York De Aarde en haar Volken, 1909
Chapter 2
Voor het tooneel van het Heilig Avondmaal heeft men zich noch Leonardo da Vinci's schilderij ten voorbeeld genomen, noch dat van een anderen meester, en het gevolg is, dat het Avondmaal op Hiwaoa ook zeer wezenlijk verschilt van de gewone opvatting. Ja, er wordt zelfs niet in zoo ver naar historische getrouwheid gestreefd, dat het maal aan een tafel wordt gebruikt. Op den grond van het tooneel zet men op een "tafellaken" van bananenbladeren een, wat de hoeveelheid betreft, koninklijk maal neer, bestaande uit broodvruchten, bananen, pataten en kokosnoten. Ieder gaat zitten als een Turk met gekruiste beenen en nuttigt zwijgend en met veel ijver zooveel van de opgehoopte voorraden, als hij binnen vijf minuten vermag in te nemen. Dan eerst begint men te spreken.
Als het "Avondmaal" voorbij is, wordt het overschot eenvoudig in de daarvoor als voorbeschikte Tarula geworpen, die dan ook zoo vriendelijk is, het in snellen loop weg te voeren. Daarna volgt de voetwassching van de jongeren. Lurau waadt in de rivier, zorgvuldig er op lettend, dat zijn kleed niet nat wordt; hij gaat op een steen zitten, en de een na den ander treden zijn leerlingen op hem toe en ieder laat zich door zijn Heer en Meester met een stuk zeep en een harden, van het buitenomhulsel eener kokosnoot vervaardigden borstel beide voeten behoorlijk afwrijven.
Het meest realistische, het aangrijpendste tableau van alle passiespelen, onverschillig waar ze worden opgevoerd, is het tooneel "Christus geneest de melaatschen", zooals dat op Hiwaoa wordt gegeven. Want hier treden in dit tooneel werkelijke leprozen op. In de eerste tijden der passiespelen liet men ook deze rollen door gezonden spelen; maar het is aan de overredingskunst der zendelingen nooit gelukt, de arme kerels te overtuigen, dat het beter was, zich aan dat gebruik te houden, hoewel er waarlijk geen gebrek is aan melaatschen, die naar genezing verlangen. Want wat ze op het tooneel zien, is voor hen Evangelie; wat daar gebeurt is voor hen het leven; ze vergeten, dat in het sneeuwwitte gewaad van den Heiland hun vriend Lurau is gestoken; ze zien enkel Jezus. Als ze aanschouwen, hoe hij de melaatschen geneest, hoe ze zich opheffen uit de ellende en hem juichende omringen, dan vragen ze, waarom, als de man zoo'n wonderkracht heeft, gezonden te genezen, die het toch in het geheel niet noodig hebben, terwijl er zooveel zieken geholpen zouden kunnen worden? Met die beschouwing wendden zich eenige lepralijders op een dag tot de zendelingen, en dezen wisten, als ze niet de geheele werking en de groote bekoring van het passiespel wilden te niet doen, geen anderen uitweg, dan dat ze overeenkwamen, bij de volgende opvoering een half dozijn lepralijders, van wie een besmetting nog het minst viel te verwachten, te laten meespelen.
De vrome waan moet naar de mededeelingen van de zendelingen bij eenige zieken maanden van te voren ware wonderen hebben uitgewerkt, zoodat hun toestand veel verbeterde. En sedert zoo een paar van die ongelukkigen door hun deelneming aan het passiespel hun leven met een paar weken of maanden verlengd hebben gezien, hebben de zendelingen niet meer den moed, aan de leprozen, die zich aanmelden, het optreden in dit tooneel te verbieden. Tegenwoordig komen ze in zoo grooten getale toegestroomd, dat men genoodzaakt is, ze in verschillende afdeelingen te splitsen en elke afdeeling op een anderen avond te laten optreden. Overigens verzekert ook de zendingsarts, dat sinds de invoering van dit zonderlinge gebruik de sterfte onder de melaatschen op het eiland merkbaar geringer is geworden en dat tot nu toe door de altijd toch bedenkelijke toenadering tusschen melaatschen en gezonden geen ernstige gevolgen zijn ontstaan. Daartoe zal ook wel de kunst van den dokter het hare hebben bijgedragen, want bij voorbeeld moet de goede Lurau zich na iedere opvoering onderwerpen aan een kuur, waarbij hij met formalin duchtig wordt doorgerookt.
Een der belangwekkendste karakters van de passiespelen is Judas. Van het eerste begin af was het het streven van de zendelingen, aan de inboorlingen de goede en de minder goede eigenschappen der handelende personen zoo drastisch mogelijk voor te stellen. Met dat doel heeft men dikwijls voor Judas Ischariot een bekenden misdadiger laten optreden. Die apostel des Heeren moet dan ook in de meeste gevallen zijn naam en karakter alle eer aan hebben gedaan en niet minder dan zes acteurs voor deze rol moeten beproefd hebben, de beurs met de dertig zilverlingen--in dit geval mexicaansche zilveren dollars, die op het eiland als munt gelden--te doen verdwijnen. Om de verdere spelers van de rol niet in verzoeking te brengen, hebben de zendelingen een probaat middel toegepast, want tegenwoordig verschachert op Hiwaoa Judas Ischariot zijn Heer voor de in de beurs geborgen scherven van een gebroken koffiekopje of van een of ander oud stuk aardewerk. Voor vier jaren hadden ze een Judas, een zekeren John Bascard, zoon van een australischen koopman en een inboorlinge, die juist in de strafkolonie een tijd moest vertoeven, omdat hij een parelvisscher had bestolen. Deze apostel van Jezus maakte van de hem geboden tijdelijke vrijheid op die wijze gebruik, dat hij op den tweeden avond der passiespelen in het onbewaakte zendingshuis inbrak, alles stal, wat hem het meenemen waard leek, zich met de actrice van de Magdalena in een roeiboot naar een in de baai voor anker liggend koopvaardijschip begaf, daar den waker, die alleen aan boord was, in het water gooide, en daarna met zijn Magdalena, zijn gestolen buit en het schip, dat hij geheel alleen bestuurde, naar een ander eiland vluchtte, terwijl het passiespel met twee plaatsvervangers voor de bedoelde rollen moeilijk ten einde werd gebracht.
De rol van Pontius Pilatus wordt sedert twintig jaren door een oud dorpshoofd, Rauga, gespeeld. Zijn costuum bestaat uit een met glinsterende knoopen bezetten uniformrok, een broek en een cylinderhoed. De wapenrok en de cylinder hebben, hoe belachelijk de combinatie ook is, hun reden van bestaan en beter zou Pontius Pilatus op Hiwaoa moeilijk kunnen zijn uitgedost. Want de zendeling en de fransche soldaat zijn de verhevenste persoonlijkheden, die de wilde zich kan voorstellen. Iets hoogers bestaat er absoluut niet. Dus welk een geweldig heerscher moet diegene wezen, die de kenmerken van deze beide grootmachten mag dragen. Vandaar de rok van den soldaat en de hooge hoed van den zendeling. En deze combinatie maakt op het kinderlijke gemoed der inboorlingen dieperen indruk dan de toga, de met den romeinschen adelaar gekroonde helm of welk ander eereteeken, dat Pilatus kan hebben gedragen, ook zou hebben kunnen maken. De zwarte broeder, die Johannes den Dooper voorstelt, moet zich met een iets eenvoudiger uitmonstering tevreden stellen, namelijk met den cylinderhoed, omdat hij immers net als de zendelingen doopt, en een afgedragen gekleede jas. Voor het overige draagt deze Johannes, die er inderdaad zoo uitziet, alsof hij van sprinkhanen en wilden honig leeft, een lendendoek. Voilà tout.
Ruth Ingalls, sinds drie jaren de tooneelspeelster, die de moeder van Jezus, Maria, voorstelt, is een half blank meisje, wier afstamming onbekend is. Ze heeft de gestalte van een Juno, het gelaat van een Helena en de manieren van een groote dame. Haar wijze van optreden is onweerstaanbaar, innig bekoorlijk. Ruth is ongeveer vijf-en-twintig jaar oud, vijftien jaren jonger dan Lurau, wiens moeder ze voorstelt, en ze is sinds haar tiende jaar, toen een orkaan haar met het wrakhout van een kustschoener van Tahiti aan het strand van een der eilanden wierp, de bijzondere beschermelinge en ook lieveling der zendelingen. Wie en wat ook haar ouders geweest zijn, de pleegouders van Ruth Ingalls hebben het haar aan een goede opvoeding niet laten ontbreken; ze is ook een goede Christin, en haar onvermoeid werken in de school van de zending is voor de zendelingen oneindig veel waard. Ruth's vertolking van de rol der Moeder Gods moge een weinig naïef wezen, maar is bijzonder krachtig van werking op de toeschouwers, en haar optreden is feitelijk het eenige bij de geheele opvoering, waar men ook maar bij benadering den naam van kunst aan zou kunnen geven.