Yougo-Slavia

Part 4

Chapter 43,688 wordsPublic domain

Hier, in het Noorden en zoo ver van ze verwijderd, hebben we vóór den oorlog zeer weinig gehoord van de Yougo-Slaven. We wisten wel, dat ze te vinden waren in het Zuiden van Europa, in Servië en Montenegro, maar veel aandacht hebben we aan deze twee koninkrijkjes, voor ons oogenschijnlijk van zoo weinig belang, nooit geschonken. Dat ze voor Europa, voor de rust van Europa groote beteekenis hadden, was in ons niet doorgedrongen; we ontdekten het eerst in 1912, toen de eerste Balkanoorlog uitbrak, die geheel Europa in vlammen dreigde te doen opgaan. We hadden ook wel eens gehoord van de Zuid-Slaven der Donau-Monarchie, maar och, de Monarchie had zoovele volken, die elkander zonder ophouden het leven zuur maakten, zonder dat zij er, naar onze meening, sterk onder leed, dan dat wij ons over een Zuid-Slavische vraag druk zouden maken; de Monarchie zou het met deze volken wel klaar spelen. Van een Yougo-Slavisch probleem hebben we eerst in dezen oorlog gehoord, zonder er nochtans veel van te begrijpen. Dat deze Yougo-Slavische vraag in waarheid de directe oorzaak van dezen oorlog is geweest en dat, zoo ze in dezen oorlog niet wordt opgelost, er in Europa, zelfs na dit cataclysme, geen vrede zal heerschen, hebben zelfs de meesten onzer tot heden niet ontdekt.

Er wonen in het Zuid-Oosten van Europa meer dan elf millioen Yougo-Slaven als één compacte massa. In Servië 4½ millioen, in Montenegro 435.000, in Dalmatië 610.000, in Krain, Goriza en Triest 705.000, in Karinthië en Stiermarken 535.000, in Kroatië-Slavonië 2.280.000, in Istrië 220.000, in het Zuiden van Hongarije, namelijk in het Banaat, in Batschka en in Barania 656.000 en in Bosnië-Herzegowina 1.820.000.

Servië en Montenegro zijn zelfstandige koningrijken; Istrië en Dalmatië Oostenrijksche provincies; het Banaat, Batschka en Barschka en Barania Hongaarsche landsdeelen; Kroatië-Slavonië is een autonoom koninkrijk van den Sint-Stefanskroon, de stad Fiume neemt een autonome plaats in onder een gouverneur door Boedapest benoemd en Bosnië-Herzegowina wordt door een gemeenzamen minister van Finantiën beheerd in naam van Oostenrijk en van Hongarije. Krain, Goriza en Triest, Karinthië en Stiermarken zijn Oostenrijksche landsdeelen.

De Yougo-Slaven bestaan uit drie groepen: Serviërs in Servië en Montenegro (4.925.000), in Zuidelijk-Hongarije (461.000) en in Kroatië-Slavonië (645.000); Kroaten in Kroatië-Slavonië (1.638.000), in Istrië (173.000) en in Zuidelijk-Hongarije (195.000), terwijl in Bosnië-Herzegowina en Dalmatië 2.432.000 Serbo-Kroaten wonen en Slowenen in Karinthië, Stiermarken, Krain, Goriza en Triest (1.310.000).

Alle drie groepen spreken één taal, zijn van denzelfden oorsprong en hebben dezelfde nationale tendenzen. Ze zijn Roomsch-Katholiek (de Kroaten) of Protestant (een deel der Slowenen) of Mohammedaansch (650.000 Serviërs in Bosnië) of Orthodox (de Serviërs). De Serviërs bezitten het Cyrillische, de Kroaten en Slowenen het Latijnsche alphabet.

Het verschil in godsdienst en in alphabet tusschen Kroaten en Serviërs is daaruit te verklaren, dat bij de Kroaten de cultuur vanuit het Westen (Rome) ingang vond, bij de Serviërs, die vanuit het Westen niet gemakkelijk te bereiken waren, vanuit het Oosten (Byzantium). Dat een deel der Serviërs in Bosnië de Mahomedaansche godsdienst belijdt, ligt daaraan dat vele Serviërs om hun bezittingen te redden en om een bevoorrechte plaats tegenover de raja's (de christenen) in te nemen, bij de invasie der Turken het geloof der heerschers aannamen. In den loop der eeuwen hadden deze Mahomedanen hun afkomst geheel vergeten; zij meenden ten slotte dat zij Turken waren. De echte Turken beschouwden de Mahomedaansche Bosniakken niet als de ware broeders. Doch thans is er in geheel Bosnië niet één Mahomedaan te vinden, die niet weet dat hij Serviër is.

Ook de Bulgaren zijn Zuid-Slaven. In 659 en 660 n. Chr. werden de Slaven, die tusschen den Isker (bij Sofia) en de Zwarte Zee woonden, door Turco-Finsche horden, die zich Bulgaren noemden, veroverd. Doch de veroveraars werden geabsorbeerd door de overwonnenen, door de Slaven dus. De grootste dichter der Bulgaren, Kristof, beroemt er zich op geen Slaaf te zijn en noemt zich Tartaro-Bulgaar. En het verraad der Bulgaren aan de Zuid-Slavische zaak in dezen oorlog zegt ons duidelijk, dat dit volk voor onafzienbaren tijd voor de Yougo-Slavische beweging heeft afgedaan.

We hebben dus te doen met één natie, maar verdeeld over vier verschillende staten, als we Bulgarije niet medetellen, dat thans als element in het Yougo-Slavische probleem is uitgeschakeld. Een toestand dus in flagranten tegenspraak met de nationale tendenzen, die zich in den loop der vorige eeuw door de opkomst der democratie in de volken hebben ontwikkeld: één volk, één staat. De democratie wil van den staat, zooals hij zich in den loop der eeuwen onder de dynastieën ontwikkeld heeft, niets weten; een bijeen veroverde, bijeen getrouwde en bijeen geërfde staat is in haar oog een onding en niet van duurzaamheid. De gescheiden deelen van éénzelfde natie willen zich, gedreven door de kracht van onderlinge aantrekking, samenvoegen in onzen tijd, waarin het nationaliteitsprincipe overheerschend is.

Dat vroeg of laat de vereeniging van het Servische volk tot één groot geheel komen zou, was wel te voorzien. De vraag was slechts op welke wijze. Zouden de Serviërs ten Zuiden van Donau en Save zich voegen bij de Yougo-Slaven der Monarchie? Of zouden omgekeerd de Yougo-Slaven der Monarchie zich voegen bij de Serviërs op den Balkan? Er is een tijd geweest, dat zich het eerste liet verwachten. Dat het echter niet is gebeurd, ligt aan de kortzichtigheid der Habsburgers, die de Yougo-Slaven niet hebben gekend en de waarde van dit volk niet hebben weten te beoordeelen. En thans ontwikkelt zich voor onze oogen het tweede geval.

Men moet de geschiedenis der Yougo-Slaven onder het dualisme kennen, om de ontwikkeling van het Yougo-Slavische probleem in dezen oorlog te kunnen beoordeelen. Ik zal beproeven haar in enkele woorden te schetsen.

Ze is een geschiedenis van ellende en van schande. Van ellende, waarin de Zuid-Slaven door hun overheerschers gedompeld zijn, van schanddaden der laatsten, die voor niets zijn teruggedeinsd om het Zuid-Slavische volk zijn nationaliteit te ontnemen. De geheele geschiedenis der Yougo-Slaven der Monarchie en in het bijzonder die na het compromis van 1867 tusschen Oostenrijk en Hongarije vormt één aanklacht tegen de heerschers, zoo aangrijpend, dat Europa tegen het verdelgingssysteem der Duitschers en Magyaren, in opstand gekomen zou zijn, zoo het dit slechts gekend had. Maar Magyaren stonden bij Europa goed aangeschreven en de Zuid-Slaven vonden er geen gehoor. Thans is het, en gelukkig, toch anders geworden. Dat hebben de Zuid-Slaven te danken aan Fransche schrijvers, die dit volk bestudeerd en in zijn midden verblijf gehouden hebben, zooals Louis Léger en Charles Loiseau en vooral aan 't mooie werk van den Engelschman Seton-Watson, waarvan een Duitsche vertaling onder den titel: „die Süd-Slavische Frage im Habsburgerreiche” in 1913 het licht zag. Doch niet alleen danken dit de Zuid-Slaven aan hun vrienden, maar ook aan hun.... vijanden die, zooals het gewoonlijk gaat, geen maat wisten te houden en ten slotte hun toevlucht namen tot zulke barbaarschheden, dat de Yougo-Slaven, ten einde raad, zich te weer stelden en dat zelfs uitspattingen niet uitbleven. De aanslag van Loeka Joekitsch op den Koninklijken Commissaris Cuvaj, het hoogverraad-proces te Agram (Maart tot October 1909), het Friedjung-proces te Weenen (December 1909) hebben, naast Seton-Watson's werk, Europa de oogen geopend.

* * * * *

Er is er maar een geweest, die de waarde van Dalmatië gekend en alles in het werk gesteld heeft om het land tot bloei te brengen. Dit was echter geen Habsburger, maar een vreemdeling, Napoleon I, die Dalmatië, Istrië, Karinthië, Krain en een gedeelte van Kroatië een korten tijd vereenigde onder den naam van Illyrische provincies en deze landen uitstekend liet administreeren. Nog immer staat bij den Dalmatiër de nagedachtenis van den maarschalk Marmont, den Franschen gouverneur, in hoog aanzien. Waar een Franschman den voet heeft gezet, zelfs al is het een generaal met zijn troepen, daar blijft nog immer een lichtstraal achter.

Wil men de vertwijfeling der Dalmatiërs in het Habsburger rijk peilen, dan leze men de rede, die dr. Jozef Smodlaka, de oprichter van de Kroatische democratische partij in Dalmatië, op 3 December 1910 in het Oostenrijksche parlement hield (welke als bijlage XVII voorkomt in de Duitsche uitgave van Seton-Watson's werk) en die hij hield voor leege banken, wat de belangstelling der Oostenrijksche vertegenwoordigers voor Dalmatië treffend illustreert.

Dalmatië is een land van boeren, riep dr. Smodlaka uit, maar het vraagt om invoer van vleesch uit Argentinië en het zal vragen om den vrijen invoer van graan, want het volk heeft geen vleesch, geen brood en ook geen aardappelen, die alleen op tafel bij „de heeren” komen. De geheele oppervlakte vruchtbare aarde, die in Dalmatië te vinden is, staat onder water en niemand legt het land droog, waardoor zelfs graan uitgevoerd zou kunnen worden. Drinkwater is er evenmin. En de boeren lijden 's winters koude, omdat ze geen hout hebben om te stoken; een kachel is in Dalmatië een weeldeartikel. Onder het heerschende Kmetenstelsel is de boer verplicht voor alle verbeteringen van het land te zorgen, ook alle uitgaven te bestrijden en meer dan de helft of een derde van de opbrengst aan den landheer af te staan.

Er zijn zoo goed als geen scholen in Dalmatië; meer dan 300 dorpen hebben niet één enkele school en het aantal analphabeten bedraagt dan ook 99 %.

Er zijn ook geen wegen. Er bestaat geen verbinding tusschen Dalmatië en het Zuiden van Kroatië en het Westen van Bosnië; men kan sneller van Weenen naar Petersburg reizen dan van Spalato naar Banjeloeka.

Niet Servië en Italië handelen tegen de belangen van Dalmatië, maar het is de Oostenrijksche regeering, die niets voor het land doet en het te gronde laat gaan. Dandelo heeft in vijf jaren meer voor Dalmatië gedaan dan Oostenrijk in 105 jaren. Het land is een land van bedelaars geworden, het land, waar vroeger een Ragusa bloeide.

Dalmatië heeft slechts één uitvoerartikel, menschenvleesch; het land verliest zijn bevolking.

Geen velden, geen landbouw, geen veeteelt, geen graan, geen straten en geen spoorwegen, omdat zich daartegen Hongarije verzet, geen industrie en geen handel. En zonder Dalmatië had Oostenrijk geen zee. Het is het land met honderden goede havens, met een rijk achterland (Bosnië) en het biedt de beste voorwaarden aan voor den bloei van den handel en de industrie, waarvoor het de sterkste waterkrachten van Europa aanwijzen kan.

In Oostenrijk beschouwt men Dalmatië als een exotisch land, vanuit het standpunt der archeologie, doch we willen geen archeologisch kerkhof zijn, roept dr. Smodlaka uit.

En de Dalmatische afgevaardigde vraagt of het onder zulke omstandigheden een wonder is dat in het land de ontevredenheid groot, zeer groot is en hij waarschuwt ervoor, dat men deze ontevredenheid niet met processen van hoogverraad geneest.

Zoo regeert de Oostenrijker in Dalmatië. Doch zoudt ge meenen, dat de Oostenrijksche of de Hongaarsche regeering in hunne andere Zuid-Slavische landen beter hebben geregeerd, bijvoorbeeld in Bosnië-Herzegowina of in Kroatië-Slavonië? De Donau-Monarchie bezit geen administratief talent en ze zal deze kunst ook nooit leeren. Haar administratieve kunst bestaat in onderdrukking, verdeelen en heerschen en de tastbare middelen, waarmede ze deze kunst uitoefent, zijn, precies zooals in Rusland, verbanning, gevangenis en galg. Zeker, ze bouwde mooie monumenten, hotels en kazernen in de verkregen Zuid-Slavische landen, ze legde ook een net van spoorwegen aan voor.... strategische doeleinden en oefende de gastvrijheid op weergalooze wijze uit tegenover vreemde journalisten, die kwamen om.... zich zand in de oogen te laten strooien, maar de kunst om voor de bevolking betere levensvoorwaarden te scheppen, haar tot tevredenheid te stemmen en om op een goeden voet met haar te komen, die kunst heeft ze nooit verstaan. Ze weet ook wel hoe groot en hoe gerechtvaardigd de ontevredenheid der Zuid-Slavische bevolking is en daarom liet ze hen, die op eigen gelegenheid naar de Zuid-Slavische landen kwamen om uit eigen oogen te aanschouwen en zich niet tot klaploopers eener regeering wilden verlagen, met spionnen omringen en maakte hen het verblijf onmogelijk.

De spoorwegen, die in Bosnië-Herzegowina gebouwd zijn, zijn er niet voor den handel en het verkeer, ze zijn er voor het leger en hebben alleen een strategisch doel. Ze zijn smalspoor en hebben dus geen aansluiting met het groote verkeersnet.

Bosnië is niet verbonden met zijn natuurlijke havens in Dalmatië; het achterland bezit geen havens en het kustland geen achterland.

Het wordt niet geadministreerd door eigen landslui, maar door vreemdelingen, die noch het land, noch de taal kennen.

Men wilde er den veestapel verbeteren en voerde er vreemde dieren in, die zich niet acclimatiseerden, maar te gronde gingen, men liet ze echter door de boeren peperduur betalen.

Er werd een kadaster aangelegd door geëmployeerden, die van de verhoudingen in het land niets afwisten, wat tot gerechtvaardigde klachten aanleiding gaf.

Onder het voorwendsel de vagebonden te bewaken, drongen de gendarmen op ieder uur van den dag de huizen binnen.

Oostenrijk heeft het recht de orthodoxe bisschoppen in Bosnië-Herzegowina te benoemen; de popen worden door de bisschoppen aangewezen. De bevolking stelt natuurlijk noch in deze bisschoppen, noch in deze popen vertrouwen. Het land werd overstroomd met Jezuiten en Franciskaners, terwijl de Roomsch-Katholieke propaganda op allerlei wijs bevoordeeld werd. De Katholieke bisschop Stadler is bij de orthodoxen van Bosnië berucht wegens zijn propaganda.

De schoolboeken worden zorgvuldig geschift; van een Douschan, van een Marko en van de Karageorge's mag daarin niets voorkomen, zooveel te meer plaats vinden in deze schoolboeken de heldendaden van het Oostenrijksche leger en de deugden van Frans Jozef.

Geen Servische courant mocht de geannexeerde landen binnendringen en de Bosniakken mochten vooral niet weten, dat zij Serviërs waren; von Kallaij verbood er daarom zelfs zijn eigen boek, dat de geschiedenis der Serviërs behandelde en deswege wordt hij door de Oostenrijkers geprezen.

Er heerscht in Bosnië-Herzegowina nog het feodale systeem van den grond-eigendom, zooals in de Middeleeuwen. Oostenrijk heeft niets gedaan om het te doen verdwijnen, niettegenstaande de boeren 90 % van de bevolking uitmaken.

De nationale tegenstand der Bosnische Serviërs was oorspronkelijk een strijd voor de autonomie van de orthodoxe en de mahomedaansche godsdienst; ze ging, door de regeerkunst der Oostenrijkers, over in een zuiveren politieken strijd voor de autonomie van Bosnië.

Bosnië-Herzegowina is een zuiver Servisch land; de bevolking wilde er een zuiver nationaal leven voeren. Maar natuurlijk, daarvan wilde de Monarchie niets weten. Wat een dwaasheid is, omdat de nationaliteit van een volk niet weg te doezelen is, terwijl het volk zelf tegen de verdrukking ingroeit. En, wat de Monarchie niet alle middelen heeft trachten te verhinderen, is juist door haar onderdrukkingssysteem toch geschied: orthodoxen en mohamedanen hebben elkander gevonden. Waardoor de nationale tegenstand der Bosniakken onoverwinnelijk is geworden.

Wanneer men een Hollander vragen zou in welke verhouding Kroatië-Slavonië tot Hongarije staat, tien tegen een dat men tot antwoord zou ontvangen: Kroatië-Slavonië maakt een deel uit van het Hongaarsche koninkrijk. Dit antwoord behoeft ons niet te verwonderen, want in de praktijk hebben de Magyaren geen ander oordeel. Na Sadowa verdeelden de Germano-Magyaren de Donau-Monarchie in tweeën en Kroatië-Slavonië werd uit dankbaarheid voor hetgeen het in 1848 voor de Habsburgers gedaan had—de Habsburgers oefenden te allen tijde een vreemd soort dankbaarheid uit—aan de Magyaren overgeleverd.

En niettemin is Kroatië-Slavonië geen deel van het Hongaarsche rijk. Kroatië-Slavonië en Hongarije zijn twee koninkrijken, die alleen door den persoonlijken band van hun heerscher verbonden zijn. Zoo is het geweest vanaf het jaar 1102, toen de Kroatische adel, als vertegenwoordiger van het Kroatische volk, tot koning den heerscher van Hongarije, Koloman, koos. Na den dood van Lodewijk II, die op het slagveld van Mohacs in 1526 tegen de Turken het leven liet, koos Hongarije Ferdinand van Oostenrijk tot koning en kort daarna werd deze ook tot koning door de Kroaten uitgeroepen. In 1772 kende de Kroatische vertegenwoordiging—de Sabor—het recht van erfopvolging ook aan de vrouwen uit het huis Habsburg toe; Hongarije echter volgde daarin Kroatië eerst 10 jaar later. Kroatië-Slavonië en Hongarije hebben dus nooit één rijk gevormd. Niettemin beschouwen de Magyaren Kroatië-Slavonië als een deel van Hongarije en de manier, waarop zij het regeeren, bespot elke beschrijving. Wat echter niet ten opzichte van Kroatië-Slavonië alleen het geval is, doch ook ten opzichte van iedere nationaliteit, die in het Hongaarsche rijk te vinden is.

Toen het compromis tusschen Oostenrijk en Hongarije gesloten was, was ook een compromis tusschen het laatstgenoemde rijk en Kroatië-Slavonië noodzakelijk geworden. De wijze echter, waarop dit laatste gesloten werd zou, als het een overeenkomst tusschen gewone burgers gegolden had, een der partijen als falsaris in de gevangenis gebracht en de nietigheid der overeenkomst ten gevolge gehad hebben.

Hongarije had geen zeehaven en wilde er een hebben. Kroatië-Slavonië had er een, namelijk Fiume. Daarop nu wilden de Magyaren de hand leggen. Maar de Kroaten waren er niet voor te vinden Fiume af te staan. Het compromis constateerde nu, dat er omtrent Fiume geen schikking was getroffen. Het werd door Frans Jozef onderteekend.

Doch wat deden de Hongaren? Ze plakten over de origineele tekst van het betreffende artikel een strookje papier en daarop stond geschreven, dat Fiume een afgescheiden deel was van den Hongaarschen Kroon, met andere woorden dat het den Hongaarschen staat behoorde.

De Magyaren hebben dus Fiume met den stijfselpot veroverd; ze namen de stad in bezit en verdreven er de Kroatische ambtenaren.

Aan het hoofd der Kroatische regeering staat een Ban (banus), die door den koning wordt benoemd, doch op voordracht van den Hongaarschen minister-president. In de praktijk is dus de banus niet anders dan de exponent der Hongaarsche regeering en wat dit beteekent, zegt ons de Kroatische geschiedenis vanaf het compromis van 1868 tot op den huidigen dag. Oplossing van den Sabor—Kroatische volksvertegenwoordiging—als deze de Magyarische doeleinden in den weg stond, vervalsching van kiezerslijsten, terrorisme bij de verkiezingen om tegenstanders de uitoefening van het kiesrecht onmogelijk te maken, het in scène brengen van monsterprocessen van hoogverraad, waar veroordeeld werd op de getuigenis alleen van spionnen tot barbaarsche straffen, het werken met valsche akten, om onschuldigen, die Boedapest in den weg stonden, op te kunnen bergen in ellendige gevangenissen, was schering en inslag der Magyarische overheersching. En bans als de beide Rauch's, in wier familie—naar men in Kroatië beweert—het werken met valsche akten erfelijk was, als Khun Hedervary, als Cuvaj zijn de vloek van Kroatië geweest.

De rechters in Kroatië werden door den Banus benoemd, dus door den exponent van Boedapest. Als rechters werden dus alleen zij gekozen, die een gewillig werktuig der Magyarische regeering waren en zoo het al eens voorkwam, dat de regeering zich had vergist en een zelfstandig man als rechter had benoemd, dan werd hij spoedig ter zijde geschoven. Rechtsgevoel mocht een Kroatische rechter niet bezitten, want dat was een eigenschap, die bij de Magyaren uit den booze is. Tarabocchia, de voorzitter in het proces van hoogverraad te Agram, was een notorische drinker en een vaste bezoeker van nachtlokalen, maar hij was juist de man, in staat de vuile wasch der Magyaren te doen.

De spoorwegtarieven der Kroatische spoorwegen werden door de Hongaarsche regeering zoo vastgesteld, dat bijvoorbeeld het transport van goederen van een Kroatische stad naar Fiume duurder was dan van Boedapest naar Fiume. De locale spoorwegen in Kroatië waren verplicht hun hoofdzetel te Boedapest of te Fiume op te slaan, opdat de belastingen, die deze ondernemingen te betalen hadden, in de Hongaarsche kassen zouden vloeien in plaats van in de Kroatische.

Zeer handig hebben de Magyaren den naijver, die er tusschen de Serviërs en de Kroaten der Monarchie bestond, uitgespeeld; het divide et impera is de genesis van alle politiek in de Donau-Monarchie. Het heeft hen nochtans niet tot hun doel gebracht, integendeel, hun politiek, in het bijzonder die van den Banus Khun Hedervary, heeft de Serviërs en de Kroaten te zamen gebracht (sedert 1905) en onherstelbaar bankroet gemaakt.

Het hoogverraad-proces te Agram en het Friedjung-proces hebben Europa het bewijs geleverd, dat de Monarchie het op de ruïne van haar volken, voor zoover ze geen Duitschers of Magyaren waren, toelegde en daarvoor tegen geen enkel middel, hoe laag ook, opzag. Het Friedjung-proces deed ons kennis maken met legatie-secretarissen, die onder het patronaat van den Oostenrijk-Hongaarschen gezant te Belgrado valsche akten vervaardigden. Deze gezant was een Magyar, Forgach, die later zijn medewerking verleenen zou aan het opstellen van het ultimatum aan Servië, dat den Europeeschen oorlog tengevolge zou hebben.

Het is hier niet de plaats het Agrammer- en Friedjung-proces te behandelen, hoe belangrijk zij ook zijn voor de kennis der politieke zeden, die in de Donau-Monarchie heerschen en ik verwijs daarom hen, wien zulks interesseert, naar het reeds genoemde werk van Seton-Watson en naar de beide brochures van den geleerden en strijdlustigen professor T. G. Masaryk: „Der Agrammer Hochverratsprocess und die Annexion von Bosniën und Herzegowina en Vasic-Forgach-Aehrenthal, Einiges Material zur Charakteristik unserer Diplomatie”.

2. HET NATIONALE STREVEN DER YOUGO-SLAVEN.

Bij de Zuid-Slaven der Donau-Monarchie is in het begin der vorige eeuw het nationaal bewustzijn ontwaakt. De eerste stoot daartoe bracht de oprichting van de Illyrische provincies door Napoleon I, na den slag bij Austerlitz, en, ofschoon deze Zuid-Slavische provincies weder tot hun duf bestaan van vroeger terugkeerden, toen zij na den val van Napoleon weder in de handen der Habsburgers vielen, de nationale idee stierf niet geheel uit, doch bleef voortsmeulen. In de jaren 1830–1840 blies Ljoedevit Gaj, politicus en de dichter van: Kroatië is niet verloren zoo lang wij leven, door Lisinsky op muziek gebracht (het is een der meeslependste melodieën, die ik ook gehoord heb) haar nieuw leven in; hij boette echter zijn patriotisme met gevangenisstraf. En in latere jaren was de bekende bisschop Strossmayer, een man van eminente bekwaamheden en karaktereigenschappen, een groot patriot en een groot tegenstander der Magyaren, de propagandist der nationale idee (geboren 4 Februari 1815; gestorven 10 April 1905).

Het nationale streven der Kroaten en Serviërs der Donau-Monarchie heeft zich aanvankelijk, zelfs tot het jaar 1913, niet zoo ver uitgestrekt als thans. Aan een vereeniging met Servië en Montenegro werd niet gedacht; men streefde de Groot-Kroatische idee na, dat is de vereeniging van alle Kroaten en Serviërs der Donau-Monarchie als autonome staat onder den scepter der Habsburgers. Van het Servische koninkrijk waren de Kroaten in het geheel niet gediend. Wat wel te verklaren was, want de regeering van Milan en zijn zoon Alexander was er niet naar om in Servië een waardig Piemont der Yougo-Slaven te zien.