Herinneringen van Dr. Aletta H. Jacobs

Part 27

Chapter 27498 wordsPublic domain

Toen ik mij met het vraagstuk inliet, stuitte ik overal op tegenstand; een vrouw mocht zich daarmee niet bemoeien.—Een botsing met een hoogleeraar.—Mijn ervaring te Londen onder voorlichting van Dr. Drysdale, en die in mijn praktijk te Amsterdam.—Mijn eerste publicaties over het vraagstuk.—Mijn eerste lezing hierover te Rotterdam in 1897 en hoe die voordracht werd opgenomen.—Het Congres te Boedapest in 1909.—Reisavonturen.—Ondervinding in Serajewo.—Onze excursie daarheen.—Voordrachten over dit onderwerp in Zuid-Afrika.—„Open brief aan de vrouwen van Zuid-Afrika.”—Overige bemoeiingen op dit gebied. 180

X—MIJN VERBOND MET CAREL VICTOR GERRITSEN

Korte levensschets van C. V. Gerritsen.—Mijn kennismaking met hem.—Ons leven en ons huwelijk.—Verschillende reizen per rijwiel.—Schotsche gastvrijheid.—Het congres van den Internationalen Vrouwenraad.—Invloed van Gerritsen’s openbaar leven op het mijne.—Zijn strijd voor reorganisatie van verschillende instellingen van armenzorg.—Mijn 25-jarig jubileum als medicinae doctor.—Onze reis naar Amerika.—Zijn dood. 197

XI—VAN 1905 TOT 1911

Vrouwenkiesrecht, vooruitzichten onder het ministerie-Borgesius.—Aanbieding van onze wenschen aan H.M. de Koningin, bij de Grondwetsherziening.—Begin van het optreden der Engelsche suffragettes.—Het congres te Kopenhagen en het besluit om het volgende congres, in 1908, in Nederland te houden.—Interviews met leden van Kamergroepen.—Voorbereiding voor het congres in 1908.—In de Hooge Tatra, in Serajewo.—Voor herstel van gezondheid naar Zürich.—Reisplannen met Mrs. Catt. 250

XII—EEN WERELDREIS

De voorbereidselen.—Verblijf in Zweden en Noorwegen.—In Zuid-Afrika.—Rond de Oostkust van Afrika.—Bezoek aan Palestina en Syrië.—In Egypte.—Op de Philippijnen.—In China en Japan.—De terugreis door Rusland. 274

XIII—VAN 1913 TOT 1924

Overzicht van de laatste tien jaren.—De dood van Mevrouw Haver.—De eerste openbare betoogingen voor vrouwenkiesrecht in 1913 en het Volkspetitionnement.—De onderbreking door de oorlog en het pacifistische werk.—De hervatting van den kiesrechtstrijd in 1915 en daarna.—Het passieve kiesrecht verkregen, daarna in 1919 het algemeen vrouwenkiesrecht.—Mijn verhuizing naar Den Haag.—Huldebetoon in 1921, vijftig jaar na mijn gang naar de Universiteit.—Mijn eerste stembiljet.—Herstel van een ernstige ziekte.—De viering van mijn 70-sten verjaardag.—Besluit. 296

AANTEEKENING

[1] Ik heb de gelegenheid mij bij de vierde conclusie geboden, aangegrepen om de vrouwen die zich op de studie der medische wetenschappen toeleggen, te huldigen. Zij werden op het congres waardig vertegenwoordigd door mejuffrouw Jacobs. Ik heb gezegd, dat het op den weg der vrouwelijke doctoren ligt, hare zusters de wetten der hygiëne te leeren kennen en haar te wijzen op de voornaamste, nog te vaak verwaarloosde plichten te dien opzichte.

Men kan zich de wetenschap moeilijk onder een charmanter vorm voorstellen dan die welke het aardige vijf en twintig jarige Jodinnetje er aan gaf. Met een volmaakten tact en met den meest mogelijken ernst, volgde zij de discussies, zelfs als daarbij de delicaatste onderwerpen werden behandeld, en daarbij bleef zij steeds de gracieuse vrouw, ook toen zij mij als blijk van erkentelijkheid, een geleerde verhandeling, door haar zelf bewerkt, ten geschenke gaf.