Woordenlijst Voor De Spelling Der Nederlandsche Taal Met Aanwij
Chapter 63
Verkneuteren (zich -), verkneuterde zich, heeft zich verkneuterd.
Verkneuzen, verkneusde, heeft verkneusd.
Verkniezen en Verknijzen (zich -), verkniesde zich, heeft zich verkniesd.
Verknijpen (zich -), verkneep zich, verknepen zich, heeft zich verknepen.
Verknijping, V.
Verknijzen. Zie Verkniezen.
Verknippen, verknipte, heeft verknipt.
Verknocht.
Verknochtheid, V.
Verknoeien, verknoeide, heeft verknoeid.
Verknoeiing, V., verknoeiingen.
Verknollen, verknolde, heeft verknold.
Verknoopen, verknoopte, heeft verknoopt.
Verknutselen, verknutselde, heeft verknutseld.
Verkoelen, verkoelde, heeft en is verkoeld.
Verkoelend, verkoelender, verkoelendst.
Verkoeling, V., verkoelingen.
Verkoelingsmiddel, O., -middelen.
Verkoken, verkookte, heeft en is verkookt.
Verkolen, verkoolde, is verkoold.
Verkoling, V.
Verkomen, verkomt, verkwam, verkwamen, is verkomen.
Verkonden, verkondde, heeft verkond.
Verkonder, M., verkonders.
Verkondigen, verkondigde, heeft verkondigd.
Verkondiger, M., verkondigers.
Verkondiging, V.
Verkonding, V.
Verkonkelen, verkonkelde, heeft verkonkeld.
Verkonkeling, V.
Verkoop, M., verkoopen.
Verkoopbaar, -bare.
Verkoopdag, M., -dagen.
Verkoopen, verkocht, heeft verkocht.
Verkooper, M., verkoopers.
Verkoophuis, O., -huizen.
Verkooping, V., verkoopingen. Verkoopinkje, O., -jes.
Verkooplokaal, O., -lokalen.
Verkoopprijs, M., -prijzen.
Verkoopster, V., verkoopsters.
Verkooptijd, M.
Verkoperen, verkoperde, heeft verkoperd.
Verkopering, V.
Verkoren.
Verkorsten, verkorstte, is verkorst.
Verkorten, verkortte, heeft verkort.
Verkorter, M., verkorters.
Verkorting, V., verkortingen.
Verkortingsteeken, O., -teekens.
Verkouden.
Verkoudheid, V., -heden.
Verkrachten, verkrachtte, heeft verkracht.
Verkrachter, M., verkrachters.
Verkrachting, V., verkrachtingen.
Verkreukelen, verkreukelde, heeft verkreukeld.
Verkreukeling, V., verkreukelingen.
Verkrijgbaar, -bare.
Verkrijgen, verkreeg, verkregen, heeft verkregen.
Verkrijging, V.
Verkrimpen, verkromp, is verkrompen.
Verkrimping, V.
Verkrommen, verkromde, heeft verkromd.
Verkromming, V., verkrommingen.
Verkroppen, verkropte, heeft verkropt.
Verkruimelen, verkruimelde, heeft en is verkruimeld.
Verkuilen, verkuilde, heeft verkuild.
Verkuiling, V.
Verkuipen, verkuipte, heeft verkuipt.
Verkwakkelen, verkwakkelde, heeft verkwakkeld.
Verkwanselen, verkwanselde, heeft verkwanseld.
Verkwanseling, V.
Verkwijnen, verkwijnde, is verkwijnd.
Verkwijning, V.
Verkwikkelijk, -lijker, -lijkst.
Verkwikkelijkheid, V.
Verkwikken, verkwikte, heeft verkwikt.
Verkwikkend, verkwikkender, verkwikkendst.
Verkwikking, V., verkwikkingen.
Verkwisten, verkwistte, heeft verkwist.
Verkwistend, verkwistender, verkwistendst.
Verkwister, M., verkwisters.
Verkwisting, V., verkwistingen.
Verlaat, O., verlaten.
Verladen, verlaadde, heeft verladen.
Verlading, V.
Verlagen, verlaagde, heeft en is verlaagd.
Verlaging, V.
Verlak, O.
Verlakken (met verlak bekleeden), verlakte, heeft verlakt.
Verlakken (bedriegen), verlakte, heeft verlakt.
Verlakker, M., verlakkers.
Verlakking, V., verlakkingen.
Verlaksel, O.
Verlakt, O.
Verlammen, verlamde, heeft en is verlamd.
Verlamming, V., verlammingen.
Verlangen, verlangde, heeft verlangd.
Verlangen, O., verlangens.
Verlanglijst, V., -lijsten; -lijstje, O., -jes.
Verlangst, V.
Verlanterfanten, verlanterfantte, heeft verlanterfant.
Verlappen, verlapte, heeft verlapt.
Verlapping, V., verlappingen.
Verlaten (begeven), verliet, heeft verlaten.
Verlaten (zich -), (vertrouwen), verliet zich, heeft zich verlaten.
Verlaten (zich -), (niet op zijn tijd passen), verlaatte zich, heeft zich verlaat.
Verlaten, verlatener, verlatenst.
Verlatenheid, V.
Verlater, M., verlaters.
Verlating, V.
Verleden.
Verleden, O.
Verledigen (zich -), verledigde zich, heeft zich verledigd.
Verleenen, verleende, heeft verleend.
Verleening, V.
Verleeren, verleerde, heeft verleerd.
Verlegen, verlegener, verlegenst.
Verlegenheid, V.
Verleggen, verlegde en verleide, heeft verlegd en verleid.
Verlegging, V.
Verlei (beleening), O.
Verleidelijk, -lijker, -lijkst.
Verleidelijkheid, V., -heden.
Verleiden, verleidde, heeft verleid.
Verleider, M., verleiders.
Verleiding, V., verleidingen.
Verleidster, V., verleidsters.
Verleien (beleenen), verleide, heeft verleid.
Verlekkeren, verlekkerde, heeft en is verlekkerd.
Verlengbaar, -bare.
Verlengde, O.
Verlengen, verlengde, heeft verlengd.
Verlenging, V.
Verlengstuk, O., -stukken.
Verleppen, verlepte, is verlept.
Verlet, O.
Verletsel, O., verletsels.
Verletten, verlette, heeft verlet.
Verleuteren, verleuterde, heeft verleuterd.
Verlevendigen, verlevendigde, heeft verlevendigd.
Verlevendiging, V.
Verlezen (uitlezen, uitzoeken), verlas, verlazen, heeft verlezen.
Verlezen (zich -), (verkeerd lezen), verlas zich, verlazen zich, heeft zich verlezen.
Verlicht, verlichter, verlichtst.
Verlichten (verhelderen), verlichtte, heeft verlicht.
Verlichten (minder zwaar maken), verlichtte, heeft verlicht.
Verlichter, M., verlichters.
Verlichting, V.
Verliederlijken (zich -), verliederlijkte zich, heeft zich verliederlijkt.
Verliefd, verliefder, verliefdst.
Verliefde, M. en V., verliefden.
Verliefdheid, V., -heden.
Verlies, O., verliezen. Verliesje, O., -jes.
Verlieven, verliefde, is verliefd.
Verliezen, verloor, verloren, heeft verloren.
Verliezer, M., verliezers.
Verliggen, verlag, verlagen, is en heeft verlegen.
Verlijden, verleed, verleden, heeft verleden.
Verlof, O., verloven.
Verlofganger, M., -gangers.
Verlofhouder, M., -houders.
Verlofpas, M., -passen.
Verlofstraktement, O., -traktementen. Ook Verloftraktement.
Verloftijd, M.
Verlokkelijk, -lijker, -lijkst.
Verlokkelijkheid, V., -heden.
Verlokken, verlokte, heeft verlokt.
Verlokker, M., verlokkers.
Verlokking, V., verlokkingen.
Verloksel, O., verlokselen en verloksels.
Verlokster, V., verloksters.
Verloochenaar, M., verloochenaars.
Verloochenares, V., verloochenaressen.
Verloochenen, verloochende, heeft verloochend.
Verloochening, V.
Verlooden, verloodde, heeft verlood.
Verlooding, V.
Verloofde, M. en V., verloofden.
Verloop, O.
Verloopen, verliep, heeft en is verloopen.
Verlootdag, M., -dagen.
Verloren.
Verloskunde, V.
Verloskundig.
Verloskundige, M. en V., -kundigen.
Verlossen, verloste, heeft en is verlost.
Verlosser, M., verlossers.
Verlossing, V., verlossingen.
Verlossingswerk, O.
Verlosster, V., verlossters.
Verloten, verlootte, heeft verloot.
Verloter, M., verloters.
Verloting, V., verlotingen.
Verloven, verloofde, heeft verloofd.
Verloving, V., verlovingen.
Verlovingsdag, M., -dagen.
Verlovingsfeest, O., -feesten.
Verlovingsring, M., -ringen.
Verluchten, verluchtte, heeft verlucht.
Verluchtigen, verluchtigde, heeft verluchtigd.
Verluchtiging, V.
Verluchting, V.
Verluiden (Zich laten -).
Verluieren, verluierde, heeft verluierd.
Verlustigen, verlustigde, heeft verlustigd.
Verlustiging, V., verlustigingen.
Vermaagschappen, vermaagschapte, heeft vermaagschapt.
Vermaagschapping, V., vermaagschappingen.
Vermaak, O., vermaken.
Vermaakshalve.
Vermaan, O.
Vermaanbrief, M., -brieven.
Vermaanster, V., vermaansters.
Vermaard, vermaarder, vermaardst.
Vermaardheid, V., -heden.
Vermageren, vermagerde, heeft en is vermagerd.
Vermagering, V.
Vermakelijk, -lijker, -lijkst.
Vermakelijkheid, V., -heden.
Vermaken, vermaakte, heeft vermaakt.
Vermaking, V., vermakingen.
Vermaledijd.
Vermalen, vermaalde, heeft vermalen.
Vermaling, V.
Vermallen, vermalde, heeft vermald.
Vermanen, vermaande, heeft vermaand.
Vermaner, M., vermaners.
Vermaning, V., vermaningen. Vermaninkje, O., -jes.
Vermannen, vermande, heeft vermand.
Vermeend.
Vermeenen, vermeende, heeft vermeend.
Vermeerderaar, M., vermeerderaars.
Vermeerderen, vermeerderde, heeft en is vermeerderd.
Vermeerdering, V., vermeerderingen.
Vermeesteren, vermeesterde, heeft vermeesterd.
Vermeestering, V.
Vermeien (zich -), vermeide zich, heeft zich vermeid.
Vermelden, vermeldde, heeft vermeld.
Vermeldenswaard.
Vermelder, M., vermelders.
Vermelding, V., vermeldingen.
Vermengen, vermengde, heeft vermengd.
Vermenger, M., vermengers.
Vermenging, V., vermengingen.
Vermengster, V., vermengsters.
Vermenigvuldigen, vermenigvuldigde, heeft en is vermenigvuldigd.
Vermenigvuldiger, M., vermenigvuldigers.
Vermenigvuldiging, V., vermenigvuldigingen.
Vermenigvuldigtal, O., -tallen.
Vermetel, vermeteler, vermetelst.
Vermetelheid, V.
Vermeten, vermat, vermaten, heeft vermeten.
Vermeten (zich -), vermat zich, vermaten zich, heeft zich vermeten.
Vermetselen, vermetselde, heeft vermetseld.
Vermetseling, V.
Vermicelli, V.
Vermicellipodding, M., -poddingen.
Vermicellisoep, V.
Vermijdbaar, -bare.
Vermijden, vermeed, vermeden, heeft vermeden.
Vermijding, V.
Vermijmeren, vermijmerde, heeft vermijmerd.
Vermijten, vermijtte, is vermijt.
Vermiljoen, O.
Verminderen, verminderde, heeft en is verminderd.
Vermindering, V., verminderingen.
Verminken, verminkte, heeft verminkt.
Verminking, V., verminkingen.
Vermissen, vermiste, heeft vermist.
Vermissing, V.
Vermits.
Vermodderen, vermodderde, heeft vermodderd.
Vermoedelijk.
Vermoeden, vermoedde, heeft vermoed.
Vermoeden, O., vermoedens.
Vermoeid, vermoeider, vermoeidst.
Vermoeidheid, V.
Vermoeien, vermoeide, heeft vermoeid.
Vermoeiend, vermoeiender, vermoeiendst.
Vermoeienis, V., vermoeienissen.
Vermoeiing, V.
Vermoffen, vermofte, heeft en is vermoft.
Vermoffing, V.
Vermogen, vermag, vermogen, vermocht.
Vermogen, O., vermogens.
Vermogend, vermogender, vermogendst.
Vermogensbelasting, V., -belastingen.
Vermolmen, vermolmde, is vermolmd.
Vermolming, V.
Vermomde, M. en V., vermomden.
Vermommen, vermomde, heeft vermomd.
Vermomming, V., vermommingen.
Vermooien, vermooide, heeft en is vermooid.
Vermoorden, vermoordde, heeft vermoord.
Vermoording, V., vermoordingen.
Vermorsen, vermorste, heeft vermorst.
Vermorsing, V.
Vermorzelen, vermorzelde, heeft vermorzeld.
Vermorzeling, V.
Vermuffen, vermufte, is vermuft.
Vermuffing, V.
Vermunten, vermuntte, heeft vermunt.
Vermunting, V., vermuntingen.
Vermurwen, vermurwde, heeft en is vermurwd.
Vermurwing, V.
Vernaaien, vernaaide, heeft vernaaid.
Vernachten, vernachtte, heeft vernacht.
Vernagelen, vernagelde, heeft vernageld.
Vernageling, V.
Vernauwen, vernauwde, heeft en is vernauwd.
Vernauwing, V., vernauwingen.
Vernederen, vernederde, heeft vernederd.
Vernederend, vernederender, vernederendst.
Vernedering, V., vernederingen.
Verneembaar, -bare.
Vernemen, vernam, vernamen, heeft vernomen.
Vernestelen, vernestelde, heeft vernesteld.
Vernielachtig, -achtiger, -achtigst.
Vernielachtigheid, V.
Vernielal, M. en V., vernielallen.
Vernielen, vernielde, heeft vernield.
Vernielend, vernielender, vernielendst.
Vernieler, M., vernielers.
Vernieling, V.
Vernielster, V., vernielsters.
Vernielzucht, V.
Vernietigbaar, -bare.
Vernietigen, vernietigde, heeft vernietigd.
Vernietiger, M., vernietigers.
Vernietiging, V.
Vernieuwen, vernieuwde, heeft vernieuwd.
Vernieuwer, M., vernieuwers.
Vernieuwing, V., vernieuwingen.
Vernikkelen, vernikkelde, heeft vernikkeld.
Vernis, O., vernissen. Vernisje, O., -jes.
Vernissen, verniste, heeft vernist.
Vernoegd, vernoegder, vernoegdst.
Vernoegdheid, V.
Vernoegen (zich -), vernoegde zich, heeft zich vernoegd.
Vernoeging, V.
Vernoemen, vernoemde, heeft vernoemd.
Vernoeming, V., vernoemingen.
Vernuft, O., vernuften. Vernuftje, O., -jes.
Vernuftig, vernuftiger, vernuftigst.
Veronaangenamen, veronaangenaamde, heeft veronaangenaamd.
Veronaangenaming, V.
Veronachtzamen, veronachtzaamde, heeft veronachtzaamd.
Veronachtzaming, V.
Veronderstellen, veronderstelde, heeft verondersteld.
Veronderstelling, V., veronderstellingen.
Verongelijken, verongelijkte, heeft verongelijkt.
Verongelijking, V., verongelijkingen.
Verongelukken, verongelukte, is verongelukt.
Verontheiligen, verontheiligde, heeft verontheiligd.
Verontheiliger, M., verontheiligers.
Verontheiliging, V., verontheiligingen.
Verontreinigen, verontreinigde, heeft verontreinigd.
Verontreiniger, M., verontreinigers.
Verontreiniging, V., verontreinigingen.
Verontrusten, verontrustte, heeft verontrust.
Verontrusting, V.
Verontschuldigen, verontschuldigde, heeft verontschuldigd.
Verontschuldiging, V., verontschuldigingen.
Verontwaardigen, verontwaardigde, heeft verontwaardigd.
Verontwaardiging, V.
Veroordeelaar, M., veroordeelaars.
Veroordeelen, veroordeelde, heeft veroordeeld.
Veroordeeling, V., veroordeelingen.
Veroorloven, veroorloofde, heeft veroorloofd.
Veroorloving, V.
Veroorzaken, veroorzaakte, heeft veroorzaakt.
Veroorzaker, M., veroorzakers.
Veroorzaking, V.
Verootmoedigen, verootmoedigde, heeft verootmoedigd.
Verootmoediging, V., verootmoedigingen.
Verorberen, verorberde, heeft verorberd.
Verordenen, verordende, heeft verordend.
Verordening, V., verordeningen.
Verordineeren, verordineerde, heeft verordineerd.
Verouderen, verouderde, is en heeft verouderd.
Veroudering, V.
Verouwelijken, verouwelijkte, is en heeft verouwelijkt.
Veroveraar, M., veroveraars.
Veroveren, veroverde, heeft veroverd.
Verovering, V., veroveringen.
Veroveringsoorlog, M., -oorlogen.
Veroveringszucht, V.
Verpachten, verpachtte, heeft verpacht.
Verpachter, M., verpachters.
Verpachting, V., verpachtingen.
Verpakken, verpakte, heeft verpakt.
Verpakking, V., verpakkingen.
Verpanden, verpandde, heeft verpand.
Verpanding, V., verpandingen.
Verpappen, verpapte, heeft verpapt.
Verpassen, verpaste, heeft verpast.
Verpatsen, verpatste, heeft verpatst.
Verpekelen, verpekelde, heeft en is verpekeld.
Verpekken, verpekte, heeft verpekt.
Verpersoonlijken, verpersoonlijkte, heeft verpersoonlijkt.
Verpersoonlijking, V.
Verpesten, verpestte, heeft verpest.
Verpestend, verpestender, verpestendst.
Verpesting, V.
Verpieterd, verpieterder, verpieterdst.
Verpijnen (zich -), verpijnde zich, heeft zich verpijnd.
Verplaatsbaar, -bare.
Verplaatsen, verplaatste, heeft verplaatst.
Verplaatsing, V., verplaatsingen.
Verplakken, verplakte, heeft verplakt.
Verplanten, verplantte, heeft verplant.
Verplanting, V., verplantingen.
Verplassen, verplaste, heeft verplast.
Verpleegster, V., verpleegsters.
Verpleegsterskostuum, O., -kostumen.
Verpleegstersschort, O., -schorten.
Verplegen, verpleegde, heeft verpleegd.
Verpleger, M., verplegers.
Verpleging, V.
Verplegingskosten (mv.), M.
Verpleisteren, verpleisterde, heeft verpleisterd.
Verpletten, verplette, heeft verplet.
Verpletteren, verpletterde, heeft verpletterd.
Verplettering, V.
Verplichten, verplichtte, heeft verplicht.
Verplichtend, verplichtender, verplichtendst.
Verplichting, V., verplichtingen.
Verplooien, verplooide, heeft verplooid.
Verponding, V., verpondingen.
Verpoozen, verpoosde, heeft verpoosd.
Verpoozing, V., verpoozingen.
Verpoten, verpootte, heeft verpoot.
Verpoting, V., verpotingen.
Verpotten, verpotte, heeft verpot.
Verpotting, V.
Verpraten, verpraatte, heeft verpraat.
Verpronken, verpronkte, heeft verpronkt.
Verpruilen, verpruilde, heeft verpruild.
Verraad, O.
Verraadster, V., verraadsters.
Verraden, verried, heeft verraden.
Verrader, M., verraders en verraderen.
Verraderlijk, -lijker, -lijkst.
Verrafelen, verrafelde, heeft en is verrafeld.
Verrammelen, verrammelde, heeft verrammeld.
Verrassen, verraste, heeft verrast.
Verrassing, V., verrassingen. Verrassinkje, O., -jes.
Verre. Zie Ver.
Verregaand, -gaander, -gaandst.
Verreiken (zich -), (te ver reiken), verreikte zich, heeft zich verreikt.
Verreizen, verreisde, heeft verreisd.
Verrekenen, verrekende, heeft verrekend.
Verrekening, V., verrekeningen.
Verrekijker, M., -kijkers; -kijkertje, O., -jes.
Verrekken, verrekte, heeft en is verrekt.
Verrekking, V., verrekkingen.
Verrel, O., verrels. Verreltje, O., -jes.
Verreweg.
Verreziend en Verziend.
Verrichten, verrichtte, heeft verricht.
Verrichting, V., verrichtingen.
Verrijken (rijker maken), verrijkte, heeft verrijkt.
Verrijking, V.
Verrijzen, verrees, verrezen, is verrezen.
Verrijzenis, V.
Verrijzing, V.
Verrimpelen, verrimpelde, heeft en is verrimpeld.
Verroeien, verroeide, heeft en is verroeid.
Verroekeloozen, verroekeloosde, heeft verroekeloosd.
Verroekeloozing, V.
Verroeren, verroerde, heeft verroerd.
Verroesten, verroestte, is verroest.
Verroesting, V.
Verrollen, verrolde, heeft verrold.
Verronselen, verronselde, heeft verronseld.
Verrooken, verrookte, heeft verrookt.
Verrot, verrotter, verrotst.
Verrotten, verrotte, is verrot.
Verrotting, V.
Verrottingsproces, O., -processen.
Verruilen, verruilde, heeft verruild.
Verruiling, V., verruilingen.
Verruimen, verruimde, heeft verruimd.
Verruiming, V.
Verrukkelijk, -lijker, -lijkst.
Verrukkelijkheid, V.
Verrukken, verrukte, heeft verrukt.
Verrukking, V., verrukkingen.
Vers, O., verzen. Versje, O., -jes.
Versaagd, versaagder, versaagdst.
Versaagdheid, V.
Versagen, versaagde, is versaagd.
Versbouw, M.
Versch, verscher.
Verschacheren, verschacherde, heeft verschacherd.
Verschaffen, verschafte, heeft verschaft.
Verschaffing, V.
Verschalen, verschaalde, is verschaald.
Verschaling, V.
Verschalken, verschalkte, heeft verschalkt,
Verschalking, V., verschalkingen.
Verschansen, verschanste, heeft verschanst.
Verschansing, V., verschansingen.
Verschebalie en Varschebalie, M., -balies.
Verscheiden, verscheidde, is verscheiden.
Verscheiden, O.
Verscheiden (bnw. en telw.).
Verscheidenheid, V., -heden.
Verschelen, verscheelde, heeft verscheeld.
Verschelijk.
Verschen, verschte, heeft geverscht.
Verschenken, verschonk, heeft verschonken.
Verschepen, verscheepte, heeft verscheept.
Verscheping, V., verschepingen.
Verscherpen, verscherpte, heeft verscherpt.
Verscherping, V., verscherpingen.
Verschertsen, verschertste, heeft verschertst.
Verscherven, verscherfde, heeft verscherfd.
Verschet. Zie Frisket.
Verscheuren, verscheurde, heeft verscheurd.
Verscheuring, V.
Verschheid, V.
Verschiet, O., verschieten. Verschietje, O., -jes.
Verschieten, verschoot, verschoten, heeft en is verschoten.
Verschijndag, M., -dagen.
Verschijnen, verscheen, verschenen, is verschenen.
Verschijning, V., verschijningen.
Verschijnsel, O., verschijnselen en verschijnsels.
Verschikken, verschikte, heeft en is verschikt.
Verschikking, V., verschikkingen.
Verschil, O., verschillen. Verschilletje, O., -jes.
Verschilferen, verschilferde, is verschilferd.
Verschillen, verschilde, heeft verschild.
Verschillend.
Verschilpunt, O., -punten.
Verschimmelen, verschimmelde, is verschimmeld.
Verschimmeling, V.
Versching, V.
Verschoffelen, verschoffelde, heeft verschoffeld.
Verschokken, verschokte, heeft en is verschokt.
Verschommelen, verschommelde, heeft en is verschommeld.
Verschoonbaar, -baarder, -baarst.
Verschoonbaarheid, V.
Verschoonen, verschoonde, heeft verschoond.
Verschooning, V., verschooningen.
Verschoonlijk, -lijker, -lijkst.
Verschoppeling, M. en V., verschoppelingen. V. ook verschoppelinge.
Verschoppen, verschopte, heeft verschopt.
Verschopping, V.
Verschot, O., verschotten. Verschotje, O., -jes.
Verschotlijstje, O., -lijstjes.
Verschoveling, M. en V., verschovelingen. V. ook verschovelinge.
Verschreeuwen (zich -), verschreeuwde zich, heeft zich verschreeuwd.
Verschrijven, verschreef, verschreven, heeft verschreven.
Verschrijving, V., verschrijvingen.
Verschrikkelijk, -lijker, -lijkst.
Verschrikkelijkheid, V., -heden.
Verschrikken, verschrikte, heeft en is verschrikt.
Verschrikker, M., verschrikkers.
Verschrikking, V., verschrikkingen.
Verschroeien, verschroeide, heeft en is verschroeid.
Verschroeiing, V.
Verschrompelen, verschrompelde, is verschrompeld.
Verschrompeling, V.
Verschronkelen, verschronkelde, is verschronkeld.
Verschudden, verschudde, heeft verschud.
Verschudding, V.
Verschuilen (zich -), verschool zich, verscholen zich, heeft zich verscholen.
Verschuimen, verschuimde, heeft verschuimd.
Verschuinen, verschuinde, heeft verschuind.
Verschuiven, verschoof, verschoven, heeft en is verschoven.
Verschuiving, V., verschuivingen.
Verschuldigd.
Verschuren, verschuurde, heeft en is verschuurd.
Versierder, M., versierders.
Versieren, versierde, heeft versierd.
Versiering, V., versieringen.
Versieringskunst, V.
Versieringsmotief, O., -motieven.
Versiersel, O., versiersels en versierselen.
Versierster, V., versiersters.
Versificatie, V.
Versjouwen, versjouwde, heeft versjouwd.
Verslaafd.
Verslaafdheid, V.
Verslaan, verslaat, versloeg, heeft en is verslagen.
Verslag, O., verslagen. Verslagje, O., -jes.
Verslagen, verslagener, verslagenst.
Verslagenheid, V.
Verslaggever, M., -gevers.
Verslampampen, verslampampte, heeft verslampampt.
Verslapen, versliep, heeft verslapen.
Verslappen, verslapte, heeft en is verslapt.
Verslapping, V., verslappingen.
Verslaven (zich -), verslaafde zich, heeft zich verslaafd.
Verslaving, V.
Verslechten, verslechtte, heeft en is verslecht.
Versleepen, versleepte, heeft versleept.
Verslempen, verslempte, heeft verslempt.
Verslensen, verslenste, is verslenst.
Verslenteren, verslenterde, heeft verslenterd.
Versleten, versletener, meest versleten.
Versleuren, versleurde, heeft versleurd.
Verslibben, verslibde, is verslibd.
Verslibbing, V., verslibbingen.
Verslijken, verslijkte, is verslijkt.
Verslijking, V., verslijkingen.
Verslijmen, verslijmde, is verslijmd.
Verslijming, V., verslijmingen.
Verslijtbaar, -bare.
Verslijten, versleet, versleten, heeft en is versleten.
Verslijting, V.
Verslikken, verslikte, heeft verslikt.
Verslikking, V., verslikkingen.
Verslinden, verslond, heeft verslonden.
Verslinder, M., verslinders.
Verslinding, V.
Verslindster, V., verslindsters.
Verslingerd.
Verslingerdheid, V.
Verslingeren, verslingerde, heeft en is verslingerd.
Verslodderen, verslodderde, heeft verslodderd.
Versloffen, verslofte, heeft versloft.
Verslonzen, verslonsde, heeft verslonsd.
Versloven, versloofde, heeft versloofd.
Versluizen, versluisde, heeft versluisd.
Versmaadheid, V.
Versmaadster, V., versmaadsters.
Versmachten, versmachtte, is versmacht.
Versmachting, V.
Versmaden, versmaadde, heeft versmaad.
Versmader, M., versmaders.
Versmading, V.
Versmakken, versmakte, heeft versmakt.
Versmallen, versmalde, heeft versmald.
Versmalling, V., versmallingen.
Versmeden, versmeedde, heeft versmeed.
Versmeding, V., versmedingen.
Versmelten, versmolt, heeft en is versmolten.
Versmelting, V.
Versmeren, versmeerde, heeft versmeerd.
Versmeulen, versmeulde, is versmeuld.
Versmijten, versmeet, versmeten, heeft versmeten.
Versmoren, versmoorde, heeft en is versmoord.
Versmoring, V., versmoringen.
Versnapering, V., versnaperingen. Versnaperingetje, O., -jes.
Versnellen, versnelde, heeft versneld.
Versnelling, V., versnellingen.
Versnijden, versneed, versneden, heeft versneden.
Versnijding, V., versnijdingen.
Versnipperen, versnipperde, heeft versnipperd.
Versnippering, V.
Versnoepen, versnoepte, heeft versnoept.
Versollen, versolde, heeft versold.
Verspannen, verspande, heeft verspannen.
Verspanning, V., verspanningen.
Verspelden, verspeldde, heeft verspeld.
Verspelen, verspeelde, heeft verspeeld.
Versperren, versperde, heeft versperd.
Versperring, V., versperringen.
Verspieden, verspiedde, heeft verspied.
Verspieder, M., verspieders.
Verspieding, V., verspiedingen.
Verspiedster, V., verspiedsters.
Verspiejacht, O., -jachten.
Verspillen, verspilde, heeft verspild.
Verspiller, M., verspillers.
Verspilling, V., verspillingen.
Verspilster, V., verspilsters.
Verspinnen, verspon, versponnen, heeft versponnen.
Verspitten, verspitte, heeft verspit.
Verspitting, V.
Versplinteren, versplinterde, is versplinterd.
Versplintering, V.
Versplitsen, versplitste, heeft verplitst.
Versplitsing, V.
Verspoelen, verspoelde, is verspoeld.
Verspoeling, V.