dua cupaq, „cupaq” pâdi (een vierde „gantang”), kacang sa cupaq, busi (dedăk) sa een „cupaq” Indische paardeboonen, tengah cupaq. en een halve „cupaq” zemelen. Aku mâu krêta ésoq pâgi pukul Ik wil morgen ochtend om tien uur ’t sa-puluh, ’naq pegi ke rijtuig hebben, ik wil naar Singapûra. Singapoer gaan. Kuda jori kah (sa pasang kah)? ’t Span paarden? Tidaq, kuda tunggal. Neen, een enkel paard. Kuda ităm, kuda mêrah, kuda ’t Zwarte paard, ’t bruine paard, ’t belang, kuda abluq. gevlekte paard (de schimmel), ’t muiskleurige paard. Pegang kuda ini sabentar. Hoû dit paard een oogenblik vast. Legam (kekang) sudah bekârat, ’t Bit is al verroest, waarom maak âpa fasal (âpa sebab) tidaq kaw je ’t niet beter schoon? cuci (beresihkan) lebih bâik? Gosoq bâik-bâik, kemudian târoh Poets (wrijf) ’t goed, daarna doe je miñaq-selâda sedikit. er wat slâ-olie op. Ras (tâli kekang, lès) kîri De linkertoom is in de war, maak dat kusut, betulkăn. in orde. Jut (setrèng) belom diïkătkăn! De strengen zijn nog niet Âpa sebab kaw tidaq peratikăn vastgemaakt! Waarom let je er niet bâik-bâik? Kâlaw kuda lâri goed op? Als ’t paard nu er van door sekârang, nanti jehânam kita. gaat, zijn wij gefopt (in de hel). Lepaskăn kuda, lepaskăn Laat ’t paard los, laat den kop los. kepâlâ-ña. Nâik di belâkang. Stijg achter op. Mâna câbuq (cambuq)? Waar is de zweep? Mâna cemeti? Waar is de karwats? Tertinggal, tuan. Die is achtergebleven, mijnheer. Lekas pegi mengambil ña. Ga ’m gauw halen. Jâlan lah, aku ta bôleh menanti Ga je gang, ik kan niet langer lâgi. Jâlan pelâhan-pelâhan. wachten. Rij (ga) langzaam. Lekas lâgi! Nog sneller! Pukul sedikit. Sla ’m een beetje. Ta bôleh pukul, tuan, nanti dia Slaan mag niet, mijnheer, anders jâhat (nakal). wordt hij kwaadaardig (ondeugend). Pegang rôda, pusingkăn Hoû het wiel vast, draai ’t. (putărkăn). Letaqkăn pakâyan itu, mâri sini Leg dat tuig neer, kom hier en hoû pegang kuda. het paard vast. Kaw berbuat âpa? Jangan pegang Wat voer je uit? Hoû het paard niet kuda bagitu. zoo vast. Bagimâna mâu pegang, tuan? Hoe moet hij dan vastgehouden worden, mijnheer? (Hoe wil ’t vastgehouden?) Pegang dekăt kekang-ña Houd ’m vast dicht bij ’t bit met (legam-ña), dua-dua tangan sa beide handen te gelijk. kâli. Nanti gigit, tuan. Hij zal me bijten, mijnheer. Ta bôleh gigit. Hij kan niet bijten. Kuda ini meñépaq kah? Slaat dit paard? Tidaq, tuan, jinaq benăr, tidaq Neen, mijnheer, hij is erg mak, nakal sekâli; tidaq bertingkah. heelemaal niet kwaad (ondeugend); heeft geen kuren (streken, grillen, bizondere manieren). Pasang krêta: aku endaq makan Span ’t rijtuig in: ik wil een angin sedikit. toertje doen (lett. een beetje wind eten). Kuda sakit, tuan: ta bôleh ’t Paard is ziek, mijnheer; hij kan pakay. niet gebruikt worden. Kûrang âpa? Wat mankeert hij? Sakit serdi, tuan. De droes, mijnheer. Panggil tuan doktor-hêwan, minta Laat den paardenarts komen (lett. beri ôbat. roep...) verzoek hem geneesmiddelen te geven. Kuda sakit bâtuq, dua tiga âri ’t Paard hoest (heeft hoestziekte), bôleh bâik pula. in twee of drie dagen kan hij weer gezond (goed) zijn. Aku arăp bagitu, tetapi perlu Dat hoop ik (lett. ik hoop zoo), kaw belâ (peliâra) bâik-bâik. maar ’t is noodzakelijk, dat je ’m goed oppast. Berâpa âri lâgi bâru bôleh Binnen hoeveel dagen is hij pas weer pakay? te gebruiken? (lett. hoev. dagen nog pas kan (men) gebruiken?) Jangan beri kăn dia makan rumput Geef hem niet te veel gras te eten, terlâlu bâñaq, sa kâli makan sa eens per dag is genoeg (eens eten âri cukup lah. een dag...) Mâu nâik kuda ésoq petăng pukul Ik wil morgen namiddag om vier uur empat, bâwa kuda ke kantor paard rijden, breng het paard naar (ufis). ’t kantoor. Belâkang-ña luka, ta bôleh pakay Zijn rug is gewond, hij kan geen sêla (jin, pelâna), tuan. zadel velen, mijnheer. (lett. niet kan gebruiken een zadel).
18. GESPREK MET EEN SCHRIJVER.
Jûru-tulis, jangan datăng Schrijver, je moet niet zoo laat siang-âri bagitu. Sudah berâpa komen (zoo in de „siang”, het deel kâli sâya kâta: ta bôleh tidaq van den dag van 10–3). Hoeveel maal datăng pâgi pukul tujuh betul. reeds heb ik gezegd, dat je zonder Kâlaw siang-âri bagitu, mankeeren ’s morgens precies om pekerjâän ta bôleh âbis. zeven uur moest komen (lett. dat je niet niet mag komen...) Als ’t zoo laat is, kan ’t werk niet af komen. Âda pekerjâän âpa, tuan? Wat is er voor werk, mijnheer? Âda sûrat-sûrat ini, bâru sampay Er zijn deze brieven, die gisteren semalăm. Semua mâu dibalăs pas (aan)gekomen zijn. Ze moeten lekas-lekas. alle zeer spoedig beantwoord worden. Balâsan sûrat itu târoh di mêja Leg ’t antwoord op dien brief daar kecil situ, lâinkăn deri op die kleine tafel (op gindsche kl. sûrat-sûrat lâma. t.) houd ’t afgescheiden van de andere brieven (zonder ’t af van...) Sûrat dua lay ini sâlin Schrijf deze twee brieven goed over. bâik-bâik. Sâlinan ini tidaq bôleh pakay: Dit afschrift kan ik niet gebruiken: congkah-mangkih hurûf ña, lâgi de letters staan schots en scheef, kûrang terang tulisan-ña. Sâlin bovendien is ’t schrift minder sa kâli lâgi. duidelijk, schrijf ’t nog eens over. Sampul-sûrat (sârung-sûrat) De enveloppen zijn op, mijnheer. sudah âbis, tuan. Kepâla-râja (prangko) cukup-kah? Zijn er genoeg postzegels? Cukup, tuan, macăm mêrah lâgi sa Jawel (genoeg) mijnheer, van de râtus lay. roode (roode soort) nog honderd stuks. Jûru-tulis, jangan beli Schrijver, je moet niet meer van dit kertas-kembang yang macăm bagini soort vloeipapier koopen, mijn brief lâgi: sûrat sâya ini is vol met vlekken. cûring-mûring sekâli. Sâya minta pènah bâru. Ik verzoek u om een nieuwe pen. Sûrat Melâyu ini mâu ditulis Deze Maleische brieven moeten met dăngăn qalam dan dawât, ta bôleh een qalam (Arab. pen) en dawât pakay pènah dan tinta. (Arab. inkt) geschreven worden, je moogt geen gewone pen en inkt gebruiken. Ini belom dicap. Ambil lak Dit is nog niet gestempeld. Haal mêrah, ta bôleh lak ităm. roode lak, zwarte mag niet. Bagi-mâna buñi sûrat yang bâru Hoe luidt die brief, die pas gekomen datăng itu? Côba bâca. is? Lees ’m eens voor. Priksa tanda-tangan-ña itu. Kijk die handteekening ervan eens Siâpa nâmâ-ña yang mengirim? na. Hoe is de naam van den afzender? Sudah sâya sâlin sûrat ini Ik heb deze brieven reeds alle semua, tuan; kûrang tanda-tangan overgeschreven, mijnheer; er tuan sâja. ontbreekt alleen uw handteekening aan. Sudah. Sekârang sûruh bâwa ke Goed (afgedaan). Laat ze nu naar ’t kantor-pos. Ambil kartu-pos ini postkantoor brengen. Neem meteen sa kâli. deze brief kaart mee. Sudah kah kaw timbang sûrat yang Heb je dien dikken brief al gewogen? tebăl itu? Berâpa berat-ña? Hoeveel weegt hij? (Hoeveel is de Kâlaw lebih deri lima-belas zwaarte ervan?) Als ’t meer dan 15 gram, mâu pakay dua lay gram is, moet je twee postzegels kepâla-râja. gebruiken. Daftar ini mâu dijidâri Dit register moet geliniëerd worden, (digâris), jûru-tulis. Mâna schrijver. Waar is de liniaal? jidâran (mistar)? Itu lah, tuan, dekăt Daar, mijnheer, bij den inktkoker. tempat-tinta. Nah, bagini, gâris yang bujur Kijk, zoo, rechte en duidelijke lâgi terang. Tulis dăngăn potlot lijnen. Trek (schrijf) ze maar met sâja. potlood. Angkat kertas-kertas ini Neem al deze papieren weg, semua, masuqkan di tempat-sûrat, doe ze in de portefeuille, daarna kemudian simpăn di kôtaq di berg je ze op in de schrijftafel. mêja-tulis.
19. GESPREK MET EEN SCHOENMAKER.
Sepâtu (kasut) ini sudah bûruq, Deze schoenen zijn al versleten. Ik ta bôleh pakay lâgi. kan ze niet meer gebruiken. Âda kah tukang-sepâtu (-kasut) di Is er een schoenmaker hier? sini? Kâlaw âda tukang yang bâik, Als er een goede is, roep hem dan, panggil dia, aku endaq sûruh buat ik wil hem schoenen laten maken. sepâtu. Sepâtu sâya tâu buat, tuan, Schoenen kan ik maken (weet ik te tetapi setiwăl (but) sâya kûrang maken) mijnheer; maar laarzen panday. minder (ik minder bekwaam). Buat sepâtu sâtu pasang dulu; Maak eerst een paar schoenen; dan nanti sâya liat, kâlaw bâik âtaw zal ik ’s zien, of ze goed zijn of tidaq; kemudian kâlaw bâik, bôleh niet; als ze goed zijn, kan ik sâya pesăn lâgi. later nog meer bestellen. Âda kah kaw bâwa conto Heb je staaltjes van schoenleder kulit-sepâtu? meegebracht? Kulit ini ta bâik, nipis (tipis) Dit leder is niet goed, ’t is zeer sekâli. dun. Kulit kilat sâya mâu. Ik wil verlakt (glanzend) leder. Côba buat setiwăl (but) sa Maak ’s een paar laarzen, ik zal je pasang, nanti sâya beri conto. een model geven. Sepâtu ini ta bôleh pakay, pèndèq Deze schoenen kan ik niet sangăt (âmat), lâgi sempit, kaki gebruiken, ze zijn te kort en ta bôleh masuq. bovendien nauw, de voeten kunnen er niet in. Côba, buat lâgi sa pasang, besar Maak nog ’s een paar, een beetje sedikit deri ini, lâgi pañjang. grooter dan deze, en ook wat langer. Kulit ini keras sekâli. Âda kah Dit leder is zeer hard. Is er geen lâin yang lebih lembut? ander, dat zachter is? Bôleh kah kaw buat setiwăl (but) Kan je hooge (lett. lange) laarzen pañjang, pakay nâik kuda, kâlaw maken, om bij ’t paardrijden te sâya beri contô-ña? dragen, als ik ’t model er van geef? Bôleh sâya côba, tuan. Ik kan ’t probeeren, mijnheer. Sâya mâu sepâtu putih Ik wil witte schoenen hebben (sepâtu-kâin), tâli-ña saperti (doeken schoenen), de bandjes ini. (touwtjes) als deze. Tidaq dăngăn tâli, dăngăn getah Zonder bandjes, met elastiek aan sabelah-meñabelah. weerskanten. Kûlit mêrah itu sâya ta suka, ta Dat roode leder bevalt mij niet, ’t éloq, lâgi lekas rusaq. Sâya is niet mooi, en ook (nog) is ’t endaq menanti sampay kaw dapăt gauw kapot. Ik zal wachten tot je kulit Êrôpah. Europeesch leder ontvangt. Tâpaq-ña buat tebăl (nipis) Maak de zolen een beetje dikker sedikit. (dunner). Tumit-ña tinggi âmat (rendah De hielen zijn te hoog (te laag). âmat). Âda kah jual cinêla (slop)? Verkoop je muiltjes (sloffen)? Cinêla (slop) macăm âpa tuan Wat voor soort muiltjes (sloffen) suka? Macăm Cina ini âlus sekâli. verlangt u? Deze Chineesche zijn zeer fijn. Cerpu (slop) ini mûrah, tetapi Deze sloffen zijn goedkoop, maar kasar sâja. Yang deri rumput ini grof (slechts). Deze van matwerk cuma lima-belas sèn sa pasang. (lett. gras) kosten slechts vijftien cent het paar. Bôleh ambil enăm pasang sa kâli, U kan zes paar tegelijk nemen, want sebab tidaq tâhan lâma: dipakay ze houden niet lang; als ze een sa bulan sudah rusaq. maand gebruikt zijn (gebruikt een maand) gaan ze al stuk.
20. GESPREK MET EEN KLEERMAKER.
Aku mâu tukang-meñjâit, sûruh Ik moet een kleermaker hebben, laat dia datăng lusa pâgi pukul tujuh hem overmorgen om zeven uur precies betul. komen. Bâba [15], sâya mâu sûruh buat Bâba, ik wil een jas laten maken. jas (kôt). Âda kah bâba bâwa Heb je staaltjes van stoffen conto kâin-kâin? meegebracht? Bukan kâin putih, kâin tebăl Geen wit goed, dik goed (laken) wil (sengkelat, lakăn) sâya mâu. ik hebben. Âda kah conto lâin deri ini? Zijn er ook andere staaltjes? Di rumah âda, tuan, tetapi t’âda Thuis wel (zijn er), mijnheer, maar sâya bâwa. ik heb ze niet bij me (niet meegebracht). Tuan bôleh dapăt bâñaq lâin-lâin U kan veel andere soorten van macăm kâin di gedong (di tôko). stoffen in den winkel krijgen. Tidaq âpa, bôleh sâya beri ’t Doet er niet toe, ik kan je de kâin-ña. Berâpa êlo cukup buat stof geven. Hoeveel el is genoeg om celâna (seluar) sa lay? een broek te maken? Ambil ini. Kâlaw tidaq cukup, Neem dit. Als ’t niet genoeg is, kan bôleh sâya beli lâgi. ik nog meer koopen. Kâin ini tebăl âmat (sangăt), Dit goed is te dik, breng wat dunner bâwa yang lebih nipis (tipis). is. Kâin ini terlâlu ităm, sâya suka Deze stof is te donker, ik wilde het putih sedikit deri ini. Côba wat lichter (witter) dan dit hebben. carikăn. Zoek dat ’s. Susah dapăt, tuan, tetapi bôleh Dat ’s lastig te krijgen, mijnheer, sâya carikăn. maar ik kan er wel naar zoeken. Kâlaw sâya beri kâin-ña, maka Als ik de stof geef, hoeveel berâpa sâya bâyar upah meñjâit naailoon betaal ik dan voor een seluar sa lay? broek (hoeveel loon om te naaien een broek)? Kâlaw tuan ambil sa lôsin sa Als u een dozijn tegelijk neemt, kan kâli, bôleh sâya jual dua ik ze voor twee rijksdaalders ringgit sa lay. (dollar) per stuk geven (verkoopen). Mâhal sangăt itu, sâya pikir Dat ’s erg duur, ’t komt me lebih deri pâtut-ña. onbehoorlijk voor (ik denk meer dan ’t behoorlijke). Dalăm berâpa âri bôleh sudahkăn In hoeveel dagen kan je dezen broek (âbiskăn) seluar ini? afmaken? Côba, bâwa ésoq petăng, sâya Zie dat je ’m morgennamiddag brengt, berkaendak sangăt pâda âri itu. ik woû ’m heel graag dien dag Kâlaw kerjâ râjin-râjin, tentu hebben. Als je er ijverig aan werkt, bôleh diâbiskăn. kan ’t zeker klaar komen (afgemaakt worden). Nanti sâya côba, tuan. Ik zal ’t probeeren, mijnheer. Kâlaw bâba beli sendîri kâin-ña, Als jij zelf goed koopt, hoeveel is berâpa arga sa lôsin? Sâya mâu dan ’t dozijn? Ik wil anderhalf tengah dua lôsin. dozijn. Jas (kôt) ini terlâlu besar Deze jas is te groot (ruim, (longgar) lâgi lengăn-ña tidaq slobberig), bovendien zijn de mouwen sâma, sâtu pañjang sâtu pèndèq. niet gelijk, de eene is lang, de Bâwa pulang, betulkăn. andere kort. Neem ’t mee naar huis en maak ’t in orde. Lâpisan ini sudah rusaq ketéaq Deze voering is kapot aan den oksel dan siku-ña, ganti kâin bâru en den elleboog, doe er nieuw goed (tampal), lâgi betulkăn in (vervang door nieuw goed) (lap kelim-ña. het), maak bovendien de zoom in orde. Mâu kâin setrâ (sutra), tuan? Wil u zijde, mijnheer? Kâin yang sa-rupa ini mêmang. Natuurlijk goed als dit. Kâlaw berlâpis setrâ (sutra) Als ’t met zijde gevoerd is, is het lebih mâhal argâ-ña. duurder (de prijs ervan). Saku bâju ini tidaq sampay De zakken van dit buis zijn niet dalăm-ña. diep genoeg. Bagimâna kaw buat ini, pakay Hoe heb je dit gemaakt, met een mâsin-meñjâit âtaw pakay jârum naaimachine (gebruikt een naaim.) of sâja? maar uit de hand (gebruikt een naald)? Minta wang sedikit, endaq Ik vraag wat geld, om een schaar, membeli gunting, jârum, benang, naalden, garen, spelden en een peniti, didal (sârung-jâri). vingerhoed te koopen. [16]
21. GESPREK MET EEN TIMMERMAN EN MET EEN WAGENMAKER.
Panggil tukang-kâyu. Roep den timmerman. Mêja ini sudah rusaq, kaki-ña Deze tafel is kapot (al kapot), de sudah pâtah, côba betulkăn. poot is gebroken, maak ze ’s in orde. Bôleh kah tukang buat krusi Kan je stoelen maken als deze? saperti ini (sa-rupa ini)? Berâpa sâtu? Hoeveel komen ze per stuk (Hoeveel éen)? Kâlaw kaw buat sâtu lôsin sâma Als je een dozijn voor me maakt, kan sâya, bôleh kah kûrang argâ-ña? ’t dan goedkooper (kan ’t minder de prijs ervan)? Bôleh kah dapăt kâyu sa-rupa ini Kan men hout als dit te Singapoer di Singapûra? krijgen? Sebârang kâyu yang liat jâdi Alle mogelijke taai hout is goed. lah. Buat dăngăn yang bâik saperti Maak ze van (lett. met) goed hout, merbaw âtaw belian. zooals merbaw of belian (ijzerhout). Târoh cèt-sampang. Doe er politoer (vernis) op. Jangan pakay kâyu mêrah. Gebruik geen rood hout. Kaki mêja ini pañjang sedikit. Deze tafelpoot is wat lang. Côba potong, sâmakăn pañjang-ña Snij ’m af, maak hem even lang als dăngăn lâin kaki (temăn-ña). de andere pooten (zijn gezellen, kameraden). Ta bôleh sâya buat di sini, Ik kan ’t hier niet doen, mijnheer: tuan: t’âda bâwa pekâkas. Nanti ik heb geen gereedschap meegebracht. sâya pulang dulu, mengambil Ik zal eerst naar huis gaan, om de pekâkas yang cukup. noodige gereedschappen te halen (gereedschappen die voldoende zijn). Bâik lah, tetapi lekas bâlik, Goed, maar kom gauw terug, dit werk kerjâ ini mâu diâbiskan âri ini moet van daag nog af. juga. Mêja ini bâik diketamkăn Deze tafel moet (lett. is goed) een sedikit, âtas-ña sudah kotor, beetje afgeschaafd worden, ze is van lâgi tidaq râta. boven smerig en ook niet effen. Téngoq, sudah renggang, côba Kijk ’s, er is een reet in, laat ’t rapătkăn pula. weer aansluiten. Bôleh kah buat itu? Senăng kah Kan je dat doen? Is ’t gemakkelijk susah? (Gampang kah, susah?) of moeilijk? Sâya mâu mêja buntăr sa buah Ik wil een ronde tafel voor de pakay di dapur, jangan kâyu keuken (gebruikt in de keuken), mâhal-mâhal, pañjang lima kaki, gebruik geen erg duur hout, de lébar dua kaki sa tengah, tinggi lengte moet zijn vijf voet, de bârang tiga kaki. Itu berâpa breedte twee en een half, de hoogte argâ-ña? zoowat drie. Hoeveel kost zoo een (die)? Krusi kaw bâwa semalăm itu Van de stoelen, die je gisteren sampang-ña (pulitur-ña) belom gebracht hebt, is ’t politoersel nog kering, jâdi sudah lekang. Bâwa niet geheel droog, zoodat ’t pulang krusi itu, târoh sampang opgebold (losgeschilferd) is. Neem lâgi sa kâli; bila sudah sampay die stoelen mee naar huis, doe er kering, bâwa bâlik (kembâli). nog eens politoer op; als ze al voldoende droog zijn, breng je ze terug. Krêta sudah pecah, bâik pegi ’t Rijtuig is (reeds) stuk, je moet meliat, kemudian bâlik kemâri er eens naar gaan kijken (lett. goed memberi tâu pâda sâya berâpa te gaan zien), kom daarna hier upah kaw minta membetulkăn-ña. terug, om mij mee te deelen hoeveel loon je vraagt om ’t te repareeren. Dua tiga bâtang kâyu-rôda mâu Twee of drie spaken van een rad diganti, lâgi bom kânan sudah moeten vervangen worden, bovendien pâtah dan cèt (cat) dua tiga is de rechterboom (reeds) kapot, en tempat sudah ilang. de verf is op twee of drie plaatsen eraf (verdwenen). Jangan léngah membuat krêta itu, Treuzel niet met het maken van het sâya mâu pakay lekas. rijtuig, ik wil ’t spoedig gebruiken. Bôleh kah buat kăn sâva krêta Kan je een nieuw rijtuig maken, een bâru, băgi (buggi) empat-rôda buggy op vier wielen, zooals die saperti yang dipakay tuan Ânu? mijnheer N. N. gebruikt? Kâlaw buat krêta bâru, berâpa Als je een nieuw rijtuig maakt, in âri bôleh âbis? hoeveel dagen kan dat dan klaar zijn? Kap-ña buat dăngăn kulit ităm Maak de kap van zeer goed zwart yang bâik sekâli, âlaskăn dăngăn leder, bekleed het met donkerblauwe kâin bîru-tua dalăm-ña, tilăm-ña stof van binnen, de kussens moet je buat dăngăn kulit bîru-tua yang maken van donkerblauw leder in sa-rupa dăngăn kâin tâdi, krêta overeenstemming met die stof (van semua târoh cèt ităm dăngăn zooeven) ’t heele rijtuig moet je gâris bîru; sampang-ña sapu tiga zwart verven met blauwe lijnen; ’t kâli di âtas-ña. Bok-ña beri politoersel (vernis) moet je er lantêra dua buah; kâcâ-ña mêrah. driemaal overheen strijken. Aan den bok maak je (geef je) twee lantarens met rood glas.
22. AAN HET STATION.