Het Duitsche Witboek: Documenten aangaande het uitbreken van den oorlog
Part 5
Gisteren zeide mij Prins TRUBETZKI, nadat hij er voor gezorgd had, dat het telegram van Uwe Majesteit onmiddellijk aan Keizer NICOLAAS werd ter hand gesteld: „Goddank dat een telegram van Uw Keizer gekomen is”. Hij zeide mij nu juist, dat het telegram een diepen indruk op den Keizer gemaakt had, maar, daar de mobilisatie tegen Oostenrijk reeds was gelast en SASANOW Z. M. wel zou hebben overtuigd, dat het niet meer mogelijk is terug te wijken, kon Z. M. er helaas niets meer aan veranderen. Ik zeide hem daarop, dat de vroegtijdige mobiliseering tegen Oostenrijk-Hongarije, dat toch slechts in een plaatselijken oorlog tegen Servië gewikkeld was, de schuld droeg aan de onafzienbare gevolgen, want het antwoord van Duitschland hierop was natuurlijk duidelijk, en de verantwoordelijkheid hiervoor viel op Rusland, dat de verzekering van Oostenrijk-Hongarije dat het op geen enkele wijze vermeerdering van grondgebied in Servië beoogde, heeft genegeerd. Oostenrijk-Hongarije had tegen Servië en niet tegen Rusland gemobiliseerd en voor het onmiddellijk ingrijpen van Rusland bestond geen grond. Ik voegde er verder aan toe, dat men in Duitschland de Russische zegswijze: „Wij kunnen onze broeders in Servië niet in den steek laten”, na de verschrikkelijke misdaad van Serajewo niet meer verstond. Ik zeide hem ten slotte dat hij zich niet behoefde te verwonderen wanneer Duitschland's krijgsmacht zou worden gemobiliseerd.
Bijlage 19.
#Telegram van den Rijkskanselier aan den Keizerlijken Gezant te Rome van den 31en Juli 1914.#
Voortdurend hebben wij tusschen Rusland en Oostenrijk-Hongarije bemiddeld, zoowel door eene directe wisseling van telegrammen tusschen Z. M. den Keizer en Z. M. den Tsaar alsook door onze houding tegenover Sir EDWARD GREY. Door de mobiliseering van Rusland is evenwel ons streven zeer bemoeilijkt, zoo niet onmogelijk gemaakt. Niettegenstaande zijne geruststellende verzekeringen, neemt Rusland volgens alle berichten, die bij ons binnenkomen, zoo verregaande maatregelen, ook tegen ons, dat de toestand steeds dreigender wordt.
Bijlage 20.
#1. Zijne Majesteit aan den Tsaar.#
28 Juli 1914, 10.45 n.m.
Met de grootste verontrusting hoor ik van den indruk, dien het optreden van Oostenrijk tegen Servië in je rijk maakt. De gewetenlooze agitatie, die sedert jaren in Servië gevoerd is, heeft geleid tot de weerzinwekkende misdaad, waarvan aartshertog FRANZ FERDINAND het slachtoffer geworden is. De geest, die den Serviërs hun eigen Koning en zijne gemalin liet vermoorden, heerscht ook thans nog in dat land. Ongetwijfeld zul je het wel met mij eens zijn, dat wij beiden, gij en ik, zoowel als alle souvereinen, een gemeenschappelijk belang erbij hebben en er op staan moeten, dat al degenen, die voor den afschuwelijken moord moreel verantwoordelijk zijn, hun verdiende straf krijgen.
Aan den anderen kant zie ik echter ook geenszins over het hoofd, hoe moeilijk het is voor jou en voor je regeering, tegen de stroomingen van de openbare meening in te gaan. De hartelijke vriendschap gedachtig, die ons beiden sedert langen tijd met vasten band verbindt, gebruik ik al mijn invloed om Oostenrijk-Hongarije er toe te krijgen, naar een openlijke en bevredigende overeenkomst met Rusland te streven. Ik heb het vaste vertrouwen, dat gij mij bij mijn bemoeiingen, om alle moeilijkheden die nog kunnen ontstaan uit den weg te ruimen, ondersteunen zult.
Je zeer oprechte en toegenegen vriend en neef
w. g. WILHELM.
Bijlage 21.
#2. De Tsaar aan Z. M.#
Peterhof, Paleis, 29 Juli 1914, 1 n.m.
Het verheugt mij, dat gij in Duitschland terug zijt. In dit zoo ernstig oogenblik smeek ik je dringend, mij te helpen. Een schandelijke oorlog is aan een zwak land verklaard. De verontwaardiging hierover, die ik ten volle deel, is in Rusland ontzaggelijk. Ik voorzie, dat ik zeer spoedig den druk dien op mij wordt uitgeoefend, niet meer zal kunnen weerstaan en gedwongen zal zijn, maatregelen te treffen, die tot een oorlog zullen leiden. Om een ongeluk, zooals een Europeesche oorlog zou zijn, te voorkomen, smeek ik je in naam van onze oude vriendschap, al wat je mogelijk is, te doen, om je bondgenoot te weerhouden, te ver te gaan.
w. g. NICOLAAS.
Bijlage 22.
#3. Z. M. aan den Tsaar.#
29 Juli 1914, 6.30 n.m.
Ik heb je telegram ontvangen en deel je wensch tot behoud van den vrede. Ik kan echter—zooals ik je in mijn eerste telegram zeide—het optreden van Oostenrijk-Hongarije niet als een „schandelijke oorlog” beschouwen. Oostenrijk-Hongarije weet bij ervaring, dat beloften van Servië, als zij slechts op papier staan, volslagen onbetrouwbaar zijn. Naar mijn meening moet men het optreden van Oostenrijk-Hongarije als eene poging beschouwen, volle garantie te verkrijgen dat de beloften van Servië ook werkelijk in daden zullen worden omgezet. In deze meening word ik versterkt door de verklaring van het Oostenrijksche kabinet, dat Oostenrijk-Hongarije geen territoriale veroveringen ten koste van Servië op het oog heeft. Ik meen daarom, dat het voor Rusland zeer goed mogelijk is, bij den oorlog tusschen Oostenrijk en Servië de rol van toeschouwer te blijven spelen, zonder Europa in den vreeselijksten oorlog te betrekken, dien het ooit heeft beleefd. Ik geloof, dat eene directe overeenkomst tusschen jouw regeering en Weenen mogelijk en wenschelijk is, eene schikking, die—zooals ik je reeds zeide—mijn regeering uit alle macht tracht te bevorderen. Militaire maatregelen van Rusland, die Oostenrijk-Hongarije als een dreigement kon opvatten, zouden natuurlijk een ongeluk bespoedigen, dat wij beiden wenschen te vermijden, en zouden ook mijn positie als bemiddelaar, die ik, naar aanleiding van je beroep op mijn vriendschap en hulp, bereidwillig op mij genomen heb, ondermijnen.
w. g. WILHELM.
Bijlage 23.
#4. Z. M. aan den Tsaar.#
30 Juli 1914, 1 v.m.
Mijn ambassadeur heeft last gekregen, je regeering te wijzen op de gevaren en de ernstige consequenties eener mobilisatie; hetzelfde heb ik je ook in mijn laatste telegram gezegd. Oostenrijk-Hongarije heeft slechts tegen Servië gemobiliseerd en slechts een gedeelte van zijn leger. Wanneer Rusland, zooals thans volgens mededeeling van jou en van je regeering het geval is, tegen Oostenrijk-Hongarije mobiliseert, dan wordt de rol van bemiddelaar, die gij mij vriendschappelijk hebt toevertrouwd, en die ik op je uitdrukkelijk verzoek heb aangenomen, in gevaar gebracht zooal niet onmogelijk gemaakt. De volle zwaarte van de beslissing rust thans op jouw schouders; zij hebben de verantwoordelijkheid voor oorlog of vrede te dragen.
w. g. WILHELM.
Bijlage 23_a_.
#5. De Tsaar aan Z. M.#
Peterhof, 30 Juli 1914, 1.20 n.m.
Ik dank je van harte voor je snel antwoord. Ik zend vanavond TATISKEFF met instructie. Tot de thans van kracht wordende militaire maatregelen is reeds voor 5 dagen besloten en wel ter verdediging tegen de toebereidselen van Oostenrijk. Ik hoop van ganscher harte dat deze maatregelen in geen enkel opzicht van invloed zullen zijn op je positie als bemiddelaar, waaraan ik zeer groote beteekenis hecht. Wij hebben je sterken druk op Oostenrijk noodig, opdat het tot eene schikking met ons komt.
w. g. NICOLAAS.
Bijlage 24.
#Telegram van den Rijkskanselier aan den keizerlijken ambassadeur te St. Petersburg, d.d. 31 Juli 1914.#
~Dringend.~
Ondanks de nog hangende bemiddelingsonderhandelingen en ofschoon wij zelf tot op dit oogenblik geenerlei mobilisatiemaatregelen getroffen hebben, heeft Rusland zijn heele leger en vloot, dus ook tegen ons gemobiliseerd. Door dezen maatregel van Rusland zijn wij gedwongen, voor de veiligheid van het rijk het dreigende oorlogsgevaar af te kondigen, wat nog niet mobilisatie beduidt. De mobilisatie moet echter volgen, wanneer Rusland niet binnen 12 uur elken oorlogszuchtigen maatregel tegen ons en Oostenrijk-Hongarije staakt en hieromtrent tegenover ons een besliste verklaring aflegt. Ik verzoek dit onmiddellijk aan den heer SASANOW mede te deelen en het uur van mededeeling te seinen.
Bijlage 25.
#Telegram van den Rijkskanselier aan den Keizerlijken ambassadeur te Parijs, d.d. 31 Juli 1914.#
~Dringend.~
Rusland heeft ondanks onze nog hangende bemiddelingsactie en ofschoon wij zelf geenerlei mobilisatiemaatregelen getroffen hebben, de mobilisatie van zijn geheele leger en vloot, dus ook tegen ons, bevolen. Wij hebben daarop den toestand van dreigenden oorlog afgekondigd, waarop de mobilisatie moet volgen, wanneer Rusland niet binnen 12 uur alle oorlogsmaatregelen tegen ons en Oostenrijk staakt. De mobilisatie beteekent onvermijdelijk oorlog. Verzoeke de Fransche regeering te vragen, of zij in een Russisch-Duitschen oorlog neutraal wil blijven. Antwoord moet binnen 18 uren volgen. Sein onmiddellijk het uur waarop gij de vraag hebt gesteld. De grootste spoed noodzakelijk.
Bijlage 26.
#Telegram van den Rijkskanselier aan den Keizerlijken ambassadeur te St. Petersburg, d.d. 1 Augustus 12.52 n.m.#
Wanneer de Russische regeering geen bevredigend antwoord geeft op onzen eisch, verzoeken wij Uwe Excellentie haar hedenmiddag om 5 uur (Middeneuropeeschen tijd), de volgende verklaring te overhandigen:
Le Gouvernement Impérial s'est efforcé dès les débuts de la crise de la mener à une solution pacifique. Se rendant à un désir qui lui en avait été exprimé par Sa Majesté l'Empereur de Russie, Sa Majesté l'Empereur d'Allemagne d'accord avec l'Angleterre était appliqué à accomplir un rôle médiateur auprès des Cabinets de Vienne et de St. Pétersbourg, lorsque la Russie, sans en attendre le résultat, procéda à la mobilisation de la totalité de ses forces de terre et de mer.
A la suite de cette mesure menaçante motivée par aucun préparatif militaire de la part de l'Allemagne, l'Empire Allemand se trouva vis-à-vis d'un danger grave et imminent. Si le Gouvernement Impérial eût manqué de parer à ce péril il aurait compromis la sécurité et l'existence même de l'Allemagne. Par conséquent le Gouvernement Allemand se vit forcé de s'adresser au Gouvernement de Sa Majesté l'Empereur de toutes les Russies en insistant sur la cessation des dits actes militaires. La Russie ayant refusé de faire droit à cette demande et ayant manifesté par ce refus, que son action était dirigeé contre l'Allemagne, j'ai l'honneur d'ordre de mon Gouvernement de faire savoir à Votre Excellence ce qui suit:
Sa Majesté l'Empereur, mon auguste Souverain, au nom de l'Empire relève le défi et se considère en état de guerre avec la Russie.
Wees zoo goed het tijdstip van ontvangst en het uur waarop gij deze instructie ten uitvoer legt, volgens Russischen tijd, dringend te seinen.
Ik verzoek U Uwe passen te vragen, en de bescherming en de zaken over te dragen aan de Amerikaansche ambassade.
Bijlage 27.
#Telegram van den Keizerlijken ambassadeur te Parijs aan den Rijkskanselier, d.d. 1 Augustus 1.05 n.m.#
Op mijn herhaalde en besliste vraag of Frankrijk in geval van een Duitsch-Russischen oorlog neutraal blijft, verklaarde de minister-president mij, dat Frankrijk doen zou, wat zijn belangen het geboden.
#Latere toevoegingen.#
Bijlage 28.
#Getuigenis van den Belgischen chargé d'affaires in Petersburg.#
_Belgische ambassade. St. Petersburg. 795/402. De politieke toestand._
30 Juli, 1914.
Aan Z. Excellentie den heer DAVIGNON, Minister van Buitenlandsche Zaken,
Mijnheer de Minister,
De dag van gisteren en eergisteren zijn voorbij gegaan, in afwachting van de gebeurtenissen, die op de oorlogsverklaring van Oostenrijk-Hongarije aan Servië moesten volgen. De meest tegenstrijdige berichten worden verspreid, zonder dat het mogelijk zou zijn geweest, in verband met de bedoelingen van de Keizerlijke Russische regeering, het ware precies van het onware te onderscheiden. _Het staat slechts vast, dat Duitschland zich hier, evenals in Weenen, moeite gegeven heeft een middel te vinden, teneinde een algemeen conflict te vermijden._ Dat het echter aan den eenen kant gestooten is, op de vastbeslotenheid van het Weensche kabinet, geen stap terug te wijken, en aan den anderen kant op het wantrouwen van het Petersburgsche kabinet, tegenover de verzekering van Oostenrijk-Hongarije, dat het slechts aan eene bestraffing en niet aan eene annexatie van Servië dacht.
De heer SASANOW heeft verklaard, dat het voor Rusland onmogelijk was, zich niet gereed te houden en niet te mobiliseeren, dat echter deze voorbereidingen niet tegen Duitschland waren gericht. Hedenmorgen kondigt een officiëel communiqué aan de couranten aan, dat „de reservisten in een _bepaald_ aantal gouvernementen onder de wapens zijn geroepen”. _Wie de terughoudendheid van de Russische officiëele communiqué's kent, kan gerust aannemen, dat overal gemobiliseerd wordt._
_De Duitsche gezant_ heeft heden morgen verklaard, dat hij aan het einde is gekomen van zijne, sedert Zaterdag onafgebroken voortgezette, bemoeiingen om tot een vergelijk te komen en dat hij bijna geen hoop meer heeft. Zooals mij zooeven wordt medegedeeld, heeft zich ook de _Engelsche gezant_ in gelijken geest uitgesproken. Engeland hoeft onlangs een scheidsrechterlijke uitspraak voorgeslagen. De heer SASANOW antwoordde: „Wij hebben dit Oostenrijk-Hongarije zelf voorgeslagen, maar het heeft dit voorstel afgewezen”. Op het voorstel van eene conferentie, heeft Duitschland met het voorstel van een vergelijk tusschen de kabinetten geantwoord: Men zou zich werkelijk afvragen of niet de geheele wereld den oorlog wenscht, en slechts probeert de oorlogsverklaring nog wat uit te stellen, teneinde tijd te winnen.
_Engeland gaf aanvankelijk te verstaan dat het niet in een conflict betrokken wilde worden. Sir George Buchanan sprak dit openlijk uit._ Heden is men er in St. Petersburg vast van overtuigd, ja men heeft zelfs _de toezegging, dat Engeland Frankrijk helpen zal. Deze hulp legt bijzonder veel gewicht in de schaal en heeft er niet weinig toe bijgedragen om de oorlogspartij de overhand te verschaffen._
De Russische regeering heeft in de laatste dagen aan alle uitingen van vriendschap voor Servië en vijandschap voor Oostenrijk den _vrijen loop_ gelaten, en heeft op geenerlei wijze gepoogd die te verstikken. In den Ministerraad die gisterenmorgen vroeg plaats vond, bleek nog verschil van meening te bestaan. Het bekendmaken van de mobilisatie werd verschoven, _maar sedert heeft er eene ommekeer plaats gehad. De oorlogspartij heeft de overhand gekregen en van morgen vroeg om 4 uur werd de mobilisatie bekend gemaakt._
Het leger, dat zich sterk voelt, is vol geestdrift en koestert groote verwachtingen van de buitengewone vorderingen, die sedert den Japanschen oorlog gemaakt zijn. _De marine_ is van de verwezenlijking van haar vernieuwings- en reorganisatieplan nog zoover verwijderd, _dat met haar bijna niet behoeft te worden rekening gehouden_. Dat is juist de grond, waarom de toezegging van de Engelsche hulp eene zoo groote beteekenis kreeg.
Zooals ik de eer had U heden te telegrapheeren (T. 10), schijnt iedere hoop op eene vredelievende oplossing vervlogen te zijn, dat is de opvatting in diplomatieke kringen.
Voor mijn telegram heb ik den weg over Stockholm, over den kabel van de Nordiska gebruikt, daar deze zekerder is dan de andere. Dit bericht vertrouw ik aan een particulieren koerier toe, die het in Duitschland op de post zal doen.
Wil Mijnheer de Minister, de verzekering ontvangen van mijne grootste hoogachting,
w. g. B. DE L'ESCAILLE.
Bijlage 29.
#Prins Heinrich aan den Koning van Engeland.#
Telegram van Z.K.H. Prins HEINRICH aan den Koning van Engeland, d.d. 30 Juli 1914.
Ben sedert gisteren hier, heb datgene, wat gij mij zoo vriendelijk l.l. Zondag in Buckingham Palace gezegd hebt, WILHELM medegedeeld, die je boodschap dankbaar ontvangen heeft.
WILHELM, _die zeer bezorgd is, doet zijn uiterste best, om aan het verzoek, van_ NICOLAAS _te voldoen en te werken voor het behoud van den vrede._ Hij staat voortdurend in telegrafisch verkeer met NICOLAAS, die heden het bericht bevestigt, dat hij _last gegeven heeft tot militaire maatregelen, die met eene mobilisatie gelijk staan_, en dat deze maatregelen, reeds vijf dagen geleden getroffen zijn.
Bovendien ontvangen wij berichten dat _Frankrijk militaire toebereidselen treft, terwijl wij nog geenerlei maatregelen genomen hebben_, waartoe wij intusschen ieder oogenblik gedwongen kunnen worden, als onze buren daarmede doorgaan. Dat zou dan een Europeesche oorlog beteekenen.
_Als gij werkelijk en oprecht wenscht, dit vreeselijk ongeluk te voorkomen, mag ik je dan voorstellen, je invloed op Frankrijk en Rusland aan te wenden, opdat zij neutraal blijven._ Dat zou m. i. van groot nut zijn. Ik houd dit voor eene onfeilbare, en misschien ook de eenige mogelijkheid, om den vrede in Europa te redden. Ik wil hieraan toevoegen, dat thans meer dan ooit Duitschland en Engeland elkaar behoorden te helpen, om een vreeselijk onheil te voorkomen, dat anders onafwendbaar schijnt.
Geloof mij, dat WILHELM zoo oprecht mogelijk is in zijne pogingen om den vrede te bewaren. De militaire toebereidselen van zijn beide buren zouden hem ten slotte echter kunnen dwingen, voor de veiligheid van zijn eigen land, dat anders weerloos zou blijven, hun voorbeeld te volgen. Ik heb WILHELM ingelicht over mijn telegram aan jou en hoop, dat gij mijne mededeelingen ontvangen zult met de zelfde vriendschappelijke gevoelens, die ze mij in de pen gegeven hebben.
w. g. HEINRICH.
Bijlage 30.
#De Koning van Engeland aan Prins Heinrich.#
Telegram van den Koning van Engeland aan Prins HEINRICH van Pruisen, d.d. 30 Juli 1914.
Dank voor je telegram. Zeer verheugd te hooren van WILHELM'S pogingen, om met NICOLAAS voor het behoud van den vrede samen te werken. Ik koester den ernstigen wensch, _dat zulk een ongeluk, als een Europeesche oorlog zijn zou, dat volstrekt niet meer zou zijn goed te maken, voorkomen moge worden. Mijne regeering doet wat in haar macht is, om Rusland en Frankrijk te overreden, verdere militaire maatregelen op te schorten_, voor het geval dat Oostenrijk zich tevreden stelt met de bezetting van Belgrado en het aangrenzende Servische gebied, als onderpand voor eene bevredigende regeling van zijn eischen, terwijl de andere landen dan tegelijkertijd hun oorlogstoebereidselen staken. Ik vertrouw, dat WILHELM zijn grooten invloed zal gebruiken om Oostenrijk te bewegen dit voorstel aan te nemen. Daardoor zou hij bewijzen, dat Duitschland en Engeland samenwerken om te voorkomen wat eene internationale catastrophe zou zijn. Wees zoo goed WILHELM te verzekeren, dat ik alles zal doen wat in mijn macht ligt om den vrede in Europa te bewaren.
w. g. GEORGE.
Bijlage 31.
#Keizer Wilhelm aan Koning George.#
Telegram van Z. M. den Keizer aan den Koning van Engeland, d.d. 31 Juli 1914.
Zeer bedankt voor je vriendelijke mededeeling. Je voorstellen komen overeen met mijn denkbeelden en met de mededeelingen, die ik hedennacht uit Weenen ontvangen en naar London doorgezonden heb. Ik heb juist van den kanselier bericht gekregen, dat hij _zooeven mededeeling ontvangen heeft, dat NICOLAAS heden de mobilisatie van zijn geheele leger en vloot heeft bevolen. Hij heeft niet eens den uitslag van de bemiddeling, waaraan ik werk, afgewacht en mij geheel zonder bericht gelaten. Ik ga naar Berlijn, teneinde zorg te dragen voor de veiligheid aan mijn oostelijke grens_, waar reeds sterke Russische afdeelingen zijn opgesteld.
w. g. WILHELM.
Bijlage 32.
#Keizer Wilhelm aan Koning George.#
Telegram van Z. M. den Keizer aan den Koning van Engeland, d.d. 1 Augustus 1914.
Ik heb zooeven de mededeeling van je regeering gekregen, waarbij zij de _neutraliteit van Frankrijk onder waarborg van Groot-Brittanië_ aanbiedt. Bij dit aanbod was de vraag gevoegd, of _Duitschland onder deze omstandigheden ervan zou willen afzien, Frankrijk aan te vallen_. Om technische redenen moet de mobilisatie naar twee fronten naar het oosten en naar het westen, waartoe ik hedenmiddag last gegeven heb, haar beloop hebben, zooals zij voorbereid is. _Tegenbevel kan niet meer gegeven worden_, omdat je telegram helaas te laat kwam. _Als echter Frankrijk mij zijne neutraliteit aanbiedt, die door het leger en de vloot van Engeland gewaarborgd moeten worden, zal ik natuurlijk afzien van een aanval op Frankrijk_, en mijn troepen elders gebruiken. Ik hoop dat Frankrijk niet zenuwachtig wordt. _De troepen aan mijn grens krijgen juist telegraphisch en telefonisch bevel, het Fransche gebied niet te overschrijden._
w. g. WILHELM.
Bijlage 33.
#Telegram van den Keizerlijken ambassadeur in Londen aan den Rijkskanselier, d.d. 1 Augustus 1914.#
Zooeven heeft mij Sir EDWARD GREY aan de telefoon geroepen en mij gevraagd, of ik meende te kunnen verklaren, dat in geval Frankrijk neutraal bleef in een Duitsch-Russischen oorlog, wij de Franschen niet zouden aanvallen. Ik verklaarde hem, dat ik meende, de verantwoording daarvoor op mij te kunnen nemen.
w. g. LICHNOWSKY.
Bijlage 34.
#Rijkskanselier Von Bethmann Hollweg aan den Ambassadeur Prins Lichnowsky.#
Telegram van den rijkskanselier aan den keizerlijken ambassadeur te Londen, d.d. 1 Augustus 1914.
_Duitschland is bereid, in het Engelsche voorstel te treden, als Engeland met zijn strijdmacht voor de onvoorwaardelijke neutraliteit van Frankrijk in het Duitsch-Russisch conflict borg staat._ De Duitsche mobilisatie heeft heden, op grond van Rusland's uitdagende houding plaats gevonden, vóór de Engelsche voorstellen hier aangekomen waren. Dientengevolge is ook aan onzen opmarsch aan de Fransche grens niets meer te veranderen. _Wij staan er echter voor in, dat de Fransche grens tot Maandag 3 Augustus, des avonds om 7 uur, door onze troepen niet zal overschreden worden, als tegen dat tijdstip Engeland zijne toezegging gedaan heeft._
w. g. BETHMANN HOLLWEG.
Bijlage 35.
#Koning George aan Keizer Wilhelm.#
Telegram van den Koning van Engeland aan Z. M. den Keizer d.d. 1 Augustus 1914.
In antwoord op je telegram, dat ik zooeven ontvangen heb, meen ik, dat _een misverstand_ moet bestaan betreffende eene opmerking, welke gevallen is tijdens een vriendschappelijk onderhoud tusschen prins LICHNOWSKY en Sir EDWARD GREY, toen zij de vraag behandelden, hoe men een werkelijken strijd tusschen het Duitsche en Fransche leger zou kunnen vermijden, zoolang nog de mogelijkheid bestaat, dat Oostenrijk en Rusland tot eene overeenkomst komen. Sir EDWARD GREY zal prins LICHNOWSKY morgenochtend opzoeken, om uit te maken, of er van zijn kant een misverstand bestaat.
w. g. GEORGE.
Bijlage 36.
#Prins Lichnowsky aan Rijkskanselier Von Bethmann Hollweg.#
Telegram van den keizerlijken ambassadeur te Londen aan den rijkskanselier, d.d. 2 Augustus 1914.
_Het door Sir EDWARD GREY opgeworpen denkbeeld_, dat op den wensch berustte, om de mogelijkheid te scheppen van eene duurzame neutraliteit van Engeland, _is zonder ruggespraak met Frankrijk, en zonder kennis van de mobilisatie geuit, en intusschen als volkomen hopeloos opgegeven_.
w. g. LICHNOWSKY.
Bijlage 37.
#Woordelijke inhoud van de telegraphische bevelen aan den Duitschen gezant te Brussel van den 2en Augustus 1914.#
De Keizerlijke regeering is in het bezit van betrouwbare berichten over den _voorgenomen opmarsch van de Fransche strijdkrachten aan de Maas_ in de richting Givet–Namur. Zij laten _geen twijfel_ bestaan omtrent de _bedoeling van Frankrijk om door Belgisch gebied Duitschland aan te grijpen_. De keizerlijke regeering kan zich niet aan de vrees onttrekken, dat _België met den besten wil niet in staat zal zijn een Franschen aanslag met zooveel hoop op goeden uitslag af te weren_, dat daarin voldoende zekerheid kan worden gevonden tegen de bedreiging van Duitschland. Het is _een gebod van zelfbehoud voor Duitschland den vijandelijken aanval te voorkomen_.