Woordenlijst Voor De Spelling Der Nederlandsche Taal Met Aanwij

Chapter 54

Chapter 542,802 wordsPublic domain

Socialistencongres, O., -congressen.

Socialistisch.

Sociëteit, V., sociëteiten.

Sociëteitsbal, O., -bals.

Sociëteitsbediende, M., -bedienden.

Sociëteitsleven, O.

Sociologie, V.

Soda, V.

Sodawater, O.

Sodazeep, V.

Soebatten, soebatte, heeft gesoebat.

Soebatter, M., soebatters.

Soep, V., soepen. Soepje, O., -jes.

Soepbord, O., -borden.

Soepcommissie, V., -commissies.

Soepel, soepeler, soepelst.

Soeperig, soeperiger, soeperigst.

Soeperigheid, V.

Soepgroente, V., -groenten.

Soepketel, M., -ketels.

Soepkokerij, V., -kokerijen.

Soeplepel, M., -lepels.

Soepterrine, V., -terrines.

Soepuitdeeling, V., -uitdeelingen.

Soepvleesch, O.

Soes (dommel), M., soezen.

Soes (gebak), V., soezen. Soesje, O., -jes.

Soesa, en ook Soeza, V.

Soezen, soesde, heeft gesoesd.

Soezenmand, V., -manden.

Soezer, M., soezers.

Soezerig, soezeriger, soezerigst.

Soezerigheid, V.

Soezig, soeziger, soezigst.

Soezigheid, V.

Sofa, V., sofa's.

Soirée, V., soirée's. Soireetje, O., -jes.

Soja, V.

Sok, V., sokken. Sokje, O., -jes.

Sokkerig, sokkeriger, sokkerigst.

Soldaat, M., soldaten. Soldaatje, O., -jes.

Soldaatjespelen, O.

Soldatenbrood, O.

Soldatengat (scheepsw.), O.

Soldatenkind, O., -kinderen.

Soldatenkleeding, V.

Soldatenkroeg, V., -kroegen.

Soldatenleven, O.

Soldatenlied, O., -liederen.

Soldaterij, V.

Soldeer, O.

Soldeerbout, M., -bouten.

Soldeerder, M., soldeerders.

Soldeeren, soldeerde, heeft gesoldeerd.

Soldeerijzer, O., -ijzers.

Soldeering, V., soldeeringen.

Soldeerlamp, V., -lampen.

Soldeersel, O.

Soldeerwerk, O.

Soldenier, M., soldeniers.

Soldij, V., soldijen.

Solenneel, -eele.

Solfège-klasse, V., -klassen.

Solfer. Zie Sulfer.

Solidair.

Solidariteit, V.

Solide, solider, soliedst.

Soliditeit, V.

Solist, M., solisten.

Solistenkamer, V., -kamers.

Sollen, solde, heeft gesold.

Sollicitant, M., sollicitanten.

Sollicitante, V., sollicitanten.

Sollicitatie, V., sollicitatiën en sollicitaties.

Sollicitatiebrief, M., -brieven.

Solliciteeren, solliciteerde, heeft gesolliciteerd.

Solo, M., solo's.

Soloecisme, O., soloecismen.

Soloklasse, V., -klassen.

Solospel, O.

Solostem, V., -stemmen.

Solozang, M.

Solozanger, M., -zangers.

Som, V., sommen. Sommetje, O., -jes.

Somber, somberder, somberst.

Somberheid, V.

Sommatie, V., sommatiën en sommaties.

Sommeeren, sommeerde, heeft gesommeerd.

Sommer (scheepsw.), M., sommers.

Sommige.

Sommigen.

Sommiteit, V., sommiteiten.

Somnambule, M. en V., somnambules.

Somnambulisme, O.

Somp, V., sompen.

Sompig, sompiger, sompigst.

Sompschuit, V., -schuiten.

Sompvogel, M., -vogels.

Soms.

Somtijds.

Somwijlen.

Sonate, V., sonaten en sonates.

Sonatine, V., sonatines.

Sonde (werktuig), V., sondes.

Sondeeren, sondeerde, heeft gesondeerd.

Sondeerijzer, O., -ijzers.

Sondeering, V., sondeeringen.

Sonnet, O., sonnetten. Sonnetje, O., -jes.

Sonnettendichter, M., -dichters.

Soort, V. en O., soorten. Soortje, O., -jes.

Soortelijk.

Soortgelijk.

Soortnaam, M., -namen.

Sop, O. en V., soppen. Sopje, O., -jes.

Sopbrood, O.

Sophisme, O., sophismen.

Sophist, M., sophisten.

Sophisterij, V., sophisterijen.

Sophistisch.

Soporifiek.

Soppedoppen, soppedopte, heeft gesoppedopt.

Soppen, sopte, heeft gesopt.

Sopper, M., soppers.

Sopperdegroen, V., -groenen; -groentje, O., -jes.

Sopperig, sopperiger, sopperigst.

Sopperigheid, V.

Soppig, soppiger, soppigst.

Soppigheid, V.

Sopraan, V., sopranen.

Sopraanpartij, V., -partijen.

Sopraansolo, M., -solo's.

Sopraanstem, V., -stemmen.

Sorbe, V., sorben.

Sorbeboom, M., -boomen.

Sorbet, O. Sorbetje, O., -jes.

Sorteerder, M., sorteerders.

Sorteeren, sorteerde, heeft gesorteerd.

Sorteering, V., sorteeringen.

Sortie, V., sorties.

Soudenier, M., soudenieren en soudeniers.

Souffleur, M., souffleurs.

Souffleurshokje, O., -hokjes.

Soupeeren, soupeerde, heeft gesoupeerd.

Souper, O., soupers. Soupertje en soupeetje, O., -jes.

Souspied, M., souspieds.

Souvenir, O., souvenirs. Souvenirtje, O., -jes.

Souverein, M., souvereinen. V., souvereine.

Souvereiniteit, V.

Souvereiniteitsrecht, O., -rechten.

Spa. Zie Spade.

Spaak, V., spaken. Spaakje, O., -jes.

Spaak (bijw.). (- loopen).

Spaan, V., spanen. Spaantje, O., -jes.

Spaander, M., spaanders. Spaandertje, O., -jes.

Spaandershaak, M., -haken.

Spaansch.

Spaansch, O.

Spaansch-groen, O.

Spaarbank, V., -banken.

Spaarbankboekje, O., -boekjes.

Spaarbankkiezer, M., -kiezers.

Spaarbankzegel, O., -zegels.

Spaarder, M., spaarders.

Spaargeld, O.

Spaarhaard, M., -haarden.

Spaarkachel, V., -kachels.

Spaarkas, V., -kassen.

Spaarkiezer (spaarbankkiezer), M., -kiezers.

Spaarlamp, V., -lampen; -lampje, O., -jes.

Spaaroven, M., -ovens.

Spaarpenning, M., -penningen.

Spaarpijp, V., -pijpen.

Spaarpot, M., -potten; -potje, O., -jes.

Spaarzaam, -zamer, -zaamst.

Spaarzaamheid, V.

Spade en Spa, V., spaden.

Spade (bnw.). Als bijw. ook Spa.

Spaden, spaadde, heeft gespaad.

Spadesteel, M., -stelen.

Spadille, V., spadilles.

Spakeren, spakerde.

Spakerig.

Spalier, O., spalieren.

Spalk, V., spalken. Spalkje, O., -jes.

Spalken, spalkte, heeft gespalkt.

Spalkhout, O., -houten.

Spalking, V., spalkingen.

Spalling, M., spallingen.

Span en Spanne (lengtemaat), V., spannen.

Span (gespan), O., spannen. Spannetje, O., -jes.

Spanader, V., -aders.

Spanblok, O., -blokken.

Spanbroek, V., -broeken.

Spandienst, M., -diensten.

Spanen (bnw.).

Spanen, spaande, heeft gespaand.

Spang, V., spangen. Spangetje, O., -jes.

Spangordel, M., -gordels.

Spanjaard, M., Spanjaarden en Spanjaards.

Spankracht, V.

Spanne. Zie Span, V.

Spannen, spande, heeft gespannen.

Spanning, V., spanningen.

Spanraam, O., -ramen.

Spanrib, V., -ribben.

Spanriem, M., -riemen.

Spanrups, V., -rupsen.

Spanseeren, spanseerde, heeft en is gespanseerd.

Spansel, O., spansels.

Spant, O., spanten. Spantje, O., -jes.

Spantvullingen (mv.), V.

Spanwant, O.

Spanzaag, V., -zagen.

Spar (sparreboom), M., sparren. Sparretje, O., -jes.

Spar (tang), V., sparren. Sparretje, O., -jes.

Sparappel, M., -appels.

Sparen, spaarde, heeft gespaard.

Sparing, V.

Sparkelen, sparkelde, heeft gesparkeld.

Sparreboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.

Sparregroen, O.

Spartelbeenen, spartelbeende, heeft gespartelbeend.

Spartelen, spartelde, heeft gesparteld.

Sparteling, V., spartelingen.

Spartorpedo, V., -torpedo's.

Spat (vlekje), V., spatten. Spatje, O., -jes.

Spat (aderspat), V., spatten.

Spatbord, O., -borden.

Spatel, V., spatels. Spateltje, O., -jes.

Spatie, V., spaties.

Spatieeren, spatieerde, heeft gespatieerd.

Spatkleed, O., -kleeden.

Spatpennetje, O., -jes.

Spatten, spatte, heeft en is gespat.

Spatterig, spatteriger, spatterigst.

Spattig, spattiger, spattigst.

Spatting (scheepsw.), V.

Specerij, V., specerijen.

Specerijachtig.

Specerijhandel, M.

Specht, M., spechten. Spechtje, O., -jes.

Spechtmees, V., -meezen.

Speciaal, speciale.

Specialiseeren, specialiseerde, heeft gespecialiseerd.

Specialiteit, V., specialiteiten.

Specie, V., speciën en species.

Speciebriefje, O., -briefjes.

Specificatie, V., specificatiën en specificaties.

Specificeeren, specificeerde, heeft gespecificeerd.

Specifiek, specifieke.

Specimen, O., specimens en specimina.

Spectator, M., spectators.

Spectatoriaal, spectatoriale.

Spectroscoop, M., spectroscopen.

Speculaas en Speculatie (koek), V.

Speculant, M., speculanten.

Speculatie, V., speculatiën en speculaties.

Speculatief, speculatieve.

Speculeeren, speculeerde, heeft gespeculeerd.

Speek, V., speeken.

Speeksel, O.

Speekselklier, V., -klieren.

Speelavond, M., -avonden; -avondje, O., -jes.

Speelbal, M., -ballen.

Speelbank, V., -banken.

Speeldoos, V., -doozen; -doosje, O., -jes.

Speelgeld, O.

Speelgenoot, M., -genooten.

Speelgenoote, V., -genooten.

Speelgoed, O.

Speelgoedwinkel, M., -winkels.

Speelhol, O., -holen.

Speelhuis, O., -huizen.

Speeljacht, O., -jachten.

Speelkaart, V., -kaarten.

Speelkamer, V., -kamers.

Speelkameraad, M. en V., -kameraden en -kameraads; -kameraadje, O., -jes.

Speelkind, O., -kinderen.

Speelklok, V., -klokken.

Speelmakker, M., -makkers; -makkertje, O., -jes.

Speelman, M., -lieden en -lui.

Speelnoot, M., -nooten en -noots.

Speelnoote, V., -nooten.

Speelpartij, V., -partijen; -partijtje, O., -jes.

Speelplaats, V., -plaatsen.

Speelpop, V., -poppen; -popje, O., -jes.

Speelreisje, O., -jes.

Speelruimte, V.

Speelsch, speelscher, meest speelsch.

Speelschheid, V.

Speelschuld, V., -schulden.

Speelster, V., speelsters.

Speeltafel, V., -tafels; -tafeltje, O., -jes.

Speeltijd, M.

Speeltuig, O., -tuigen.

Speeltuin, M., -tuinen.

Speeluur, O., -uren; -uurtje, O., -jes.

Speelwagen, M., -wagens; -wagentje, O., -jes.

Speelwerk, O., -werken.

Speelziek, -zieker, -ziekst.

Speelzucht, V.

Speen, V., spenen. Speentje, O., -jes.

Speenkruid, O.

Speenmaal, O., -malen.

Speenvarken, O., -varkens; -varkentje, O., -jes.

Speer, V., speren. Speertje, O., -jes.

Speerhaak, M., -haken.

Speerwortel (stofnaam), V.

Speetje. Zie Spit.

Speetjesaal, V.

Speetjespaling, V.

Speetwet, V.

Spek, O.

Spekbokking, M., -bokkingen.

Spekhaak, M., -haken.

Spekjan, M., -jannen.

Spekken, spekte, heeft gespekt.

Spekkig, spekkiger, spekkigst.

Spekking, V.

Speknaald, V., -naalden.

Speknek (nek), M., -nekken.

Speknek (persoon), M. en V., -nekken.

Spekpannekoek, M., -pannekoeken.

Spekslager, M., -slagers.

Spekslagerij, V., -slagerijen.

Speksteen, M., als stofnaam, V.

Spektakel, O., spektakels.

Spektakelstuk, O., -stukken.

Spekvet, O.

Spel, O., spelen en spellen. Spelletje, O., -jes.

Spelboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.

Spelbreekster, V., -breeksters.

Spelbreker, M., -brekers.

Speld, V., spelden. Speldje, O., -jes.

Speldeknop, M., -knoppen.

Speldekop, M., -koppen.

Spelden, speldde, heeft gespeld.

Speldenbakje, O., -jes.

Speldendoosje, O., -jes.

Speldenfabriek, V., -fabrieken.

Speldengeld, O.

Speldenkoker, M., -kokers.

Speldenkussen, O., -kussens; -kussentje, O., -jes.

Speldenmaker, M., -makers.

Speldenwerk, O., -werken; -werkje, O., -jes.

Speldenwerkster, V., -werksters.

Speldeprik, M., -prikken; -prikje, O., -jes.

Spelemeien, spelemeide, heeft gespelemeid.

Spelen, speelde, heeft gespeeld.

Speler, M., spelers.

Spelevaren, O.

Speling, V., spelingen.

Spelkunst, V.

Spellen, spelde, heeft gespeld.

Spelling, V., spellingen.

Spelonk, V., spelonken. Spelonkje, O., -jes.

Spelregel, M., -regels.

Spelt, V.

Spencer, M., spencers.

Spendeeren, spendeerde, heeft gespendeerd.

Spenen, speende, heeft gespeend.

Spening, V.

Sperboom, M., -boomen.

Sperfort, O., -forten.

Sperge. Zie Asperge. In samenst. ook Sperzie.

Spergelkruid, O.

Sperketting, M., -kettingen.

Sperren, sperde, heeft gesperd.

Sperwer, M., sperwers. Sperwertje, O., -jes.

Sperwersnest, O., -nesten.

Sperzieboon, V., -boonen.

Speten, speette, heeft gespeet.

Speuren, speurde, heeft gespeurd.

Speurhond, M., -honden.

Spiauter. Zie Piauter.

Spichtig, spichtiger, spichtigst.

Spichtigheid, V.

Spie (spion), M., spieën.

Spie en Spij (bout of wig), V., spieën en spijen. Spietje en spijtje, O., -jes.

Spiebout, M., -bouten.

Spiegat. Zie Spuigat.

Spiegel, M., spiegels. Spiegeltje, O., -jes.

Spiegelbeeld, O., -beelden.

Spiegelboog, M., -bogen.

Spiegelei, O., -eieren.

Spiegelen, spiegelde, heeft gespiegeld.

Spiegelgevecht, O., -gevechten.

Spiegelglad.

Spiegelglas, O., -glazen.

Spiegeling, V., spiegelingen.

Spiegellijst, V., -lijsten.

Spiegelmagazijn, O., -magazijnen.

Spiegelmaker, M., -makers.

Spiegelmees, V., -meezen.

Spiegelruit, V., -ruiten.

Spiegelschrift, O.

Spiegelvisch, M., -visschen.

Spiemouw, V., -mouwen.

Spier (in het lichaam), V., spieren. Spiertje, O., -jes.

Spier (zwaluw), V., spieren.

Spierbeugel, M., -beugels.

Spiering (een visch), M., spieringen. Als stofnaam, V. Spierinkje, O., -jes.

Spieringvangst, V.

Spierkracht, V.

Spiernaakt.

Spierstelsel, O., -stelsels.

Spierverlamming, V.

Spierwit, -witte.

Spiesglans, O.

Spiets en Spies, V., spietsen.

Spietsen, spietste, heeft gespietst.

Spiezak, M., -zakken.

Spij. Zie Spie.

Spijbelen, spijbelde, heeft gespijbeld.

Spijgat. Zie Spuigat.

Spijk, V.

Spijker (nagel), M., spijkers. Spijkertje, O., -jes.

Spijker (pakhuis), M., spijkers.

Spijkerbak, M., -bakken.

Spijkerbalsem, M.

Spijkerboor, V., -boren.

Spijkeren, spijkerde, heeft gespijkerd.

Spijkergat, O., -gaten.

Spijkering, V.

Spijkerkop, M., -koppen.

Spijkerschrift, O.

Spijkervast.

Spijkerwinkel, M., -winkels.

Spijkijzer, O., -ijzers.

Spijl, V., spijlen. Spijltje, O., -jes.

Spijs, V., spijzen.

Spijsbereiding, V.

Spijsbrei, V.

Spijskokerij, V., -kokerijen.

Spijskaart, V., -kaarten.

Spijskelder, M., -kelders.

Spijsuitdeeling, V., -uitdeelingen.

Spijsverteering, V.

Spijt, V.

Spijten, speet, speten, heeft gespeten.

Spijtig, spijtiger, spijtigst.

Spijtigheid, V.

Spijzen, spijsde, heeft gespijsd.

Spijzigen, spijzigde, heeft gespijzigd.

Spijziging, V.

Spikkel, M., spikkels. Spikkeltje, O., -jes.

Spikkelachtig, -achtiger, -achtigst.

Spikkelen, spikkelde, heeft gespikkeld.

Spikkelig, spikkeliger, spikkeligst.

Spikkeling, V.

Spikspeldernieuw.

Spiksplinternieuw.

Spil, V. en O., spillen. Spilletje, O., -jes.

Spilboom, M., -boomen.

Spilboor, V., -boren.

Spilgat, O., -gaten.

Spilgioen, M., spilgioenen.

Spillebeen, M. en V., -beenen.

Spilleleen, O., -leenen.

Spillemaag, M. en V., -magen.

Spillen, spilde, heeft gespild.

Spilpal, M., -pallen.

Spilpan, V., -pannen.

Spilpenning, M. en V., -penningen.

Spilziek, -zieker, -ziekst.

Spilzucht, V.

Spin, V., spinnen. Spinnetje, O., -jes.

Spinaal, O.

Spinachtig.

Spinazie, V.

Spinaziebed, O., -bedden.

Spinaziezaad, O.

Spinde, V., spinden.

Spinet, O., spinetten. Spinetje, O., -jes.

Spinhuis, O., -huizen.

Spinhuisboef, M., -boeven.

Spinloon, O., -loonen.

Spinmachine, V., -machines.

Spinnekop, V., -koppen; -kopje, O., -jes.

Spinnen, spon, sponnen, heeft gesponnen.

Spinner, M., spinners.

Spinnerij, V., spinnerijen.

Spinneweb, O., -webben; -webje, O., -jes.

Spinnewebachtig.

Spinneweefsel, O., -weefsels.

Spinnewiel, O., -wielen; -wieltje, O., -jes.

Spinosisme, O.

Spinrokken, O., -rokkens.

Spinsbek. Zie Pinsbek.

Spinsel, O., spinsels.

Spinster, V., spinsters.

Spint, O.

Spintabak, V.

Spintachtig.

Spintig, spintiger, spintigst.

Spion, M., spionnen en spions. Spionnetje, O., -jes.

Spionneeren, spionneerde, heeft gespionneerd.

Spiraal, V., spiralen. Spiraaltje, O., -jes.

Spiraalvormig.

Spiritisme, O.

Spiritist, M., spiritisten.

Spiritistisch.

Spiritualiën (mv.), V.

Spiritualisme, O.

Spiritueel, spiritueeler, spiritueelst.

Spiritus, M.

Spirituslamp, V., -lampen; -lampje, O., -jes.

Spirituslichtje, O., -lichtjes.

Spiritusvlam, V., -vlammen.

Spit, O., speten en spitten. Speetje en spitje, O., -jes.

Spits (punt), V., spitsen.

Spits, O. (Het - afbijten).

Spits, spitser, spitst.

Spitsbaard, M., -baarden.

Spitsboef, M., -boeven.

Spitsbogenstijl, M.

Spitsboog, M., -bogen.

Spitsbroeder, M., -broeders.

Spitsen, spitste, heeft gespitst.

Spitsheid, V.

Spitshoofd, M. en V., -hoofden.

Spitsig, spitsiger, spitsigst.

Spitskin, M. en V., -kinnen.

Spitsmuis, V., -muizen; -muisje, O., -jes.

Spitsneus, M. en V., -neuzen.

Spitsroeden (mv.), V.

Spitsvondig, -vondiger, -vondigst.

Spitsvondigheid, V.

Spitszinnig, -zinniger, -zinnigst.

Spitten, spitte, heeft gespit.

Spitter, M., spitters.

Spitvarkentje, O., -jes.

Spleet, V., spleten. Spleetje, O., -jes.

Spleetbreuk, V., -breuken.

Spletig, spletiger, spletigst.

Splijten, spleet, spleten, heeft en is gespleten.

Splijting, V.

Splint, O.

Splinter, M., splinters. Splintertje, O., -jes.

Splinterbreuk, V., -breuken.

Splinteren, splinterde, heeft en is gesplinterd.

Splinterig, splinteriger, splinterigst.

Splinternieuw.

Splintertrekker, M., -trekkers.

Split, O., splitten. Splitje, O., -jes.

Splitbout, M., -bouten.

Splits, V., splitsen.

Splitsen, splitste, heeft gesplitst.

Splitser, M., splitsers.

Splitsgang, V., -gangen.

Splitshamer, M., -hamers.

Splitshoorn en Splitshoren, M., -hoorns en -horens.

Splitsing, V., splitsingen.

Splitstong, V., -tongen.

Splitsvaantje, O., -jes.

Splitten, splitte, heeft gesplit.

Splitter, M., splitters.

Splitvruoht, V., -vruchten.

Spoed, M.

Spoedbestelling, V., -bestellingen.

Spoedcertificaat, O., -certificaten.

Spoeden, spoedde, is gespoed; ook spoedde (zich), heeft (zich) gespoed.

Spoedig, spoediger, spoedigst.

Spoedstuk, O., -stukken.

Spoedvereischend.

Spoel, V., spoelen. Spoeltje, O., -jes.

Spoelbak, M., -bakken.

Spoeldrank, M., -dranken; -drankje, O., -jes.

Spoelen, spoelde, heeft en is gespoeld.

Spoelhok, O., -hokken.

Spoeling, V., spoelingen.

Spoelingbak, M., -bakken.

Spoelingdistrict, O.

Spoelingvleesch, O.

Spoelkom, V., -kommen; -kommetje, O., -jes.

Spoelsel, O., spoelsels.

Spoelworm, M., -wormen; -wormpje, O., -jes.

Spog, O.

Spoken, spookte, heeft gespookt.

Spokerij, V., spokerijen.

Spon, V., sponnen. Sponnetje, O., -jes.

Sponde, V., sponden.

Spong, V., spongen.

Sponning, V., sponningen. Sponninkje, O., -jes.

Spons, V., sponsen en sponzen. Sponsje, O., -jes.

Sponsachtig, -achtiger, -achtigst.

Sponsachtigheid, V.

Sponsen, sponste, heeft gesponst. Ook sponzen.

Spontaan, spontane.

Spontaneïteit, V.

Sponturf, V.

Sponzedoos, V., -doozen.

Spook, O., spoken. Spookje, O., -jes.

Spookachtig, -achtiger, -achtigst.

Spookdier, O., -dieren.

Spookgeschiedenis, V., -geschiedenissen; -geschiedenisje, O., -jes.

Spookhuis, O., -huizen.

Spooksel, O., spooksels.

Spookuur, O.

Spookverschijning, V., -verschijningen.

Spoor (prikkel), V., sporen. Spoortje, O., -jes.

Spoor (voetstap en wagenspoor), O., sporen. In den zin van Spoortrein, V.

Spoorbaan, V., -banen.

Spoorbalk, M., -balken.

Spoorboekje, O., -boekjes.

Spoorbrug, V., -bruggen.

Spoordijk, M., -dijken.

Spoorhout, O., -houten.

Spoorkaartje, O., -kaartjes.

Spoorklok, V., -klokken.

Spoorlijn, V., -lijnen.

Spoorloos.

Spoorslags.

Spoorstaaf, V., -staven.

Spoorstok, M., -stokken.

Spoorstudent, M. en V., -studenten.

Spoortijd, M.

Spoortrein, M., -treinen.

Spoorwagen, M., -wagens.

Spoorweg, M., -wegen.

Spoorwegaandeel, O., -aandeelen.

Spoorwegbeambte, M., -beambten.

Spoorwegbrug, V., -bruggen.

Spoorwegdienst, M., -diensten.

Spoorwegfonds, O., -fondsen.

Spoorwegkaart, V., -kaarten.

Spoorwegleening, V., -leeningen.

Spoorwegmaatschappij, V., -maatschappijen.

Spoorwegnet, O., -netten.

Spoorwegpersoneel, O.

Spoorwegpolitiek, V.

Spoorwegrijtuig, O., -rijtuigen.

Spoorwegstation, O., -stations.

Spoorwegverbinding, V., -verbindingen.

Spoorwegverkeer, O.

Spoorwegwagon, M., -wagons.

Spoorwijdte, V.

Sporen (aansporen), spoorde, heeft gespoord.

Sporen (met den spoorwagen rijden), spoorde, heeft en is gespoord.

Sporreling, V., sporrelingen.

Sport, V., sporten. Sportje, O., -jes.

Sport (Engelsch woord), V.

Sport-artikel, O., -artikelen.

Sportblouse, V., -blouses.

Sportflanel, O.

Sporthemd, O., -hemden.

Sportkar, V., -karren.

Sportnieuws, O.

Sportterm, M., -termen.

Sportterrein, O., -terreinen.

Sportwagen, M., -wagens; -wagentje, O., -jes.

Spot, M.

Spotachtig, -achtiger, -achtigst.

Spotachtigheid, V.

Spotboef, M., -boeven.

Spotdicht, O., -dichten.

Spotgeld, O.

Spotlijster, V., -lijsters.

Spotlust, M.

Spotprijs, M., -prijzen; -prijsje, O., -jes.

Spotrede, V., -redenen.

Spotschrift, O., -schriften.

Spotten, spotte, heeft gespot.

Spotter, M., spotters. Spottertje, O., -jes.

Spotternij, V., spotternijen.

Spotvogel, M., -vogels.

Spotziek, -zieker, -ziekst.

Spotzucht, V.

Spouw, V., spouwen.

Spouwen, spouwde, heeft en is gespouwen.

Spouwer, M., spouwers.

Spouwing, V.

Spraak, V.

Spraakgebruik, O.

Spraakgeluid, O., -geluiden.

Spraakkunst, V., -kunsten.

Spraakkunstig.

Spraakleer, V.

Spraakorgaan, O., -organen.

Spraakvermogen, O.

Spraakwater, O.

Spraakwerktuig, O., -werktuigen.

Spraakzaam, -zamer, -zaamst.

Spraakzaamheid, V.

Sprakeloos, -looze.

Sprakeloosheid, V.

Sprank, V., spranken. Sprankje, O., -jes.

Sprankel, V., sprankels. Sprankeltje, O., -jes.

Sprankelvuur, O., -vuren.

Spreekbeurt, V., -beurten.

Spreekbuis, V., -buizen.

Spreekcel.

Spreekgestoelte, O., -gestoelten.

Spreekhoorn en -horen, M., -hoorns en -horens.

Spreekkamer, V., -kamers; -kamertje, O., -jes.

Spreekster, V., spreeksters.

Spreektaal, V.

Spreektrant, M.

Spreektrompet, V., -trompetten.

Spreekuur, O., -uren.

Spreekvertrek, O., -vertrekken.

Spreekwijze en -wijs, V., -wijzen.

Spreekwoord, O., -woorden; -woordje, O., -jes.

Spreekwoordelijk.

Spreekwoordenboek, O., -boeken.

Spreeuw, M., spreeuwen. Spreeuwtje, O., -jes.

Spreeuwebek, M., -bekken.

Spreeuwen, spreeuwde, heeft gespreeuwd.

Spreeuwenei, O., -eieren.

Spreeuwennest, O., -nesten.

Sprei, V., spreien. Spreitje, O., -jes.

Spreiden, spreidde, heeft gespreid.

Spreidsel, O., spreidsels.

Spreken, sprak, spraken, heeft gesproken.

Spreker, M., sprekers.

Sprengbekken, O., -bekkens.

Sprengen, sprengde, heeft gesprengd.

Sprenger, M., sprengers.

Sprenging, V., sprengingen.

Sprengkwast, M., -kwasten.

Sprengvat, O., -vaten.

Sprenkel (rattenknip), M., sprenkels.

Sprenkel (sprank), V., sprenkels. Sprenkeltje, O., -jes.

Sprenkelen, sprenkelde, heeft gesprenkeld.

Sprenkeling, V., sprenkelingen.

Sprenkelpot, M., -potten.

Sprenkelvat, O., -vaten.

Spreuk, V., spreuken. Spreukje, O., -jes.

Spreukachtig.

Spreukenboek, O., -boeken.

Spreukrijk, -rijker, -rijkst.

Spriet, M., sprieten. Sprietje, O., -jes.

Sprietbeugel, M., -beugels.

Sprietoogen, sprietoogde, heeft gesprietoogd.

Spring, M., springen.

Springader, V., -aders.

Springbok, M., -bokken.

Springboog, M., -bogen.

Springbron, V., -bronnen.

Springen, sprong, heeft en is gesprongen.

Springer, M., springers.

Springhengst, M., -hengsten.

Spring-in-'t-veld, M. en V., -velden.

Springkever, M., -kevers.

Springkoorts, V., -koortsen.

Springkruid, O.

Springlading, V., -ladingen.

Springlevend.

Springmatras, V., -matrassen.

Springmiddel, O., -middelen.

Springnet, O., -netten.

Springpaard (scheepsw.), O., -paarden.

Springpoot, M., -pooten.

Springproef, V., -proeven.

Springriem, M., -riemen.

Springslot, O., -sloten.

Springspin, V., -spinnen.

Springster, V., springsters.

Springstier, M., -stieren.

Springstok, M., -stokken.

Springstopper, M., -stoppers.

Springtij, O., -tijen.

Springton, V., -tonnen.

Springveer, V., -veeren.

Springveerenmatras, V., -matrassen.

Springvloed, M., -vloeden.

Springvuur, O.

Sprinkhaan, M., -hanen; -haantje, O., -jes.

Sprits, V., spritsen. Spritsje, O., -jes.

Spritsen, spritste, heeft gespritst.

Sproeien, sproeide, heeft gesproeid.

Sproeiwagen, M., -wagens.

Sproet, V., sproeten. Sproetje, O., -jes.

Sproeterig, sproeteriger, sproeterigst.

Sproetig, sproetiger, sproetigst.

Sproke, V., sproken.

Sprokkel (afgebroken takje), M., sprokkels.

Sprokkel (heester), V.

Sprokkelaar, M., sprokkelaars.

Sprokkelaarster, V., sprokkelaarsters.

Sprokkelen, sprokkelde, heeft gesprokkeld.

Sprokkelhout, O.

Sprokkeling, V., sprokkelingen.

Sprokkelmaand, V.

Sprong, M., sprongen. Sprongetje, O., -jes.

Sprongvariatie, V., -variaties.

Sprookje, O., -jes.

Sprookjesverteller, M., -vertellers.

Sprot, V., sprotten. Sprotje, O., -jes.

Spruit (van een plant), V., spruiten. Spruitje, O., -jes.

Spruit (van een gieter), V., spruiten. Spruitje, O., -jes.

Spruit (touw), O., spruiten.

Spruitblok, O., -blokken en -bloks.

Spruiten, sproot, sproten, is gesproten.

Spruitgewas, O.

Spruiting, V.

Spruitkool, V., -koolen.

Spruitsel, O., spruitsels.

Spruw, V.

Spugen, spoog, spogen, heeft gespogen.

Spui, O., spuien.

Spuidok, O., -dokken.

Spuien, spuide, heeft gespuid.

Spuigat, ook Spiegat en Spijgat, O., -gaten.

Spuiing, V., spuiingen.

Spuisluis, V., -sluizen.

Spuit, V., spuiten. Spuitje, O., -jes.

Spuiten, spoot, spoten, heeft gespoten.

Spuitenhuis, O., -huizen; -huisje, O., -jes.

Spuiter, M., spuiters.