Zes maanden op Cuba—Havana De Aarde en haar Volken, 1908

Chapter 1

Chapter 13,559 wordsPublic domain

Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/

ZES MAANDEN OP CUBA.--HAVANNA.

Naar het Fransch van Charles Berchon.

Ik ben verrukt over het land, dat ik thans heb leeren kennen, Cuba, het grootste en schoonste eiland der Antillen, met zijn weldoenden zonneschijn en zijn heerlijken blauwen hemel.

Ik kwam er aan op een helderen Decembermorgen, met de uitstekend ingerichte amerikaansche stoomboot, de _Mexico_, die het anker wierp in een baai van omstreeks drie mijlen in omtrek, waarvan de ééne, drassige, oever een diepen inham vormt, tot waar een lage heuvelreeks oprijst, terwijl de andere, waarop de stad Havanna is gelegen, in de baai vooruitsteekt als een sierlijk afgeronde kaap. Wat men het eerst bespeurt van Cuba's hoofdstad, zijn groote, verspreide gebouwen, waartusschen, tegen den langzaam stijgenden achtergrond, een ontelbare menigte huizen zijn saamgedrongen, allen van een zelfde geelachtige kleur. Dat eentonig effen vlak wordt door rechte lijnen van straten in ruiten verdeeld, 't geen de stad op een reusachtig dambord doet gelijken.

De eerste wandeling door de stad was alles behalve aangenaam.

Uit het keurige douanenkantoor kwamen wij in een nauwe straat, tusschen hooge gebouwen ingesloten, als een rotskloof tusschen steile bergwanden. Het midden werd ingenomen door zware vrachtwagens, met muildieren bespannen, huurrijtuigen, en een soort van verhuiswagens, die als omnibussen dienst deden en die, door hun ongeregelden en slingerenden gang, voor de passagiers zoowel als de voorbijgangers bepaald gevaarlijk mochten heeten. En als men zich voor die onberekenbare gevaarten wilde in veiligheid brengen, was er geen andere toevlucht dan een trottoir van hoogstens 40 c.M. breedte, waarop de voorbijgangers voortdurend tegen elkander aanbonsden en ieder, die niet even behendig of brutaal, was als zijzelf, eenvoudig op de straat duwden, of letterlijk tegen den muur platdrukten. Men moest dus maar van twee kwaden het beste kiezen; óf zich laten stompen door de onwellevende voorbijgangers, óf gevaar loopen, te worden overreden, en daarbij door een dikke laag slijk baggeren, die slechts wat dunner werd, waar de goten waren overgeloopen. Gelukkig kwamen wij, na een kwartiertje zoo te hebben voortgesukkeld, aan de O'Reillystraat, die zindelijker en breeder was. Door de groote vensters der benedenverdiepingen zag ik hier keurig ingerichte vertrekken, fraai uitgestalde étalages en uitlokkende café's, waar ik mij voorstelde, met genoegen te zullen zitten rusten, als ik eerst een geschikt logies had gevonden. Dit zou misschien niet gemakkelijk in zijn werk gaan in een stad als deze, waarvan de bevolking in de laatste vijf jaren met 40 000 zielen is vermeerderd, terwijl het aantal nieuwgebouwde huizen met dien aanwas geen gelijken tred heeft gehouden. Wel waren er een voldoend aantal hôtels, en eenige gemeubileerde huizen te huur, doch naar mijne meening veel te weinig fatsoenlijke pensions, rustige verblijfplaatsen, die men op een lange reis zeer leert waardeeren. Het eenvoudigste logies is hier trouwens verbazend duur; voor minder dan 5 francs kan men geen behoorlijke slaapkamer krijgen. Dit zal trouwens wel veranderen, naarmate de verhouding tusschen vraag en aanbod zich wijzigt, evenals het schromelijke overvragen der restauratiehouders, die voor een zeer eenvoudigen maaltijd 4 of 5 francs rekenen, vanzelf zal ophouden, wanneer zij meer concurrentie hebben te duchten.

De aanmerkelijke toename der bevolking zal op den duur grooter welvaart scheppen en meer kapitaal in omloop brengen, 't geen wellicht gepaard zal gaan met meerder eenheid in het muntsysteem, waarin thans de grootste verwarring heerscht.

Want zoowel spaansch, als mexicaansch, amerikaansch, fransch en engelsch goud- en zilvergeld is hier in omloop, en met de betrekkelijke waarde dier verschillende muntstukken wordt op zoo willekeurige wijze omgesprongen, dat een vreemdeling, die er niet uit wijs kan worden, zijn geduld erbij verliest.

Eindelijk had ik dan toch een onderkomen gevonden in een particuliere woning, een eenvoudig benedenhuis, waarvan de voorgevel, die licht geverfd was, slechts twee groote vensters had, niet met luiken, maar met zonneblinden gesloten. Deftige huizen hebben in den regel een portiek of gaanderij met gecanneleerde zuilen, groote lantarens, en ijzeren hekken met grillige krullen en versieringen. Dit is wel opmerkelijk in een stad, waar de huizen over 't algemeen arm zijn aan bouwkunstige versiering of kunstig smeedwerk.

Als ik mijn tijdelijke verblijfplaats binnentreed, kom ik eerst in de vestibule of _zaguan_, die door een boogvormige deur toegang geeft tot het eigenlijke woonhuis, dat bestaat uit een langwerpig vierkant vertrek, de eetzaal of _comedor,_ waarin een tafel en eenige schommelstoelen staan; verder een salon (_sala_), met een bamboes ameublement en een piano, en meerdere slaapkamers, waarvan de mijne gemeubileerd is met een groote kleerkast, een flinke toilettafel en een breed bed, met springveeren matras. De binnenplaats (het _patio_) is achter deze vertrekken gelegen, en aan de overzijde daarvan is de keuken, (_cocina_) waarin zich alleen een groot, gemetseld fornuis bevindt en een soort van groote, poreuze vijzel, om water te filtreeren. Alle vertrekken zijn hoog van verdieping, hebben helder gewitte muren, en zijn meestal met tegels bevloerd. Frissche lucht is er in overvloed, daar de deuropeningen slechts voor twee derde worden gevuld door de kleine, niet meer dan manshooge deurtjes, eigenlijk slechts luiken, van hout of van gekleurd glas. Alleen de boogopening boven de deur der eetzaal is gevuld met sierlijk gekleurde glazen ruitjes.

Zeer ingenomen met mijn nieuwe woning, die mij keurig netjes en zindelijk scheen, begaf ik mij naar een restauratie, waar men, aan groote ronde tafels gezeten, van acht uur af een ontbijt of _desayuno_ kon krijgen, van tien tot twaalf het tweede ontbijt of _almuzzo_, en van vijf tot zes het middagmaal, de _comida_. Vlugge kellners, gekleed in zwarten pantalon en wit of gekleurd hemd, droegen de schotels aan, en het menu was lang niet verwerpelijk; er was soep, verschillende visch- en vleeschspijzen, rijst en groente, versche en ingemaakte vruchten en confituren, guava, ananas, kokosnoten en zelfs goede kaas. Zeer eigenaardig vond ik sommige nationale gerechten, zooals bijv. de _patas_, een ragoût van kalfspooten met aardappelen, olijven en rozijnen, de _ajiaco_, een gerecht van gehakt ossen- of varkensvleesch, met bananen, kalebas en maïs toebereid, de _tasajo de Puerto-principe_, een vleeschschotel met schijfjes aardappelen en citroen; de "gele rijst", vermengd met stukjes varkensvleesch, ham en mosselen, en eindelijk een zonderlinge vrucht, de _aguacate_, een soort langwerpige peer, van buiten groen of paarsachtig, en waarvan het vruchtvleesch, dat zacht en geel was als boter, naar hazelnoten smaakte. Bij den maaltijd werd bij voorkeur ijswater gedronken; ik week echter af van dien regel en bestelde een half fleschje zeer donkergekleurden wijn, Rioja Clarete.

De Obispo-straat, die goed is onderhouden en met asphalt geplaveid, wordt als een der mooiste straten van Havanna beschouwd. In elk geval zijn daar de fraaiste winkels, waar allerlei sierlijke voortbrengselen van fransche kunst en nijverheid liggen uitgestald, die in het tropische zonlicht goed tot hun recht komen. Andere drukke winkelstraten zijn die van San Rafael, Neptuno en Galiano; doch de magazijnen van den groothandel liggen aan de Ricla-straat, waar de dichte huizen en de afwezigheid van drukte een groot contrast vormen met het levendig verkeer in de hoofdstraten, waar veel buiten wordt uitgestald, en bovendien allerlei kooplieden u op karretjes hun waar aanbieden, of een halven bazar op den rug mededragen.

De eigenlijke markt, Plaza del Vapor genaamd, is een overdekte hal, waaromheen galerijen zijn gebouwd, en waar een verbazende drukte heerscht. Om slechts enkele te noemen van de merkwaardige producten, die hier werden te koop geboden: ik zag bij de afdeeling voor groenten o.a. meerdere soorten aardappelen, die bij ons niet bekend zijn; behalve de gewone (_malangua_) waren hier zoete (_boniato_), langwerpige (_Yuca_) en een kolossaal groote soort (_name_); verder de _challote_, een groote peulvrucht van vreemd gewrongen vorm, en de _guimbombo_, een zeer zure augurk met bijzonder spitse punten. Bij de vruchten vielen mij op: de groene of roode oranje-appelen, de mango's, de _sapate_, een soort van roodachtig grijze appel, die naar mispels smaakt, en vol zwarte pitten zit, de _caïmito_, een andere, groote, paarse appelsoort, waarvan het vleesch vuurrood is en op vijgen gelijkt; de _mamey_, een kleine donkerroode, zoete meloen, die met gestampt ijs gebruikt wordt; de _maranon_, die op spaansche peper gelijkt, maar een zacht, wit vruchtvleesch heeft; de _guanabana_, in vorm gelijkend op een groote, donkergroene, stekelige aardbei, zeer verfrisschend en aangenaam van smaak; verder gele of groene ananassen; kleine pruimensoorten, _manoncillos_ en _hicacos_; de _guayaba_, een kleine wrange citroen, die geconfijt wordt gebruikt, tamarinde, granaten, gele en roode bananen, kokosnoten en suikerriet.

Ook op de vischmarkt zag ik allerlei onbekende soorten, vooral van karpers en kabeljauwen; tong en tarbot worden hier niet veel gegeten. De afdeeling voor gevogelte was ook goed voorzien; ik stond verbaasd over die massa's levende kippen, eenden, duiven, kalkoenen en konijnen.

In de buurt van de markthal zag ik kooplieden, die te paard met hun gevogelte, of met suikerriet de stad ingingen, om daar hun waar van de hand te doen. Terwijl ik hier rustig rondwandelde, deed ik een ondervinding op, die mij er aan herinnerde, hoe ver ik van Parijs was; een paar straatjongens, die zich vermaakten over mijn hoogen hoed, begonnen mij met appelen te gooien en riepen, dat ik er een dynamietbom onder verborgen had. Ik moest mijn blijkbaar aanstootelijk hoofddeksel dus wel verwisselen voor een Panamahoed, die dan ook in het gebruik oneindig praktischer bleek.

Eene bijzonderheid springt den reiziger in deze streken aanstonds in het oog, n.l. dat de bewoners van Cuba, al hebben zij geen gebrek aan sommige groenten, vruchten en visch, hun koloniale waren, vleesch in bussen en verduurzaamde groenten uit den vreemde laten komen. Maandelijks worden 25 000 ton snijboonen, erwten, meel, rijst, reuzel, ham en gezouten amerikaansch vleesch hier ingevoerd. In de hoofdstraten ziet men dan ook groote magazijnen van levensmiddelen, toebehoorend aan handelaars, die te Cuba goede zaken hebben gemaakt. Zoo belangrijk is deze invoer, dat het noodig is gebleken een afzonderlijke beurs hiervoor op te richten, la Lonja de Viveres, die koop en verkoop bespoedigt en vergemakkelijkt. Tegen een maandelijksche betaling van 5 francs kan elke koopman, 't zij hij in 't klein of in het groot handel drijft, hier komen kiezen, vergelijken en koopen; terwijl hij voor de som van 27.50 fr. in de maand het recht verkrijgt, zijn eigen monsters hier tentoon te stellen. Deze beurs, die des morgens van 7 tot 10 uur is geopend, heeft zich in een tijdsverloop van zestien jaren verbazend uitgebreid; haar aandeelen werpen thans 10 à 12% rente af, terwijl zij bovendien in staat is geweest, voor liefdadige doeleinden en instellingen van algemeen belang 148 200 francs te besteden. Er werden dan ook reeds plannen beraamd, om een prachtig gebouw van vijf verdiepingen te doen verrijzen op de plek, waar thans in een tamelijk primitieve omgeving tal van rijke kooplieden hun zaken komen doen.

Uit de drukke handelswijk, waar inderdaad een buitengewone bedrijvigheid heerschte, begaf ik mij thans naar dat rustiger gelegen gedeelte der stad, waar de gezeten burgers hun woonplaats hadden gekozen. Sommige van de deftiger straten hadden bepaald een aristocratisch karakter, dat op den vreemdeling een aangenamen indruk maakte; zooals bijv. de Paseo Marti, een lange rij witte gebouwen, voor het meerendeel smaakvol ontworpen, die uitzien op een plantsoen van fraaie laurierboomen. Aan het eind van deze laan staat een prachtige kiosk, waarachter in de verte, aan de overzijde van een zeeinham, een vuurtoren oprijst. Zoo zijn er nog meer mooie punten, o. a. het havenplein, met een fontein en een standbeeld van Neptunus, de Malecon, een wandelplaats langs zee, en de boulevard de l'Indienne, beschaduwd door hooge boomen, en zoo genoemd naar het marmeren standbeeld eener indiaansche vrouw, dat een fontein versiert.

Verder zag ik het Columbus-park, waar, in een vijver onder palmboomen, een familie krokodillen huisde, en de laan van Carlos III, waar, tusschen eindelooze rijen boomen, een onafzienbare reeks kleine standbeeldjes prijkte, die mij echter te veel aan pendule-ornamenten deden denken, om ze veel aandacht waardig te keuren.

Een zeer druk kruispunt van het verkeer is het plein van Muella de Luz; minder schilderachtig gelegen is dat van San Juan de Dios, een soort terras, met elzen beplant, van waar de verschillende tramlijnen uitgaan, naar de deftige stadswijken, en naar de volksbuurten, waar in wonderlijke blinde sloppen en steegjes de armste bevolking woont. Een van de zonderlingste straten vond ik de Calzada del Monte, waar als versiering lange rijen blauwe, paarse, rose en groen geschilderde zuilen zijn aangebracht, en die uitkomt op een pleintje, waar een standbeeld staat van den ingenieur Albear, die de waterwerken der stad heeft aangelegd.

Van daar komt men in het Centrale Park, waar de hoofdstraten der stad samenkomen, en waar zich een monument bevindt, gewijd aan de nagedachtenis van den patriot Marti. Hier zijn ook de grootste hotels, café's, clubs en theaters van Havanna.

Er is alle reden om te verwachten, dat de stad zich nog voortdurend zal uitbreiden; want er is nog veel onbebouwd terrein, terwijl de prijzen van den grond steeds stijgende zijn.

Zoo zal een groot stuk grond bij het station Villanueva, waar thans loodsen en bergplaatsen van spoorwegmateriaal staan, zeer waarschijnlijk in de toekomst een der fraaiste gedeelten van de stad worden.

De publieke gebouwen, zooals bijv. het presidentspaleis, zijn over het algemeen grootsch en indrukwekkend, hoewel sommige steensoorten veel hebben te lijden door hitte en vocht. De kathedraal, met haar twee torens, is reeds eenige eeuwen oud en daardoor vervallen; doch meerdere kerken zijn in zeer goeden staat, zooals die van Los Angeles en Merced, waar een nabootsing der grot van Lourdes wordt vertoond; de rijkversierde kerk van Santo Domingo, en andere kapellen, die slechts bij feestelijke gelegenheden worden geopend, zooals de Jezuitenkapel van Belem en de Karmelieter kapel van Santo Felipe, waar een middernachtelijke godsdienstoefening wordt gehouden, met begeleiding van piano, klarinet, castagnetten, triangel, tamboerijn en ... hanengekraai. Op den naamdag van den H. Christoforus wordt in een kleine kapel, El Templete genaamd, eene mis gelezen, ter herinnering aan de eerste godsdienstoefening, die in 1519 te Cuba werd gehouden in de schaduw van een katoenboom. El Templete is een klein marmeren gebouwtje, in Griekschen tempelvorm, dat in 1598 door Ferdinand VII werd ingewijd. Het is het eenige gebouw, dat herinnert aan de dagen der stichting van het latere Havanna, dat oorspronkelijk Port Carenas heette.

Een bekoorlijke, geheel nieuwe voorstad is de Vedado, een reeks fraaie villa's, aan zee gelegen. Het in de rotsen uitgehouwen badhuis biedt geschikte gelegenheid tot baden aan. Ook andere buitenwijken zijn zeer gezond en daardoor gezocht, zooals Cerro, Jesus del Monte, en Regla, waar echter meer arbeiders wonen.

Voor de openbare veiligheid wordt in Havanna uitstekend gezorgd, doch de bewoners werken hiertoe van hunne zijde ook krachtig mede. Het brandweerkorps, dat uit 520 vrijwilligers bestaat, wordt bijna geheel door particuliere bijdragen in stand gehouden; de kooplieden dragen hiertoe 3540 francs bij, twintig brandverzekeringsmaatschappijen samen 39 960 francs; de stad zelf 109 000 francs, en de staat betaalt slechts 60 000 francs.

Ik hoorde niets dan lof over dit korps, evenals over de politie, die er in geslaagd is, het aantal gepleegde misdrijven terug te brengen tot op een vierde van het vroegere getal. En dat nog wel bij een betrekkelijk geringe politiemacht, slechts elfhonderd agenten, de geheime politie medegerekend. Hierdoor is de dienst zeer zwaar, en de diensttijd duurt, drie dagen van de vier, vijftien uren; doch de agenten vervullen hun taak met buitengewone toewijding en houden nacht en dag een wakend oog. Van het geringste vergrijp wordt onmiddellijk per telefoon kennis gegeven aan het hoofdbureau midden in de stad.

De bewoners van Havanna behoeven dus niet beducht te zijn voor hun persoonlijke veiligheid, als zij zich buitenshuis begeven. Het klimaat is hiervoor volstrekt geen beletsel, want de warmte is in deze streken zeer dragelijk. Ook is de temperatuur genoegzaam aan afwisseling onderhevig, om twee jaargetijden te onderscheiden. In den winter daalt de thermometer soms tot 9 graden, om in den zomer wel tot 40 te stijgen. Doch over 't algemeen kan men aannemen, dat van October tot Juni de gemiddelde temperatuur 's morgens 24°, 's middags 28°, en 's avonds 26° bedraagt; terwijl van Juni tot October de temperatuur wisselt tusschen 26° en 32°. In den nazomer, vooral in September, wordt de hitte getemperd door een zachten regen, die geregeld des middags valt, terwijl in den winter het weer warm en droog is. Het klimaat is hier dus bij uitstek gunstig en aangenaam te noemen.

Voor de openbare gezondheid wordt uitstekend gezorgd en aan de zuiverheid der atmosfeer streng de hand gehouden, zoo wordt bijvoorbeeld van eigenaars van tabaksfabrieken geëischt, dat zij de grootste zindelijkheid betrachten, wat betreft het verwijderen van het sputum der werklieden; en ook in particuliere woningen wordt een wakend oog gehouden, en alle sanitaire ongerechtigheid streng geweerd. Van besmettelijke ziekten moet worden kennis gegeven aan een inspecteur, die er voor zorgt, dat de patient blijft afgezonderd, en het huis na zijn herstel of overlijden wordt gedesinfecteerd. Deze maatregelen hebben natuurlijk de gunstigste gevolgen gehad, terwijl het verbod, om stilstaand water onbedekt te laten, de muskieten heeft doen verminderen, en vooral de ontwikkeling heeft tegengegaan van den culex faciatus, welks steek de gele koorts teweeg bracht. Zoowel de gele koorts als de tuberculose, welke vroeger vier vijfde van de bevolking hevig hebben geteisterd, zijn thans zoo goed als verdwenen. Door het nauwkeurig onderzoek, waaraan de emigranten zijn onderworpen, is ook de mogelijkheid van overbrenging van besmetting uit den vreemde grootendeels buitengesloten. De armeren onder de landverhuizers moeten een quarantaine doormaken in het lazaret Mariel, of vijf dagen onder observatie blijven te Triscornia.

Al deze uitstekende maatregelen heeft men te danken aan de voorzorgen van den Algemeenen gezondheidsdienst, die 368 beambten ter inspectie uitzendt, door geneeskundigen voordrachten over gezondheidsleer doet houden onder de arbeidende bevolking, en over het geheele eiland zijn wijs bestuur uitstrekt. Wel worden groote sommen jaarlijks door dezen tak van dienst verslonden; doch thans kan Cuba dan ook met voldoening het feit constateeren, dat het van een der ongezondste verblijfplaatsen ter wereld juist het tegenovergestelde is geworden, en dat het meerendeel der hospitalen op Cuba zoo goed als leeg staat, zoodat het niet lang meer zal duren, of de kliniek van San Antonio voor geheime ziekten, en die van Animas voor de gele koorts, zullen kunnen worden opgeheven.

Behalve het krankzinnigengesticht van Mazorra en een toevluchtsoord voor kinderen, la Beneficencia, zijn hier ook vele liefdadige inrichtingen, die slechts door particuliere bijdragen worden in stand gehouden. De oudste van deze, de Quinta de Salud Benefica, is niet groot, maar in deze, evenals in de twee andere dergelijke inrichtingen, worden de nieuwste methoden gevolgd en is alles op moderne leest geschoeid. In de Quinta de Salud Covadonga, die in een fraai eigen park met een kapel is gelegen, worden 200 zieken verpleegd, terwijl in de Quinta de Salud de la Purissima Concepcion 700 patiënten van alle natiën gratis verzorging en verpleging kunnen vinden.

De rijke en milddadige leden dezer vereenigingen zijn echter, behalve door het stichten van hospitalen, ook op allerlei andere wijzen werkzaam voor het algemeen belang. Zij hebben ook clubs gevormd, welke zich oorspronkelijk ten doel stelden de spaansche emigranten onder elkander te verbinden en voort te helpen. Deze vereenigingen hebben nog slechts vijf en twintig jaren bestaan, en in dien tijd zeer veel goeds tot stand gebracht. Ze bestaan uit lieden van allerlei stand en leeftijd.

Zoo is de club van La Quinta Covadonga, die 16 150 leden telt, alleen open voor kolonisten van spaansche afkomst. Zij bezit een kapitaal van 2 500 000 francs en heeft voor de verbouwing en verfraaiing van haar Vereenigingsgebouw, dat voor 400 000 francs werd aangekocht, nog 500 000 francs besteed. Deze vereeniging draagt jaarlijks een som van 75 000 francs bij tot het openbaar onderwijs, en besteedt aanzienlijke sommen voor opleidings-cursussen, waaraan zoowel meisjes als jongens kunnen deelnemen, en waarin onderricht wordt gegeven in spraakkunst, aardrijkskunde, geschiedenis, fransch en engelsch, wiskunde, stenographie, dactylographie, teekenen en handelswetenschappen.

De Club der Quinta Benefica is een vereeniging van Galiciërs, twaalfhonderd in getal, en rijk genoeg om, tegen een zeer hoogen prijs, den nationalen schouwburg in eigendom te hebben verworven.

De Club van de Quinta Purissima Concepcion telt haar leden meer onder jongere en oudere kooplieden en ambtenaren, onverschillig uit welke provincie van Spanje zij afkomstig zijn. Deze club heeft 20 000 leden en bezit een fraai nieuw clubgebouw, waaraan een gymnastiekzaal, een bibliotheek en een leeszaal verbonden zijn, een prachtige feesthal, 3000 vierkante meter groot, en scholen voor de kinderen der leden, terwijl de vereeniging een dertigtal onderafdeelingen heeft.

Behalve deze grootsche ondernemingen, die opnieuw de waarheid bewijzen van het spreekwoord "Eendracht maakt macht", is er in Havanna nog een duitsche club, een artistieke en litteraire vereeniging, l'Aténéo, en het spaansche casino, waar vreemde talen en teekenen worden onderwezen, en dat ook in de provincie met vrucht arbeidt. Zelfs de mulatten en de zwarte bevolking hebben hun sociedades, wel een bewijs, hoe de bewoners van Cuba, onder alle klassen der bevolking gesteld zijn op gezelligheid en tijdverdrijf buitenshuis.

De vreemdelingen, die vroeger, ondanks den roep, die van Cuba's schoonheid uitging, het eiland ontvluchtten, uit vrees voor de gele koorts, komen thans, nu die verschrikkelijke bezoeking is geweken, hier in grooten getale vertoeven. Vooral bewoners der Vereenigde Staten, die de koude willen ontvlieden, komen den winter te Havanna doorbrengen. Jaarlijks komen omtrent 10000 vreemdelingen naar de hoofdstad, die meer en meer het Nice van den Atlantischen Oceaan wordt.

Van December tot Maart volgt hier de eene feestelijkheid na de andere, waaraan zoowel de ingezetenen als de vreemdelingen plegen deel te nemen; bals en komedievoorstellingen wisselen af met rijtoeren en muziekuitvoeringen in de open lucht, en nemen den dag zoowel als den avond in beslag.