Dramas in de wolken: Luchtreizen en luchtreizigers De Aarde en haar Volken, 1875
Part 2
Voorzeker schijnt het niet het rechte middel om deze beangste gemoederen gerust te stellen, wanneer men hen wijst op de ongelukken aan luchtreizigers overkomen, die nu eens in de zee verzwolgen, dan door den storm medegevoerd, straks in de wolken door het vuur verteerd, of van duizelingwekkende hoogte te pletter zijn gestort. Toch mogen wij de opmerking niet weerhouden, dat het aantal luchtreizen, sedert de uitvinding der ballons, zeer aanzienlijk is, en ongeveer twintigduizend bedraagt; daarentegen is het aantal ongelukken betrekkelijk gering. Wij durven beweeren, en zouden dit met cijfers kunnen bewijzen, dat, op een gelijk getal reizen, het aantal schipbreuken in de lucht veel minder is dan dat der schipbreuken in zee, veel minder zelfs dan dat der spoorwegongelukken. En wij mogen daarbij voegen, dat, buitengewone omstandigheden daargelaten, de ongelukken op de luchtreis bijna altijd het gevolg zijn geweest van onwetenheid, onbekwaamheid, of roekelooze en eigenzinnige vermetelheid.
Bij voorbeeld. Ten vorigen jare, ter gelegenheid van zijn kroningsfeest, wilde de Koning van Siam zijne hovelingen onthalen op het voor hen zeker ongewone schouwspel der opstijging van een luchtbol. Hij had van Parijs een ballon laten komen, die in zijne tegenwoordigheid werd gevuld. Maar toen de ballon gereed was om op te stijgen, was er niemand te vinden, die den tocht kon of durfde medemaken om den luchtbol weder veilig terug te brengen. De Koning liet daarop een armen, ter dood veroordeelden slaaf halen, en gelastte hem, in het schuitje plaats te nemen. De ongelukkige ging in de mand zitten, juist zoo als hij het hoofd zou hebben gebogen voor het zwaard van den scherprechter. De ballon, nu van de touwen losgemaakt, vloog pijlsnel de lucht in.... Is het te verwonderen, dat de slaaf, aldus de oneindige ruimte ingeslingerd, zonder ballast, zonder voorraad, zonder touwen, zonder eenig begrip van de aërostatiek, voor immer verdween?
Meermalen hebben Europeanen zich, moedwillig en tegen beter weten in, aan hetzelfde gevaar blootgesteld.
In datzelfde jaar 1874 steeg een koorddanser, Braquet genaamd, te Bordeaux op, daarbij kunsten makende op een trapèze, aan een _montgolfière_ opgehangen. Eenige honderde ellen hoog gestegen, laat hij los, en de ongelukkige valt met ijlende en steeds toenemende snelheid naar beneden, tot hij op den grond terecht komt, waar hij verpletterd wordt. Is zulk een ongeluk te wijten aan het voertuig of aan den roekeloozen stuurman?
Neen, zoowel op grond mijner eigene ervaring als van hetgeen mij omtrent andere luchtreizen bekend is, durf ik de verzekering geven, dat de ballon geen gevaarlijk voertuig is. Mits het door eene ervaren en voorzichtige hand bestuurd worde, is het lichte luchtschip integendeel volgzaam en veilig. Zachtkens medegevoerd door de onzichtbare golven van den dampkring, zweeft het boven steden, wouden en velden; het wiegt zich, in plechtige stille eenzaamheid, in de hooge streken, vanwaar het oog nederziet op de prachtige damp- en nevelgroepen, als veder- of laagwolken, in duizenderlei gestalte, in de lagere luchtlagen drijvende; het rijst of daalt, naar de begeerte van den meester. Een handvol uitgeworpen ballast verwijdert het van de oppervlakte der aarde; eenige ponden gas, door de veiligheidsklep uitgelaten, voeren het zonder schokken naar de aarde terug; en ondanks den wind, geschiedt de landing zonder eenige moeite, indien het sleeptouw en het anker voldoenden weerstand kunnen bieden. Eene zaak valt echter niet te loochenen: een tocht door de lucht kan evenmin zonder eenig gevaar hoegenaamd zijn, als een tocht op het water of op het vasteland.
Tot de meest gewone ongevallen van een luchtreis behooren ook die, welke op het oogenblik zelf van het vertrek plaats grijpen, wanneer de luchtreiziger de stijgkracht van den ballon niet goed berekend heeft.
Ik was zelf eenmaal getuige van zulk een onheil. Mijn broeder had, met een zijner vrienden, juist plaats genomen in het schuitje van den luchtbol _l'Union_, die den 7 Maart 1869 aan de gasfabriek van la Villette te Parijs was gevuld. Op het oogenblik, toen de luchtreiziger het bekende _Laat los!_ roept, stijgt de ballon, van te veel ballast voorzien, niet hooger dan ongeveer een el boven den grond; de wind grijpt hem aan en werpt hem, in horizontale richting, tegen een der gasmeters van de fabriek; hij scheurt aanstonds, en wordt met kracht ter zijde geworpen, midden in een laan; hij glijdt een honderd el ver langs den grond, en scheurt eindelijk geheel open. Toen de toeschouwers zagen dat de ballon niet opsteeg, wilden sommigen, bevreesd voor een ongeluk, hem vasthouden. Een der werklieden van de gasfabriek en een ander toeschouwer werden door den ballon, dien zij niet konden tegenhouden, medegesleept en vervolgens met geweld tegen den grond geworpen: gelukkig kwamen zij er met den schrik en enkele kleine kwetsuren af.
Is de ballon eenmaal in den dampkring opgestegen, dan zijn er geen ernstige gevaren meer te duchten. Hij verplaatst zich tegelijk met de omringende luchtmassa, waarvan hij zelf mede deel uitmaakt, zonder dat men in het schuitje eenigen wind of eenige beweging, welke ook, voelt. Evenals eene in zee drijvende boei, kan de ballon noch omkantelen, noch zich tegen eenig voorwerp stooten; en hoe snel de vaart ook soms moge zijn, de reiziger ondervindt geen andere gewaarwording dan die van volstrekte onbewegelijkheid, van volkomen rust en kalmte: een indruk, nog versterkt door de aangrijpende stilte der hoogere luchtstreken, waar, boven de drieduizend el, geen vogel--althans geen onzer gewone vogels--meer gezien wordt, en tot waar geen enkel geluid van de aarde meer doordringt.
Het oogenblik der opstijging is niet minder treffend, dan dat van het verblijf in den dampkring; langzaam en statig verheft de ballon zich van de aarde, als ware het omhoog getrokken door de zonnestralen, om zich te gaan verliezen in de hoogere sferen der opeengestapelde wolkgevaarten. Maar, het moet gezegd, zoo deze wolkgevaarten voor het oog dikwijls een verrukkelijk schouwspel opleveren, kunnen zij toch soms voor den luchtreiziger de oorzaak worden van groote moeilijkheden en bezwaren, zoo als blijken zal uit het verhaal van een onzer luchtreizen, den 9_den_ Februari 1873, aan de fabriek van la Villette begonnen.
De ballon de _Jean Bart_ steeg des voormiddags, ten kwart over elf uur, omhoog, ten aanschouwe van eene zeer groote menigte. Wij waren met ons zevenen in het schuitje. Weldra doorkliefden wij de wolkenlaag, die zich in den dampkring uitstrekte.
Ons sleeptouw raakt al spoedig die dichte wolkenmassa: het buigt zich in schuine richting, als medegevoerd door dien stroom van dampen, die zich onder ons voortbeweegt in eene richting, merkelijk van de onze afwijkende. De bovenwind drijft ons naar het zuidwesten; het sleeptouw laat een zichtbaar spoor te midden der wolken na.
De schaduw van onzen ballon teekent zich op dat schitterend wolkenscherm, omgeven van een prachtigen aureool, stralende in de zeven kleuren van den regenboog. Deze tooverachtige verschijning duurde drie volle uren achtereen, telkens wisselende van vorm en gedaante, even als de beelden van een kaleidoskoop.
Als wij stijgen, krimpt dit schaduwbeeld in en schijnt zich te verwijderen: daarentegen wint het in omvang, zoo dikwijls het luchtschip de wolkenlaag nadert. Nu eens vertoont zich de stralende aureool alleen om het schuitje; dan weder omgeeft hij den ganschen ballon en omspant hem met een zevenkleurigen krans; straks weder verdwijnt het prachtige lichtverschijnsel tusschen de wolken, om even daarna op een ander punt op nieuw te verschijnen.
Na een verblijf van drie uren te midden van dezen oceaan van licht, na onze meteorologische waarnemingen volbracht te hebben, besluiten wij weder te dalen, om nog een poos onder de wolken, dichter bij den grond, te drijven. Ik houd op met het uitwerpen van ballast, en weldra heeft de ballon lagere streken bereikt; hij nadert de wolkenlaag. Plotseling ondervinden wij eene gewaarwording van doordringende koude, even of wij in ons een kelder bevonden. De thermometer staat weldra op twee graden boven nul; ijskegels vormen zich aan alle zijden rondom ons, op den hoepel, op de touwen, op onze jassen, zelfs in onze baarden. Ik raak met de hand een lang koperdraad aan, dat ik aan het schuitje had opgehangen: een vonk springt daaruit te voorschijn en steekt mij in den vinger. Wij bevinden ons in een ijswolk, gelijk aan die, welke de heer Carral, op een zijner gedenkwaardige tochten, heeft doorsneden. Wij rillen van koude. Ter hoogte van duizend el verlaten wij deze dichte en zware wolklaag, en zien de aarde weder, met sneeuw overdekt. Wij drijven boven la Loupe, op eenige mijlen afstands van Nogent-le-Rotrou.
Het verwondert mij, dat de _Jean Bart_ zoo langzaam daalt, na plotseling zoo sterk te zijn afgekoeld door de aanraking met de ijskristallen. De barometer wijst eene hoogte aan van driehonderd el. Ik meen ook inderdaad dat wij ons op die hoogte bevinden, niet wetende dat wij over het plateau van Montireau zweven, dat, zooals ik later vernam, tweehonderd el boven de oppervlakte der zee ligt.
Ik maak mij gereed, op nieuw ballast uit te werpen, om den ballon in de verlangde richting te houden, toen mijn broeder eensklaps uitroept: "Het sleeptouw raakt den grond!"
Ons touw, dat maar honderd el lang is, glijdt inderdaad over de velden; de uitwerking der samenpersing van het afgekoelde gas doet zich nu in al hare kracht gevoelen. Ik zie de aarde, die met duizelingwekkende snelheid schijnt te naderen. Vergeefs werp ik twee zakken ballast over boord: het is te laat om den val van den ballon te beletten! Haastig snijd ik het touw los dat het anker vasthield.
"Houdt u goed vast!" roept een van ons.
Nauwelijks waren deze woorden gesproken, of wij krijgen een geweldigen schok.... Het schuitje heeft tegen den grond gestooten: de ballon valt op zijde: wij worden in eene onbeschrijfelijke wanorde door en over elkander geworpen. De kracht van den val is zoo hevig, dat mijn vriend, de heer O., buiten de mand wordt geslingerd. In plaats van met ons zevenen, zijn wij nog maar met ons zessen!
De _Jean Bart_, nu van een deel zijner lading bevrijd, maakt een sprong van tweehonderd ellen hoogte: ik breng den ballon weder naar de aarde terug, door de half geopende veiligheidsklep geheel te openen; en gelukkig zie ik nu op den grond onzen uit de wolken gevallen vriend, die weder opstaat en wandelt. Hij is dus gered!
Het waait hard, althans bij vlagen; de ballon sleept zich voort, werpt ons in een appelboom, dien hij geheel verbrijzelt, en slingert ons dan over een boschje heen. Ik houd altijd de veiligheidsklep open. Eindelijk komt de ballon tot rust: nu dringt de wind naar binnen en scheurt weldra den ganschen luchtbol aan flarden. Maar gelukkig is de _Jean Bart_ alleen gewond, de equipage is behouden.
Uit dit verhaal blijkt dat de wolken, omdat zij het gas in den ballon doen afkoelen en aan de oppervlakte, hetzij water, hetzij ijskegels doen ontstaan, èn de stijgkracht verminderen, èn tegelijk het gewicht van den ballon soms niet onbelangrijk vermeerderen. De luchtreiziger moet wel degelijk rekening houden met deze beide verschijnselen, die van onmiddellijken invloed op de daling van den ballon zijn.
Ook gebeurt het wel, dat de luchtreiziger door regen of sneeuw overvallen wordt, die natuurlijk denzelfden invloed uitoefenen. Ten einde deze invloeden te keer te gaan, moet hij een grooten voorraad ballast beschikbaar hebben om dien uit te kunnen werpen. Onweder en bliksem zouden echter de geduchtste vijanden van den luchtreiziger zijn: maar het is stellig niet dikwijls gebeurd dat een ballon zich midden in een donderwolk bevond, terwijl de elektrieke bliksemvonken rondom hem spatten; want zoodra het begint te weerlichten, is het raadzaam zoo spoedig mogelijk naar de aarde terug te keeren. Zeer licht toch zou de elektriciteit het ontbrandbare gas kunnen doen ontvlammen, en de luchtreizigers, dan door niets meer in de oneindige ruimte gedragen, zouden reddeloos naar beneden storten.
Een val is echter in den regel aan andere oorzaken te wijten, en wel, zoo als ik reeds opmerkte, bijna altijd aan de onvoorzichtigheid van den reiziger, of aan het onvoldoende materieel.
La Mountain, in de Vereenigde Staten wel bekend door zijne talrijke luchtreizen, en voornamelijk door een zeer dramatischen tocht, waarop hij bijna in de wateren van het meer Erie verzwolgen was;--La Mountain is aldus op de vreeselijkste wijze om het leven gekomen, ten gevolge van verkeerde maatregelen.
Op den 4_den_ Juli 1873, den gedenkdag der onafhankelijkheidsverklaring van de Vereenigde Staten, steeg La Mountain in eene _montgolfière_ te Iona in Michigan op. Duizende toeschouwers waren bij zijne afreis tegenwoordig. De ongelukkige was op het noodlottige denkbeeld gekomen om zijn schuitje op te hangen, niet aan een net, dat den ganschen ballon omgaf, maar aan een aantal op zich zelven staande losse touwen, onafhankelijk van elkander, en vastgemaakt aan een hoepel om het bovenste gedeelte van de _montgolfière_ geslagen.
La Mountain verhief zich boven de wolken, die niet ver van de aarde verwijderd waren, en door welker scheuren heen men hem van beneden nog zien kon. Waarschijnlijk schoven de touwen al spoedig dicht bij elkander; vermoedelijk kwamen zij allengs zoo dicht bijeen, dat het grootste gedeelte van den luchtbol geheel vrij kwam. Hoe dit zij, de hoepel werd afgetrokken: de ballon vloog alleen weg! La Mountain stortte met zijn schuitje en de los slingerende touwen naar beneden. Men zag hem van verre zich krampachtig vastklemmen aan de brooze korf, die met eene onbeschrijfelijke snelheid naar de aarde tuimelde. Ongeveer honderd el boven den grond, liet de rampzalige los: en zijn verpletterd lichaam stortte eensklaps neder in een veld, in tegenwoordigheid van eenige duizende toeschouwers. Dit huiveringwekkend ongeluk ontperste een traan aan menig oog: de meeste vrouwen vielen in zwijm.
Vincent De Groof, de zoogenaamde _vliegende man_, verloor door eene dergelijke onvoorzichtigheid, op den 9_den_ Juli 1874, te Londen het leven. Hij had de dwaasheid gehad, zich in de lucht te willen verheffen in een soort van vliegtoestel, bestaande uit twee vleugels, waaronder hij zelf hing, zittende op een houten plankje. De man en de toestel waren bevestigd aan het schuitje van een ballon, die door den heer Simmons werd bestuurd. Na ter hoogte van twaalfhonderd el te zijn gestegen, naderde de ballon weder de aarde; op eene hoogte van honderd el boven den grond, maakte De Groof zich van den ballon los. In plaats echter van zich naar behooren te bewegen, sloegen zijne vleugels naar boven toe, en de roekelooze stortte naar beneden, midden in Robertstreet (Chelsea), dicht bij een kruidenierswinkel. De menigte wierp zich, in woeste drift, op het lichaam van den luchtreiziger, en nam de stukken mede van den toestel, die zijn dood veroorzaakt had. De ongelukkige leefde nog, toen men hem van den grond ophief; maar hij kon geene enkele beweging meer maken, en nog eer men het hospitaal bereikt had, had hij reeds den geest gegeven.
Wij zouden de lijst dezer ongelukkige nederstortingen nog kunnen vergrooten; maar wij wenden ons van deze akelige tafreelen af, om van andere schipbreuken getuigen te zijn, waarbij de reizigers wel met de ernstigste gevaren hadden te kampen, maar er toch het leven af brachten.
IV.
Het oogenblik van de nederdaling kan, wanneer de wind hevig is, met eigenaardige moeilijkheden en gevaren gepaard gaan. De ballon, door den luchtstroom medegevoerd, sleept dan langs den grond, komt telkens met allerlei hinderpalen in aanraking, glijdt over de toppen der boomen en langs de velden, of stoot tegen muren en huizen. Maar de ballon is zoo licht, zoo elastiek; het teenen schuitje is zoo klein in verhouding tot de massa, die het medevoert,--dat de reiziger, die er zich aan vastklemt, nu her- dan derwaarts geworpen, in zekeren zin, zonder dat hij het zelf weet, zweeft of liever voltigeert. Hij gevoelt schokken en stooten, die hem somwijlen kneuzen en kwetsen; maar zoo hij vlug en bij de hand is, zal het, in den regel, ook daarbij blijven. Door dit zoogenoemde sleepen heeft nog nooit een enkel luchtreiziger het leven verloren: het ergste is, dat hij soms een arm of een been breekt, en ook dit gebeurt zeer zelden.
Maar zoo schipbreuken met het luchtschip tot de uitzonderingen behooren, wanneer de tocht over het vaste land wordt ondernomen, met een goed materieel, en degelijke stevige werktuigen om den ballon bij de nederdaling tegen te houden:--zoodra de luchtreiziger zich boven den oceaan durft wagen, komen deze ongelukken veel meer voor.
Onder de luchtreizigers, die de ruimte boven den oceaan hebben doorkliefd, komt eene eerste plaats toe aan den heer J. Duruof. Men heeft, en niet ten onrechte, dezen onverschrokken luchtreiziger gebrek aan beradenheid en overmoedige vermetelheid verweten; men beschuldigt hem, roekelooze _coups de tête_ te hebben uitgevoerd, zonder eigenlijk doel en zonder eenige vracht voor de wetenschap. En die beschuldiging is niet onverdiend: maar wij moeten niet vergeten, dat vermetelheid en energie nooit hare betoovering missen, ook al gaan zij niet met verstandig overleg gepaard, omdat die hoedanigheden niet zoo algemeen voorkomen, of zij moeten bewondering wekken.
In 1868 ondernam Duruof, te Calais, voor het eerst een tocht over de Noordzee, met zijn ballon _Neptune_, waarin hij mij eene plaats had aangeboden. Door de werking van twee verschillende luchtstroomen boven elkander, konden wij tot tweemaal toe verscheidene mijlen ver in zee gaan, en telkens weder naar het strand terugkeeren.
Den 26_sten_ September 1869, steeg de _Neptune_ te Monaco op, met Durouf en Bertaux; evenals te Calais, vond men boven de wolken een luchtstroom, die den ballon boven de Middellandsche zee voerde. De wolken worden vochtig, en maken den ballon welhaast zoo zwaar, dat hij als een steen naar beneden valt, in de Middellandsche zee stort, en door de golven wordt medegevoerd. Gelukkig woei, in de lagere luchtstreken, de wind landwaarts, zoodat de beide reizigers, als zeelieden in een zeilvaartuig, zonder ongeval het strand bereiken konden.
Nog eenmaal, den 31_sten_ Augustus 1874, stijgt Duruof, van zijne jonge vrouw vergezeld, te Calais op. Hij vangt zijn tocht aan, des avonds ten zeven uur, ondanks den sterken wind, die rechtstreeks naar de zee blaast. De echtgenooten, geprikkeld door de houding van een deel van het publiek, dat hen van vrees beschuldigt, verbeelden zich dat hunne eer bij de zaak betrokken is, en willen liever de gevaren van den tocht trotseeren, dan zich aan bespotting blootstellen. De kleine, nieuw geverniste luchtballon de _Tricolore_ zweeft over de stad Calais en het havenhoofd, en verliest zich weldra in den reeds duisteren nevel aan den gezichteinder. Na een langen nacht, zwevende op geringe hoogte boven de zee gesleten, bemerkt Duruof, bij het opgaan der zon, eenige schepen. Hij vat toen het besluit op, om den _Tricolore_, die door het uitwerpen van ballast gestegen was, weder naar omlaag te doen dalen. Nu begint een vreeselijke schipbreuk. Het schuitje dompelt in de golven. Mevrouw Duruof, van vermoeienis en aandoening uitgeput, blijft in de mand zitten, die nu en dan, door de geweldige golven, gansch en al wordt overstelpt. De baren breken spattend op het omkleedsel van den ballon, dat elk oogenblik dreigt vaneen te scheuren. Duruof laat den moed niet zinken. Hij ondersteunt zijne echtgenoote, spreekt haar moed in, en wijst haar op een schip, dat vast nadert, op een sloep, die in zee wordt gelaten en met kracht van riemen aanspoedt. Maar de ongelukkige jonge vrouw hoort niets meer; zij is in zwijm gevallen, en weet niet meer wat er met haar gebeurt. Nog eenige minuten, en zij zou wellicht bezweken zijn. Gelukkig wordt de sloep gevoerd door twee kloeke engelsche zeelieden, kapitein Oxley en zijn bootsman Bascombe; zij naderen eindelijk den ballon, grijpen het ankertouw, dat op de golven drijft, en willen hem nu met zich voorttrekken. Maar de _Tricolore_ wordt door den wind opgeheven, sleept de sloep mede, en dreigt haar te doen omkantelen. Een vreeselijk oogenblik! Zullen de redders omkomen met de schipbreukelingen? Gelukkig blijken energie, moed en volharding ditmaal niet ijdel. Duruof en zijne vrouw werden gered en aan boord van het engelsche schip opgenomen.
Duruof is niet de eenige, die aldus, in het uiterste oogenblik, als door een wonder, aan den dood ontkwam. In 1785 overkwam hetzelfde aan den beroemden luchtreiziger Zambeccari, een italiaansch edelman. Hij was op den ongelukkigen inval gekomen, om de _montgolfière_ te verbinden met den gasballon, dat wil zeggen om vuur en kruit saam te brengen. Herhaalde malen poogde hij te Bologna op te stijgen: te vergeefs. Het publiek bespotte en beschimpte hem; men schold hem een dwaas, een lafaard, een ellendeling. Den 7_den_ September wilde Zambeccari nog eens zijn geluk beproeven; ditmaal zag hij zich, ondanks ondervonden tegenspoeden bij het vullen van den ballon, gedwongen te vertrekken, wilde hij niet door de verbitterde menigte gesteenigd worden. Na allerlei angsten en oponthoud, werd de tocht eindelijk te middernacht aanvaard. Zambeccari was vergezeld van twee getrouwe vrienden, Andreoli en Grassetti. In de duisternis verloren, in het schuitje neergehurkt, afgemat en uitgeput, hadden zij bitter van de scherpe kou te lijden. Tegen twee uur in den morgen meenden de reizigers het ruischen der zee te hooren. Het was zoo donker, dat zij zelfs den barometer niet konden waarnemen. Na een uur van angstige spanning, ontdekten zij, dat zij slechts eenige ellen boven de golven der Adriatische zee zweefden.
Bij het opgaan der zon bespeurt Zambeccari in de verte den oever. Maar plotseling keert de wind en voert den ballon weder naar de open zee, dat wil zeggen, naar het verderf, terug! Daar vertoonen zich ettelijke schepen; maar de nog onbekende machine is voor de schepelingen een voorwerp van schrik: zij verwijderen zich zoo snel mogelijk. Echter heeft de gezagvoerder van een dezer schepen medelijden met de schipbreukelingen gekregen. Ten acht uur in den morgen worden de luchtreizigers aan boord opgenomen: Grassetti geeft ter nauwernood nog teekenen van leven; Zambeccari en Andreoli hebben welhaast hun bewustzijn verloren.
Eenige jaren later werd Zambeccari het slachtoffer van zijn moed en, wij moeten het erkennen, van zijne onvoorzichtigheid. Bij eene opstijging te Bologna, op den 21_sten_ September 1812, vatte zijn ballon in de lucht vuur en verbrandde. Men vond van Zambeccari niets meer dan een vreeselijk geschonden, half verkoold lijk.
Uit deze voorbeelden, die wij nog met vele anderen zouden kunnen vermeerderen, blijkt, dat luchtreizigers meermalen, met meer of minder goed gevolg, in zee zijn nedergekomen. Sommigen hebben daarbij den dood in de golven gevonden; anderen dankten hunne redding uitsluitend aan de tijdige verschijning van een schip of vaartuig. Deze reizen zijn doorgaans louter proeven van roekelooze vermetelheid, zonder eenig belang voor de wetenschap; toch zouden zij voor de studie der meteorologie zeer nuttig kunnen zijn, indien zij met de noodige voorzorgen geschiedden, indien de ballons voorzien waren van toestellen, die den luchtreiziger in staat stelden, eenigen tijd boven de oppervlakte der zee te blijven zweven, om de komst van een schip af te wachten, zonder gevaar te loopen door hevige winden te worden medegevoerd.