Het hedendaagsche Londen De Aarde en haar Volken, 1907

Chapter 4

Chapter 43,741 wordsPublic domain

Virginia koopt eene voile, die ze niet noodig heeft, bezichtigt stalen van kant, die zij niet van plan is te bestellen, en bekijkt zelfs met gelatenheid de nieuwste modellen van zijden blouses, tot een opgewekt: "Wat heb ik je in lang niet gezien! Mij dunkt, je begint dik te worden!" haar doet opschrikken. De spreekster is een zekere Mevrouw F., wier neiging tot gezetheid ongeveer het eenige onderwerp van hare overdenkingen en gesprekken uitmaakt, en die niet kan nalaten, al hare vrienden en kennissen in gedachten de maat te nemen; eene hebbelijkheid, waarmede die vrienden onbarmhartig den draak steken. Bij de onvermoeide pogingen, door Mevrouw F. aangewend om hare vroegere slankheid te herwinnen, is zij, om zoo te zeggen, beurtelings gekookt en geschroeid, gewreven en geboend; bij tusschenpoozen half verhongerd, en heeft met lijdzaamheid de meest kwellende martelingen doorstaan. Alle apostelen van de eene of andere "schoonheidsleer" hebben haar onder hun aanhang geteld, en hoewel zij met de jaren langzaam maar zeker in omvang blijft toenemen, zij geeft den moed niet op. Elke kwakzalvers-advertentie wordt door haar met ingenomenheid begroet, en zij begunstigt al hare uitverkoren vriendinnen met intieme mededeelingen omtrent de werking der aangeprezen middelen; terwijl zij haar geen grooter genoegen kunnen doen, dan na dergelijke confidenties te verzekeren, dat zij toch werkelijk eer slank is, dan het tegendeel, en die medicijnen in het geheel niet noodig heeft.

Virginia neemt op een papiertje het adres der laatst ontdekte specialiteit voor massage in ontvangst, en keert na een vluchtig afscheid terug naar de schilderijententoonstelling, om te zien, of Miranda hare kunstbeschouwing thans heeft geëindigd.

Charles is waarlijk een allerbeminnelijkst jongmensch, die bij alle beminnelijkheid zijn zin weet door te zetten en de dames bij het afscheid toefluistert: "Die receptie bij Lady E. zal ondragelijk vervelend zijn, als ik er u beiden niet ontmoet!" "Tot over een half uurtje dan!" wordt hem toegeroepen, als het rijtuig wegrijdt van de tentoonstelling, die op de beide vriendinnen geen overstelpend diepen indruk heeft gemaakt. De koetsier legt de zweep over de paarden, en in afwachting van de behandeling, die hare bekoorlijke handjes zullen ondergaan in een der meest bekende salons voor manicure, trekt Miranda haar handschoenen uit, en vindt dat haar rose nageltjes hoognoodig volgens de regelen der kunst moeten worden gefatsoeneerd en verfraaid, terwijl zij tevens het vermoeden te kennen geeft, dat Virginia's vriend, Guy, omstreeks vijf uur in den bewusten salon zal worden aangetroffen. Zelfs bij zulk eene alledaagsche zaak, als nagels knippen en borstelen, speelt hier waarlijk het gevoel nog eene rol.

In eene geparfumeerde atmosfeer, tusschen zilveren en ivoren instrumenten en geheimzinnige in vloeipapier gewikkelde pakjes, met zachtgekleurde linten omstrikt, wachten keurig gekleede jonge dames op hare schoone clientèle, die zij doen plaats nemen in gemakkelijke rieten stoelen, met vooruitstekende zijschermen, waarachter druk wordt gepraat en geflirt; want het mannelijk element is sterk vertegenwoordigd, en Guy, die de komst der dames blijkbaar met verlangen heeft tegemoet gezien, staat reeds op, om haar te begroeten.

Virginia vindt bij nader bedenken, dat er bij de behandeling zooveel haast niet is; maar zij laat zich toch door eene gedienstige jonge dame overhalen, hare vingertoppen in welriekend water te doopen, en hare nagels een weinig te laten bij kleuren en polijsten, terwijl Guy verhalen doet van paarden, waarop hij had willen wedden, en honden, die volgens hem op een prijs kans hebben, en ten slotte Virginia eene vertrouwelijke mededeeling doet omtrent de reden, waarom eene zekere Mevrouw V., eene gemeenschappelijke kennis, niet op een diner is verschenen, waar zij beiden genoodigd waren. "We zouden wel eens kunnen gaan kijken, of 't waar is, wat ze van haar vertellen," zegt hij, "want ze moet van middag deelnemen aan 't concours in 't mennen voor dames, in Ranelagh. Zullen we eens gaan zien, of ze daar komt, en met wie? Ik geloof het wel niet, wat er verteld wordt; maar.... mijn motor staat klaar, en we zijn er in een half uurtje, als je wilt." Virginia vindt ook, dat de menschen zoo akelig kwaadsprekend zijn. "'t Is eigenlijk niet meer dan onze plicht," zegt ze, "om ons zelf te gaan overtuigen of die praatjes waar zijn," en zij stemt dus gaarne in Guy's voorstel toe.

Intusschen heeft Miranda hier en daar een praatje gehouden, een nieuw reukpoeder voor haar bad en een fleschje alleronschuldigste schoonheidsbalsem gekocht, zich verbaasd over de ijdelheid van haar medeschepselen, en eindelijk ontdekt, dat de tijd niet stilstaat, en Virginia schijnt te vergeten, dat zij nog op de receptie van Lady E. moeten verschijnen.

Op 't zelfde oogenblik fluistert Virginia haar haastig toe: "Ben je misschien van plan een parfumeriezaak op te zetten? Kom toch gauw mee; ik moet straks nog met Guy naar Ranelagh, en we mogen Berkeley Square niet verzuimen."--Haast eer Miranda tijd heeft om haar gedachten te verzamelen, staan ze al in het dichte gedrang op de breede trap bij Lady E., die in grijze zijde en echte kant in de deur van haar salon haar gasten ontvangt. "Wat ben je laat," voegt zij de beide dames toe. "Je hebt mijn mandolinespelers gemist, en ook eene alleraardigste lezing van een Amerikaan, maar je komt nog juist bij tijds, om te hooren, wat kolonel W. over de spijsvertering heeft te zeggen." Boven het verwarde gerucht van vele damesstemmen hooren ze daarbinnen: "Lady Q. is eene modezaak begonnen, en we gaan bij niemand anders meer koopen dan bij haar. Haar modelkamer is een boudoir, met zijden behangsel, prachtig ingericht, en al de hoeden komen zóó uit Parijs. Virginia, je moet er bepaald eens heengaan; 't is de moeite waard, een kijkje te nemen." Virginia maakt de opmerking, dat eene modemaakster uit den hoogeren stand haar heeft verzekerd, dat de klandizie harer vriendinnen haar nog eens zal ruïneeren; want dat al die vriendelijkheid op niets neerkwam dan onbetaalde rekeningen. De eenigszins verlegen stilte, die volgt op deze mededeeling, wordt gelukkig verbroken door de aankondiging van Lady E., dat Herr G. een stuk van Beethoven zal voordragen, waarop het geheele gezelschap, na de eerste zware accoorden, eenparig en nog eens zoo luid aan het babbelen gaat. Miranda is uit haar humeur; zij vindt die uitvoeringen belachelijk, en zij komt om te praten, zooals zij beweert. Haar tong staat dan ook niet stil, zelfs onder het reciteeren van een wonderkind, waarvoor zij diepe minachting schijnt te koesteren. Gelukkig verschijnt weldra haar vriend Charles, die haar meetroont naar den Botanischen tuin, om de hondententoonstelling te zien, waar hij een schipperke heeft ingezonden. Miranda vindt dit eene uitkomst, nu Virginia in gezelschap van Guy haar motortochtje heeft ondernomen, en zij rijdt getroost met Charles naar Regent's Park, waar zij reeds uit de verte door een oorverdoovend geblaf en gehuil worden begroet. Charles' schipperke wordt naar behooren gewaardeerd, en stellig een tweeden prijs waardig gekeurd; maar over de Chows geraakt zij in verrukking, "omdat ze zoo sprekend op katten lijken." Als ze ten slotte naar den optocht gaan kijken van beroemde actrices met hare lievelingshonden, wordt Charles' aandacht zoo uitsluitend door de dames in beslag genomen, dat Miranda hem vriendelijk verzoekt, "een beetje uit de drukte te gaan en wat langs den vijver te wandelen."

Intusschen snort de motor naar Ranelagh, waar alles er even feestelijk uitziet, en meer afwisseling heerscht dan op de gewone wedrennen. Hier een wedstrijd in het mennen, daar een polo-match, en overal drommen van belangstellende toeschouwers. "Mevrouw V. is er wel degelijk," fluistert Virginia opgewonden; "ze heeft een prachtig span paarden, en ik zag haar zooeven praten met haar eigen man! Van die praatjes geloof ik nu niets meer!" Er wordt druk gewed onder de toeschouwers, en een klein meisje, met lang, loshangend haar, dat door haar vader met angstige bezorgdheid wordt nagezien, schijnt bepaald de favorite te zijn. "Dat kleintje heeft veel kans," verzekert Guy, en waarlijk, zij wint den eersten prijs en wordt met daverende toejuichingen begroet. Virginia amuseert zich uitstekend, en gaat op een gemakkelijken stoel in de schaduw zitten, tot zij zich plotseling herinnert, dat zij beloofd heeft, de hertogin van X. te helpen bij een bazaar, die dien middag in Kensington wordt gehouden, ten voordeele der arme Ieren, en dat Miranda er op rekent, met haar thee te drinken in Kensington Gardens.

De motor doet goede diensten, en weldra ziet Virginia zich bestormd door ijverige verkoopsters, terwijl de hertogin, gewapend met potlood en notitieboek, ieder verachtelijke blikken toewerpt, die niet voor een groot bedrag aan loten neemt in de tombola. Guy offert gewillig zijne sovereigns, en verneemt kort daarna, dat hij de gelukkige bezitter is van eene witte kanten japon. Bij het kraampje met handteekeningen van beroemde mannen hooren ze van de lachende verkoopster, dat de echte Pinero's zijn uitverkocht; "maar," voegt zij er guitig bij, "ik ben tòch 't laatste half uur nog twaalf kwijtgeraakt tegen een sovereign per stuk, voor de goede zaak natuurlijk!" Intusschen komt Lady H. aandragen met eene groote rol flanel, die zij volstrekt wil kwijt raken, eer zij naar huis gaat. Guy is zoo beleefd, haar van dien last, en zijn beurs van eenige overtollige goudstukken te bevrijden, en verstopt zijn aankoop fluks achter in het bloemenkraampje, waaruit hij te voorschijn treedt met een bouquetje in ieder knoopsgat.

Virginia vreest, dat Miranda ongeduldig zal worden, en vindt, als zij eindelijk onder de boomen van Kensington Gardens aankomen, die vrees bewaarheid. De dames begroeten elkaar hartelijk, en hoewel ze beiden "doodmoe" zijn, neemt haar gebabbel geen einde, tot de schaduwen langer worden, de zon een rooden gloed werpt over het groene gras, en de nog steeds druk pratende wandelaars hunne schreden richten naar de wachtende rijtuigen, "'t Is gezellig geweest," zegt Miranda bij het afscheid, en haastig wipt ze de stoep op, om zich te gaan kleeden voor het diner en zich verder voor te bereiden op den misschien nog veel drukkeren avond van bals en partijen, die haar wacht. En concerten, niet te vergeten, want als men de muzikaliteit eener plaats moest afmeten naar het aantal concerten dat er te hooren valt, zouden de Londenaars met recht voor de muzikaalste stervelingen ter wereld kunnen worden gehouden. En al heeft Londen sinds de dagen van Purcell, aan de wereld geene groote componisten geschonken, het is een feit, dat Londenaars, van de hoogste kringen tot den eersten besten bewoner eener achterbuurt, buitengewoon veel behagen scheppen in muziek. Nergens worden zulke groote sommen betaald, zelfs door niet zeer vermogende lieden, voor plaatsen in de opera bij een symphonische uitvoering, een oratorium, of een piano-recital.

Onder de verschillende plaatsen, waar men in Londen muzikale genietingen kan smaken, verdient zeker in de eerste plaats het groote operagebouw in Covent Garden te worden genoemd. Leelijk, vuil, somber en zwart berookt, in een doolhof van onoogelijke straten gelegen, wekt het de verwondering van elken vreemdeling, die gewend is aan de ruime, fraaie, op zorgvuldig onderhouden pleinen gelegen operagebouwen van Weenen, Parijs of New-York.

Ook van binnen vertoont de londensche opera geen spoor van kunstzin of verfijnden smaak in uiterlijke inrichting, maar het tooneel, met zijne electrische machines en volmaakte decoraties, kan met de meest beroemde theaters wedijveren. Covent Garden levert in den season werkelijk een schitterend schouwspel op. Buiten strekt zich, eene kwart mijl naar het Westen, eene onafzienbare reeks van rijtuigen uit, waarin men door de ruiten nu en dan juweelen ziet schitteren, of een bekoorlijk gelaat onderscheidt. Binnen is men eenigszins onder den indruk van het feit, dat het de eerste voorstelling van den season is.

De geheele voorname wereld van Londen is daar verzameld, diplomaten, groote bankiers, steunpilaren der City in menigte. In de loges is het één verblindende pracht van schitterende juweelen, en blanke armen en schouders, die de schoonheid dier sieraden doen uitkomen. De orkestdirecteur neemt zijne plaats in, en buigt voor het publiek. Langzaam gaat het gordijn op, en op het tooneel vertoont zich het geheele gezelschap in de costumes, waarin zij dien avond zullen optreden. De prima-donna treedt naar voren; het publiek staat als één man op, en heft eenstemmig "God save the King" aan, waarna eerst de eigenlijke uitvoering begint. Na elk bedrijf worden zoowel de directeur als de artisten, en bij de uitvoering van een nieuw werk natuurlijk ook de componist, wel vier, vijf, tot zesmaal teruggeroepen, met een vuur, dat soms doet twijfelen aan de bewering, dat Engelschen zoo phlegmatisch van aard zouden zijn. In de pauze worden de binocles druk gebruikt en men legt over en weer in de loges bezoeken af. Men is er als in een besloten kring; Covent Garden is weer geopend, en de eigenlijke season is begonnen.

Niet ver van daar, in het eene of andere kleine Variëteitentheater wordt weer op andere wijze genoten. Daar verdringen zich kleine jongens in grooten getale op de galerij, en de begroetingen, tusschen deze jongelui gewisseld, zijn, schoon iets minder vormelijk dan in Covent Garden, niet minder hartelijk gemeend. De aangename geur van gebakken visch, die in papier gewikkeld, wordt medegebracht en in de pauze verorberd, prikkelt uwe reukzenuwen, terwijl uw gehoororgaan wordt vergast op het eigenaardig schel gefluit, waarmee de jeugdige Londenaar zijne afkeuring te kennen geeft, of het doordringend neusgeluid waarmede hij instemt in de geliefkoosde refreinen, waarvan hij de woorden natuurlijk op zijn duimpje kent. In de betere Variëteitentheaters gaat het weer iets deftiger toe; het Palace, Empire en Alhambra zijn dan ook waarlijk eenig in hun soort, en kunnen de vergelijking doorstaan met alle andere inrichtingen van dien aard in Europa.

Wat symphonische uitvoeringen betreft, over gebrek daaraan heeft Londen zich niet te beklagen. De Philharmonic Society, de Richterconcerten, gedirigeerd door Dr. Richter uit Manchester, en de uitvoeringen van de Royal Amateur Orchestral Society, waarbij de leden der koninklijke familie niet zelden verschijnen, van al deze uitstekende muziekuitvoeringen kunnen zij geregeld genieten. Een orkest echter, het Queen's Hall Orchestra, onder zijn begaafden dirigent Mr. Henry J. Wood, munt boven alle andere orkestvereenigingen uit, en schenkt ook aan de minder vermogende liefhebbers van muziek een goedkoop en onvermengd genot door zijne verrukkelijke promenade-concerten, waarvan men des zomers voor één shilling kan genieten, terwijl zelfs rooken hierbij niet verboden is.

In 1903 heeft Prof. Kruse, van het strijkkwartet van dien naam, de leiding op zich genomen van wat in Londen nooit anders wordt genoemd dan "the Pops", eene afkorting voor "Popular Concerts". Voor het groote publiek is de klassieke kamermuziek, welke daar wordt uitgevoerd, niet bestemd; maar de kenners kunnen er van harte genieten. Deftige oude dames met wit haar komen er in gezelschap van hare echtgenooten, die haar ouderwetsche shawls nadragen, om de kalme genoegens te smaken, die het luisteren naar een rustig strijkkwartet haar eer zal verschaffen, dan de overweldigende klank van een vol orkest. In de reusachtige Albert Hall, in Kensington, worden Oratoria uitgevoerd door de leden van de Royal Choral Society; terwijl nog onlangs weer een groot nieuw concertgebouw, the Aeolian, werd geopend, waarin de beroemde Broadwood-concerten worden gegeven. Wat de lengte der programma's betreft, daarin spannen zeker de Ballad-concerts, van de heeren Chappell en Boosey de kroon; want deze duren soms vier uren achtereen. Wel is waar schijnen zich zoowel de zangers als het publiek al dien tijd uitstekend te vermaken; maar men zou aan de waarheid te kort doen, wanneer men wilde beweren, dat het muzikale gehalte dezer uitvoeringen evenredig was aan het onschuldig genoegen, daar gesmaakt. Nog tot 1904 vertoonden in St. James' Hall the Mohawk Minstrels, opvolgers van Moore and Burgess' negerzangers, met zwartgemaakte gezichten hunne origineele dansen, begeleid door gezang. Eene soort van muzikale uiting is er welke het Londensch publiek steeds met ingenomenheid heeft begroet, nl. de komische operette, die door Sir Arthur Sullivan, in zijne voor het Savoy Theatre gecomponeerde stukken tot eene buitengewone hoogte werd opgevoerd.

Wie onder de inwoners van Londen eene muzikale opleiding wenscht te ontvangen, behoeft de gelegenheid daartoe niet ver te zoeken. Aan de drie grootste muziekscholen van Londen, de "Royal Academy of Music", de "Guildhall School", en de "Royal College", studeeren thans met elkaar meer dan 4000 leerlingen. De meesten zullen het misschien niet verder brengen dan tot den nederigen rang van muziekonderwijzer of onderwijzeres; maar er worden aan deze inrichtingen uitlokkende, en niet àl te onbereikbare medailles uitgereikt, en zelfs eerste proeven van jeugdig compositietalent in het publiek uitgevoerd, zoodat het geen wonder mag heeten, als het meisjeskoor van Royal Academy leerlingen, met haar witte jurken en gekleurde zijden ceintures altijd goed bezet is, en onder de leerlingen een opgewekte geest heerscht. Des zomers geven de leerlingen van de Royal Academy en het Royal College eene uitvoering van de eene of andere opera in een der groote theaters van het West-End, waarbij natuurlijk de bewonderende vrienden en verwanten in elken jeugdigen tenor een aanstaanden De Reszke, en in elke lieve sopraan eene toekomstige Melba zien.

De "upper ten" kunnen in den season ook nog genieten van de State Concerts in Buckingham Palace, waar de grootste artisten uit Covent Garden zich laten hooren voor de Koninklijke familie, en van verschillende uitvoeringen ten huize van hun rijke vrienden, die gaarne ter wille van hun gasten eene of andere beroemde prima-donna 200 pond sterling betalen voor het zingen van een paar liederen, of zelfs het dubbele van die som offeren voor het onvergelijkelijke genot van Paderewski te mogen hooren in besloten kring.

Al brengen de Londenaars niet zoo geregeld hun zomeravonden in de buitenlucht door, als de bevolking der andere groote steden van Europa, toch genieten op echt warme zomersche avonden in Hyde Park duizenden gearmde paartjes van de muziek van een of ander Guards' Regiment, terwijl in andere parken de uitstekend geschoolde muziekkorpsen van de County Council gratis uitvoeringen geven. Op straat halen de ongelukkige "German bands", bij wie het publiek den wil meest voor de daad moet nemen, toch altijd nog hun pennies op, en het piano-orgel moge al sommigen onzer tot wanhoop drijven, het is en blijft de "Pop" van den armsten Londenaar.

Op Zaterdagavond gevoelen zich dikwijls de bewoners van het East-end of de "Surrey Side" gedrongen, in meer luide dan welluidende tonen hun aangeboren muzikalen zin te uiten. Rijen van mannen en jongens nemen de geheele breedte der straat in beslag, en trekken al zingende verder, de een gewapend met een mondharmonika; de ander met een stuk hout, waarmee hij op een leege, blikken trommel slaat; allen vergenoegd en tevreden, vooral wanneer een koor van schrille meisjesstemmen luidkeels invalt bij hunne muziek. Het wordt intusschen steeds later en een paar schreden verder, op den hoek eener straat, jaagt een knecht uit de herberg het laatste troepje straatmuzikanten uiteen, dat eerst met klokslag twaalf hun versleten instrumenten laat rusten, om er des morgens al vroeg weder op uit te trekken.

Schrille contrasten zijn in Londen aan de orde van den dag, en aan de scherpe tegenstelling tusschen de diepste armoede en de meest verkwistende weelde wordt men er bij elken stap herinnerd. Meer dan ooit is dit het geval, wanneer de koninklijke familie in Londen verblijf houdt, of vreemde vorsten als gasten in de Metropolis ontvangt. Verbazende sommen worden dan verdiend door de winkels tusschen Oxford Street en Pall Mall gelegen; want daar de Londensche juweliers, kunsthandelaars, lederfabrikanten en kleermakers allen in het buitenland hoog worden geroemd, maken zij bij zulk eene gelegenheid de beste zaken.

Zoo brengen ook die openbare plechtigheden, waaraan hunne Koninklijke Hoogheden zich verwaardigen deel te nemen, en de optochten, waarin zij eene plaats bekleeden, den bewoners der buurten, waar de stoet zich vertoonen zal, ongeloofelijke winsten aan. Geen wonder, dat de bevolking van Londen met blijdschap de tijding begroette, dat Koning Edward en Koningin Alexandra voornemens waren veel meer in de hoofdstad te vertoeven, dan Koningin Victoria tijdens haar leven had gedaan. Koning Edward is dan ook in Londen geboren, evenals zijn zoon, de troonopvolger. Van het leven, dat de Koninklijke familie leidt gedurende hun verblijf in de hoofdstad, en hunne dagelijksche bezigheden, buiten de onvermijdelijke plichten, die hun hooge waardigheid medebrengt, is het publiek weinig bekend, hoewel de inrichting der koninklijke paleizen, Marlborough House en Buckingham Palace, meermalen werd beschreven.

De meeste menschen weten wel, dat Koningin Victoria het grootste gedeelte van den dag in de buitenlucht placht door te brengen; maar ook Koning Edward en zijne gemalin scheppen veel behagen in het buitenleven, en in het fraaie châlet in het Park van Buckingham Palace, dat onlangs geheel nieuw is ingericht, brengen zij een groot deel van hun tijd door. Buckingham Palace is prachtig gelegen voor garden-party's en roeitochten, en de post van "King's Watermen" is thans geen sinecure meer.

Een groot gedeelte van den dag wijden de leden der Koninklijke familie aan hun correspondentie. Al de kinderen van Koningin Victoria waren gewend, haar dagelijks berichten te zenden, en ook Koningin Alexandra schrijft veel aan haar familie, terwijl hare kinderen haar gedurende hunne afwezigheid geregeld op de hoogte houden van hun wedervaren. Zoowel de Koningin als de Koning hebben hun eigen secretarissen; maar natuurlijk blijven altijd brieven over, die slechts door hen zelf kunnen gelezen en beantwoord worden. Koning Edward wijdt elken morgen twee volle uren aan die taak. Hij gebruikt voor die private correspondentie nog altoos denzelfden ouderwetschen, staanden lessenaar, die zijn vader hem veertig jaren geleden heeft nagelaten. Het slot wordt geopend met een klein gouden sleuteltje, dat de Koning altoos bij zich draagt.

Koningin Victoria was gewend, met groote strengheid zekere regels van étiquette te handhaven, waaraan de leden van haar gezin zich bij bezoeken aan Londen hadden te onderwerpen. Tot nog toe wordt daarvan ook thans niet afgeweken. Zoo mag bijv. geene prinses van den bloede, hoe jong ook, haar lunch of diner gebruiken in eene restauratie, waar het publiek toegang heeft. Dit verbod noodzaakt de leden der Koninklijke familie, als zij eens voor een enkelen dag in de stad komen, de gastvrijheid hunner vrienden of verwanten in te roepen. Zulk een verzoek wordt door hem, die het ontvangt, als een gebod beschouwd. Wanneer de Koning of de Koningin voornemens zijn, een bezoek af te leggen, wordt hiervan tijdig bericht gezonden, zoodat de aanwezigheid van andere bezoekers in ieder geval kan worden vermeden.

Wie in de termen valt, om den Koning eene uitnoodiging te zenden voor een lunch of een diner, kan niet eenvoudig rechtstreeks dien wensch aan Zijne Majesteit te kennen geven. De uitnoodiging geschiedt door een tusschenpersoon, een der hovelingen, en als de Koning haar aanneemt, wordt hem eene lijst voorgelegd van de overige genoodigden, waarin Z.M. soms veranderingen aanbrengt. Ook bij zijne intieme vrienden aan huis wordt de Koning door zijn eigen personeel bediend, evenals toen hij nog Prins van Wales was.