Engelsch woordenboek. Eerste deel: Engelsch-Nederlandsch (met uitgeschreven verkortingen)

Part 1

Chapter 13,519 wordsPublic domain

K. TEN BRUGGENCATE’S

ENGELSCH WOORDENBOEK

EERSTE DEEL: ENGELSCH-NEDERLANDSCH.

ZESDE, VERBETERDE EN VERMEERDERDE UITGAVE, BEZORGD DOOR L. VAN DER WAL, DIRECTEUR DER R. H. B. S. TE STEENWIJK.

TE GRONINGEN BIJ J. B. WOLTERS’ U. M.

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK.

1. Het — in den tekst staat in de plaats van het hoofdwoord; zoo een gedeelte hiervan tusschen haakjes staat, wordt dit laatste niet begrepen in het —. Voorbeeld: Acoustic(al); —-duct; het — in —-duct staat daarom alléén in plaats van Acoustic, dus van het niet tusschen haakjes geplaatste.

2. Van afgeleide woorden is de uitspraak slechts opgegeven bij verschil met het hoofdwoord; de klem wordt, zoowel in de herspelling als in de niet herspelde woorden, door vette, de halve klem door gewone, en de rest van het woord door cursieve letter aangeduid; Animative beteekent dus, dat de eerste a den hoofdklem, de tweede a den bijtoon heeft; de quantiteit van den klinker is als die van het hoofdwoord, tenzij anders opgegeven.

3. De noodige eigennamen zijn niet in eene afzonderlijke rubriek geplaatst, maar in het werk zelf opgenomen, en alleen desnoodig is de vertaling ervan opgegeven.

4. De woorden op eene r laten deze letter in de uitspraak vrij wel vervallen; alléén zoo door samenstelling of afleiding een vokaal op de r volgt, wordt deze letter weer gesproken; b.v. Jabber, džabə, maar: Jabbering, džabəriŋ.

5. Woorden als nature heb ik zonder sisklank, dus als neitjə en niet als neitšə, voorgesteld in de transcriptie, omdat de vreemdeling zich hier licht aan overdrijving schuldig maakt, en bovendien in onzen tijd deze sisklank in de beschaafde Engelsche uitspraak steeds meer verdwijnt; alléén Soldier wordt nog zeer krachtig souldžə gesproken, terwijl de vulgaire uitspraak soudžə verkiest.

6. Bij de phonetische transcriptie van woorden als poor, your, etc. ben ik opzettelijk wat conservatief gebleven; ik weet wel, dat pö en yö zéér dikwijls gehoord worden, maar dan toch alléén in het vlugge gesprek; ik aarzelde, om voor het enkele woord deze uitspraak als de gewone op te geven.

7. De u van mute heb ik gewoonlijk door jû voorgesteld; echter door iû na s of z, om te voorkomen dat woorden als suit te veel met š zouden worden gesproken, waardoor men šut, d.i. de transcriptie van shoot, zou verkrijgen; de transcripties siût en šut verschillen genoeg om alle verwarring te voorkomen.

VERKLARING VAN DE PHONETISCHE TRANSCRIPTIE.

A. VOKALEN.

1. a als de a in that (ongeveer als de a van het Fransche woord patte).

2. â als de a in ask en de ar in farm (ongeveer als de zéér open gesproken aa van zaal).

3. ɐ als de u in but (meer naar de a overhellend dan de ö van Götter).

4. ɐ̂ als de ear in learn (de eu van het Fransch leur + de toonlooze ə).

5. ai als de i in line (iets minder laag dan de ei in het D. Wein).

6. au als de ou in house.

7. e als de e in bet.

8. ê ongeveer als de ê in het F. prêtre, maar met grooter kaakopening.

9. ei als de a in fate.

10. i als de i in thin (ongeveer als de i in het Noordduitsche finden).

11. î als de ee in see (ongeveer als de D. ie, met. een vluchtige j daarna).

12. o als de o in not (ongeveer als onze o in pot).

13. ô als de aw in law

14. ö (= ôə) als de or in lord ongeveer als de o in het Fr. encore

15. ôi als de oy in boy.

16. ou als de o in bone.

17. u als de u in full.

18. û als de ue in true (als de u in hot D. Stufe + eene vluchtige w).

19. jû of iû als de u in mute (na de s en z gewoonlijk iû).

20. ə als a in asleep of als de r in care = kêə.

B. KONSONANTEN.

1. g als de g in good.

2. j als de y in year.

3. ŋ als de ng in long.

4. š als de sh in ship, of ongeveer als de ch in het F. Charles.

5. ž als de si in occasion, of ongeveer als de g in het F. rouge.

6. th als de th in thin.

7. dh als de th in father.

8. w als de w in wine.

N.B. In zulk eene transcriptie als okeiž’n of eib’l stellen de ’n en ’l eene lettergreep voor; ze zijn wat de Duitschers noemen silbemachendes n of l.

Dictionaries are like watches: the worst is better than none, and the best cannot be expected to go quite true.

Dr. Johnson.

VOORREDE.

Ist, dat oyt Rechter wil een schamper oordeel vellen, Waardoor hij allermeest kan den Misdader quellen, Die laet hem nimmermeer in ’t naare rasphuis gaen, Noch ook van dach tot dach aan ’t zware Berch-werk staan; Maar leg hem op, dat hij gae Woord-Registers maken, Dus zal hij alle soort van straffe teffens smaken.

De geschiedenis van dit boek, volgens Lessing de ware inhoud eener voorrede, is hoogst eenvoudig. Het kwam mij namelijk reeds jaren lang voor, dat wij in ons land geen, niet te groot en toch betrekkelijk volledig, woordenboek hadden, dat zoowel voor school als voor huis of kantoor een betrouwbare gids mocht worden geacht. Hier liet m. i. de inrichting, daar weder het uitspraakgedeelte der bestaande werken veel te wenschen over, terwijl verder bij andere werken het eenvoudig naschrijven der dikke boeken te zeer hoofdzaak was. En aangezien ik nu gedurende een tal van jaren al hetgeen mij in romans, tijdschriften en andere werken merkwaardigs en opvallends was voorgekomen, getrouw had verzameld, meende ik eene poging te mogen wagen, om te voorzien in eene naar mijne bescheiden meening bestaande leemte.

In zooverre een woordenboek op den naam van oorspronkelijkheid aanspraak kan maken, hoop ik dat deze dictionnaire oorspronkelijk is. Ik heb getracht het tot nu toe geproduceerde streng te schiften en zelfstandig te bewerken, en ik heb aan het voorhandene die mijner aanteekeningen, zonder vermelding der bron, toegevoegd, van welke ik meende, dat zij eene plaats in zulk een werk verdienen. Dat dit laatste eene zuiver subjectieve kwestie is, ik ben de eerste dit toe te geven. Het zou mij dan ook niet verwonderen, zoo de meeningen der kenners op dit gebied zeer uiteenloopend waren.

Bij de bewerking heb ik mij zoo trouw mogelijk gehouden aan de volgende beginselen, die ik ten grondslag meende te moeten leggen aan dezen vrij omvangrijken arbeid:

1. Alles wat men dikwijls in hedendaagsche romans en tijdschriften vindt, moet men niet te vergeefs in dit boek naslaan. Het spreekt vanzelf, dat een woordenboek nooit compleet te maken is. Telkens ontmoette ikzelf tal van uitdrukkingen, die ik niet heb opgenomen en waarschijnlijk later ook niet opnemen zal. Een woordenboek als dit doet m. i. genoeg, wanneer het eenig artikel zoodanig behandelt, dat niet opgenomen uitdrukkingen er toch duidelijk door worden, en de verschillende beteekenissen behoorlijk geïllustreerd zijn. Er is, hoop ik, naar gestreefd, om dit te bereiken.

2. Wanneer het niet noodig was, zijn niet telkens weer de vertalingen der afgeleide woorden opgenomen. Als men weet wat agreeable is, behoeft de omvang van een woordenboek niet noodeloos vergroot te worden door de vertaling van agreeableness, agreeably, agreeability, enz.; daarom zijn bijwoorden slechts zéér zelden, en woorden op ness lang niet altijd opgenomen.

3. De uitspraak is voorgesteld door eene eenvoudige phonetische transcriptie, waaromtrent de hierachter volgende sleutel en de woorden aan den voet der pagina’s voldoende ophelderingen geven. De beklemde vokaal is door vette, de half-beklemde vokaal door gewone, en de rest der transcriptie door cursieve letter aangegeven. Waar de uitspraak der afgeleide woorden niet van die van het grondwoord verschilt, is de transcriptie niet telkens herhaald; overigens zijn de klem en de halve klem bij verschil met het grondwoord in de afgeleide woorden eveneens door vette en gewone letter aangeduid.

4. Zonder éénige uitzondering zijn geheele zinnen, en niet slechts woordverbindingen opgenomen, om bepaalde uitdrukkingen te verduidelijken; daardoor is dit woordenboek tegelijk een Word- and Phrasebook geworden, zoodat men afzonderlijke werken deze laatste revisie, die uit den aard der zaak veel plaats vroeg, niet eerder worden begonnen, voordat de twee andere waren voltooid.

Im groszen und ganzen geldt thans de volgende regeling:

a. de beteekenissen van het woord, in zijn verschillende functies, achter elkaar. b. voorbeelden. c. samenstellingen. d. afleidingen, indien niet eene belangrijke spellingwijziging eene afzonderlijke behandeling wenschelijk maakte.

Dat eene afzonderlijke behandeling van de samengestelde vormen de gemakkelijkheid van het opzoeken zou bevorderen meen ik te mogen betwijfelen; doch buitendien zou, als men hiertoe overging, de inhoud aanzienlijk moeten worden bekort, of het woordenboek aanmerkelijk moeten worden uitgebreid, twee dingen, die in ’t belang der gebruikers in de eerste plaats dienden vermeden te worden. Zeer zeker levert hierbij het hoogst arbitrair gebruik der hyphens eenige moeielijkheid op, en draagt, als alle lexicographisch werk, ook dit noodwendig een sterk persoonlijk karakter; doch wie tegen bezwaren of onvolmaaktheden opziet, doet het best zelfs met de herziening van een woordenboek maar liever niet te beginnen.

Dat al de afleidingen aan het eind van de artikelen werden geplaatst vindt zijn verklaring in de overweging, dat het alleen op deze wijze mogelijk werd te overzien in hoeverre wellicht bij volgende uitgaven, door een natuurlijk weer systematische vereenvoudiging, ook nog voor deze een afzonderlijke plaats zou kunnen worden ingeruimd.

Met de wenschen mijner vele correspondenten werd zooveel mogelijk rekening gehouden. Aan één verzoek evenwel, om de aanwijzingen Slang en Amer. te willen uitbreiden, heb ik zeer tot mijn spijt niet kunnen voldoen. Liefst had ik ze alle weggelaten. In de moderne literatuur wemelt het van woorden en vormen, die enkele jaren geleden streng zouden zijn veroordeeld, en talrijke zoogenaamde Americanisms zijn niets dan tijdelijk verouderde vormen, nog voortlevend in hedendaagsche dialecten, waarvan het hoogst moeielijk is met zekerheid te verklaren of ze gereïmporteerd zijn van uit Amerika, of door de schrijvers aan locale dialecten direct werden ontleend.

Mijn hernieuwden dank aan mijne trouwe medewerkster en aan den Heer J. Coster, Directeur H.B.S. te Vlissingen, die me weer zeer belangrijk en uitstekend ‘belegt’ materiaal voor beide deelen toezond. Van de gewaardeerde bijdragen van den Heer A. Broers, Leeraar H.B.S. te ’s Gravenhage, kon ik tot mijn spijt slechts voor het 2e deel gebruik maken.

Ook den Heeren J. Browne, Somerset West, Zuid-Afrika, en K. Hoeksema, Muskegon, Michigan, U.S.A., die de vriendelijkheid hadden, me uitgebreide aanteekeningen te doen toekomen, betuig ik mijn hartelijken dank voor hunne welkome belangstelling. En waar ik aan sommige wenschen of verwachtingen ook tot nu toe niet mocht hebben voldaan, veroorloof ik me den wellicht wat nerveuzen gebruiker zachtkens te herinneren aan Byron’s bekende woorden:

“A man must serve his time to every trade Save censure—critics are all ready made.”

Steenwijk April 1913. L. VAN DER WAL.

A.

A, ei, A (letter, noot); A. 1. eiwɐn eerste klasse (in Lloyd’s Register); uitstekend; het lidw. een (ə vóór consonanten); het (vóór gewicht, maat, periode): Sixpence a pound = sixpence per pond; Twice a day = tweemaal daags; a = verbastering van at, by, in, on, van to have en van he, she, it, they: A. B. = able-bodied; A(rtium) B(accalaureus) = Bachelor of Arts; abbr., abbrev. = abbreviated, abbreviation; ABC, eibisî, alphabet, beginselen: All that is of the ABC of strategy; The very ABC of a man’s existence = meest elementaire behoeften; An ABC place = Aerated Bread Comp. Shop; An ABC = A.B.C. spoorboekje; Most of my work was now ABC to me = als gesneden brood; Abp. = archbishop; A(merican) B(ible) S(ociety); A. C. = Alpine Club; Ante Christum; a/c = account; A.D. = Anno Domini; A(ide) D(e) C(amp); adv. = adverb; A(dmiral) of the F(leet); A. F. B. S. = American and Foreign Bible Society; A. G. = adjutant-general, attorney-general; Ala. = Alabama; Ald. = Alderman; A. M. = ante meridiem; A. M. = Artium Magister; Amer. = America(n); an(d); App. = Apostles; app. = appendix; A. R. = anno regni; A(ssociate) of the R(oyal) A(cademy); A. R. A. M. = Associate of the Royal Academy of Music; Ariz(ona); Ark(ansas); A. R. S. = A. R. A.; A(nglo) S(axon); Av. = average; Avdp. = avoirdupois.

Aardvark, âdvâk, aardvarken.

Aaron, êr’n, Aaron: Aaron’s beard = hertshooi, steenbreek, etc.; Aaron’s rod = grootbloemige toorts; een staf met een slang er om gekronkeld; Aaronic(al), êronik(’l), het hoogepriesterambt betreffend.

Aasvögel, âsfɐ̂g’l, aasraaf (in Zuid-Afrika).

Aback, əbak, terug, mastwaarts: Taken aback = van zijn stuk gebracht, uit het veld geslagen.

Abacus, abəkɐs, rekentafel, dekstuk (van een kapiteel); soort stommeknechtje, etenskast, waschtrog (v. gouderts).

Abaddon, əbad’n, booze geest; de bodemlooze afgrond (Openb. v. Joh. IX, 11).

Abaft, əbâft, (naar) achter, achteruit (op schepen).

Abalienate, əbeiljəneit, vervreemden (van eigendom), overdragen; Abalienation, vervreemding; verzwakking van het verstand.

Abandon, abəndoŋ, ongedwongenheid.

Abandon, əband’n, verlaten; prijs geven, abandonneeren: abandon to = zich overgeven aan; An abandoned wretch = een verdorven ellendeling; The bill was abandoned = werd voor rekening gelaten; Abandonee, əbandənî, cessionaris (iemand, wien iets, b.v. bergen van een wrak, afgestaan wordt); Abandoner, əbandənə, die iets afstaat; Abandonment = afstand, achterlating, overlaten, abandonnement; overgave aan; verlatenheid.

Abase, əbeis, vernederen; subst. Abasement.

Abash, əbaš, beschamen, in verlegenheid brengen; subst. Abashment.

Abatable, əbeitəb’l, voor opheffing of vernietiging vatbaar; Abate, əbeit, opheffen, wegnemen, verminderen, verzachten; afnemen, dalen, ongeldig worden; Abatement, opheffing, vermindering, verzachting, korting, etc.; Abater = middel tot vermindering, etc.

Abat: Abat-jour, abəžûə, əbâžûə, vallicht; lichtscherm; Abat-vent, abəvoŋ, luifel, windscherm; Abat-voix, abəvwö, klankbord (kansel).

Abat(t)is, abətis of abətî, verhakking (ter verdediging van een kamp of fort); Abated, abətist, abətaizd, met een abat voorzien.

Abattoir, abətwô, abattoir.

Abb, ab (= Abb-wool) kettinggaren.

Abba, aba, vader (bij het aanspreken van een monnik); kloostervoogd.

Abbacy, abəsi, het ambt en het rechtsgebied van een abt; Abbatial, əbeiš’l, abtelijk, tot eene abdij behoorende = Abbatical.

Abbé, əbei, (= Abbe, abi), Abbé.

Abbess, abəs, abdis; Abbey, abi, abdij.

Abbot, abət, abt: Abbot of Unreason (Schotl.) Zie Lord of Misrule; Abbotship, ambt of waardigheid van een abt.

Abbreviate, əbrîvjeit, verkorten, afkorten; Abbreviation, afkorting; Abbreviator, vervaardiger van een uittreksel; Abbreviatory, afkortend.

Abdal, abd’l, Perzische derwisch.

Abdera, abdîrə; adj. Abderian; Abderite, abdərait, Abderiet; onnoozele hals: The Abdera = Democritus.

Abdicant, abdik’nt, afstand doende (van); Abdicate, abdikeit, afstand doen (van); verstooten, onterven; Abdication, afstand; Abdicator, hij, die afstand doet.

Abdomen, abdoum’n of abdəmen, onderbuik; achterlijf; Abdominal, abdomin’l, Abdominous, abdominəs tot den onderbuik (het achterlijf) behoorende, (onder)buik(s), achterlijfs....

Abduce, abdjûs, wegtrekken, op zij trekken; Abducent: Abduce muscle = strekspier.

Abduct, abdɐkt, ontvoeren; wegtrekken; Abduction, ontvoering; aftrekken; Abductor, hij, die ontvoert; strekspier.

Abeam, əbîm, rechthoekig op de kiel.

Abecedarian, eibîsîdêriən, subst. onderwijzer in de beginselen, beginner; adj. alphabetisch = Abecedary, eibisîdəri, subst. en adj.

Abed, əbed, in bed.

Abele, əbîl of eibil = Abel-tree, eib’ltrî, abeel, witte populier.

Aberbrothok, abəbrothok, abəbrəthok; Aberdeen, abədîn.

Aberdavine, Aberdevine, abədəvain, sijsje.

Aberrance, -cy, əber’ns(i), Aberration, abəreiš’n, afdwaling, afwijking, aberratie; Aberrant, afdwalend, afwijkend.

Aberuncator, abərɐŋkeitə, wiedmachine, (wiedijzer), tuinschaar.

Abet, əbet, aanhitsen; bijstand verleenen; Abetter of Abettor, aanstoker, handlanger.

Abeyance, əbeiəns, toestand van onzekerheid, werkeloosheid of twijfel: The question now in abeyance = de nog onopgeloste vraag; To (be in) fall into abeyance = krachteloos (zijn) worden; Abeyant = In abeyance.

Abhor, abhö, verfoeien, verafschuwen = To hold in abhorrence, abhor’ns = verafschuwen; Abhorrent, verfoeiend, onverdragelijk; Abhorrer, hij, die verfoeit.

Abide, əbaid, blijven, verwijlen, wonen; blijven bij, trouw zijn aan; helpen; wachten op; uithouden, verdragen, op zich nemen; Abiding = duurzaam; blijven, voortduur: Abiding-place = verblijfplaats.

Abies, abi-îz, zilverspar; Abietic acid, abietik asid = daaruit bereid zuur.

Abigail, abigeil, kamenier (1 Sam. 20, 5).

Ability, əbiliti, bekwaamheid; Abilities, əbilitiz, geestesgaven, talenten.

Abintestate, abintesteit, adj. zonder testament stervend; Abintestate subst. degene, die onder deze omstandigheden erft.

Abiogenesis, abiədženəsis, subst. zelfontstaan; adj. Abiogenetic; Abiogenist, voorstander van die theorie.

Abject, abdžəkt, adj. laag, verachtelijk, kruiperig; subst. Abjection.

Abjuration, abdžureiš’n, afzwering; adj. Abjuratory = afzwerings....; Abjure, abdžûə, afzweren; den naturalisatie-eed afleggen (Amer.); Abjurer (Abjuror), hij, die afzweert.

Ablative, ablətiv, subst. ablativus.

Ablaze, əbleiz, in brand, vlammend; opgewonden, vlammend op: To set ablaze = in vuur en vlam zetten.

Able, eib’l, bekwaam, bevoegd; krachtig; solvent; bevaren: able-bodied = sterk, krachtig, gezond van lijf en leden, bekwaam: Able seaman = matroos 1ste klasse; subst. Ableness.

Abluent, abluənt, subst. en adj. afdrijvend of bloedzuiverend (middel).

Ablution, ablûš’n, reiniging (godsdienstige plechtigheid der Mahom.); het uitspoelen van den kelk (Kath.); het daarvoor gebruikte water; Ablutionary, reinigings...

Abnegation, abnəgeiš’n, (zelf)verloochening.

Abnormal, abnöm’l, abnormaal; Abnormality, afwijking = Abnormity, ook: wanstaltigheid.

Aboard, əböd, aan boord: All aboard for New York! = allen instappen voor N.Y. (Amer.); To fall aboard (of) a ship = in aanvaring komen met een schip; To go aboard = aan boord gaan.

Abode, əboud, subst. verblijf, woonplaats: To make abode = wonen, verblijven.

Abode, əboud, voorspellen, een voorteeken zijn; Abodement, voorteeken.

Abolish, əboliš, afschaffen, vernietigen, ongeldig verklaren; Abolition, abəliš’n, afschaffing, opheffing, gratie: Abolitiondom = de gezamenl. Noord. Staten in den Amer. burgeroorlog; Abolitionism = de afschaffing der slavernij; Abolitionist = een voorstander van die afschaffing.

Abominable, əbominəb’l, afschuwelijk, verfoeilijk; Abominate, əbomineit, verfoeien, verafschuwen; Abomination, afschuw; schanddaad: He is my abomination = ik walg van hem; To hold in abomination = verafschuwen.

Aboriginal, abəridžin’l, oorspronkelijk; subst. oorspronkelijke bewoner; dier of plant eigen aan een land.

Aborigine(s), abəridžinî(z), oorspronkelijke bewoner(s) van een land.

Abort, əböt, ontijdig bevallen, rudimentair blijven; adj. Abortient; Abortion, əböš’n, misgeboorte, ontijdige geboorte: Forced abortion = vruchtafdrijving; Abortive = ontijdig, onvoldragen, rudimentair, onrijp; subst. afdrijvend middel; Abortiveness = mislukking.

Abound, əbaund, overvloedig zijn, wemelen van: To abound in one’s own sense = halsstarrig vasthouden aan eigen meening.

About, əbaut, omstreeks: I am about it now = er mee bezig; Be quick about it = maak voort; To bring about a great change = teweegbrengen; To come about = gebeuren; Go about your work = ga aan; I have no money about me = bij mij; He is about to go there = op het punt; What is all that noise about? = waarover is? When papa is not about, he will smoke = niet thuis is; That is all about it = en daarmee is het uit; Look about you = zie om u heen, neem u in acht; The books were lying all about = lagen overal te slingeren; The ship put about = wendde; He stopped and turned about = keerde zich om; You have walked two miles about = omgeloopen; Much ado about nothing = veel geschreeuw en weinig wol; You have been very good about it = je goed gehouden; Left, Right about = links, rechts zwenken; What about your friend? = hoe staat het met? About it = er op los! You are about right = gij hebt vrij wel gelijk; A man about town = roué; iemand, die veel uitgaat.

Above, əbɐv, prep., adv. en adj. boven, meer dan, omhoog: He is above following advice = te trotsch om; He doesn’t mean to marry above him = boven zijn stand; The above observations = bovengenoemde; Above the rest = bovenal; Above board = eerlijk, oprecht, openhartig; Above ground = levend, onbegraven; Above par = boven pari, duur.

Abracadabra, abrəkədabrə, tooverwoord; soort amulet; wartaal.

Abradant, əbreid’nt, adj. wrijvend, slijpend; subst. wrijf-, slijppoeder; Abrade = afwrijven, afschaven; beschadigen; His shins were abraded = waren geschaafd.

Abraham, eibrəham, Abraham: To sham Abraham = ziekte of ellende voorwenden; In Abraham’s bosom = in Abraham’s schoot; dood; Abraham men = krankzinnige bedelaars uit de Abraham Ward in het Bethlehem (Bedlam) Hospital, die op bepaalde dagen mochten gaan bedelen; bedelende vagebond; Abram = Abraham.

Abrasion, əbreiž’n, afslijting, afwrijving, afschaving.

Abreast, əbrest, naast elkander: Abreast of the newest discoveries, the times = op de hoogte van; To keep abreast of = op de hoogte blijven; To walk four abreast = vier op eene rij.

Abridge, əbridž, verkorten, bekorten, samentrekken, te kort doen: He was abridged of his rights = verkort in; Abridger, maker van een Abridgment = uittreksel.

Abroach, əbroutš: To set abroach = aansteken (van een vat).

Abroad, əbrôd, buiten, buitenshuis, buitenslands: To be all abroad = het geheel mis hebben, geheel in de war (van slag) zijn; It is all abroad = overal bekend; The schoolmaster is abroad = het onderwijs geniet (en eischt) alle aandacht; Stories get abroad = de menschen beginnen er over te praten; Who has set it abroad? = het ruchtbaar gemaakt? He does not stir much abroad = hij komt niet veel de deur uit; To take one’s grievances abroad = te koop loopen met.

Abrogate, abrəgeit, afschaffen, intrekken (van wetten); Abrogation, afschaffing, opheffing.

Abrupt, əbrɐpt, steil, plotseling, onverwacht, ruw, barsch; subst. Abruptness.

Abscess, absəs, zweer, gezwel.

Abscond, abskond, met de noorderzon vertrekken; zich verschuilen; Absconder = vluchteling.

Absence, abs’ns, afwezigheid: On leave of absence = met verlof; Absence of mind = verstrooidheid; To be conspicuous for one’s absence = schitteren door afwezigheid; Absent, abs’nt, afwezig, verstrooid: Long absent, soon forgotten = uit het oog, uit het hart; The absent is in the wrong = de afwezige; I am too absent to drive a cab in London = te verstrooid, sufferig; Absent-minded = verstrooid; Absent verb. Absent, absent, (zich) verwijderen, wegblijven; Absentee, abs’ntî, subst. en adj. afwezig(e), niet op zijne bezittingen wonend(e); Absenteeism, het niet wonen op zijne goederen.

Absinthe, absinth, alsem, absinth; Absinthial, Absinthian, Absinthic = alsemachtig; Absinthiate, əbsinthieit, met alsem mengen.

Absolute, absəl(j)ût, adj. onvoorwaardelijk, onbegrensd, volslagen, volstrekt: The Absolute = het absolute; subst. Absoluteness; Absolution, absəl(j)ûš’n, absolutie, vrijspraak; Absolutism, absəl(j)utizm, absolutisme; Absolutist = absolutist; Absolutory = vrijsprekend.

Absolve, absolv of abzolv, vrijstellen, vergeven, vrijspreken: He absolved me from my promise = ontsloeg mij van.

Absonant, absən’nt, wanklinkend, ongerijmd = Absonous.

Absorb, absöb, opslorpen, opzuigen, geheel in beslag nemen: Absorbed in thought, in study = verdiept; Absorbability = absorptievermogen; Absorbable = opzuigbaar; Absorbent, absorbeerend; absorb. stof, bloedstill. middel; Absorption = absorptie, verdiept zijn; zuiging: Absorptive, absorbeerend.

Absquatulate, abskwotjuleit, er vandoor gaan, uitsnijden (Amer.).