Woordenlijst Voor De Spelling Der Nederlandsche Taal Met Aanwij
Chapter 35
Marteling, V., martelingen.
Martelkroon, V., -kronen.
Marteltuig, O., -tuigen.
Marter (dier), M., marters; (bont), O. Martertje, O., -jes.
Martiaal, martialer, martiaalst.
Maskeeren (verbergen), maskeerde, heeft gemaskeerd.
Masker, O., maskers. Maskertje, O., -jes.
Maskerade, V., maskeraden.
Maskeradefeest, O., -feesten.
Maskeradepak, O., -pakken.
Maskeren (vermommen), maskerde, heeft gemaskerd.
Massa, V., massa's.
Massaal, massale.
Massage, V.
Masseeren, masseerde, heeft gemasseerd.
Masseur, M., masseurs.
Masseuse, V., masseuses.
Massief, massiever, massiefst.
Mast, M., masten. Mastje, O., -jes.
Mastboom, M., -boomen.
Mastbosch, O., -bosschen.
Masteluin, O. of M., masteluinen. Masteluintje, O., -jes.
Masteluinen (bnw.).
Masten, mastte, heeft gemast.
Mastenmaker, M., -makers.
Mastenmakerij, V., -makerijen.
Mastik, M.
Mastklimmen, O.
Mastkoker, M., -kokers.
Mat (geldstuk), M., matten.
Mat (vlechtwerk), V., matten. Matje, O., -jes.
Mat (landmaat), O. Zie Mad.
Mat, matter, matst.
Matador, M., matadors.
Mateloos, -looze.
Materiaal, O., materialen.
Materialisme, O.
Materialist, M., materialisten.
Materie, V., materiën en materies.
Materieel, materieeler, materieelst.
Matglas, O.
Matglazen (bnw.).
Matheid, V.
Mathematicus, M., mathematici.
Mathematisch.
Mathesis, V.
Matig, matiger, matigst.
Matigen, matigde, heeft gematigd.
Matigheid, V.
Matigheidsgenootschap, O., -genootschappen.
Matiging, V.
Matinée, V., matinée's.
Matras, V., matrassen. Matrasje, O., -jes.
Matrassenmaker, M., -makers.
Matres,V., matressen. Matresje, O., -jes.
Matresseschool, V., -scholen.
Matriarchaat, O.
Matrijs, V., matrijzen.
Matrone, V., matronen en matrones.
Matroos, M., matrozen. Matroosje, O., -jes.
Matrozenbak, M., -bakken.
Matrozenherberg, V., -herbergen.
Matrozenhoed, M., -hoeden.
Matrozenkist, V., -kisten.
Matrozenkraag, M.
Matrozenkroeg, V., -kroegen.
Matrozenlied, O., -liederen.
Matrozenpak, O., -pakken; -pakje, O., -jes.
Matrozenplunje, V.
Matschudding, V.
Matsen, matste, heeft gematst.
Mattekeesje, O., -keesjes.
Matten (stoelen matten), matte, heeft gemat.
Mattenbies, V., -biezen.
Mattenmaken, O.
Mattenmaker, M., -makers.
Mattenvlechter, M., -vlechters.
Matter, M., matters.
Mausoleum, O., mausolea.
Mauwen, mauwde, heeft gemauwd.
Maximaal, maximale.
Maximum, O.
Maximum-thermometer, M., -thermometers.
Mazelen (mv.), V.
Mazelen, mazelde, heeft gemazeld.
Mazen, maasde, heeft gemaasd.
Mazurka, V., mazurka's.
Mechanica, V.
Mechaniek, V. en O.
Mechanisch.
Mechanisme, O.
Medaille, V., medailles.
Medaillon, O., medaillons. Medaillonnetje, O., -jes.
Mede en Mee (drank), V.
Mede en Mee (meekrap), V.
Mede en Mee, bijw. (Zoo ook in de meeste samenstellingen).
Medeafgevaardigde, M. en V., -afgevaardigden.
Medearbeiden, arbeidde mede, heeft medegearbeid.
Medearbeider, M., -arbeiders.
Medebestuurder, M., -bestuurders.
Medebewoner, M., -bewoners.
Medebrengen, bracht mede, heeft medegebracht.
Medebroeder, M., -broeders.
Medeburger, M., -burgers.
Medeburgerschap, O.
Medechristen, M., -christenen.
Medecommissaris, M., -commissarissen.
Medecrediteur, M., -crediteuren.
Mededansen, danste mede, heeft medegedanst.
Mededeelbaar, -bare.
Mededeelen, deelde mede, heeft medegedeeld.
Mededeeling, V., -deelingen.
Mededeelzaam, -zamer, -zaamst.
Mededeelzaamheid, V.
Mededingen, dong mede, heeft medegedongen.
Mededinger, M., -dingers.
Mededoen, deed mede, deden mede, heeft medegedaan.
Mededoogen, O.
Mededoogend. Zie Meedoogend.
Mededoogendheid, V. Zie Meedoogendheid.
Mededoogenloos. Zie Meedoogenloos.
Medeëigenaar, M., -ëigenaars en -ëigenaren.
Medeëigenares, V., -ëigenaressen.
Medeërfgenaam, M. en V., -ërfgenamen. V. ook -ërfgename.
Medeëten, at mede, aten mede, heeft medegegeten.
Medegaan, gaat mede, ging mede, is medegegaan.
Medegaand. Zie Meegaand.
Medegetuige, M. en V., -getuigen.
Medegeven, gaf mede, gaven mede, heeft medegegeven.
Medehelper, M., -helpers.
Medeïngezetene, M. en V., -ïngezetenen.
Medeklinker, M., -klinkers.
Medekomen, komt mede, kwam mede, kwamen mede, is medegekomen.
Medelid, O., -leden.
Medelijden, leed mede, leden mede, heeft medegeleden.
Medelijden, O.
Medelijdend, -lijdender, -lijdendst.
Medelijdendheid, V.
Medelijdenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Medeloopen, liep mede, heeft en is medegeloopen.
Medelooper (persoon), M., -loopers.
Medelooper (buitenkansje). Zie Meelooper.
Medemensch, M., -menschen.
Medeminnaar, M., -minnaars.
Medeminnares, V., -minnaressen.
Meden, meedde, heeft gemeed.
Medenemen, nam mede, namen mede, heeft medegenomen.
Medeonderteekenaar, M., -onderteekenaars.
Medeoorzaak, V., -oorzaken.
Medepakken, pakte mede, heeft medegepakt.
Medeplichtig.
Medeplichtige, M. en V., -plichtigen.
Medepraten, praatte mede, heeft medegepraat.
Medeprater. Zie Meeprater.
Mederedacteur, M., -redacteurs.
Medereeder, M., -reeders.
Mederegeeren, regeerde mede, heeft medegeregeerd.
Medereizen, reisde mede, heeft en is medegereisd.
Mederekenen, rekende mede, heeft medegerekend.
Mederijden, reed mede, reden mede, heeft en is medegereden.
Medeschepsel, O., -schepselen.
Medeschuldige, M. en V., -schuldigen.
Medesleepen, sleepte mede, heeft medegesleept.
Medespelen, speelde mede, heeft medegespeeld.
Medespeler, M., -spelers.
Medespreken, sprak mede, spraken mede, heeft medegesproken.
Medestander, M., -standers.
Medestemmen, stemde mede, heeft medegestemd.
Medestrijden, streed mede, streden mede, heeft medegestreden.
Medestrijder, M., -strijders.
Medetrekken, trok mede, trokken mede, heeft en is medegetrokken.
Medetroonen, troonde mede, heeft medegetroond.
Medevallen, viel mede, is medegevallen.
Medevaller. Zie Meevaller.
Medevoeren, voerde mede, heeft medegevoerd.
Medevrijer, M., -vrijers.
Medewerken, werkte mede, heeft medegewerkt.
Medewerker, M., -werkers.
Medewerking, V.
Medewerkster, V., -werksters.
Medeweten, O.
Medeweter, M., -weters.
Medezeggenschap, O.
Medezingen, zong mede, heeft medegezongen.
Mediaan (papier), O.
Mediaan (lettersoort), V.
Medicament, O., medicamenten.
Medicijn, V., medicijnen.
Medicijnflesch, V., -flesschen; -fleschje, O., -jes.
Medicijnmeester, M., -meesters.
Medicinaal.
Medicineeren, medicineerde, heeft gemedicineerd.
Medicus, M., medici.
Mediocriteit, V., mediocriteiten.
Medisch.
Medium, O., mediums.
Mee. Zie Mede.
Meedoogend, -doogender, -doogendst.
Meedoogendheid, V.
Meedoogenloos, -looze.
Meegaand, -gaander, -gaandst.
Meegaandheid, V.
Meekrap, V.
Meekrapplant, V., -planten.
Meekraprups, V., -rupsen.
Meekrapwortel (stofnaam), V.
Meel, O.
Meelachtig, -achtiger, -achtigst.
Meeldauw, M.
Meeldraad, M., -draden.
Meelfabriek, V., -fabrieken.
Meelhandelaar, M., -handelaars.
Meeligger, M., meeliggers.
Meelkost, M., -kosten.
Meelmolen, M., -molens.
Meelooper (buitenkansje), M., -loopers; -loopertje, O., -jes.
Meelspijs, V., -spijzen.
Meelworm, M., -wormen.
Meelzak, M., -zakken.
Meelzolder, M., -zolders.
Meemaler, M., -malers.
Meenen, meende, heeft gemeend.
Meenens (Het is -).
Meening, V., meeningen.
Meeprater, M., -praters.
Meepsch, meepscher, meest meepsch.
Meer (water), O., meren. Meertje, O., -jes.
Meer (drooggemaakt meer), V.
Meer.
Meerboei, V., -boeien.
Meerder.
Meerdere, M. en V., meerderen.
Meerderen, meerderde, heeft en is gemeerderd.
Meerderheid, V., -heden.
Meerderjarig.
Meerderjarigheid, V.
Meerderjarigverklaring, V., -verklaringen.
Meerendeel, O.
Meerendeels.
Meergeld, O., -gelden.
Meergemeld.
Meergenoemd.
Meerkat, V., -katten.
Meerketting, M., -kettingen.
Meerkoet, V., -koeten.
Meerkol, M., -kollen.
Meerle en Merel, V., meerlen en merels.
Meerlenei, O., -eieren.
Meermalen.
Meermin, V., -minnen.
Meerpaal, M., -palen.
Meerring, M., -ringen.
Meerschuim, O.
Meerschuimen (bnw.).
Meerslachtig.
Meerstoel, M., -stoelen.
Meertouw, O., -touwen.
Meervoud, O., meervouden.
Meervoudig.
Meervoudsvorm, M., -vormen.
Mees, V., meezen. Meesje, O., -jes.
Meesmuilen, meesmuilde, heeft gemeesmuild.
Meest.
Meestal.
Meestamper, M., -stampers.
Meestbiedende, M., -biedenden.
Meestendeels.
Meestentijds. Verg. Meesttijds.
Meester, M., meesters en meesteren. Meestertje, O., -jes.
Meesterachtig, -achtiger, -achtigst.
Meesterachtigheid, V.
Meesteren, meesterde, heeft gemeesterd.
Meesteres, V., meesteressen.
Meestergast, M., -gasten.
Meesterhand, V.
Meesterknecht, M., -knechts.
Meesterlijk, -lijker, -lijkst.
Meesterschap, O.
Meesterstitel, M., -titels.
Meesterstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.
Meesterwerk, O., -werken; -werkje, O., -jes.
Meestoof, V., -stoven.
Meesttijds en Meestentijds.
Meet, V. (Van meet aan).
Meetbaar, -bare.
Meetbrief, M., -brieven.
Meetgeld, O.
Meetkan, V., -kannen.
Meetketting, M., -kettingen.
Meetkunde, V.
Meetkundig.
Meetkundige, M. en V., -kundigen.
Meetkunst, V.
Meetkunstig.
Meetlijn, V., -lijnen.
Meetloon, O., -loonen.
Meetroede, V., -roeden.
Meetstok, M., -stokken.
Meettafeltje, O., -jes.
Meeuw, V., meeuwen. Meeuwtje, O., -jes.
Meeuwenei, O., -eieren.
Meeuwennest, O., -nesten.
Meeuweveer, V., -veeren.
Meevaller, M., -vallers; -vallertje, O., -jes.
Meevat, O., -vaten.
Meeverf, V.
Meewarig, -wariger, -warigst.
Meewarigheid, V.
Mei (Bloeimaand), M.
Mei (tak), M., meien.
Meiavond, M., -avonden.
Meiboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Meid, V., meiden.
Meidenkamer, V., -kamers; -kamertje, O., -jes.
Meidenloon, O., -loonen.
Meidenplaag (persoon), V., -plagen.
Meidenpraat, M.
Meidenwerk, O.
Meier, M., meiers.
Meierij, V., meierijen.
Meikers, V., -kersen.
Meikever, M., -kevers.
Meimaand, V.
Meineed, M., -eeden.
Meineedig, -eediger, -eedigst.
Meineedige, M. en V., -eedigen.
Meisje, O., -jes.
Meisjesachtig, -achtiger, -achtigst.
Meisjesboek, O., -boeken.
Meisjesburgerschool, V., -scholen.
Meisjesgek, M., -gekken.
Meisjesgezicht, O., -gezichten.
Meisjeshand, V., -handen.
Meisjeskleeren (mv.), O.
Meisjesschool, V., -scholen.
Meisjesstem, V., -stemmen.
Mejuffer, V., mejuffers. Mejuffertje, O., -jes.
Mejuffrouw, V., mejuffrouwen.
Mekka-ganger, M., -gangers.
Mekken, mekte, heeft gemekt.
Melaatsch, melaatscher, meest melaatsch.
Melaatschheid, V., -heden.
Melancholie, V.
Melancholiek, melancholieker, melancholiekst.
Melancholisch.
Melasse, V.
Melde, V.
Melden, meldde, heeft gemeld.
Meldenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Melder, M., melders.
Melding, V., meldingen.
Melig, meliger, meligst.
Meligheid, V.
Melis (suiker), V.
Melis en Melisse (plant), V.
Melisseblad, O., -bladen en -bladeren.
Melissekruid, O.
Melk, V.
Melkbaard, M., -baarden.
Melkboer, M., -boeren.
Melkchocolade, V.
Melkemmer, M., -emmers.
Melken, molk, heeft gemolken.
Melker, M., melkers.
Melkerij, V., melkerijen.
Melkgevend.
Melkglas (voorwerp), O., -glazen; (stof), O.
Melkglazen (bnw.).
Melkhuisje, O., -huisjes.
Melkinrichting, V., -inrichtingen.
Melkkan, V., -kannen.
Melkkoe, V., -koeien; -koetje, O., -jes.
Melkkuur, V.
Melkmaat, V., -maten.
Melkmuil, M., -muilen.
Melkpot, M., -potten.
Melksap, O.
Melkschuit, V., -schuiten.
Melkster, V., melksters.
Melksuiker, V.
Melktand, M., -tanden.
Melkuur, O., -uren.
Melkvee, O.
Melkwagen, M., -wagens; -wagentje, O., -jes.
Melkweg, M.
Melkweger, M., -wegers.
Melkwit.
Melodie, V., melodieën.
Melodieus, melodieuzer.
Melodrama, O., -drama's.
Meloen, M., meloenen. Meloentje, O., -jes.
Melomaan, M., -manen.
Melomanie, V.
Meltbak, M., -bakken; -bakje, O., -jes.
Melter, M., melters.
Melterij, V., melterijen.
Memelig, memeliger, memeligst.
Memorandum, O., -ums.
Memoriaal, O., memorialen.
Memorie (geheugen), V.
Memorie (geschrift), V., memories en memoriën.
Memoriseeren, memoriseerde, heeft gememoriseerd.
Men.
Menage, V., menages.
Menageeren, menageerde, heeft gemenageerd.
Menageketel, M., -ketels.
Menagerie, V., menagerieën.
Mengbaar, -bare.
Mengel, O., mengelen. Mengeltje, O., -jes.
Mengelen, mengelde, heeft gemengeld.
Mengeling, V., mengelingen.
Mengelklomp, M.
Mengelmoes, O.
Mengelwerk, O.
Mengen, mengde, heeft gemengd.
Menger, M., mengers.
Menging, V., mengingen.
Mengingrekening, V.
Mengkoren, O.
Mengsel, O., mengsels. Mengseltje, O., -jes.
Mengster, V., mengsters.
Menie, V.
Meniën, meniede, heeft gemenied.
Menig.
Menigeen.
Menigerhande.
Menigerlei.
Menigmaal.
Menigte, V., menigten.
Menigvuldig, -vuldiger, -vuldigst.
Menigvuldigheid, V.
Menigwerf.
Menist, M., Menisten. Menistje, O., -jes.
Menistenkerk, V.
Mennen, mende, heeft gemend.
Menner, M., menners.
Mennoniet, M., Mennonieten.
Mensch, M., menschen; (met minachting), O. Menschje, O., -jes.
Menschdom, O.
Menschelijk, -lijker, -lijkst.
Menschelijkerwijze.
Menschelijkheid, V.
Menschenbloed, O.
Menscheneter, M., -eters.
Menschengedaante, V.
Menschenhaat, M.
Menschenhater, M., -haters.
Menschenkenner, M., -kenners.
Menschenkennis, V.
Menschenkind, O., -kinderen.
Menschenleven, O., -levens.
Menschenliefde, V.
Menschenmin, V.
Menschenoffer, O., -offers.
Menschenpaar, O., -paren.
Menschenplicht, M., -plichten.
Menschenras, O., -rassen.
Menschenschuw, -schuwer, -schuwst.
Menschenvrees, V.
Menschenvriend, M., -vrienden.
Menschenwaarde, V.
Menschenwerk, O.
Menschheid, V.
Menschkundig, -kundiger, -kundigst.
Menschlievend, -lievender, -lievendst.
Menschlievendheid, V.
Menschwording, V.
Mentenee en Mentinee, V., mentenee's.
Mentineeren, mentineerde, heeft gementineerd. Ook Menteneeren.
Mentor, M., Mentors.
Menu, O., menu's.
Menuet, V., menuetten. Menuetje, O., -jes.
Mep, M., meppen. Mepje, O., -jes.
Meppen, mepte, heeft gemept.
Mercantiel.
Merel. Zie Meerle.
Meren, meerde, heeft gemeerd.
Merg, O.
Mergel, V.
Mergelachtig, -achtiger, -achtigst.
Mergelen, mergelde, heeft gemergeld.
Mergelgroeve, V., -groeven.
Mergelput, M., -putten.
Merglepel, M., -lepels.
Mergpijp, V., -pijpen.
Meridiaan, M., meridianen.
Meridiaancirkel, M., -cirkels.
Meridiaankijker, M., -kijkers.
Meridionaal, meridionale.
Merinos, O.
Merinossen (bnw.).
Merk, O., merken. Merkje, O., -jes.
Merkbaar, -baarder, -baarst.
Merkelijk, -lijker, -lijkst.
Merkels (mv.), M.
Merken, merkte, heeft gemerkt.
Merker, M., merkers.
Merkkatoen, O.
Merklap, M., -lappen.
Merkletter, V., -letters.
Merknaald, V., -naalden.
Merkpaal, M., -palen.
Merkteeken, O., -teekenen.
Merkteekenen, merkteekende, heeft gemerkteekend.
Merkwaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Merkwaardigheid, V., -heden.
Merrie, V., merries en merriën. Merrietje, O., -jes.
Mes, O., messen. Mesje, O., -jes.
Messekoker en Messenkoker, M., -kokers.
Messelegger, M., -leggers; -leggertje, O., -jes.
Messenbak, M., -bakken; -bakje, O., -jes.
Messenhandel, M.
Messenlade, V., -laden.
Messenmaker, M., -makers.
Messenmandje, O., -jes.
Messenslijper, M., -slijpers.
Messenwinkel, M., -winkels.
Messescheede, V., -scheeden.
Messias, M.
Messing (van eene plank), V., messingen.
Messing (metaal), O.
Messingploeg, V., -ploegen.
Mest (meststof), ook Mist, M., mesten en misten.
Mesten, mestte, heeft gemest.
Mestgreep, V., -grepen.
Mesthaak, M., -haken.
Mesthoop, M., -hoopen.
Mesties, M. en V., mestiezen.
Mesting, V., mestingen.
Mestkalf, O., -kalveren.
Mestkar, V., -karren.
Mestkoe, V., -koeien.
Mestspecie, V.
Meststof, V., -stoffen.
Mestvaalt, V., -vaalten.
Mestvarken, O., -varkens.
Mestvoeder en -voer, O.
Mestvork, V., -vorken.
Mestwagen, M., -wagens.
Met (gehakt vleesch), O.
Met (voorz.).
Metaal, O., metalen.
Metaalachtig.
Metaalgieter, M., -gieters.
Metaalgieterij, V., -gieterijen.
Metalen (bnw.).
Metalloïde, O., metalloïden.
Metallurgie, V.
Metamorphose, V., metamorphosen.
Metamorphoseeren, metamorphoseerde, heeft gemetamorphoseerd.
Metaphoor, V., metaphoren.
Metaphorisch.
Metaphysica, V.
Metaphysisch.
Metathesis, V.
Meteen.
Metempsychose, V.
Meten, mat, maten, heeft gemeten.
Meteoor, M., meteoren.
Meteoorsteen, M., -steenen.
Meteorologie, V.
Meter (persoon die meet), M., meters.
Meter (maat), M., meters.
Meter (peet), V., meters.
Metgezel, M., -gezellen.
Methode, V., methoden en methodes.
Methodisch.
Methodist, M., methodisten.
Meting, V., metingen.
Metriek, V.
Metriek, metrieke.
Metrisch.
Metronoom, M., metronomen.
Metropool, V., metropolen.
Metropolitaan, M., -tanen.
Metrum, O., metra.
Metselaar, M., metselaren en metselaars.
Metselaarsbaas, M., -bazen.
Metselaarsknecht, M., -knechts.
Metselaarswerk, O.
Metselen, metselde, heeft gemetseld.
Metselkalk, V.
Metselspecie, V.
Metselsteen, M., -steenen.
Metselverband, O., -verbanden.
Metselwerk, O.
Metten (mv.), V.
Metterdaad.
Mettertijd.
Metterwoon.
Metworst, V., -worsten.
Meubel, O., meubelen en meubels. Meubeltje, O., -jes.
Meubelgordijn, O., -gordijnen.
Meubelmagazijn, O., -magazijnen.
Meubelmaker, M., -makers.
Meubelpapier, O., -papieren.
Meubelstuk, O., -stukken.
Meubileeren, meubileerde, heeft gemeubileerd.
Meubileering, V.
Meug, V. (Tegen heug en meug).
Meugebet, M. en V.; ook Muggebet.
Meuk, V.
Meuken, meukte, heeft gemeukt.
Meulen. Zie Molen.
Meuzelen, meuzelde, heeft gemeuzeld.
Mevrouw, V., mevrouwen. Mevrouwtje, O., -jes.
Mevrouwschap, O.
Miasma, O., miasmen.
Miauw en Miaauw.
Miauwen en Miaauwen, miauwde, heeft gemiauwd.
Micrometer, M., -meters.
Microscoop, M. en O., microscopen.
Microscopisch.
Middag, M., middagen. Middagje, O., -jes.
Middagbeurt, V., -beurten.
Middagdut, M.; -dutje, O.
Middageten, O.
Middaghoogte, V.
Middagmaal, O., -malen; -maaltje, O. -jes.
Middagmalen, middagmaalde, heeft gemiddagmaald.
Middagpreek, V., -preeken.
Middagslaapje, O., -slaapjes.
Middagtrein, M., -treinen.
Middaguur, O., -uren.
Middagzon, V.
Middel (middellijf), V. en O., middels. Middeltje, O., -jes.
Middel (om een doel te bereiken), O., middelen. Middeltje, O., -jes.
Middelaar, M., middelaren en middelaars.
Middelaarschap, O.
Middelbaar, -bare.
Middeldeur, V., -deuren.
Middeleeuwen (mv.), V.
Middeleeuwsch.
Middelen, middelde, heeft gemiddeld.
Middelerwijl.
Middelevenredig.
Middelhand, V.
Middelhoogduitsch.
Middellandsch (bnw.).
Middellijk.
Middellijn, V., -lijnen.
Middelmaat, V.
Middelmatig, -matiger, -matigst.
Middelmatigheid, V., -heden.
Middelmoot, V., -mooten; -mootje, O., -jes.
Middelnederlandsch.
Middelperk, O., -perken.
Middelpunt, O., -punten.
Middelpuntvliedend.
Middelpuntzoekend.
Middelrif, O., -riffen.
Middelschot, O., -schotten; -schotje, O., -jes.
Middelslag, O.
Middelsoort, V. en O., -soorten.
Middelstand, M.
Middelste.
Middelstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.
Middelterm, M., -termen.
Middelvinger, M., -vingers.
Middelweg, M., -wegen.
Middelzout, O., -zouten.
Midden, O.
Midden (bijw.).
Middenbeurs (bijw.).
Middenboords (bijw.).
Middending, O., -dingen.
Middendoor.
Middeneuropeesch.
Middenin.
Middenman, M., -mannen.
Middenstof, V., -stoffen.
Middernacht, M., -nachten.
Middernachtelijk.
Middernachtsuur, O., -uren.
Middernachtzendeling, M., -zendelingen.
Middernachtzending, V.
Middernachtzon, V.
Midscheeps (bijw.).
Midscheepsch (bnw.).
Midwinter, M., -winters.
Mier (insect), V., mieren. Miertje, O., -jes.
Mier (afkeer), V.
Mierenei, O., -eieren; -eitje, O., -eitjes en -eiertjes.
Miereneter, M., -eters.
Mierenhoop, M., -hoopen.
Mierenjager, M., -jagers.
Mierenleeuw, M., -leeuwen.
Mierennest, O., -nesten.
Mierenzuur, O.
Mierik, M.
Mierikswortel en Mierikwortel (wortel), M., -wortels; (stof), V.
Miezerig.
Mij.
Mijden, meed, meden, heeft gemeden.
Mijl, V., mijlen. Mijltje, O., -jes.
Mijlpaal, M., -palen.
Mijlsteen, M., -steenen.
Mijmeraar, M., mijmeraars.
Mijmeren, mijmerde, heeft gemijmerd.
Mijmerig, mijmeriger, mijmerigst.
Mijmerij, V., mijmerijen.
Mijmering, V., mijmeringen.
Mijn, mijne, mijn.
Mijn, V., mijnen.
Mijnbouw, M.
Mijnen (eene mijn maken), mijnde, heeft gemijnd.
Mijnen (bij eene verkooping), mijnde, heeft gemijnd.
Mijnenlegger, M., -leggers.
Mijnent (Te -).
Mijnenthalve.
Mijnentwege.
Mijnentwil (Om -).
Mijner, M., mijners.
Mijngang, V., -gangen.
Mijngas, O.
Mijnheer, M., Mijne Heeren en Mijnheeren.
Mijningenieur, M., -ingenieurs.
Mijnontginning, V., -ontginningen.
Mijnpomp, V., -pompen.
Mijnraad, M., -raden.
Mijnschacht, V., -schachten.
Mijnwerker, M., -werkers.
Mijnwezen, O.
Mijt (munt), V., mijten. Mijtje, O., -jes.
Mijt (worm), V., mijten. Mijtje, O., -jes.
Mijt (houtstapel), V., mijten. Mijtje, O., -jes.
Mijten, mijtte, heeft gemijt.
Mijter, M., mijters.
Mijteren, mijterde, heeft gemijterd.
Mijterig, mijteriger, mijterigst.
Mijterstad, V., -steden.
Mik (het mikken), M.
Mik (vork), V., mikken. Mikje, O., -jes.
Mik (brood), V., mikken. Mikje, O., -jes.
Mik (meel), V.
Mikken, mikte, heeft gemikt.
Mikmak, M. Mikmakje, O.
Mikpunt, O., -punten.
Mild, milder, mildst.
Milddadig, -dadiger, -dadigst.
Milddadigheid, V.
Mildheid, V., -heden.
Milicien, M., miliciens.
Militair (bnw.).
Militair, M., militairen.
Militie, V.
Militiecommissaris, M., -commissarissen.
Militieraad, M., -raden.
Milliard, O., milliarden.
Milligram, O., milligrammen.
Millimeter, M., millimeters.
Millimeteren, millimeterde, heeft gemillimeterd.
Millioen, O., millioenen. Millioentje, O., -jes.
Millioenennota, V.
Millioenenspeech, V.
Millionnair, M., millionnairs.
Milt, V., milten.
Milter, M., milters.
Miltvuur, O.
Mimiek, V.
Mimisch.
Min (liefde), V.
Min en Minne (zoogster), V., minnen.
Min.
Minachten, minachtte, heeft geminacht.
Minachting, V.
Minaret, V., minaretten.
Minbekend.
Minder.
Minderbroeder, M., -broeders.
Mindere, M. en V., minderen.
Minderen, minderde, heeft en is geminderd.
Minderheid, V., -heden.
Mindering, V., minderingen.
Minderjarig.
Minderjarigheid, V.
Mineraal, minerale.
Mineraal, O., mineralen.
Mineraalwater, O.
Mineralogie, V.
Mineraloog, M., mineralogen.
Minerval, O., minervalia.
Mineur, M., mineurs.
Mingele, O., mingelen.
Miniatuur, V., miniaturen.
Miniatuurschilder, M., -schilders.
Minimum, O., minima.
Minister, M., ministers.
Ministerie, O., ministeriën en ministeries.
Ministerieel, ministerieele.
Ministerraad, M.
Minister-resident, M., ministers-residenten.
Ministerschap, O.
Ministersportefeuille, V., -portefeuilles.
Minlijk en Minnelijk, -lijker, -lijkst.
Minlijkheid en Minnelijkheid, V.
Minnaar, M., minnaars en minnaren.
Minnares, V., minnaressen.
Minnarij, V., minnarijen.
Minne. Zie Min.
Minnebrief, M., -brieven; -briefje, O., -jes.
Minnedicht, O., -dichten; -dichtje, O., -jes.
Minnedichter, M., -dichters.
Minnedrank, M., -dranken.
Minnegloed, M.
Minnegod, M.
Minnehandel, M.
Minnekoorts, V., -koortsen.
Minnekoozen, minnekoosde, heeft geminnekoosd.
Minnekoozerij, V., -koozerijen.
Minnelied, O., -liederen; -liedje, O., -jes.
Minnelijk. Zie Minlijk.
Minnelijkheid. Zie Minlijkheid.
Minnemoer, V., -moers.
Minnen, minde, heeft gemind.
Minnenijd, M.
Minnenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Minnepijn, V., -pijnen.
Minnespel, O.
Minnevlaag, V., -vlagen.
Minnevuur, O.
Minnezang, M., -zangen.
Minst.
Minste, M. en V., minsten.
Minste (Ten -).
Minteeken, O., -teekens.
Minutieus, minutieuzer, minutieust.
Minuut en Minute (opstel), V., minuten. Minuutje, O., -jes.
Minuut (tijdmaat), V., minuten. Minuutje, O., -jes.
Minuutglas, O., -glazen.
Minuutwijzer, M., -wijzers.
Minvermogend.
Minzaam, -zamer, -zaamst.
Minzaamheid, V.
Mirabel, V., mirabellen.
Miraculeus, miraculeuzer, miraculeust.
Mirakel, O., mirakelen en mirakels.
Mirakelspel, O., -spelen.
Mirre en Myrrhe, V.
Mirt, M., mirten.
Mirteblad, O., -bladen en -bladeren.
Mirteboom, M., -boomen.
Mirtekrans, M., -kransen.
Mirteloof, O.
Mirtenbosch, O., -bosschen.
Mirtestruik, M., -struiken.
Mirtetak, M., -takken.
Mis en Misse, V., missen.
Mis (bijw.).
Misanthroop, M., misanthropen.