Hans de Klokkeluider

Part 6

Chapter 6443 wordsPublic domain

KERSTMANNETJE. Stil, kinderen, doe je zelf maar geen verwijten. De duivel heeft met jullie zijn spelletje gespeeld, en iedereen heeft wel een kant, waar Satan houvast vindt. Hij komt in zijn beminnelijkst gewaad, maar druk je hem de hand, dan voel je, dat hij duivelsklauwen heeft. Roep dan om mij, den Kerstman! Zoo ver kan ik niet weg zijn, dat ik den schreeuw van een vertwijfelde niet hoor. (Zijn gezicht begravend in grooten, bonten zakdoek, waarin hij energiek snuift:) Jullie voelt wel: als ik den duivel dwars kan zitten, zal ik het niet laten! Ik kan jullie verzekeren, goede lieden, dat ik in mijn heele loopbaan van Kerstmannetje zoo’n mooien dag nog niet beleefd heb!

HANS. Ik dank je, Kerstmannetje, voor Gaaike en mijn klok.

GAAIKE. (Knikt Kerstmannetje door haar tranen toe.)

KERSTMANNETJE. (Weert ontroerd af.) Een bagatel .... Kom! Muziek! En dan in optocht naar de kerk! Doe de bruid den sluier om, meisjes!

DE BRUIDSMEISJES. (Doen Gaaike den sluier om en zetten haar den bruidskrans op het blonde haar.)

(Dan biedt Hans haar hoffelijk zijn arm. Nu vormt zich een stoet. De muzikanten voorop, daarna het bruidspaar met de bruidsmeisjes, die Gaaike’s sleep dragen, daarna Kerstmannetje, die Anne-Marie zijn arm heeft geoffreerd, daarna Stoffel met Aafke, daarna Snoek, die Kasper (die ietwat verbluft is, dat zijn vrouw hem voor den neus is weggekaapt!) niet zonder ironie den arm geeft. Daarna andere paren. Buiten breekt stormachtig gejuich los.)

(Als de laatste bruiloftsgast door de buitendeur verdwenen is, springt Satan uit de schouw het tooneel op, gevolgd door Snuf.)

SATAN. (Balt in woede de vuist tegen den bruiloftsstoet daarbuiten.) Verloren, Snuf! Alles verloren!

SNUF. En honderd zielen erbij, meester! Wat zal je moêr op haar poot spelen!

SATAN. Ai ....! De weddenschap! Kom, er zit niets anders op: we gaan het samen thuis vertellen!

SNUF. Meester, ik weet niet wat ik liever deed! Liever trek ik naar Siberië en dien mij een ijsbeer als ontbijt op, dan dat ik met je mee ga!

SATAN. Snuf, je zwetst! Kom mee, hier hebben we niets meer te zoeken. Laten we ons maar gauw uit de voeten maken voor iemand ons ziet en ons uitlacht! (Hij wipt den schoorsteen in.)

SNUF. Ai! Ai! Ai! De duivel hale alle klokkeluiders! Dat zal me een warm uurtje worden in de hel! Brrrr!

(Hij verdwijnt achter zijn meester aan, den schoorsteen in.)

Onder de muziek van den bruidsstoet daarbuiten,

VALT HET SCHERM

Van dit boek werden vijf en twintig exemplaren, genummerd I–XXV, gedrukt op geschept oud-Hollandsch papier van Van Gelder Zonen op de persen van de Flakkeesche Boek- en Handelsdrukkerij te Middelharnis in het jaar negentien honderd vijf en twintig