Woordenlijst Voor De Spelling Der Nederlandsche Taal Met Aanwij
Chapter 31
Koppelaarster, V., koppelaarsters.
Koppelarij, V., koppelarijen.
Koppelbout, M., -bouten.
Koppelen, koppelde, heeft gekoppeld.
Koppeling, V., koppelingen.
Koppelkompas, O., -kompassen.
Koppelriem, M., -riemen.
Koppelstuk, O., -stukken.
Koppelteeken, O., -teekens.
Koppelwoord, O., -woorden.
Koppen, kopte, heeft gekopt.
Koppensneller, M., -snellers.
Kopper, M., koppers.
Kopper- en Koppertjesmaandag, M., -maandagen.
Koppig, koppiger, koppigst.
Koppigheid, V.
Kopping, V., koppingen.
Kopshout, O.
Kopstuk, O., -stukken.
Koraal (koorknaap), M., koralen.
Koraal (koorzang), O., koralen.
Koraal (stof), O.; (voorwerp), V., koralen.
Koraalbank, V., -banken.
Koraaldier, O., -dieren.
Koraalgezang, O., -gezangen.
Koraalmuziek, V.
Koraalrif, O., -riffen.
Koraalrood.
Koraalvereeniging, V., -vereenigingen.
Koralen (bnw.).
Koran, M.
Korbeel, M., korbeelen. Korbeeltje, O., -jes.
Kordaat, kordater, kordaatst.
Kordaatheid, V.
Kordelier, M., kordeliers en kordelieren.
Kordon, O., kordons.
Kordonbeugel, M., -beugels.
Koren en Koorn, O.
Koren, koorde, heeft gekoord.
Korenaar, V., -aren.
Korenbeurs, V., -beurzen.
Korenbloem, V., -bloemen.
Korendrager, M., -dragers.
Korenkooper, M., -koopers.
Korenland, O., -landen.
Korenmaat, V., -maten.
Korenmarkt, V., -markten.
Korenmolen, M., -molens.
Korenschoof, V., -schooven.
Korenschop, V., -schoppen.
Korenschuur, V., -schuren.
Korenveld, O., -velden.
Korenzolder, M., -zolders.
Korf, M., korven. Korfje, O., -jes.
Korfbal (spel), O.
Korfbalspel, O.
Korfbalwedstrijd, M., -wedstrijden.
Korhaan, M., -hanen; -haantje, O., -jes.
Korhoen, O., -hoenderen en -hoenders; -hoentje, O., -jes.
Koriander, M.
Kornak, M., kornaks.
Kornel, V.
Kornet (vaandrig), M., kornetten.
Kornet (muts), V., kornetten. Kornetje, O., -jes.
Kornis, V., kornissen.
Kornoelje, V., kornoeljes.
Kornoeljen (bnw.).
Kornuit, M., kornuiten. Kornuitje, O., -jes.
Koroester, V., -oesters.
Korporaal, M., korporaals en korporalen. Korporaaltje, O., -jes.
Korporaalsstrepen, mv.
Korps, O., korpsen.
Korre, V., korren.
Korrel, V., korrels en korrelen. Korreltje, O., -jes.
Korrelen, korrelde, is gekorreld.
Korrelig, korreliger, korreligst.
Korren (oesters vangen), korde, heeft gekord.
Korren (van duiven), korde, heeft gekord.
Korset, O., korsetten. Korsetje, O., -jes.
Korsettenmaakster, V., -maaksters.
Korsetveer, V., -veeren.
Korsetveter, M., -veters.
Korst, V., korsten. Korstje, O., -jes.
Korsten, korstte, is gekorst.
Korstig, korstiger, korstigst.
Kort, korter, kortst.
Kortademig, -ademiger, -ademigst.
Kortarmig.
Kortaf.
Kortegaard, V., kortegaarden.
Kortelas, V., kortelassen.
Kortelijk.
Korteling, M., kortelingen.
Kortelings.
Korten, kortte, heeft en is gekort.
Kortheid, V.
Kortheidshalve.
Kortijd, M.
Korting, V., kortingen.
Kortjan, O.
Kortom.
Kortooren, kortoorde, heeft gekortoord.
Kortschaaf, V., -schaven.
Kortschaven, kortschaafde, heeft gekortschaafd.
Kortsluiting, V., -sluitingen.
Kortstaart, M. en V., -staarten.
Kortstaarten, kortstaartte, heeft gekortstaart.
Kortstondig.
Kortswijl, V.
Kortvoer, O.
Kortweg.
Kortwieken, kortwiekte, heeft gekortwiekt.
Kortzichtig, -zichtiger, -zichtigst.
Kortzichtigheid, V.
Korven, korfde, heeft gekorfd.
Korvet, V., korvetten.
Korzel, korzeler, korzelst.
Korzelheid, V.
Korzelig, korzeliger, korzeligst.
Korzeligheid, V.
Kossem, M., kossems.
Kost (spijs), M., kosten. Kostje, O., -jes.
Kost (uitgaaf), M., kosten.
Kostbaar, -baarder, -baarst.
Kostbaarheid, V., -heden.
Kostelijk, -lijker, -lijkst.
Kostelijkheid, V., -heden.
Kosteloos, -looze.
Kosten, kostte, heeft gekost.
Koster, M., kosters.
Kosteres, V., kosteressen.
Kosterin, V., kosterinnen.
Kosterschap, O.
Kostershuis, O., -huizen.
Kostganger, M., -gangers.
Kostgeld, O., -gelden.
Kosthuis, O., -huizen.
Kostjongen, M., -jongens.
Kostkind, O., -kinderen.
Kostleerling, M. en V., -leerlingen.
Kostschool, V., -scholen.
Kostschoolhouder, M., -houders.
Kostschoolvriendin, V., -vriendinnen.
Kostuum, O., kostumen en kostumes. Kostuumpje, O., -jes.
Kostuumnaaister, V., -naaisters.
Kostwinning, V., -winningen.
Kot, O., kotten. Kotje, O., -jes.
Kotelet, V., koteletten. Koteletje, O., -jes.
Koteren, koterde, heeft gekoterd.
Kotsen, kotste, heeft gekotst.
Kotter, M., kotters. Kottertje, O., -jes.
Koubeitel, M., -beitels.
Koud, kouder, koudst.
Koudbloedig.
Koudbros, -brosse.
Koude en Kou, V.
Koudekeuken, V.
Koudeschaal, V.
Koudheid, V.
Koudjes.
Koudvuur, O.
Koudwaterinrichting, V., -inrichtingen.
Koukleum, M. en V., -kleumen en -kleums.
Kous, V., kousen. Kousje, O., -jes.
Kouseband, M., -banden.
Kousenbreien, O.
Kousenkooper, M., -koopers.
Kousenwever, M., -wevers.
Kousenwinkel, M., -winkels.
Kousjesbrander, M., -branders.
Kout, M.
Kouten, koutte, heeft gekout.
Kouter (ploegmes), O., kouters.
Kouw, V., kouwen. Kouwtje, O., -jes.
Kouwelijk, -lijker, -lijkst.
Kouwelijkheid, V.
Kozak, M., Kozakken.
Kozakjesdag, M.
Kozijn, O., kozijnen. Kozijntje, O., -jes.
Kraag, M., kragen. Kraagje, O., -jes.
Kraagmantel, M., -mantels.
Kraai (vaartuig), V., kraaien.
Kraai (vogel), V., kraaien. Kraaitje, O., -jes.
Kraaien, kraaide, heeft gekraaid.
Kraaienmarsch, M.
Kraaiennest, O., -nesten.
Kraaienoog, O., -oogen.
Kraaier, M., kraaiers.
Kraak (krak), M.
Kraak (vaartuig), V., kraken.
Kraakamandel, V., -amandels.
Kraakbeen, O., -beenderen; -beentje, O., -jes.
Kraakbes, V., -bessen.
Kraakporselein, O.
Kraakzindelijk.
Kraal (koraal), V., kralen. Kraaltje, O., -jes.
Kraal (perk en gehucht), V., kralen.
Kraam (tent), V., kramen. Kraampje, O., -jes.
Kraam (bevalling), V.
Kraambed, O., -bedden.
Kraambezoek, O., -bezoeken.
Kraamheer, M., -heeren.
Kraamkamer, V., -kamers.
Kraamkind, O., -kinderen.
Kraamschut, O., -schutten.
Kraamster, V., kraamsters.
Kraamvisite, V., -visites.
Kraamvrouw, V., -vrouwen.
Kraamvrouwenkoorts, V.
Kraan (kraanvogel), M., kranen.
Kraan (persoon), M. en V., kranen.
Kraan (tap en hijschtuig), V., kranen. Kraantje, O., -jes.
Kraanbalk, M., -balken.
Kraanbalksgewijze.
Kraanboom, M., -boomen.
Kraandraaier, M., -draaiers.
Kraanoog, O., -oogen.
Kraanoogen, kraanoogde, heeft gekraanoogd.
Kraanvogel, M., -vogels.
Krab (krauw), V., krabben. Krabje, O., -jes.
Krab en Krabbe (schaaldier), V., krabben. Krabbetje, O., -jes.
Krabbedieven, krabbediefde, heeft gekrabbediefd.
Krabbedieverij, V.
Krabbel, V., krabbels.
Krabbelaar, M., krabbelaars.
Krabbelen, krabbelde, heeft gekrabbeld.
Krabbelig, krabbeliger, krabbeligst.
Krabbeling, V., krabbelingen.
Krabbelschrift, O.
Krabbelvuisten, krabbelvuistte, heeft gekrabbelvuist.
Krabben, krabde, heeft gekrabd.
Krabbeneter, M., -eters.
Krabber, M., krabbers.
Krabsel, O., krabsels.
Kracht, V., krachten.
Krachtdadig, -dadiger, -dadigst.
Krachtdadigheid, V.
Krachteloos, -loozer, -loost.
Krachteloosheid, V.
Krachtens.
Krachtig, krachtiger, krachtigst.
Krachtkabel, M., -kabels.
Krachtmeter, M., -meters.
Krachtsinspanning, V.
Krachtsoefening, V., -oefeningen.
Kraf. Zie Karaf.
Krak, M., krakken. Krakje, O., -jes.
Krak (tusschenw.).
Krakeel, O., krakeelen. Krakeeltje, O., -jes.
Krakeelen, krakeelde, heeft gekrakeeld.
Krakeeler, M., krakeelers.
Krakeelziek, -zieker, -ziekst.
Krakeelzucht, V.
Krakeling, M., krakelingen. Krakelingetje, O., -jes.
Krakelingentrommel, V., -trommels.
Kraken, kraakte, heeft gekraakt.
Kraker, M., krakers.
Kraking, V., krakingen.
Krakken, krakte, heeft en is gekrakt.
Kram, V., krammen. Krammetje, O., -jes.
Kramen, kraamde, heeft gekraamd.
Kramer, M., kramers.
Kramerij, V., kramerijen.
Kramerskans, V.
Krammat, V., -matten.
Krammen, kramde, heeft gekramd.
Krammer, M., krammers.
Kramming, V., krammingen.
Kramp, V., krampen, Krampje, O., -jes.
Krampachtig, -achtiger, -achtigst.
Krampachtigheid, V.
Kramphoest, M.
Kramwerk, O., -werken.
Kranen, kraande, heeft gekraand.
Kranig, kraniger, kranigst.
Kranigheid, V.
Krank, kranker, krankst.
Kranke, M. en V., kranken.
Krankheid, V., -heden.
Krankte, V.
Krankzinnig, -zinniger, -zinnigst.
Krankzinnigengesticht, O., -gestichten.
Krankzinnigenhuis, O., -huizen.
Krankzinnigheid, V.
Krans, M., kransen. Kransje, O., -jes.
Kransen, kranste, heeft gekranst.
Krant en Courant (zoo ook in de samenstellingen), V., kranten. Krantje, O., -jes.
Krantenbericht, O., -berichten.
Krantendrukkerij, V., -drukkerijen.
Krantenjongen, M., -jongens.
Krantenman, M., -mannen.
Krantennieuws, O.
Krantenombrenger, M., -ombrengers.
Krantenschrijver, M., -schrijvers.
Krantenstijl, M.
Krantenvrouw, V., -vrouwen.
Krap (meekrap), V.
Krap (kram aan een boek), V., krappen. Krapje, O., -jes.
Krap (varkensrib), V., krappen. Krapje, O., -jes.
Krap (bijw.).
Krapjes.
Krapschuitswijze en -wijs.
Kras (schrap), V., krassen. Krasje, O., -jes.
Kras, krasser.
Kras (Bij kris en kras).
Kras (tusschenw.).
Krasheid, V.
Krassen, kraste, heeft gekrast.
Krasser, M., krassers.
Krat, O., kratten. Kratje, O., -jes.
Krater, M., kraters.
Krates, M., kratessen.
Kraton, M., kratons.
Krauw, V., krauwen. Krauwtje, O., -jes.
Krauwel, M., krauwels.
Krauwen, krauwde, heelt gekrauwd.
Kreatuur, O., kreaturen. Kreatuurtje, O., -jes.
Kreb. Zie Krib.
Krediet (vertrouwen, enz.), O., kredieten.
Kredietbank, V., -banken.
Kredietbrief, M., -brieven.
Kredietinstelling, V., -instellingen.
Kredietvereeniging, V., -vereenigingen.
Kredietwet, V., -wetten.
Kreeft, M., kreeften. Kreeftje, O., -jes.
Kreeftengang, M.
Kreeftensla, V.
Kreeftskeerkring, M.
Kreeftsoog, O., -oogen.
Kreeftsschaar, V., -scharen.
Kreek, V., kreken. Kreekje, O., -jes.
Kreel, V., kreelen. Kreeltje, O., -jes.
Kreelen, kreelde, heeft gekreeld.
Kreet, M., kreten.
Kregel, kregeler, kregelst.
Kregelheid, V.
Kregelig, kregeliger, kregeligst.
Kregeligheid, V.
Kregelkop, M. en V., -koppen.
Kreits, M., kreitsen.
Krek.
Krekel, M., krekels. Krekeltje, O., -jes.
Kreng, O., krengen.
Krengen, krengde, heeft gekrengd.
Krenken, krenkte, heeft gekrenkt.
Krenking, V., krenkingen.
Krent, V., krenten. Krentje, O., -jes.
Krenteboom, M., -boomen.
Krentenbaard, M., -baarden.
Krentenbol, M., -bollen; -bolletje, O., -jes.
Krentenbrood, O., -brooden; -broodje, O., -jes.
Krentenkakker, M., -kakkers.
Krentenkoek, M., -koeken; -koekje, O., -jes.
Krenterig, krenteriger, krenterigst.
Krenterigheid, V.
Krepijzer, O., -ijzers.
Kreppen, krepte, heeft gekrept.
Kreuk, V., kreuken. Kreukje, O., -jes.
Kreukel, V., kreukels. Kreukeltje, O., -jes.
Kreukelen, kreukelde, heeft en is gekreukeld.
Kreukelig, kreukeliger, kreukeligst.
Kreuken, kreukte, heeft en is gekreukt.
Kreuking, V., kreukingen.
Kreunen, kreunde, heeft gekreund.
Kreupel, kreupeler, kreupelst.
Kreupelbosch, O., -bosschen.
Kreupele, M. en V., kreupelen.
Kreupelhout, O.
Kreus, V., kreuzen.
Krevel, V.
Krevelen, krevelde, heeft gekreveld.
Kreveling, V., krevelingen.
Krevelkruid, O.
Krevelzaad, O.
Krib en Kribbe, V., kribben. Kribje en kribbetje, O., -jes.
Krib (kribbige vrouw), V., kribben.
Kribbebijter, M., -bijters.
Kribbebijtster, V., -bijtsters.
Kribbekat, V., -katten; -katje, O., -jes.
Kribbelen, kribbelde, heeft gekribbeld.
Kribben, kribde, heeft gekribd.
Kribberij, V., kribberijen.
Kribbig, kribbiger, kribbigst.
Kribbigheid, V.
Kriebelen, kriebelde, heeft gekriebeld.
Kriebelig, kriebeliger, kriebeligst.
Kriebelschrift, O.
Kriek (krekel), V., krieken. Kriekje, O., -jes.
Kriek (zwarte kers), V., krieken. Kriekje, O., -jes.
Kriekeboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Kriekelaar, M., kriekelaars.
Krieken (piepen), kriekte, heeft gekriekt.
Krieken (van den dag), O.
Kriekentijd, M.
Kriel (persoon), M. en V., krielen. Krieltje, O., -jes.
Kriel (mand), V., krielen.
Kriel (klein goed), O.
Kriel, krieler, krielst.
Krielen, krielde, heeft gekrield.
Krielhaan, M., -hanen; -haantje, O., -jes.
Krielheid, V.
Krielhen, V., -hennen; -hennetje, O., -jee.
Krielkip, V., -kippen; -kippetje, O., -jes.
Kriemelen, kriemelde, heeft gekriemeld.
Kriemelig, kriemeliger, kriemeligst.
Krieuwel, V.
Krieuwelen, krieuwelde, heeft gekrieuweld.
Krieuwelig, krieuweliger, krieuweligst.
Krieuweling, V., krieuwelingen.
Krieuwen, krieuwde, heeft gekrieuwd.
Kriezel, V., kriezels. Kriezeltje, O., -jes.
Kriezelen, kriezelde, heeft gekriezeld.
Krijg, M.
Krijgen (ontvangen), kreeg, kregen, heeft gekregen.
Krijgen (oorlogen), krijgde, heeft gekrijgd.
Krijger, M., krijgers.
Krijgertje, O. (- spelen).
Krijgsartikel, O., -artikels en -artikelen.
Krijgsbanier, V., -banieren.
Krijgsbedrijf, O., -bedrijven.
Krijgsbehoefte, V., -behoeften.
Krijgsbeleid, O.
Krijgsbende, V., -benden.
Krijgsbewind, O.
Krijgsdaad, V., -daden.
Krijgsdeugd, V., -deugden.
Krijgsdienst, M.
Krijgseer, V.
Krijgsgebruik, O., -gebruiken.
Krijgsberoep, O.
Krijgsgeschiedenis, V.
Krijgsgevangene, M., -gevangenen.
Krijgsgeweld, O.
Krijgsgod, M.
Krijgshaftig, -haftiger, -haftigst.
Krijgshaftigheid, V.
Krijgsheld, M., -helden.
Krijgshoofd, O., -hoofden.
Krijgskans, V., -kansen.
Krijgskas, V., -kassen.
Krijgsklaroen, V., -klaroenen.
Krijgsknecht, M., -knechten.
Krijgskunde, V.
Krijgskundig.
Krijgskunst, V.
Krijgslied, O., -liederen.
Krijgslist, V., -listen.
Krijgsmacht, V.
Krijgsmakker, M., -makkers.
Krijgsman, M., -lieden.
Krijgsmanseer, V.
Krijgsmansstand, M.
Krijgsmuziek, V.
Krijgsorde, V.
Krijgsordening, V., -ordeningen.
Krijgsoverste, M., -oversten.
Krijgsplicht, M., -plichten.
Krijgsraad, M., -raden.
Krijgsrecht, O.
Krijgsroem, M.
Krijgsrumoer, M.
Krijgsschool, V., -scholen.
Krijgstocht, M., -tochten.
Krijgstoerusting, V., -toerustingen.
Krijgstrompet, V., -trompetten.
Krijgstucht, V.
Krijgsverrichting, V., -verrichtingen.
Krijgsvolk, O.
Krijgsvoorraad, M.
Krijgswet, V., -wetten.
Krijgswetenschap, V., -wetenschappen.
Krijgswezen, O.
Krijgszaak, V., -zaken.
Krijgzuchtig, -zuchtiger, -zuchtigst.
Krijsch, M., krijschen.
Krijschen, kreesch, kreschen, heeft gekreschen; ook krijschte, heeft gekrijscht.
Krijt (stof), O. Krijtje, O., -jes.
Krijt (strijdperk), O.
Krijtachtig, -achtiger; -achtigst.
Krijtberg, M., -bergen.
Krijten, kreet, kreten, heeft gekreten.
Krijtend, krijtender, krijtendst.
Krijter, M., krijters. Krijtertje, O., -jes.
Krijthouder, M., -houders.
Krijtmolen, M., -molens. v
Krijtrots, V., -rotsen.
Krijtstreep, V., -strepen; -streepje, O., -jes.
Krijtwit.
Krijzeltanden, krijzeltandde, heeft gekrijzeltand.
Krik (tusschenw.).
Krikkemik, V., -mikken.
Krikkrakken, krikkrakte, heeft gekrikkrakt.
Krim, V.
Krimp, V.
Krimp (bnw.).
Krimpen, kromp, heeft en is gekrompen.
Krimperd, M., krimperds.
Krimping, V., krimpingen.
Krimpkabeljauw, V.
Krimpschol, V.
Krimpvisch, V.
Krimpvrij.
Krimpzalm, V.
Kring, M., kringen. Kringetje, O., -jes.
Kringelen, kringelde, heeft gekringeld.
Kringloop, M.
Kringswijze en -wijs.
Kringvormig.
Krinkel, M., krinkels. Krinkeltje, O., -jes.
Krinkelen, krinkelde, heeft en is gekrinkeld.
Krinkeling, V., krinkelingen.
Krioelen, krioelde, heeft gekrioeld.
Krip, O.
Krippen (bnw.).
Kris (dolk), V., krissen. Krisje, O., -jes.
Kris. (Bij kris en kras).
Krissen, kriste, heeft gekrist.
Kristal, O., kristallen.
Kristalhelder.
Kristallen (bnw.).
Kristallig.
Kristallijn, O.
Kristallijnen (bnw.).
Kristallisatie, V., kristallisatiƫn.
Kristalliseeren, kristalliseerde, is gekristalliseerd.
Kristalwater, O.
Kritiek (hachelijk), kritieker, kritiekst.
Krocht, V., krochten.
Krodde, V.
Kroeg, V., kroegen. Kroegje, O., -jes.
Kroegen, kroegde, heeft gekroegd.
Kroeghouder, M., -houders.
Kroeglooper, M., -loopers.
Kroep, V.
Kroes, M., kroezen. Kroesje, O., -jes.
Kroes, kroezer.
Kroeskop (kroeshoofd), M., -koppen.
Kroeskop (persoon), M., -koppen.
Kroezen, kroesde, heeft en is gekroesd.
Krok, V., krokken.
Kroken, krookte, heeft gekrookt.
Krokodil, M., krokodillen. Krokodilletje, O., -jes.
Krokodillentranen (mv.), M.
Krokus, M., krokussen. Krokusje, O., -jes.
Krol, O., krollen.
Krollen, krolde, heeft gekrold.
Krollig, krolliger, krolligst.
Krolsch (bnw.), krolscher, meest krolsch.
Krolschheid, V.
Krom, krommer, kromst.
Krombeen, M. en V., -beenen.
Krombek (boon), M., -bekken.
Kromhals (persoon), M. en V., -halzen.
Kromhals (retort), V., -halzen.
Kromhals (plant), V.
Kromheid, V.
Kromhout, O., -houten.
Kromliggen, lag krom, lagen krom, heeft kromgelegen.
Kromloopen, liep krom, is kromgeloopen.
Kromme, V., krommen.
Krommen, kromde, heeft en is gekromd.
Krommer, M., krommers.
Kromming, V., krommingen.
Kromneus, M. en V., -neuzen.
Kromsluiten, sloot krom, sloten krom heeft kromgesloten.
Kromspreken, O.
Kromstaart, M., -staarten.
Kromstaf, M., -staven.
Kromsteven, V., -stevens.
Kromte, V., kromten.
Kromtevlak, O., -vlakken.
Kromtrekken, trok krom, trokken krom, is kromgetrokken.
Kromvoet, M. en V., -voeten.
Kronen, kroonde, heeft gekroond.
Kronengoud, O.
Kroniek, V., kronieken. Kroniekje, O., -jes.
Kroniekachtig, -achtiger, -achtigst.
Kroniekschrijver, M., -schrijvers.
Kroning, V., kroningen.
Kroningsfeest, O., -feesten.
Kroningsplechtigheid, V., -heden.
Kronkel, M., kronkels. Kronkeltje, O., -jes.
Kronkelbocht, V., -bochten.
Kronkelen, kronkelde, heeft en is gekronkeld.
Kronkelig, kronkeliger, kronkeligst.
Kronkeling, V., kronkelingen.
Kronkelpad, O., -paden; -paadje, O.; -jes.
Kronkelweg, M., -wegen; -wegje, O., -jes.
Kroon, V., kronen. Kroontje, O., -jes.
Kroonbalk, M., -balken.
Kroondomein, O., -domeinen.
Kroonlijst, V., -lijsten.
Kroonprins, M., -prinsen.
Kroonprinses. V., -prinsessen.
Kroontjeskruid, O.
Kroos, O.
Kroos (kuipersterm), V., krozen.
Kroosje (pruim), O., -jes.
Kroost, O.
Kroot, V., kroten. Krootje, O., -jes.
Krop (voormaag en gezwel), M., kroppen. Kropje, O., -jes.
Krop (salade), V., kroppen. Kropje, O., -jes.
Krop (meel), O.
Kropader, V., -aderen.
Kropbrood, O.
Kropgans, V., -ganzen.
Kropgezwel, O., -gezwellen.
Kroppen, kropte, heeft en is gekropt.
Kroppig, kroppiger, kroppigst.
Kropsla, V.
Krot, O., krotten. Krotje, O., -jes.
Krotenstroop, V.
Krotensuiker, V.
Krotten, krotte, heeft gekrot.
Krozen, kroosde, heeft gekroosd.
Kruchen, kruchte, heeft gekrucht.
Kruid (gewas), O., kruiden. Kruidje, O., -jes.
Kruidachtig.
Kruidboek, O., -boeken.
Kruiden, kruidde, heeft gekruid.
Kruidenazijn, M.
Kruidenier, M., kruideniers.
Kruideniersvak, O.
Kruidenierswaren (mv.), V.
Kruidenierswinkel, M., -winkels.
Kruidenthee, V.
Kruidenwijn, M.
Kruiderij, V., kruiderijen.
Kruidig, kruidiger, kruidigst.
Kruidigheid, V.
Kruidje-roer-mij-niet, O.
Kruidkaas, V.
Kruidkoek, M., -koeken.
Kruidkunde, V.
Kruidkundige, M., -kundigen.
Kruidnagel, M., -nagels; -nageltje, O., -jes.
Kruidnoot, V., -noten; -nootje, O., -jes.
Kruidtuin, M., -tuinen.
Kruien, krooi, krooien, heeft gekrooien; ook kruide, heeft gekruid.
Kruier, M., kruiers.
Kruiersloon, O., -loonen.
Kruierswerk, O.
Kruiing, V., kruiingen.
Kruik, V., kruiken. Kruikje, O., -jes.
Kruikeblad, O., -bladen en -bladeren.
Kruiken, kruikte, heeft gekruikt.
Kruil, V.
Kruilen, kruilde, heeft gekruild.
Kruiling, M., kruilingen en kruilings.
Kruiloon, O., -loonen.
Kruim, V., kruimen. Kruimpje, O., -jes.
Kruimel, V., kruimels en kruimelen. Kruimeltje, O., -jes.
Kruimelaar, M., kruimelaars.
Kruimelen, kruimelde, heeft en is gekruimeld.
Kruimelig, kruimeliger, kruimeligst.
Kruimeling, V., kruimelingen.
Kruimen, kruimde, is gekruimd.
Kruimig, kruimiger, kruimigst.
Kruin, V., kruinen. Kruintje, O., -jes.
Kruinpunt, O.
Kruipelings.
Kruipen, kroop, kropen, heeft en is gekropen.
Kruipend, kruipender, kruipendst.
Kruiper, M., kruipers. Kruipertje, O., -jes.
Kruiperwt, V., -erwten.
Kruiphaantje, O., -jes.
Kruiphennetje, O., -jes.
Kruiphol, O., -holen.
Kruipwilg, M., -wilgen.
Kruis, O., kruisen. Kruisje, O., -jes.
Kruisband, M., -banden.
Kruisbanier, V.
Kruisberg, M.
Kruisbes, V., -bessen.
Kruisbesseboom, M., -boomen.
Kruisbezie, V., -beziƫn.
Kruisbloem, V.
Kruisboog, M., -bogen.
Kruisdag, M., -dagen.
Kruisdood, M.
Kruisdrager, M., -dragers.
Kruiselings.
Kruisen, kruiste, heeft gekruist.
Kruiser, M., kruisers.
Kruisgang, M.
Kruisgebed, O., -gebeden.
Kruisgewelf, O., -gewelven.
Kruisheer, M., -heeren.
Kruisheuvel, M., -heuvels.
Kruishout, O., -houten.
Kruisigen, kruisigde, heeft gekruisigd.
Kruisiging, V., kruisigingen.
Kruising, V., kruisingen.
Kruisjassen, kruisjaste, heeft gekruisjast.
Kruiskerk, V., -kerken.
Kruiskozijn, O., -kozijnen.
Kruisnet, O., -netten.
Kruispaal, M., -palen.
Kruisra, V., -raas.
Kruisraam, O., -ramen.
Kruissteek, M., -steken.
Kruisstraat, V., -straten.
Kruisstraf, V.
Kruisteeken, O., -teekens.
Kruistocht, M., -tochten.
Kruisvaarder, M., -vaarders.
Kruisverband, O., -verbanden.
Kruisverheffing, V.
Kruisvinding, V.
Kruisvormig.
Kruisvuur, O.
Kruisweg, M., -wegen.
Kruiswijze en -wijs.
Kruiswoord, O., -woorden.
Kruiszeil, O., -zeilen.
Kruit (poeder), O.
Kruitdamp, M.
Kruithoorn, M., -hoorns.
Kruitkamer, V., -kamers.
Kruitmagazijn, O., -magazijnen.
Kruitmolen, M., -molens.
Kruitouw, O., -touwen.
Kruittoren, M., -torens.
Kruitwagen, M., -wagens.
Kruiven, kruifde, heeft gekruifd.
Kruiwagen, M., -wagens; -wagentje, O., -jes.
Kruizeel, O., -zeelen.
Kruizemunt, V.
Kruk (persoon), M., krukken.
Kruk (voorwerp), V., krukken. Krukje, O., -jes.
Krukas, V., -assen.
Krukken, krukte, heeft gekrukt.
Krukkig, krukkiger, krukkigst.
Krul, V., krullen. Krulletje, O., -jes.
Krulhaar, O.
Krulhond, M., -honden.
Krulijzer, O., -ijzers.
Krulkop en Krullekop (hoofd), M., -koppen.
Krulkop en Krullekop (persoon), M. en V., -koppen.
Krullebol (hoofd), M., -bollen.
Krullebol (persoon), M. en V., -bollen.
Krullen, krulde, heeft gekruld.
Krullenjongen, M., -jongens.
Krullenmand, V., -manden.
Krullig, krulliger, krulligst.
Krulling, V.
Krulloot, V., en Krullot, O.; krulloten.
Krullotenziekte, V.
Krulsalade, V.
Krultabak, V.
Krultang, V., -tangen.
Kub en Kubbe, V., kubben. Kubje en kubbetje, O., -jes.
Kubboot, V., -booten.
Kubiek, kubieke.
Kubiekgetal, O., -getallen.
Kubiekwortel, M., -wortels.
Kuch (hoest), V. Kuchje, O., -jes.
Kuch (kommiesbrood), O.
Kuchen, kuchte, heeft gekucht.
Kudde, V., kudden. Kuddetje, O., -jes; ook kuddeken en kuddeke, O., kuddekens en kuddekes.
Kuf, V., kuffen. Kufje, O., -jes.
Kuier, M. Kuiertje, O., -jes.
Kuieren, kuierde, heeft en is gekuierd.
Kuif, V., kuiven. Kuifje, O., -jes.
Kuifmuts, V., -mutsen.
Kuifpootig.
Kuiken. Zie Kieken.
Kuil, M., kuilen. Kuiltje, O., -jes.
Kuildek, O., -dekken.
Kuilen, kuilde, heeft gekuild.
Kuilkorvet, V., -korvetten.
Kuip, V., kuipen. Kuipje, O., -jes.
Kuipen, kuipte, heeft gekuipt.
Kuiper, M., kuipers.
Kuiperij, V., kuiperijen. Kuiperijtje, O., -jes.
Kuipersambacht, O.
Kuipersboor, V., -boren.
Kuipersdissel, M., -dissels.
Kuipershaak, M., -haken.
Kuiperswinkel, M., -winkels.
Kuiphout, O.
Kuiploon, O., -loonen.
Kuis, V., kuizen.
Kuisch, kuischer, meest kuisch.
Kuischboom, M., -boomen.
Kuischen, kuischte, heeft gekuischt.
Kuischheid, V.
Kuischmolen, M., -molens.
Kuit (lichaamsdeel), V., kuiten. Kuitje, O., -jes.
Kuit (zaad van een visch), V., kuiten. Kuitje, O., -jes.
Kuitbeen, O.
Kuitendekker, M., -dekkers.
Kuitenflikker, M., -flikkers.
Kuiter, V., kuiters.
Kul, V., kullen.
Kulas, V. kulassen.
Kullage, V.
Kullekenskruid, O.
Kullen, kulde, heeft gekuld.
Kunde, V.
Kundig, kundiger, kundigst.
Kundigheid, V., -heden.
Kunne, V.
Kunnen, kan, kunnen, konde of kon, gij kondt, konden of konnen, heeft gekund.
Kunst, V., kunsten. Kunstje, O., -jes.
Kunstbeen, O., -beenen.
Kunstbeschouwing, V., -beschouwingen.
Kunstbewerking, V., -bewerkingen.
Kunstbloem, V., -bloemen.
Kunstboter, V.
Kunstdraaier, M., -draaiers.
Kunsteloos, -loozer, -loost.
Kunstenaar, M., kunstenaars en kunstenaren.
Kunstenaarsloopbaan, V.