Woordenlijst Voor De Spelling Der Nederlandsche Taal Met Aanwij

Chapter 58

Chapter 582,857 wordsPublic domain

Theekopje, O., -kopjes.

Theelepeltje, O., -lepeltjes.

Theelood, O.

Theemakelaar, M., -makelaars.

Theeonderneming, V., -ondernemingen.

Theeoogst, M.

Theepot, M., -potten.

Theerandje, O., -jes.

Theeschoteltje, O., -schoteltjes.

Theeservies, O., -serviezen.

Theestoof, V., -stoven.

Theestruik, M., -struiken.

Theetafel, V., -tafels.

Theetuin, M., -tuinen.

Theeuur, O.; -uurtje, O.

Theevisite, V., -visites.

Theewater, O.

Theewinkel, M., -winkels.

Thema (onderwerp, grondgedachte), O., thema's; (opstel), V., thema's.

Themaboek, O., -boeken.

Theocratie, V.

Theocratisch.

Theologie, V.

Theologisch.

Theologiseeren, theologiseerde, heeft getheologiseerd.

Theoloog, M., theologen.

Theorema, O., theorema's.

Theoretisch.

Theorie, V., theorieën.

Theosoof, M., theosofen.

Theosophie, V.

Thermometer, M., thermometers.

Thermometerstand, M., -standen.

Thesaurie, V., thesaurieën.

Thesaurier, M., thesauriers.

Thesis, V., theses.

Thuis en Te Huis (bijw.).

Thuiskomen, kwam thuis, is thuisgekomen.

Thuiskomst, V.

Thuisreis, V.

Tichel, M., tichels en tichelen.

Tichelaar, M., tichelaars.

Tiek. Zie Teek.

Tien, tienen.

Tiend, O., tienden.

Tiendaagsch.

Tiendblok, O., -blokken.

Tiendboek, O., -boeken.

Tiende.

Tiendeelig.

Tiendehalf, -halve.

Tiendeischer, M., -eischers.

Tienderhande.

Tienderlei.

Tiendheffer, M., -heffers.

Tiendheffing, V., -heffingen.

Tiendplichtig.

Tiendrecht, O.

Tiendubbel.

Tienduizendste.

Tiendverpachting, V., -verpachtingen.

Tiendwet, V.

Tienguldenstuk, O., -stukken.

Tienhoek, M., -hoeken.

Tienhoekig.

Tienjarig.

Tienmaal.

Tienmaandsch.

Tienman, M., -mannen.

Tienmanschap, O.

Tienponder, M., -ponders.

Tienregelig.

Tienrittenboekje, O., -boekjes.

Tienstuiverstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.

Tiental, O., -tallen.

Tientallig.

Tientje, O., -jes.

Tienvoud, O., -vouden.

Tienvoudig.

Tienwerf.

Tienzijdig.

Tier, V.

Tiërceeren, tiërceerde, heeft getiërceerd.

Tiërceering, V., tiërceeringen.

Tierelantijntje en Tierlantijntje, O., -jes.

Tierelieren, tierelierde, heeft getierelierd.

Tieren (razen), tierde, heeft getierd.

Tieren (groeien), tierde, heeft getierd.

Tierig, tieriger, tierigst.

Tierigheid, V.

Tiersje, O., -jes.

Tij, O., tijen.

Tijd, M., tijden. Tijdje, O.

Tijdaanwijzing, V.

Tijdbal, M., -ballen.

Tijdbepaling en Tijdsbepaling, V., -bepalingen.

Tijdbesparing, V.

Tijdelijk.

Tijdeloos. Zie Tijloos.

Tijdens.

Tijdgenoot, M., -genooten.

Tijdgenoote, V., -genooten.

Tijdig, tijdiger, tijdigst.

Tijdigheid, V.

Tijding, V., tijdingen. Tijdinkje, O., -jes.

Tijdingzaal, V., -zalen.

Tijdkorter, M., -korters.

Tijdkorting, V., -kortingen.

Tijdlang (Een -).

Tijdmeter, M., -meters.

Tijdpasseering, V.

Tijdregeling, V., -regelingen.

Tijdrekenkunde, V.

Tijdroovend.

Tijdruimte en Tijdsruimte, V., -ruimten.

Tijdsbepaling, V.

Tijdsbestek, O.

Tijdschrift, O., -schriften.

Tijdsomstandigheid, V., -heden.

Tijdsorde, V.

Tijdstip, O., -stippen.

Tijdsverloop, O.

Tijdsverschil, O., -verschillen.

Tijdvak, O., -vakken.

Tijdverdrijf, O.; -verdrijfje, O.

Tijdverlies, O.

Tijdverspilling, V.

Tijgen, toog, togen, is getogen.

Tijger, M., tijgers en tijgeren. Tijgertje, O., -jes.

Tijgerin, V., tijgerinnen.

Tijgerjacht, V., -jachten.

Tijgerkat, V., -katten.

Tijgervel, O., -vellen.

Tijk (overtrek), V., tijken; (stof), O.

Tijloos en Tijdeloos, V., -loozen. Tijloosje, O., -jes.

Tijm, M.

Tik, M., tikken. Tikje, O., -jes.

Tikken, tikte, heeft getikt.

Tikker, M., tikkers. Tikkertje, O., -jes.

Tiktak, O.

Tiktakken, tiktakte, heeft getiktakt.

Tiktakker, M., tiktakkers.

Tiktakschijf, V., -schijven.

Tiktakspeler, M., -spelers.

Til (het tillen), M.

Til en Tille (ophaalbrug, duivenhok, enz.), V., tillen.

Tilbaar, -bare.

Tilbury, V., tilbury's.

Tillen, tilde, heeft getild.

Timber, M., timbers.

Timide.

Timiditeit, V.

Timmerage, V., timmerages.

Timmerbijl, V., -bijlen.

Timmeren, timmerde, heeft getimmerd.

Timmergereedschap, O., -schappen.

Timmerhout, O.

Timmering, V., timmeringen.

Timmerloods, V., -loodsen.

Timmerman, M., -lieden en -lui.

Timmermansbaas, M., -bazen.

Timmermansgereedschap, O.

Timmermansjongen, M., -jongens.

Timmermansvak, O.

Timmermanswerk, O.

Timmermanswinkel, M., -winkels.

Timmerwerf, V., -werven.

Timmerwerk, O.

Timpaan, O., timpanen.

Timpje, O., -jes.

Tin, O.

Tinctuur, V., tincturen.

Tingelingeling.

Tinhandel, M.

Tinkelen, tinkelde, heeft getinkeld.

Tinmijn, V., -mijnen.

Tinne, V., tinnen.

Tinnegieter, M., -gieters.

Tinnegieterij, V., -gieterijen.

Tinnegoed, O.

Tinnekast, V., -kasten.

Tinnen (bnw.).

Tint (kleur), V., tinten. Tintje, O., -jes.

Tintel, V.

Tintelen, tintelde, heeft getinteld.

Tinteling, V., tintelingen.

Tinteloogen, tinteloogde, heeft getinteloogd.

Tinten, tintte, heeft getint.

Tinveiling, V., -veilingen.

Tinwerk, O.

Tinwinning, V.

Tip, M., tippen. Tipje, O., -jes.

Tippen, tipte, heeft getipt.

Tirade, V., tirades.

Tirailleeren, tirailleerde, heeft getirailleerd.

Tirailleur, M., tirailleurs.

Tirailleursvuur, O.

Tiran en Tyran, M., tirannen en tyrannen. Tirannetje, O., -jes.

Tirannie en Tirannij, V., tirannieën en tirannijen.

Tiranniek.

Tiranniseeren, tiranniseerde, heeft getiranniseerd.

Tiras (net), V., tirassen. Tirasje, O., -jes.

Tiras (soort van cement). Zie Tras.

Tiretein, O.

Tireteinen (bnw.).

Titel, M., titels. Titeltje, O., -jes.

Titelblad, O., -bladen.

Titelen, titelde, heeft getiteld.

Titelplaat, V., -platen.

Titelprent, V., -prenten.

Titelrol, V., -rollen.

Titeluitgave, V., -uitgaven.

Titelvignet, O., -vignetten.

Titrage, V.

Titreeren, titreerde, heeft getitreerd.

Tittel, M., tittels. Titteltje, O., -jes.

Titulair.

Titulatuur, V., titulaturen.

Tituleeren, tituleerde, heeft getituleerd.

Tjalk, V., tjalken. Tjalkje, O., -jes.

Tjanken, tjankte, heeft getjankt.

Tjerk, V., tjerken. Tjerkje, O., -jes.

Tjilpen, tjilpte, heeft getjilpt.

Tjingelen, tjingelde, heeft getjingeld.

Tjotter, V., tjotters.

Tobbe, V., tobben. Tobbetje, O., -jes.

Tobben, tobde, heeft getobd.

Tobber en Tobberd, M., tobbers en tobberds.

Tobberig, tobberiger, tobberigst.

Tobberij, V., tobberijen.

Tobster, V., tobsters.

Toch.

Tocht, M., tochten. Tochtje, O., -jes.

Tochtdeken, V., -dekens.

Tochtdeur, V., -deuren.

Tochten, tochtte, heeft getocht.

Tochtgat, O., -gaten.

Tochtgenoot, M., -genooten.

Tochtgenoote, V., -genooten.

Tochtig, tochtiger, tochtigst.

Tochtigheid, V.

Tochtlat, V., -latten.

Tochtscherm, O., -schermen.

Tochtschut, O., -schutten.

Tochtsloot, V., -slooten.

Tod en Todde, V., todden. Todje en toddetje, O., -jes.

Toe.

Toebedeelen, bedeelde toe, heeft toebedeeld.

Toebehooren, behoorde toe, heeft toebehoord.

Toebehooren, O.

Toebereiden, bereidde toe, heeft toebereid.

Toebereiding, V., -bereidingen.

Toebeschikken, beschikte toe, heeft toebeschikt.

Toebeschikking, V.

Toebetrouwen, betrouwde toe, heeft toebetrouwd.

Toebeurs, V., -beurzen. (Met - betalen).

Toebidden, bad toe, baden toe, heeft toegebeden.

Toebidding, V.

Toebijten, beet toe, beten toe, heeft toegebeten.

Toebinden, bond toe, heeft toegebonden.

Toeblazen, blies toe, bliezen toe, heeft toegeblazen.

Toeblinken, blonk toe, heeft toegeblonken.

Toebrengen, bracht toe, heeft toegebracht.

Toebrommen, bromde toe, heeft toegebromd.

Toebuigen, boog toe, bogen toe, heeft en is toegebogen.

Toedammen, damde toe, heeft toegedamd.

Toedeelen, deelde toe, heeft toegedeeld.

Toedeeling, V.

Toedekken, dekte toe, heeft toegedekt.

Toedenken, dacht toe, heeft toegedacht.

Toedichten, dichtte toe, heeft toegedicht.

Toedienen, diende toe, heeft toegediend.

Toedijken, dijkte toe, heeft toegedijkt.

Toedoen, deed toe, deden toe, heeft toegedaan.

Toedoen, O.

Toedraaien, draaide toe, heeft toegedraaid.

Toedracht, V.

Toedragen, droeg toe, heeft toegedragen.

Toedrijven, dreef toe, dreven toe, heeft en is toegedreven.

Toedrinken, dronk toe, heeft toegedronken.

Toedrukken, drukte toe, heeft toegedrukt.

Toeduwen, duwde toe, heeft toegeduwd.

Toeëigenen, eigende toe, heeft toegeëigend.

Toeflappen, flapte toe, heeft en is toegeflapt.

Toefluisteren, fluisterde toe, heeft toegefluisterd.

Toegang, M., -gangen.

Toegangsbewijs, O., -bewijzen.

Toegangsbiljet, O., -biljetten.

Toegangskaart, V., -kaarten; -kaartje, O., -jes.

Toegankelijk, -lijker, -lijkst.

Toegankelijkheid, V.

Toegeeflijk en Toegefelijk, -lijker, -lijkst.

Toegeeflijkheid, V., -heden.

Toegenegen, -genegener, -genegenst.

Toegenegenheid, V.

Toegespen, gespte toe, heeft toegegespt.

Toegeven, gaf toe, gaven toe, heeft toegegeven.

Toegevend, -gevender, -gevendst.

Toegevendheid, V.

Toegeving, V.

Toegieten, goot toe, goten toe, heeft toegegoten.

Toegift, V., -giften. Toegiftje, O., -jes.

Toegooien, gooide toe, heeft toegegooid.

Toegrendelen, grendelde toe, heeft toegegrendeld.

Toegrijnzen, grijnsde toe, heeft toegegrijnsd.

Toegrijpen, greep toe, grepen toe, heeft toegegrepen.

Toehaken, haakte toe, heeft toegehaakt.

Toehalen, haalde toe, heeft toegehaald.

Toehappen, hapte toe, heeft toegehapt.

Toehoorder, M., -hoorders.

Toehoorderes, V., -hoorderessen.

Toehooren, hoorde toe, heeft toegehoord.

Toehouden, hield toe, heeft toegehouden.

Toehuis, O., -huizen.

Toeijlen, ijlde toe, is toegeijld.

Toejuichen, juichte toe, heeft toegejuicht.

Toejuiching, V., -juichingen.

Toekaatsen, kaatste toe, heeft toegekaatst.

Toekeeren, keerde toe, heeft toegekeerd.

Toekennen, kende toe, heeft toegekend.

Toekenning, V.

Toekijken, keek toe, keken toe, heeft toegekeken.

Toekijker, M., -kijkers.

Toekijkster, V., -kijksters.

Toeklinken, klonk toe, heeft toegeklonken.

Toeknellen, knelde toe, heeft toegekneld.

Toeknijpen, kneep toe, knepen toe, heeft toegeknepen.

Toeknikken, knikte toe, heeft toegeknikt.

Toeknippen, knipte toe, heeft toegeknipt.

Toeknoopen, knoopte toe, heeft toegeknoopt.

Toekomen, komt toe, kwam toe, kwamen toe, is en heeft toegekomen.

Toekomend.

Toekomst, V.

Toekomstig.

Toekrijgen, kreeg toe, kregen toe, heeft toegekregen.

Toekruid, O., -kruiden.

Toekuipen, kuipte toe, heeft toegekuipt.

Toekurken, kurkte toe, heeft toegekurkt.

Toelaag en -lage, V., -lagen.

Toelachen, lachte toe, heeft toegelachen.

Toelakken, lakte toe, heeft toegelakt.

Toelast, M., -lasten.

Toelaten, liet toe, heeft toegelaten.

Toelating, V.

Toelatingsexamen, O., -examens.

Toeleg, M.

Toeleggen, legde toe en leide toe, heeft toegelegd en toegeleid.

Toelichten, lichtte toe, heeft toegelicht.

Toelichting, V., -lichtingen.

Toeliggen, lag toe, lagen toe, heeft toegelegen.

Toelijmen, lijmde toe, heeft toegelijmd.

Toelonken, lonkte toe, heeft toegelonkt.

Toeloop, M.

Toeloopen, liep toe, is toegeloopen.

Toeluisteren, luisterde toe, heeft toegeluisterd.

Toemaat, V., -maten. Toemaatje, O., -jes.

Toemaken, maakte toe, heeft toegemaakt.

Toemand, V., -manden. Toemandje, O., -jes.

Toemeten, mat toe, maten toe, heeft toegemeten.

Toemeting, V.

Toemetselen, metselde toe, heeft toegemetseld.

Toemoffelen, moffelde toe, heeft toegemoffeld.

Toemuren, muurde toe, heeft toegemuurd.

Toen.

Toenaaien, naaide toe, heeft toegenaaid.

Toenaam, M., -namen.

Toenaderen, naderde toe, is toegenaderd.

Toenadering, V.

Toenagelen, nagelde toe, heeft toegenageld.

Toenemen, nam toe, namen toe, heeft en is toegenomen.

Toeneming, V.

Toenmaals.

Toenmalig.

Toepad, O., -paden; -paadje, O., -jes.

Toepasselijk, -lijker, -lijkst.

Toepasselijkheid, V.

Toepassen, paste toe, heeft toegepast.

Toepassing, V., -passingen.

Toepersen, perste toe, heeft toegeperst.

Toeplakken, plakte toe, heeft toegeplakt.

Toepleisteren, pleisterde toe, heeft toegepleisterd.

Toeproppen, propte toe, heeft toegepropt.

Toer, M., toeren. Toertje, O., -jes.

Toeraken, raakte toe, is toegeraakt.

Toerechten, rechtte toe, heeft toegerecht.

Toereeden, reedde toe, heeft toegereed.

Toereeding, V.

Toeregenen, regende toe, is toegeregend.

Toereiken, reikte toe, heeft toegereikt.

Toereikend.

Toereiking, V.

Toerekenbaar, -bare.

Toerekenbaarheid, V.

Toerekenen, rekende toe, heeft toegerekend.

Toerekening, V.

Toerekeningsvatbaar, -bare.

Toerekeningsvatbaarheid, V.

Toeren, toerde, heeft getoerd.

Toerijden, reed toe, reden toe, heeft en is toegereden.

Toerijgen, reeg toe, regen toe, heeft toegeregen.

Toerijtuig, O., -rijtuigen.

Toerisme, O.

Toerist, M., toeristen.

Toeristenbond, M.

Toerit, M., -ritten.

Toeroepen, riep toe, heeft toegeroepen.

Toerollen, rolde toe, heeft en is toegerold.

Toeruischen, ruischte toe, heeft toegeruischt.

Toerusten, rustte toe, heeft toegerust.

Toerusting, V., -rustingen.

Toeschietelijk, -lijker, -lijkst.

Toeschietelijkheid, V.

Toeschieten, schoot toe, schoten toe, heeft en is toegeschoten.

Toeschijnen, scheen toe, schenen toe, heeft toegeschenen.

Toeschikken, schikte toe, heeft toegeschikt.

Toeschouwen, schouwde toe, heeft toegeschouwd.

Toeschouwer, M., -schouwers.

Toeschouwster, V., -schouwsters.

Toeschreeuwen, schreeuwde toe, heeft toegeschreeuwd.

Toeschrijven, schreef toe, schreven toe, heeft toegeschreven.

Toeschroeien, schroeide toe, heeft toegeschroeid.

Toeschroeven, schroefde toe, heeft toegeschroefd.

Toeschuiven, schoof toe, schoven toe, heeft toegeschoven.

Toeseinen, seinde toe, heeft toegeseind.

Toesjorren, sjorde toe, heeft toegesjord.

Toeslaan, slaat toe, sloeg toe, heeft en is toegeslagen.

Toeslag, M.

Toeslede, V., -sleden. Toesleetje, O., -jes.

Toeslingeren, slingerde toe, heeft toegeslingerd.

Toesluiten, sloot toe, sloten toe, heeft toegesloten.

Toesluiting, V.

Toesmakken, smakte toe, heeft toegesmakt.

Toesmeden, smeedde toe, heeft toegesmeed.

Toesmijten, smeet toe, smeten toe, heeft toegesmeten.

Toesnauwen, snauwde toe, heeft toegesnauwd.

Toesnellen, snelde toe, is toegesneld.

Toesnoeren, snoerde toe, heeft toegesnoerd.

Toesoldeeren, soldeerde toe, heeft toegesoldeerd.

Toespelden, speldde toe, heeft toegespeld.

Toespeling, V., -spelingen.

Toespijkeren, spijkerde toe, heeft toegespijkerd.

Toespijs, V., -spijzen.

Toespraak, V., -spraken. Toespraakje, O., -jes.

Toespreken, sprak toe, spraken toe, heeft toegesproken.

Toespringen, sprong toe, is toegesprongen.

Toestaan, staat toe, stond toe, heeft toegestaan.

Toestand, M., -standen.

Toesteken, stak toe, staken toe, heeft toegestoken.

Toestel, M. en O., -stellen. Toestelletje, O., -jes.

Toestellen, stelde toe, heeft toegesteld.

Toestemmen, stemde toe, heeft toegestemd.

Toestemming, V.

Toestooten, stiet toe, heeft toegestooten; ook stootte toe.

Toestoppen, stopte toe, heeft toegestopt.

Toestralen, straalde toe, heeft toegestraald.

Toestrikken, strikte toe, heeft toegestrikt.

Toestroomen, stroomde toe, is toegestroomd.

Toestuiven, stoof toe, stoven toe, is toegestoven.

Toesturen, stuurde toe, heeft toegestuurd.

Toetakelen, takelde toe, heeft toegetakeld.

Toetakeling, V.

Toetasten, tastte toe, heeft toegetast.

Toetellen, telde toe, heeft toegeteld.

Toeten, toette, heeft getoet.

Toeter, M., toeters. Toetertje, O., -jes.

Toeteren, toeterde, heeft getoeterd.

Toethoorn en -horen, M., -hoorns en -horens.

Toetje (toespijsje), O., toetjes.

Toetreden, trad toe, traden toe, is toegetreden.

Toetreding, V., -tredingen.

Toetrekken, trok toe, trokken toe, heeft en is toegetrokken.

Toets, M., toetsen. Toetsje, O., -jes.

Toetsen, toetste, heeft getoetst.

Toetser, M., toetsers.

Toetsing, V.

Toetssteen (een steen), M., -steenen; (stof), O.

Toetuigen, tuigde toe, heeft toegetuigd.

Toeval, O., -vallen.

Toevallen, viel toe, is toegevallen.

Toevallig, -valliger, -valligst.

Toevalligerwijze en -wijs.

Toevalligheid, V., -heden.

Toeven, toefde, heeft getoefd.

Toeverlaat, M.

Toevertrouwen, vertrouwde toe, heeft toevertrouwd.

Toevliegen, vloog toe, vlogen toe, is toegevlogen.

Toevloed, M.

Toevloeien, vloeide toe, is toegevloeid.

Toevlucht, V.

Toevluchtsoord, O., -oorden.

Toevoegen, voegde toe, heeft toegevoegd.

Toevoeging, V., -voegingen.

Toevoegsel, O., -voegsels.

Toevoer, M., -voeren.

Toevoerbuis, V., -buizen.

Toevoeren, voerde toe, heeft toegevoerd.

Toevoorzicht, O.

Toevouwen, vouwde toe, heeft toegevouwen.

Toevriezen, vroor toe, vroren toe, is toegevroren en toegevrozen.

Toewaaien, waaide toe, heeft en is toegewaaid; ook woei toe, woeien toe.

Toewagen, M., -wagens. Toewagentje, O., -jes.

Toewallen, walde toe, heeft toegewald.

Toewas, M.

Toewassen, wies toe, wiesen toe, is toegewassen.

Toewater, O.

Toewegen, woog toe, wogen toe, heeft toegewogen.

Toewenden, wendde toe, heeft toegewend.

Toewenken, wenkte toe, heeft toegewenkt.

Toewenschen, wenschte toe, heeft toegewenscht.

Toewensching, V.

Toewerpen, wierp toe, heeft toegeworpen.

Toewicht, O.

Toewijden, wijdde toe, heeft toegewijd.

Toewijding, V.

Toewijzen, wees toe, wezen toe, heeft toegewezen.

Toewijzing, V.

Toewinden, wond toe, heeft toegewonden.

Toewringen, wrong toe, heeft toegewrongen.

Toewuiven, wuifde toe, heeft toegewuifd.

Toezang, M., -zangen.

Toezeggen, zeide toe, heeft toegezegd en toegezeid.

Toezegging, V., -zeggingen.

Toezenden, zond toe, heeft toegezonden.

Toezender, M., -zenders.

Toezending, V., -zendingen.

Toezicht, O.

Toezien, zag toe, zagen toe, heeft toegezien.

Toeziener, M., -zieners.

Toezingen, zong toe, heeft toegezongen.

Toezuigen, zoog toe, zogen toe, heeft en is toegezogen.

Toezwaaien, zwaaide toe, heeft toegezwaaid.

Toezweren (met een eed), zwoer toe, heeft toegezworen.

Toezweren (door verzwering), zwoor toe, zworen toe, is toegezworen.

Toffel, V., toffels. Toffeltje, O., -jes.

Toga, V., toga's.

Togen (onvolm. verl. tijd, mv.).

Toilet, O., toiletten. Toiletje, O., -jes.

Toiletartikel, O., -artikelen.

Toiletspiegel, M., -spiegels.

Toiletspons, V., -sponsen; -sponsje, O., -jes.

Toilettafel, V., -tafels.

Toiletteeren, toiletteerde, heeft getoiletteerd.

Toiletzeep, V., -zeepen.

Tokkelaar, M., tokkelaars.

Tokkelen, tokkelde, heeft getokkeld.

Tokkeling, V., tokkelingen.

Toko, M., toko's.

Tokohouder, M., -houders.

Tol (schatting), M., tollen.

Tol (speeltuig), M., tollen. Tolletje, O., -jes.

Tolbaas, M., -bazen.

Tolboom, M., -boomen.

Toldeur, V., -deuren.

Tolerant, toleranter, tolerantst.

Tolerantie, V.

Tolereeren, tolereerde, heeft getolereerd.

Tolgaarder, M., -gaarders.

Tolgeld, O., -gelden.

Tolhek, O., -hekken.

Tolhuis, O., -huizen; -huisje, O., -jes.

Tolk (vertaler), M., tolken.

Tolk (scheepsw.), M., tolken.

Tollen, tolde, heeft getold.

Tollenaar, M., tollenaars en tollenaren.

Toltarief, O., -tarieven.

Tolverbond, O., -verbonden.

Tolvrij.

Tomaat, V., tomaten.

Tomatensaus, V., -sausen.

Tomatensoep, V.

Tombak, O.

Tombe, V., tombes.

Tombola, V., tombola's.

Ton, V., tonnen. Tonnetje, O., -jes.

Tondel en Tonder, O.

Tondeldoos, V., -doozen.

Tong (lichaamsdeel), V., tongen. Tongetje, O., -jes.

Tong (visch), V., tongen. Tongetje, O., -jes.

Tongbeen, O., -beenderen.

Tongblaar, V.

Tongkijker, M., -kijkers.

Tongriem, M.

Tongschraper, M., -schrapers.

Tongval, M., -vallen.

Tongwerk, O.

Tonijn, M., tonijnen. Tonijntje, O., -jes.

Tonijnenvangst, V.

Tonmolen, M., -molens.

Tonneboei, V., -boeien.

Tonneboeier, M., -boeiers.

Tonnen, tonde, heeft getond.

Tonnengeld, O.

Tonnenmaat, ook Tonnemaat, V.

Tonnenmeester, M., -meesters.

Tonnenstelsel, O.

Tonner, M., tonners.

Tonrond.

Tonrondte, V.

Tonster, V., tonsters.

Tonsuur, V.

Tontine, V., tontines.

Toog, M., togen. Toogje, O., -jes.

Toog (toga), V., togen.

Toog (onvolm. verl. tijd).

Tooi, M.

Tooien, tooide, heeft getooid.

Tooisel, O., tooisels.

Toom, M., toomen. Toompje, O., -jes.

Toomeloos, -loozer.

Toomeloosheid, V.

Toomen, toomde, heeft getoomd.

Tooming, V.

Toon (teen), M., toonen. Toontje, O., -jes.

Toon (klank), M., tonen. Toontje, O., -jes.

Toon. (Ten -).

Toonbaar, -bare.

Toonbank, V., -banken.

Toonbeeld, O., -beelden.

Toonbrood, O., -brooden.

Toonder, M., toonders.

Toondichter, M., -dichters.

Tooneel, O., tooneelen. Tooneeltje, O., -jes.

Tooneelcriticus, M., -critici.

Tooneelcritiek, V.

Tooneelgezelschap, O., -gezelschappen.

Tooneelheld, M., -helden.

Tooneelist, O., tooneelisten.

Tooneelkijker, M., -kijkers.

Tooneelkunstenaar, M., -kunstenaars.

Tooneelpoëzie, V.

Tooneelschool, V., -scholen.

Tooneelschrijver, M., -schrijvers.

Tooneelspel, O., -spelen.

Tooneelspeler, M., -spelers.

Tooneelstuk, O., -stukken.

Tooneelverbond, O.

Tooneelverslag, O., -verslagen.

Tooneelvertooning, V., -vertooningen.

Tooneelwoede, V.

Toonen, toonde, heeft getoond.

Toongevend.

Toongever, M., -gevers.

Toonhoogte, V., -hoogten.

Toonkunst, V.

Toonkunstenaar, M., -kunstenaars.

Toonladder, V., -ladders.

Toonloos, -looze.

Toonloosheid, V.

Toonschaal, V., -schalen.

Toonsoort, V., -soorten.

Toonteeken, O., -teekens.

Toonvast, -vaster, meest -vast.

Toorn, M.

Toornen, toornde, heeft getoornd.

Toornig, toorniger, toornigst.

Toornigheid, V.

Toorts, V., toortsen.

Toortslicht, O.

Toost, M., toosten. Toostje, O., -jes.

Toosten, toostte, heeft getoost.

Tooster, M., toosters.

Toot, V., toten. Tootje, O., -jes.

Toovenaar, M., toovenaars en toovenaren.

Toovenaarster, V., toovenaarsters.

Toovenares, V., toovenaressen.

Tooverachtig, -achtiger, -achtigst.

Tooverbeeld, O., -beelden.

Tooverblik, M., -blikken.

Tooverboek, O., -boeken.

Toovercirkel, M., -cirkels.

Tooverdrank, M., -dranken.

Tooveren, tooverde, heeft getooverd.

Tooveres, V., tooveressen.

Tooverfiguur, V. en O., -figuren.

Tooverfluit, V., -fluiten.

Tooverformulier, O., -formulieren.

Toovergeschiedenis, V., -geschiedenissen.

Toovergodin, V., -godinnen.

Tooverheks, V., -heksen.

Tooverij, V., tooverijen.

Tooverkaart, V., -kaarten.

Tooverklank, M., -klanken.

Tooverkol, V., -kollen.

Tooverkracht, V.

Tooverkring, M., -kringen.

Tooverkunst, V., -kunsten; -kunstje, O., -jes.

Tooverlantaren en -lantaarn, V., -lantarens en -lantaarns.

Toovermiddel, O., -middelen.

Tooverpaleis, O., -paleizen.

Tooverslag, M.

Tooverspiegel, M., -spiegels.

Tooverstaf, M., -staven.

Toovervierkant, O., -vierkanten.

Tooverwerk, O.

Tooverzalf, V.

Top, M., toppen. Topje, O., -jes.

Top (tusschenw.).

Topaas (steen), M., topazen; (stof), O. Topaasje, O., -jes.

Topazen (bnw.).

Tophoek, M., -hoeken.

Topograaf, M., topografen.

Topographie, V.

Topographisch.

Toppen, topte, heeft getopt.

Toppenant, V., toppenanten; ook Toppenend, O., -enden.

Toppenantsblok, O., -blokken en -bloks.

Topper, M., toppers. Toppertje, O., -jes.

Toppershoed, M., -hoeden.

Topstander, M., -standers.

Topzeil, O., -zeilen.

Topzeilskoelte, V.

Topzwaar, -zware.

Tor, V., torren. Torretje, O., -jes.

Torbok, M., -bokken.

Toren, M., torens. Torentje, O., -jes.

Torenblazer, M., -blazers.

Torenbouw, M.

Torenbrand, M., -branden.

Torenhoog, -hooge.

Torenklok, V., -klokken.

Torenspits, V., -spitsen.

Torenuil, M., -uilen.

Torenvalk, M., -valken.

Torenwacht (een wachter), M., -wachten; (de gezamenlijke wachters), V.

Torenwachter, M., -wachters.

Torment, O., tormenten.

Tormenteeren, tormenteerde, heeft getormenteerd.

Torn (het tornen), M., tornen.

Torn (in een kleed), V., tornen. Torntje, O., -jes.

Tornen, tornde, heeft getornd.

Tornmesje, O., -jes.

Tornooi, O., tornooien.

Tornooien, tornooide, heeft getornooid.

Torntouw, O., -touwen.

Torpedist, M., torpedisten.

Torpedo, V., torpedo's.

Torpedoboot, V., -booten.

Torpedodienst, M.

Torpedojager, M., -jagers.

Torsen, torste, heeft getorst.

Tortel, M. en V., tortels. Torteltje, O., -jes.

Tortelduif, V., -duiven.

Tot.

Totaal, O., totalen.

Totaal, totale.

Totdat.

Totebel, V., totebellen.

Totstandbrenging, V.

Totstandkoming, V.

Tournure, V., tournures.

Touter, M., touters. Toutertje, O., -jes.

Touteren, touterde, heeft getouterd.

Touw, O., touwen. Touwtje, O., -jes.

Touwbaan, V., -banen.

Touwen (bnw.).

Touwen, touwde, heeft getouwd.

Touwer, M., touwers.

Touwerij, V., touwerijen.

Touwladder, V., -ladders.

Touwpluizen, O.

Touwslager, M., -slagers.