Category: Science - Biology

De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Aard der bewijzen, die betrekking hebben op ’s menschen oorsprong. —Gelijkvormigheid van maaksel bij den mensch en de lagere diersoorten.—Verschillende punten van overeenstemming.— Ontwikkeling.—Rudimentaire organen, spieren, zintuigen, haar, geslachtsdeelen, enz.—Het gewicht...

Chapters

1. Part 1

Aard der bewijzen, die betrekking hebben op ’s menschen oorsprong. —Gelijkvormigheid van maaksel bij den mensch en de lagere diersoorten.—Verschillende punten van overeenstemmin...

2. Part 2

De aard van het volgende werk zal het beste worden begrepen door een korte mededeeling der redenen, die mij aanleiding gaven het te schrijven. Gedurende vele jaren verzamelde ik...

3. Part 3

Het niet-gebruiken gedurende dat tijdperk in het leven, waarin een orgaan hoofdzakelijk gebruikt wordt, en dit is meestal de volwassen leeftijd, gepaard aan overerving in een ov...

4. Part 4

Hoewel het koekoeksbeen bij den mensch niet tot staart dient, vertegenwoordigt het bij hem met eenige wervels, die wij later zullen beschrijven, volkomen dat deel van de overige...

5. Part 5

(7) Misvorming ten gevolge van „stilstand in de ontwikkeling.” De Duitschers noemen dit „Hemmungsbildung.” Wanneer volwassen individuen misvormingen vertoonen, die bij den embry...

6. Part 6

Er zijn geleerden geweest, die betwijfelden, of de Neanderdalbeenderen werkelijk van een mensch uit het postpliocene tijdperk afkomstig waren, omdat men in de grot volstrekt gee...

7. Part 7

Ik heb elders [74] zoo uitvoerig over de erfelijkheid gesproken, dat het nauwelijks noodig is daarover iets hieraan toe te voegen. Ten opzichte der overerving zoowel van de geri...

8. Part 8

Bij de verschillende zoogdieren klimt de baarmoeder van een dubbel orgaan met twee gescheiden openingen en twee doorgangen, zooals bij de buideldieren, trapsgewijze op tot een e...

9. Part 9

Natuurlijke teeltkeus.—Wij hebben nu gezien, dat de mensch variabel is naar lichaam en geest, en dat die veranderingen, hetzij direct of indirect, het gevolg zijn van de zelfde...

10. Part 10

Een ander zeer in ’t oog vallend verschil tusschen den mensch en de lagere dieren is de onbehaardheid der huid. De walvisschen en dolfijnen (Cetacea), de dugongs en lamantijnen...

11. Part 11

(1) Men zou nog eenige andere voorbeelden van kunstmatige teeltkeus bij den mensch kunnen aanhalen. Bij verscheidene stammen van Roodhuiden in Noord-Amerika heerscht de gewoonte...

12. Part 12

In „Nature” van 7 Maart 1878 deelde de heer Lengleen, geneesheer te Arras, een geval mede van zekeren heer Gamelon in de vorige eeuw, die aan elke hand zes vingers en aan elken...

13. Part 13

Wanneer men de hoogere dieren met de lagere vergelijkt, is het opmerkelijk, hoeveel geringer in aantal en hoeveel eenvoudiger de instinkten der eersten zijn. Cuvier beweerde [15...

14. Part 14

Van alle vermogens van den menschelijken geest zal men, naar ik onderstel, wel aannemen, dat de rede het hoogste staat. Bijna niemand betwijfelt meer, dat de dieren eenigszins h...

15. Part 15

Men mag gerust aannemen, dat geen dier zelfbewust is, als men onder dit woord verstaat, dat het nadenkt over zulke punten als: van waar het komt en waarheên het zal gaan, of wat...

16. Part 16

De smaak voor het schoone, ten minste voor zoover vrouwelijke schoonheid er bij betrokken is, is zeker in den menschelijken geest niet van een bijzondere natuur; want hij is zee...

17. Part 17

.... „Kleimayrn stierf in het jaar 1853. Jako begon, en naar het scheen uit verlangen naar zijn geliefden meester, te sukkelen, werd in het jaar 1854 zeer verzwakt in een bedje...

18. Part 18

(14) De priëelvogels zijn Australische vogels. Men onderscheidt vier soorten: den grooten priëelvogel, den gevlekten priëelvogel, den regentvogel en den satijnvogel. De laatste...

19. Part 19

Ook het bezit van grammatikale rededeelen moeten wij dus aan de oorspronkelijke taal ontzeggen en zoo kunnen wij ons haar dan niet anders meer denken dan als bestaande uit een r...

20. Part 20

Zedelijk gevoel.—Fundamenteele stelling.—De eigenschappen van gezellig levende of sociale dieren.—Oorsprong van het gezellige leven.—Strijd tusschen tegenovergestelde instinkten...

21. Part 21

De hoogst belangrijke aandoening van medegevoel (sympathie) is zeer onderscheiden van die der liefde. Een moeder moge haar slapend en lijdelijk kind hartstochtelijk liefhebben,...

22. Part 22

De aard en kracht van de gevoelens die wij spijt, schaamte, berouw of wroeging noemen, schijnt niet slechts af te hangen van de kracht van het geschonden instinkt, maar gedeelte...

23. Part 23

Naarmate de mensch in beschaving vooruitgaat en kleine stammen zich tot grooter maatschappijen vereenigen, zal de meest eenvoudige rede elk individu doen gevoelen, dat hij zijn...

24. Part 24

„„Dat lid eener troep dat de meeste ervaring bezit, wordt aanvoerder of leidaap. Deze waardigheid wordt hem echter niet door het „algemeen stemrecht” opgedragen, maar hem eerst...

25. Part 25

Het bezwaar van Wallace betreft dus niet zoozeer de afstamming van den wilden mensch van het dier als de afstamming van den beschaafden mensch van den wilden. Zijn „hoogste verm...

26. Part 26

Bij de lagere dieren moet daarentegen het maaksel van het lichaam worden gewijzigd, willen zij bij sterk veranderde levensvoorwaarden blijven bestaan. Zij moeten sterker worden...

27. Part 27

Het recht van eerstgeboorte met de bepaling van onvervreemdbaarheid van het erfgoed is een meer direct nadeel, hoewel het vroeger een groot voordeel moge zijn geweest, daar het...

28. Part 28

De bewijzen dat alle beschaafde volken de afstammelingen van wilden zijn, berusten eerstens op duidelijke sporen van hun voormaligen onbeschaafden toestand in nog bestaande gewo...

29. Part 29

Wij kunnen verder begrijpen, waarom een belangrijke wijziging in een of ander afzonderlijk kenmerk ons niet behoort te bewegen om twee organismen ver van elkander te scheiden. E...

30. Part 30

Lagere ontwikkelingstrappen in de geschiedenis van den mensch. Wij hebben gezien, dat de mensch zich uit de Catarrhinen of de afdeeling der Simiadae die de Oude Wereld bewoont,...

31. Part 31

(3) Deze vier Onder-klassen dragen den naam van Archencephala, Gyrencephala, Lissencephala en Lyencephala. De Archencephala, waartoe alleen de Mensch (Orde der Bimana) behoort,...

32. Part 32

Ofschoon de Snaveldieren geen eigenlijke tepels bezitten, bezitten zij echter wel zogklieren. Deze scheiden echter geen eigenlijk gezegde melk af. Het zijn gewijzigde zweetklier...

33. Part 33

De Hemichorda (het geslacht Balanoglossus) zijn wormvormige dieren, met langen en van boven naar beneden eenigszins afgeplatten bouw. Voor den mond ligt een lange cylindervormig...

34. Part 34

Eerste trap: Moneren, organismen van de eenvoudigst denkbare samenstelling, gelijk de nog heden levende Protamoeben, Protogenes, Bathybius enz., slechts uit een vormloos stukje...

35. Part 35

10. De beschaving is niet van één maar van verscheidene middelpunten uitgegaan. Alleen de Indo-Germaansche beschaving heeft haar bron in de hooglanden van Midden-Azië. Er bestaa...

36. Part 36

Wij hebben nu gezien, dat een natuuronderzoeker zich volkomen gerechtigd zou mogen gevoelen om aan de menschenrassen den rang van afzonderlijke soorten toe te kennen; want hij h...

37. Part 37

Een andere vraag kan hier niet onopgemerkt worden voorbijgegaan, namelijk, of, zooals somtijds is beweerd, elke onder-soort of ras van den mensch uit één enkel paar stamouders i...

38. Part 38

Tot een veel meer waarschijnlijke onderstelling wordt men geleid door de analogie der lagere dieren. Het kan worden bewezen, dat het voortplantingsstelsel (ofschoon wij niet wet...

39. Part 39

Wij hebben nu gezien, dat men zich van de kenmerkende verschillen tusschen de menschenrassen niet op voldoende wijs rekenschap kan geven door de rechtstreeksche werking der leve...

40. Part 40

(8) In het Duitsche tijdschrift „Globus”, Bd XVII, N°. 1, blz. 10, vinden wij in een artikel van Karl Andree, „Zur Kennzeichnung der Mischlinge aus verschiedenen Menschenracen”,...

41. Part 41

Ik vond het gepast in een der aanteekeningen dezen en den volgenden stamboom te geven, daar in een boek over de afstamming van den mensch en in een hoofdstuk over de menschenras...

42. Part 42

„Het is daarom duidelijk, dat de mensch, wat het maaksel der hersenen aangaat, minder verschilt van den chimpanzee of orang, dan deze van de lagere apen, en dat het verschil tus...

43. Part 43

De vastelanden vormen drie hoofdgroepen, in den vorm waarvan ééne eigenaardigheid iedereen moet treffen, die met aandacht een wereldkaart beschouwt. Hij zal opmerken, dat zij in...

44. Part 44

Over het geheel moeten noodwendig de Poollanden ook in de oudste tijdvakken de plaatsen zijn geweest, waar de landdieren ontstonden en waar zij later de grootste wijzigingen ond...

45. Part 45

Is het mogelijk zich een denkbeeld te maken van het lichamelijk voorkomen en de osteologische eigenaardigheden van den mensch van la Madeleine? Men dacht, dat de talrijke mensch...

46. Part 46

Op de zelfde wijs als de mensch het ras van zijn vechthanen kan verbeteren door voor de voortteling die vogels uit te kiezen, welke in de hanengevechten overwinnaars zijn, schij...

47. Part 47

Het verdient opmerking, dat het instinkt om met een enkel wijfje te paren, gedurende de temming gemakkelijk wordt verloren. De wilde eend leeft uitsluitend met één wijfje, de ta...

48. Part 48

Overerving op overeenkomstige Levenstijdperken.—De neiging hiertoe is goed bewezen. Als een nieuw kenmerk bij een dier verschijnt terwijl het jong is, zal het, hetzij het levens...

49. Part 49

Bij de verschillende tamme rassen van schapen, geiten en hoornvee verschillen de mannetjes van hun respectieve wijfjes in den vorm of de ontwikkeling van hun horens, voorhoofd,...

50. Part 50

Paarden.—De heer Tegetmeier is zoo vriendelijk geweest uit de „Racing Calendar” voor mij een tabel te maken van de geboorten van renpaarden gedurende een tijdvak van één-en-twin...

51. Part 51

De heer Doubleday heeft mijn aandacht gevestigd op Dr. Staudinger’s lijst van Schubvleugeligen (Lepidoptera) [610], waarop de prijs voorkomt van de mannetjes en wijfjes van 300...

52. Part 52

(2) Het zal bijna overbodig zijn hier op te merken, dat de Wieren (Algae), daar zij tot de Bloemlooze Gewassen (Cryptogamae) behooren, noch stuifmeel (pollen) noch stempel (stig...

53. Part 53

Voor uitvoeriger bijzonderheden omtrent de verhouding tusschen het aantal individu’s van beide seksen in Nederland verwijzen wij naar de aangehaalde hoofdstukken van de „Algemee...

54. Part 54

Bij de hoogere Schaaldieren vormen de voorpooten een paar knijpers (chelae) en deze zijn bij het mannetje gewoonlijk grooter dan bij het wijfje. Bij vele soorten zijn de knijper...

55. Part 55

Wood Mason nam te Bombay waar, dat twee groote schorpioenen, welke tegen elkander werden opgehitst, een geluid maakten, gelijkende op dat hetwelk men hoort als men over een stuk...

56. Part 56

Bij de drie Families worden de geluiden op verschillende wijze voortgebracht. Bij de mannetjes der Krekels (Achetidae) hebben beide voorvleugels den zelfden toestel; en deze bes...

57. Part 57

Orde der Schildvleugeligen (Coleoptera).—Vele kevers zijn zoodanig gekleurd, dat zij gelijken op de oppervlakten die zij gewoonlijk bezoeken. Andere soorten zijn met prachtige m...

58. Part 58

Wegens de analogie met de Rechtvleugeligen (Orthoptera) en Gelijkvleugeligen (Homoptera) verwachtte ik te vinden, dat de sjirporganen bij de Schildvleugeligen (Coleoptera) naar...

59. Part 59

Girard heeft altijd opgemerkt, dat de muskusgeur, welke door twee soorten van pijlstaart-vlinders (Sphinx) wordt voortgebracht, alleen aan de mannetjes eigen is [748]; en bij de...

60. Part 60

Wegens het boven medegedeelde is het onmogelijk aan te nemen, dat de schitterende kleuren der Kapellen en van eenige weinige Nachtvlinders gewoonlijk ter wille der bescherming z...

61. Part 61

Zonder stellige bewijzen ben ik niet geneigd om aan te nemen, dat bij een menigte soorten gedurende langen tijd een dubbel proces van teeltkeus heeft gewerkt, waardoor de mannet...

62. Part 62

Als wij de vogels behandelen, zullen wij zien, dat zij in hun secundaire seksueele kenmerken de grootste analogie met de Insekten vertoonen. Zoo zijn vele mannelijke vogels in h...

63. Part 63

[12] „Mares e diversis generibus Quadrumanorum sine dubio dignoscunt feminas humanas a maribus. Primum credo, odoratu, postea aspectu. Mr. Youatt, qui diu in Hortis Zoologicis (...

64. Part 64

[113] Deze verhandelingen verdienen zorgvuldig te worden bestudeerd door ieder die wenscht te leeren, hoe veelvuldig wijzigingen van ons spierstelsel voorkomen en hoe dikwijls h...

65. Part 65

De wortel Mar, die in het Sanskriet fijnmalen beteekent, en die o.a. ook den vorm Mal kan aannemen, heeft, behalve aan een menigte Grieksche, Indische, Latijnsche en andere vree...

66. Part 66

[329] „Primitive Marriage”, 1865. Zie ook een uitnemend artikel, blijkbaar van dien zelfden schrijver, in de „North British Review”, Juli, 1869. Ook de heer L. H. Morgan, „A Con...

67. Part 67

[394] Wij verwijzen naar aant. 15, blz. 297, waar de verwantschap tusschen den mensch en de Ascidiën, in verband met latere denkbeelden, uitvoerig wordt besproken. De Ascidiën z...

68. Part 68

Witkamp vermeldt in zijn Geschiedenis der XVII Nederlanden deze Khasia’s en schat den ouderdom onzer hunebedden op minstens 2500 jaren, mogelijk zelfs op 30, 35 of meer eeuwen....

69. Part 69

[515] Reeds vroeger kunnen ook overbevolking en oorlogen tusschen stammen tot verhuizingen aanleiding hebben gegeven. In 1886 is door de Quatrefages in de zitting der Parijsche...

70. Part 70

[593] De heer Jenner Weir ontving overeenkomstige mededeelingen, toen hij gedurende het volgende jaar onderzoek deed. Om het aantal gevangen vinken aan te toonen, kan ik vermeld...

71. Part 71

[734] Ik ben grooten dank verschuldigd aan den heer G. R. Crotch, zoowel wegens de toezending van talrijke geprepareerde voorwerpen van verschillende torren, tot deze drie Famil...