Engelsch woordenboek. Eerste deel: Engelsch-Nederlandsch (met uitgeschreven verkortingen)
Part 114
Sell, sel, subst. bedrog, beetnemerij; Sell verb. verkoopen, handelen, aftrek vinden, verkocht worden; bedriegen, beetnemen: An awful (No end of a) sell = een gemeene beetnemerij; To sell cheap, dear; To sell one’s life dearly; The article sells rapidly (readily) = gaat grif van de hand; My description of the earthquake sold twenty thousand = er werden 20000 exemplaren verkocht van; The paper sells thousands in the capital = in de hoofdstad worden duizenden exemplaren verkocht; I discovered he had sold me = dat hij mij “verlakt” had; I sold it for a song = voor een appel en een ei; The selling off had begun = uitverkoop (liquidatie); He sold out = verkocht zijne officiersplaats (zijn aandeel in de zaak); To sell up = de eigendommen van een debiteur laten verkoopen; Seller.
Seltzer water, seltsəwôtə, Selterswater.
Selvage, Selvedge, selvidž, zelfkant, geweven rand: Selvaged = met een zelfkant.
Semaphore, seməfö, optische telegraaf; Semaphoric(al), seməforik(’l): Semaphoric sign; Semaphorist = bediener van een semaphoor.
Semblance, sembl’ns, gelijkenis, schijn, voorkomen; adj. Semblant.
Semen, sîm’n, zaad; meerv. Semena, seminə; Seminal, zaad.., kiem...
Semi, semi, half, gedeeltelijk; Semi-annual(ly) = halfjaarlijks(ch); Semi-annular = halfrond; Semi-breve = heele noot = vier crotchets; Semicircle = halve cirkel; Semicircular = halfrond; Semicolon = komma-punt; Semi-detached houses = aan één kant vrijstaande; Semi-diameter = halve middellijn; Semi-fluid, subst. en adj. taai vloeibaar (iets); Semi-lunar = als een halve maan; Semi-metal = halfmetaal; Semi-official = officieus; Semiped = halve voet (in prosodie); Semipedal, semipîd’l, een halven voet hebbend; Semi-quaver = zestiende noot; Semi-tone = halve toon; Semitonic, semitonik, van een halven toon; Semi-spheric(al) = half bolvormig; Semi-vocal = onvolkomen klinkend; Semi-vowel = halfklinker, vloeiletter.
Seminarian, seminêriən, seminarist = Seminarist; Seminary, seminəri, kweekschool, seminarium: Elementary, Superior seminarian = klein, groot seminarie.
Semite, semait, Semiet; adj. Semitisch: An Anti-Semite; Semitic, səmitik, Semitisch: The Anti-Semitic party; Semitic Languages = Semitische talen.
Semola, semələ, Semolina, seməlînə, Semolino, seməlînou, griesmeel.
Sempervive, sempəvaiv, huislook.
Sempiternal, sempitɐ̂n’l, eeuwigdurend, eindeloos.
Sempstress, semstrəs, naaister.
Senary, senəri, zes bevattend, zestallig.
Senate, senit, senaat, hoogerhuis (Amer.); Senate-house = senaatsgebouw; Senator, senətə, senator; Senatorship; Senatorial, senətôriəl, senaat of senator behoorende (eig. Am.); Senatus, səneitɐs, academische senaat.
Send, send, subst. beweging der golven; Send verb. zenden, verzenden, werpen, schieten, voortplanten, etc.: Born on the send of the sea = op de bewegelijke golven; This sent him mad = maakte hem razend; God send that all may be right = God geve dat; They sent the hat round = collecteerden; I will send you word as soon as I know it = bericht zenden; I have sent him about his business = ik heb hem de laan uitgestuurd (= I have sent him packing); They have sent for him = He was sent for = er werd om hem gestuurd; Will you send the servant for cigars? = de meid sigaren laten halen; He sent forth light tobacco-clouds = dampte uit; To send in = inzenden; I sent in (up) my name = liet me aandienen; To send off = wegzenden, expedieeren; You will have a good send-off = we zullen je een “zetje” geven; een afscheidsfuif geven; They gave him a send-off = deden hem uitgeleide; We have sent him to Coventry = wij hebben hem dood verklaard; He was sent to Botany Bay = hij werd naar de strafkolonie gezonden; To send up = opzenden, naar den directeur zenden, omhoog drijven, zich aangeven (for examination); This measure sent up the price = deed stijgen; Sender.
Sendal, send’l, lichte, dunne zijde.
Seneca, senəkə; Senegal, senəgôl, senəgəl: Senegal gum; Senegambia, senəgambiə.
Senescence, sines’ns, veroudering; adj. Senescent.
Seneschal, senəš’l, hofmeester, ceremoniemeester, baljuw; Seneschalship.
Sengreen, sengrîn, huislook.
Senile, sîn(a)il, den ouden dag eigen; Senility, siniliti, ouderdom.
Senior, sîniə, subst. oudere of hoogere in rang, chef, primus; adj. ouder, oudste, hooger in rang: He is my senior by four years = vier jaar ouder; Senior clerk = eerste klerk; Senior counsel = voornaamste raadsman in eene rechtszaak; Seniority, sînioriti, voorrang of superioriteit door rang, diensttijd: To be promoted by seniority = volgens ancienniteit.
Senna, senə, senebladeren.
Sennight, sen(a)it, acht dagen; This day sennight (ago) = vandaag voor eene week; This day sennight (to come) = vandaag over eene week.
Sennit, senit, platting (scheepst.).
Sensate, sensit, met de zinnen waargenomen; Sensation, sənseiš’n, gewaarwording, gevoel, aandoening, sensatie: It caused quite a sensation = bracht heel wat opschudding teweeg, baarde heel wat opzien; Sensational, senseišən’l, gevoels...; sensationeel: Sensational novels = sensatie-romans; Sensationalism = opgewonden taal of geschrijf; leer dat de kennis het resultaat van zinnelijke indrukken en gewaarwordingen is.
Sense, sens, zin, gevoel (of = voor), gewaarwording; begrip, besef, rede, oordeel, meening, beteekenis: The eye of sense = het zinnelijk oog; Common sense = gezond verstand; Figurative, Literal, Proper, Strict sense; In a sense = in zekeren zin; In every sense = in ieder opzicht; Any man in his senses = die zijn zinnen bij elkaar heeft; He is not in his senses = bij zijne zinnen = Out of his senses; That is visible to the sense = waarneembaar voor het oog; To bring a person to his senses = iemand aan zijn verstand brengen, dat hij verkeerd deed; He has a keen sense of right and wrong = een fijn gevoel voor; To take the sense of a meeting = een vergadering door stemming zich laten uitspreken; He had taken leave of his senses = was gek geworden; To talk sense = verstandig praten; To recover one’s senses = tot bezinning komen; Senseless = gevoelloos, onzinnig, dwaas; subst. Senselessness.
Sensibility, sensibiliti, vatbaarheid, gevoeligheid, ontvankelijkheid: His quick sensibilities = zijne ontvankelijkheid; Sensible = waarneembaar, gevoelig, verstandig, merkbaar, teeder, fijngevoelig: He is a sensible man = verstandig; Are you sensible? = ben je wel wijs; I am sensible of your considerate kindness = gevoelig voor; That is not sensible to sight or feeling = niet waarneembaar voor; She was sensible to the end = tot het laatst bij kennis; subst. Sensibleness; He was sensibly affected by your words = zicht- of merkbaar aangedaan.
Sensitist, sensitist: Louis Couperus the Sensitist = de sensitieve.
Sensitive, sensitiv, (fijn)gevoelig, licht geraakt of aangedaan: Sensitive plant = kruidjeroermeniet; Sensitive to an affront = gevoelig voor; subst. Sensitiveness = Sensitivity = (teer- of fijn)gevoeligheid; Sensitize, sensitaiz, gevoelig maken.
Sensorial, sensôriəl, tot het Sensorium behoorende; Sensorium, sensöriəm, zetel der gewaarwordingen; grauwe hersenen = Sensory, sensəri.
Sensual, senšuəl, zinnelijk, vleeschelijk, wellustig; Sensualism = zinnelijkheid, wellust; Sensualist = wellusteling, zinnelijk mensch; Sensuality, senšualiti = Sensualism; Sensualize, senšuəlaiz, verzinnelijken, zinnelijk maken; Sensualness = zinnelijkheid; Sensuous, senšuəs, tot de zinnen sprekend, zinnelijk; subst. Sensuousness.
Sent, sent, imperf. en part pert van to send.
Sentence, sent’ns, subst. vonnis, oordeel, beslissing, zin; Sentence verb. vonnissen, veroordeelen: To carry a sentence into execution = een vonnis voltrekken; To pass (pronounce) (a) sentence upon = vellen; This sentence makes no sense = deze zin heeft geen zin: The “long sentencers” are, as a rule, the best behaved = de levenslang veroordeelden gedragen zich gewoonlijk het best; He was sentenced to death, but the sentence of death was commuted into lifelong imprisonment = ter dood veroordeeld, maar het doodvonnis etc.; Sententious, səntenšəs, rijk aan kernachtige gezegden, spreuken en maximen; bondig, krachtig; subst. Sententiousness.
Sentience, Sentiency, senš’ns(i), waarnemingsvermogen, gevoelsvermogen; Sentient, senš’nt, waarnemend, gevoelend.
Sentiment, sentiment, gevoel, aandoening, gewaarwording, gevoelen, idee, gedachte, toast: The sentiment of a religion of sorrow has an advantage over the sentiment of a religion of pleasure = de grondslag; They are my own sentiments = dat’s ook mijn idee; John proposed a sentiment: “The important day” = Jan stelde een dronk in op den gewichtigen dag; You cannot prove truths of sentiment = gevoelswaarheden laten geen bewijs toe; Sentimental, sentiment’l, (overdreven) gevoelig, sentimenteel: That is a sentimental question = kwestie van gevoel, gevoelsvraag; Sentimentalism = (overdreven) gevoeligheid; Sentimentalist = (overdreven of gemaakt) gevoelsmensch; Sentimentality, sentimentaliti, sentimentaliteit; Sentimentalize = overdreven of gemaakt gevoelig zijn.
Sentinel, sentinel, subst. schildwacht; adj. wachthoudend; Sentinel verb. bewaken: To keep, To stand sentinel = op wacht staan; The sentinel was relieved = werd afgelost; The sentinel stars set their watch in the sky = de wachthoudende sterren zetten aan den hemel hunne posten uit.
Sentry, sentri, schildwacht: To be (To stand on) sentry; To come off (To go on) sentry; To relieve sentry = aflossen; To do sentry go = op wacht staan; Sentry-box = schilderhuisje.
Sepal, sîp’l, sep’l, kelkblad; Sepalous, sepəlɐs = met kelkblad, kelkblad ...
Separability, sepərəbiliti, subst. v. Separable, sepərəb’l, scheidbaar, deelbaar; subst. Separableness.
Separate, sepərit, adj. afgescheiden, afzonderlijk; Separate verb. (sepəreit) scheiden, verdeelen, afzonderen, heengaan, uiteengaan: Separate estate = de eigendom van eene getrouwde vrouw onafhankelijk door haar beheerd en genoten; Separate maintenance = uitkeering aan eene gescheiden vrouw; They separated without speaking another word = gingen van elkander; subst. Separateness; Separation, sepəreiš’n, scheiding, afzondering: Separation of partnership, Separation from bed and board; Separatism, sepərətizm, zucht tot afscheiding (van kerk of partij); Separatist = separatist, home-ruler; Separative = scheidend; Separator = afscheider; Separatory dux = afscheidingskanaal; Separatrix, sepəreitriks, decimaalpunt; Separatum = afdrukje.
Sepawn, sipôn, maïsmeel in water gekookt.
Sepia, sîpjə, inktvisch, sepia.
Sepoy, sîpôi, sipôi, Indisch soldaat in E. dienst.
Septangular, septaŋgjulə, zevenhoekig.
September, septembə, September.
Septempartite, sept’mpâtait, in zeven deelen verdeeld.
Septenary, septənəri, zeventallig, zevenjarig.
Septennial, septenj’l, zevenjarig, om de zeven jaren.
Septentrional, septentriən’l, noordelijk, middernachts ...
Septfoil, septfôil, tormentilla; zevenblad, d.i. figuur van zeven gelijke cirkelsegmenten.
Septi, septi (in samenst.), zeven; Septifarious, septifêriəs, naar zeven verschillende kanten gekeerd; Septiform = zevenvormig.
Septic, septik, subst. en adj. rotting bevorderend(e stof): Septic tank.
Septillion, septilj’n, 1 + 42 nullen (in Amer. meest met 24).
Septuagenarian, septjuədžənêriən, zeventigjarige, iemand tusschen 70 en 80; Septuagenary, septjuadžənəri, subst. en adj. zeventigjarig(e).
Septuagint, septjuədžint, Septuaginta.
Sepulchral, sipɐlkr’l, tot een graf of eene begrafenis behoorende, graf ...: Sepulchral voice, rites, monument = grafstem, begrafenisplechtigheden, grafteeken; Sepulchre, sepəlkə, graf; Sepulture, sep’ltjə, begrafenis; Sepultural = begrafenis ...
Sequel, sîkw’l, vervolg, gevolg(en), resultaat: A sequel to it = een vervolg er van; The sequel of it = het gevolg er van; Sequela, səkwîlə, aanhang; gevolgtrekking; Sequence, sîkw’ns, opvolging, reeks, gevolg: He has a sequence of cards = volgkaarten; The usual sequence of events = gang van zaken; Sequent = volgend; Sequential = opvolgend.
Sequester, sikwestə, afzonderen, afsluiten, in beslag of bewaring nemen, sequestreeren; Sequestered = afgezonderd, eenzaam, gesequestreerd: He ran his course in the sequestered paths of life = in afzondering; Sequestrate, sikwestreit, sequestreeren; subst. Sequestration; Sequestrator, Sequestrator = beslaglegger; hij die het goed waarop beslag gelegd is, beheert.
Sequin, sîkwin, sekin, oud-Venetiaansche munt (± 9 s. 4 d.).
Seraglio, sirâljou, siraljou, harem, paleis (van den Sultan).
Serai, sərâi, paleis, herberg (Perzië).
Seraph, serəf, serafijn (Meerv. Seraphs of Seraphim); Seraphic, sirafik, verheven; rein, hemelsch; Seraphine, serəfîn, seraphine-orgel.
Seraskier, səraskîə, seraskîə, Turksch opperbevelhebber of minister van oorlog.
Serb, sɐ̂b, Servisch; Serviër; Servische taal; Serbia.
Sere. sîə, droog, verwelkt, dor.
Serenade, serəneid, subst. serenade; Serenade verb. eene serenade brengen of geven; Serenader; Serenata, serənâtə, serenade (muziekstuk).
Serene, sərîn, helder, rein, kalm, duidelijk, doorluchtig: All serene! = in orde! Your Serene Highness = Uwe Doorluchtigheid; The weather was serene = het weer was helder; Sereneness = Serenity, səreniti, helderheid, kalmte, doorluchtigheid.
Serf, sɐ̂f, slaaf, lijfeigene; Serfage, Serfdom, Serfhood, Serfism = lijfeigenschap.
Serge, sɐ̂dž, serge.
Sergeant, sâdž’nt, deurwaarder; sergeant (milit. = serdžant): Sergeant-at-Arms = soort intendant en ceremoniemeester van het Lagerhuis; Sergeant-at-Law, i.e. vóór 1873 werd aan sommige Barristers de rang van Sergeant toegekend; Sergeant-drummer = tamboer-majoor (zoo ook Sergeant-piper en Sergeant-trumpeter, voor de pijpers en trompetters); Sergeant-major = sergeant-majoor; Sergeantcy = rang van sergeant = Sergeantship.
Serial, sîriəl, tot eene reeks behoorende, periodiek, in opvolgende nummers; subst. tijdschrift, verhaal, dat bij gedeelten (in een tijdschrift) verschijnt: The novel first appeared in serial = in afleveringen, als feuilleton; Seriate, sîriit = Serial; Seriatim, sîrieitim, in geregelde orde of opvolging.
Sericulture, serikɐltšə, zijdewormenteelt.
Series, sîr(j)îz, reeks, opvolging.
Serin, serin, sijsje.
Serio, sîriou (in samenst.), ernstig; Serio-comic(al) = half ernstig, half komisch.
Serious, sîriəs, ernstig, plechtig, gevaarlijk: I am quite serious = ik meen het in vollen ernst; You mustn’t take things too seriously = de zaken niet te ernstig opnemen; subst. Seriousness.
Serjeant, sâdž’nt. Zie Sergeant.
Sermon, sɐ̂m’n, preek, vermaning, leerrede: The Sermon on the Mount = de Bergrede; To deliver (To preach) a sermon; Sermonize = preeken (ook fig.).
Seron, səron, Seroon, sərûn, baal Paraguay thee, mand rozijnen, etc.
Serous, sîrəs, waterachtig, dun, als wei; Serosity, sirositi, waterigheid.
Serpent, sɐ̂pn’t, slang, slanghoorn, soort voetzoeker; Serpent-bearer = Slangendrager (sterrenbeeld); Serpent-charmer = slangenbezweerder; Serpent-charming = slangenbezwering; Serpent-worship = slangenvereering; Serpentarius, sɐ̂p’ntêriəs = Serpent-bearer; Serpentine, sɐ̂p’nt(a)in, subst. slangensteen; kronkelende vijver (in Hydepark); adj. kronkelend, sluw en boosaardig; Serpentine verb. kronkelen: Serpentine verse = versregel, die met hetzelfde woord begint en eindigt.
Serpiginous, sɐ̂pidžinɐs, lijdend aan Serpigo, sɐ̂paigou, vlecht (huidziekte).
Serrate(d), serit(id), zaagvormig, getand; Serrature, serətjə, het getand zijn; Serrulate(d), serjulit (serjuleitid), fijn getand.
Serried, serid, aaneengesloten, dicht samengedrongen: The serried billows = elkander snel opvolgende baren; The front ranks were close serried = dicht opeengedrongen.
Serum, sîr’m, serum: Serum treatment.
Serval, sɐ̂v’l, Afrikaansche boschkat.
Servant, sɐ̂v’nt, bediende, knecht, meid, dienaar, dienares: I am, Your obedient servant = ik heb de eer te zijn, Uw dw. Dienaar; Servant of all work = meid alléén; Servant-man, Servant-maid = dienstknecht, dienstmaagd; Servants’ hall = dienstbodenvertrek; Servants’ register-office = verhuurkantoor.
Serve, sɐ̂v, dienen, bedienen, dienst of eer bewijzen, fungeeren, serveeren, behandelen, helpen, voldoende zijn, beteekenen, invallen, dekken: I served a five years’ apprentice-ship with that master = ik diende bij dien baas vijf jaar als leerjongen; To serve an execution = een exploit van executie beteekenen; The guns were served by picked gunners = bediend; To serve an interest = een belang dienen; The letter being marked “immediate”, I served it at once = daar op den brief “spoed” stond, behandelde ik hem dadelijk; The horse will stand at home and serve mares at 10 guineas each = zal ter dekking gereed staan; He served office = bekleedde; He has served his time = uitgediend, uitgezeten; He serves the time, is a time-server = huilt met de wolven in het bosch; He served me a bad trick = bakte me een leelijke poets; That will hardly serve your turn = u wel niet passen; To serve a warrant = exploit van inhechtenisneming beteekenen; To serve a writ (of attachment) = exploit ter betaling van schulden (exploit van beslagneming) beteekenen; If my memory serves me correctly = mij niet bedriegt; As wind and tide serve = weer en wind dienende; That serves him right = hij heeft zijn verdiende loon; He serves in Parliament = is lid van; He has served on a jury = is lid eener jury geweest; The food was served out = werd uitgedeeld; I have served him out = het hem betaald gezet; The soup has been served up = staat op tafel; Server = dienaar, presenteerblad.
Servia, sɐ̂vjə, Servië; Servian, subst. en adj.
Service, sɐ̂vis, dienst, “militair”, bediening, dienstbaarheid, onderdanigheid, compliment, nut, gang, gerecht, servies, verkeer, kerkdienst (gebed, gezang, muziek): My service to you! = op uwe gezondheid; Service is no service = iedereen kan vooruitkomen als hij wil; Compulsory service = dienstplicht; Universal service = algemeene dienstplicht; The service for the visitation of the sick = het formulier van den ziekentroost; To see service = deelnemen aan gevechten; veel gebruikt worden en de sporen daarvan dragen; The table had seen service of late = de gerechten op tafel waren zooeven goed aangesproken geworden; He was attested for, discharged from the service = voor den dienst aangenomen, uit den dienst ontslagen; I am at your service = tot uw dienst; His terms were 10 guineas at service = 10 guineas dekgeld; I never was in service before = heb nooit gediend; Can I be of any service to you? = kan ik u van dienst zijn; On Her Majesty’s Service = “Dienst”; His daughters went out to service in respectable families = gingen uit dienen; He put them to hard service = liet ze hard werken; To retire from (the) service = uit den dienst gaan; Service-berry = lijsterbes; Service-bush (Service-tree) = peerlijsterbes; Service-fee = dekgeld; Service-pipe = zijleiding; Service-reservoir = prise d’eau (v. waterleiding); Serviceable = dienstbaar, dienstig, voordeelig, dienstvaardig; subst. Serviceableness; Serving: Service-maid; Service-man.
Servile, sɐ̂v(a)il, slaafsch, kruipend; Servility, sɐ̂viliti, slaafschheid, onderworpenheid, kruiperij.
Servitor, sɐ̂viə, dienaar, suppoost (in een schouwburg), arm student, die vroeger de rijkere moest bedienen.
Servitude, sɐ̂vitjûd, dienstbaarheid, slaafschheid, servituut: Penal servitude = dwangarbeid.
Sesame, sesəmi, sesamplant: Open Sesame = tooverformule (Arab. Vertellingen); sleutel tot eene moeilijkheid of een geheim.
Sesquipedalian, seskwipideilj’n, v. anderhalven voet: Ubiquitous sesquipedalian advertisements = overal aangeplakte kolossale advertenties.
Session, seš’n, zitting, zittingstijd; Sessional = tot eene zitting behoorende.
Sestet, sestət, sestet, sextet.