Liesje van den Lompenmolen

Chapter 18

Chapter 181,607 wordsPublic domain

"Het is hier ook zoo wonderschoon!" riep Nelly, het kleine, ronde vertrek beschouwende; "hoe gezellig! en dan het uitzicht!"

Hendrik schoof een paar ouderwetsche stoelen, die bij een klein sofatafeltje stonden, voor de honderste maal te recht; "en nu nog de eikenkransen buiten om de deur, genadige freule! Dan kan hij komen; dan is alles gereed, buiten en binnen; ik had toch niet gedacht, dat ik _dat_ nog beleven zou," eindigde hij en schudde vroolijk het grijze hoofd; "het gaat wonderlijk op de wereld, genadige freule! ja wonderlijk."

Op den molen ging alles uiterlijk den ouden gang, alleen ontbrak sedert vele weken de huisvrouw; zij was met de zieke Bertha van den meesterknecht naar Italië vertrokken, maar zou spoedig terugkeeren, zooals het bericht luidde, gezond en sterk.

Tante echter maakte zich bezorgd over haar lieveling; zij was naar hare meening een te stille bruid. Halve dagen lang, kon het meisje peinzend en droomend voor zich heen zien; het liefste zat zij alléén in haar kamertje en liet tante zich aftobben met de zware rollen linnen, die zij om te knippen en te naaien uit de oude kasten te voorschijn haalde. "Het is haar alles onverschillig," mompelde zij bedroefd, toen hare oogen over deze belangrijke schatten van iedere huishouding gleden. "Zij stelt geen belang in haar uitzet; het arme kind, zij mist zooveel; zij weet immers niet hoe het is, als iemand zijn schat zoo hartelijk liefheeft." Iederen avond echter, sedert dien oudejaarsdag, vouwden zich de oude handen tot een dankgebed, dat de oude barones weg was.

Weder daalde een geurige, door de maan beschenen Mei-avond op de aarde neder, en weder zat de oude vrouw aan het venster van het kamertje, de handen gevouwen, en peinsde. Buiten ruischte weder het water op de bekende melodie; de oude klok sprak daartusschen haar eentonig tiktak en uit den hof klonk het gezang der dienstmeiden.

"Waar is Liesje toch!" vroeg zij bij zich zelve. "Of hij ook geschreven heeft, wanneer hij komt?" Zij stond op en dribbelde uit de kamer; de stralen der maan dansten over het goede, oude gezicht en de sneeuwwitte muts. "Liesje! riep zij in de woonkamer--geen antwoord; zij keerde terug door de donkere gang, de trappen op. "Zij zal toch niet schreien?" dacht zij,--zij zag in het gezellige meisjeskamertje rond, nergens een spoor van de gezochte. Hoofdschuddend keerde zij zich om en richtte onwillekeurig hare schreden naar een andere deur; zacht opende zij deze; het maanlicht vervulde de kleine ruimte met een wit helder schijnsel, en in dit zilveren licht stond onbeweeglijk de liefelijke gestalte van het meisje, en zag door het venster naar buiten. Als vastgenageld bleef de oude vrouw staan, en staarde de zoo goed bekende verschijning aan: was het dan weder de tijd harer jeugd? Was het Lisette die daar stond?

"Hij komt," jubelde een zachte stem, "hij komt. Ik heb het licht gezien." En vlug was Liesje de oude vrouw voorbijgeslopen, en toen als een liefelijke fee verdwenen.

Waarlijk, daarboven flikkerde een licht in het torenkamertje; de oude vrouw hield zich vast aan het tafeltje bij het raam en tuurde naar de overzijde; de droom harer jeugd was weer ontwaakt; "Almachtige God!" zeide zij zacht en sloeg de handen in elkander, "droom ik dan, droom ik?"

En toen moest zij naar beneden. Met aarzelende schreden verliet zij het huis; de tuin lag in het heldere maanlicht, een bedwelmende bloemengeur woei haar tegen; evenals in den lang, lang verleden tijd harer jeugd wandelde zij verder; de nachtegalen sloegen zoo vertrouwelijk, en van de overzijde van den weg klonk in bevende klanken het eentonig gezang der kikvorschen. Nu kwam zij aan het grindpad voor het priëel--waarlijk, daar binnen werd gefluisterd; zacht sloop zij naderbij, en boog de takken terug--daar zaten zij naast elkander op de bank; zij had den arm om zijn hals geslagen, terwijl zij haar gelaat aan zijne borst verborg, en hij kuste telkens en telkens. Nu hief zij het hoofd op, en in het heldere maanlicht, dat haar bestraalde, zag de oude vrouw een paar groote, blauwe oogen, die met de uitdrukking van het reinste geluk aan zijn gelaat hingen dat zich over haar heen boog.

Behoedzaam liet zij de takken vallen en trad terug--zij had genoeg gezien. Zacht, zeer zacht ging zij het pad weder langs, en wischte nu en dan de oogen af met haar voorschoot. Onder de lindeboomen voor de huisdeur was het donker; zij zette zich op de zandsteenen bank neder en zag naar den tuin met gevouwen handen; en hare lippen prevelden een vurige dankzegging; wat zij nauwelijks had durven hopen, was waarheid geworden.

Van de overzijde des waters klonk een heldere meisjesstem tusschen al de melodieën der lente door; een licht gewaad blonk in het maanlicht; al nader en nader kwam het gezang, en duidelijk klonk ieder woord in de ooren der oude vrouw:

"Stil naakt de liefde--als Lente doet, Wen zij 't gebied herovert,-- Terwijl zij rozen, vol van gloed, Aan dorre twijgen toovert.

Zij wekt de schoonste melodij In 't hart, dat nog zoo even Geen enk'le roos, geen schoone Mei Meer had gehoopt in 't leven.

"Liesje! Army!" riep zij luide in den tuin, toen zij onder de lindeboomen stond, "waar zijt gij?"

Geen antwoord--alleen de nachtegalen vervolgden hun gezang.

"Laat hen, Nelly," sprak een oude stem naast haar, en eene hand trok haar op de bank neder, "laat hen de lente genieten! Er waren reeds zoovele stormen, vóór hunne rozen konden bloeien."

En het maanlicht trilde op de toppen der boomen; het water ruischte, en "God beware hun de rozen en de lente!" fluisterde de mond der oude vrouw, "de rozen en de lente!"

J. F. VAN DRUTEN te SNEEK, geeft mede uit:

_Wilhelmina Heimburg_, UIT HET LEVEN MIJNER OUDE VRIENDIN, uit het Hoogduitsch door Mevrouw _Brugsma-Haenenberger_. Een deel in gr. 8vo, f 2,80.

_Wilhelmina Heimburg_, HAAR EENIGE BROEDER, uit het Hoogduitsch door Mevrouw _Brugsma-Haenenberger_. Een deel in gr. 8vo., f 3,00.

_Wilhelmina Heimburg_, WOUDBLOEMEN, uit het Hoogduitsch door Mevrouw _Brugsma-Haenenberger_. Een deel in gr. 8vo, f 3,00.

_Wilhelmina Heimburg_, VOORHEEN. Een viertal novellen, met kort Levensbericht en Portret van de Schrijfster, uit het Hoogduitsch door Mevrouw _Brugsma-Haenenberger_. Een deel in gr. 8vo f 2,75.

_Wilhelmina Heimburg_, EEN ARM MEISJE, uit het Hoogduitsch door Mevrouw _Brugsma-Haenenberger_. Een deel in gr. 8vo, f 2,80.

't Is een eenvoudige geschiedenis, maar de kennisneming ten volle waardig en voor onze huiselijke leeskringen een welkome aanwinst.

Hier geene onmogelijke of buitensporige karakters of verdachte toestanden, maar menschen en omstandigheden, zooals men ze in 't leven veelvuldig aantreft en in wier deugden en zwakheden we ons zelven en onze vrienden herkennen en uit wier geschiedenis we levenswijsheid kunnen leeren, terwijl de lezing ons een aangename verpoozing schenkt.

.... Hoe dit alles ten einde loopt en onze heldin ten slotte het geluk vindt, dat ze zoozeer waardig is, mogen we den aanstaanden lezer niet verraden. Dat mocht te kort doen aan het genoegen, dat we hem of haar bij de lezing met volle vrijmoedigheid durven voorspellen.

_Tijdspiegel._

Dit werk kunnen wij voor leesgezelschappen niet genoeg aanbevelen; ieder zal met voorliefde dit werk van Wilhelmina Heimburg ter lezing vragen. De spanning wijkt onder het lezen geen oogenblik, zonder dat daartoe eenig kunstmiddel behoeft dienst te doen. De schrijfster weet zóó aardig te vertellen, dat de roman in den smaak moet vallen bij elken minnaar van romanliteratuur.

_Rotterd. Nieuwsblad._

Het werk is ten eenemale vrij van gezochtheid, terwijl het zich ook door kiesheid van vorm en uitdrukking gunstig onderscheidt.

_Leeswijzer._

Wilhelmina Heimburg is eene der liefelijkste schrijfsters van onzen tijd, en de wijze, waarop zij het vrouwenkarakter weet te schilderen, geeft een bijzondere waarde aan hare verhalen.

_Kerkel. Courant._

Wilhelmina Heimburg wordt een geduchte concurrente voor Marlitt, Werner en andere populaire Duitsche schrijfsters. Wij voorspellen aan "Een arm meisje", vele lezers en vooral lezeressen. De schrijfster gebruikt geen nieuwe motieven, maar schrijft goed en met gevoel.

_Vaderland._

"Wilhelmina Heimburg heeft de gave zóó te vertellen, dat men alles om zich heen vergeet. .... Zonder kunstmiddelen weet zij de belangstelling te wekken en gaande te houden; de toestanden waarin zij den lezer verplaatst, zijn altijd _waar_ en _natuurlijk_."

_Portefeuille._

_Josephine Bouberg Wilson-Giese_, DE KRING DER VAN DUIJVESTEINS. 2 deelen in gr. 8vo, f 5,80.

_Fayr Madoc_, DOKTER TRIAMOND. 2 deelen in gr. 8vo, f 5,20.

_Felix Dahn_, DE KRUISVAARDERS. Eene vertelling uit de 13de eeuw, uit het Hoogduitsch door _J. Van Loenen Martinet_. 2 deelen in gr. 8vo f 4,90.

Aanbeveling behoeft het boek niet. De naam van schrijver en vertaler doen reeds iets goeds verwachten, en die verwachting wordt niet beschaamd. Ook hier zal men, de gemakkelijke dialoog, de kernachtige karakter-beschrijving, de sobere, schoone zinsbouw en de dichterlijke vlucht, waaraan Dahn zijne lezers gewend heeft, terugvinden.

_Ind. Mercuur._

De vertelling--waarom niet roman--speelt in de vijfde kruistocht, ondernomen door Frederik II met de hulp der ridders van de Duitsche Orde. Freytag koos ook dat tijdvak in een deel zijner _Voorouders_. Felix Dahn verplaatst ons, met zijn groot talent, in het _Heilige Land_ en in _Tyrol_ en voert daar personen ten tooneele, die ware portretten vormen uit den zonderling bewogen tijd. Wij hebben met genot kennis gemaakt met dit _aantrekkelijke_ en _onderhoudende_ boek.

_Kerkel. Courant._

_George Taylor_, CLYTIA. Historische Roman uit de 16e eeuw, uit het Hoogduitsch door _J. Van Loenen Martinet_. Twee deelen, post 8vo, f 4,50. Geb. in twee prachtbanden f 5,80.

"Een der _degelijkste_, _krachtigste_, in meer dan één opzicht _keurigste_ romans van den jongsten tijd, is het door den heer J. Van Loenen Martinet in het Nederl. vertaalde werk "Clytia" van George Taylor (Prof. D. Hausrath te Heidelberg). Ieder ontwikkeld lezer zal erkennen hier te doen te hebben met een _rijken inhoud_, die beheerscht wordt door een ernstigen geest, een gelukkigen tact van groepeeren en een aangename manier van vertellen."

_Hoofdartikel Zondagsbl. N. v. d. D._

End of Project Gutenberg's Liesje van den Lompenmolen, by W. Heimburg