Het geval België

Part 3

Chapter 3920 wordsPublic domain

Prof. von Mach wijdt in zijn boek: “Wat Duitschland behoeft,” verder uit over dit aanbod van later bewijs en vervolledigt het op een wijze die men zeker niet van een historicus zou verwachten. Hij begint met toe te geven, dat de redevoering van den Duitschen Rijkskanselier op 4 Augustus in den Duitschen Rijksdag gehouden, waarbij von Bethmann-Hollweg erkende, dat de houding van Duitschland om België binnen te vallen niet door den beugel kon en zich ter verontschuldiging alleen op noodweer kon beroepen, op niets meer of minder dan een bekentenis van schuld aan het vergrijp waarvoor zij zich vóór de rechtbank der beschaafde wereld heeft te verantwoorden, neerkwam.

Dan gaat hij echter voort en wijst er op, hoe in de strafrechtprocedure, wanneer een beklaagde schuld bekent, de rechtbank vaak weigert zulkeen bekentenis te aanvaarden en, onder toevoeging aan den delinquent van een rechtskundigen raadsman om de verdediging voor hem te voeren, vooralsnog aanneemt, dat de man ontkend heeft. Prof. von Mach stelt nu, naar analogie van dit geval, dat “wat Duitschland behoeft” is een negeeren van de door haar afgelegde bekentenis van schuld en verlangt dat haar een rechtsgeleerd raadsman zal worden toegevoegd.

Het lastige van de zaak is, dat de analogie heelemaal niet opgaat; rechtbanken gaan er _zelden_ toe over, een bekentenis van schuld op zij te schuiven. Zij nemen integendeel bijna doorloopend met zulkeen oplossing der zaak genoegen, van het denkbeeld uitgaande, dat het geheel overbodig is de schuld van iemand aan te toonen, die over zichzelven op duidelijke en aannemelijke wijze het schuldig uitspreekt.

Het eenige geval, waarin de rechter zulkeen bijzondere consideratie in acht en den verdachte als het ware tegen zichzelven in bescherming neemt, is wanneer de man een arme en onwetende stakker is. Dan en alleen dan zal de rechtbank, in een prijzenswaardig besef van billijkheid, weigeren, met zijn bekentenis van schuld genoegen te nemen en hem door een pleitbezorger doen bijstaan. Tot deze vernederende positie wenscht Prof. von Mach zijn groote natie te zien gedoemd! Wat schrijver dezes betreft, die Duitschland bewondert en haar voor heel wat grooter en beter houdt dan hare thans de lakens uitdeelende caste en hare al te ijverige apologisten, hij weigert zulk een bespottelijke en vernederende analogie op haar toe te passen.

België is ten aanschouwe der geheele wereld gekruisigd. Haar onschuld aan eenigen aanstoot, eenige vijandelijkheid, vóór zij werd aangevallen, is zoo klaar als de dag. Haar vrijwillig aanvaard martelaarschap ter wille van het houden van een plechtig gedane gelofte om neutraal te blijven zal “als eng'len met bazuinen-tongen, luid de schanddaad van (haren) moord vervloeken.”[10]

[10] Macbeth, Eerste Bedrijf, zevende Tooneel, Vertaling van Prof. Burgersdijk.

Waarlijk, het is twijfelachtig of, sinds de val van Polen, de menschelijke beschaving ooit van een dieper medelijden en een gloeiender verontwaardiging bezield was dan bij het aanschouwen van dezen schandelijken euveldaad. Medelijden, “door de onzichtbare renners der lucht” tot in de verste uithoeken der aarde verspreid,

“(Zal) den gruwel elk in't oog blazen, dat Een tranenvloed den storm zal smoren.”[11]

[11] Als voren.

Was hier wellicht, als in Macbeth's geval, sprake van:

“een eerzucht, die bij haar sprong in't zaal, er overvliegt En nederploft aan de and're”—?

Hadde zich Duitschland niet aan een inval in België bezondigd, Engeland zou zich wellicht, althans in den beginne van den oorlog, van interventie hebben onthouden. Duitschland zou dan aan een betrekkelijk klein deel harer legers de verdediging van hare sterke westelijke grens hebben kunnen overlaten, om, terwijl Frankrijk zichzelven geweldige verliezen zou toebrengen door aanvallen in 't front, op een bijna onneembare stelling, zich met het overgroote deel harer legers en die van Oostenrijk met onweerstaanbaar élan op Rusland te werpen en deze te verpletteren.

Het is niet onmogelijk, dat zulk een strategie vrij wat betere resultaten zou hebben opgeleverd dan thans van den op niets uitgeloopen stormloop op Parijs werden verkregen. Indien Duitschland met-dat-al zegeviert, kan het pleiten, dat “niets zoo slaagt als succes.”

Indien zij daarentegen _niet_ slaagt, zal het nageslacht zich nog lang het hoofd kunnen breken met de vraag, wie de grootste misslagen beging—het Duitsche Departement van Buitenlandsche Zaken of de Generale Staf, de diplomaten of de mannen van het zwaard!

+--------------------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | | | | Bron (B:) -- Correctie (C:) | | | | B: zouden worden uigestort. Waarlijk, | | C: zouden worden uitgestort. Waarlijk, | | B: de Belgische Secretaris-General van | | C: de Belgische Secretaris-Generaal van | | B: Belgie.”[1] | | C: België.”[1] | | B: heet de steunen, volgens den Duitschen | | C: heet te steunen, volgens den Duitschen | | B: vrijwal zeker. Had België er zich toe | | C: vrijwel zeker. Had België er zich toe | | B: dat België “bakreil zou halen,” | | C: dat België “bakzeil zou halen,” | | B: bekend, dat Franktijk zich gereed | | C: bekend, dat Frankrijk zich gereed | | B: bij voorbaat to ontzenuwen wordt ons | | C: bij voorbaat te ontzenuwen wordt ons | | B: Deze verdegiging komt dus per | | C: Deze verdediging komt dus per | | B: tuschen de verschillende staten beheerscht, | | C: tusschen de verschillende staten beheerscht, | | B: Duitschland en England, _i.c._, zouden | | C: Duitschland en Engeland, _i.c._, zouden | | B: krijsgevangenen in België gemaakt te | | C: krijgsgevangenen in België gemaakt te | | B: tot het bewijs, dat zig zich | | C: tot het bewijs, dat zij zich | | B: hier precies to zeggen, welke de bewijzen | | C: hier precies te zeggen, welke de bewijzen | | B: vooralsnog, aanneemt, dat de man ontkend | | C: vooralsnog aanneemt, dat de man ontkend | | B: Hadde zich Duitschlaud niet aan een | | C: Hadde zich Duitschland niet aan een | | | +--------------------------------------------------------+

End of Project Gutenberg's Het geval België, by James Montgomery Beck