Part 7
Zie hier het geheele geval. Ik dreig niet, maar: Sterry of McBride, waarde heer, kies!
Ik heb ook al aan het hoofd van het Massachusetts Agricultural College in Amherst geschreven met het verzoek om mij een kalme, practische man met een vriendelijke handige vrouw aan te bevelen, welke de zorgen over ons bescheiden grondgebied van 17 akkers kan waarnemen en die geschikt is om onze jongens les in het tuinieren te geven.
Ik hoop nu een geschikte man te krijgen en dan zullen er niet alleen wortels en uien en tomaten op onze tafel verschijnen, maar onze kinderen zullen ook volop van het werken in de buitenlucht kunnen genieten.
Als steeds S. McBride, directrice van het John Grier Home.
P.S. Ik vermoed, dat Sterry op een onheilspellenden nacht terug zal keeren om rotsblokken door de ruiten te gooien. Zal ik ze verzekeren?
Mijn waarde vijand,
U verdween vanmiddag zoo vlug dat ik geen gelegenheid had om u te bedanken, maar de echo van dit luidruchtig ontslag drong zelfs tot in de veilige diepte van mijn studeervertrek door. Wat ter wereld voerde je toch met dien armen Sterry uit? Al kijkend naar den kloeken stap en 't achterover geworpen hoofd van onzen Schotsen dokter, werd ik met bange voorgevoelens vervuld. Ik wilde niet dat die man vermoord zou worden, alleen maar, dat iemand hem het gebeurde duidelijk aan zijn verstand zou brengen. Ik ben bang dat je een beetje hard van stapel liep.
Toch schijnt de wijze van optreden een zeer goede uitwerking te hebben gehad: er is tenminste, volgens het mij toegezonden rapport om een verhuiswagen getelefoneerd en juffrouw Sterry ligt thans op haar knieën om het karpet op te nemen.
Dank voor deze bevrijding.
Sallie McBride.
26 April.
Lieve Jervis.
Je welsprekend en zeer duidelijk telegram was absoluut niet meer noodig. Dr. Robin MacRae, die een zwaargebouwde stoere kerel is en van aanpakken weet als het op vechten aankomt, heeft die zaak prachtig geregeld. Ik was zoo dol van drift, dat ik dadelijk, nadat ik dien bewusten brief aan je had geschreven, den dokter opbelde en de heele geschiedenis nog eens oververtelde. Welnu, onze Sandy heeft ondanks al zijn fouten (en die bezit hij zeer zeker) een ongewonen voorraad van gezond verstand en hij weet hoe goed het werk in deze tuintjes op onze kinderen zou inwerken en tevens, hoe meer dan slecht Sterry voor zijn werk was. En dan zei hij, "dat het gezag van de directrice hoog gehouden moet worden". (Dat is werkelijk prachtig omdat het uit zijn mond komt). Maar in elk geval waren dat zijn woorden en hij hing de telefoon aan den haak, haalde zijn auto te voorschijn en verdween in razende vaart in deze richting. Hij liep recht op Sterry toe, geheel en al beheerscht door een echt Schotsche woede, en ontsloeg den man met zooveel kracht en duidelijke bewoordingen, dat het raam van de schuur in splinters te loor ging.
Sinds dezen morgen 11 uur, toen Sterry's meubelwagens het hek passeerden, heerscht er een weldadige vrede over het John Grier Home. Een man uit het dorp helpt ons zoolang, terwijl wij intusschen den tuinier uit onze droomen geduldig afwachten.
Ik vind het jammer, dat ik je met onze lasten moest overvallen.
Zeg Judy, dat ze me een brief schuldig is en dat ze geen woord van me te hooren krijgt, zoolang ze haar schuld niet heeft afgedaan.
Uwe dienstwillige dienaresse S. McB.
Lieve Judy,
In mijn brief van gisteren aan Jervis vergat ik onzen hartelijken dank over te brengen voor de drie badkuipen. Die hemelsblauwe kuip met de poppetjes erop is beslist een verfraaiing van de baby-afdeeling. Ik hou erg veel van geschenken voor de babies, als ze te groot zijn om ingeslikt te worden.
Je zult wel blij zijn te hooren, dat de afdeeling handenarbeid goede vorderingen maakt. De timmerafdeeling werkt zoolang in het lokaal, waar vroeger de kinderen fröbelonderwijs kregen; nu zitten de kleintjes zoolang in den tuin te werken totdat er een vleugel is bijgebouwd.
En ook met de naaiklasse van de meisjes gaat het uitstekend. Onder den grooten beuk zitten de meisjes op een rij op lange banken met de hand te naaien, terwijl de grootste onze drie naaimachines gebruiken mogen. Zoodra ze er eenige vaardigheid in hebben gekregen, zullen wij het heele huis in nieuwe kleeren steken. Ik weet dat je vindt dat ik talm, maar het is heusch een heel werk om 180 nieuwe jurken te maken, en de meisjes zullen het veel meer op prijs stellen als zij ze zelf moeten maken.
Ik moet je ook berichten, dat onze gezondheidsmaatregelen een geweldige vlucht hebben genomen. Dr. MacRae heeft morgen- en avondoefening ingevoerd en een glas melk en een uur korfbal elken dag, tusschen de schooluren door. Hij leert de kinderen nu ook het gebruik en het nut van onze verschillende organen en heeft hen in kleine groepjes verdeeld, die afzonderlijk bij hem aan huis komen, waar hij een geraamte heeft staan en waar hij hun alles kan aanwijzen. Zij kunnen nu met evenveel verstand over hun kleine ongesteldheden spreken als over sprookjes van Moeder de Gans. Werkelijk, ze worden te geleerd om nog dezelfde kinderen te schijnen. Je zoudt nooit denken dat je vondelingen voor je hadt, als je onze kinderen hoorde spreken. Het lijken echte collegekinderen!
2 uur nm. O Judy, er is iets vreeselijks gebeurd! Herinner je je nog, dat ik je een paar weken geleden erover sprak, dat ik een lief meisje in een aardige familie had ondergebracht, met de hoop dat zij haar zouden aannemen? Het was een lieve Christelijke familie, die in een aardig dorpje woonde. De pleegvader was daar diaken van de kerk. Hetty is een allerliefst gehoorzaam huishoudelijk klein wijfje en het leek of het stelletje prachtig bij elkaar hoorde. Lieve Judy, ze werd van morgen bij ons teruggebracht _omdat ze had gestolen!_ En schandaal op schandaal: _Ze had een beker van het Avondmaal uit de kerk gestolen!_
Tusschen haar gesnik en hun beschuldigingen in, duurde het wel een half uur, eer ik de waarheid te weten kon komen. Het schijnt dat de kerk, waartoe zij behooren, zeer modern en hygiënisch is (precies als onze dokter) en dat zij daar persoonlijke bekers voor het Avondmaal hebben ingevoerd. De arme kleine Hetty had in haar heele leven nog nooit van een Avondmaal gehoord. Ze was ook nog niet zoo erg aan de kerk gewend, want de Zondagschool was altijd voor haar eenvoudige godsdienstige verlangens voldoende geweest. Maar in haar nieuwe thuis ging ze èn naar de kerk èn naar de Zondagschool en eens hebben zij daar tot haar groote vreugde wijn rondgereikt. Maar haar sloegen ze over. Ze kwam er niet tegen in opstand, ze is eraan gewend overgeslagen te worden. Maar toen ze naar huis gingen, zag ze dat het zilveren bekertje bij haar plaats was blijven staan, en denkend, dat het een souvenir was dat ze mocht meenemen, stak ze het in haar zak. Twee dagen later kwam het pas aan het licht, daar het zilveren bekertje het meest geliefkoosd sieraad van het poppenhuis uitmaakte. Het schijnt, dat Hetty jaren geleden een tinnen poppenserviesje in een speelgoedwinkel heeft zien staan en sedert dien dag steeds heeft gedroomd er zelf een te mogen bezitten. Het avondmaal-bekertje was niet precies hetzelfde, maar het leek er toch wel wat op. Als nu onze Christelijke familie een beetje minder geloovig was geweest en een beetje meer gezond verstand had bezeten, zou zij kalm het bekertje aan de kerk terug hebben gegeven en Hetty naar den eersten den besten speelgoedwinkel hebben meegenomen om er een poppenserviesje voor haar te koopen. Maar niets daarvan! Ze stopten het kind met haar hebben en houden in den eersten den besten trein, duwden haar door onzen hoofdingang en verklaarden, dat zij een geboren dievegge was!
Ik ben blij, dat ik je zeggen kan, dat ik dien diaken en zijn vrouw eens flink de les heb gelezen en zij van mij meer te slikken kregen, dan zij wel ooit van den hoogen preekstoel uit naar binnen hebben mogen wurgen. Ik leende voor dit doel een paar krachtuitdrukkingen uit Sandy's woordenboek en stuurde hen vernederd en kleintjes naar huis. En wat die arme kleine Hetty betreft, die is nu weer bij ons terug, nadat ze eerst met zulke groote verwachtingen de wijde wereld in ging. Het heeft een heel slechten moreelen invloed op een kind om in ongenade naar een gesticht terug gestuurd te worden, vooral als ze zich niet bewust is, dat ze iets kwaads heeft gedaan. Het geeft haar het gevoel alsof de wereld vol voetangels en klemmen is en dat maakt haar angstig en onzeker. Ik moet nu mijn best doen om een ander lief ouderhuis voor haar te vinden, met menschen die nog niet zoo oud en netjes en goed geworden zijn, dat ze hun eigen jeugd absoluut vergeten hebben.
Zondag.
Ik vergat je te zeggen, dat onze nieuwe tuinbaas hier gekomen is. Hij heet Turnfelt en heeft een vrouw met mooi, blond haar en kuiltjes in haar wangen. Als ze een vondeling was, zou ik haar in een wip kunnen plaatsen. En we zullen van haar zachtheid gebruik weten te maken! Ik heb een prachtig plan om aan hun huisje nog een vleugel bij te bouwen, zoodat onder haar goede zorgen een soort broedhuis gesticht wordt voor pas aangekomen, kleine kuikentjes, zoodat we zeker kunnen zijn, dat ze alle leelijke ondeugden, als ze die bezitten mochten, hebben afgelegd wanneer ze zich met onze andere modelkuikens vermengen.
Wat denk je daarvan? Het is beslist noodzakelijk om bij zoo'n groot gesticht, vol lawaai en drukte, een stil, afgezonderd plekje te hebben, waar wij alle gevallen die speciale zorg vragen, onderbrengen. Sommige van onze kinderen hebben geschokte zenuwen en dan zal een rusttijd hun zeker goed doen. Kies ik mijn woorden niet zeer goed? Ja, het dagelijksch onderhoud met Dr. Robin MacRae kan niet zonder goede gevolgen blijven!
[Illustratie]
Je moest onze biggetjes eens zien sedert den dag, dat Turnfeld zijn intrede heeft gehouden. Ze zijn nu zoo helder en rozig en onnatuurlijk, dat ze elkaar haast niet meer herkennen als de een den ander passeert.
Ook ons aardappelveld is onherkenbaar. Het is net als een dambord in 64 gelijke stukken verdeeld en elk kind heeft zijn eigen stuk al gekregen. Nu vormen zaadcatalogi onze eenige lectuur.
Noah is juist van een uitstapje naar het dorp teruggekeerd, waar hij het Zondagsblad heeft gehaald. Want Noah is een zeer geletterd persoon, hij leest niet alleen zeer goed, maar hij draagt ook een bril met hoornen randen, terwijl hij zich met die gewichtige bezigheid occupeert.
Hij bracht ook een brief van jou mee, die je Vrijdagavond hebt geschreven. Het spijt me geweldig dat je Gösta Berling niet mooi vindt en Jervis evenmin. De eenige opmerking die ik wil maken, is, dat er een shocking gebrek aan letterkundigen smaak in de Pendleton familie heerscht.
Dr. MacRae heeft een anderen dokter op bezoek, een zeer melancholiek heer, die aan het hoofd van een particulier zenuwziekengesticht staat en die denkt, dat er niets in het leven mooi en goed is. Maar ik vermoed, dat die droefgeestige inzichten het natuurlijk resultaat zijn van den voortdurenden omgang met krankzinnigen en zenuwzieken, met wie hij driemaal per dag aan tafel zit. Hij bereist de heele wereld op zoek naar gevallen van degeneratie en treft die overal aan.
Nadat ik een half uur met hem had gepraat, verwachtte ik, dat hij mijn keel zou onderzoeken om te zien of ik misschien een gespleten verhemelte had. Sandy's keuze, wat vrienden betreft, stemt volkomen met zijn literairen smaak overeen.
Lieve deugd, wat een brief!
Goeden nacht! Sallie.
Donderdag, 2 Mei.
Lieve Judy,
Er is toch zooveel gebeurd! Het John Grier Home is er nog buiten adem van. Eindelijk heb ik het vraagstuk opgelost en weet ik, wat ik met mijn kinderen zal doen als al die timmerlieden en loodgieters en metselaars in ons huis bezig zijn, of liever gezegd, mijn beste broer heeft de oplossing gevonden!
Vanmiddag ging ik over de linnenkast en kwam tot de vreeselijke ontdekking, dat ik alleen maar sloopen genoeg had om elke twee weken mijn kinderen een versche te geven, wat blijkbaar de gewoonte van het huis is. En wie denk je dat daar binnenstormt terwijl ik als een chatelaine van een middeleeuwsch kasteel, te midden van mijn huishoudelijke beslommeringen, een bos sleutels aan mijn middel bengelend, in gepeins was verzonken? Niemand anders dan Jimmie!
Daar ik zoozeer in mijn zorgen was verdiept, kon ik hem slechts een vluchtigen kus op zijn neus drukken en stuurde ik hem weg om toezicht over mijn twee oudste rakkers te houden. Ze riepen wat vrienden bij elkaar en organiseerden een voetbalwedstrijd. Jimmie kwam hijgend maar enthousiast terug en stemde erin toe zijn bezoek tot het eind van de week te verlengen, hoewel hij na het avondeten, dat ik hem te verorberen gaf, te kennen gaf, dat hij voortaan zijn maaltijden in het hotel wenschte te nuttigen. Toen wij met ons kopje mocca voor het vuur zaten, maakte ik hem deelgenoot van mijn onzekerheid, wat ik met mijn kuikens moest beginnen terwijl de nieuwe broedplaats gebouwd zou worden. Je kent Jimmie. In een seconde had hij zijn plan al opgemaakt.
"Sla een Adirondacks-kamp op, op het kleine grasveld bij het gebouw. Je kunt daar drie tenten opslaan, elk voor acht man en dan kun je de 24 oudste jongens gedurende den zomer eruit sturen. Het kost haast niets!"
"Ja", argumenteerde ik, "die tenten kosten weinig, maar het is heel duur om een man aan te nemen, die er toezicht over houdt". "O neen", antwoordde Jimmie, "ik zal wel een collegevriend voor je vinden, die blij is om gedurende zijn vacantie kost en inwoning en een kleine vergoeding voor zijn toezicht te krijgen. Je zult hem alleen wat beter eten moeten geven dan ik gisteren het genoegen had op mijn bord te zien".
Dr. MacRae liep om negen uur bij ons aan, nadat hij eerst de ziekenafdeeling had bezocht. Wij hebben drie gevallen van kinkhoest maar houden de kinderen afzonderlijk, zoodat er geen enkel van de andere aangetast kan worden. Hoe deze drie het kregen, is mij een raadsel. Het schijnt, dat er een vogeltje bestaat, dat kinkhoest naar de vondelingengestichten brengt.
Jimmie overviel hem dadelijk met zijn kampschema en de dokter ging er vol geestdrift op in. Ze namen potlood en papier en maakten er een schets van, en een paar uur later was de laatste spijker geslagen. Niets zou die twee menschen meer voldoening hebben kunnen geven, dan nog om tien uur aan de telefoon te hangen en een armen timmerman uit zijn besten slaap te wekken. Die is nu met eenig timmerhout voor acht uur in den morgen besteld.
Ik raakte hen eindelijk om half elf kwijt, terwijl ze nog druk over palen en touw en tentdoek napraatten.
De opgewondenheid van Jimmie, gevoegd bij de sterke koffie, maakte, dat ik nu nog opzit om je uitvoerig verslag te geven. Toch zal ik als je het goed vindt, je de nadere bijzonderheden een volgende keer meedeelen.
Altijd, Je Sallie.
Zaterdag.
Waarde vijand,
Komt U vanavond om zeven uur bij ons dineeren? Het wordt een echt diner, we krijgen zelfs roomijs!
Mijn broer heeft een welwillend jongmensch ontdekt, die het toezicht over onze jongens kan houden. Misschien kent U hem wel. Hij heet Mr. Witherspoon. Ik wil hem langzaam aan in gestichtskringen introduceeren, dus spreek alsjeblieft niet over krankzinnigheid of epileptische gevallen of alcoholisme of over een van Uw andere stokpaardjes.
Het is een vroolijke levenslustige jongen, die aan heel goede diners gewend is. Denkt U, dat hij zich ooit in het J. G. H. op zijn gemak zal voelen?
In de grootst mogelijke haast, Sallie McBride.
Zondag.
Lieve Judy.
Jimmie kwam hier Vrijdagmorgen om acht uur aanloopen en de dokter een kwartier later. En sinds dien tijd hebben ze met de timmerlieden en onzen nieuwen tuinbaas en Noah en onze twee paarden en onze acht sterke boys flink doorgewerkt. Nog nooit zijn bouwplannen met meer animo en grooter spoed tot stand gekomen. Ik wou dat ik een dozijn Jimmies hier kon krijgen, alhoewel ik moet bekennen dat mijn broer in zijn eerste vlaag van werkwoede beter werkt dan eenigen tijd later. Voor het beeldhouwwerk van een middeleeuwsche kathedraal zou hij b.v. niet bijster geschikt zijn.
Hij kwam Zaterdagmorgen met een nieuw denkbeeld aandragen: hij had den vorigen nacht in het hotel een vriend ontmoet, die tot zijn jachtclub in Canada behoort en kassier van onze Eerste (en eenige) Nationale Bank is. "Het is een beste jongen", zei Jimmie, "en juist dat soort, dat wij noodig hebben om de kinderen schik in het kampleven te doen krijgen. Hij zal wel bereid zijn om hier te komen tegen vrije kost en inwoning en een vergoeding van $ 30.-- in de maand, want hij is met een meisje in Detroit verloofd en wil sparen. Ik zei hem al, dat het eten hier niets waard is, maar als hij genoeg opspeelt, zul je wel een nieuwe keukenmeid aannemen".
"Hoe heet hij?" vroeg ik vol belangstelling.
"O, hij heeft een verrukkelijker naam! Hij heet Percy de Forest Witherspoon".
Ik viel bijna flauw! Stel je voor, een Percy de Forest Witherspoon, die voor 24 van die kleine, onbeschaafde wilden moet zorgen!
Maar je kent Jimmie als hij zijn zinnen op iets heeft gezet. Hij had Mr. Witherspoon al uitgenoodigd om dien avond bij ons te komen eten en had oesters en duifjes en roomijs in het dorp besteld om me met mijn kalfsvleesch te hulp te komen. Het eindigde daarmede, dat ik een volmaakt diner gaf met Miss Matthews en Betsy en den dokter incluis.
Ik vroeg er haast ook den WelEd. Gestr. en Miss Snaith bij. Sedert ik die twee ken, voel ik dat er een roman tusschen hen moet bestaan. Nooit ontmoette ik twee menschen die zoo prachtig bij elkaar passen! Hij is een weduwnaar met vijf kinderen. Denk je niet, dat we dat zaakje zouden kunnen opknappen? Als hij een vrouw heeft, die goed voor hem zorgt, zou hij niet meer zooveel tijd voor het J. G. H. over kunnen hebben. Ik zou het heerlijk vinden om met één slag van beiden ontslagen te zijn. Je moet het heusch bij de aanteekeningen voor toekomstige verbeteringen voegen.
In elk geval hadden wij ons diner. En gedurende den maaltijd groeide mijn angst gedurig, niet over het feit, wat Percy voor ons zou doen, maar wel, wat wij voor Percy zouden kunnen doen. Als ik de heele wereld afreisde, zou ik toch nergens een geschikter man kunnen vinden, waarmede onze jongens nog meer zouden boffen. Je kunt hem aanzien dat hij alles goed doet en flink is; zijn letterkundige en artistieke bekwaamheden trek ik een weinig in twijfel, maar hij rijdt en schiet en speelt golf en voetbalt en zeilt. Hij houdt er van in de open lucht te slapen en hij houdt van jongens. Hij heeft er altijd naar verlangd om eens een paar vondelingen te leeren kennen, want hij beweerde, dat hij er dikwijls over gelezen heeft, maar nog nooit met, hen heeft gesproken. Percy schijnt te goed om werkelijk te zijn. Het lijkt een droom!
Voordat zij afscheid namen, zochten Jimmie en de dokter een lantaarn op en geleidden zij Mr. Witherspoon in avondcostuum naar de plaats waar zijn toekomstig kamp gebouwd moet worden.
En wat hadden wij niet een verrukkelijker Zondag! Ik moest hun absoluut verbieden om met timmeren door te gaan, want die mannen dachten aan niets anders, zelfs niet aan het moreele kwaad dat ze daardoor bij 104 zieltjes zouden kunnen aanrichten! Ze stonden daar en hamerden erop los en dachten erover, dat ze morgen vroeg weer aan het werk konden gaan! Hoe langer ik mannen bestudeer, des te meer kom ik tot de overtuiging dat zij niets anders zijn dan groote jongens, die hun ware natuur een beetje voor de buitenwereld verbergen.
Ik verkeer in gestadig gepeins hoe ik in Godsnaam den Heer Witherspoon zal kunnen voeden. Hij ziet eruit alsof hij een schrikwekkenden eetlust heeft en ook alsof hij zijn diner niet kan verorberen als hij geen avondcostuum aan heeft. Ik heb Betsy er op uitgezonden met de boodschap, dat we een koffer vol avondjaponnen moeten hebben om onze sociale standing op te houden. Een ding is zeer goed: hij gebruikt zijn lunch in het hotel en ik heb gehoord dat die daar zeer voedzaam en rijkelijk is.
Zeg Jervis, dat het me spijt, die hij niet hier is en dus niet mee kan timmeren aan ons kamp. Daar komt de WelEd. Gestr. in de verte aan. De goede God behoede mij!
Je ongelukkige S. McB.
J. G. H. 8 Mei.
Lieve Judy,
Ons kamp is klaar! Mijn energieke broer is er weer van door en onze 24 boys hebben twee heerlijke nachten in de open lucht doorgebracht.
Onze drie tenten verhoogen het artistieke schoon van ons terrein. Zij zijn ongeveer gelijk aan die, welke wij in Adirondacks hadden, gesloten aan drie kanten en van voren open en één grooter dan de twee andere, omdat die de kamer van den Heer Percy Witherspoon bevat. Een aangrenzende hut, die wat minder aan weer en wind is blootgesteld, dient als badinrichting en bevat een kraan, aan den wand bevestigd, en drie groote waterkitten. Elk kamp heeft een badmeester, die, op een stoel staande, de overige jongens, huiverend naast den stoel staande, een voor een flink met water begiet. Sinds onze regenten ons niet genoeg badkuipen wenschen te geven, moeten wij onze scherpzinnigheid te hulp roepen. Het kamp is in drie Indianengroepen verdeeld, elk met een hoofdman, die voor het gedrag van de groep aansprakelijk is. Mijnheer Witherspoon is de hoofdman van de heele Indianenbende en Dr. MacRae is de medicijnman. Zij betrokken hun tenten Dinsdagavond met de bekende plechtigheden, en hoewel zij mij officiëel uitnoodigden de feestelijkheden bij te wonen, maakte ik voor mijzelf uit dat dit een zuiver manlijke bijeenkomst was. Ik weigerde dus te komen doch zond hun ververschingen, wat in zeer goede aarde viel. Betsy en ik liepen dien avond tot het slagbalveld en kregen een glimp van hun orgieën te zien. De dapperen waren in een wijden kring om het vuur gezeten, ieder versierd met een deken van zijn bed en een rij veeren in zijn haar. (Onze kuikens schijnen er zeer schrale staarten op na te houden, maar ik heb geen onpleizierige vragen gesteld). De dokter voerde een krijgsdans uit, een bonten deken artistiek om zijn schouders geslagen, terwijl Jimmie en de Heer Witherspoon hem met krijgsmuziek begeleidden. (Twee koperen ketels die wij nu wel nooit meer terug zullen zien!) Had je dat ooit van Sandy gedacht? Het is het eerste glimpje leven, dat ik van dien man te zien kreeg.
Na tien uur, toen de dapperen veilig en wel onder de wol lagen, kwamen de drie mannen bij ons binnen vallen en lieten zich lui in de gemakkelijke stoelen van de bibliotheek neer met het air van martelaars, die zich voor het welzijn van anderen hebben opgeofferd. Maar zij konden mij niet misleiden: bij alle gekheid, die zij hadden uitgevoerd, hadden zijzelven even hard meegenoten als onze jongens.
Tot dusverre lijkt Percy Witherspoon het hier zeer behagelijk te vinden. Hij zit aan het hoofd van een onzer tafels onder de speciale bescherming van Betsy, en naar ik hoor weet hij daar in het stille hoekje veel vroolijkheid te weeg te brengen. Ik ben er in geslaagd het menu een kleinigheid te verbeteren en met een goeden eetlust accepteert hij alles, wat wij hem voorzetten, onbekommerd over de afwezigheid van de gewende kleinigheden als oesters en tong en hors d'oeuvre.
Ik kon dezen jongen man geen eigen zitkamer aanwijzen, maar hij heeft die moeilijkheid opgelost door voor te stellen het nieuwe laboratorium daarvoor te gebruiken. Dus brengt hij de avonden met een boek en een pijp vredig door, terwijl hij zich behagelijk in den tandartsstoel uitstrekt. Er zijn niet veel menschen van de wereld, die hun avonden op zulk een onschuldige manier zouden willen doorbrengen. Dat meisje in Detroit is een gelukkig, jong ding!
O jé! Daar komt een auto met menschen aan, met het verzoek het gesticht te mogen bezien en Betsy, die gewoonlijk de honneurs waarneemt, is er niet. Ik vlieg!
Addio! Sallie.
[Illustratie]
Mijn lieve Gordon.