Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Part 56

Chapter 56320 wordsPublic domain

[1385] Mijn doel met deze lijst is de grenzenlooze verwarring, die in de nomenclatuur der Spitsbergsche plaatsen heerscht, eenigszins te verminderen. De plaatsen zijn dikwijls dooreengehaspeld, de spelling vooral van Nederlandsche namen meestal onherkenbaar. En bovendien zijn bijna nergens de oudste Engelsche, soms Nederlandsche namen op de kaarten aangeteekend. Ik heb beproefd daarin eenige verbetering te brengen, al ontveins ik mij niet, dat deze proeve nog allergebrekkigst is. Maar daar ik eenige vrij onbekende oude Nederlandsche kaarten zag en door mijne studiën over het onderwerp allicht ~iets~ beter over de juiste plaatsing der namen kan oordeelen dan anderen, meende ik toch te moeten geven wat ik kon.--Met de „Krt. Petermann”, „Krt. Purchas”, „Krt. Zorgdrager”, „Krt. Carolus. R.-A.”, „Krt. Begin en Voortgang”, „Krt. Scoresby” en „Krt. Hist. de Sp.” bedoel ik de kaarten van Spitsbergen, voorkomende in Petermanns „Spitzbergen und die arktische Centralregion”, Purchas „his Pilgrimes”, Zorgdragers „Groenlandsche visscherij”, Carolus’ „Nieuw vermeerde Licht der Zeevaert”, „Begin en Voortgang der Geoctr. O.-I. C. (1646)”, Scoresbys „Account of the arctic regions” en Hessel Gerritsz.’ „Histoire du pays nomme Spitsberghe”. De „Krt. Lindeman” is het op de kaart in Lindemans „Arktische Fischerei der Deutschen Seestädte” voorkomende carton van Spitsbergens noordwesthoek, de „Krt. 1634. R.-A.” een schetsje van Spitsbergen, door Michiel Jansz. Middelhoven in 1634 voor de N. C. vervaardigd als bijlage bij hare memorie ter wederlegging van Vrolicqs pretensie. De „Krt. v. Keulen” is bekend, de „MS. krt. atlas van Keulen” is echter een zeer groote geteekende kaart van Spitsbergens noordwesthoek in het bezit van den heer Frederik Muller te Amsterdam. Met de „krt. Blaeu” duid ik een carton aan, dat zich op een zeer oude op een vel perkament in plano gedrukte kaart van Europa door W. Jsz. Blaeu in het bezit van denzelfden heer, bevindt. De werken van Berghaus, Martens, Wassenaer, Van der Brugge en Aitzema zijn in den tekst meermalen vermeld en behoeven dus geene nadere aanduiding.