Woordenlijst Voor De Spelling Der Nederlandsche Taal Met Aanwij

Chapter 46

Chapter 462,814 wordsPublic domain

Peervormig.

Pees, V., pezen. Peesje, O., -jes.

Peet, M. en V., peten. Peetje, O., -jes.

Peetoom, M., -ooms.

Peetschap, O.

Peettante, V., -tantes.

Pegel, M., pegels. Pegeltje, O., -jes.

Pegelen, pegelde, heeft gepegeld.

Peil, O., peilen. Peiltje, O., -jes.

Peilen, peilde, heeft gepeild.

Peiler, M., peilers.

Peilglas, O., -glazen.

Peiling, V., peilingen.

Peilketting, M., -kettingen.

Peillood, O., -looden.

Peilmaling, V., -malingen.

Peilschaal, V., -schalen.

Peilstok, M., -stokken.

Peinzen, peinsde, heeft gepeinsd.

Peis, V.

Pek en Pik, O.

Pekel (zilt vocht), V.,; (zeewater), O.

Pekelen, pekelde, heeft gepekeld.

Pekelharing (een visch), M., -haringen. Als stofnaam, V.

Pekelwagen, M., -wagens.

Pekelzonde, V., -zonden.

Pekken (ook Pikken), pekte, heeft gepekt.

Pekkrans, M., -kransen.

Pekton, V., -tonnen.

Pel, V., pellen.

Pelen, peelde, heeft gepeeld.

Pelerine, V., pelerines.

Pelerwt, V., -erwten.

Pelgrim, M., pelgrims.

Pelgrimage, V., pelgrimages.

Pelgrimsgewaad, O., -gewaden.

Pelgrimshoed, M., -hoeden.

Pelgrimskleed, O., -kleederen.

Pelgrimsmantel, M., -mantels.

Pelgrimsreis, V., -reizen.

Pelgrimsstaf, M., -staven.

Pelgrimstasch, V., -tasschen.

Pelgrimstocht, M., -tochten.

Pelikaan, M., pelikanen. Pelikaantje, O., -jes.

Pelikaanskrop, M., -kroppen.

Pellen, pelde, heeft gepeld.

Pellen, O., pellens.

Pellengoed, O.

Pelmolen, M., -molens.

Peloton, O., pelotons.

Pelotonsvuur, O.

Pels, M., pelzen. Pelsje, O., -jes.

Pelsjas, V., -jassen.

Pelsmuts, V., -mutsen.

Pelswerk, O.

Pelterij, V., pelterijen.

Peluche, O. Zie Pluche.

Peluw. Zie Peuluw.

Pen (schrijfpen), V., pennen. Pennetje, O., -jes.

Pen (houten nagel), V., pennen. Pennetje, O., -jes.

Penant, O., penanten.

Penantkast, V., -kasten.

Penantspiegel, M., -spiegels.

Pendant, O., pendanten. Pendantje, O., -jes.

Pendule, V., pendules.

Penibel, penibeler, penibelst.

Pennekunst, V., -kunsten.

Pennelikker, M., -likkers.

Pennemes, O., -messen; -mesje, O., -jes.

Pennen, pende, heeft gepend.

Pennenbak, M., -bakken.

Pennenhouder en Pennehouder, M., -houders.

Pennenkoker, M., -kokers.

Penner, M., penners.

Penneschacht, V., -schachten.

Pennestreek, V., -streken.

Pennestrijd, M.

Pennevrucht, V., -vruchten.

Penning, M., penningen. Penninkje, penningsken, penningske, penninksken en penninkske, O., -jes, -kens en -kes.

Penningkabinet, O., -kabinetten.

Penningkruid, O.

Penningkunde, V.

Penningmeester, M., -meesters.

Pens, V., pensen. Pensje, O., -jes.

Penseel, O., penseelen. Penseeltje, O., -jes.

Penseelen, penseelde, heeft gepenseeld.

Penseeltrek, M., -trekken.

Pensioen, O., pensioenen. Pensioentje, O., -jes.

Pensioenfonds, O., -fondsen.

Pensioenkas, V., -kassen.

Pensioenverzekering, V.

Pensioenwet, V., -wetten.

Pensionaat, O., pensionaten.

Pensionaris, M., pensionarissen.

Pensionnaire, M. en V., pensionnaires.

Pensionneeren, pensionneerde, heeft gepensionneerd.

Pentameter, M., pentameters.

Pentateuch, M.

Penteekening, V., -teekeningen.

Penterhaak, M., -haken.

Pentertalie, V., -talies.

Peper, V.

Peperbus, V., -bussen.

Peperduur.

Peperen, peperde, heeft gepeperd.

Peperhuisje, O., -huisjes.

Peperkoek, M., -koeken. Als stofnaam, V.

Pepermunt en Peperment, V. Pepermuntje en pepermentje, O., -jes.

Pepermuntdoosje, O., -doosjes.

Pepermuntolie, V.

Pepermuntwater, O.

Pepernoot en Peperneut, V., -noten en -neuten; -nootje en -neutje, O., -jes.

Pepertuin, M., -tuinen.

Pepsine, V.

Pepton, O.

Perceel, O., perceelen. Perceeltje, O., -jes.

Perceelsgewijze en perceelsgewijs.

Percent, O., percenten. Percentje, O., -jes. Verg. Procent.

Percentsgewijze.

Porcussiegeweer, O., -geweren.

Percussieslot, O., -sloten.

Pereboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.

Perenmoes, O.

Pereschil, V., -schillen.

Perfect, perfecter, perfectst.

Perfectie, V.

Perforeeren, perforeerde, heeft geperforeerd.

Periculeus, -euze.

Perikel, O., perikels en perikelen.

Periode, V., perioden.

Periodenbouw, M.

Periodiciteit, V.

Periodiek, periodieke.

Peripatetisch.

Periphrase, V., periphrasen.

Perk, O., perken. Perkje, O., -jes.

Perkament, O., perkamenten.

Perkamenten en Perkementen (bnw.).

Perkamentpapier, O.

Perkenier, M., perkeniers.

Permanent.

Permissie, V.

Permitteeren, permitteerde, heeft gepermitteerd.

Permutatie, V., permutaties en permutatiën.

Perpetueel, -eele.

Perron, O., perrons.

Perronkaart, V., -kaarten; -kaartje, O., -jes.

Pers, V., persen. Persje, O., -jes.

Persbureau, O., -bureau's.

Perscongres, O., -congressen.

Persdelict, O., -delicten.

Persen, perste, heeft geperst.

Perser, M., persers.

Persico, V.

Persiflage, V., persiflages.

Persifleeren, persifleerde, heeft gepersifleerd.

Persijzer, O., -ijzers.

Persing, V., persingen.

Persisteeren, persisteerde, heeft gepersisteerd.

Persklaar, -klare.

Persloon, O., -loonen.

Personage, V. en O., personages.

Personaliteit, V., personaliteiten.

Personeel, personeele.

Personeel, O.

Personentrein, M., -treinen.

Personenverkeer, O.

Personificatie, V., personificatiën en personificaties.

Persoon, M. en V., personen. Persoontje, O., -jes.

Persoonlijk.

Persoonlijkheid, V., -heden.

Persoonsverbeelding, V., -verbeeldingen.

Persoonsverwisseling, V., -verwisselingen.

Persoverzicht, O., -overzichten.

Perspectief (doorzichtkunde), V.

Perspectief (vergezicht, vooruitzicht), O., perspectieven.

Perspomp, V., -pompen.

Persrevisie, V., -revisies.

Pertinent.

Perversiteit, V.

Perzik (vrucht), V., (boom); M., perziken. Perzikje, O., -jes.

Perzikeboom en Perzikboom, M., -boomen. Perzikboompje, O., -jes.

Perzikepit, V., -pitten.

Pessimisme, O.

Pessimist, M., pessimisten.

Pest, V., pesten.

Pestbuil, V., -builen.

Pesthol, O., -holen.

Pesthuis, O., -huizen.

Pestilentie, V., pestilentiën.

Pestkoorts, V., -koortsen.

Pestlijder, M., -lijders.

Pestlucht, V.

Pestziekte, V., -ziekten.

Pet, V., petten. Petje, O., -jes.

Petegift, V., -giften.

Petekind, O., -kinderen; -kindje, O., -jes.

Petemoei, V., -moeien.

Peter, M., peters.

Peterschap, O.

Peterselie en Pieterselie, V.

Peterseliesaus, V.

Petitie, V., petitiën en petities.

Petitionneeren, petitionneerde, heeft gepetitionneerd.

Petitionnement, O., petitionnementen.

Petroleum, V.

Petroleumbron, V., -bronnen.

Petroleumkachel, V., -kachels; -kacheltje, O., -jes.

Petroleumlamp, V., -lampen.

Petroleummotor, M., -motoren en -motors.

Petroleumtoestel, O., -toestellen.

Petroleumvat, O., -vaten.

Pettengoed, O.

Pettenmaker, M., -makers.

Pettenwinkel, M., -winkels.

Peueraar, M., peueraars.

Peueren, peuerde, heeft gepeuerd.

Peukel. Zie Pukkel.

Peul (vrucht), V., peulen. Peultje, O., -jes.

Peul (peuluw), V., peulen.

Peuluw, ook Peluw, V., peuluwen.

Peuren, peurde, heeft gepeurd.

Peuter (gereedschap), M., peuters.

Peuter (persoon), M., peuters.

Peuteraar, M., peuteraars.

Peuteren, peuterde, heeft gepeuterd.

Peuterig.

Peuterwerk, O.; -werkje, O., -jes.

Peuzel, V., peuzels. Peuzeltje; O., -jes.

Peuzelen, peuzelde, heeft gepeuzeld.

Peuzelwerk, O.; -werkje, O., -jes.

Pezerik, M., pezeriken.

Phaenomenaal.

Phaëton, M., phaëtons.

Phalanx, V., phalanxen.

Phantaseeren, phantaseerde, heeft gephantaseerd.

Phantasie, V., phantasieën.

Phantasiehoed, M., -hoeden. Zie ook Fantasiehoed.

Phantasmagorie, V., phantasmagorieën.

Phantast, M., phantasten.

Phantastisch.

Pharmacopoea, V.

Phase, V., phasen en phases.

Philanthroop, M., philanthropen.

Philanthropie, V.

Philanthropisch.

Philologencongres, O., -congressen.

Philologie, V.

Philoloog, M., philologen.

Philosoof, M., philosofen.

Philosopheeren, philosopheerde, heeft gephilosopheerd.

Philosophie, V.

Philosophisch.

Phoenix. Zie Fenix.

Phonetiek, V.

Phonograaf, M., phonografen.

Phosphorus, M.

Photograaf, M., photografen.

Photogram, O., photogrammen.

Photographeeren, photographeerde, heeft gephotographeerd.

Photographie, V., photographieën. Photographietje, O., -jes.

Photographie-artikelen (mv.), O.

Photographiestander, M., -standers; -standertje, O., -jes.

Photographietoestel, O., -toestellen.

Photographisch.

Photogravure, V., -gravures.

Phrase, V., phrasen en phrases.

Phraseologie, V.

Physica, V.

Physiek, physieke.

Physiek, O.

Physiologie, V.

Physioloog, M., physiologen.

Physionomie, V., physionomieën.

Physisch.

Pianino, V., pianino's.

Pianist, M., pianisten.

Piano, V., piano's.

Piano, bijw. (- aan).

Pianoconcert, O., -concerten.

Piano-forte, V., piano-fortes.

Pianoklasse, V., -klassen.

Pianoles, V., -lessen.

Pianomeester, M., -meesters.

Pianomuziek, V.

Piano-orgel, O., -orgels.

Pias, M., piassen. Piasje, O., -jes.

Piasserig, piasseriger, piasserigst.

Piaster, M., piasters.

Piauter, ook Peauter, O.

Piefpafpoef (tusschenw.).

Piek, V., pieken. Piekje, O., -jes.

Piekeren. Zie Pikeren.

Piekeval, O., piekevallen.

Pienter. Zie Pinter.

Piepen, piepte, heeft gepiept.

Pieperig, pieperiger, pieperigst.

Piepjong.

Piepkuiken, O., -kuikens.

Pier, V., pieren. Piertje, O., -jes.

Pieren, pierde, heeft gepierd.

Pierenverschrikkertje, O., -jes.

Pierewaaien, pierewaaide, heeft gepierewaaid.

Pierewaaier, M., pierewaaiers.

Piesen. Zie Pissen.

Piet, M., pieten.

Piëteit, V.

Pieterig, pieteriger, pieterigst.

Pieterman (visch). Als voorwerpsnaam, M., pietermans. Als stofnaam, V. Pietermannetje, O., -jes.

Pieterselie. Zie Peterselie.

Pieterspenning, M.

Piëtisme, O.

Piëtist, M., piëtisten.

Piëtisterij, V.

Pietje (munt), O., -jes.

Pietlut, M. en V., pietlutten.

Pietluttig, pietluttiger, pietluttigst.

Pieus, pieuzer, pieust.

Pigment, O.

Pij, V., pijen. Pijtje, O., -jes.

Pijjekker, M. pijjekkers. Pijjekkertje, O., -jes.

Pijl, M., pijlen. Pijltje, O., -jes.

Pijler, M., pijlers.

Pijlkruid, O.

Pijlsnel, -snelle.

Pijlstaart, M., -staarten.

Pijn (pijnboom), M., pijnen.

Pijn (smart), V., pijnen.

Pijnappel, M., -appels.

Pijnbank, V., -banken.

Pijnboom, M., -boomen.

Pijne, V. (de - waard).

Pijnen, pijnde, heeft gepijnd.

Pijnigen, pijnigde, heeft gepijnigd.

Pijniging, V., pijnigingen.

Pijnlijk, -lijker, -lijkst.

Pijnlijkheid, V., -heden.

Pijnstillend.

Pijp V., pijpen. Pijpje, O., -jes.

Pijpaarde, V.

Pijpedop, M., -doppen; -dopje, O., -jes.

Pijpekop, M., -koppen.

Pijpen (op eene fluit spelen), peep, pepen, heeft gepepen.

Pijpen (eene pijp rooken), pijpte, heeft gepijpt.

Pijpenbakker, M., -bakkers.

Pijpenboor, V., -boren.

Pijpenfabriek, V., -fabrieken.

Pijpenlade, V., -laden.

Pijpenmand, V., -manden; -mandje, O., -jes.

Pijpenrek, O., -rekken; -rekje, O., -jes.

Pijpepeuter, M., -peuters.

Pijper, M., pijpers.

Pijperoer, O., -roeren.

Pijpesteel, M., -stelen.

Pijphout, O.

Pijpkaneel, V.

Pijpleider, M., -leiders.

Pijpwerk, O., -werken.

Pijpzwavel, V.

Pik (haat, wrok), M.

Pik, O. Zie Pek.

Pikant, pikanter, pikantst.

Pikanterie, V., pikanterieën.

Pikbroek, M., -broeken.

Pikdonker.

Pikdraad (voorwerp), M., -draden; (stof), O.

Pikeeren, pikeerde, heeft gepikeerd.

Pikeren en Piekeren, pikerde (piekerde), heeft gepikerd (gepiekerd).

Piket, O., piketten.

Piketpaal, M., -palen.

Piketspel, O.

Piketten, pikette, heeft gepiket.

Pikeur, M., pikeurs.

Pikhaak, M., -haken.

Pikken (bijten), pikte, heeft gepikt.

Pikken (pekken), pikte, heeft gepikt.

Piklat, V., -latten.

Pikol, O., pikols.

Pikzwart.

Pil, V., pillen. Pilletje, O., -jes.

Pilaar, M., pilaren. Pilaartje, O., -jes.

Pilaarbijter, M., -bijters.

Pilaster, M., pilasters.

Pillegift, V., -giften.

Pillendoos, V., -doozen; -doosje, O., -jes.

Pillendraaier, M., -draaiers.

Piloot, M., piloten.

Piment, O.

Pimpel, M., pimpels. Pimpeltje, O., -jes.

Pimpelaar, M., pimpelaars.

Pimpelen, pimpelde, heeft gepimpeld.

Pimpelmees, V., -meezen; -meesje, O., -jes.

Pimpelpaars, -paarse.

Pimpernel, V., pimpernellen.

Pimpernoot, V., pimpernoten. Pimpernootje, O., -jes.

Pin (ijzeren nagel), V., pinnen. Pinnetje, O., -jes.

Pinacotheek, V., pinacotheken.

Pinas, V., pinassen.

Pince-nez, M., pince-nez's.

Pincet, O., pincetten. Pincetje, O., -jes.

Pingel, V., pingelen.

Pingelaar, M., pingelaars.

Pingelen, pingelde, heeft gepingeld.

Pink (vinger), M., pinken. Pinkje, O., -jes.

Pink (jong rund), M. en V., pinken. Pinkje, O., -jes.

Pink (vaartuig), V., pinken. Pinkje, O., -jes.

Pinken, pinkte, heeft gepinkt.

Pinker, M., pinkers.

Pinkoogen, pinkoogde, heeft gepinkoogd.

Pinkster en Pinksteren, V.

Pinksterbloem, V., -bloemen.

Pinksterdag, M., -dagen.

Pinksterfeest, O.

Pinksternakel, V., pinksternakels.

Pinkstervuur, O.

Pinksterweek, V.

Pinkstier, M., -stieren.

Pinsbek, ook Spinsbek, O.

Pinsbekken en Spinsbekken (bnw.).

Pint, V., pinten. Pintje, O., -jes.

Pinter, V., pinters.

Pinter en Pienter, pinterder (pienterder), pinterst (pienterst).

Pioen (roos), V., pioenen.

Pioenroos, V., -rozen.

Pion (in 't schaakspel), M., pions.

Pionier, M., pioniers.

Piot, M., piotten.

Pip, V.

Pipet, V., pipetten. Pipetje, O., -jes.

Pippeling, M., pippelingen. Pippelinkje, O., -jes.

Pipsch, pipscher, meest pipsch.

Piramidaal en Pyramidaal, piramidale en pyramidale.

Piramide en Pyramide, V., piramiden en pyramiden.

Pis, V.

Pisang, V., pisangs.

Pisbak, M., -bakken.

Pisblaas, V., -blazen.

Pisbroek, M., -broeken.

Pispot, M., -potten.

Pissebed (insect), V., pissebedden. Pissebedje, O., -jes.

Pissebed (van een klein kind), M. en V., pissebedden.

Pissen, ook Piesen, piste, heeft gepist.

Pistache, V., pistaches.

Piston, M., pistons.

Pistool (munt), V., pistolen.

Pistool (schietgeweer), V. en O., pistolen. Pistooltje, O., -jes.

Pistoolschot, O., -schoten.

Pit (van eene lamp), V., pitten. Pitje, O. -jes.

Pit (kern), V., pitten. Pitje, O., -jes.

Pit (merg), O.

Pitoor, ook Putoor, M., pitoren en putoren.

Pitsjaar, M., pitsjaren.

Pitsjaarsvlag, V., -vlaggen.

Pitsjaren, pitsjaarde, heeft gepitsjaard.

Pittig, pittiger, pittigst.

Pittigheid, V.

Pittoresk.

Plaag, V., plagen. Plaagje, O., -jes.

Plaaggeest, M. en V., -geesten.

Plaagster, V., plaagsters.

Plaagziek, -zieker, -ziekst.

Plaagzucht, V.

Plaat, V., platen. Plaatje, O., -jes.

Plaatdruk, M.

Plaatdrukken, O.

Plaatdrukker, M., -drukkers.

Plaathandel, M.

Plaatijzer, O.

Plaatkoek, M., -koeken.

Plaats, V., plaatsen. Plaatsje, O., -jes.

Plaatsbeschrijving, V., -beschrijvingen.

Plaatsbespreking, V.

Plaatsbewaarder, M., -bewaarders.

Plaatsbriefje, O., -briefjes.

Plaatsbureau, O., -bureau's.

Plaatscommandant, M., -commandanten.

Plaatselijk.

Plaatsen, plaatste, heeft geplaatst.

Plaatsgebrek, O.

Plaatsing, V., plaatsingen.

Plaatskaart, V., -kaarten; -kaartje, O., -jes.

Plaatsnijden, O.

Plaatsnijder, M., -snijders.

Plaatsopneming, V., -opnemingen.

Plaatsruimte, V.

Plaatsvervangend.

Plaatsvervanger, M., -vervangers.

Plaatsvervanging, V.

Plaatwerk, O., -werken.

Placet, O.

Pladijs en Pladdijs, V., pladijzen en pladdijzen. Pladijsje en pladdijsje, O., -jes.

Plafond, O., plafonds. Plafonnetje, O., -jes.

Plafond-rozet, V., -rozetten.

Plafonneeren, plafonneerde, heeft geplafonneerd.

Plag en Plagge, V., plaggen.

Plagen, plaagde, heeft geplaagd.

Plager, M., plagers.

Plagerij, V., plagerijen. Plagerijtje, O., -jes.

Plaggensteker, M., -stekers.

Plagiaat, O., plagiaten.

Plagiaris, M., plagiarissen.

Plaid, V., plaids.

Plak, V., plakken. Plakje, O., -jes.

Plakboek, O., -boeken.

Plakbord, O., -borden.

Plakbriefje, O., -jes.

Plakkaat, O., plakkaten.

Plakkaatboek, O., -boeken.

Plakken, plakte, heeft geplakt.

Plakker, M., plakkers.

Plakkerig, plakkeriger, plakkerigst.

Plakplaat, V., -platen; -plaatje, O., -jes.

Plaktafel, V., -tafels.

Plakwerk, O.

Plakzegel, O., -zegels.

Plammoten, plammootte, heeft geplammoot.

Plamuren, plamuurde, heeft geplamuurd.

Plamuur, O.

Plamuursel, O.

Plan, O., plannen en plans. Plannetje, O., -jes.

Planeeren, planeerde, heeft geplaneerd.

Planeerhamer, M., -hamers.

Planeet, V., planeten.

Planetenstelsel, O.

Planimetrie, V.

Plank, V., planken. Plankje, O., -jes.

Plankenloods, V., -loodsen.

Plankenschuur, V., -schuren.

Plankenvloer, M., -vloeren.

Planket, O., planketten.

Planketsel, O., planketsels.

Plankier, O., plankieren. Plankiertje, O., -jes.

Plannenmaker, M., -makers.

Plant, V., planten. Plantje, O., -jes.

Plantaardig.

Plantage, V., plantages.

Planten, plantte, heeft geplant.

Plantenbeschrijving, V., -beschrijvingen.

Plantenboek, O., -boeken.

Plantenboter, V.

Plantenbus, V., -bussen; -busje, O., -jes.

Plantengif, O.

Plantengroei, M.

Plantenkenner, M., -kenners.

Plantenkennis, V.

Plantenkunde en Plantkunde, V.

Plantenleer, V.

Plantenleven, O.

Plantenrijk, O.

Plantentuin, M., -tuinen.

Plantenzuur, O., -zuren.

Planter, M., planters.

Planterij, V., planterijen.

Planting, V., plantingen.

Plantsoen, O., plantsoenen. Plantsoentje, O., -jes.

Plapperen, plapperde, heeft geplapperd.

Plas, M., plassen. Plasje, O., -jes.

Plasdankje, O., -jes.

Plasregen, M., -regens.

Plasregenen, plasregende, heeft geplasregend.

Plassen, plaste, heeft geplast.

Plastiek, V.

Plastisch.

Plastron, O., plastrons.

Plat, O., platten. Platje, O., -jes.

Plat, platter, platst.

Plataan, M., platanen.

Platbek, M., -bekken.

Platboomde.

Plateau, O., plateau's.

Plateel, O., plateelen.

Plateelbakker, M., -bakkers.

Platheid, V., -heden.

Platina, O.

Platinadraad (voorwerp), M., -draden; (stof), O.

Platinaspons. V., -sponsen.

Plating, V., platingen.

Platje, O., -jes.

Platlood, O.

Platluis, V., -luizen.

Platneus, M. en V., -neuzen.

Platonisch.

Platschieten, schoot plat, schoten plat, heeft platgeschoten.

Platslaan, slaat plat, sloeg plat, heeft platgeslagen.

Platte-driehoeksmeting, V.

Plattegrond, M., -gronden.

Platteland, O.

Plattelandicus, M., plattelandici. Ook Platlandicus.

Plattelandsheelmeester, M., -heelmeesters.

Platten, platte, heeft geplat.

Platting (scheepsw.), V., plattings.

Plattrappen, trapte plat, heeft platgetrapt.

Platvoet, M. en V., -voeten.

Platvoet (scheepsw.), M.

Platvoeten, platvoette, heeft geplatvoet.

Platvoetwacht, V.

Platzak.

Platzetten, zette plat, heeft platgezet.

Plausibel, plausibeler, plausibelst.

Plavei, V., plaveien. Plaveitje, O., -jes.

Plaveien, plaveide, heeft geplaveid.

Plaveiing, V., plaveiingen.

Plaveisel, O., plaveisels.

Plavuis, V., plavuizen.

Plebejer, M., plebejers.

Plebejisch.

Plebs, O.

Plecht, V., plechten.

Plechtanker, O., -ankers.

Plechtgewaad, O., -gewaden.

Plechtig, plechtiger, plechtigst.

Plechtigheid, V., -heden.

Plechtstatig, -statiger, -statigst.

Plechtstatigheid, V.

Plee. Zie Pleti.

Pleebril, M., -brillen.

Pleegbroeder, M., -broeders.

Pleegdochter, V., -dochters.

Pleegkind, O., -kinderen.

Pleegmoeder, V., -moeders.

Pleegouders (mv.), M.

Pleegvader, M., -vaders.

Pleegzoon, M., -zoons en -zonen.

Pleegzuster, V., -zusters.

Pleepapier, O.

Pleeraampje, O., -raampjes.

Pleet, O.

Plegen (gewoon zijn), placht, plachten.

Plegen (bedrijven), pleegde, heeft gepleegd.

Plei, V., pleien.

Pleidooi, O., pleidooien.

Plein, O., pleinen. Pleintje, O., -jes.

Pleinvrees, V.

Pleister (heelmiddel), V., pleisters. Pleistertje, O., -jes.

Pleister (gips), O.

Pleisteraar, M., pleisteraars.

Pleisterafgietsel, O., -afgietsels.

Pleisterbeeld, O., -beelden.

Pleisteren (gipsen), pleisterde, heeft gepleisterd.

Pleisteren (vertoeven), pleisterde, heeft gepleisterd.

Pleistering, V., pleisteringen.

Pleisterkalk, V.

Pleisterornament, O., -ornamenten.

Pleisterplaats, V., -plaatsen.

Pleisterwerk, O.

Pleit (vaartuig), V., pleiten.

Pleit (rechtsgeding), O.

Pleitbezorger, M., -bezorgers.

Pleiten, pleitte, heeft gepleit.

Pleiter, M., pleiters.

Pleitkunst, V.

Pleitrede, V., -redenen.

Pleitzaal, V., -zalen.

Pleizier en Plezier, O., pleizieren. Pleiziertje, O., -jes.

Pleizierboot, V., -booten.

Pleizieren, pleizierde, heeft gepleizierd.

Pleizierig, pleizieriger, pleizierigst.

Pleiziermaker, M., -makers.

Pleizierreis, V., -reizen.

Pleiziertochtje, O., -jes.

Pleiziertrein, M., -treinen.

Pleiziervaartuig, O., -vaartuigen.

Plek, V., plekken. Plekje, O., -jes.

Plemp, V., plempen. Plempje, O., -jes.

Plempen, plempte, heeft geplempt.

Plengen, plengde, heeft geplengd.

Plenging, V., plengingen.

Plengoffer, O., -offers.

Plenipotentiaris, M., -arissen.

Pleonasme, O., pleonasmen.

Pleonastisch.

Pletbord, O., -borden.

Pleten (bnw.).

Plethamer, M., -hamers.

Pleti, V., pleti's. Ook Plee, V., plee's.

Pletipapier en Pleepapier, O.

Pletiruimer, M., -ruimers.

Pletmolen, M., -molens.

Pletpers, V., -persen.

Pletrol, V., -rollen.

Pletten, plette, heeft geplet.

Pletter, M., pletters.

Pletter, M. (Te -).

Pletteren, pletterde, heeft gepletterd.

Pletterij, V., pletterijen.

Pletwerk, O.

Pleuris, V., pleurissen.

Plicht, M., plichten.

Plichtbesef en Plichtsbesef, O.

Plichtmatig, -matiger, -matigst.

Plichtpleging, V., -plegingen.

Plichtsbetrachting, V.

Plichtshalve.

Plichtvergeten.

Plichtverzuim, O.

Plint, V., plinten. Plintje, O., -jes.

Ploeg (landbouwwerktuig), M., ploegen. Ploegje, O., -jes.

Ploeg (ploegschaaf), V., ploegen.

Ploeg (aantal werklieden), V., ploegen.

Ploegbaas, M., -bazen.

Ploegboom, M., -boomen.

Ploegen, ploegde, heeft geploegd.

Ploegenstelsel, O.

Ploeger, M., ploegers.

Ploeghout, O., -houten.

Ploegijzer, O., -ijzers.

Ploeging, V., ploegingen.

Ploegos, M., -ossen.

Ploegschaar, V., -scharen.

Ploegstaart, M., -staarten.

Ploert, M., ploerten. Ploertje, O., -jes.

Ploertendom, O.

Ploertendooder, M., -dooders.

Ploertenstreek, M., -streken.

Ploerterij, V., ploerterijen.

Ploertig, ploertiger, ploertigst.

Ploertigheid, V., -heden.

Ploeteraar, M., ploeteraars.

Ploeteraarster, V., ploeteraarsters.

Ploeteren, ploeterde, heeft geploeterd.

Plof, M., ploffen.

Plof (tusschenw.).

Ploffen, plofte, heeft en is geploft.

Plok, M., plokken. Plokje, O., -jes.

Plokgeld, O.

Plokpenning, M., -penningen.

Plombeeren, plombeerde, heeft geplombeerd.

Plombeersel, O., plombeersels.

Plombière, V., plombières.

Plomp, M., plompen. Plompje, O., -jes.

Plomp, plomper, plompst.

Plomp (tusschenw.).

Plompaard, M., plompaards.

Plompeblad, O., -bladen, -bladeren en -blaren.

Plompen, plompte, heeft en is geplompt.

Plomperd, M., plomperds.

Plompheid, V., -heden.

Plompverloren.

Plonderen. Zie Plunderen.

Plonzen, plonsde, heeft en is geplonsd.

Plooi, V., plooien. Plooitje, O., -jes.

Plooibaar, -baarder, -baarst.

Plooibaarheid, V.

Plooibout, M., -bouten.

Plooien, plooide, heeft geplooid.

Plooier, M., plooiers.

Plooierij, V., plooierijen.

Plooiing, V., plooiingen.

Plooischaar, V., -scharen.

Plooisel, O., plooisels.

Ploten, plootte, heeft geploot.

Ploter, M., ploters.

Ploterij, V., ploterijen.

Plots (tusschenw. en bijw.).

Plotseling.

Plotsen, plotste, heeft en is geplotst.

Pluche, O. Zie ook Peluche.

Plug (ploert), M., pluggen.

Plug (stop), V., pluggen. Plugje, O., -jes.

Pluim, V., pluimen. Pluimpje, O., -jes.

Pluimachtig.

Pluimage, V., pluimages.

Pluimen, pluimde, heeft gepluimd.

Pluimgedierte, O.

Pluimgraaf, M., -graven.

Pluimstaart, M., -staarten.

Pluimstrijken, pluimstrijkte, heeft gepluimstrijkt.

Pluimstrijker, M., -strijkers.

Pluimstrijkerij, V., -strijkerijen.

Pluis, V., pluizen. Pluisje, O., -jes.

Pluis (werk), O.

Pluis (bnw.).

Pluistouw, O., -touwen.

Pluiswerk, O.

Pluizen (rafelen, plukken), ploos, plozen, heeft geplozen.

Pluizen (pluizen afgeven), pluisde, heeft gepluisd.

Pluizer, M., pluizers.

Pluizerig, pluizeriger, pluizerigst.

Pluizerij, V.

Pluizig, pluiziger, pluizigst.

Pluk, M.

Plukhaak, M., -haken.

Plukharen, plukhaarde, heeft geplukhaard.

Plukken, plukte, heeft geplukt.

Plukker, M., plukkers.

Plukmand, V., -manden.

Pluksel, O., pluksels.

Plukselmaken, O.

Pluktijd, M.

Plumpudding, M., -puddings.

Plunderaar, M., plunderaars.

Plunderen en Plonderen, plunderde (plonderde), heeft geplunderd (geplunderd).

Plundering, V., plunderingen.

Plunderziek, -zieker, -ziekst.

Plunje, V.

Pluralis, M.

Plus.

Plusminus.

Plutocratie, V.

Pluvier, V., pluvieren. Pluviertje. O., -jes.

Pneumatisch.

Pneumonie, V.