Part 55
[137] „Door de plant zelve afgescheiden”, die woorden nam ik van Prof. P. J. Veth over. Met allen eerbied, dien ik voor de wetenschap koester, meen ik de juistheid dier bewering toch te moeten betwijfelen. De Dajaks beweren, dat het water niets dan regenwater is. Zeker is het, dat de smaak daarmede geheel en al overeenkomt. De bedoelde beker is van een sierlijk dekseltje voorzien, dat zich opent, wanneer het regent, en zich vrij hermetisch sluit, wanneer het droog weder is. Dit deksel is zoo gevoelig, dat het voldoende is, wanneer hij gesloten is, er eenige waterdroppels op te sprenkelen, om hem langzaam te zien openen. Ledigt men bij droog weder zulk een kelk, zonder den rank, waaraan hij hangt, af te breken, dan is vier en twintig uren later geen spoor van vocht te ontwaren. Tien van die ngagaskelken zullen ongeveer twee liter water opleveren.
[138] Dr. Schwaner schrijft „Pohon Batoe” (steenboom). Dat is blijkbaar een vergissing. Het woord pohon is in die streken niet bekend. Ook heeft die rots volstrekt den vorm niet van een boom. De benaming is Oepon Batoe en beteekent: Oorsprong van steen.
[139] Het woord Soeli is een verbastering van njoeli en beteekent: steil omhoogstaande. Alzoo Batoe Soeli—steil omhoogstaande steen. De nj en s klanken worden door de Dajaks dikwijls verward.
[140] Die steenen bestaan nog op Oepon Batoe en worden Antang hatoeèh en Antang bawi genoemd. De legende vertelt, dat het twee menschen waren, die die rots bestegen en door de Sangiangs gestraft werden met hen in steen te veranderen. Die legende is te onkiesch, om ze te verhalen.
[141] Historisch. In 1863 werden bij gelegenheid van het lijkfeest van Tomonggong Toendan veertig pandelingen geslacht op de wijze zooals dat verhaald is, afgescheiden van de ettelijken, die vóór dat eindfeest geofferd werden.
[142] Njakatan wordt iedere plaats in de bovenlanden genoemd, waar de reis te water eindigt, om haar over land te vervolgen. Komt van „sakan”, hetwelk uitladen, lossen beteekent.
[143] Katipei. Zie daarover de noot op bladz. 88 van dit deel.
[144] Ngiatoe merah is op Borneo de kostbaarste der vele getahpertjahsoorten. Levert een product, hetwelk roodachtig bruin is.
[145] Bangkirei behoort tot de fraaiste timmerhoutsoorten van Borneo. Laat zich gemakkelijk bewerken en is zeer duurzaam.
[146] Rassamala, de Liquidambar Altingiana der geleerden, is ook uitmuntend timmerhout.
[147] Rhoenmèta = Lasiosiphon speciosus, draagt bloemen als kleine Geldersche rozen, die aan trossen groeien. Is een uitermate aanvallig gewas.
[148] Bij het ter perse zenden dezes vernemen wij dat de aanbrengpremie, sedert eenige dagen, voor vreemdelingen niet meer wordt betaald. Dit kan geschieden dewijl de behoefte thans noch groot, noch dringend is en men er in hoopt te kunnen voorzien, behalve met Nederlanders, met vreemdelingen die zich zonder iemands tusschenkomst, bij de bevoegde autoriteiten zullen komen aanbieden.
[149] Zie mijn oorlog op Java enz. 2de Dl., bladz. 196.
[150] Zie mijn oorlog op Java enz. 1ste Dl., bladz. 299.