Koning Hendrik de Vierde

Part 17

Chapter 171,570 wordsPublic domain

III. 2. 14. Dan moet hij binnen kort naar de gerechtshoven. De gerechtshoven, Inns of Court, zooals zij nog tegenwoordig in Londen bestaan, waarvan hier St.-Clement's-Inn en Gray's-Inn genoemd worden, zijn inrichtingen, waar de jongelieden, die de rechtswetenschap willen studeeren, volgens reglementen samenwonen, onder leiding van een rechtsgeleerde studeeren, zich practisch oefenen, en vooral de vermaken, die de hoofdstad aanbiedt, genieten. Aan de Engelsche Universiteiten is er geen juridische faculteit; de zoon van Stil was dus voor letterkundige studiƫn, de humaniora, te Oxford, zooals den zoon van een gentleman betaamt.--Als mannen in de provincie, zagen Zielig en Stil hoog op tegen Falstaff, die uit de hoofdstad kwam en aan het hof verkeerde.

III. 2. 28. Daar was ook Hans Falstaff, nu Sir John, een jonge borst en page van Thomas Mowbray, hertog van Norfolk. Al zegt Shakespeare, dat zijn Falstaff niets met Sir John Oldcastle te maken had, in dit opzicht kwam hij toch met den historischen edelman van dien naam overeen.--Skogan, die een oogenblik later genoemd wordt, was een bekend hofnar, wiens schertsen ook uitgegeven zijn, maar uit later tijd, namelijk uit dien van Eduard IV. Onder Hendrik IV leefde een hofdichter van dien naam, maar de eerste zal wel door Sh. bedoeld zijn.

III. 2. 72. Geaccommodeerd. Een modewoord uit Sh.'s tijd, zooals die in groote steden soms opkomen en dan telkens en telkens gebruikt worden; Bardolf kent het woord dus van hooren zeggen; op het land raken zulke uitdrukkingen slechts langzaam bekend of in gebruik; van hier Zieligs verbazing. Ben Jonson bespot het woord ook in zijn "Every man in his humour."

III. 2. 145. Schaduwen in menigte. Manschappen alleen op papier, voor wie echter de werfgelden uitbetaald worden.

III. 2. 232. Vooruit, jongens. In 't Engelsch staat: Hem, boys! In een oud drinklied komt het refrein voor: With a hem, boys, hem! and a cup of sack.

III. 2. 236. Tien-schellings-Hendriken. Tien-schellingstukken met den beeldenaar van Koning Hendrik. (Zij werden inderdaad eerst onder Hendrik VII en VIII geslagen.) Een kroon is vijf schellingen.--Bardolf int 4 pond sterling, doch verantwoordt er maar drie aan zijn meester.

III. 2. 298. Op de Vogelweide. In het Engelsch wordt de gemeenteweide van Mile-end genoemd. Daar werden bij schuttersfeesten gekostumeerde optochten gehouden en met name het hof van koning Arthur voorgesteld, waartoe de sedert 1485 herhaalde malen gedrukte Morte d'Arthur, alsmede volksgezangen, rijkelijk aanleiding gaven. Bij een dezer feesten had Zielig Sir Dagonet, d.i. Arthurs hofnar, voorgesteld.

III. 2. 329. Turnbullstraat. Eigenlijk Turnmillstraat, een te slechter faam staande straat in Londen.

III. 2. 331. Zeerooversschatting. Een schatting, waardoor men een vrijbrief verkreeg tegen zeeroovers.

III. 2. 340. Aan de afgeranselde vrouwmenschen. Lichtekooien moesten in de gevangenis meermalen met de zweep kennis maken.

III. 2. 343. Die zotskolf. Er staat eigenlijk: this Vice's dagger, het houten zwaard van Vice, de ondeugd, den grappenmaker van het Oud-Engelsch tooneel; later wordt Zieligs magerheid nog door andere vergelijkingen aanschouwelijk gemaakt, b.v. door die met den stok van Jan van Gent. Hier staat in het Engelsch: "ik zeide tegen Jan van Gent, dat hij zijn naam ranselde"; John a Gaunt kan men namelijk vertalen: "Jan Mager."

IV. 1. 94. Mijn algemeene broeder, onze staat enz. Deze drie regels zijn in het oorspronkelijke zeer gewrongen; de plaats is zeker bedorven, maar de beteekenis is niet twijfelachtig.

IV. 1. 110. Werdt gij niet hersteld in al de rechten van uw vader? Al gelieft Westmoreland dit te zeggen, historisch is het niet.

IV. 2. 87. De vrede is uitgeroepen enz. Misschien ware, als letterlijker, te verkiezen: "Vrede is het wachtwoord; hoort eens, welk gejuich!"

IV. 3. 139. Hij wordt mij reeds week tusschen vinger en duim enz. Zoo verwarmde men de was, waar men mede wilde zegelen.

IV. 4. 122. Vaderlooze kinders. Waarvan de oorsprong niet op te geven is. Holinshed spreekt van zulke verschijnselen; zoo zouden er op 12 October 1412, eenige maanden voor 's konings dood, drie vloeden zijn geweest zonder ebbe.

IV. 5. 129. Engeland verguldt met dubbel goud zijn zonde. De woordspeling: England shall double gild his treble guilt is natuurlijk niet terug te geven.

IV. 5. 161. Daarom zijt gij, fijnst goud, het slechtste goud. Een oplossing van goud was een hooggeschat geneesmiddel, doch het goud, dat men tot de bereiding er van bezigde, was minder zuiver, minder fijn, dan het goud der kroon.

IV. 5. 233. Draagt het vertrek enz. Deze vraag en het antwoord is door Sh. aan Holinshed's kroniek ontleend.

V. 1. 36. Achter den rug maken zij iemand zwart. In 't Engelsch een dergelijke woordspeling met backbite.

V. 2. 48. Hier volgt niet Amurath op Amurath, Op Hendrik Hendrik. Bij den dood van sultan Amurath III liet diens zoon en opvolger bij zijn troonsbeklimming al zijn broeders verworgen. De toeschouwers begrepen terstond, wat Hendrik V bedoelde, want deze moord had in 1596 plaats.

V. 2. 123. Wild is mijn vader in zijn graf gegaan.... ik overleef hem ernstig. Holinshed bericht, dat Prins Hendrik dadelijk na zijns vaders dood, besloten had een nieuwen mensch aan te doen, de vroegere deelgenooten aan zijn losbandige vermaken tien mijlen ver van zijn hof verbande (hen echter niet zonder belooning en verzorging latend,) en in hun plaats wijze en leerzame raadslieden om zich verzamelde "indachtig dat hij eens, tot zijns koninklijken vaders hoog misnoegen, den lord opperrechter met zijn vuist geslagen had, omdat deze een zijner metgezellen, en terecht, naar de gevangenis verwees, waarop de rechter kloek hemzelf tot hechtenis veroordeelde, en hij (de prins) gehoorzaamde." Of Shakespeare uit dezen niet zeer duidelijken zin opmaakte, dat de prins, koning geworden, den opperrechter in zijn ambt handhaafde,--inderdaad werd deze met verscheidene andere grootwaardigheidsbekleeders dadelijk bij de troonsbestijging vervangen,--laat zich niet beslissen. Het is zeer wel mogelijk, dat Sh. opzettelijk van de geschiedenis afweek, zooals hij ook, tegen Holinshed's verhaal in, allen met angst en zorg het optreden des nieuwen konings doet verbeiden. Holinshed vermeldt daarentegen, dat de jonge koning met groote hoop en de beste verwachting begroet werd, en dat,--wat vroeger nooit gebeurd was,--hem reeds voor de kroning door verscheidene edelen en aanzienlijke personen de eed van hulde gedaan werd. Uit een dramatisch oogpunt is Sh.'s voorstelling zeker verre te verkiezen.

V. 3. 37. Slechts baarden in huis Geeft een vroolijke kluis. Het Engelsch: "'T is merry in hall, When beards wag all" was het refrein van een oud lied.

V. 3. 77. Doe bescheid als een man; Sla mij tot ridder dan; Samingo. Stil zingt een gedeelte van een gedeelte van een drinklied, dat in een stuk van Nash: "Summers Last Will" voorkomt, en aldus luidt: Monsieur Mingo In quaffing doth surpass In cap, in can, or glass God Bacchus; Do me right, And dub me knight, Domingo; en vraagt dan aan Falstaff, of hij het goed gedaan heeft. Hij zegt Samingo voor Domingo, dat in het Spaansch Zondag beteekent, maar hier wel op den heiligen Dominicus, den patroon der drinklustige Dominicaner monniken, zal slaan.

V. 3. 90. Geen slechte wind enz. Een Engelsch spreekwoord, o. a. ook in Sterne's Sentimenteele reis voorkomend, zegt: "Het is een slechte wind, die niemand voordeel brengt."

V. 3. 105. Meld, snood Assyrisch ridder enz. Falstaff bootst Pistools manieren na en spreekt als koning Cophetua. Het noemen van dien koning, uit een volkslied overbekend, brengt Stil een ander volkslied in de gedachte: Robin Hood and the Pindar of Wakefield, waarin voorkomt: "All this beheard three wighty yeomen, 'T was Robin Hood, Scarlet and John: With that they espied the jolly Pindar, As he sat under a throne."

V. 3. 124. Toon mij figo. Een gebaar van minachting, naar men zegt van Spaanschen oorsprong, "which consisted in trushing out the thumb between first and second fingers." De Engelschen hadden in Sh.'s tijd verscheidene gebruiken aan de Spanjaarden en Italianen ontleend. In Nederlandsche schrijvers van dezen tijd vindt men ook de uitdrukking: de vijghe setten.

V. 3. 146. Waar is mijn vroeger leven heen? Deze regel komt reeds in 1578 tot het aangeven van een melodie voor. Ook de vrouwentemmer Petruchio zingt dien, De getemde Feeks, IV. 1. 143. Het lied zelf is verloren gegaan.

V. 4. 16. Als dat gebeurt, zult ge uw dozijn kussens weer vol hebben. Doortje wendt zwangerschap voor om de zweep te ontgaan.

V. 4. 33. Gij atomie. De waardin meent anatomie, d.i. geraamte. De volgende regel luidt in 't Engelsch: "Come, you thin thing; come, you rascal!" Hier beteekent rascal te gelijk een mager ree en een spitsboef.

V. 5. 1. Meer biezen, meer biezen! Evenals in dien tijd de vloeren van feestzalen, worden hier, ter eere van de komst des pasgekroonden konings, de straten met biezen bestrooid.

V. 5. 30. 't Is Semper idem enz. Pistool haalt Latijnsche wapenmotto's aan, die hij zoo goed hij kan vertaalt.

V. 5. 90. Wat gij daar gehoord hebt, was maar voor den schijn. In 't Engelsch zegt Falstaff: it was but a colour, 't was maar voorgewend; Zielig vat het woord colour op als collar, halsband of strop, en Falstaff daarna weer als krijgsvaan, waaronder dan krijgsdienst verstaan wordt.

Epiloog 35. En zoo kniel ik voor u neder. Er wordt bijgevoegd: niet om u mijn hulde te betoonen,--maar om voor de koningin te bidden. Dit toch was het gewoon besluit der tooneelvoorstellingen, waarop dan, vreemd genoeg, nog een dans volgde, vaak, zooals hier, door denzelfden speler uitgevoerd, die het gebed uitgesproken had.