Part 6
De gedachte aan al deze kleine levens, die in zoo verschillende richtingen zich zullen ontwikkelen, ontroert mij steeds weer. De zieltjes van onze kinderen staan open voor elk bloemzaadje. Het is daar wel wat wild gezaaid geworden, dat is zeker, maar hoewel wij bij onze kinderen een hoop onkruid zullen vinden, verwachten wij toch ook een paar zeldzame en zeer kostbare bloemen. Word ik nu sentimenteel? Zeker omdat ik zoo'n honger heb! Daar gaat juist de gong! Wij krijgen vanavond een heerlijken maaltijd: roastbeef en worteltjes en sla met rhabarber toe. Zou je niet graag met ons mee-eten? Ik zou het heerlijk vinden je hier te hebben! Met stevigen handdruk,
S. McB.
P.S. Je moest eens al die daklooze katjes zien, die onze kinderen hebben aangenomen. Wij hadden er vier toen ik hier kwam en die hebben nu alle kleintjes gekregen. Ik heb het juiste aantal nog nooit geteld maar ik geloof, dat de familie thans uit 19 leden bestaat.
[Illustratie]
15 April.
Mijn lieve Judy,
Je zou graag, buiten je maandelijksche toelage, aan het John Grier Home een kleine gift vermaken? Bene! Wil je alsjeblieft de volgende advertentie met vette letters in alle volksblaadjes laten zetten?
_ATTENTIE!_ _AAN OUDERS DIE VOORNEMENS ZIJN_ _HUN KINDEREN TE VONDELING TE_ _LEGGEN: DOE DIT S.V.P. VOORDAT UWE_ _KINDEREN DRIE JAAR OUD ZIJN._
Ik zou niets weten, wat ons van den kant der ouders, die ons toch vroeg of laat hun kinderen toezenden, meer zou helpen, want het kwaad er uit te roeien voordat je goede, nieuwe kiemen kunt planten, is een langzaam ontmoedigend werk.
Wij hebben hier een kind, dat me haast heeft overbluft, maar ik wil voor mezelf niet het idee hebben, dat een kind van vijf jaar mij zou overmeesteren. Hij varieert tusschen een absoluut hardnekkig zwijgen, waarbij er geen woord uit te krijgen is, en de hevigste uitbarstingen van woede, waarin hij alles stuk smijt wat in zijn bereik ligt. Hij is hier haast drie maanden en binnen dien tijd heeft hij alles, wat hier los en vast is, stuk geslagen, wat tusschen twee haakjes nu niet bepaald een kunstverlies is!
Een maand voordat ik hier kwam, heeft hij het kleed van de tafel getrokken terwijl het meisje, dat toezicht hield, even in de gang was. De soep was al opgediend. Je kunt je voorstellen wat een herrie dat was! Mrs. Lippett heeft het kind bij die gelegenheid half vermoord, maar daarmee was zijn temperament nog niet vermoord, dat viel mij geheel intact in handen.
Zijn vader was een Italiaan en zijn moeder een Iersche. Hij heeft rood haar en zit vol met zomersproeten en heeft de mooiste bruine oogen, die ooit uit Napels kwamen. Nadat de vader bij een twist doodgestoken werd, en zijn moeder tengevolge van aanhoudende dronkenschap stierf, is de arme kleine jongen op de een of andere wijze bij ons terecht gekomen. Wat zijn manieren betreft, laten wij daarover maar zwijgen -- hij schopt en vloekt als een echte polderjongen.
Ik heb hem Punch gedoopt.
Gisteren werd hij al schreeuwend en huilend naar mijn kamer gebracht met het bericht, dat hij een klein meisje op den grond had gesmeten en haar van haar pop had beroofd. Miss Snaith plaatste hem in den grooten armstoel en ik ging door met schrijven, wachtend tot hij bedaard zou zijn. Plotseling werd ik wakker geschud door een hevig gekraak. Hij had die groote groene jardinière, die in het raamkozijn staat, omver gesmeten en het ding was van zijn oorspronkelijker toestand in minstens duizend scherven veranderd. Ik sprong dadelijk op met dat gevolg, dat de inktpot op den grond viel en toen Punch die tweede catastrophe zag, veranderde zijn woedebui plotseling in een onbedaarlijke lachbui. Het kind is kwaadaardig.
Ik ga er nu toe over een nieuw opvoedingssysteem op hem toe te passen, dat hij in zijn arm klein leventje zeker nog nooit heeft ontmoet. Ik wil eens zien, welken invloed lof, liefde en aanmoediging op hem uitoefenen. Inplaats van dus tegen hem te keer te gaan over die gebroken jardinière, zei ik, dat het een ongeluk was. Ik kuste hem en vertelde hem, dat hij het zich maar niet moest aantrekken, het kon mij heelemaal niet schelen, dat het ding stuk was. Dit trof hem zoo, dat hij opeens stil werd. Hij hield zijn adem in en staarde voor zich uit, terwijl ik zijn tranen wegveegde en de inkt van het kleed verwijderde.
Punch is het moeilijkste vraagstuk van het J. G. H. Hij heeft zeker wel de meest geduldige liefderijke en individueele zorgen noodig.
[Illustratie]
Hij moest een eigen vader en moeder hebben en broertjes en zusjes en een lieve zachte grootmoeder. Maar ik kan hem niet bij een fatsoenlijke familie onderbrengen als ik niet eerst zijn taaltje heb gezuiverd en hem genezen heb van zijn manie om alles stuk te slaan. Ik scheidde hem van de andere kinderen en hield hem dezen heelen morgen bij mij, nadat Jane eerst voorzichtig alle objects d'art op een veilige hoogte had geplaatst. Gelukkig houdt hij van teekenen en hij zit nu al twee uur lang op een haardkleedje en houdt zich rustig bezig met zijn kleurpotlooden. Hij was zoo blij toen ik levendige belangstelling toonde in een rood en groene boot met een gele vlag die van den mast wapperde, dat hij dadelijk angstwekkend spraakzaam werd. En voor dien tijd kon ik er toch geen woord uitkrijgen.
's Middags liep Dr. MacRae aan en bewonderde eveneens de boot, terwijl Punch's schippershart zwol van trots, en tot belooning omdat hij zoo'n goede jongen was, heeft de dokter hem toen in zijn auto meegenomen op bezoek naar een patient, die buiten woont. Punch werd om vijf uur weer bij ons afgegeven door den dokter, die een beetje treuriger en bezadigder was dan bij zijn vertrek. Op een vredige boerderij had hij de kuikens met steenen geworpen, een ladder tegen een raam aan gegooid en de lievelings-Angorakat bij haar staart de hoogte in geworpen. En toen de oude, lieve dame hem vertelde, dat hij lief tegen het poesje moest zijn, had hij haar geantwoord dat ze kon ophoepelen.
Ik kan er niet aan denken, wat sommige van onze kinderen al hebben moeten meemaken en mee hebben aangezien. Jaren van liefde, zonneschijn en geluk zullen noodig zijn om de treurige herinnering verloren te laten gaan, die ze in het achterste hoekje van hun kleine hersenpan hebben opgehoopt. En er zijn zooveel kinderen en zoo weinig van ons kunnen ze opvroolijken. We hebben geen armen en schoten genoeg om hen te vertroetelen en aan te halen. Mais parlons d'autre chose! Die vreeselijke vraagstukken van erfelijke belasting en wat daaraan vast zit, waarover de dokter altijd peinst, laten mij nu ook niet meer met rust en dat is lang niet goed want iemand in mijn plaats moet niets dan goeds kunnen zien. Optimist zijn is het eenige wapen voor een sociaal werker.
Judy, het is middernacht, dus wel te rusten en droom zacht!
Addio! Sallie.
Dinsdag.
Waarde vijand,
U hebt door het heele huis gedokterd en liep toen met Uw neus in de lucht voorbij mijn zitkamer, waar ik met de thee en een schotel echte Schotsche koekjes -- expres als een zoenoffer voor U besteld -- op U zat te wachten.
Als ge u werkelijk gekrenkt voelt, welnu, dan zàl ik dat Kallikak boek lezen, maar vooruit waarschuw ik U nog even dat U me nog eens dood laat werken. Ik heb haast al mijn energie noodig om een bekwame directrice te zijn en de Universiteitsuitbreiding, die U met mij voor hebt, vind ik buitengewoon vermoeiend. Herinnert gij U nog hoe verontwaardigd een Schotsche dokter was, toen ik hem vertelde dat ik den vorigen avond tot één uur was opgebleven? Welnu, mijn lieve man, als ik al die nuttige wetenschappelijke boekdeelen, welke ik van U krijg, moet doorwerken, zit ik elken nacht tot den volgenden ochtend op.
Wees maar weer goed. Ik zuinig een half uur verpoozing na het avondeten voor mijn eigen genot uit en hoewel ik dolle lust voel om de laatste novelle van Wells door te bladeren, za ik me nu met Uw zwakzinnige familie tevreden stellen.
Vredelievend S. McB.
Het John Grier Home. 17 April.
Waarde Gordon,
Dank je wel voor je prachttulpen en ook voor je lelies. Ze kleuren prachtig bij mijn blauwe Perzische bowls.
Heb je ooit iets over de Kallikaks gelezen? Koop anders het boek en lees het. De twee takken van deze familie wonen, geloof ik, in New-Jersey, hoewel hun ware naam en afkomst zorgvuldig geheim worden gehouden. Maar in elk geval, en dat is werkelijk zoo, bestond er zes geslachten geleden, een man die ze maar Martin Kallikak hebben gedoopt. Die heeft zich eens op een goeden dag bedronken en is er met een zwakzinnige barmeid vandoor gegaan, waardoor hij een lange rij van zwakzinnige Kallikaks in het leven heeft geroepen: dronkaards, spelers, prostituées, paardendieven, de schrik van New-Jersey en omliggende steden. Maar later werd deze Martin weer een fatsoenlijk jongmensch en trouwde met een normale vrouw, waardoor hij een tweede lijn van Kallikaks stichtte: rechters, dokters, farmers, professoren, staatslieden, een weldaad voor het land. En nu bestaan deze twee takken nog altijd, de eene bloeit naast de andere voort en je ziet dus wat een zegen het voor New-Jersey geweest zou zijn, als er in de jeugd van die zwakzinnige barmeid een vreeselijk ongeluk gebeurd was, dat haar van het leven beroofd had.
Het schijnt, dat zwakzinnigheid een zeer overerfelijke eigenschap is en dat geen wetenschap ter wereld hier iets tegen doen kan. Tot nu toe is nog geen operatie uitgevonden, waardoor hersenen geintroduceerd kunnen worden in het brein van het kind, dat het leven zonder dit nuttig orgaan begon. En het kind groeit op met een, laten we zeggen, negenjarig stel hersens in een dertigjarige body en word de ongewapende prooi van elke misdaad, die het ontmoet. Onze gevangenissen zijn voor een derde gevuld met zwakzinnige veroordeelden. De staat moest zulke menschen naar boerderijen sturen, waar ze hun brood in vrede, rustig en kalm kunnen verdienen. Natuurlijk mogen ze geen kinderen krijgen! Dan zijn ze na een geslacht of wat heelemaal weggevaagd van onze aarde.
Wist je dat allemaal wel? Het is toch zeer belangrijk voor een staatsman. Koop alsjeblieft het boek en lees het. Ik kan je mijn exemplaar niet zenden, omdat ik het zelf heb geleend. Het is ook voor mij een zeer goede en nuttige leiddraad. Elf van onze kinderen verdenk ik een beetje van idiotisme en van Loretta Higgens weet ik zeker dat ze haar volle verstand niet heeft. Ik heb nu al twee maanden lang geprobeerd om een of twee heel eenvoudige denkbeelden in de hersens van dat kind te laten doordringen, maar nu weet ik waarom dat niet gaat.
Haar hoofd is met een soort geleiachtige massa inplaats van met hersens gevuld.
Ik kwam hier om verschillende kleine verbeteringen, zooals versche lucht en beter voedsel en betere kleeren en zonneschijn in te voeren, maar lieve deugd, je beseft niet half voor wat voor moeilijkheden ik sta! Je zou eerst de maatschappij moeten verbeteren, zoodat die geen abnormale kinderen meer kan produceeren. Erger je maar niet over mijn opgewonden taaltje, ik heb zoo juist een artikel over idiotisme gelezen en het is ontroerend -- en interessant, Het is nu het werk der staatslieden, dat er zulke wetten gemaakt worden, dat dit vreeselijk kwaad absoluut uitgeroeid worde. Zorg er alsjeblieft onmiddellijk voor.
Je dan zeer dankbare S. McBride, Directrice v/h John Grier Home.
Geachte Man van de Wetenschap,
U kwam vandaag niet. Wees zoo goed en laat ons morgen niet wederom hier alleen zitten. Ik ben juist klaar met de Kallikak familie en ik zou er nu dolgraag over willen spreken. Vindt u het niet aan te raden, dat een psycholoog onze kinderen eens onderzoekt. Wij behooren er toch voor te zorgen, dat pleegouders niet opgescheept worden met erfelijk belaste kinderen.
Ziet U, ik zou U wel willen vragen Loretta voor haar verkoudheid arsenicum voor te schrijven. Ik heb haar geval zeer van dichtbij bestudeerd en ze is beslist een Kallikak! Is het nu wel goed om haal te laten opgroeien en een geslacht van een 378 zwakzinnige menschen te laten stichten, waarvoor de staat moet opkomen? 't Is waar, eigenlijk vind ik het idee om een kind te vergiftigen verschrikkelijk, maar wat is hier de aangewezen weg?
S. McB.
Waarde Gordon,
Je stelt dus absoluut geen belang in zwakzinnige en idiote menschen en vindt het verbazend jammer, dat ik me er wel voor interesseer? ja zie je, ik vind het op mijn beurt verbazend jammer, dat het jou niets kan schelen. Als je geen belang stelt in alle, letterlijk alle dingen, die er nu ongelukkigerwijs op de wereld bestaan, hoe kan je dan wijze, heldhaftige wetten maken? Dat kun je dan niet; onmogelijk.
Maar volgens je verzoek zal ik je over minder vervelende onderwerpen schrijven. Ik heb zoo juist 50 Meter blauwe en roze en lichtgroene en crême haarlintjes gekocht als een Paaschcadeau voor mijn 50 dochtertjes. Ik denk er ook hard over, jou een Paaschcadeau te zenden. Wat zou je van een klein, donzig katje denken? Ik kan je de volgende patronen offreeren:
[Illustratie]
Numero drie komt in alle nuances voor: grijs, zwart en ook geel. Als je me dadelijk laat weten, wat je het liefste hebt, zal ik je het gewenschte exemplaar per post toezenden.
Ik wilde je eigenlijk een flinken brief schrijven, maar het is juist ons theeuurtje en ik zie, dat er een gast nadert.
Addio! Sallie.
P.S. Ken je niet iemand, die een alleraardigste baby-boy met zeventien snoezige melktandjes zou willen aannemen?
20 April.
Lieve Judy!
Krentebroodjes, niets dan krentebroodjes! We hebben als Goede Vrijdag-geschenk daarvan tien dozijn gekregen van Mrs. De Peyster Lambert, een koude stijve, vormelijke ziel, die ik een paar dagen geleden bij een tea ontmoette. (Wie durft er nu nog beweren, dat teaen nuttelooze tijdverspilling is?) Ze vroeg hoe het mijn lieve kleine pleegkinderen ging en zeide, dat ik een nobel werk deed en beslist mijn belooning hiervoor ontvangen zou. Ik zag krentebroodjes in haar oogen en stond wel een half uur met haar te praten.
Nu zal ik haar opzoeken om haar persoonlijk te bedanken en haar in allerlei kleine bijzonderheden laten voelen, hoe zeer deze krentebroodjes door mijn lieve kleine pleegkinderen werden gewaardeerd, waarbij ik natuurlijk wijselijk wel zal nalaten haar te vertellen, welk aandeel onze lieve kleine Punch in de krentebroodjes-historie had, die met zijn broodje op Miss Snaith mikte, net tegen haar oog aan. Ik denk, dat we met veel tact en aanmoediging Mevrouw De Peyster Lambert in een zeer goede weldoenster kunnen veranderen.
O, je weet niet welke vreeselijke bedelaarseigenschappen ik in me draag. Deze komen nu alle tot uiting. Mijn familie durft me niet te bezoeken omdat ik op zulke kort aangebonden wijze om bakshish vraag. Ik dreigde vader hem van mijn bezoeklijst te schrappen, als hij me niet dadelijk 65 leeren bovenbroeken voor mijn jongens stuurt. Een aankondiging van het postbureau deelt mij hedenmorgen mede, dat twee pakken door J. L. McBride uit Worcester aan mijn adres zijn verzonden. Dus neem ik aan dat Vader onze kennismaking wenscht voort te zetten. Jimmie heeft ons nog niets gestuurd en hij verdient toch heel veel geld. Ik stuur hem geregeld een lijst van giften, die zeer welkom zouden zijn.
Maar Gordon Hallock weet den weg naar het hart van de moeder te vinden. Ik was zoo blij met de apenootjes en de menagerie, dat hij me nu om de paar dagen een cadeau stuurt. Ik heb al mijn tijd en verstand noodig om telkens nieuwe bedankbriefjes te schrijven, die niet op de voorgaande lijken. De vorige week kregen wij een dozijn groote, ronde ballen. De heele speelkamer is er vol van en als je er door loopt, moet je er telkens een wegschoppen. Gisteren is er weer een groot pak celluloid kikkers en zwaantjes en eendjes en vischjes gekomen om in het bad te drijven.
Zend, allerbeste van alle regenten, nu de badkuipjes waarin we ze kunnen laten drijven!
Als steeds, S. McBride.
Lieve Judy,
Het voorjaar schijnt op til te zijn! De vogels komen uit het Zuiden. Zou het niet raadzaam zijn het gegeven voorbeeld te volgen?
* * * * *
Kennisgeving in het Vogel-Nieuws van den Dag.
"De Heer en Mevrouw Eerste Roodvink zijn van hun uitstapje naar Florida terruggekeerd. Het ware te wenschen, dat de Heer en Mevrouw Jervis Pendleton spoedig nakwamen".
De wind ruikt naar versch groen. Het wekt in je de lust om er van door te gaan, de heuvels af te rennen of ergens op je knieën in de aarde te wroeten. En is het niet ontroerend, welk een verlangen naar leven en naar onze goddelijke aarde het voorjaar zelfs in de droogste, oudbakkenste ziel wekt?
Ik heb vanmorgen het plan overdacht om elk kind, dat ouder dan negen jaar is, een eigen tuintje te geven. Het groote aardappelveld is er het slachtoffer van geworden, dat is de eenige plaats voor 62 eigen tuintjes. Het is dichtbij genoeg om van uit de kamers op het Noorden overzien te worden en juist ver genoeg om het gezicht op ons steeds weer bewonderd grasveld niet te bederven. De aarde is ook vruchtbaar, dus hebben zij er zeker kans op succes. Ik zou het naar vinden als die arme kleine schapen den heelen zomer hun best zouden doen en dan toch niet voor hun moeite beloond werden. Om hen nog wat meer aan te porren, zal ik verkondigen, dat het gesticht al hun producten met echt geld zal knopen, hoewel ik voorzie, dat we dan onder een berg van radijsjes bedolven zullen worden.
[Illustratie]
Ik zou graag zelfvertrouwen en initiatief in deze kinderen wekken, twee prachtige eigenschappen die ze hier absoluut missen. Met uitzondering van Sadie Kate en een paar andere ondeugende exemplaren.
Kinderen die genoeg spirit bezitten om ondeugend te zijn, hebben, volgens mij, goede vooruitzichten. Zij, die zoet zijn door gebrek aan initiatief, zijn altijd wanhopige gevallen.
De laatste dagen heb ik me hoofdzakelijk met de taak bezig gehouden om den duivel uit Punch te verdrijven, een interessant werkje als je daaraan je heelen tijd zou kunnen besteden, maar met nog 107 andere duiveltjes, die verdreven moeten worden, is, logisch gesproken, mijn aandacht naar alle kanten verspreid.
Het vervelende van dit leven is, dat, wat ik ook doe, er toch altijd dingen blijven die ik niet heb gedaan, maar toch moet doen. Daar is geen twijfel aan, of voor Punch's duivel is de aandacht van een persoon of liefst twee personen geheel noodig, zoodat op deze wijze de een den ander kan verslaan en het kind tot rust kan komen.
Sadie Kate loopt juist de babykamer binnen met het bericht, dat een van de goudvischjes (Gordon's geschenk) door een van onze babies was ingeslikt. Ik geloof werkelijk, dat het aantal ongelukken dat hier gebeurt, van dag tot dag stijgt.
9 n.m. Mijn kinderen liggen in bed en ik had juist een prachtig idee. Zou het niet heerlijk zijn als die heel-kleintjes een winterslaap konden houden, dan zouden we hen 1 October in bed leggen en pas 22 April zouden ze ontwaken!
Als steeds, Je Sallie.
[Illustratie]
24 April.
Waarde Heer Jervis Pendleton,
Dit is het suppelement van een telegram, dat ik juist tien minuten geleden verzond. Daar vijftig woorden moeilijk voldoende kunnen zijn om iemands gedachte duidelijk uiteen te zetten, voeg ik er hierbij nog een duizend aan toe.
Zooals je bij ontvangst van dit schrijven wel zult weten, heb ik den tuinier ontslagen, en hij weigert van hier te gaan. Daar hij nu eenmaal twee keer zoo groot is als ik, kan ik hem moeilijk naar het hek sleuren om hem er daar uit te smijten. Hij verlangt een officieel schrijven van den president van de regenten in krachtige bewoordingen met machineschrift op gezegeld papier geschreven. Dus,waarde President van onze Regenten, zorg hiervoor zoo spoedig mogelijk s.v.p.
Hier volgt het resumé van de zaak:
Daar ik hier midden in den winter kwam en er dan hier met tuinieren weinig te doen is, had ik tot nu toe haast niet op Robert Sterry gelet, in één geval uitgezonderd, n.l. toen ik zag, dat de duiventillen noodig schoongemaakt moesten worden. Maar vandaag liet ik hem bij mij komen om over den aanplant gedurende het komend voorjaar te spreken.
Sterry kwam en maakte het zich op mijn werkkamer gemakkelijk, met zijn hoed op zijn hoofd. Ik vroeg hem zoo tactvol mogelijk om dit kleedingstuk van plaats te doen veranderen, een absoluut noodzakelijk verzoek, daar onze kleintjes met boodschappen in en uit gaan en "pet af" een van de eerste voorschriften in het manlijk departement is.
Sterry deed wat ik hem vroeg en vormde al van te voren het plan tegen alles te zijn, wat ik hem ook zou voorstellen.
Ik zette hem mijn plannen uiteen door te zeggen, dat ik het dit jaar noodig achtte, dat het J. G. H. minder aardappelen dan in vroeger jaren zou verbouwen, na welke woorden onze tuinbaas bromde zooals de WelEd. Gestr. weleens placht te doen, alleen was het een nog minder aesthetisch en nog minder gentlemanlike geknor als men van dien advocaat verneemt. Ik maakte hem hierop duidelijk, dat boonen en uien en sla en tomaten en bieten en wortelen zeer wenschelijke voedingsmiddelen zijn.
Sterry maakte de opmerking, dat waar aardappelen en kool voor hem goed genoeg waren, dit zeker ook wel voor liedadigheidskinderen het geval zou zijn.
Ik vervolgde onverbiddelijk, dat het groote aardappelveld omgespit en bemest en in 62 kleine tuintjes verdeeld moest worden, bij welk werk jongens hem zouden helpen.
Bij die woorden barstte Sterry los. Dat veld was juist het vruchtbaarste en beste stuk grond van alles wat we hebben, en als ik dat nu voor speeltuintjes van de kinderen zou inrichten om er in te knoeien, zou ik er wel gauw door de regenten meer van hooren. Dat veld was geschikt voor aardappelveld, er hadden altijd aardappelen op gegroeid er zouden altijd aardappelen op blijven groeien, zoolang hij er maar iets over te zeggen had.
"Maar je hèbt er niets over te zeggen", antwoorde ik hem heel beminnelijk. "Ik heb gezien, dat dat veld het meest geschikt is om voor tuintjes van de kinderen te dienen en jij en de aardappelen zullen daarvoor moeten plaats maken".
Maar toen barstte het onweer eerst goed los en hij beweerde, dat hij liever dood zou gaan dan langer met zulke eigenwijze onervaren stadsratten, die van niets verstand hebben en zich met alles bemoeien, om te gaan.
Ik legde hem uit (en dat heel kalm voor iemand, die rood haar en Iersche voorouders heeft), dat dit gebouw absoluut voor de kinderen bestemd was en dat de kinderen er niet voor het gebouw waren. Een wijsgeerige opmerking, die hij echter niet snapte, ofschoon mijn zachte stem wel een eenigszins kalmeerenden invloed had. Ik voegde er nog aan toe, dat ik van hem verwachtte, dat hij de kinderen met veel geduld en handigheid het bebouwen van den grond en wat ander tuinierswerk zou leeren en dat ik wilde, dat dit met de grootste vriendelijkheid zou geschieden, waardoor dit werk goed op deze stadskinderen zou inwerken.
Sterry, die opgewonden door de kamer heen en weer liep, begon plotseling op "dat idiote Zondagschoolgedoe" te schimpen -- waarvan ik nog niet het verband met mijn woorden snap -- waarop hij van onderwerp even plotseling weer veranderde en zich smalend over suffragettes uitliet. Ik gis, dat hij deze beweging niet bepaald sympathiek gestemd is, maar ik liet hem kalm uitrazen en gaf hem toen een cheque voor het hem verschuldigde salaris met de simpele woorden, dat hij het gebouw den volgenden Woensdag om 12 uur 's morgens moest hebben verlaten.
Sterry zegt, dat hij verdoemd is als hij het doet (excuseer dat groote woord: ik haal slechts aan). Hij is door den president van de regenten aangenomen om zijn werk te verrichten en hij zal hier niet vandaan gaan, voordat de president van de regenten hem zegt, dat hij moet gaan. Ik geloof niet dat de arme Sterry weet, dat er sinds zijn komst een nieuwe president aan het hoofd van de inrichting staat.