Bezoek aan den berg Athos De Aarde en haar Volken, 1873

Chapter 3

Chapter 32,548 wordsPublic domain

Vroeger werden in het klooster Philotheos allerlei kunsten, bedrijven en handwerken beoefend, zooals nog de vele werkplaatsen bewijzen, rondom de katholikon, de hoofdkerk, gegroept. Dit was trouwens in verreweg de meeste kloosters het geval. Tegenwoordig beoefent men er nog alleen, behalve de architectuur, de schilder- en graveerkunst, beiden op een zeer lagen trap gedaald, benevens de kunst van houtsnijden. Deze laatste is tot een hoogen graad van volkomenheid opgevoerd. De monniken weten, met verwonderlijke bekwaamheid, allerlei kunstwerk van hout te vervaardigen; ik heb op den berg Athos kruisen, triptyken, iconostasen (beschotten, die het koor van het schip der kerk scheiden), koorstoelen, enz. gezien, die inderdaad meesterstukken van geduld en rijke vindingskracht waren. Maar het _diakonikon_ van Philotheos is ook nog rijk aan meesterstukken van goudsmidswerk. Men toonde ons, onder anderen, den met drijfwerk versierden band van een slavisch handschrift: zeker een der uitnemendste kunstgewrochten van het klooster, dat gerust kon wedijveren met andere, soortgelijke meesterstukken in de schatkamer van Kariès, waar zoo menig kostbaar overblijfsel der oude kerkelijke kunst wordt bewaard. Als eene proeve verwijzen wij naar het houten, in goud gevatte kruis en naar het prachtig gebeeldhouwde koffertje, waarvan de afbeeldingen hiernevens zijn gevoegd.

Na een kort bezoek aan het klooster Caracallos, aldus naar den stichter genoemd, landden wij den 6en Juni in de haven van Laura, aan de oostelijke punt van den berg, aan den voet van het klooster. Vroeger was het klooster van Laura het eerste in aanzien, in omvang, in bevolking, in rijkdom; tegenwoordig bekleedt het nog slechts den derden rang onder de kloosters van den berg Athos. Stilte heerscht in de lange portieken; de torens en bolwerken storten in puin: en om de verlaten galerijen ziet men hier en daar het klimop zich ranken.

Wie den grooten meester der byzantijnsche schilderschool, Manuel Panselinos, in zijne werken wil bestudeeren, vindt daartoe te Laura de uitnemendste gelegenheid. Men kan hier zelfs de vroegere ontwikkeling der byzantijnsche kunst nagaan, door de vergelijking van de fresko's van Panselinos met die in de trapeza, welke uit een vroeger tijdperk afkomstig zijn. Nevens de grootsch gedachte en met vaste hand uitgevoerde scheppingen des meesters, maken deze magere figuren, met haar nauwsluitende draperiën en haar stijf afgemeten houdingen, een zonderlingen indruk. Dit schijnt navolging van het antieke, en is inderdaad niets anders dan koude manier en akademiestijl.--Ik merkte reeds op, dat de Byzantijnen getoond hebben, volkomen de eischen der decoratieve kunst te verstaan, ook al laat de techniek bij hen veel te wenschen over. De compositiën van Panselinos kenmerken zich vooral door dien zuiveren smaak, de vrucht van de studie der antieken; en moeilijk kan men zich iets eenvoudigers en rustigers denken dan de decoratie van de katholikon van Laura. De kalme gemakkelijkheid der conceptie en de ernstige rust der lijnen doen voor ons, aan gansch andere vormen en al de kunstgrepen en toovermiddelen der moderne kunst gewend, het geheel bijkans koud en levenloos schijnen, maar weldra gewent men zich aan deze soberheid van kleuren, en dan blijkt ook hier de harmonie van het geheel zoo volkomen begrepen, dat men geneigd zou zijn, Panselinos niet alleen voor den schilder, maar ook voor de architect van het gebouw te houden. Te Laura heeft Panselinos hetzelfde stelsel van decoratie toegepast als te Kariès: maar de regen heeft maar weinig overgelaten van het werk van den meester in de hoofdkerk van Kariès, die zeventig jaren lang ongedekt bleef. Groote beelden, ten halven lijve geschilderd, nemen het onderste gedeelte van den muur in, en worden van de figuren aan het gewelf gescheiden door eene reeks compositiën van minder groote afmetingen. Ziehier de volgorde: achter in den grooten koepel, den Heiland; daaronder de engelen, de aartsengelen en de cherubynen, links, als men met het gelaat naar het koor staat:--Jezus voor Pilatus, het Lijden (eene bewonderenswaardige compositie in drie afdeelingen) en de Opstanding; boven en beneden de strook van emailwerk, die boven de koorstoelen loopt, de heilige strijders en martelaars, Sint-George, Sint-Demetrius, Sint-Procopius, Sint-Theodorus en Sint-Mercurius. Rechts, Jezus voor de schriftgeleerden, de Kindermoord, de Intocht in Jeruzalem, en de Verkondiging van den engel. Boven de poort van den narthex (het voorportaal), de Dood der Heilige-Maagd.

Voor de bronzen deuren van dit voorportaal, een geschenk van Nicephorus Phokas, rust op slanke zuiltjes de doopkapel, of, zooals de Grieken haar noemen, de _phiale_. Langs den rand van het marmeren doopvont zijn vogels gebeeldhouwd, die uit den gewijden beker drinken: een symbool der communie; twee middelmatig uitgevoerde leeuwen moeten de kaarsen dragen. Aan het gewelf is de Madonna afgebeeld, met dit monogram: î Zôodochos Pîgî de levengevende fontein; en in een der boogvakken, Sint-Athanasius, op eene rots slaande; waaruit water vloeit. De legende verhaalt namelijk, dat toen Sint-Athanasius het klooster van Laura bouwde, de handlangers van den Booze de beken en bronnen deden opdrogen; de heilige man wendde zich toen tot de Panagia, zijne patronesse, die hem een ijzeren roede ter hand stelde, en gelastte daarmede op de rots te slaan, waaruit dadelijk water vloeide. In het _diakonikon_ kunt ge nog de roede zien, en de bron zelf op weinige schreden afstands van het klooster.

De president van de raad der Epitropen, Vader Melchizedek, toonde ons met blijkbaren zelfvoldoening, de relikwieën en de kostbaarheden van het klooster; want Laura is nog altijd het rijkste klooster van den berg Athos. Ik kan niet al de kruisen, relikwieën, wierookvaten en andere gewijde zaken opnoemen, die wij te zien kregen. Bovenal trof mij een gouden tabernakel met prachtig email en drijfwerk, in den vorm eener basiliek. Deze tabernakel wordt alleen op hooge feestdagen buiten de kerk gebracht: het was dus wel eene groote gunst, dat men ons toestond, van dit meesterstuk eene photographische afbeelding te vervaardigen. Eene kleine, medicinale kuur had echter aller hart voor ons gewonnen. De monniken weten niets van geneeskunst, en bemoeien zich niet met geneesheeren; ondanks dat, of misschien juist daarom, worden zij dikwijls over de honderd jaar oud. Bij onze komst in het klooster was juist de lange vasten, waarin men niets dan olijven en kaviaar gebruikt, voorbij: de monniken zagen er zeer slecht uit en waren ook niet zeer pleizierig gestemd. Wij dienden allen eene dozis calomel toe, hetgeen de meest gewenschte uitwerking had. Uit dankbaarheid zouden zij ons wel het geheele klooster ten geschenke hebben willen geven, te meer daar het verblijf in het groote, sombere gebouw hun maar half scheen te bevallen. In den omtrek van het klooster hebben zij overal cellen en kluizen opgericht, waar zij gewoonlijk verblijven. Rondom die kluizen zijn kleine tuinen aangelegd, die aan het geheel een zeer bevallig voorkomen geven.

Ik meen reeds gezegd te hebben dat de berg Athos 2066 meters hoog is. Aan de grens der eeuwige sneeuwvelden staat de kapel van Sinte-Anna, waar de monniken jaarlijks, in de maand Augustus, heentrekken, om gebeden tot de Heilige-Maagd op te zenden. De Athos heeft dit met vele andere bergen gemeen, dat hij zeer moeilijk te beklimmen is, en dat men, boven gekomen, bijna niets ziet--dan de beelden in de kapel van Sinte-Anna: eene groote merkwaardigheid trouwens in eene grieksche kerk, waar dergelijke zaken streng verboden zijn. Zooals men weet, duldt de grieksche kerk in hare heiligdommen alleen schilderijen en mozaïeken, maar noch standbeelden noch reliëfs. Volgens de monniken moest men in de kapel van Sinte-Anna van dezen regel afwijken, omdat het op die hooge bergspits onmogelijk was, andere dan bronzen beelden te hebben.

Het klooster Vatopedi, dat wij vervolgens bezochten, ligt aan den oever der zee, in eene vallei, die door hooge wouden tegen de heete zuidenwinden gedekt is; de lucht is er des avonds vrij koel. Dit klooster is het meest bevolkte van alle op den berg; nergens zijn de omstreken dan ook zoogoed bebouwd. Toch is het er verre af, dat de monniken van dezen zoo vruchtbaren grond al het voordeel zouden trekken, dat daarvan te trekken is. Wanneer de hellingen niet al te steil zijn, bezaaien zij de velden; elders laten zij de boomen naar willekeur opschieten, plukken de vruchten, die aan de lage takken hangen, en wachten tot de anderen van zelf afvallen.

Omtrent de stichting van het klooster verhaalt men u eene anecdote, die hoogstwaarschijnlijk slechts eene fabel is. De zonen van Theodosius, Arcadius en Honorius, gingen met hunne moeder van Napels naar Konstantinopel, toen zij, op de hoogte van Imbros, door een geweldigen storm werden overvallen. Arcadius viel in zee, en werd door de kluizenaars van den berg Athos gevonden, liggende op een frambozestruik. De kluizenaars, die aan de schoonheid van het kind zijne vorstelijke afkomst herkenden, brachten hem naar Konstantinopel; en toen Arcadius later den troon beklom, stichtte hij op dezelfde plek, waar de golven hem aan land hadden gezet, een klooster, waaraan hij den naam gaf van Vatopedi (van bátos, frambozestruik, en paidìou, kind). In de vorige eeuw verwierf het klooster een grooten roem door de theologische school, die Eugenius Boulgaris en Nicephorus Theodoxis binnen zijne muren stichtten. Men vindt hier vele kerken; de hoofdkerk bezit fresko's van Panselinos, die ongelukkig sterk zijn geretoucheerd; ook ziet men er fraaie mozaïeken, onder anderen een zeer goed _tetramorphe_. De tetramorphe is de vereeniging, in een beeld, van de vier symbolen der evangelisten: de engel van Mattheus, de arend van Johannes, de leeuw van Marcus, de os van Lukas.

De Grieken, die ter bedevaart naar den Heiligen-berg gaan (iedere orthodoxe Griek behoort eenmaal in zijn leven dien pelgrimstocht te ondernemen), landen te Vatopedi, dat door zijn houthandel, meer dan de andere kloosters, met de steden langs de kust van Azië in betrekking staat. Een pappas van Smyrna, die naar Kariès was geweest om zijne papieren te laten viseeren, verzocht met ons mede te mogen gaan om de andere kloosters te bezoeken. Hij had zijne twee zonen bij zich; de jongste vertoonde op zijn schoon gelaat die eigenaardige mengeling van fieren adel en zachten weemoed, die de bewoners van het oude Ionië beter hebben bewaard dan de Grieken van Attika.

Na een verblijf van eenige dagen te Vatopedi, vertrokken wij, in gezelschap van den pappas en zijne twee zonen en van den higoumenos van Esphigmenou, die naar zijn klooster terugkeerde. Dit klooster is, voor eenige jaren, bijkans geheel vernieuwd; het dankt zijn naam aan zijne ligging in eene zeer nauwe vallei. Het werd, naar men wil, door Theodosius den Jonge en zijne zuster Pulcheria aan den heiligen Simeon gewijd.

In het klooster Esphigmenou leefde destijds de patriarch Anthymos, die reeds tweemalen den troon van Konstantinopel had bekleed. Het is wellicht niet onbelangrijk, met een enkel woord de eigenaardige positie te omschrijven, waarin de patriarch van Konstantinopel, sedert 1453, is geplaatst. Toen Mahomed II aanstalten maakte om Konstantinopel te belegeren, zond de keizer Constantijn naar Rome, om nog eenmaal de hulp der westersche Christenheid in te roepen. Een deel van de hooge grieksche geestelijkheid, vreezende dat zijn invloed zou afnemen, indien de door Rome gewenschte vereeniging met de katholieke Kerk tot stand kwam, schaarde zich aan de zijde van den monnik Genadius, en werkte de pogingen des keizers tegen. Stond Genadius, zooals sommigen verzekeren, in geheime verstandhouding met den sultan? Dit kan niet stellig worden bewezen; wij willen daarom liever aannemen dat de monnik, na den val der stad, alleen in het belang zijner overwonnen geloofsgenooten, van den overwinnaar den hoogen rang van patriarch vroeg en verkreeg. Wat hiervan zij: Mahomed II bekleedde Genadius niet alleen met de volle geestelijke macht over zijne geloofsgenooten, maar ook nog met het burgerlijke en rechterlijke gezag, en benoemde hem tot hoofd der grieksche natie. Sedert dien tijd is de oecumenische patriarch van Konstantinopel de opperste rechter in alle burgerlijke en crimineele zaken; hij doet uitspraak in alle rechtsgedingen, sluit de huwelijken, heft de belastingen, verkoopt de aflaten en oefent nog verschillende andere functiën uit. Het is waar dat eene zware verantwoordelijkheid tegenover de Porte op hem rust, en dat zijn verkiezing hem veel geld kost; maar zoo het pallium aan den meestbiedende verkocht wordt, zijn het toch altijd de raïas, die de kosten betalen. Men kan zich voorstellen hoe veelvuldig de verkiezingen zijn, wanneer men bedenkt dat eene eenvoudige aanvrage van de synode der metropolitanen, die allen op de patriarchale waardigheid vlammen, voldoende is om den patriarch te doen afzetten. Er leven op dit oogenblik niet minder dan zes afgezette patriarchen in de verschillende grieksche kloosters. Het hoofd der grieksche kerk, hoe ook schijnbaar met groote macht bekleed, is in waarheid een slaaf en machteloos werktuig in de handen der turksche regeering: geen wonder dat geen enkel dezer patriarchen iets gedaan heeft om het grieksche volk uit zijne vernedering en zijn verval op te heffen. Zelf slaven van een despoot, zijn zij op hunne beurt despoten, die alle verkeerdheden en misbruiken, waarop hunne macht steunt, met hand en tand vasthouden.

Den 28sten Juni vertrokken wij, met den pappas en zijne beide zonen, naar het klooster Kiliandari, bijna aan het uiteinde van den berg, waar hij in de kleine vlakte uitloopt, die hem met het schiereiland verbindt, gelegen. De hoofdingang is somber; maar de ruime binnenplaats met hare dubbele rij bogen boven elkander, ziet er netjes en vroolijk uit. De met gekleurde steenen ingelegde gevel van de hoofdkerk maakt ook een prettigen indruk. Boven de muren verheffen zich de met statig bosch begroeide berghellingen. Het landschap is ontegenzeggelijk schoon: maar op den duur worden deze bergen, die u aan alle kanten omringen, wel wat vermoeiend en neerdrukkend, en bijwijle verlangde ik naar een vrij uitzicht, naar een dier wijde horizonten onzer vlakke velden, waar men aan den verren gezichteinder, boven den zoom van groen, den spitsen kerktoren ziet oprijzen, die het verscholen dorpje verraadt.

De kloosters Kiliandari en Zographos worden door servische en bulgaarsche monniken bewoond, die zich door de donkerder kleur van hun gewaad van de grieksche kaloyers onderscheiden. De Bulgaren en Serviërs behooren beiden tot den grooten slavonischen stam; langen tijd bezaten zij ook eene eigene Slavonische liturgie; maar in 1737 wist de patriarch van Konstantinopel te bewerken, dat in de servische en bulgaarsche kerken de grieksche liturgie, en daarmede de grieksche taal, werd ingevoerd.

De afstand tusschen Kiliandari en Zographos bedraagt hoogstens vier mijlen, maar het pad, dat, immer stijgende, door prachtige pijnbosschen loopt, maakt zoovele krommingen, dat men wel het dubbele van den afstand aflegt, eer men te Zographos komt, dat boven op eene bergspits, op eene duizelingwekkende hoogte, allerschilderachtigst is gelegen. Wij bleven hier twee dagen: niet zoozeer om de aan manuscripten rijke bibliotheek en de overvloedig met schilderijen versierde kerken, maar vooral om van de zeldzame schoonheid van het landschap te genieten.

De kloosters van Castamoniti, Dokiarios en Sint Xenophon, die wij vervolgens bezochten, onderscheiden zich door niets merkwaardigs. Bij ons vertrek van het laatste klooster, namen wij afscheid van onzen pappas, die zijn tocht naar het russische klooster vervolgde, terwijl wij naar Kariès terugkeerden. Daar voltooiden wij onze verzameling van kopieën naar gravuren en schilderijen, en kochten verschillende voorwerpen, die door de monniken en kluizenaars van den berg vervaardigd worden, en in de kloosters en winkels van Kariès te koop worden aangeboden.

Eindelijk, na nog een kort bezoek aan het naburige klooster Xiropotamos, aan de kleine haven van Daphne, scheepten wij ons in aan boord van eene tartane, die het anker in het aardige haventje uitwierp, en ons naar Salonika terugvoerde.

AANTEEKENING

[1] Styliten: kluizenaars, die zich op den top eener zuil hadden teruggetrokken, dien zij nooit verlieten. De beroemdste onder hen is Sint-Simeon Stylites.