Part 32
[15] Er is geen reden om de waterproef voor onbekend bij de oude Germanen te houden, hoewel de berichten omtrent haar toepassing niet verder dan de middeleeuwen gaan. Het geloof aan heksen is veel ouder dan de middeleeuwen, waarschijnlijk door de Germanen uit hun vermoedelijk oer-land, Indië, medegebracht.
[16] De saks was gewoonlijk een soort wigvormig kortzwaard. Ons woord zeis schijnt er van af te stammen. De wapens waren echter voor elke streek anders. De saks der Batouwers van 150 v. Chr. heb ik mij gedacht als een soort speerbijl, in saks een stam ak of hak zoekend en deze weder verbindend met haaks of hoeks.
[17] De meening, dat de oude Germanen geen haardvuur kenden, deelt de schrijver, zooals de lezer reeds herhaaldelijk heeft kunnen merken, niet.
[18] Wind, geur, zonnestraal—wij weten nú dat zij aan de stof gebonden zijn. Sogol kon dit niet weten.
[19] Het is waarschijnlijk, dat velen het voor onwaarschijnlijk zullen houden, dat deze gedachten een Germaan uit 150 v. Chr. bezielden en aan een zeker soort geestelijk anachronisme zullen denken. Men houde echter in ’t oog, dat de Germanen in hun oer-land, Indië, waarschijnlijk een hoogere beschaving hebben gekend en wellicht, in de eerste eeuwen van hun verblijf in Europa, ontaard zijn in het noordelijke klimaat. Eerst thans, na zoovele eeuwen, schijnt de Germaansche ziel zich weder te openen voor de opneming van haar oer-droom. Uitstekende Germanen als Goethe en Schopenhauer hebben instinctmatig zich naar ’t oosten gewend. Het Christendom, dat veel heeft van een Boeddhisme naar Joodschen karakteraard, door Christus van een individueel cachet voorzien, is juist door de Germanen het best begrepen.
Het is, alsof de Germaansche ziel in het Christendom eindelijk weder den godsdienst naar heur waren aard vond, terwijl de Joden onontvankelijk blijken voor de leer van Christus, waarschijnlijk omdat hun oer-droom van leven en dood altoos een andere is geweest.
Er is geen enkele reden om te bestrijden, dat ook het geestelijk leven onderworpen is aan vaste natuurwetten. De godsdiensten zijn m. i. een gevolg niet allereerst van het denken en voelen, maar van het klimaat.
In dezen zin kunnen wij allen zon-aanbidders zijn. Het Christendom neemt onder onze oogen de nuanceering aan van het klimaat der streken, waarin het wordt uitgeoefend. Nergens duidelijker dan in Rénan’s „Vie de Jésus,” voelt men, hoe de omstandigheden van bodem en klimaat, dus eigenlijk van den stand der zon ten opzichte van het landschap Galilëa, de zachtaardige, vriendelijke en liefdevolle idée van den gevoeligste der Joodsche droomers, tot ontwikkeling brachten.
Ons heele leven is een gestadige poging om ons iets te herinneren dat wij voelen, dat in onzen geest besloten ligt, maar dat wij niet geheel kunnen terugvinden. Onze grootste geesten zijn wellicht lieden, die de meeste kracht tot weder te binnenbrenging bezitten, niet alleen van de dingen uit dit, maar ook van de dingen uit onze vorige levens.
Schopenhauer zegt, dat zijn hoofd gedachten opwierp en uitwerkte, zonder dat hij zelf het daartoe dwong. Het inspiratieve wezen van geniën is bekend. Het schijnt of zij werktuigen zijn van een geest buiten hen. Vandaar het dikwijls verbazende onderscheid bij geniën tusschen den mensch en zijn werken.
Sogol, éénmaal zich bevrijd hebbend van den oud-Germaansche Wotandienst, komt gelijk elke vrij-geest d.i. vrije geest, tot de verheven twijfelingen, onderstellingen, vermoedens en dwalingen, waartoe elk naar zijn aard noodzakelijkerwijze moet vervallen, zoodra hij het als onwaar bevonden dogma verwerpt, en moed, denkkracht, fantasie, waarheidsliefde en bewustheid van hoogere machten bezit. Sogols gebrekkige kennis heb ik laten doorschemeren.
[20] Atjehsche vrouwen, vertelde mij een geloofwaardig kolonist, wreekten zich soms op dergelijke wijze, wanneer Nederlandsche soldaten krijgsgevangen waren gemaakt.
[21] Sommigen meenen, dat de Scandiërs tegen 100 v. Chr onder Odin uit Azië zijn gekomen. Anderen noemen als datum 250 n. Chr. Is de onderstelling te gewaagd, dat de Scandiërs een Aziatisch kustvolk waren? Eenige hunner schepen werden tot Scandia gedreven, daar landden de lieden na lange zwerftocht, vestigden er zich en huwden met vrouwen van andere volksstammen. Hun oorspronkelijke beschaving ging grootendeels verloren, maar zij behielden herinnering zoowel van den cultus als van de ligging van het land hunner afkomst, ten minste van het bestaan daarvan. Men heeft te weinig aandacht geschonken aan het feit, dat het menschelijk instinct, het onbekende te doorvorschen, zoo goed den Aziaten op den zoek naar ’t avondland heeft gedreven als het, vele eeuwen later, den Europeërs (Spanjaarden, Portugeezen, Nederlanders) op den zoek naar ’t morgenland drong. Ulysses, Columbus, Magalhaens, Willem Barendts, Livingstone, Emin-Pascha, Stanley staan niet zonder verband in de geschiedenis van het menschdom. Thans, nu de oppervlakte van onze planeet zoo goed als bekend is, onderzoeken wij de andere hemellichamen, wier oppervlakten zeker het menschdom eens eveneens bekend zullen zijn, sedert de spectraal-analyse aan heeft getoond hoe verreikend schijnbaar eenvoudige middelen kunnen zijn. De vele moderne Mars-romans zijn weinig anders dan de vooruitloopende fantasie—de voelhoorns van ons instinct—en de wetenschap zal ze eens ontnuchteren, zooals de wetenschap de fantastische verhalen der ouden omtrent onontdekte zeeën en landen, hun „Mars-romans”, ontnuchterd heeft, maar niet geheel tot onwaarheid gemaakt. Wij vermoeden méér dan wij weten of wellicht juister, wij weten méér dan wij vermoeden.
En meent men, dat ook de Aziatische oer-volkeren niet het Ulysses-Columbustype hebben gehad? Veronderstel dat Barendts en de zijnen werkelijk er in geslaagd waren om de Pool heen te komen, tot b.v. Japan door te dringen, dáár gevangen waren genomen, tot dienstbaarheid verplicht, gevlucht naar een eiland, zich vermengd hadden met de eilandbevolking?
Na eenige eeuwen zou dan op zoo’n eiland een bevolking leven, wier raadselachtige afkomst den etnologen veel te denken zou geven.
Daar hebt gij wellicht Othon en de zijnen.... en men bedenke, dat Othon waarschijnlijk niet een sanskriet-geleerde aan boord had, zooals Gerrit de Veer een kenner van ’t Nederlandsch was, daar bij de oude Indiërs het schrijven, een gewijde kennis, uitsluitend door de priesters beoefend werd.
Wij zouden méér van de oud-Germaansche geschiedenis te weten komen indien men op de gymnasia in eenige klassen met het Sanskriet-leeren begon op twaalf-jarigen leeftijd; thans, nu men met Sanskriet-studie aanvangt op een leeftijd, waarop het geheugenwerk moeielijk valt, gaan uitstekende denkers en zoekers verloren voor een vak, dat ons tegenwoordig véél meer belangstelling behoort in te boezemen dan de humaniora, die nu sedert eeuwen voldoende zijn doorzocht en zelfs in de meest gewaagde conjuncturen geen groote verrassingen meer opleveren, wat men van conjuncturen als deze, vermoed ik, niet beweren zal.
[22] Frija, (Frea, Frî, Fríg, Frie, Frée, Frecke, Fricke, Frigg, Friecke) heeft 24 dochters, die in honden zijn veranderd.
[23] Erce van erco, Aarde. Attilas gemalin heet Erka. Gevonden, gebedelde of gestolen zaden gelden bij den akkerzegen voor bijzonder heilzaam.
[24] Een broodoffer voor ’t begin van ’t ploegen werd in geheel Germanje gebracht.
[25] Een deel van het broodoffer, werd aan de bij den veldarbeid werkzame mannen en vrouwen gegeven, opdat zij op deze wijze de wonderbare geneeskracht van ’t offer zouden deelachtig worden.
[26] Het komt mij voor, dat ook de oud-Germaansche kunstenaars standaard-verhalen hadden van onbekenden ouderdom, die elk dichter naar zijn eigen opvatting weergaf, juist zooals thans nog. Historische of plaatselijke nauwkeurigheid bond hun evenmin als b.v. de Nederlandsche schilders, die de geboorte te Bethlehem voorstelden, zelfs in een tentje op ’t ijs. Vandaar het moeielijke werk van het nasporen van den historischen achtergrond der sagen, die velen zeer vernuftig in de Germaansche hemel-fantaisie zoeken. Bij mijn voorstudiën voor deze reconstructie heb ik zeer een vergelijkend overzicht der oud-Indische en oud-Germaansche sagen gemist. Een uitvoerig werk, dat de sagen der menschheid omvatte, zou de vergelijkende sagen-studie zeer te stade komen.
[27] Knods met geprikkelden knop.