Dramas in de wolken: Luchtreizen en luchtreizigers De Aarde en haar Volken, 1875

Part 3

Chapter 3 3,771 words Public domain Markdown

De heer Sivel, een onzer beroemdste luchtreizigers, die bij den tocht met den _Zenith_ zoo jammerlijk aan zijn einde kwam, heeft meermalen luchtreizen boven de zee ondernomen, en een middel gevonden om de kansen op een ongeluk zooveel mogelijk te verminderen. Hij hechtte aan zijn schuitje een lang touw, aan het uiteinde voorzien van een soort van grooten linnen zak, die zich met water vult, daardoor den luchtbol tegenhoudt, en den reiziger de gelegenheid geeft om, in betrekkelijke veiligheid, de komst van een vaartuig af te wachten. Zoo de reiziger zijn tocht wenscht voort te zetten, kan hij, door middel van een touwtje, onder aan den zak bevestigd, dezen omkeeren en laten leeg loopen.

Den 19_den_ Augustus 1874 is de heer Sivel, die reeds vroeger, in de golf van Napels, met goed gevolg zijn toestel had gebruikt, te Kopenhagen opgestegen, met een sterken noordwestenwind, die het mogelijk maakte een poging te beproeven, om over de Sund naar Zweden te komen. Maar omstreeks het midden der zeeëngte draaide de wind naar het noorden. De heer Sivel is niet alleen: drie passagiers hebben den tocht mede willen maken: hij mag zich dus niet moedwillig aan het gevaar blootstellen. Hij opent de veiligheidsklep van zijn ballon; hij nadert de zee; werpt zijn touw uit, voorzien van den ankerzak; deze vult zich met water; de ballon blijft gevangen boven de golven zweven. Zoo worden de reizigers, ongeveer een uur lang, door de bries heen en weder gewiegd, op eene hoogte van omstreeks honderd el boven de zee.

Weldra klieven twee loodsbooten de golven, vergezeld van drie visschersschuiten; de zeelieden grijpen de touwen, die uit het schuitje van den ballon hun worden toegeworpen; zij trekken het gevaarte naar beneden, tot op het dek van het schip; daar wordt de ballon opengescheurd en aanstonds geledigd; de reizigers keeren naar land terug, en besluiten aldus hunne luchtvaart met een zeetochtje.

Zoo als men ziet, is deze wijze van nederdaling in zee zeer eenvoudig, zeer afdoende en zeer praktisch. Welke verbeteringen zouden onze ballons niet kunnen ondergaan, indien onze wetenschappelijke mannen, onze ingenieurs, zich eens ernstig met dit onderwerp wilden bezighouden! Niet alleen moeten de ballons ons de wetten doen kennen, die de bewegingen van den luchtoceaan beheerschen; niet alleen moeten zij een nieuw licht werpen op onze kennis van de atmosfeer; maar zij kunnen ook eene gewichtige rol spelen bij de verdediging des lands. Welke vorderingen ook de wetenschap der aërostatiek in de toekomst maken moge, niet licht zullen de diensten vergeten worden door de luchtballons tijdens het beleg van Parijs bewezen.

Evenmin zullen de geïmproviseerde koeriers van de toenmalige luchtpost hunne tochten boven de pruissische liniën vergeten. Voor mij althans wischt zich de herinnering mijner vroegere luchtreizen uit, bij de gedachte aan mijn vertrek uit het belegerde Parijs, in het schuitje van den kleinen ballon de _Céleste_, waarmede ik, den 30_sten_ September 1870, opsteeg, zonder eenig ander gezelschap dan drie postduiven.

Eenige dagen te voren had de heer Duruof de luchtpostdienst geopend, door met zijn ballon de _Neptune_, van de place Saint-Pierre, te Montmartre, op te stijgen. De volgende dagen waren nog twee ballons opgestegen. Ook ik werd aangewezen, en ik verliet de gasfabriek van Vaugirard, bij het bulderen der kanonnen, dat uit de verte als een doffe donder weerklonk.

Mijn ballon steeg langzaam omhoog. Het duurde een poos, eer ik de gasfabriek van Vaugirard en de groep mijner vrienden, die mij met de hand groeten, uit het oog verlies; ik wuif in antwoord met mijn hoed; maar weldra breidt de horizon zich uit. In al zijne uitgestrektheid ligt Parijs, ernstig, plechtig, onafzienbaar, diep beneden mij; de bolwerken der fortificatiën vormen als een krans om de groote stad; dáár, dicht bij Vaugirard, bespeur ik den rook der batterijen, wier machtig dof gebrul, als een akelige lijkzang, mijne ooren treft. De forten van Issy en Vanves zien er uit als vestingwerken in miniatuur; weldra zweef ik over de Seine, boven het eiland Billaucourt.

Het is tien minuten voor tien uur in den morgen. Ik bevind mij op eene hoogte van duizend el; ik kan mijne oogen niet afwenden van het hartverscheurend schouwspel beneden mij, waarvan de herinnering nimmer, uit mijn geheugen wijken zal. Ik herken ze niet meer, die lachende, levendige, bevallige omstreken van Parijs; die Seine, steeds door tallooze vaartuigen doorkruist, wier wateren spatten onder den maatslag der riemen. Wat ik nu zie, is een woestijn, een naakte, treurige, huilende wildernis. Geen wandelaar of reiziger op de wegen, geen enkel rijtuig, geen enkele spoortrein. De vernielde bruggen maken den indruk van verlaten ruïnen. De eenzame Seine stuwt treurig hare wateren voort door de verwoeste velden. Niets, niets, niets; de verlatenheid van het kerkhof. Het kost eenige moeite, zich voor te stellen dat daar binnen die muren werkelijk twee millioen menschen als gevangenen leven.

Weldra voert de wind mij over Versailles: en het tooneel verandert nu eensklaps. Eene menigte volks beweegt zich door de straten der stad, in den tuin van het kasteel; aan alle kanten vertoonen zich pruissische soldaten. Met mijn verrekijker gewapend, zie ik de officieren, die uit Trianon komen en hunne lorgnetten op mij richten. Het hart klopt mij van toorn en verontwaardiging, als ik de duitsche uniformen zie op het Tapis-Vert, op dat prachtige grasperk, sedert de dagen van Lodewijk XIV, door alle beroemde mannen van Frankrijk betreden.

Verder zie ik een pruissisch kamp, verscholen in het midden van een bosch, waarvan men de boomen heeft omgehouwen om ruimte te verkrijgen voor leemen hutten, tot verblijf voor de soldaten bestemd, die door het dichte gebladerte aan het oog der bespieders worden onttrokken, maar niet verborgen kunnen zijn voor dat van den luchtreiziger, die hen uit de wolken gadeslaat. Men richt eenige geweerschoten op mij; maar ik zweef hoog in de lucht, zestienhonderd el boven den grond: eene hoogte, waarop de kogels van het naaldgeweer niet bijster te vreezen zijn. Mijn broeder, die ook, op den 14_den_ October 1870, met een ballon uit de belegerde stad is opgestegen, is mede over zulk een pruissisch kamp heengegaan, dat in het woud van Armanvillers was opgeslagen. Hij heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt, om haastig een schets van het tooneel te ontwerpen.

Welhaast begon het te Parijs aan bekwame en ervaren luchtreizigers te ontbreken. Men nam toen zijne toevlucht tot bereidvaardige mannen, tot kloeke zeelieden, tot ondernemende jongelui, die den moed hadden een luchtreis te aanvaarden, zonder immer de kunst der aërostatiek geleerd te hebben, en die er toch niet tegen opzagen de benauwde stad te verlaten, somwijlen bij fellen wind, en zeer dikwijls te midden der nachtelijke duisternis: dit laatste ten einde te beletten dat de vijand de richting van den ballon waarnam, en hem, door het vooruitzenden van telegrammen, bij zijne nederdaling liet opwachten.

Het is niet te verwonderen, dat, onder zulke omstandigheden, veelvuldige ongelukken zijn voorgekomen.

De ballon _Bretagne_, met den heer Cuzon, werd bij zijne nederdaling te Verdun door den vijand overmeesterd; de reizigers werden gevangen genomen en zeer ruw bejegend. De _Galilée_, met den heer Husson, de _Daguerre_, vielen evenzeer in 's vijands handen; de _Ville de Paris_, met de heeren Delamarne en Morel, de _Général Chanzy_, met den luchtreiziger Werrecke, die in Duitschland nederkwamen, ondergingen natuurlijk hetzelfde lot. Van de vier-en-zestig postballons, die gedurende het beleg uit Parijs zijn opgestegen, hebben de Pruissen er echter niet meer dan vijf opgevangen; maar de geweldige wind was dikwijls voor deze luchtpost zeer noodlottig.

De matroos Prince en de soldaat Lacaze, van Parijs vertrokken, de eerste ten elf uur des avonds van den 30_sten_ November 1870, de ander ten drie uur in den morgen van den 27_sten_ Januari 1871, werden naar den Atlantischen oceaan gevoerd; enkele verschrikte toeschouwers hebben hen van verre, naar de zijde der zee, zien verdwijnen, helaas! om nooit meer terug te keeren. Niemand zal immer te weten komen, op welk punt de golven van den oceaan zich boven deze twee martelaren hunner toewijding aan het vaderland hebben gesloten; niemand, hoe lang en bang hun doodstrijd is geweest!

Andere luchtreizigers, gedurende het beleg opgestegen, zijn niet dan door een wonder aan den dood in de golven ontsnapt. Den 30_sten_ November 1870, bij het aanbreken van den dag, bespeuren de heeren Martin en Ducauroy, den vorigen avond ten half twaalf vertrokken, dat hun ballon boven de zee zweeft, en dat zij naar den Atlantischen oceaan gevoerd worden. Maar weldra vertoont zich een klein eiland te midden der golven: Belle-Ile en-Mer. De luchtreizigers laten zich op dat eiland neder, wat niet zonder moeite en gevaar gelukt, en zij komen te recht dicht bij het huis, waar generaal Trochu geboren werd. Eenige dagen vroeger was een andere ballon nedergedaald aan de uiterste punt van Noord-Holland.

Maar de zonderlingste tocht, gedurende het beleg van Parijs in een ballon volbracht, is zeker wel die van de heeren Rolier en Bezier, die beiden nieuwelingen in het vak waren. Den 24_sten_ November, des avonds ten elf uur veertig minuten, stegen de beide reizigers, met den post-ballon de _Ville d'Orléans_, te Parijs op. Bij het opgaan der zon bemerken zij, tot hun onuitsprekelijken schrik, dat zij boven de zee drijven. Vergeefs laat Rolier den ballon naar de oppervlakte der wateren dalen, vergeefs roept hij om hulp: een schip poogt den ballon te bereiken, maar deze wordt in de lucht vrij wat sneller medegevoerd, dan zich het schip door het water bewegen kan: hij verwijdert zich al verder en verder: alle hoop op redding schijnt vervlogen, en de beide luchtreizigers meenen niet anders dan dat hun laatste uur gekomen is. Inmiddels verdikken zich op nieuw de wolken en nevels; tevens raakt de voorraad ballast uitgeput. De luchtreizigers zijn verplicht, want de ballon daalt met toenemende snelheid, een zak met depèches over boord te werpen. De luchtbol, daardoor zestig pond lichter geworden, verheft zich eensklaps, en de stroomingen in de bovenlucht drijven hem naar het noorden, op eene hoogte van ruim drieduizend el, te midden van dichte wolken, die weldra tallooze ijskegels doen ontstaan. Het duurt niet lang of de geheele oppervlakte van den ballon is met ijs overdekt, en door dit steeds toenemend gewicht wordt hij onwederstaanbaar naar beneden getrokken. Nu schijnt het voor goed gedaan. Maar in lager streken gekomen, worden de wolken dunner en doorzichtiger: en tot hunne onuitsprekelijke verbazing zien de beide luchtreizigers onder zich een onmetelijk dennenwoud, stralende in al de pracht van smettelooze sneeuw. De luchtbol daalt neder midden in eene wijde vlakte, met eene dikke laag sneeuw bedekt. Zoo als later bleek, waren de reizigers in het hart van Noorwegen, driehonderd-vijftig mijlen ten noorden van Christiania, zestienhonderd-vijftig mijlen ten noorden van Parijs: zij hadden dien ontzaglijken afstand in veertien uren afgelegd: dat wil zeggen, met eene snelheid van honderd-twaalf mijlen in het uur!

Hoewel de ballons het mogelijk gemaakt hebben, gedurende het beleg van Parijs, de gemeenschap met het overige des lands te onderhouden, hadden zij toch niet minder gewichtige diensten kunnen bewijzen als zoogenoemde vaste of gevangen ballons, bestemd om aan de voorposten, van uit de lucht de bewegingen des vijands gade te slaan. Terwijl het leger van de Loire te Orleans werd georganiseerd, werd een kompagnie van militaire luchtreizigers (_aérostiers_) opgericht. Duruof en Bertaux kregen last, den eersten militairen ballon te vullen. Mijn broeder en ik voegden ons weldra bij hen, en wij ontvingen bevel, onzen ballon, geheel gevuld, naar de voorposten van het kamp van Chilleurs over te brengen. Honderd-vijftig mobielen hielden de vier touwen vast, waardoor de luchtbol verhinderd werd op te stijgen. In het schuitje gezeten, bestuurden wij deze manoeuvre van eene nieuwe soort. Het kamp van Chilleurs was ver weg; de wind was hevig en ons tegen; het vervoer kon niet dan zeer langzaam geschieden. Het werd nacht; de maan kwam op. Enkele boeren kwamen toeloopen, en beschouwden met verbazing den ballon, wiens donkere massa zich reusachtig afteekende tegen den helderen nachtelijken hemel, en die met inspanning van alle krachten werd voortgetrokken door eenige groepen mannen, aan de touwen hangende, die van het schuitje afdaalden.

Na zeer veel moeite en inspanning werd de ballon, door een kouden ijzigen wind, in stukken gescheurd: al onze arbeid was dus vergeefs geweest. In allerijl werd nu een tweede ballon gevuld, en gereed gehouden om te vertrekken, met den ballon van Duruof. Deze ballons werden, bij de inneming van Orleans, nog maar te nauwernood uit 's vijands hand gered. In het laatste uur werden zij haastig, met de luchtreizigers, in een spoorwegwagon naar Mans en verder naar Laval gebracht--helaas! slechts om getuigen te zijn van nieuwe rampen....

V.

Wij eindigen met een verslag van den noodlottigen tocht met den _Zenith_, waarop de heeren Sivel en Crocé-Spinelli hun leven verloren.

Den 15_den_ April 1875, ten elf uur, vijf-en-dertig minuten in den voormiddag, steeg de ballon de _Zenith_ aan de gasfabriek van la Villette, omhoog; Crocé-Spinelli, Sivel en ik hadden in het schuitje plaats genomen. Drie kleine ballons, met een mengsel van 70 deelen lucht op 100 deelen zuurstof gevuld, waren aan den hoepel bevestigd. Aan het ondereinde van elk dezer ballons bevond zich een gomelastieken buis, die door een met aromatisch vocht gevulde flesch liep. Deze toestel moest dienen om de reizigers, in de hoogere streken van den dampkring, van het voor het leven noodige verbrandend gas voorzien. Een groote aspirator of luchtbuis, met essence van petroleum gevuld, die ook bij het dalen der temperatuur niet bevriest, hing buiten aan het schuitje; ter hoogte van drieduizend el zou die aspirator in vertikale richting worden vastgezet, om in de met potasch gevulde buizen, die koolstof moeten leveren, versche lucht te voeren. Sivel had binnen het bereik zijner hand eenige zakken met ballast vastgemaakt, die zich van zelven ledigden, wanneer men het touwtje doorsneed, dat ze tegenhield. Onder aan het schuitje had men een dikke stroomatras bevestigd, om bij het nederkomen den schok te verminderen. Crocé-Spinelli had zijn fraaien spectroskoop medegenomen, die bij de vorige reis met den ballon de _Zenith_ zulke uitmuntende diensten had bewezen. Aan de touwen van het schuitje had men twee aneroïde-barometers opgehangen, die des morgens onder de luchtpomp waren nagezien, en waarvan de eerste de drukking aanwees van eene hoogte van 0 tot 4000 el, de tweede die van 4000 tot 9000 el. Nevens deze instrumenten hingen: een met rooden alkohol gevulde thermometer, die de daling der temperatuur aanwees tot -30°; en nog een thermometer voor minima en maxima, die door middel van een aan de veiligheidsklep bevestigd touw, naar believen in de gasmassa kon worden op- en nedergehaald. Daar boven hingen, in eene verzegelde doos, acht barometerbuizen, goed in zaagsel ingepakt, en bestemd om bij de terugkomst, de juiste aanwijzing te geven der hoogte, die de reizigers hadden bereikt. Kaarten, kompassen, kijkers, enz. voltooiden het wetenschappelijk materieel der expeditie.

Men vertrekt; men stijgt, omstraald door vroolijk licht, het zinnebeeld van blijdschap, van hoop!...

Drie uren na ons vertrek, zouden Sivel en Crocé-Spinelli levenloos in het schuitje worden wedergevonden! Boven de hoogte van 8000 el gestegen; hebben deze moedige priesters der wetenschap den dood door verstikking gevonden! Hun reisgenoot, als door een wonder aan den dood ontsnapt, wil een oogenblik zijne smart vergeten, en de pijnlijke herinneringen, die in zijn geest oprijzen, verbannen, om te verhalen hetgeen hem bekend is van het lot zijner beide tochtgenooten.

De opstijging geschiedde aanvankelijk met eene snelheid van omstreeks twee el in de sekonde: welke snelheid der hoogte van 3500 el eenigszins verminderde, om ter hoogte van 5000 el weder toetenemen, ten gevolge van het voortdurend uitwerpen van ballast, en ook van de werking der brandende zonnestralen. Reeds aanstonds na ons vertrek, had Sivel de voorzorg genomen, het ankertouw te laten zakken, en alles in gereedheid te brengen voor het nederdalen. Nauwelijks zijn wij op 300 el boven den grond, of hij roept op vroolijken toon: "Ziezoo, mijne vrienden, nu zijn wij op weg! Ik ben recht in mijn schik!" En een weinig later, terwijl hij een blik wierp op den zwellenden ballon boven het schuitje: "Zie, hoe goed de _Zenith_ gevuld is, hoe mooi hij is!"

Ter hoogte van 4300 el begonnen wij zuurstof in te ademen; niet omdat wij er reeds behoefte aan gevoelden, tot dit gasachtig mengsel onze toevlucht te nemen, maar alleen om ons te overtuigen, dat onze toestellen, overeenkomstig de voorschriften van den uitvinder, den heer Paul Bert, ingericht, naar behooren konden werken.

Ik moet hier de opmerking bijvoegen, dat mijn geliefde en diep betreurde vriend Crocé-Spinelli er met kracht op had aangedrongen, dat ik deel zou uitmaken van den tocht naar de hooge streken van den dampkring, dien hij eerst met Sivel alleen zou hebben ondernomen. De heeren Hervé-Mangon, president der _Société de navigation aérienne_, en Hureau de Villeneuve, secretaris-generaal, hadden daar veel tegen: trouwens om geen andere reden, dan omdat Sivel dan geen genoegzame hoeveelheid ballast zou kunnen medenemen, terwijl mijne tegenwoordigheid de zwaarte van den ballon vermeerderde. Men had echter aan den aandrang van Crocé-Spinelli toegegeven.--"Mijn vriend Tissandier, zeide Crocé tot mij, weinige dagen na de eerste opstijging van den _Zenith_; wees gerust; gij zult met ons gaan. Ik laat u niet los. Bij een tocht naar zulke groote hoogten, moeten wij met ons drieën zijn, om te beter de resultaten te kunnen constateeren. En wie weet? er kan een ongeluk gebeuren. Zes armen zijn beter dan vier. Bovendien moet ook gij de zuurstof inademen, om met ons te kunnen verklaren dat dit helpt en volstrekt noodig is".--Ten een uur twintig minuten, op eene hoogte van 7000 el, heb ik dit mengsel van lucht en zuurstof ingeademd, en inderdaad voelde ik de afmatting die mij begon te overweldigen, wijken en mijn gansche wezen als op nieuw bezield.

Op deze hoogte begon Sivel, die eene ongewone mate van physieke kracht bezat en van een sanguinisch gestel was, bij tusschenpoozen de oogen te sluiten, te verbleeken en zelfs in te dommelen. Maar hij wilde aan die zwakheid niet toegeven: met eene uitdrukking van wilskracht richtte hij zich weder op, en begon ballast uit te werpen om nog hoogere streken te bereiken. Het vorige jaar had hij, met Crocé-Spinelli, eene hoogte van 7300 el bereikt; ditmaal wilde hij tot 8000 el stijgen; en wanneer Sivel iets wilde, liet hij zich niet licht in de volvoering van zijn plan stuiten.

Crocé-Spinelli had zijne oogen onafgewend op den spectroskoop gevestigd, terwijl ik nauwkeurig aanteekening hield van de aanwijzingen van den thermometer en den barometer. De thermometer wees eene voortdurende daling der temperatuur aan, tot op 3200 el; tusschen de 3200 en 3700 el steeg zij eenigszins, om dan weder geleidelijk af te nemen van 4000 tot 7000 el en hooger. Op 7000 stond de thermometer -10°.

Voor de eerste maal hebben wij, met groote nauwkeurigheid, de inwendige temperatuur van den ballon waargenomen; en de door ons verkregen resultaten schijnen mij van veel gewicht. Toen wij op eene hoogte van 4600 tot 5000 el zweefden, en de temperatuur der omringende lucht 0° was, wees de thermometrograaf aan dat de temperatuur van het gas in den ballon, in het midden 19°, en bij de veiligheidsklep 22° bedroeg. Op 5300 el was de temperatuur in den ballon in het midden 23°, terwijl de buitenlucht -5° aanwees. Eindelijk bleef de thermometer in den ballon op het oogenblik onzer bezwijming. Wij hebben hem, na de nederdaling, ongeschonden gevonden; hij was gerezen tot 23°. Dit aanmerkelijk verschil tusschen de temperatuur van het gas in den ballon en de lucht waarin hij zweeft, verklaart het snelle stijgen van het luchtschip in de hooge sferen, en ook zijn ijlings nederdalen, zoodra hij lagere luchtstreken heeft bereikt.

Ik ben nu genaderd tot het noodlottig oogenblik, waarop de verderfelijke invloed van de verdunning der lucht, of liever van het gebrek aan zuurstof--een gevolg van de afnemende drukking--zich ook op ons zou doen gevoelen. Wij hadden eene hoogte van 7000 el bereikt, en stonden allen in het schuitje; Sivel, een oogenblik als verstijfd, is weder bijgekomen; Crocé-Spinelli staat onbewegelijk tegenover mij. "Zie, zegt hij, hoe fraai die wolken zijn." En inderdaad, het schouwspel, dat zich voor onze blikken ontrolde, was prachtig. Vederwolken (cirrhus), verschillend van gedaante, nu eens lang uitgestrekt, dan weder vlokkig of eenigszins op elkander gestapeld, vormden rondom den ballon een wijden kring van schitterend zilver wit. Als men zich over den rand het schuitje boog, bemerkte men, evenals op den bodem van een eindeloos diepen put, waarvan de wolken de wanden vormden, de oppervlakte der aarde. De hemel was helder blauw; de brandende zon blakerde ons bijna het gezicht. Inmiddels begon de koude haar invloed te doen gevoelen, en reeds hadden wij onze reisdekens omgeslagen. Ik was verstijfd; mijne handen waren ijskoud en als bevroren. Ik wilde mijne pelshandschoenen aantrekken; maar, hoewel ik zelf dit niet bespeurde, was ik toch niet in staat, ze uit mijn zak te krijgen.

Desniettemin ging ik, op eene hoogte van 7000 el nog altijd, zij het ook bijna werktuigelijk, voort, aanteekeningen in mijn zakboekje te maken; ik neem daaruit de volgende regels over, die ik moet geschreven hebben, zonder dat mij nu te kunnen herinneren; zij zijn blijkbaar, met eene sterk bevende, geheel verkleumde hand en bijna onleesbaar geschreven.

"_Mijne handen zijn bevroren. Ik ben wel. Wij zijn goed op gang. Nevel aan den horizon met kleine ronde vederwolken. Wij stijgen. Crocé blaast. Wij ademen zuurstof in. Sivel sluit de oogen. Crocé sluit ook de oogen. Ik ledig den aspirator. Temp_. -10°; 1 _uur_ 20 _min. H._ 320. _Sivel is ingedommeld_.... 1 _uur_ 23 _min. temp_. -11° _H_. 300. _Sivel werpt ballast uit. Sivel werpt ballast uit."_ (Die laatste woorden zijn bijna niet leesbaar).

Sivel, die eenige oogenblikken, onbewegelijk en als in gepeins verzonken, had gestaan, nu en dan de oogen sluitende, had zich eensklaps herinnerd dat hij de grenzen wilde overschrijden, die de _Zenith_ nu bereikt had. Hij richt zich weder op; zijn sprekend gelaat neemt eene ongewone uitdrukking aan; hij wendt zich tot mij, met de vraag "Welke drukking?--300 millim. (ongeveer 7450 el hoogte).--Wij hebben veel ballast; zal ik nog wat uitwerpen?--Doe zooals gij wilt", antwoord ik hem. Hij keert zich naar Crocé en herhaalt dezelfde vraag; Crocé knikt van ja, met een zeer sterk gebaar.

In het schuitje waren minstens nog vijf zakken ballast, en er hingen omstreeks evenveel aan den buitenkant. Deze laatsten waren echter niet meer geheel vol. Sivel neemt zijn mes, en snijdt achtervolgens drie touwen door: de drie zakken loopen ledig, en wij gaan snel omhoog. Dit oogenblik is het laatste, dat ik mij nog duidelijk herinner. Crocé-Spinelli was gezeten met den flakon van het zuurstofgas in de hand: hij hield het hoofd een weinig gebogen en scheen benauwd. Ik had nog de kracht, met den vinger tegen den aneroïde-barometer te kloppen, om de beweging van den wijzer te vergemakkelijken; Sivel had de hand ten hemel geheven als om ons den weg te wijzen naar de hoogere streken van de atmosfeer. De plaat op bladz. 260 stelt, zoo getrouw mogelijk, dit indrukwekkend oogenblik voor.