Heldensagen en Legenden van de Serviërs
Chapter 3
Als de een of ander aktie te krachtig of een toestand acuut wordt, moet er vroeg of laat een reactie als gevolg daarvan intreden.
Toen de Turksche gruwelen hun toppunt bereikten, op het einde van de achttiende eeuw, volgden de Serviërs het voorbeeld van hun broeders in Hongarije en Montenegro en verzamelden zij zich rondom een leider, die als door de Voorzienigheid voorbeschikt scheen om hen te bevrijden van de schandelijke onderdrukking hunner Aziatische heeren. Die leider, een begaafd Serviër, Georg Petrovitch--door de Turken Karageorge ("Zwarte George") genaamd--verzamelde andere Servische mannen van aanzien om zich heen en een algemeene opstand had plaats in 1804. De Serviërs streden met succes en verwierven de onafhankelijkheid van dat deel van Servië, dat tot de Turksche provincie Belgrado behoorde, benevensdie van nog eenig naburig grondgebied. Dit werd slechts verkregen door groote opofferingen en door den aangeboren moed der Servische krijgslieden. Jammer genoeg scheen het te zijn voorbeschikt, dat dit tijdperk minder dan tien jaren duren zou.
Servië weer onder het juk gebracht.
Toen Europa (en meer in het bijzonder Rusland) in oorlog werd gewikkeld tegen Napoleon, vond Turkije gelegenheid, doordat de aandacht der Groote Mogendheden hierdoor in beslag werd genomen, zijn geleden verliezen weer te herstellen; in 1813 werd Servië weer onder het juk gebracht. George Petrovitch en andere Servische leiders verlieten het land om hulp te zoeken, eerst in Oostenrijk en later in Rusland. In hun afwezigheid deed Milosh Obrenovitch, een van de stadhouders van Karageorge-Petrovitch, een nieuwe poging om het Servische volk te bevrijden van het Turksche juk en hij slaagde er in 1815 in de autonomie van de provincie Belgrado te herstellen.
Gedurende den voortgang van zijn krijgsbedrijven keerde George Petrovitch naar Servië terug en werd wreedaardig vermoord op bevel van Milosh, die zich zelf uitriep tot erfelijk vorst en als zoodanig in October 1815 door de Verhevene Porte erkend werd. Milosh was een groot tegenstander van de Russische politiek en hij haalde zich de vijandschap van dat machtige rijk op den hals, tengevolge waarvan hij in 1839 gedwongen werd afstand te doen van den troon ten behoeve van zijn zoon Michael (Servisch: "Mihaylo"). Michael was een uitnemend diplomaat en had reeds zonder een druppel bloed te vergieten verschillende districten aan het onafhankelijke Servië toegevoegd. Hij werd opgevolgd door Alexander Karageorgevitch (1842-1860), een zoon van Karageorge Petrovitch. Onder het beleidvol bestuur van dien vorst werd in Servië een grondwet, die iets op een moderne Constitutie leek, ingevoerd en werd de grond gelegd voor zijn verdere en snelle ontwikkeling. Maar een ongelukkige buitenlandsche politiek, de corruptie onder de hooge staatsambtenaren en voornamelijk het verraad van wie oogenschijnlijk zijn vrienden waren, doch die er inderdaad op uit waren hem den voet te lichten, dwongen dien verlichten prins afstand te doen van den troon en zijn land te verlaten. De Skoupshtina (Nationale Vergadering) herstelde Milosh op den troon, maar in hetzelfde jaar stierf hij en werd nog eens opgevolgd door zijn zoon Michael (1860-1868). Na den moord op dezen vorst kwam zijn jeugdige neef Milan (1868-1889) aan de regeering, gedurende zijn minderjarigeheid onder voogdij van drie regenten, overeenkomstig de Constitutie, die in 1869 werd afgekondigd.
De voornaamste gebeurtenissen gedurende de regeering van Milan waren: de oorlog tegen Turkije (1876-1878) en de annexatie van vier nieuwe districten; de erkenning van Servië's onafhankelijkheid door het beroemde Congres van Berlijn; Servie's verheffing tot een koningrijk in 1882; de ongelukkige oorlog tegen Bulgarije, die op aanstoken van Oostenrijk werd begonnen en de totstandkoming van een nieuwe Constitutie, die met geringe wijzigingen nog van kracht is.
Nadat koning Milan afstand van den troon had gedaan, beklom zijn onwaardige zoon Alexander dien. Ondanks de krachtige raadgevingen van zijn vrienden en de strenge vermaningen van zijn persoonlijken vriend M. Chedo Miyatovich trouwde hij zijn maitresse Draga Mashin, onder wier invloed een tijdperk van tirannie begon, dat bijna aan Nero herinnerde. Hij ging zoo ver te beproeven de Constitutie te vernietigen, waardoor hij zich volkomen van zijn volk vervreemde en in de kaart van zijn persoonlijke vijanden speelde, die hem ten slotte vermoordden (1903).
Koning Peter I.
De Skoupshtina riep nu den zoon van Alexander Karageorgevitch, den tegenwoordigen Peter I Karageorgevitch tot koning uit. Zijn roemrijke regeering zal met gouden letters in de moderne Servische geschiedenis geschreven staan, want het is aan hem te danken, dat der Christenheid een verdrag geschonken werd, tengevolge waarvan de Turk in 1913 bijna uit Europa werd verdreven. Maar helaas! De Serviërs zijn nog slechts in ongeveer de helft van hun landen een vrij volk; hun broeders in het andere deel zuchten nog steeds onder het vreemde juk.
Hoe beknopt deze terugblik ook is, hij zal voldoende zijn om de omstandigheden en voorwaarden te laten zien, waaronder de Servische nationale poëzie ontstond, waarmede wij ons in de volgende bladzijden meer in 't bijzonder zullen bezig houden.
De legenden danken haar ontstaan aan de rampen, veroorzaakt zoowel door de zelfzucht der leiders van het Servische volk als door de vreemde onderdrukkers; maar nationale tegenspoeden hebben den hartstochtelijken drang van dit volk naar de vrijheid niet kunnen uitroeien en deze populaire heldenverhalen van den Balkan zijn de uitdrukking van de idealen, die het Servische ras ondanks zijn langdurige onderdrukking en kwelling bewaard heeft; idealen, die dit eenvoudig volk ook verder zullen steunen in de rampen, die het misschien nog zullen treffen, voor het de plaats veroverd heeft onder de groote mogendheden, die het door zijn volharding en opofferingsgezindheid ten slotte zeker zal innemen.
HOOFDSTUK II. BIJGELOOF EN NATIONALE GEBRUIKEN.
Algemeene eigenaardigheden.
De Serviërs, die het tegenwoordige koninkrijk Servië bewonen, hebben, daar zij ontstaan zijn uit een vermenging met de oude, oorspronkelijke bevolking van het Balkanschiereiland, het echte nationale type niet bewaard. Zij hebben voor het meerendeel een bruine gelaatskleur en donker haar; heel zelden komen blonde haren of een lichte gelaatskleur voor.
Boshnyaks (Serviërs, die Bosnië bewonen) worden beschouwd als de meest typische Serviërs, daar zij het sterkst de nationale karaktertrekken hebben bewaard van het zuivere Zuid-Slavische ras.
De gemiddelde Serviër heeft een vrij levendig temperament; hij is fijngevoelig en zijn gemoed is zeer ontvankelijk. Zijn geestdrift is snel gewekt, maar de meeste aandoeningen zijn in den regel van korten duur. Hij is echter buitengewoon ijverig en soms volhardend. Daar een oprechte vaderlandsliefde hem bezield, is hij steeds bereid zijn leven en eigendom op te offeren voor nationale belangen, die hij buitengewoon goed begrijpt, dank zij zijn volmaakte kennis van de geschiedenis van zijn volk, die hem van geslacht op geslacht is overgebracht door het aangename medium der populaire epische poëzie, bestaande uit zeer eenvoudige, rijmlooze verzen van tien lettergrepen. Hij is buitengewoon moedig en altijd gereed tot oorlogvoeren, ofschoon patriarchaal en conservatief in alles, wat nationaal is, is hij gereed en bereid nieuwe ideeën aan te nemen. Maar hij is achterlijk op 't gebied van landbouw en industrie. Zeer onderdanig in zijn Zadrooga [14] en gehoorzaam aan zijn meerderen, is hij dikwijls despotisch, als hij tot macht komt. De geschiedenis van al de Zuidelijke Slaven bevat een reeks van schendingen, afzettingen, politieke verheffingen, volbracht soms door de meest wreede en verraderlijke middelen, die alle in hoofdzaak te wijten zijn aan de aangeboren, en tot nu toe onuitroeibaar gebleken fouten, eigen aan het ras: jaloezie en een onbeheerscht verlangen naar macht. Deze fouten kwamen natuurlijk het duidelijkst uit bij de edellieden; vandaar het verval van de oude aristocratie in alle Balkanstaten.
Heidendom en Godsdienst.
Er is maar weinig materiaal beschikbaar betreffende de prae-christelijke geschiedenis van de Zuid-Slavische rassen. Hun aanbidding der Natuur is niet grondig bestudeerd. Onmiddellijk na de Slavische emigratie naar het Balkanschiereiland, gedurende de zevende en achtste eeuw, vernietigde het christendom, dat al diep wortel had geschoten bij de Byzantijnen, gemakkelijk het oude geloof. De laatste getrouwen aan het heidendom leefden in het westelijk deel van het schiereiland, in de streken rondom de rivier Neretva en deze werden bekeerd tot het christendom onder de regeering van Basileios I. Een aantal Croaten waren reeds in de zevende eeuw tot het Christendom overgegaan en hadden een bisdom gesticht te Agram (Zagreb). In den loop van eenige duizenden jaren oefenden Grieksch-Oostersche mythen en legenden, oude Illyrische en Romeinsche propaganda, christelijke legenden en apocriefe geschriften zulk een invloed uit op de oude godsdiensten van de Zuid-Slavische volken, dat het onmogelijk is uit zulk een verward kluwen een zuiver Zuid-Slavische mythologie te reconstrueeren.
De God Peroon.
Van Peroon, den Russischen God van den Donder, bij wien de Russische heidenen een eed plachten te doen, als zij, omstreeks de tiende eeuw, verdragen aangingen of verbonden sloten met de Byzantijnen, resten nog slechts enkele onbeteekenende sporen. Er is een dorp in de buurt van Spalato, dat den naam Peroon draagt; ook een klein aantal personen in Montenegro dragen dien naam [15] en hij bleef eveneens bewaard in den naam van een plant, Peroonika (iris), die aan dezen God gewijd is. Er is nauwelijks een tuin bij eenige hut in de Servische dorpen, waar de iris niet groeit naast de huislook. (Tchu-var-Koutchye). De Serviërs zeggen, dat de God nog voortleeft als St. Elias (Elijah), en Servische boeren gelooven, dat deze heilige de macht bezit bliksem en donder te beheerschen. Zij gelooven ook, dat St. Elias een zuster heeft "Ognyena Maria" (Marie de Vlammende), die dikwijls als zijn raadgeefster optreedt.
De God Volos.
De stad "Veless" heeft haar naam gekregen van den Russischen God van het vee "Volos"; zoo ook een dorp in het westelijk deel van Servië en dan is er nog een klein dorp aan den beneden-Donau, dat Velessnitza heet. Maar de wortel van het woord komt voor in het Servische "vo" of "voll" (enkelvoud) "volovi" (meervoud) hetgeen "os" beteekent.
De Zonnegod.
Andere natuurverschijnselen werden ook gepersonifieerd en vereerd als Goden. De zonnegod "Daybog" (in het Russisch "Daszbog," wat letterlijk beteekent "Geef, o God") wiens afbeeldsel gevonden wordt in de groep afgoden te Kief, en wiens naam weer verschijnt als eigennaam van personen in Rusland, Moldavië en Polen, is voor de Serviërs de verpersoonlijking van zonneschijn, leven, voorspoed, van alle goeds.
Maar bij de Zuid-Slavische stammen is onder de overblijfselen van afgoden er geen gevonden, die god "Daybog" voorstelt, zooals bij de Russen, die houten beelden van hem maakten met een hoofd van zilver en een snor van goud.
De Veele.
De Servische legenden bewaren tot heden belangwekkende sporen van de aanbidding dezer heidensche goden en van mindere godheden--die nog altijd een aanzienlijke plaats in het nationale bijgeloof innemen.
De "numphai" en "potami" genoemd bij den Griekschen historieschrijver Procopius, als vrouwelijke godheden van lageren rang, die boschjes, wouden, fonteinen, bronnen of meren bewonen, schijnen bewaard te zijn gebleven in de Servische populaire Veela (of Vila--in het enkelvoud; Veele of Vile--in het meervoud). Er zijn verschillende fonteinen in Montenegro, die "Vilin Izvor" zijn genoemd (bijv. op den berg Kom) zoo ook in het district Rudnik in Servië. Gedurende de Renaissance maakten de Servische dichters van Raga en andere steden in Dalmatië dikwijls melding van elfen, dryaden en bergnimfen, door hen geliefd als "veele". De Servische barden of troubadours hebben steeds van het begin der veertiende eeuw tot op onzen tijd de veele verheerlijkt en bezongen, waarbij zij haar beschreven als zeer schoon en van eeuwige jeugd, gekleed in rein wit en fijn neteldoek met glinsterend gouden haren, die neergolfden over sneeuwwitte boezems. Men geloofde, dat de veele de liefelijkste stemmen hadden en gewapend waren met pijl en boog. Haar welluidende liederen werden dikwijls aan de oevers van de meren of op de weiden, diep in de wouden verborgen, of op hooge bergtoppen boven de wolken gehoord. Zij hielden er ook van te dansen en de kring, waarbinnen zij haar dans uitvoerden werd Vrzino (of Vilino) Kollo genoemd.
Op den berg Kom, in Montenegro, is een van deze ringen, die ongeveer twintig meter in doorsnee heeft en "Vilino Kollo" heet. Het verdrag van Berlijn noemt een ander, gelegen tusschen Vranya en Kustandil, waarover de Servisch-Bulgaarsche grens gelegd werd. Als de veele aan het dansen waren, dorst niemand haar te storen, want zij konden zeer vijandig tegen de menschen optreden. Evenals de Grieksche nimfen waren de veele somtijds ook vriendelijk gestemd, en vaak stonden zij de helden bij. Zij konden de zusters van mannen en vrouwen worden, konden zelfs huwen en kinderen hebben. Maar zij waren in het geheel niet onkwetsbaar. Prins Marko, de lievelingsheld van de Serviërs, werd door een veela met bovenmenschelijke kracht begiftigd; zij gaf hem ook een bijzonder strijdros ten geschenke, "Sharatz," dat werkelijk bijna menschelijke eigenschappen bezat. Een veela werd ook zijn possestrima (Geestelijke zuster, of zuster-in-God) en als Marko dringend hulp noodig had, daalde zij uit de wolken neer om hem bij te staan. Maar zij weigerde hem te helpen, indien hij op Zondagen duelleerde. Bij zekere gelegenheid [16] versloeg Marko bijna de Veela Raviyoyla, die zijn pobratim (broeder-in-God) Voïvode Milosh had gewond. De veele waren zeer bekwaam in het aanwenden van kruiden en kenden de eigenschappen van elke bloem en elke bezie; daardoor was Raviyoyla in staat de wonden van Milosh te genezen en werd zijn doorstoken hart "gezonder dan ooit te voren." Zij geloofden in God en den Heiligen Johannes en verafschuwden de Turken. De veele bezaten ook de gave der clairvoyance en de zuster-in-God van prins Marko voorspelde zijn dood en dien van Sharatz [17]. Veele hadden de macht orkanen en andere natuurverschijnselen te bedwingen; zij konden zich veranderen in slangen en zwanen. Als zij beleedigd werden, konden zij zeer wreed zijn; zij waren in staat hen, die haar met geweld dreigden, van hun zintuigen te berooven; zij leidden dan de menschen in diepe wateren of maakten prachtige gebouwen en vestingwerken met den grond gelijk [18].
Aan de veele werd ook de macht toegekend om het lot te bepalen van pasgeboren kinderen. In den zevenden nacht na de geboorte van een kind ziet de Servische boerenvrouw verlangend uit naar de Oossood, een veela, die het lot van haar kind zal voorspellen en het is alleen de moeder, die de stem van de fee kan hooren.
Voorbeschikking en onsterfelijkheid.
De Serviërs hebben een onverzettelijk geloof in de voorbeschikking en zij zeggen dat er geen dood is voor den vastgestelden dag (_Nema smrti bez soodyena dana_). Hun geloof in de onsterfelijkheid der ziel strekt zich zelfs uit tot die van overigens onbezielde voorwerpen, zooals bosschen, meren en bergen. Na den dood van een mensch stelt de ziel haar vertrek naar hoogere of lagere sferen uit tot er zekere tijd (gewoonlijk veertien dagen) verloopen is; gedurende dien tijd zweeft ze in de lucht en heeft ze het vermogen het lichaam van een dier of een insect binnen te gaan.
Goede en kwade geesten.
Geesten zijn gewoonlijk goed; in Montenegro gelooft men, dat elk huis zijn beschermgeest heeft, dien zij _syen_ of _syenovik_ noemen. Zulke syens kunnen het lichaam binnengaan van een mensch, een hond, een slang, ja zelfs van een hen. Op dezelfde wijze heeft ieder bosch, meer en berg zijn syen, welke ook wel met een Turksch woord _djin_ wordt genoemd. Zoo staat bijvoorbeeld de djin van den berg Riyetchki Kom aan de noordelijke zijde van het meer van Scutari den voorbijgangers niet toe een tak of een blad aan te raken van de eeuwig groene wouden aan den bergkant--en als een reiziger een bloem of een blad dorst te plukken, zou hij onmiddellijk ingesloten worden door een dichten mist en wonderlijke, schrikaanjagende visioenen zouden zich aan hem voordoen. In de streek rondom Lurya worden deze boschgeesten door de Albaneezen evenzeer gevreesd, zelfs de dorre takken van pijnboomen en lariksen durven zij daar niet aanraken. Dit herinnert aan den eeredienst van het heilige kreupelbosch, die algemeen was onder de oude Litthauwers.
Naast de goede geesten verschijnen ook booze geesten, (byess) demonen en duivels (dyavo), door de christenen als heidensche goden beschouwd, en ook andere booze geesten (zli doossi), die in de lichamen van doode en levende menschen huizen. Deze laatste worden genoemd vookodlaks of vlkodlaks (vook, beteekent "wolf", en dlaka, beteekent "haar") en naar het volksgeloof zijn zij het, die de zons- en maansverduisteringen veroorzaken. Dit herinnert aan het oude Noorsche bijgeloof, dat de zon en de maan voortdurend door hongerige wolven vervolgd worden; het is een soortgelijke poging om deze natuurverschijnselen te verklaren.
Zelfs nu nog gelooven de Servische boeren, dat eclipsen van de zon en maan worden veroorzaakt, doordat deze de prooi worden van een hongerigen draak, die ze dreigt te verslinden. Aan deze boosaardige en zeer machtige schepsels wordt de vernieling van korenakkers en wijngaarden toegeschreven, want zij zijn de oorzaak van de schade, die door hagelbrengende wolken wordt aangericht. Als de boeren een gedeeltelijke zons- of maansverduistering zien of meenen, dat een hagelstorm hen bedreigt, dan vergaderen zij in de dorpsstraten en allen--mannen, vrouwen en kinderen--slaan potten en pannen tegen elkaar, schieten pistolen af, luiden bellen, teneinde het dreigende monster vrees aan te jagen en te verdrijven.
In Montenegro, Herzegowina en Bocca Cattaro gelooven de menschen, dat de ziel van een slapende door den wind wordt weggedreven naar den top van een berg. Als er daar een aantal verzameld zijn, worden zij woeste reuzen, die boomen ontwortelen om ze dan als knuppels te gebruiken, en rotsen en steenen naar elkaar toeslingeren. Hun gesis en gebrom wordt vooral in lente- en najaarsnachten gehoord. Deze worstelende elementen worden niet alleen door menschelijke zielen bewoond, maar kunnen de geesten van vele dieren bevatten, bijv. van ossen, honden, en zelfs van hanen, maar vooral ossen nemen aan de worstelingen deel.
Heksen.
Vrouwelijke booze geesten worden gewoonlijk genoemd veshtitze (enkelvoud, veshtitza, klaarblijkelijk afgeleid van het oude Boheemsche woord _ved_, dat "weten" beteekent). Verondersteld wordt, dat het oude vrouwen zijn, die door een boozen geest bezeten zijn en die een onverzoenlijke vijandschap koesteren tegenover mannen, andere vrouwen en het meest tegen kinderen. Zij komen min of meer overeen met de wezens, die men elders "heksen" noemt.
Als een oude vrouw gaat slapen, verlaat haar ziel het lichaam en dwaalt rond, totdat ze het lichaam van een hen ingaat of nog vaker dat van een zwarten nachtvlinder. Fladderend gaat ze die huizen binnen, waar een aantal kinderen zijn, want haar lievelingsvoedsel is een kinderhart. Nu en dan komen veshtitze te zamen om haar avondeten gezamenlijk in de takken van den een of anderen boom te gebruiken. Een oude vrouw, die de eigenschappen van een heks heeft, mag aan zulke samenkomsten deelnemen, na zich bereid te hebben verklaard zich aan de regelen te zullen onderwerpen, welke voorgeschreven zijn door de ervaren veshtitze en die meestal bestaan in het uitspreken van zekere stereotiepe zinnen. De boeren beproeven zulke schepsels te ontdekken en als zij er in slagen een heks te vinden, dan wordt er haastig een jury gevormd, aan wie volmacht wordt gegeven om haar ter dood te brengen. Een van de onfeilbare middelen, die gebruikt worden, om te ontdekken of een verdachte werkelijk een heks is of niet, is de waterproef, waarbij het slachtoffer in het water wordt geworpen. Want als zij blijft drijven, dan is zij zeker een heks.
In dat geval wordt zij meestal verbrand. Deze proef was ook in West-Europa welbekend.
De Vampiers.
Het geloof aan het bestaan van vampiers is in de Balkanstaten algemeen verbreid en zelfs in sommige deelen van Westelijk Europa wordt het aangetroffen. Eenigen beweren, dat dit bijgeloof verband moet houden met de meening, die velen in de orthodoxe kerk aanhangen, dat het lichaam van hen, die sterven, nadat de banvloek der kerk hen getroffen heeft, niet als het stoffelijk omhulsel van andere stervelingen aan ontbinding onderhevig zijn, doch onmiddellijk na den dood in bezit worden genomen door booze geesten, die dan op eenzame plaatsen aan de menschen verschijnen en hen vermoorden.
In Montenegro worden vampiers _lampirs_ of _tenatz_ genoemd en men meent, dat zij het bloed van slapende menschen opzuigen, ook van vee en andere dieren en na hun nachtelijke tochten weer in de gedaante van muizen naar hun graven terugkeeren. Ten einde te ontdekken, waar het graf van de vampier is, nemen de Montenegrijnen een zwart paard zonder vlek en brengen het naar het kerkhof. Het verdachte lijk wordt opgegraven, doorboord met staken en verbrand. Natuurlijk verzet de overheid zich tegen zulke bijgeloovige praktijken; daarbij kwam het echter voor, dat de bevolking van een gemeente dreigde de woningen te verlaten, zoodat hun dorpen ontvolkt zouden worden, indien hun niet werd toegestaan op hun wijze voor hun veiligheid te zorgen. De code van keizer Doushan den Machtige beveelt, dat een dorp, waar lichamen van gestorven personen zijn opgegraven en verbrand, even streng gestraft zal worden als ware er een moord begaan; en dat de ban zal worden uitgesproken over een _resnik_, dat is een priester, die bij zulk een ceremonie de godsdienstoefening geleid heeft. Militchevitch, een beroemd Servisch ethnograaf, verhaalt, hoe een resnik in het begin van de negende eeuw gebeden las uit de apocriefe boeken van Peronius, als het noodig was den booze uit te drijven. De weerzinwekkende gewoonte is geheel onderdrukt in Servië. In Montenegro beproefde de aartsbisschop Peter II ze uit te roeien, maar volkomen was zijn succes niet. In Bosnië, Istrië en Bulgarije wordt er ook nu en dan van gehoord. Het geloof in vampiers is een bijgeloof, dat over Roemenië, Albanië en Griekenland algemeen verbreid is [19].
Aanbidding der natuur.
Zelfs in onze dagen zijn er nog sporen over van zon- en maanvereering en vele Servische en Bulgaarsche gedichten herdenken het huwelijk van de zon en de maan en bezingen _Danitza_ (de morgenster) en _Sedmoro Bratye_ (De zeven broeders, klaarblijkelijk de Pleiaden [20]). Ieder mensch heeft zijn eigen ster, die aan het uitspansel verschijnt op het oogenblik van zijn geboorte en uitgebluscht wordt, als hij sterft. Vuur en bliksem worden ook aangebeden. Het is een algemeen geloof, dat de aarde rust op water en dat water rust op een vuur en dat dit vuur weer op een ander vuur ligt, dat _Zmayevska Vatra_ (vuur van de draken) wordt genoemd.
Ook de vereering van dieren is tot op onzen tijd bewaard gebleven. De Serviërs gelooven niet minder dan dat de beer een mensch is, die voor zijn straf in een dier veranderd werd. Dit gelooven zij, omdat de beer rechtop kan loopen, evenals een mensch. De Montenegrijnen beschouwen den jakhals (canis aureus) als een half-menschelijk wezen, omdat zijn gehuil 's nachts klinkt als het weeklagen van een kind. Van de hinde (capreolus caprea) wordt verondersteld, dat zij de bijzondere bescherming van de veele geniet en daarom zoo dikwijls ontsnapt aan den jager. In enkele deelen van Servië en door geheel Montenegro wordt het als een zonde beschouwd een vos of een bij te dooden.