Geschiedenis der Noordsche Compagnie
Part 48
[1345] Uit een pamphlet, getiteld: Drie Voyagien Gedaen na Groenlandt. (Amsterdam, G. J. Saeghman.) p. 11-15.--Hoewel dit werkje waarschijnlijk eerst veel later verschenen is (cf. Tiele, Mémoire. p. 280), dagteekent het boven afgedrukte gedeelte blijkens den inhoud uit den tijd der Noordsche Compagnie. Er wordt toch daarin gesproken van walvischvaarders, die niet op Spitsbergen aan land mogen gaan om traan te koken; en van den anderen kant wordt de zeevisscherij als van zeer veel belang voorgesteld. De dagteekening valt dus tusschen 1638 en 1642. Daar het de eenige mij bekende gelijktijdige beschrijving der Nederlandsche kustvisscherij is, oordeelde ik het belangrijk, dit nog vrij wel onopgemerkte gedeelte uit het zeldzame boekje over te drukken.
BIJLAGE XIV. (p. 167-188.)
EXTRACTEN uit de Resolutiën der Staten-Generaal betreffende reizen naar het noorden, gedurende het bestaan der Noordsche Compagnie ondernomen.
R. S.-G. 16 Januari 1615. Is gelesen de Requeste van Mr. Jooris Carolus Stierman, laest vuytgevaeren nae Spitsbergen, metten Commissaris Monier[1346], totten Vanck vande Walvisschen, Ende hebbende geadvanceert syne reyse naerde Noortpool om te ondersoecken, ofter eenige passagie te vinden souden syn totte Tartarische See nae China ende Japan, volgende de Caerte daervan by hem gemaeckt, die hy haere Ho: Mo: is presenterende, Versoeckende dat deselue synen arbeyt in dancke willen nemen, met presentatie van synen dienst, Omme met yuer t’ allen tyden opt commandement van haere Ho: Mo: noch voorder ondersoeck te doen, Ende nae deliberatie js den Suppliant ten regarde van synen goeden wil, ende yeuer ten dienste vanden Lande, ende desselffs voorgaende gedaen diensten, tot eene vereeringe geaccordeert de somme van t’weentzeventich Guldens eens, maer den seluen verclaert, dat haere Ho: Mogende voorder egeen costen meer en begeren te doen tot last van het Landt, om de voorschreven passagie te doen ondersoecken, toelatende sulcx te doen die Coopluyden ende andere die den Prys op het vinden vande voorschreven passagie gestelt[1347], sullen begeerte hebben te winnen.
[1346] Vgl. hiervóor p. 111.
[1347] Vgl. hiervóor p. 42.
2 April 1615. Opte Requeste vande Bewinthebberen vande geoctroyeerde Compaignie van het Noordersche quartier, Versoeckende (alsoo sy geresolueert syn eenige Schepen wederom te senden, om te ondersoecken de passagien by Noorden naer China ende Cathay (welcke Schepen na Ierstdaechs sullen gereet syn, om in See te loopen) Ende dat het onseecker is offschoon deselue passagie werdt ontdeckt, dat het doenelyck soude syn mette voorschreuen Schepen den seluen wech wederom te keeren, maer dat sy genootsaeckt souden syn te passeren de Cabo de bonne esperance, off de Engte van Magalanes, ende ouersulcx gedwongen tsy om ververschinge van Water, victuaille, off anderssints aen te doen eenige Landen In Oost Indien, twelck hun byde Schepen vande Oost Indische Compaignie aldaer wesende soude moegen werden beleth) Dat haere Ho: Mo: gelieve hun te verleenen Acte, van dat de voorgenoemde Schepen onverhindert de voorschreuen passagie sullen moegen doen, ende de voorszeide Landen frequenteren, Op dat sulcken goet aengevangen werck In egeender manieren en wert verachtert, Nae deliberatie hebben haere Ho: Mo: de Supplianten dese versochte Acte geaccordeert, Ordonnerende den Gouverneur Generael, ende alle andere Officieren Capiteynen ende Soldaten In Oost Indien t’ selue alsoo toe te staen, ende In sulcken geualle de voorschreuen Schepen te doen alle assistentie tot bevoorderinge van haere reyse.
11 Mei 1615. Opte Requeste vande Bewinthebberen vande Geoctroyeerde Compaignie opte Noortsche Quartieren, Versoeckende geassisteert te worden by leeninge met een Jachte vanden Lande leggende binnen Amstelredam, voor vier ofte vyff maenden, omme daermede te soecken, ende ontdecken seeckere nyeuwe Landen liggende int Noortwesten, Is geordonneert deselue Requeste te senden aen het Collegie ter Admiraliteyt binnen Amstelredam, ende deselue aen te schryuen, Alsoo de saecke haeste vereyscht, ende faveur meriteert, Dat haere Ho: Mo: hem authoriseren, Omme metten Supplianten op haer versoeck te handelen tot haerluyder accommodement, gelyck deselue voorden meesten dienst ende proffyt (doch sonder last van t’ landt) sullen bevinden te behooren.
26 November 1615. Opte Requeste vande Bewinthebbers vande Geoctroyeerde Compaignie handelende opde Noortcuste van Noua Sembla tot Fretum Davidts toe, te kennen geuende dat haer Jacht die zy gesonden hadden om te soecken die doorganck by Noorden naer China, gecommen zynde opte hoochte van tachtentich graden ende aldaer de geheele See vindende vol ys, int wederkeeren gecommen is aen zeecker Landt liggende omtrent opte hoochte van zevenenvyftich tot drye, viere ende vyvenvyftich graden ombegrepen, als te sien is byde getoonde caerte, twelck die supplianten beramen te weesen ten zuyelycxsten van Fretum Davidts, sonder nochtans daervan zeeckere kennisse te hebben, gemerckt tselue Landt noyt voor desen en is bekent geweest, Versoeckende diewyle zy tvoorszeide Landt nyet alleene ontdeckt ende gevonden hebben, maer daerenbouen t’ selue betreden ende daervan possessie genomen, met het planten vande Wapenen van haere Ho: Mo: dat haer Ho: Mo: gelieue volgens het Generael Octroy hun verleent den XXVII^{en} Meerte 1614 de Supplianten vande vindinge, ondersoeck ende possessie van tselue Landt te verleenen Acte van diligentie, hiernae is de voorszeide gethoonde Caerte gesien, ende geexamineert, ende die voorszeide supplianten geaccordeert d’ Acte van diligentie by haer versocht.
23 November 1616. Is gelesen de Requeste vande Bewinthebbers vande Geoctroyeerde Compaignie van Noua Sembla etc. Versouckende Acte van diligentie nopende de vindinge ende ontdeckinge inden voorleden somer met haer Schip genoempt den Orangenboom int Noorden opte hoochte van tsestich ende sessentsestich graden van seecker Nyeulandt by nyemanden vuyte Vereenichde Nederlanden oyt te vooren ontdeckt, noch bevaren twelck die Schippers ende Commisen genaempt hebben het Staten Landt, Opde Westsyde van het welcke syluyden de wapenen van haere Ho: Mo: hebben geplant, ende metten Inwoonderen van dien gesproocken, ende eenige gereetschappen ende Instrumenten totte visserie dienende becommen hebben, Is nae Deliberatie geaccordeert opte voorszeide Requeste te appostilleren dat die Supplianten op heden dese Requeste mette gevoegde Pascaerte vanden Wegh bij het Jacht den Orangenboom[1348] a^{o}. 1616 geseylt van Jan Mayeneylandt benoorden Islant omme tot aen het westlandt in Fretum Davidts, ter Vergaderinge van haere Ho: Mo: hebben ouergeleuert, ontdeckt ende gevonden hebbende tvoorszeide Nyeulandt daerinne gemencionneert genaemt Staten Landt ende voorts gedaen Rapport van dese reyse daerouer haere Ho: Mo: die Supplianten geaccordeert hebben haere versochte Acte van diligentie die hun voorts sullen reguleren volgende het Placcaet van haere Ho: Mo:
[1348] De kapitein van dit jacht was niemand anders, dan de in de geschiedenis der noordsche reizen zoo bekende Wybe Jansz. (Vgl. p. 374 Noot 1{[1340]}.) Het verdient opmerking, dat men ook op Spitsbergen, grenzende aan „Wybe Jansz’.-water” een „Staten-land” (Staads-foreland) vindt. De vergelijking met deze plaats leidt tot het vermoeden, dat Wybe Jansz. op een schip der N. C. omstreeks dezen tijd dit eiland ontdekt heeft, dat trouwens den Engelschen sinds 1616 bekend was onder den naam van Edge-island.
28 October 1617. Die Gedeputeerde vande drye Camers vande Noortsche Compaignie als van Delft, Hoorn ende Enchuysen hebben door Mr. Joris Carels Stuyrman van Enchuysen gedaen Rapport vant ontdecken, ende vinden van seecker Landt t’welcke genaempt is nyeu Hollandt leggende opte Hoochte van 60, 61, 62 ende 63 graden, ende meer, Item vant ontdecken van seecker Eylandt genoempt Opdams Eylandt, leggende ontrent XX mylen by Oosten Islandt, opte Hoochte van 66 graden, volgende het naerder Rapport byde Comparanten In geschrifte ouergegeuen mette Caerte daervan gemaect, Versouckende dat hyervan notatie soude werden gehouden, ende dat hun soude werden geaccordeert te mogen genyeten het benefitie van het placcaet Is nae deliberatie t’ voorszeide Rapport aengenomen, ende syn de Comparanten met derseluer drye Camers gehouden voor diligent.
24 Augustus 1618. Is gelesen de Requeste gepresenteert van wegen Jan Jansz. Molenwerff ende Otto Reynersz. Coopluyden woonende binnen der Stede van Hoorn, Daerby sy te kennen geven, dat sy Supplianten inden Jaere 1618 hebben geequippeert ende vuytgerust seecker Schip genaempt de vier Heemskinderen, ende daerop gestelt tot Schipper Pieter Jansz. ende tot Stierman Laurens Broers omme inde Noortcusten te ondersoecken vreemde Eylanden, Custen, Hauenen, ende passagen, ende te ondersoecken, oft opte zelue nyeuwe Eylanden die zij souden mogen vinden geene doode Walvisschen, ofte leuendigen souden te vinden syn, hebbende de voorszeide Schipper Inden voorszeiden Jaere ontdeckt zeecker Eylandt liggende opte hoochte van t’ seuentich graden een halff, omtrent XXVIII ofte XXX mylen West zuytwest van Jan Meyers Eylandt ofte nu genaempt het Eylandt in questien, ende inden voorleden Jaere 1617 naer t’ voorszeide Eylandt wederom geequippeert, omme als vooren geseyt is, aldaer te ondersoecken den Walvisvanck, ende neeringe vandien aldaer te planten, gelyck sy In t’ selve Jaer gedaen hebben ende voor dit jegenwoordige Jaer met twee Schepen meynende den vanck voorder te planten, ende Walvisschen te vangen, ende inne te brengen hun t’ selve beleth is geweest doorde meenichfuldicheyt van het ys, sulcx dat zy t’ voorszeide Eylandt nyet en hebben kunnen aendoen, Daerouer zy vruchteloos sonder eenigen vanck opten XII^{en} deses voorde voorszeide Stede Hoorn syn gekeert, blyckende byde attestatie daervan zynde, Versoeckende dat haere Ho: Mo: souden gelieven deselve attestatie te houden voor Rapport, ende de Supplianten voor diligent, ende hun in conformité van het Octroy te verleenen Acte dat sy tvoorszeide Eylandt alleene voor de vier eerste reysen sullen mogen bevaeren, als vinders, ende ontdeckers van t’ selve etc. Nae deliberatie Is verstaen, Alsoo de Supplianten geen perfect rapport en weeten te doen vande gelegentheyt van t’ voorzeide Eylandt by bewys van Caerte, Streecken, opdoeninge ende aencompste van tselve, om daermede te thoonen dat zy de Vinders daervan alleene zyn, Datmen opte voorszeide Requeste voor dese tyt alleenelyck zal stellen, Gepresenteert ende gelesen ter vergaederinge vande Hooge ende Mogende Heeren Staten Generael der Vereenichde Nederlanden Opten XXIIII^{en} Augusti 1618.
30 Augustus 1618. Gelesen de Requeste van Cornelis Jansz. Muis ende Adriaen Diercxz. Leuersteyn, daerby zy te kennen geven hoe dat zy van desen Jaere XVI^{c}XVIII hebben vuytgerust zeecker Schip genaempt den Hasenwint, omme te ondersoecken nyeuwe Landen, hauenen, ende passagien, Ende dat dien volgende den Schipper genoempt Aert Adriaensz. Havelaer ontdeckt, ende gevonden hadde seecker Eylant liggende opte hoochte van zeuenentsestich graden ende een halff, tusschen Groenlandt ende ijslandt, hebbende opt selve Eijlandt gevonden groote meenichte van Vogelen, Vossen, ende andere gedierten, ende geuangen groote meenichte van Cabeljauwen, Versoeckende mits dien alsoo tselve Eylandt noyt in eenige caerten is gevonden, dat haere Ho: Mo: souden gelieven t’ aenhooren het rapport van heuren Schipper, die opten XVII^{en} deses in dese Landen met t’ voorszeide Schip is gearriveert, Ende dien volgende hun Supplianten vuijt crachte van haere Ho: Mo: Placcaet ende generael Octroy in date den XXVII^{en} Marte XVI^{c} veerthien te verleenen Acte van verclaeringe ende Octroy dat zy t’ voorszeide Eylandt alleen sullen mogen bevaeren vier reijsen vry ende binnen wat tyt alles in conformite van t’ voorszeide generael Octroy, Desen volgende heeft den voorszeiden Schipper Aert Adriaensz. Havelaer gedaen Rapport vande ontdeckinge van t’ voorszeide Eylandt verthoonende haere Ho: Mo: de caerte by hem daervan geteeckent, Ende daerop gedelibereert synde, Is nae gedaen Omvrage verstaen ende geaccordeert datmen die Supplianten sal geven Acte van diligentie, gelyck aen anderen gegeven Is van dat sy binnen behoorlycken tijt het Rapport vande ontdeckinge van tvoorszeide Eylandt gedaen hebben.
8 Januari 1619. Gelesen de Requeste van Pieter Courten Coopman tot Middelburch In Zeelandt te kennen geuende hoe dat hy Suppliant door Logier Jaspersz. met syn schip geuonden heeft zeecker Landt liggende opte hoochte van LXXVI-1/2 graden tot LXXX graden sess minuten, om aldaer walvisschen, walruschen ende andere gedierten te vangen, welck Landt noyt voor desen is geuonden noch betreden, gelyck te sien byde gepresenteerde figuratiue caerte, welck landt byden schipper genoempt is nyeuw zeelandt, versoeckende mits dien te genieten het Octroy by haere Ho: Mo: doen publiceren opten XXVII^{en} Martii Int Jaer XVI^{c} ende veerthien, ende daernae gehoort het rapport vande voorszeide Schipper Logier Jaspersz. van syn gedaen reijse, ende vindinge vant voorszeide eijlandt, Is geaccordeert datmen den Suppliant sall geuen acte van diligentie by tvoorszeide gedaen rapport, ende exhibitie vande voorszeide figuratiue caerte vande gelegentheijt van t’ voorszeide eylandt, ende sall hiernae op syn voorszeide versoeck gedisponeert worden nae behooren.
13 April 1619. Opte Requeste van Bruin Wilhemsz. Dedel ende Bruyn Dircksz. vander Dussen met hun Compaignie Coopluyden binnen Delft, hebbende te Delffshauen liggende een groot Schip genaempt den Waterhont groot hondert tachtentich lasten by hen gecocht vande Groenlantsche Compaignie, welck Schip gedestineert is prima May naestcommende wederom Groenlandt te beseylen wesende byde vercoopers geheelyck van zijn geschut ontbloot sonder dat zij Supplianten tegenwoordich weeten geschut te coopen te crygen, versoeckende mits dien datmen haer voor viere ofte vijf maenden soude leenen vuyt het magasijn tot Delff veerthien ysere stucken geschuts van omtrent twintich ofte dryeentwintich hondert ponden, mette cogels daertoe noodich, Is nae deliberatie int voorszeide versouck vande Supplianten geaccordeert, mits byde selue Stellende soluente cautie ten contentemente vanden Raedt van State, dat de voorszeide Reijse gedaen zijnde, zij de voorszeide veerthien ysere Stucken geschuts geheel ende ongeschent costeloos ende schadeloos wederom int voorszeide Magasijn binnen Delff sullen leeueren, mette voorszeide Cogels ofte de weerde vande selue, mitsgaders van tvoorszeide geschut, tot welcken eynde alles behoorlyck sall worden gewoogen ende gepriseert, ende werden d’ heeren vanden Raedt van State versocht, ende geauthorizeert dese resolutie te doen effectueren vuijt het Magasijn vande Generaliteyt binnen Delff, bij sooverre als aldaer daertoe commoditeyt is.
11 November 1621. Is gelesen de requeste van Adryaen Dircxz. Leversteyn Coopman op Delffshaven, versouckende octroij voor den tyt van 20 Jaren, om alleen te mogen bevaeren de Landen bij hem ontdeckt vande oostcaep van Fretum Davis noortwaerts aen tot aan seecker Landt ende riviere by hem gevonden, liggende vande voorszeide Oostcaep vyff graden mitsgaders van alle voordere Landen by hem noch t’ondersoucken in Freto Davis, noortwaerts aen tot op 84 graden.
Noch gelesen de requeste van Engelbrecht Pietersz. vander Zee Coopman woonende jnden Bryel versouckende om redenen daerjnne verhaelt Octroy om voor den tijt van 12 Jaeren alleen te mogen equipperen op Fretum Davis presenterende aen te wysen de sub et obreptie vant versouck des voorszeiden Leversteins.
Insgelycx gelesen een requeste van wegens de Bewinthebberen vande Geoctroyeerde Noortsche Compagnie versouckende communicatie vande voorszeide Requeste van Leverstein, aleer hem t’ versochte Octroij werde geaccordeert, Ende naer deliberatie Is verstaen dat de voorszeide Supplianten bij monde naerder sullen werden gehoort Daertoe gecommitteert zijn de heeren Essen, Duijck ende Joachimi.
21 November 1624. Opt versouck van Engelbert Pieters om te hebben expeditie op zyn versochte octroy tott het bevaeren vant Fretum Davis Is goetgevonden dat partien toecommende maendach sullen compareren volgens voorgaende resolutie vanden XI^{en} deses, voor Commissarissen.
27 Februari 1625. Opt versouck vande Bewinthebberen van de Noortsche Compagnie goetgevonden t’ ordonneren Adriaen Dirxen Leverstein ende Engelbrecht Pieterssen, dat sij rechte openinge doen van de landen bij hun gevonden, ende op wat hoochte deselve syn gelegen, om recht te connen weten off deselve landen syn gehoorende onder hun octroy, ende by hun voor desen ontdeckt ende bevaeren sijn, offte niet.
25 Maart 1625. Is gelesen de requeste van de Bewinthebberen van de Geoctroyeerde Noortsche Compagnie over de Camer tot Amsterdam, daerby deselve te kennen geven dat sy tegenwoordich laten toerusten een schip omme daermede te seylen door Nova Zembla naer de riviere Oby ende Cathey, ende so voorts te laten ondersoucken de deurvaert omme by Noorden te comen in China, Japan ende andere omliggende plaetsen, versouckende opene patente daerby alle uytheemsche Coningen ende Potentaten, mitsgaders alle gouverneurs ende bevelhebberen van wat conditie oft qualiteit die souden mogen syn, versocht ende respective bevolen werden, tvoorseide schip met den aencleven van dien te laten passeren ende repasseren, sonder deselve eenige beletselen oft empeschementen aen te doen, maer ter contrarie in alles te helpen bevorderen ende assisteren, ende daerenboven aen de supplianten mede te verleenen extract van de resolutie voor desen den 13^{n} Aprilis 1595 genomen[1349], by dewelcke een premium van 25 oft 30 M guldens gestelt is, voor dengeenen die deselve deurvaert souden comen te passeren ende ontdecken.
[1349] Vgl. hiervóor p. 42.--De resolutie is van 13 April 1596.
Ende naer deliberatie is int versouck van de supplianten, raeckende soo wel t’ eene als ’t ander point geaccordeert.
10 October 1625. Is gelesen de remonstrantie van Jan Jansz. Molenwerff Coopman tot Hoorn ende Adriaen Dircxen Leversteyn tot Delffshaven, daerby deselue te kennen geven dat sy met veele moeiten ende costen ontdeckt hebben in Freto Davis, seecker landt bewoont met menschen, noyt voor date van dien by eenige Ingesetenen der Vereenichde Nederlanden bevaren, versoeckende dat in conformiteyt vant Generael Octroy den 27 Martii 1614 geemaneert hun vergunt mach werden het voorszeide landt alleenlyck vier reysen te mogen bevaeren off doen bevaren met exclusie van allen anderen, Hierop gedelibereert synde, Is goet gevonden te committeren de Heeren Essen ende Duyck om die vande Noortsche Compaignie daerop te hooren ende soo doenlyck parthien taccorderen.
16 December 1625. Is gelesen de requeste vande Bewinthebberen vande Noortsche Compaignie over de Camer van Amsterdam, houdende dat sy in het tegenwoordige Jaer gesonden hebben een Jacht naer Fretum Davis, twelck daerjn geseylt is van 60 tot 68-1/2 graden, hebbende ontdeckt verscheyden Bayen, Rivieren, Eylanden ende volckeren, versoeckende vande selve ontdeckinge acte van diligentie volgens haer Ho: Mo: generael Placcaet jnt Jaer 1614 geemaneert, om in gevolge vandien t’ effect vande selve ontdeckinge te mogen genieten, Waerop gedelibereert synde, js goet gevonden deselve requeste te stellen in handen vande heeren haer Ho: Mo: Gecommitteerden tot examinatie van gelycke requeste by N. Leverstein gepresenteert om parthien metten anderen daer over t’ accorderen.
24 December 1626. Opt versoeck van Joost Adriaenssen van Colster ende Mr. Cornelis Musch Secretaris tot Rotterdam, Is geaccordeert voorschryven aen t’ hoff van Edenborch in Schotlant, ende gelycke brieven aen den Gouverneur te Lieth ten eynde der Supplianten Schip by een Schotsche Pirate te Liet jngebracbt, mach werden cost ende schadeloos gerestitueert ende het volck uyt den arreste ontslagen[1350].
[1350] Vgl. de hierna volgende resolutie van 24 Februari 1627.
15 Februari 1627. Is gelesen de requeste van Engelbrecht Pieterssen vander Zee coopman woonende inden Briel daerbij versocht wert Octroij om voor ses reijsen, alleen ende met exclusie van anderen te mogen bevaeren Fretum Davis als hebbende jnt jaer van 1624 daerinne ontdeckt een nieuw Eilant, ende aldaer oock opgedaen seeckere siluere ende gout mijnen voor desen noijt bekent Waerop gedelibereert sijnde, ende geconsidereert dat jnt jaer 1624 tusschen den Suppliant ende Adriaen Dircxen Leversteijn Mitsgaders die vande Noortsche Compaignie ter Camere tot Amsterdam ouer dese saecke questie js gevallen, sijn gecommitteert de heeren Lochteren van Noortwijck ende Liclama om den Suppliant ende d’ andere geinteresseerden te hooren ende t’ accorderen soo doenlyck.
24 Februari 1627. Ontfangen een missiue vanden Raedt van Schotlandt geschreven tot Edinbourgh den 16^{en} Januarij lestleden tot antwoort op haer Ho: Mo: voorgaende vanden 24 der voorleden Maent decembris, jnt faveur vant gearresteerde schip van N. Colster ende Consorten, commende uyt Freto Davids, geschreuen, houdende dat zij last hadden vande Coninck t’selve schip favorabelyck te tracteren, Ende ouer sulcx los gelaten hebben, dewijl oock den aenclager geen voorder vervolgh en dede, Waerop geen resolutie js gevallen.
6 Maart 1627. Gerapporteert sijnde dat opt versoeck van Engelbrecht Pieterssen vander Zee, om met exclusie van andere naer Fretum Davis te mogen gaen die vande Noortsche Compaignie versoucken datte saecke voor 4 off 6 weecken mach werden uijtgestelt ten eynde alvoorens de preuve mach werden gedaen vande aerde, die van daer js gebracht, js de saecke jn bedencken gehouden[1351].
[1351] Naar het afschrift der R. S.-G. op het archief der provincie Utrecht. De gelegenheid ontbrak mij, om deze extracten te vergelijken met het origineele exemplaar der R. S.-G. op het Rijks-archief, waaraan de citaten in den tekst van dit werk ontleend zijn. Bij eventueel verschil van lezing verdienen dus de citaten in den tekst de voorkeur.
BIJLAGE XV. (p. 196-217.)
THOMAS EDGE, Dutch, Spanish, Danish disturbance, also by Hull men, and by a new Patent, with the succeeding Successe and further Discoueries till this present[1352].
[1352] Dat dit stuk van Thomas Edge zelven is, blijkt uit: Purchas, Pilgrimes. III p. 734.
In the yeere 1612 the Companie set forth two Ships, viz. The Whale, burthen one hundred and sixtie Tunnes, and the Sea-horse, burthen one hundred and eightie tunnes, vnder the Command of John Russell, and Thomas Edge, for discouering and killing of the Whale. They discouered that yeere nothing worth writing of, by reason of some falling out betwixt Russell and Edge; yet they killed that yeere seuenteene Whales, and some Sea-horses, of which they made one hundred and eightie Tunnes of Oyle with much difficultie, as not being experimented in the businesse. This yeere the Hollanders (to keepe their wont in following of the English steps) came to Greenland with one Ship, being brought thither by an English man, and not out of any knowledge of their owne Discoueries, but by the direction of one Allen Sallowes, a man imployed by the Muscouia Companie in the Northerne Seas for the space of twentie yeeres before; who leauing his Countrey for Debt, was entertayned by the Hollanders, and imployed by them to bring them to Greenland for their Pylot. At which time being met with all by the Companies Ships, they were commanded to depart, and forbidden to haunt or frequent those parts any more by mee Thomas Edge. There was also a Spanish Ship brought thither, by one Nicholas Woodcocke this yeere, a man formerly imployed by the sayd Companie; which Spanish Ship made a full Voyage in Green-harbour. But Woodcocke at his returne into England, being complained of by the Companie, was Imprisoned in the Gatehouse and Tower, sixteene Moneths, for carrying the Spanish Ship thither.