Heldensagen en Legenden van de Serviërs

Chapter 4

Chapter 43,562 wordsPublic domain

De vereering van enkele slangen is algemeen in alle Balkanstaten. In Montenegro gelooft men, dat onder elk huis een zwarte slang haar hol heeft; als iemand ze zou dooden, dan kan men zeker zijn, dat het hoofd van het gezin sterft. Enkele waterslangen met vurige koppen worden op één lijn gesteld met de booze draken (of hydra's), die in sommige tijden de schepen bedreigen, welke op het meer van Scutari zeilen.

Van een van deze hydra's wordt nog altijd verondersteld, dat hij in het meer Rikavatz leeft, in de verlaten bergen van oostelijk Montenegro, waar het verborgen monster nu en dan uit de diepte van het water oprijst; zijn terugkeer wordt aangekondigd door heftige donderslagen en bliksemstralen.

Maar de zuidelijke Slaven hebben van den draak niet dezelfde voorstelling als de Hellenen, dat wil zeggen: een monster in de gedaante van een reusachtige hagedis of slang, met gekuifden kop, vleugels en groote, sterke klauwen, want zij weten, dat deze uiterlijke vorm alleen maar wordt gebruikt als een misleidend masker. De ware gedaante van den draak is die van een knap jongeling, met bovenmenschelijke kracht en moed begiftigd; in de verhalen en liederen is hij meestal verliefd op de een of andere schoone prinses of keizerin. [21]

Toovenaars.

Onder de heidensche priesters worden _tcharobnitzi_ (toovenaars) vermeld, van wie bekend is, dat zij ook in Rusland voorkwamen, waar zij gedurende de elfde eeuw het nieuwe christendom ondermijnden. De Slavische vertaling van het Evangelie, door de kerk erkend in de negende eeuw, geeft den naam tcharobnitzi ook aan de drie Heilige Koningen.

Tot diezelfde categorie behoorden de resnitzi, die zooals uit reeds genoemde code van Keizer Doushan blijkt, de lichamen van de dooden plachten te verbranden. _Resnik_, dat als eigennaam voorkomt in Servië, Bosnië en Croatië beteekent naar alle waarschijnlijkheid "degeen, die zoekt naar waarheid."

Godsdienstige ceremoniën bij de offers gebruikt.

Door vertalingen van Grieksche heiligenlegenden is de juiste terminologie, die gebruikt werd bij allerlei ceremonies, offerfeesten, enz. bewaard gebleven. Procopius noemt de ossen als de dieren, die meestal werden geofferd, maar wij vinden, dat kalveren, geiten en schapen met ossen werden gebruikt door de Poolsche Slaven en Litthauwers en dat volgens Byzantijnsche autoriteiten de Russen zelfs wel vogels namen.

Wanneer in Montenegro een nieuw huis wordt gebouwd, wordt gewoonlijk een ram of een haan geslacht, opdat een hoeksteen besprenkeld kan worden met het bloed van dit dier en bij de plechtigheden, waarmee het inwijden van een nieuwe fontein vergezeld gaat, wordt een geit gedood. Volgens de overlevering schoot Prins Ivan Tzrnoyevitch eens vlak voor een grot een ongewoon zware, wilde geit, die, daar ze doornat was, zich het water van haar huid schudde, tengevolge waarvan daar onmiddellijk een rivier begon te stroomen. Die rivier wordt nu nog de rivier van Tzrnoyevitch genoemd.

Het verhaal herinnert aan de horens van geiten en de lichamen van geiten, die op het altaar prijken, gewijd aan den Illyrischen God Bind, bij een fontein in de provincie Yapod.

Het is een feit, dat Russische en Poolsche Slaven gewoon waren menschenoffers te brengen. Wat de zuidelijke Slaven betreft, worden zulke offers alleen genoemd in den cyclus van mythen, die de geschiedenis behelzen van zekere gebouwen, waarin men bij het begin van den bouw een levend mensch begroef of inmetselde, omdat het bijgeloof wilde dat ze anders nooit geheel voltooid zouden worden. Zulk een legende leeft onder de Serviërs en Montenegrijnen voort met betrekking tot het bouwen van de vesting Skadar (Scutari) en de brug nabij Vishegrad; bij de Bulgaren met betrekking tot het bouwen van het fort Lidga-Hyssar bij Plovdiv en de Kadi-Köpri (Turksch voor "de brug van den rechter") over de rivier Stroema; en nog onder de moderne Grieken in hun geschiedenis van de brug over de rivier Arta en bij de Roemeniërs van de kerk "Curtea de Ardyesh". Het is zeer waarschijnlijk, dat zekere raadselachtige bas-reliefs, die ovale menschelijke gezichten voorstellen, alleen met oogen, neus en mond, welke gevonden zijn onder de cementen muren van oude gebouwen, eenig verband houden met genoemde wijze van offeren. Er zijn drie zulke hoofden in het fort van Prins Dyouragy Brankovitch te Smederevo (Semendria) niet ver van Belgrado aan de binnenzijde van den middelsten slottoren aan de Donauzijde, en twee andere tegen den buitenmuur van het klooster Rila vlak bij de Doupitchka Kapiya.

Begrafenisgebruiken.

Gedurende het beleg van Constantinopel in het jaar 626 verbrandden de Serviërs hun dooden. De Russen deden hetzelfde gedurende de veldslagen bij Silistria, 971. In later tijd werden in alle deelen van Rusland begrafenisdiensten gehouden, waarna de overblijfselen der dooden werden begraven.

De Slaven van Noord-Rusland waren gewoon de asch van den doode in een of ander klein vaatwerk te bewaren, dat zij dan op een pilaar aan den openbaren weg plaatsten; die gewoonte bleef zelfs in de twaalfde eeuw bestaan bij de Vyatitchs van zuidelijk Rusland. Deze begrafenisgebruiken zijn het langst bewaard gebleven bij de Litthauwers; de laatste heidensche begrafenis, welke vermeld wordt, is die van Keystut, den broeder van groothertog Olgerd, in het jaar 1382. Hij werd verbrand met zijn paarden, wapenen, valken en honden.

Er bestaan nog rechtopstaande steenen, zware steenen platen, of vierkante blokken, zelfs kolommen, die in de Middeleeuwen _kami_ werden genoemd, of _bileg_, en nu _stetjak_ of _mramor_. Zulke steenen worden in grooten getale vlak bij elkaar gevonden; er zijn er bijvoorbeeld meer dan 6000 in de provincie Vlassenitza en 22,000 in geheel Herzegowina; eenige worden ook in Dalmatië aangetroffen, bijvoorbeeld in Kanovli en in Montenegro te Nikshitch; in Servië worden ze echter alleen in Prodigne gevonden. Deze steenen zijn gewoonlijk versierd met primitieve nabootsingen van het werk van Romeinsche beeldhouwers; bogen op kolommen, plant- en boommotieven, zwaarden en schilden, de figuren van krijgslieden, die bogen dragen, ruiters, herten, beren, wilde zwijnen en valken; er zijn ook tafereelen van mannen en vrouwen, die samen dansen en spelen doen.

Het symbool van het kruis duidt er op, dat het Christendom zijn intrede gedaan heeft. Inscripties verschijnen pas na de elfde eeuw. Veel grafsteenen hebben klaarblijkelijk hun oorsprong in de Middeleeuwen. Eenige graftomben, die ver van de dorpen zijn gelegen, worden in de kronieken genoemd bij het aanduiden der grenzen van grondgebieden, bijvoorbeeld Bolestino Groblye (het kerkhof van Bolestino), bij Ipek en Druzetin Grob (de graftombe van Druzet). In Konavla bij Ragusa was er in het jaar 1420 een punt, waar belangrijke wegen elkaar kruisten, bekend onder den naam van "Obugonov Grob." Zelfs in onze dagen is er daar een grafsteen zonder inscriptie genaamd "Obugagn Greb." Het is het graf van den landvoogd Obuganitch, een afstammeling van de familie van Lyoubibratitch, beroemd in de veertiende eeuw.

Klassieke en Middeleeuwsche invloeden.

Toen het heidendom verdwenen was, gingen in de Zuid-Slavische legenden vele elementen uit die der Grieken en Romeinen over. Er zijn zoowel verwijzingen naar de keizers Trajanus en Diocletianus, als naar mythische personen. In de Balkan-staten wordt Trajanus vaak verward met den Griekschen koning Midas. In het jaar 1433 hoorde de chevalier Bertrandon de la Broquière van de Grieken te Trajanopel, dat deze stad gebouwd was door keizer Trajanus, en dat deze boks-ooren had. De historicus Tzetzes noemt ook de boks-ooren van dien keizer (ô tia trauou). In Servische legenden schijnt keizer Trajanus ook verward te zijn met Daedalus, want hij wordt met oorlogs-vleugels aan zijn ooren voorgesteld.

Aan den cyclus van Middeleeuwsche mythen danken wij ook het geloof aan de _djins_ (reuzen), die in holen woonden, en die bekend zijn onder den Turkschen naam _div_--wat oorspronkelijk een Perzisch woord is. Het merkwaardige van hen was, dat zij maar een oog hadden--zij zouden een varieteit van de cyclopen genoemd kunnen worden--en in de Bulgaarsche, Croatische en Sloveensche mythologie worden zij ook genoemd. Aan de oevers van de rivier Moratcha, in Montenegro, bevindt zich een weide, Psoglavlya Livada genoemd, met een spelonk, waarin, naar gezegd wordt, nog in historische tijden zulke schepsels hebben gewoond.

De verbreiding van het Christendom.

Toen de heidensche Slaven de Romeinsche provinciën bewoonden, was het Christendom beperkt tot de Byzantijnsche provincie. In Dalmatië werd na den val van Salona de zetel van het aartsbisdom overgebracht naar Spalato (Splyet), maar in de pauselijke bullen van de negende eeuw bleef het steeds genoemd _Salonitana ecclesia_ en het eischte voor zich de jurisdictie op over al de landen tot aan de Donau.

Volgens Constantijn Porphyrogenetus namen de Serviërs in twee verschillende tijdperken het Christendom aan, eerst gedurende de regeering van keizer Heraclius, die den paus verzocht had een aantal priesters te zenden, om deze lieden tot het christendom te bekeeren. Het is echter zeer goed bekend, dat de Slaven in Dalmatië, zelfs gedurende de regeering van paus Johan IV (640-642) heidenen bleven; zonder twijfel verbreidde het christendom zich langzamerhand van de Romeinsche steden van Dalmatië over de verschillende Slavische provincies. De Croaten behoorden reeds tot de Romeinsche kerk, toen haar priesters de Serviërs tot het christendom bekeerden, wat geschiedde tusschen de jaren 642 en 731, dat is na den dood van paus Johan IV en voor dat Leo de Isauriër zijn betrekkingen met Rome had verbroken.

De tweede bekeering van de Zuidelijke Slaven, die nog heidenen waren gebleven, geschiedde omstreeks 879 door keizer Basilius I.

In het begin drong het christelijk geloof slechts oppervlakkig door, omdat de menschen de Latijnsche gebeden niet begrepen, noch de geestelijke boeken. Het schoot veel vaster en sneller wortel, toen de oude Slavische taal werd gebruikt in de kerkdiensten.

Tengevolge van de verschillen, die zich voordeden, over beelden en den vorm, die hun eeredienst zou aannemen, verminderde de geestdrift voor de bekeering der heidenen door de Latijnsche kerk aanmerkelijk. In de Byzantijnsche provincies was het echter niet noodig bijzondere pogingen in het werk te stellen om de bevolking te kerstenen, want deze Slaven kwamen in voortdurend contact met de Grieksche Christenen, wier geloof zij zonder dwang overnamen.

Door de Slavische benaming van plaatsen, die in zekere, officieele lijsten voorkomen, kan men zien, dat door de Grieksche kerk nieuwe bisdommen gevestigd werden, uitsluitend voor de Slaven. De bisschoppen leidden hun diensten in het Grieksch, maar de priesters en monniken, die geboren Slaven waren, predikten en leerden het volk in zijn eigen taal. Aldus bereidden zij den grond voor de groote Slavische apostelen.

De Slavische apostelen van Salonica, Cyrillos en zijn oudere broeder Methodius, waren zeer geleerde mannen en wijsgeeren. De voornaamste van de twee Cyrillos was priester en bibliothecaris van het patriarchaat, daarbij was hij professor in de philosofie aan de Universiteit van het Keizerlijk Paleis te Constantinopel en hij was zeer geëerd om zijn geleerdheid in geestelijke dingen. Hun groote werk begon in 862 met de zending naar keizer Michael III, waarmede de Moravische vorsten Ratislav en Svetopluk hen belastten.

De Moraviërs waren reeds tot het Christendom bekeerd, maar zij verlangden leeraars in hun midden te hebben, die bekend waren met de Slavische taal. Voordat de broeders zich op reis begaven, stelde Cyrillos het Slavische alphabet samen en vertaalde het Evangelie.

Zoo werden deze Heilige Boeken voor de Serviërs geschreven in een taal, waarmede zij bekend waren en de leerstellingen van den grooten Meester verdreven langzaam maar gestadig den ouden primitieven godsdienst, die den vorm van zuiver naturalisme had aangenomen. De aanbidding der natuur verdween echter niet geheel en heeft zich zelfs tot op onze dagen in het volksgeloof op het Balkanschiereiland gehandhaafd. In de folklore van deze volken vinden we een aantal trekken van het godsdienstig leven en het bijgeloof, afkomstig uit voor-christelijke tijden, want na een worsteling van vele jaren hadden de heidensche plechtigheden nog slechts ten deele de plaats moeten ruimen voor de kerkelijke ceremoniën van de Latijnsche en later van de Grieksch-Christelijke Kerk, waartoe thans alle Serviërs, de bewoners van Montenegro, Macedonië en een gedeelte van Bosnië behooren.

Bijgeloof.

De fundamenten van het christelijk geloof werden allesbehalve stevig gelegd op het Balkanschiereiland, tengevolge van het ontbreken van ontwikkelde priesters en het feit, dat de mensch nu eenmaal gehecht is aan het oude overgeleverde geloof. Hierin moet waarschijnlijk de verklaring gezocht worden voor het verschijnsel, dat de christelijke godsdienst hen nooit in het hart gegrepen heeft. Zelfs in onzen tijd is het bijgeloof vaak nog sterker dan de godsdienst en verdringt dien soms geheel. Het geheele dagelijksch leven van den zuidelijken Slaaf is doorweven van allerhande bijgeloof. Zijn bijgeloof hecht een bepaalde beteekenis aan 't geen gebeurt, als hij 's morgens opstaat; vooral aan 't geen hij het eerst ziet; hij is er bijvoorbeeld zeker van een ongelukkigen dag te zullen hebben, als zijn eerste ontmoeting die met een monnik is, als hij een huis bouwt, dan moet eerst een "gelukkige plek" gevonden worden voor het fundament. 's Nachts wil zijn bijgeloof, dat hij op een bepaalde manier ligt; hij geeft er nauwlettend acht op, of de hanen tijdig kraaien en of de honden veel blaffen en hoe ze blaffen. Hij hecht groote waarde aan het oogenblik, waarop de donder het eerst wordt gehoord, aan de soort regen die er valt, aan de wijze, waarop de sterren schijnen--of in het geheel niet schijnen, en met groote bezorgdheid neemt hij een stralenkrans om de maan waar en het schijnen van de zon door een wolk.

Al deze dingen zijn voorteekenen en maken indruk op zijn bijgeloovig gemoed. Grooten invloed hebben zij op zijn handelingen. Als hij bij voorbeeld van plan is aan een jachtpartij deel te nemen, dan tracht hij uit die voorteekenen te voorspellen, of er wild zal zijn of niet; hij gelooft, dat hij zeker wat zal schieten, als zijn vrouw of zuster (of eenig ander hem goed gezind persoon) over zijn geweer springt, voordat hij zijn honden roept. Vooral in het landbouwbedrijf neemt het bijgeloof een groote plaats in. Voor enkele bijgeloovigheden is het mogelijk zeer goede verklaringen te geven; voor andere echter is het vergeefs zoeken naar een redelijken grond. Ondanks dat worden alle voorschriften en waarschuwingen, die met het bijgeloof samenhangen, algemeen in acht genomen, omdat het volk met de moedermelk inzuigt: "het is goed zoo te doen" of uitgaat van de stelling: "onze voorouders deden altijd zoo en waren gelukkig, waarom zouden wij niet evenzoo doen?"

Het gedijen van vruchtboomen en het rijpen van de vrucht wordt bevorderd door toovermiddelen. Een groot aantal feesten wordt georganiseerd, om zich een vruchtbaar jaar te verzekeren of om overstroomingen, hagelslag, droogte, vorst en andere onheilen te voorkomen. Het grootste aantal bijgeloovigheden heeft betrekking op het dagelijksch leven, vooral op geboorte, huwelijk en dood. Toovermiddelen worden gebruikt om een toekomstigen bruigom of bruid te ontdekken, een jonge man verliefd te doen worden op een meisje of omgekeerd; ook wel, als dat gewenscht lijkt, hun wederkeerigen haat op te wekken.

Tot toovermiddelen neemt men zijn toevlucht om de wenschen, die de bruid koestert omtrent de kinderen, die zij hoopt te krijgen, vervuld te zien. Men tracht hun aantal en geslacht te bepalen, hun gezondheid te voren vast te stellen en de omstandigheden zoo te regelen, dat ze een gunstigen invloed op de geboorte hebben. Men gelooft, dat de dood slechts kan komen, als de aartsengel Michael een ziel uit een lichaam verwijdert en dat kan slechts op den vastgestelden dag gebeuren.

De voornaamste nationale gewoonten van de Zuidelijke Slaven gaan gepaard met een menigte bijgeloovigheden. Daar de Serviërs het sterkst in aantal zijn onder de Balkanslaven zullen wij eenige van hun gewoonten nader beschouwen, om aan te toonen, hoe weinig van den waren christelijken geest te vinden is in sommige van hun godsdienstige plechtigheden.

Het huwelijk.

Als een kind in een Servische familie geboren wordt, dan wenschen de vrienden den ouders geluk met de woorden: "het zij u gegeven te leven, tot ge de groene kransen moogt zien!" hetgeen wil zeggen: leven tot hun kind getrouwd is. De huwelijken worden het meest in het najaar gesloten, in het bijzonder tegen Kerstmis, zeldzamer in den zomer. Indien ouders van plan zijn een bruigom voor hun dochter of een bruid voor hun zoon te zoeken, dan nemen ze de geschiedenis gewoonlijk een heel jaar lang in overweging. Hun zoon of dochter vergezelt hen naar verschillende bijeenkomsten, om daar iemand te ontmoeten, die geschikt is de echtgenoot van hun dochter te worden of de vrouw van hun zoon. Indien een dochter is ingelicht omtrent de beslissing harer ouders, moet zij zich haasten met haar voorbereidselen: zij moet zorgen, dat de bochtchaluks [22] (huwelijksgeschenken), die zij moet uitdeelen onder de bruiloftsgasten (svati of svatovi) spoedig gereed zijn. Deze geschenken zijn meestal artikelen, die zij eigenhandig maakt, zooals sokken, kousen, hemden, handdoeken en reisdekens. Gewoonlijk wordt het huis schoon gemaakt en misschien vergroot voor het huwelijk. Als alle toebereidselen zijn getroffen, dan mag het gerucht van haar aanstaand huwelijk zich door het dorp verspreiden. Daar de huwelijken gewoonlijk door de ouders worden vastgesteld, komen verbintenissen uit liefde helaas zelden voor. Schaken wordt beschouwd als iets phenomenaals. Er zijn echter gevallen, waarin de jongelieden zich niet voegen naar den wil hunner ouders met betrekking tot het huwelijk. Indien een meisje verliefd is geworden op een jongen man, kan zij haar toevlucht nemen behalve tot de gewone middelen en methoden, tot beroepstoovenaressen. Listen, die door deze helpsters in de liefde wel worden aanbevolen, zijn bijv.: Het meisje kijkt door den bek van een gebraden speenvarken (dat gedood is voor het Kerstfeest) naar haar geliefde, waardoor hij beslist krankzinnig verliefd op haar wordt. Het voorwerp harer liefde zal van minnesmart om haar sterven, als zij naar hem kijkt door een gat in een kers of een andere vrucht; zij is er even zeker van zijn genegenheid te verwerven, indien zij er in slaagt de aarde om te keeren onder een afdruksel van zijn rechtervoet. Deze en veel dergelijke toovermiddelen worden gewoonlijk toegepast op of omstreeks St. George's dag (23ste April O.S.)

Ook jonge mannen nemen hun toevlucht tot tooverij, indien zij de liefde willen opwekken van het een of andere ongevoelige meisje. Indien bijvoorbeeld de jonge man zich op een Vrijdagnacht, klokke twaalf naar het erf begeeft bij de woning van de jonkvrouwe van zijn hart en daar een boom drie maal schudt en even zooveel keeren haar voornaam noemt, zal zij zeker aan zijn verlangen gehoor geven en zijn liefde beantwoorden. Een even onfeilbaar middel is een bepaalde visch te vangen en die bij zijn hart te laten sterven; daarna het vleesch te braden, totdat het geheel verkoold is, de overblijfselen tot poeder te stampen en dit stilletjes in water of een anderen drank te doen.--Indien het meisje overgehaald kan worden het te proeven, kan zij er niet meer aan ontkomen hem lief te hebben. Deze hulpmiddelen herinneren aan de bekende handeling van den Franschen troubadour Pierre Vidal, om de liefde van zijn schoone patrones Donna Azalais de Baux te winnen. 't Was een recept, dat succes in de liefde beloofde, afkomstig van iemand, die het van een Arabisch monument ontcijferd had. De dichter kreeg het van Huges de Baux, een boosaardige, jeugdige ridder, de schoonbroer van de schoone Donna Azalais. De lichtgeloovige Vidal moest op zekeren maannacht op een varken drie keer rondom het kasteel van zijn geliefde rijden. Natuurlijk wist hij niet, dat zijn snaaksche vriend al de bewoners op het terras had gebracht om deze belachelijke vertooning gade te slaan.

Huwelijksonderhandelingen.

Als de ouders zich een bruid voor hun zoon hebben uitgekozen, sturen zij iemand met volkomen volmacht (navodagjya) naar haar ouders, om te vragen of zij al dan niet hun toestemming tot een huwelijk van hun dochter met den jongeman willen geven. Daar huwelijken zelden worden gesloten zonder de hulp van deze gevolmachtigden, zijn er een aantal personen, wier eenig ambt het is over huwelijken te onderhandelen. Zij ontvangen een som geld, indien hun diensten met succes worden bekroond. Naast geldelijke belooning ontvangt de navodagyja van de toekomstige bruid op zijn minst een paar sokken. Indien de vader van het meisje het voorstel niet aanvaardt, geeft hij gewoonlijk geen beslist afwijzend antwoord, maar verschuilt hij zich achter het een of ander voorwendsel; hij zegt bijvoorbeeld, dat zijn dochter nog te jong is, of dat zij niet geheel gereed is met de voorbereidselen voor haar huwelijk. Maar als de jongeman genade in zijn oogen vindt, en de vader bereid is zijn toestemming te geven, dan antwoordt hij gewoonlijk, dat hij zijn dochter graag getrouwd zou zien met zulk een uitnemend man, tenminste als het paar elkaar liefheeft. Dan wordt een samenkomst voorbereid, ofschoon dit in werkelijkheid slechts een kwestie van vorm is, daar de eindbeslissing in handen van de ouders zelf ligt, zonder dat de gevoelens van den aanstaanden man en de vrouw daarbij veel gewicht in de schaal leggen. De ouders vragen den jongelieden, of zij elkaar mogen lijden; gewoonlijk wordt een bevestigend antwoord gegeven, waarop alle aanwezigen elkaar omhelzen. Geschenken worden gewisseld, zoowel tusschen de ouders als tusschen den aanstaanden echtgenoot en zijn bruid. Deze gebeurtenis wordt dikwijls gevierd door het afvuren van pistolen en geweren, teneinde door het geheele dorp bekend te maken, dat er huwelijksfeesten op til zijn. Spoedig na de plechtigheid, die de inleiding tot een verloving genoemd kan worden, brengen de ouders van den jongeman en enkele zeer intieme vrienden een officieel bezoek aan de woning der bruid. Het bezoek heeft gewoonlijk in den avond plaats en nadat de bruigom aan de bruid een ring heeft gegeven, beginnen de feestelijkheden, die tot den volgenden morgen duren. Eenige dagen later gaan de bruid en de bruidegom naar de kerk, door enkele vrienden vergezeld en de priester doet hun de stereotiepe vragen, waaronder deze: "Wenscht gij te trouwen uit vrijen wil?" Waarop zij om zoo te zeggen gedwongen zijn "Ja" te antwoorden.

De huwelijksprocessie.