Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Part 46

Chapter 463,525 wordsPublic domain

Ceste Baye[1326], en la quelle nous estions, entroit bien avent auecq une ance en dedans, au costé du Su y avoit une pointe basse, arriere laquelle on peut naviger, entrant pres le coste du Nort, & y poser arriere la pointe, ayans abry de touts vents. Nous gens y trouvoyent des dents de Morses on vaches de Mer, parquoy la ditte Baye fut appellée Baye des dents. Nous y trouvions aussi beaucoup de fumé des Cherfs, & aucune laine comme du Brebis. Iustement au Su de la pointe y avoit une petite ance, comme un port.

[1326] Cross-bay.

Le 26. Nous vient le vent Nort, faisions voile, & navigames S: quart de Siroest 10. lieües. Au midy arrivames entre la pointe montueuse & la terre ferme[1327], pensent que le bout montueux fust une Isle, Navigeans en dedans, Su quart de Siroest & Su: & estant quelque espace au dedans du bout, trouvions profondeur de 12. & 10. brasses, bon fond de sablon, & estant entré deux lieues, Il y avoit profondeur de 50. brasses, le fond pierreux, & la terre estoit toute couverte de neige, entrions environ 5. lieues, entre le bout, & coste de la terre firme, & trouvions alors que le bout, lequel nous pensames estre un Isle, estoit attachée avec un banq de sable a la terre, car nous trouvions profondeur de 5. brasses, Il y avoit de la glace sur la bassé, de sorte qu’il nous falloit retourner en arriere.

[1327] Sir Thomas Smith’s-bay.

Ce bout, lequel pensions estre une Isle, gist au 79. degré 5. min. latitude, nous l’appellions la pointe des Oiseaux, pource qu’il y avoit tant d’Oiseaux dessus & a l’environ.

Le 27. Faysoit il calme, de sorte que nous demeurions flottans sans pouvoir avancer entre la pointe des Oisseaux & la terre.

Le 28. passames au tour d’icelle, Navigeants alors Su Siroest 6. lieues, le tout au long de la terre, laquelle estoit fort montueuse & agu, avecq un beau rivage. Navigans tout Sud & S. quart de Siroest 6. lieües, & apres S: quart de Sudest 3. lieües.

Trouvions au midy la hauteur de 78-1/2. degres: & estions alors pres de la glace, Navigeans un peu vers la Mer, pour venir hors la glace, & passames ainsi au long de la glace, & pres de la terre Sudest quart du Sud, 7. lieües.

Et nous estions alors joinct a une grande Baye[1328], laquelle s’estendoit au dedans vers l’Est Nordest, & estoit a deux costes terre haute & montueuse.

[1328] Ice-sound.

Navigeames avecq vent prope du Nord Nordest, jusques au soir tout au long de la terre Su Sudest, & Su quart d’Est, 5. lieües.

Alors y avoit encore une grande Baye[1329], en la quelle y avoit beaucoup de glace pres de la terre, nous prenions nostre route un peu Oest Siroest, pour estre hors de la glace, & cheminames en avant Sud quart de Sudest, 4. lieües.

[1329] Bell sound.

Vinsmes en la glace, parquoy allames Siroest, 3. lieues.

Le 29. Poursuivismes d’un vent Nord: Le cours Sudest, quart du Sud & Su Sudest, 5. lieues.

Le tout au long de la terre jusques au midy Sud, 4. lieues.

Et trouvames au midy la hauteur de 76. degres: 50. min.

Navigeans en avant S: & S. Sud est sans trouver terre, jusques a ce que vismes l’Isle des Ours, le premier de Iuillet[1330].

[1330] Het extract is ontleend aan het in 1614 verschenene pamphletje Histoire du pays nomme Spitsberghe. p. 4-9.--De uitgever, de bekende Hessel Gerritsz., die het journaal zeker van Plancius, met wien hij goed bekend was, ten gebruike ontving, leidt het door hem in het Fransch medegedeelde uittreksel in met de volgende woorden: „Pour sçavoir deuvement ce qu’ils (namel. de reizigers van 1596/97) ont trouvé en ceste descouvrance, i’ay trouvé bon de mettre icy un petit extraict du Iournal, ~escrit de la main propre de Guillaume Bernard~.”--Zie over de beweerde onechtheid van het fragment: hiervóor p. 43 Noot 3{[76]}.

BIJLAGE VIII. (p. 63.)

EXTRACTEN uit de Resolutiën der Amsterdamsche Admiraliteit over eene reis naar Hudsons-straat en Nieuw-Nederland in 1613, 14.

Woensdach den 27^{n} Maert 1613. Voormiddach.

Syn int collegie verschenen Jonas Witsz. Raedt ende ouwdt scheepen deeser steede ende Symon Willemsz. Nooms, verclarende dat zyluyden met hunne compaignie geresolveert zyn een scheepgen te equiperen om bij noorden te zoecken den doorganck naer China, versoeckende dat hen tot dien eijnde mochte geleendt werden het scheepgen ofte jacht de Vos, met presentatie dat den Raedt van weegen ’t landt daerinne meede zouwde mogen herideren zooveele alst dezelve mochte gelieven, omme naer advenant van tselve inleg, vant premium by de Hoge Mogende Heeren Staten Generael deeser Vereenichde Nederlanden opt vinden van dezelve pas gestelt[1331], ofte andere profyten die men zouwde komen te doen neffens henluyden te profiteren.

[1331] De premie van ƒ 25,000, door de Stn.-Gen. bij resolutie van 13 April 1596 op het vinden van den noordelijken doortocht gesteld.

Welck hun versoeck in deliberatie geleijt zijnde, is hen naer voorgaende resolutie ten antwoorde gegeeven, dat men wel genegen is hen tvoorseide scheepgen ten fine alsvooren bij te stellen, mits conditie dat ment selve sal doen tauxeren, ende met zooveele alst zal mogen bevonden werden waerdich te zijn neffens hunlieder kosten profiteren in de premie ende andere profijten, die zouwden mogen werden gedaen.

Welcke presentatie zyluyden danckeleck neemende, daerop met hunne compaignie zullen delibereren, resolveren ende hunne resolutie dienaengaende den Raedt aendienen.

Donderdach den 28^{n} Marty 1613. Voormiddach.

Jonas Witsz. ende Symon Willem Nooms binnen staende aenneemende de conditie op dewelcke henluijden op gisteren bij den Raedt geconsenteert is tgebruyck vant scheepgen ofte jachte de Vos tot het soecken van China bij noorden omme, mits dat tselve scheepgen in billicheyt getaxeert wert, syn de heeren Gillis Jansz. Valckenier ende Jehan Adriaensz Zoggaert gecommitteert ende geauthorizeert met henlieden de voorseide taxatie te doen.

Vrijdach den 29^{n} Marty 1613. Voormiddach.

De heeren Gillis Jansz. Valckenier ende Jehan Adriaensz. Zoggaert hebben gerapporteert dat Hunne E: op gisteren gehandelt hebben met Jonas Witss. ende Symon Willemsz. Nooms op de prisatie vant schip de Vos etc. Ende dat zyluyden met hen overkomen zyn dat het landt tot de voorgenomen voyage int soecken van de pas bij noorden naer China, het voorseide scheepgen zoot lest uytter zee is gekomen, met 6 gotelingen (behalven het buspoeder) sal desisteren ende inleggen voor drie duysent guldens, ende daermede pro rato van de voordere costen van de voorseide voyage, als maentgelden, victuaille enz. herideren in de profijten, zoo aent premium als coopmanschappen die gedaen zullen mogen werden, sonder enige andere onkosten meer te dragen, indien op de voorseide voyage egeen profyt en viele, mits dat den Raedt tvoorseide scheepgen alsnu sal doen overhaelen ende onder water versien.

Donderdag den 24^{n} July 1614. Voormiddach.

Alsoo men verstaet dat schipper Henric Christiaensz. onlangs alhier aengekomen uyt de noorderste deelen van America zouwde inhebben enige bevervellen bij hem Tys Volckaertsz. Mossel, een Horens man genaemt Pieter[1332] ende Jan de Wit, schipper vant schip ’t Vosken by desen collegie den uytreeders vandien op winninge van de voyage geleent in compaignie gehandelt, is den voornoemden Henric Christiaensz. int collegie ontbooden ende aengeseyt dat den Raedt verstaet dat hy tvoorseide velwerck niet en zal lossen ende opslaen dan met weeten vande voorseide uytreeders vant schip ’t Vosken, dat hy aengenomen heeft zyn reeders aen te dienen.

[1332] De naam Pieter is verkeerd: de bedoelde persoon was de bekende Cornelis Jacobsz. May.

Woensdach den 13^{n} Augusti 1614. Voormiddach.

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . binnen . . . . . . Raedt aendienende dat . . . . . . der gekeert . . . . . . scheepgen by henluyden . . . . . den jaer uytgesonden om te vaeren benoorden op de reviere Hudson ende aldaer te handelen, daertoe het niet heeft konnen komen, vermits de verhinderinge hen by eenige quaetwillige inwoonders des landts is gedaen ende daeromme genootsaeckt is geweest meest alle zyn ladinge weeder terugge te brengen, versoeckende alsoo trecht van uytgaen daervan eenmael is betaelt, den vryen opslach ende weedervuytvoeringe van dien op gelycke plaetse.

Is naer voorgaende resolutie aengeseyt, dat men omme zooveele doenlyck de navigatie ende bevaringe van vreemde landen te beneficeren, consenteert in den vryen innekomen, ende dat men zoo wanneer zyluyden de voorseide goederen weeder zullen begeeren uyt te zeynden, sal disponeren opt tweede lidt van hun versoeck, ende middelertyt dit consent stellen op een requeste by henluyden tot dien eynde over te geeven.

Donderdach den 14^{n} Augusti 1614. Voormiddach.

Op de requeste luijdende: Vertonen dienstelyck Jonas Witsz. ende Symon Nooms cum socijs, hoe zy over zeeckere maenden alhier toegerust hebben tschip de Vos, daer schipper op was Pieter Fransz. om te vaeren benoorden op de riviere Hudson, gelaeden met verscheijden waeren ende coopmanschappen omme aldaer te verhandelen, maer alsoo zulcx niet gevoechlyck ditmael heeft konnen geschieden, vermits de verhinderinge van eenige quaetwillige inwoonders, omme welcke den voornoemden schipper met noch twee vant schipsvolck zyn omgebrocht werden, soo heeft men de voorseide goederen weeder te rugge moeten brengen, zynde degeene hieronder gespecificeert, die alle ten uytgaene alhier ten comptoire aengegeven ende verconvoyt zyn geweest, versoeckt derhalven dat Uwe E: believe te consenteren in de vrije lossinge ende opslach van dien, mitsgaders in de weederuytzendinge ter gelegener tyt op gelycke plaets, ten eynde de supplianten de vrucht ende effect van hunne vorige pasport mogen genieten, vijf kassen met glaese vlesschen, zeeven kleijne kasgens met Norenbergerije, vijf. . . . . . . . . . ketelen, twee kisgen. . . . . . . . . . ende houw. . . . . . . . . . een kasgen met ge. . . . . . . . . . pack met viert. . . . wollen laeckenen vier loot, een pack met vijf Engelsche laeckenen hier bereyt, een kasgen met glaesen, twee olyphants tanden.

Is geappostilleert: De Gecommitteerde Raden ter Admiraliteyt residerende tot Amstelredam consenteeren in de vrye lossinge ende opslach van de goederen in deesen vermelt, mits dat dezelve geschiede ten overstaen van den Generael Iongstal, ordonnerende dien van den comptoire der generale middelen op d’innekomende ende uytgaende goederen in dezelve steede hun daernaer te reguleeren.[1333]

[1333] Uit het: Register van de Resolutiën der Amsterdamsche Admiraliteit. R.-A.--De registers dezer resolutiën hebben veel geleden bij den brand van het Ministerie van Marine in 1844; van daar de lacunes in den tekst.--Vgl. met deze berichten over de reis het medegedeelde op p. 65 Noot 1{[132]}, en bij: O’Callaghan, Hist. of New-Netherland. I. p. 74.--Zie ook: hiervóor p. 65 Noot 2{[133]}.

BIJLAGE IX. (p. 72-74.)

EXTRACT uit de ~Histoire du pays nomme Spitsberghe~ over de beide eerste reizen der Nederlanders ter walvischvangst.

La coste d’Oest de Spitsbergen, estant decouverte per Iehan Corneliss. Rijp, & Guilliaume Barentss. at este derechef navige l’An 1608. per Hendry Hudson, pour la Comp^{e}. Angloyse. Iceluy Hudson (selon ledire de Iudocus Hondius, en sa carte _Planispherisque_), at trouvé au noroest de ceste terre, sur la hauteur de 81, & 82. degrez une ferme coste de glace. Depuis ce temps la, ont envoye tous les Estés pour trouver des Bardes de Balaines (ainsi qu’on les nomme de coustume) & a bruler de la graysse. Laquelle pescherie la Compaignie Marchande sur Russe, a Londres at tenu & entretenu par eux seuls, iusques a ce que l’An dernier 1612. que Guilliaume de Muyen at este envoye d’Amsterdam, avecques une Navire: & un autre de Serdam, lesquels n’alloyent seulement jusques a l’Isle dict Bereneylant, ou Isle d’Ours, pour tirer ou prendre des Walrusses, exepté ceuz ont encores este l’An susdict (les Anglois non comprins) une Navire de Biscaye, lesques d’autant qu’euls sont plus habile a tirer ou prendre les balaines, qu’aucune autre Nation de la Chrestienité, sont retourné avecques raisonnable prouffit, mais les nostres n’ont gueres avance, qui est la cause que l’an present soubs la conduitte de Guillaume de Muyen susdict, ont este equippe deux Navires, & ont noz Marchans, pour icelles Navires, loué 12. basques de S. Iean de Lus, a scavoir 3. M^{r}. Harponiers. 3. Maistres de Chalupe, & les 6. autres pour servir a cuire les huilles, & couper les Baleines. Encore at esté envoyé une barcque d’Amsterdam, dont estoit M^{r}. Thomas Bonaert, estant la plus grand part de ses gens des Anglois & quelques Hollandois. Encores deux barques du bourg de Serdam, n’allant seulement que pour prendre des Walrusses. Oultre les susdites cincq Navires at este encores equipé une a Dunckerckes, auecques une petite barcque, une de Bordeaux, une de la Rochelle, & troix de S. Iean de Lus, & encores aucuns Espaignolz de S. Sebastian: La Compagnie de Russie a Londres entendant, que tant de Navires estoyent equipe, y ont aussi equipé 6 Navirez bien montéz, dont estoit Admiral ou Capitaine Benjamin Ioseph, sur la Navire le Tigre, armé avecques 21. grosses pieces de Canons, & ce pour empescher a tous autres la Navigation & pescherie, & les chasser des Costes. Encores que les nouvelles de ceste entreprise des Anglois, sont venus tant icy qu’en Biscaye, neantmoins tant bien les Biscayins (lesquels toutesfois ou cuidoit icy, qu’alloyent pour le Roy d’Espaigne vers les Indes Occidentales ou Vuestindes, pour amener gens vers Lima) que les François & les notres se sont neantemoins voyagé vers la terre appellé Spitsbergen, ou Grenlandt (ainsi que le nomment les Anglois) & ce pourveu de bien peu d’arteillerie & ammunition de Guerre, estant seulement equippé pour la pescherie, prennant leur chemin l’un ça l’autre la, en quelque Baye ou Hauvre.

La plus part doncques de Navires, s’estants sur leur pescherie avecq leurs gens, & estans a terre, les Angloys y sont venus & les ont chassé l’un devant l’autre apres[1334].

[1334] Hist. du pays nomme Spitsberghe. p. 10-12.--Het vervolg van dit verhaal is afgedrukt bij: Muller, Mare Clausum. p. 366-69, waar dit bij vergissing weggelaten werd.

BIJLAGE X. (p. 98-101.)

INSTRUCTIE voor Hillebrant Gerbrantsz. Quast als commandeur ende den raedt neffens hem gestelt over die schepen, zoe van oirloge, als anderen, gedestineert vuijte Vereenichde Nederlanden op te custen van Nyeulandt, Spytsbergen ende andere, aen ende omtrent die Noortpool gelegen, zoo tot visschen vangen, jaegen, schieten, ende vercrygen van walvisschen, walrussen, allerley seemonsters ende andere goederen te lande ende te water, aldaer te becomen, mitsgaders tot het ontdecken van vreemde ende onbekende landen ende passagien.

Alsoe die goede meeninge ende intentie van de heeren Staten Generael ende Syne Excellentie is, dat die voorseide schepen, haere neringe ende voornemen met goede ordre in Gods naeme ende met aenbiddinge van zyne Goddelycke hulpe ende assistentie sullen voorderen, sonder yemant van gelycken te doen, te beletten, directelick off indirectelyck, maer oock met goede ordre ende couragie aff te weeren alle beleth off verhinderinge, ’t welck andere souden willen poegen hem te doen; soo is Haere Hoog Mogende ende Excellentie wille ende verstant, dat alle de voorseide schepen, hen bij den anderen sullen vinden, onder Hitlant den XII^{n} Mey naestcoemende, ende sullen aldaer tot voorderinge van hare reyse ende voornemen verdeelt worden in dryen, als onder den voorseiden commandeur een derdendeel als admirael, onder Rem Evertsz. een derdendeel als vice admirael ende een derdendeel onder Pieter Corssen Hordt als vice admirael ofte schouth bij nacht.

Ende omme de voorszeide vlote ende schepen in goede ordre, tot vorderinge van de eere, reputatie, ende dienst van den lande te houden, mitsgaders die compagnie in goede verseeckertheyt, vrientschap, eenicheyt ende verstant, hare reyse ende voornemen te doen volbrengen, zullen als raden over de selve wesen, eerst den voorszeiden commandeur Quast, Anthoni Monier, commissaris generaal, Rem Evertsz., Pieter Corssen voornoemt, Willhem van Muyen, Mathys Iansz. ende Iacob Hessels, schippers van Amsterdam, Rotterdam ende Enchuysen, diewelcke terstont die nootelycke zeynen maecken, ende soo de voorszeide vloote in ’t zeylen bij den anderen te blyven ende kommen, ende alle ’t gene tot goede ordre ende defentie van dien, voor ’t eerste noodich wesen zal, ende op ’t onderhout van den artyckels brieff voor het volck van oirloge ende van den voorderen last, totte neeringe, lantgangen ende diergelijcke, voorsien zullen, ende voorts van tyt tot tyt op alle ’t gene tot verseeckeringe ende goede ordre noodich zal wesen, ende zal elcken schipper gegeven worden een billiet, onder wien deselve bescheyden is, omme bij alle gelegentheyt hem daerby te vinden.

Indien henlieden op te reyse ofte in ’t doen van haere neringe, andere natien, het zy Françoysen, Engelschen, Spaniarden, Deensche, Sweetsche[1335], Vlaemsche, off oock andere aenkommen, zullen deselve (blyvende in behoorlycke verseeckeringe) met alle vrientschap bejegenen, haeren last verclaren, seggende haere meeninge te wesen nyemant in haere neeringe te verhinderen, maer hare neringe doende, met een yegelyck in vrientschap te leven.

[1335] Dit is de eenige maal, dat ik de Zweden in betrekking tot de walvischvangst heb vermeld gevonden. Het bewijst echter natuurlijk volstrekt niet, dat zij werkelijk op Spitsbergen geweest zijn, te minder daar reeds in de hierna afgedrukte Instructie van Schrobop van 1616 hun naam door dien van de Schotten vervangen wordt.

Ende alsoo Anthoni Monier, contrerolleur van het geschut van Haere Hoog Mogende gestelt is, voor commissaris generael over de voorszeide vloote, soo veele die schepen van de compagnie ende het doen van haere neringe ende aencleven van dien aengaet, soo worden alle schippers, stierluyden, officieren ende bootsgesellen, expresselijck belast, hem daer vooren te erkennen, respecteren ende gehoorsaemen, tot vuytvoeringe ende volcominge van zijne instructie ende artyckel brieff van de administrateurs van de voorszeide compagnie, die hy als een commissaris generael ende getrouwe eerlijck patriot, gehouden wordt te achtervolgen.

Indyen yemant de voorszeide vloote in hare voorgenomen visscherye, neringe, lantgangen, ende ontdeckinge van nyeuwe landen ofte passagien souden willen verhinderen ofte beletten, ofte eenige vijantschap aen doen, soo worden de voorszeide commandeur, commissaris generael, capiteynen, schippers, officieren ende bootsgesellen belast alle haere macht ende vermogen te gebruycken tot affweringe van sulcke beleth ende vyantschap, soe wel by water als te lande.

Die commandeur off admirael ende capiteynen sullen ordre stellen, dat buyten noot, vuyt hare schepen niet en werde geschoten, omme de walvisschen, walrussen off seemonsters niet te verjagen, ende en zullen oock den commandeur ofte capiteynen, nochte haere onderhebbende officieren ende bootsgesellen nyet vermogen eenige walvisschen, walrussen ofte andere zeemonsters te visschen, vangen ofte schieten, directelyck ofte indirectelyck, maer soo yemant van henlieden, by den voirszeiden commissaris generael ofte van wegen de compagnie, tot extraordinaris dienst in de voirszeide neringe versocht zynde yet merckelijcx ende dienstelijcx doen, zal ’t zelve ter goeder discretie met gelt gerecompenseert worden, ter arbitrage van den commissaris generael ende raedt van de compagnie.

Den commissaris generael metten raedt van de compagnie, schippers ende stuerluyden, sullen goede sorge dragen in ’t doen van haere neringe, dat in ’t anckeren, verseylen, veranderinge van courssen, tot vorderinge van haere voirszeide neringe ende anderssints, den commandeur ofte admirael daervan tytlijck verwitticht werde omme alle goede ordre ende eenicheyt te beter te onderhouden.

Den voirszeiden commissaris generael, wordt oock expresselijck gelast, onder de schepen van de neringe ende het volck daerop dienende ende opte jachten, chaloupen, oock aen landt goede discipline ende ordre te doen onderhouden, in ’t visschen, vangen, schieten ende aen boort brengen van het gevangh, het gevangh aen landt te brengen, in ’t branden ende packen van den traen, deselve aen scheepsboort, off in de schepen te brengen ende anderssints in alles oock met den arponniers ende baskens te houden, ende doen houden goede vrientschap ende eenicheyt, alles conform de instructie ende artyckelbrieff van de administrateurs der voirszeide compagnie.

Ende zullen generalijck in alles den commandeur ofte admirael, den commissaris generael, capiteynen, schippers, stuerluyden, officieren, bootsgesellen ende anderen van dese vloote, hen dragen, eerlyck ende vromelijck, ten meesten dienste van de landen ende compagnie, gelyck eerlijcke luyden betrouwt, ende van hen verwacht wordt.

Aldus gedaen ende gearresteert ter vergaderinge van de Hoogh Mogende Heeren Staten Generael der Vereenichde Nederlanden in ’s Gravenhage op ten naestlesten Aprilis XVI^{c} ende veerthien[1336].

[1336] Uit het: Register der Instructiën van de Staten-Generaal. 1611-1623.

BIJLAGE XI. (p. 98-101.)

CONCEPT-INSTRUCTIE voor Jan Jacobsz. Schrobop als commandeur-generaal van het konvooi ter verdediging der walvischvaarders in 1616.

Art. 1 = art. 1 van de Instructie van Quast.

Art. 2 = art. 2 „ „ „ „ „

Art. 3 = art. 3 „ „ „ „ „

Art. 4. Sullen oock de Schepen van oorloghe blijven bijden anderen, goede achtinge nemen, waer de Engelsche, ende Deensche Schepen zijn, ende hen bij haer vougen, ende hunlijeden volghen daer zij souden mogen gaen, van d’ een baije ende plaetse in d’ ander, Jae, des noot zijnde, tot het questieus eijlandt Incluijs toe, behoudentlyck dat altijt tot preservatie vande vloote in Spitsberghen visschende, suffisante bewaeringe blijve.

Art. 5. Soo veele die Schepen vande voorszeide geoctroijeerde Compaignie aengaet, werdt den voorszeiden Commandeur van Hare Ho: Mog: mede gestelt, als Commissaris Generael over d’ selve, mitsgaders het doen van haere neeringhe, ende aencleven vandien, Worden daerom alle Schippers, Stijerluijden, Officieren, ende Bootsgesellen, expresselijck belast, den voorszeiden Commandeur, ofte den geenen, die hij, bij zijne absentie, In zijn plaetse, In elcke Baije stellen sall, Daer vooren te erkennen, respecteren ende gehoorsamen, tot vuijtvoeringe, ende volcomminge van zijne Instructie, ende Artijckel brijeff van de Administrateurs van de voorszeide Compaignie, die hij als een Commandeur Generael ende getrouwe eerlyck patriot, gehouden wordt te achtervolghen, ende de Schepen vande Geoctroijeerde Compaignie In goede ordre ende vrientschap te doen houden, ende visschen[1337].

[1337] Vgl. hiervóor p. 111.

Art. 6 = art. 5 van de Instructie van Quast.

Art. 7 = art. 6 „ „ „ „ „

Art. 8. Ende en zullen den Commandeur, ofte eenighe vande Schepen van Oorloghe vande custe nijet vermoghen te scheijden, ofte de Schepen vande Compaignie (tot bewaeringhe vande welcke zij gestelt zijn) te verlaeten, sonder kennisse ende consent vande Schippers der voorszeide Steden.

Art. 9 = art. 7 van de Instructie van Quast.

Art. 10 = art. 8 „ „ „ „ „

Art. 11 = art. 9 „ „ „ „ „