In het land der zon

Part 28

Chapter 28259 wordsPublic domain

[198] Zouden de konkernollen-struiken daar nog staan? (bladz. 362). Men leze nog eens bladzijde 6 van Naar den Equator. Op 2 Mei 1884 volbracht de schrijver in zeer lief gezelschap een pelgrims-tocht naar Slavante. Hij deed zich toen die vraag: Zouden de konkernollenstruiken daar nog staan? De twijfel was gerechtvaardigd. Ruim dertig jaren waren voorbijgesneld. Och, wat gaat en vergaat er niet in zoo’n tijdruimte! Maar ziet... die struiken waren er nog! Hij toonde ze zijne lieve geleidster, en was ondeugend genoeg om haar voor te stellen met een blad op hare lieve wangen het proefondervindelijk bewijs te leveren. De achterkant van de bladeren van dat gewas is met fijne haartjes bezet, die bij wrijving een branderig en jeukend gevoel aan de huid mededeelen.

INHOUD.

I. Batavia Bladz. 3 II. Weltevreden.—Bij het suppletiedepôt 24 III. Eene idylle te Rijswijk 42 IV. Miskenning.—Afscheidsvisite 62 V. Eene wandeling.—In de Concordia 77 VI. Indeeling.—Op Passar Senin 99 VII. Dienstregeling.—Voor den krijgsraad 119 VIII. Eene militaire terechtstelling 137 IX. Naar Telogo Passir 155 X. De aankomst van de brievenpost op een landhuis 174 XI. In het Hospitaal.—De Rottanstraf 194 XII. Voorbereiding ten strijde.—Vertrek 213 XIII. Op Wilatoong.—Herman in de Lampongs 230 XIV. Eene wandeling.—Van Radja Bassa naar Bandoeloe 248 XV. Een nachtelijk bezoek.—Bandoeloe.—Naar den Radja Bassa-top 268 XVI. Op en rondom den Radja Bassa 287 XVII. In extremis.—Eene amokhpartij 306 XVIII. Op de Militaire School 326 XIX. De Stip gebotteld 342 XX. Het tentamen.—Lydia getrouwd.—Het examen 357 AANTEEKENINGEN 371