Heldensagen en Legenden van de Serviërs
Chapter 5
Een week voor den trouwdag, brengen beide families hun huis in gereedheid om een groot aantal gasten te ontvangen, die zij gedurende verscheidene dagen zeer gastvrij onthalen. Zeer kort geleden nog moest de huwelijksprocessie, indien de bruid in een verwijderd dorp woonde, soms verscheidene dagen reizen om haar te halen en daar goede wegen, waarlangs voertuigen zich konden voortbewegen, niet overal voorkwamen, was de geheele, lange stoet vaak genoodzaakt den weg te paard af te leggen. Tot de huwelijksstoet behooren de _dever_ [23] (dat wil zeggen geleider van de bruid) die haar bij de heele reeks van plechtigheden terzijde staat, in zekeren zin haar voogd; de _koom_ (voornaamste getuige, die bij gelegenheid een soort peetvader van de kinderen wordt); en de _stari-svat,_ die de tweede getuige bij de huwelijksplechtigheid is. Gedurende de huwelijksplechtigheden moet de koom achter den bruigom staan en de stari-svat achter de bruid. De stari-svat is ook een soort ceremoniemeester op den huwelijksdag; hij bewaart de orde onder de gasten, en presideert bij de huwelijksmaaltijden. De dever brengt ook zijn ouders mee en de koom en de stari-svat moeten ieder vergezeld zijn van een bediende om hen te assisteeren gedurende de plechtigheid. Deze twee getuigen moeten zorgen twee groote was-kaarsen bij zich te hebben, die gewoonlijk versierd zijn met zijden kant en bloemen, welke met veel andere geschenken aan de bruid worden aangeboden.
Voor de processie zich op weg begeeft, vuren de jongelieden pistolen af en zingen en dansen, terwijl de ouderen zich neerzetten en ververschingen gebruiken. De verschijning van den bruigom in zijn huwelijksgewaad, waarbij de hoed met bloemen is versierd, is het teeken, waarop een koor van meisjes de traditioneele huwelijksliederen inzet. Als de rijtuigen klaarstaan om te vertrekken, zingen zij het volgende:
Een valk vloog van het kasteel Met een brief onder zijn vleugel Laat den brief vallen op de knie van den vader, Zie, vader! De brief zegt u, Dat uw zoon ver zal reizen, Over veel stroomende rivieren, Door veel groene wouden, Totdat hij u een schoondochter brengt.
Het _Tzigan_-(Zigeuners) korps begint zijn vroolijke melodieën, de bruidegom, de vaandeldrager en andere jongelieden stijgen te paard, allen versierd met bloemen, de processie begeeft zich op weg naar het huis van de bruid. De ruiters rijden meestal twee aan twee, pistolen afschietend en zingende. De processie wordt steeds geleid door een vroolijken jongeling, die een _tchoutoura_ meevoert, (een plat houten vat) dat rooden wijn bevat. Het is zijn taak ieder, die het huwelijksgezelschap op weg mocht ontmoeten, een dronk aan te bieden en hij heeft het privilege gedurende het huwelijksfeest ten koste van iedereen grappen en geestigheden ten beste te geven. Voor dien dag geniet hij de vrijheden van een hofnar en niemand mag zijn geestige zetten kwalijk nemen, hoe ruw en onkiesch die soms ook zijn.
Eenige schreden achter de tchoutouradrager rijdt de voïvode (generaal of leider), wiens taak het is den eerste bij te staan in zijn geestige uitvallen en den vaandeldrager, die de nationale vlag draagt; achter hen, in een rijkelijk met bloemen versierd voertuig, rijden de bruidsmeisjes, die gekozen worden uit de familiebetrekkingen van den bruigom. Met andere geschenken dragen de meisjes het trouwgewaad en de bloemen, die de vader van den bruigom voor zijn aanstaande schoondochter heeft gekocht. Onmiddellijk achter de bruidsmeisjes rijdt de bruigom tusschen den koom en den stari-svat. Daarna komen andere bloedverwanten en gasten, twee aan twee in optocht. Soms leveren deze huwelijksprocessies een zeer indrukwekkenden aanblik.
De aankomst.
Indien de huwelijksstoet het huis van de bruid nadert, wordt haar komst aangekondigd door het afvuren van pistolen en geweren, waarop een aantal meisjes verschijnt, die verschillende liederen zingen, waarin het verdriet wordt uitgedrukt over het vertrek der bruid uit het ouderlijk huis. In enkele deelen van Servië is nog een vreemd, oud gebruik overgebleven; de vader van de bruid verlangt, dat aan enkele voorwaarden wordt voldaan, eer hij bereid is de poorten van het binnenplein voor den stoet te openen. Hij stuurt bijvoorbeeld een goed worstelaar, die de mannen uit het gezelschap van den bruidegom uitdaagt. Een van de bruiloftsgasten moet hem dan overweldigen, voordat de poorten worden geopend. Natuurlijk is de worstelproef in den regel niet ernstig gemeend. In andere deelen van het land wordt als voorwaarde gesteld, waarop den aangekomenen toegang wordt verleend, dat een hunner een pot of ander terra-cotta vaatwerk, dat aan den top van den schoorsteen bevestigd is, er met zijn pistool afschiet.
Als aan zulke of andere voorwaarden tot genoegen is voldaan, wordt het huwelijksgezelschap in huis toegelaten, en geleid naar tafels, beladen met gebraden lams- en varkensvleesch, koeken, vruchten, wijn en cognac. De vader van de bruid geeft den vader van den bruidegom de eereplaats en onmiddellijk naast hem zit de stari-svat, dan de koom en dan de bruidegom. Als de gasten zijn gezeten, wordt er een groote, platte koek _(pogatcha)_ voor den vader van den bruidegom neergezet en hij legt er eenige goudstukken op; soms ook een geheele keten van gouden ducaten, die de bruid later om haar hals moet dragen. Zijn voorbeeld wordt onmiddellijk gevolgd door den stari-svat, den koom en al de andere gasten. Ten slotte haalt de vader van de bruid de huwelijksgift, die hij zijn dochter meegeeft en plaatst die op den koek. Al het aldus verzamelde geld wordt aan den stari-svat overhandigd, die het te zijner tijd aan de bruid zal geven. Dan brengen de bruidsmeisjes het trouwgewaad naar het vertrek van de bruid, waar zij haar met groote zorg en veel ceremoniën kleeden. Indien haar toilet gemaakt is, neemt een van haar broers of, indien zij die niet heeft, een van haar naaste mannelijke bloedverwanten, haar bij de hand om haar naar de verzamelde familie en vrienden te geleiden. Zoodra zij verschijnt, begroeten de bruiloftsgasten haar met een levendig vuur uit hun pistolen; de bruidsmeisjes geleiden haar naar den bruigom, aan wien zij een bloemkrans aanbiedt. Daarna wordt zij naar den stari-svat en den koom gebracht, wier handen zij kust. Indien deze ceremonie is verricht, gaat zij het huis binnen, waar haar ouders op lage, houten stoelen voor den haard zitten. Daar werpt zij zich neer, en kust den grond voor het vuur. Dat is blijkbaar een overblijfsel van de vuuraanbidding, maar nu het symbool van de vereering van den huiselijken haard. Zoodra zij is opgestaan, kust het meisje de hand van haar vader en moeder, die haar, terwijl zij haar omhelzen, den zegen geven. Nu brengt haar broer of bloedverwant, al naar het geval is, haar terug naar den bruigom en geeft haar met inachtneming van alle vormen aan den dever over, die van dat oogenblik zorg voor haar draagt en haar in de eerste plaats de geschenken geeft, die hij heeft verzameld.
Terugkomst uit de kerk.
Nadat zij feest hebben gevierd en onthaald zijn, stijgen de gasten te paard en onvermoeid hun pistolen afschietend begeven zij zich met de bruid naar de naaste kerk. Nadat de godsdienstige ceremoniën voorbij zijn, keert het bruiloftsgezelschap terug naar de woning van den bruidegom, waar de bruid van haar paard of uit haar rijtuig moet stappen op een zak haver. Terwijl de anderen het erf opgaan door de hoofdpoort, kiest de bruid meestal een anderen ingang, omdat zij bevreesd is anders betooverd te worden. Zoodra zij binnenkomt, brengen de familieleden van den bruigom haar een bak met verschillende soorten graan, die zij op den grond uitstort, "opdat het jaar vruchtbaar moge zijn." Dan brengen zij haar een kind van het mannelijk geslacht, dat zij kust, en driemaal opheft. Daarna treedt zij het huis binnen; onder haar armen heeft zij brooden en in haar handen flesschen wijn--zinnebeelden van weelde en voorspoed.
Ofschoon de bruiloftsgasten goed zijn onthaald in de woning der bruid, heeft de reis hun eetlust opnieuw gewekt; daarom nemen zij in dezelfde volgorde als wij reeds genoemd hebben aan tafels plaats en worden zij onthaald op een groot feestmaal. Gedurende dit maal geven de voïvodes en de tchoutouradrager evenals bij het vorige grappen ten beste ten koste van iedereen. Deze vroolijke uitlatingen getuigen, zooals wij reeds hebben gezegd, gewoonlijk niet van zeer goeden smaak, maar niemand voelt er zich door beleedigd, en iedereen lacht hartelijk om de minste aardigheid. Gedurende dit feest, en terwijl de jongelieden nationale dansen (kollo) uitvoeren en de traditioneele bruiloftsliederen zingen, brengt de dever de bruid naar den drempel van haar vertrek (vayat) en geeft haar over aan den koom, die haar nu binnenleidt, haar hand in die van den bruidegom legt en hen alleen laat. De gasten blijven echter vaak in het huis tot het ochtendgrauwen, drinkende en zingende.
Slava (of Krsno Ime)
Deze gewoonte wordt beschouwd als een overblijfsel uit de tijden, toen de Serviërs tot het christendom werden bekeerd. Iedere Servische familie heeft een dag in het jaar, die bekend is als slava, gewoonlijk den een of anderen heiligendag, waarop zekere ceremoniën worden vervuld, gedeeltelijk van godsdienstigen, gedeeltelijk van maatschappelijken aard. De heilige, dien het hoofd der familie herdenkt als zijn beschermheilige of naamheilige, wordt ook herdacht door zijn kinderen en hun afstammelingen.
Eenige dagen voor de viering komt de priester naar het huis van iederen svetchar--den man, die als hoofd der familie den heilige herdenkt--om het water te zegenen, dat voor dit doel in een specialen bak gereed wordt gehouden, daarna besprenkelt hij het hoofd van alle familieleden met het heilige water, waarin hij een klein takje bazielkruid heeft gedoopt. Hij gaat daarop van kamer tot kamer om overal dezelfde ceremonie te verrichten.
Ten einde hun naamheilige aangenaam te zijn, vasten alle leden der familie een week voor het feest. Den avond voor den heiligen dag wordt voor het beeld van den heilige een kaars aangestoken, die gedurende twee dagen blijft branden. Een of twee dagen voor het feest bereiden de vrouwen een kolatch (een bijzondere koek, gemaakt van tarwebloem) die ongeveer 37 1/2 c.M. middellijn heeft en ongeveer 7 1/2 c.M. dik is. De oppervlakte is verdeeld in vier parten, doordat ze met een kruis is geteekend; elk vierde deel heeft een schild waarop de letters I.N.R.I. staan. In het midden bevindt zich een cirkel, en daarbinnen en poskurnik (monogram van deze initalen). Behalve de kolatch wordt een andere koek gemaakt van witte tarwe, goed gekookt, en vermengd met poedersuiker, gehakte noten en amandelen. Deze wordt kolyivo genoemd (letterlijk: "iets, dat met het mes is gedood"). Dit is blijkbaar een reliquie uit heidensche tijden, toen men met kolyivo de dieren bedoelde, die op het altaar werden geofferd. Toen de Serviërs bekeerd waren tot het christelijk geloof, werd hun gezegd, dat de God der christenen en zijn heiligen geen dierenoffers en nog minder die van een mensch verlangden, en dat daarvoor in de plaats gekookte tarwe moest worden gebruikt. Wel eigenaardig is het, dat kolyivo slechts bereid wordt voor die heiligen, van wie het volk gelooft, dat zij dood zijn en niet voor hen, van wie verondersteld wordt, dat zij nog leven, wat bijv. het geval is met St. Elias (Elyah), de beschermheilige van den donder, en daarom ook wel de "Donderaar" genoemd, de aartsengel Michael en eenige anderen.
De Slava-ontvangavond.
Op den vooravond van den Slavadag wordt er voldoende voedsel voor de twee volgende dagen gereedgemaakt en tegen zonsondergang zijn al de tafels wel voorzien van ververschingen, berekend op de komst van een groot aantal gasten. Vrienden en bloedverwanten worden door een boodschapper, die daartoe speciaal wordt uitgezonden, genoodigd. In verschillende door het gebruik geijkte vormen wordt deze uitnoodiging overgebracht; een er van is de volgende: "Mijn vader (of mijn oom, al naar het geval is) heeft mij gezonden om u zijn groeten te brengen en noodigt u heden avond in ons huis om een glas cognac te drinken. Wij wenschen met u te deelen de zegeningen, die God en onze beschermheilige over ons hebben uitgestort. Wij vragen u dringend te komen!" Bij deze woorden overhandigt de boodschapper aan den genoodigden gast een tchoutoura, gevuld met wijn en versierd met bloemen, waaruit de gast dan altijd een teug drinkt. Daarna maakt hij het teeken des kruises en zegt: "Ik dank u; dat uw Slava een gelukkige en voorspoedige zij!" Na den wijn geproefd te hebben, vervolgt hij: "Wij zullen ons best doen om te komen. Wij zijn dankbaar voor de uitnoodiging, die ons ten zeerste vereert." Onveranderlijk spreekt hij deze woorden uit, hetzij hij werkelijk van plan is de uitnoodiging aan te nemen of niet.
Terwijl de boodschapper op weg is om de gasten uit te noodigen, zijn de vrouwen van het huis bezig al de noodige toebereidselen te maken voor hun ontvangst. Elke gast roept, als hij den drempel nadert: "O heer van het huis, zijt gij bereid gasten te ontvangen?" Zoodra hij dat hoort, snelt de svetchar den gast tegemoet en begroet hem met deze woorden: "Zeer zeker ben ik dat en ik hoop, dat er nog veel meer gasten komen even welkom als gij!" Daarna treedt de gast binnen, omhelst den svetchar en zegt: "Ik wensch u een zeer aangenamen avond en een gelukkige Slava!" En dan antwoordt de gastheer als ware dat van zelf sprekend: "Ik dank u en heet u welkom in mijn huis!"
Op dezelfde wijze worden de andere gasten begroet. Indien zij allen aanwezig zijn, noodigt de gastheer hen uit hun handen te wasschen. Want geen Servische boer zou ooit gaan zitten, om voedsel te gebruiken, voordat hij dit had gedaan. Daarna wijst de gastheer ieder zijn plaats aan, altijd met stipte inachtneming van de volgorde, waarop ieders rang hem aanspraak geeft.
De meisjes van het huis dienen cognac rond aan de verzamelde gasten en deze wordt, althans in den winter, gewoonlijk gewarmd, terwijl er honig of suiker aan is toegevoegd. De gasten zijn intusschen blijven staan en wachten zwijgend en eerbiedig tot de ceremoniën van de Slava zullen beginnen.
De gastheer zet in het midden van de tafel een groote waskaars, die hij niet aansteekt, alvorens het teeken des kruises driemaal gemaakt te hebben. Daarna neemt hij een bak, waarin wat gloeiende asch ligt, plaatst daarin eenige stukjes wierook en laat den geur dan opstijgen naar het heiligenbeeld, dat volgens de gewoonte de eereplaats in de woning inneemt. Nog steeds met het wierookvat in de hand staat hij enkele oogenblikken stil voor elken gast. Indien deze plechtigheid voorbij is en er geen priester aanwezig is, noodigt de gastheer zijn gasten uit zelf hun gebed op te zeggen. Veel Servische boeren hebben het talent om geïmproviseerde gebeden op te zeggen en daar is bij deze ceremoniën altijd vraag naar. De gastheer geeft het wierookvat aan zijn vrouw, wier plicht het is toe te zien, dat de damp van den wierook elk deel van het huis bereikt. Daarna verbreekt de gastheer de stilte met het volgende gebed: "Laat ons, o broeders, zeer eerbiedig bidden tot den almachtigen Heer, onzen God, en tot de heilige Drieëenheid! O Heer, Gij almachtig en genadig Schepper van Hemel en Aarde, bevrijd ons, wij bidden het u, van alle onvoorziene kwaad! O, Heilige George! (hier noemt hij den naam van den beschermheilige, wiens feest zij vieren) onze beschermheilige, bescherm ons en wees onze voorspraak bij den Heer onzen God; wij, die hier verzameld zijn, vragen het u. Gij heilige Apostelen, gij vier Evangelisten en pilaren, op wie de hemelen en de aarde rusten, wij, die zondaars zijn, smeeken om uwe bemiddeling;" enz. Als het gebed is geëindigd, maken de gasten verscheidene malen het teeken des kruises en dan begint het avondeten.
Slava toasten.
Gedurende de eerste twee of drie gangen gaan de gasten door met cognacdrinken; wijn wordt niet gepresenteerd, voordat zij vleesch hebben genomen. Bij het drinken van het eerste glas wijn brengt de oudste gast, of de voornaamste in rang (gewoonlijk is het de dorpsgeestelijke of de burgemeester) den eersten toast, waarvan evenals van alle volgende de bewoordingen door de traditie zijn bepaald. In sommige deelen van Servië brengt de gastheer zelf den eersten toast op den aanzienlijksten van zijne gasten uit, door tot hem de volgende woorden te richten: "Ik dank u, evenals al uw broederen, voor de eer, die u mij genadiglijk bewijst mijn slava met uw tegenwoordigheid te vereeren. Laat ons het eerste glas drinken ter eere van den genadigen God. Waar wijn in zijn naam gedronken wordt, daar moge altijd voorspoed zijn." De voornaamste gast aanvaardt den toast, maakt het teeken des kruises en antwoordt in de volgende bewoordingen: "Ik dank u zeer, vriendelijke en milde gastheer! Moge uw slava u voorspoed brengen, en laat ons dit tweede glas drinken 'op het betere uur'." De derde toast is meestal ter verheerlijking van de Drieëenheid. In het Servisch: _Tretya-sretya, sve u slavu Svete Troyitze!_
In enkele deelen van Servië worden er zeven of zelfs meer heildronken gebracht, maar deze gewoonte vertoont gelukkig neiging om te verdwijnen.
De ceremonie in de kerk.
Den volgenden morgen staan al de leden der familie vroeg op, om het huis weer in orde te brengen, en de svetchar gaat naar de naaste kerk. Hij neemt de kolyivo, de kolatch, wat wijn, wierook en een waskaars mee. Al deze dingen plaatst hij voor het altaar, waar zij gedurende den ochtenddienst moeten blijven, waarna de dienstdoende priester in de slavakoek van onderen insnijdingen maakt, die overeenkomen met de lijnen van het kruis aan de oppervlakte. Daarna breekt hij de koek en draait die in een cirkel met behulp van den Svetchar, terwijl zij samen zekere gebeden opzeggen. Nadat deze ceremonie geëindigd is, neemt de gastheer de eene helft van de koek, en laat de andere helft voor den priester. Indien de kerk ver af ligt en de gastheer niet lang van huis kan zijn, dan mag de slavakoek in zijn eigen huis door hem in tweeën worden gesneden met behulp van zijn mannelijke gasten, onder het opzeggen van de voorgeschreven gebeden; terwijl zij in een kring staan, houden zij de koek zoo, dat hun duim er op is geplaatst en zij haar met vier vingers ondersteunen.
Het slava-feest.
Tegen den middag, eenige minuten voordat de zon haar hoogste punt bereikt, wordt een deel van de slavakoek op de tafel geplaatst met een aangestoken kaars. Aan dit maal in den middag worden gewoonlijk veel meer gasten genoodigd dan bij het avondeten van den vorigen avond, bovendien heeft op dezen dag zelfs een vreemdeling--welke zijn godsdienst ook moge zijn--het recht het huis binnen te gaan en gastvrijheid te verlangen. De koninklijke Prins Marko had bijvoorbeeld veel vrienden onder de Turken en zij kwamen altijd als gast op zijn slavadag. Al de gasten verheffen zich tegelijk van hun zetel, maken met grooten eerbied een kruis, en in volmaakte stilte, met gevulde glazen, wachten zij op de toespraak, die de Svetchar zal houden. Weer worden er drie of misschien meer heildronken uitgebracht en aanvaard en natuurlijk worden even dikwijls de glazen geledigd en weer gevuld, zelfs nog voor het maal van den middag is begonnen. Etend en drinkend ter eere van God, de heilige Drieëenheid, de heilige slava, en zoo voort, blijft men bijeen, tot laat in den nacht, wanneer de gasten zich herinneren, dat het tijd is om naar huis te gaan. Velen brengen echter den geheelen nacht in het huis door en blijven ook nog den volgenden dag. Eenige vereerders van goeden wijn ontzagen zich soms niet drie achtereenvolgende dagen en nachten te blijven. Deze buitengewone toewijding aan de heiligen werd vooral betoond te Nish en in den omtrek daarvan, en leverde den beroemden Servischen romanschrijver Stephanus Strematz de stof voor een van de mooiste en zonder twijfel een van de geestigste romans, die in Servië geschreven zijn.
De dag voor Kerstmis.
Een ander feest, dat de Serviërs evenals andere volken met vele plechtigheden en gebruiken van onmiskenbaar heidenschen oorsprong vieren, en dat aller hart met vreugde vervult, is het Kerstfeest. Het is zelfs een bekende zegswijs van de Serviërs, dat "er geen dag is zonder licht--noch eenige werkelijke vreugde zonder Kerstmis."
In den regel staat de Servische boer vroeg op, maar op den dag voor Kerstmis (Badgni dan) is ieder nog vroeger dan gewoonlijk bij de hand. Want het is de dag, waarop ieder lid van het gezin de handen vol werk heeft. Twee of meer der jonge mannen worden van elk huis uitgezonden naar het bosch [24] om een jongen eikenboom te hakken en thuis te brengen, die _Badgnak_ wordt genoemd. (De afleiding van het woord ligt in het duister, het is waarschijnlijk afkomstig van den naam van een heidenschen God.)
Als de jonge man, die den boom moet hakken, hem heeft uitgekozen, knielt hij neer en woorden van begroeting prevelend en het bij deze gelegenheid gebruikelijk gebed opzeggend, werpt hij er een handvol koren naar toe; daarna maakt hij driemaal het teeken des kruises en draagt dan zorg den kant, waar hij begint met hakken zoo te kiezen, dat de boom naar het Oosten moet vallen en wel juist op het oogenblik, dat de zon zich boven den horizon vertoont. Hij moet er ook op letten, dat de boom bij het op de aarde vallen geen takken aanraakt van een nabijstaanden boom, anders zou meer dan waarschijnlijk de voorspoed van het huis in het komend jaar worden verstoord. De stam van den boom wordt nu in drie blokken gehakt, waarvan het eene wat langer is dan de beide andere.
Tegen den avond, als alles gereed is en al de leden van de familie verzameld zijn in de keuken, het voornaamste vertrek in de woning, wordt een groot vuur ontstoken en het hoofd van de familie brengt plechtig de Badgnak binnen, die hij zoo op 't vuur plaatst, dat het dikke einde ongeveer 30 c.M. buiten den haard blijft; ondertusschen spreekt hij op luiden toon zijn goede wenschen uit voor den voorspoed van het huis en alle bewoners.
Op dezelfde manier brengt hij de andere deelen van den Badgnak binnen, en als ze alle drie branden, pakken de jonge herders het grootste blok vast, want zij gelooven door zoo te doen zich de gehechtheid hunner schapen aan haar lammeren te verzekeren, van de koeien aan haar kalveren en van alle andere dieren aan haar jongen.
Op dit oogenblik brengt het oudste lid der familie een bos stroo en overhandigt dien aan de huisvrouw, aan wie hij tegelijkertijd "een goede en gelukkige Badgni dan" wenscht. Dan werpt zij een handvol koren naar hem toe, dankt hem voor het stroo en begint in de keuken en aangrenzende kamers het stroo op den vloer uit te strooien onder het nabootsen van het geklok der hennen, terwijl de kinderen haar vroolijk volgen en de geluiden nabootsen, die jonge kuikens maken.
Indien dit gedaan is, moet om te beginnen de moeder een gele kaars brengen en een aarden bak, gevuld met brandende kolen.