Woordenlijst Voor De Spelling Der Nederlandsche Taal Met Aanwij

Chapter 22

Chapter 222,741 wordsPublic domain

Ganzeveder en Ganzeveer, V., -vederen (-veeren) en -veders; -vedertje (-veertje), O., -jes.

Ganzevleugel, M., -vleugels.

Ganzevoet, M., -voeten.

Gapen, gaapte, heeft gegaapt.

Gaper, M., gapers.

Gaperig, gaperiger, gaperigst.

Gaping, V., gapingen.

Gaps, V., gapsen.

Garancine, V.

Garandeeren, garandeerde, heeft gegarandeerd.

Garant, M., garanten.

Garantie, V.

Gard, V. Zie Garde.

Garde en Gard (roede), V., garden. Gardje, O., -jes.

Garde (wacht), V.

Garderobe, V., garderobes.

Gardiaan, M., gardianen.

Gareel, O., gareelen.

Gareelblok, O., -blokken.

Garen, O., garens.

Garen (bnw.).

Garen, gaarde, heeft gegaard.

Garenklos, M., -klossen; -klosje, O., -jes.

Garenstrop, M., -stroppen.

Garenwinder, M., -winders.

Garf en Garve, V., garven.

Garfboer, M., -boeren.

Garfland, O., -landen.

Garfplichtig.

Garfster, V., garfsters.

Garnaal, V., garnalen. Garnaaltje, O., -jes.

Garnalenbroodje, O., -jes.

Garnalenpasteitje, O., -jes.

Garnalenvangst, V.

Garnalenvrouw, V., -vrouwen.

Garneeren, garneerde, heeft gegarneerd.

Garneering, V., garneeringen.

Garneersel, O., garneersels. Garneerseltje, O., -jes.

Garnituur, O., garnituren. Garnituurtje, O., -jes.

Garnizoen, O., garnizoenen.

Garnizoenscommandant, M., -commandanten.

Garnizoensdienst, M., -diensten.

Garnizoensplaats, V., -plaatsen.

Garnizoensverandering, V., -veranderingen.

Garoe, V.

Garoeboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.

Garst. Zie Gerst.

Garstig, garstiger, garstigst.

Garstigheid, V.

Garven, garfde, heeft gegarfd.

Garvenbinder, M., -binders.

Garver, M., garvers.

Gas, O., gassen.

Gasaanleg, M.

Gasachtig, -achtiger, -achtigst.

Gasco, M.

Gasfabriek, V., -fabrieken.

Gasfitter, M., -fitters.

Gasgloeilicht, O.

Gashouder, M., -houders.

Gaskachel, V., -kachels; -kacheltje, O., -jes.

Gaskomfoor, O., -komforen.

Gaskraan, V., -kranen; -kraantje, O., -jes.

Gaskroon, V., -kronen.

Gaslantaarn, V., -lantaarns.

Gasleiding, V., -leidingen.

Gaslicht, O., -lichten.

Gasmeter, M., -meters.

Gasmotor, M., -motoren.

Gasontploffing, V., -ontploffingen.

Gasornament, O., -ornamenten.

Gaspeldoorn en -doren, M., -doornen en -dorens.

Gaspijp, V., -pijpen.

Gaspit, V., -pitten; -pitje, O., -jes.

Gassen, gaste, heeft gegast.

Gassig.

Gast, M. en V., gasten. Gastje, O., -jes.

Gastenbak, M., -bakken.

Gastereeren en Gastreeren, gastereerde (gastreerde), heeft gegastereerd (gegastreerd).

Gasterij, V., gasterijen.

Gastheer, M., -heeren.

Gasthuis, O., -huizen.

Gastmaal, O., -malen.

Gastrol, V., -rollen.

Gastronomie, V.

Gastronoom, M., gastronomen.

Gastvriend, M., -vrienden.

Gastvrij, -vrijer, -vrijst.

Gastvrijheid, V.

Gastvrouw, V., -vrouwen.

Gasverbruik, O.

Gasvlam, V., -vlammen.

Gasvormig.

Gat (opening), O., gaten. Gaatje, O., -jes.

Gat (achterste), O., gatten. Gatje, O., -jes.

Gaten, gaatte, heeft gegaat.

Gatenplateel, O., -plateelen; -plateeltje, O., -jes.

Gaterig, gateriger, gaterigst.

Gauw, gauwer, gauwst.

Gauwdief, M., -dieven.

Gauwdieverij, V., -dieverijen.

Gauwerd, M., gauwerds. Gauwerdje, O., -jes.

Gauwheid, V.

Gauwigheid, V., -heden.

Gauwte, V.

Gave. Zie Gaaf.

Gazel, V., gazellen.

Gazellenoog, O., -oogen.

Gazen (bnw. van Gaas).

Gazon, O., gazons.

Geaardheid, V., -heden.

Geabonneerd.

Geabonneerde, M. en V., geabonneerden.

Geaderd.

Geankerd.

Geappeld.

Gearmd.

Geassureerd.

Gebaand.

Gebaar, O., gebaren.

Gebaard.

Gebabbel, O.

Gebak, O., gebakken. Gebakje, O., -jes.

Gebalder, O.

Gebarenkunst, V.

Gebarenspel, O.

Gebarentaal, V.

Gebas, O.

Gebazel, O.

Gebbe, V., gebben.

Gebed, O., gebeden. Gebedje, O., -jes.

Gebedel, O.

Gebedenboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.

Gebedsoefening, V., -oefeningen.

Gebeente, O., gebeenten.

Gebeft.

Gebeid (op bessen overgehaald).

Gebeier, O.

Gebel, O.

Gebengel, O.

Gebergte, O., gebergten.

Gebeten.

Gebeteren (Iets niet kunnen -).

Gebeuren, gebeurde, is gebeurd.

Gebeurlijk.

Gebeurlijkheid, V., -heden.

Gebeurtenis, V., gebeurtenissen.

Gebeuzel, O.

Gebied, O.

Gebieden, gebood, geboden, heeft geboden.

Gebiedend.

Gebiedenis, V.

Gebieder, M., gebieders.

Gebiedster, V., gebiedsters.

Gebiedswapen, O., -wapens.

Gebint en Gebinte, O., gebinten.

Gebit, O., gebitten.

Geblaard.

Geblaas, O.

Geblaat, O.

Gebladerd.

Gebladerte, O.

Geblaf, O.

Gebloemd.

Geblokt.

Gebocheld.

Gebod, O., geboden.

Geboefte, O.

Geboegd.

Gebogen.

Gebogenheid, V.

Gebonden, gebondener, gebondenst.

Gebondenheid, V.

Gebons, O.

Geboogd.

Geboomte, O., geboomten.

Geboord.

Geboorte, V., geboorten.

Geboortedag, M., -dagen.

Geboortefeest, O., -feesten.

Geboortegrond, M.

Geboorteland, O.

Geboortenregister, O., -registers.

Geboorteplaats, V., -plaatsen.

Geboorterecht, O.

Geboortig.

Geboren.

Geborrel, O.

Gebouw, O., gebouwen. Gebouwtje, O., -jes.

Gebraad, O.

Gebrabbel, O.

Gebrek, O., gebreken. Gebrekje, O., -jes.

Gebrekkelijk, -lijker, -lijkst.

Gebrekkelijkheid, V., -heden.

Gebrekkig, gebrekkiger, gebrekkigst.

Gebrekkigheid, V.

Gebrild.

Gebroed, O.

Gebroeders en Gebroederen (mv.), M.

Gebroederschap, V., -schappen.

Gebroedsel, O., gebroedsels.

Gebrom, O.

Gebrouwte en Gebrouwt, O.

Gebruik, O., gebruiken.

Gebruikelijk, -lijker, -lijkst.

Gebruikelijkheid, V., -heden.

Gebruiken, gebruikte, heeft gebruikt.

Gebruiker, M., gebruikers.

Gebruiksaanwijzing, V., -aanwijzingen.

Gebruikskunst, V.

Gebruikster, V., gebruiksters.

Gebrul, O.

Gebuikt.

Gebulder, O.

Gebulk, O.

Gebult.

Geburin, V., geburinnen.

Gebuur, M., geburen.

Gebuurschap, V.

Gebuurte, V., gebuurten.

Geconfedereerden (mv.), M.

Gecontrarieerd.

Gecontrasigneerd.

Gecostumeerd.

Gedaagde, M. en V., gedaagden.

Gedaan, gedane.

Gedaante, V., gedaanten.

Gedaanteverwisseling, V., -verwisselingen.

Gedachte, V., gedachten.

Gedachteloos, -loozer, -loost.

Gedachteloosheid, V.

Gedachtengang, M.

Gedachtenis, V., gedachtenissen. Gedachtenisje, O., -jes.

Gedachtenkring, M.

Gedachtenloop, M.

Gedachtenstreep, V., -strepen.

Gedachtenwisseling, V., -wisselingen.

Gedachtig.

Gedamd.

Gedarmte, O., gedarmten.

Gedartel, O.

Gedaver, O.

Gedecideerd.

Gedecideerdheid, V.

Gedecolleteerd.

Gedecoreerd.

Gedeeld.

Gedeelte, O., gedeelten.

Gedeeltelijk.

Gedegen.

Gedegradeerd.

Gedekt.

Gedenkboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.

Gedenkdag, M., -dagen.

Gedenken, gedacht, heeft gedacht.

Gedenknaald, V., -naalden.

Gedenkpenning, M., -penningen.

Gedenkrol, V., -rollen.

Gedenkschrift, O., -schriften.

Gedenksteen, M., -steenen.

Gedenkstuk, O., -stukken.

Gedenktafel, V., -tafelen en -tafels.

Gedenkteeken, O., -teekenen en -teekens.

Gedenkwaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.

Gedenkwaardigheid, V., -heden.

Gedenkzuil, V., -zuilen.

Gedeputeerde, M., gedeputeerden.

Gedicht, O., gedichten. Gedichtje, O., -jes.

Gediende, M., gedienden.

Gedienstig, gedienstiger, gedienstigst.

Gedienstige, M. en V., gedienstigen.

Gedienstigheid, V., -heden.

Gedierte, O., gedierten.

Gedijen, gedijde, is en heeft gedijd.

Geding, O., gedingen.

Gedistilleerd, O.

Gedistingeerd, gedistingeerder, gedistingeerdst.

Gedobbel, O.

Gedoe, O.

Gedoen, ook Gedoente, O.

Gedomicilieerd.

Gedonder, O.

Gedoogen, gedoogde, heeft gedoogd.

Gedraaf, O.

Gedraai, O.

Gedrag, O.

Gedragen (zich -), gedroeg zich, heeft zich gedragen.

Gedraging, V., gedragingen.

Gedragslijn, V.

Gedrang, O.

Gedrentel, O.

Gedreun, O.

Gedrocht, O., gedrochten. Gedrochtje, O., -jes.

Gedrochtelijk, -lijker, -lijkst.

Gedrongenheid, V.

Gedruisch, O.

Gedrukt, gedrukter, gedruktst.

Gedruktheid, V.

Geducht, geduchter, geduchtst.

Geduchtheid, V.

Geduld, O.

Geduldig, geduldiger, geduldigst.

Gedurende.

Gedurig.

Gedwarrel, O.

Gedwee, gedweeër, gedweest.

Gedweeheid, V.

Gedwongen, gedwongener, gedwongenst.

Gedwongenheid, V.

Geef (Te -).

Geefster, V., geefsters.

Geel, geler, geelst.

Geel (kleur), O.

Geel (vischnet), V., geelen.

Geelachtig, -achtiger, -achtigst.

Geelachtigheid, V.

Geelbal, M., -ballen.

Geelbes, V., -bessen.

Geelbleek, -bleeke.

Geelbloem, V., -bloemen.

Geelbruin.

Geelgieten, O.

Geelgieter, M., -gieters.

Geelgieterij, V., -gieterijen.

Geelgors, V., -gorzen.

Geelhaar, O.

Geelhart, O.

Geelheid, V.

Geelhout, O.

Geelkoper, O.

Geelpelde.

Geelrood, -roode.

Geelsel, O.

Geeltje, O., -jes.

Geelvink, M., -vinken.

Geelwortel, V.

Geelzucht, V.

Geëmancipeerd.

Geen (ontkenning), geene.

Geenerhande.

Geenerlei.

Geëngageerd.

Geëngageerden (mv.).

Geenszins.

Geep, V., geepen. Geepje, O., -jes.

Geepsch.

Geer, V., geeren. Geertje, O., -jes.

Geerard (kruid), V.

Geerardskruid, O.

Geeren, geerde, heeft gegeerd.

Geërfde, M. en V., geërfden.

Geerig.

Geertelsel, M., -telsels.

Geerten, geertte, heeft gegeert.

Geervalk, M., -valken.

Geesel, M., geesels en geeselen. Geeseltje, O., -jes.

Geeselbank, V., -banken.

Geeselbroeder, M., -broeders.

Geeselen, geeselde, heeft gegeeseld.

Geeseling, V., geeselingen.

Geeselmonnik, M., -monniken.

Geeselpaal, M., -palen.

Geeselpaard, O., -paarden.

Geeselroede, V., -roeden.

Geeselslag, M., -slagen.

Geeselsteen, M., -steenen.

Geeselstraf, V.

Geest (ziel en geestverschijning), M., geesten. Geestje, O., -jes.

Geest (zandige streek), V.

Geestdoodend, -doodender, -doodendst.

Geestdrift, V.

Geestdriftig, -driftiger, -driftigst.

Geestdrijvend.

Geestdrijver, M., -drijvers.

Geestdrijverij, V.

Geestelijk.

Geestelijke, M., geestelijken.

Geestelijkheid, V.

Geesteloos, -loozer, -loost.

Geestenbanner, M., -banners.

Geestendom, O.

Geestenleer, V.

Geestenrijk, O.

Geestenwereld, V.

Geestenziener, M., -zieners.

Geestesarbeid, M.

Geestesgaven (mv.), V.

Geestesrichting, V., -richtingen.

Geestgrond, M., -gronden.

Geestig, geestiger, geestigst.

Geestigheid, V., -heden.

Geestkracht, V.

Geestrijk.

Geestverheffend.

Geestverheffing, V.

Geestvermogen, O., -vermogens.

Geestverschijning, V., -verschijningen.

Geestverwant, M., -verwanten.

Geeuw, M., geeuwen. Geeuwtje, O., -jes.

Geeuwen, geeuwde, heeft gegeeuwd.

Geeuwerig, geeuweriger, geeuwerigst.

Geeuwhonger, M.

Geëvenredigd.

Gefemel, O.

Gefijmel en Gefiemel, O.

Gefladder, O.

Gefleem, O.

Geflikflooi, O.

Geflikker, O.

Geflonker, O.

Gefluister, O.

Gefluit, O.

Gefoeter, O.

Gefonkel, O.

Geforceerd.

Gefortuneerd.

Gegadigde, M. en V., gegadigden.

Gegageerde, M., gegageerden.

Gegalm, O.

Gegeven, O., gegevens.

Gegil, O.

Geglansd.

Gegleufd.

Geglinster, O.

Gegoed, gegoedst

Gegoedheid, V.

Gegons, O.

Gegrabbel, O.

Gegradueerd.

Gegradueerde, M., gegradueerden.

Gegrijns, O.

Gegrinnik, O.

Gegroefd.

Gegrond, gegronder, gegrondst.

Gegrondheid, V.

Gehaast (bnw).

Gehaat, gehater, gehaatst.

Gehakketeer, O.

Gehakt, O., Gehaktje, O.

Gehakt (bnw.).

Gehalte, O., gehalten.

Gehamer, O.

Gehandschoend.

Gehard, geharder, gehardst.

Gehardheid, V.

Geharnast.

Geharrewar, O.

Gehaspel, O.

Gehecht.

Gehechtheid, V.

Geheel, geheele.

Geheel, O., geheelen.

Geheelonthouder, M., -onthouders.

Geheiligd, geheiligdst.

Geheim, O., geheimen. Geheimpje, O., -jes.

Geheimenis, V., geheimenissen.

Geheimhouden, hield geheim, heeft geheimgehouden.

Geheimhouding, V.

Geheimschrift; O,

Geheimschrijver, M., -schrijvers.

Geheimzinnig, -zinniger, -zinnigst.

Geheimzinnigheid, V.

Gehelmd.

Gehemelte, O., gehemelten.

Gehemelteletter, V., -letters.

Geheng, O., gehengen.

Gehengen, gehengde, heeft gehengd.

Geheugen, O.

Geheugenis, V., geheugenissen.

Geheugenloos, -loozer, -loost.

Geheugenwerk, O.

Gehijg, O.

Gehik, O.

Gehinnik, O.

Gehoefslaagde, M. en V., gehoefslaagden.

Gehoest, O.

Gehoofd (gehuisd en -).

Gehoor, O., gehooren.

Gehoorbeen, O., -beenderen; -beentje, O., -jes.

Gehoorgang, V., -gangen.

Gehoorig, gehooriger, gehoorigst.

Gehoorigheid, V.

Gehoornd en Gehorend.

Gehoororgaan, O., -organen.

Gehoorweg, M., -wegen.

Gehoorzaal, V., -zalen; -zaaltje, O., -jes.

Gehoorzaam, -zamer, -zaamst.

Gehoorzaamheid, V.

Gehoorzamen, gehoorzaamde, heeft gehoorzaamd.

Gehoorzenuw, V., -zenuwen.

Gehouden (bnw.).

Gehoudenheid, V.

Gehoudenis, V., gehoudenissen.

Gehucht, O., gehuchten. Gehuchtje, O., -jes.

Gehuichel, O.

Gehuil, O.

Gehumeurd.

Gehunker, O.

Gehuwd.

Gei, V., geien.

Geiblok, O., -blokken en -bloks.

Geien, geide, heeft gegeid.

Geijkt.

Geil, geiler, geilst.

Geil (vocht), O.

Geil (plant), O.

Geilen, geilde, heeft gegeild.

Geilheid, V.

Geïllustreerd.

Geinster, V., geinsters.

Geïnteresseerd.

Geit, V., geiten. Geitje, O., -jes.

Geitachtig.

Geitebaard, M., -baarden.

Geitebok, M., -bokken; -bokje, O., -jes.

Geiteleer en Geitenleer, O.

Geiteleeren en Geitenleeren (bnw.).

Geitenblad, O.

Geitenfokkerij, V., -fokkerijen.

Geitenhaar, O.

Geitenhoeder, M., -hoeders.

Geitenhoedster, V., -hoedsters.

Geitenmelk, V.

Geitenmelker, M., -melkers.

Geitenstal, M., -stallen; -stalletje, O., -jes.

Geitepoot, M., -pooten.

Geitevel, O., -vellen; -velletje, O., -jes.

Geitevellen (bnw.).

Geitevleesch en Geitenvleesch, O.

Geitouw, O., -touwen.

Gejaag, O.

Gejaagd, gejaagder, gejaagdst.

Gejaagdheid, V.

Gejacht, O.

Gejakker, O.

Gejammer, O.

Gejank, O.

Gejoel, O.

Gejubel, O.

Gejuich, O.

Gek, gekker, gekst.

Gek (dwaas en draaiende kap), M., gekken. Gekje, O., -jes.

Gekakel, O.

Gekamerd.

Gekarteld.

Gekef, O.

Gekeperd.

Gekerm, O.

Gekeuvel, O.

Gekheid, V., -heden. Gekheidje, O., -jes.

Gekibbel, O.

Gekield.

Gekietel, O.

Gekijf, O.

Gekir, O.

Gekittel, O.

Gekken, gekte, heeft gegekt.

Gekkengetal, O.

Gekkenhuis, O., -huizen.

Gekkennommer, O.

Gekkenpraat, M.

Gekkentaal, V.

Gekkenwerk, O.

Gekker, M., gekkers.

Gekkernij, V., gekkernijen. Gekkernijtje, O., -jes.

Gekkin, V., gekkinnen. Gekkinnetje, O., -jes.

Geklaag, O.

Geklapper, O.

Geklater, O.

Geklauwd.

Gekleed, gekleeder, gekleedst.

Geklep, O.

Geklepper, O.

Geklets, O.

Gekletter, O.

Gekleurd.

Geklikklak, O.

Geklonken.

Geklop, O.

Geklots, O.

Geklungel, O.

Geknabbel, O.

Geknal, O

Geknars, O.

Geknetter, O.

Geknipoog, O.

Geknoei, O.

Geknor, O.

Geknot, geknotte.

Geknutsel, O.

Gekonkel, O.

Gekoppeld.

Gekorven.

Gekoust.

Gekraagd.

Gekraai, O.

Gekraak, O.

Gekrab, O.

Gekrabbel, O.

Gekras, O.

Gekreun, O.

Gekriebel, O.

Gekrieuw, O.

Gekriewel, O.

Gekrijsch, O.

Gekrioel, O.

Gekroesd.

Gekromd.

Gekroond.

Gekruist.

Gekruld.

Gekscheren, gekscheerde, heeft gegekscheerd.

Gekscheren, O.

Gekskap (kap), V., -kappen; -kapje O., -jes.

Gekskap (persoon), M. en V., -kappen; -kapje, O., -jes.

Gekskolf, V., -kolven; -kolfje, O., -jes.

Geksstok (zotskolf), M., -stokken; -stokje, O., -jes.

Geksteken, O.

Gekstok (van eene pomp), M., -stokken.

Gekuch, O.

Gekuip, O.

Gekuischt, gekuischter.

Gekuischtheid, V.

Gekunsteld.

Gekunsteldheid, V.

Gekwaak, O.

Gekwansel, O.

Gekwartileerd.

Gekweel, O.

Gekwel, O.

Gekwetter, O.

Gekwispel, O.

Gelaarsd.

Gelaat, O.

Gelaatkunde, V.

Gelaatkundig.

Gelaatshoek, M., -hoeken.

Gelaatskleur, V.

Gelaatsspier, V., -spieren.

Gelaatstint, V.

Gelaatstrek, M., -trekken.

Gelaatstype, O., -typen.

Gelaatsuitdrukking, V., -uitdrukkingen.

Gelach (het lachen), O.

Gelag (drinkgelag), O., gelagen.

Gelag (lot), O.

Gelagkamer, V., -kamers.

Gelakt.

Gelambrizeerd.

Gelamenteer, O.

Geland.

Gelande, M. en V., gelanden.

Gelang (Naar - van).

Gelasten, gelastte, heeft gelast.

Gelastigde, M. en V., gelastigden.

Gelaten, gelatener, gelatenst.

Gelaten (zich -), geliet zich, heeft zich gelaten.

Gelatenheid, V.

Gelatine, V.

Gelauwerd.

Geld, O., gelden. Geldje, O.

Geld (bnw.), gelde.

Geldboete, V., -boeten.

Geldelijk.

Geldeloos, -looze.

Gelden, gold, heeft gegolden.

Geldend.

Geldgebrek, O.

Geldgierig.

Geldhandel, M.

Geldheffing, V., -heffingen.

Geldig, geldiger, geldigst.

Geldigheid, V.

Geldkist, V., -kisten.

Geldkoers, M., -koersen.

Geldlade, V., -laden; -laatje, O., -jes.

Geldleening, V., -leeningen.

Geldmarkt, V., -markten.

Geldmiddelen (mv.), O.

Geldschieter, M., -schieters.

Geldslaan, O.

Geldsom, V., -sommen.

Geldstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.

Geldswaarde, V.

Geldswaardig.

Geldtrommel, V., -trommels; -trommeltje, O., -jes.

Geldverlegenheid, V.

Geldverlies, O., -verliezen.

Geldwinning, V.

Geldzaak, V., -zaken.

Geldzak, M., -zakken; -zakje, O., -jes.

Geldzucht, V.

Geldzuchtig, -zuchtiger, -zuchtigst.

Geleden.

Geledigd.

Geleding, V., geledingen.

Geleed, gelede.

Geleend.

Geleerd (kundig), geleerder, geleerdst.

Geleerd (geladderd).

Geleerde, M. en V., geleerden.

Geleerdheid, V., -heden.

Gelegen, gelegener, gelegenst.

Gelegenheid, V., -heden. Gelegenheidje, O., -jes.

Gelegenheidsgedicht, O., -gedichten.

Gelegenheidsgezicht, O., -gezichten.

Gelegenheidspreek, V., -preeken.

Gelegenheidsvers, O., -verzen.

Gelei, V., geleien.

Geleiachtig, -achtiger, -achtigst.

Geleibiljet, O., -biljetten.

Geleibrief, M., -brieven.

Geleide, O.

Geleidelijk, -lijker, -lijkst.

Geleiden, geleidde, heeft geleid.

Geleider, M., geleiders.

Geleiding, V., geleidingen.

Geleidingsvermogen, O.

Geleidraad, M., -draden.

Geleidster en -star, V., -sterren en -starren.

Geleidster, V., geleidsters.

Geleigeest, M., -geesten.

Geleigeld, O., -gelden.

Geleipotje, O., -potjes.

Gelel, O.

Gelen, geelde, heeft en is gegeeld.

Geletterd.

Geletterdheid, V.

Geleuter, O.

Gelfsch.

Gelid, O., gelederen.

Geliefd, geliefder, geliefdst.

Geliefde, M. en V., geliefden.

Geliefhebber, O.

Geliefkoosd.

Gelieven (mv.), M.

Gelieven, geliefde, heeft geliefd.

Gelijk, gelijker, gelijkst.

Gelijk, O.

Gelijkbeenig.

Gelijkbreien, breide gelijk, heeft gelijkgebreid.

Gelijkdraadsch.

Gelijkelijk.

Gelijken, geleek, geleken, heeft geleken.

Gelijkenis, V., gelijkenissen.

Gelijkerwijze en -wijs.

Gelijkheid, V.

Gelijkhoekig.

Gelijkkloppen, klopte gelijk, heeft gelijkgeklopt.

Gelijkknippen, knipte gelijk, heeft gelijkgeknipt.

Gelijkkomen, komt gelijk, kwam gelijk, kwamen gelijk, is gelijk gekomen.

Gelijkloopen, liep gelijk, heeft gelijkgeloopen.

Gelijkluidend.

Gelijkluidendheid, V.

Gelijkmaken, maakte gelijk, heeft gelijkgemaakt.

Gelijkmatig, -matiger, -matigst.

Gelijkmatigheid, V.

Gelijkmoedig.

Gelijkmoedigheid, V.

Gelijknamig.

Gelijknamigheid, V.

Gelijkschaven, schaafde gelijk, heeft gelijkgeschaafd.

Gelijkslachtig.

Gelijkslachtigheid, V.

Gelijksoortig.

Gelijksoortigheid, V.

Gelijkstaan, staat gelijk, stond gelijk, heeft gelijkgestaan.

Gelijkstandig.

Gelijkstellen, stelde gelijk, heeft gelijkgesteld.

Gelijkstrijken, streek gelijk, streken gelijk, heeft gelijkgestreken.

Gelijkstroom, M.

Gelijkteeken, O., -teekens.

Gelijktijdig.

Gelijktijdigheid, V.

Gelijkvijlen, vijlde gelijk, heeft gelijkgevijld.

Gelijkvloeiend.

Gelijkvloers.

Gelijkvormig.

Gelijkvormigheid, V.

Gelijkvormigheidspunt, O., -punten.

Gelijkzetten, zette gelijk, heeft gelijkgezet.

Gelijkzijdig.

Gelijkzijdigheid, V.

Gelijnd.

Gelik, O.

Gelinieerd.

Gelispel, O.

Gelletje, O., -jes.

Gelling, V.

Geloei, O.

Gelofte, V., geloften.

Geloftenis, V., geloftenissen.

Gelol, O.

Geloof, O.

Geloofbaar, -baarder, -baarst.

Geloofbaarheid, V.

Geloofelijk, -lijker, -lijkst.

Geloofelijkheid, V.

Geloofsartikel, O., -artikelen en -artikels.

Geloofsbelijdenis, V., -belijdenissen.

Geloofsbrief, M., -brieven.

Geloofsdwang, M.

Geloofsgenoot, M., -genooten.

Geloofsgenoote, V., -genooten.

Geloofshaat, M.

Geloofsheld, M., -helden.

Geloofsleer, V.

Geloofsovertuiging, V., -overtuigingen.

Geloofspunt, O., -punten.

Geloofsstuk, O., -stukken.

Geloofsvervolging, V., -vervolgingen.

Geloofsvrijheid, V.

Geloofswaarheid, V., -waarheden.

Geloofszaak, V., -zaken.

Geloofwaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.

Geloofwaardigheid, V.

Geloop, O.

Gelooven, geloofde, heeft geloofd.

Geloovig, gelooviger, geloovigst.

Geloovige, M. en V., geloovigen.

Geloovigheid, V.

Gelui, O.

Geluid, O., geluiden. Geluidje, O., -jes.

Geluidgevend.

Geluidsleer, V.

Geluier, O.

Geluimd.

Geluk, O. Gelukje, O., -jes.

Gelukken, gelukte, is gelukt.

Gelukkig, gelukkiger, gelukkigst.

Gelukkigerwijze en -wijs.

Geluksbode, M. en V., -boden.

Geluksgodin, V., -godinnen.

Gelukshans, M., -hanzen.

Gelukskind, O., -kinderen.

Geluksster en -star, V., -sterren en -starren.

Geluksvogel, M., -vogels.

Gelukwensch, M., -wenschen.

Gelukwenschen, wenschte geluk, heeft gelukgewenscht.

Gelukwensching, V., -wenschingen.

Gelukzalig, -zaliger, -zaligst.

Gelukzaligheid, V., -heden.

Gelukzoeker, M., -zoekers.

Gelusten, gelustte, heeft gelust.

Gemaakt, gemaakter, gemaaktst.

Gemaaktheid, V.

Gemaal, M., gemaals en gemalen.

Gemaal (gezanik), O.

Gemaal, O. (Gemaal en geslacht).

Gemacht, O.

Gemachtigde, M. en V., gemachtigden.

Gemak, O., gemakken. Gemakje, O., -jes.

Gemakkelijk, -lijker, -lijkst.

Gemakkelijkheid, V.

Gemakshalve.

Gemakzucht, V.

Gemal, O.

Gemalin, V., gemalinnen.

Gemanierd, gemanierder, gemanierdst.

Gemanierdheid, V.

Gemartel, O.

Gemaskerd.

Gematigd, gematigder, gematigdst.

Gematigdheid, V.

Gemauw, O.

Gember, V.

Gemberbier, O.

Gemberlepel, M., -lepels.

Gemberpot, M., -potten.

Gemberstroop, V.

Gembervork, V., -vorken.

Gemeen, gemeener, gemeenst.

Gemeen, O.

Gemeenebest, O., -besten.

Gemeenheid, V., -heden.

Gemeeniteit, V., -teiten.

Gemeenlandshuis, O.

Gemeenlijk.

Gemeenplaats, V., -plaatsen.

Gemeenschap, V., -schappen.

Gemeenschappelijk.

Gemeenslachtig.

Gemeente, V., gemeenten.

Gemeente-archief, O., -archieven.

Gemeente-archivaris, M., -archivarissen.

Gemeentebegrooting, V., -begrootingen.

Gemeentebelasting, V., -belastingen.

Gemeentebestuur, O., -besturen.

Gemeentegrond, M., -gronden.

Gemeentehuis, O., -huizen.

Gemeentenaar, M., -naren.

Gemeente-ontvanger, M., -ontvangers.

Gemeente-opzichter, M., -opzichters.

Gemeenteraad, M., -raden.

Gemeenterekening, V.

Gemeenteschool, V., -scholen.

Gemeentesecretaris, M., -secretarissen.

Gemeentewet, V., -wetten.

Gemeentezaak, V., -zaken.

Gemeenzaam, -zamer, -zaamst.

Gemeenzaamheid, V., -heden.

Gemeesmuil, O.

Gemeet, O.

Gemelijk, -lijker, -lijkst.

Gemelijkheid, V.

Gemengd.

Gemerkt.

Gemet, O., gemeten.

Gemetsel, O.

Gemeubileerd.

Gemiauw of Gemiaauw, O.

Gemiddelde, O., gemiddelden.

Gemijmer, O.

Gemijterd.

Gemis, O.

Gemoed, O., gemoederen.

Gemoedelijk, -lijker, -lijkst.

Gemoedelijkheid, V.

Gemoedsaandoening, V., -aandoeningen.

Gemoedsaard, M.

Gemoedsbeweging, V., -bewegingen.

Gemoedsbezwaar, O., -bezwaren.

Gemoedsgesteldheid, V.

Gemoedsleven, O.

Gemoedsrust, V.

Gemoedsstemming, V., -stemmingen.

Gemoet (Te gemoet).

Gemok, O.

Gemompel, O.

Gemopper, O.

Gemor, O.

Gemors, O.

Gems, V., gemzen. Gemsje, O., -jes.

Gemshoorn, M., -hoorns.

Gemurmel, O.

Gemutst.

Gemzeleer en Gemzenleer, O.

Gemzeleeren en Gemzenleeren (bnw.).

Gemzenhaar, O.

Gemzenjacht, V.

Gemzenjager, M., -jagers.

Genaakbaar, -baarder, -baarst.

Genaakbaarheid, V.

Genaamd.

Genade, V.

Genadebrood, O.

Genadegift, V., -giften.

Genademiddel, O., -middelen.

Genadeslag, M.

Genadestoot, M.

Genadeverbond, O.

Genadig, genadiger, genadigst.

Genadigheid, V.

Genaken, genaakte, is genaakt.

Genan en Genant, M. en V., genannen en genanten. V. ook genante.

Gendarme, M., gendarmes.

Gendarmerie, V.

Gene (gindsche).

Genealogie, V., genealogieën.

Genealogisch.

Genealoog, M., genealogen.

Geneeren (fr. _gêner_), geneerde, heeft gegeneerd.

Geneesbaar, -bare.

Geneesheer, M., -heeren.

Geneeskracht, V.

Geneeskunde, V.

Geneeskundige, M. en V., -kundigen.

Geneeskunst, V.

Geneeslijk en Geneselijk, -lijker, -lijkst.

Geneesmeester, M., -meesters.

Geneesmiddel, O., -middelen.

Geneesvleesch, O.

Geneeswijze en Geneeswijs, V., -wijzen.

Genegen, genegener, genegenst.

Genegenheid, V., -heden.

Geneigd, geneigder, geneigdst.

Geneigdheid, V.

Generaal, M., generaals.

Generaal-majoor, M., -majoors.

Generaalschap, O.

Generaliseeren, generaliseerde, heeft gegeneraliseerd.

Generaliteit, V.

Generaliteitslanden (mv.), O.

Generen (zich -), (onderhouden), geneerde zich, heeft zich geneerd.

Genereus, genereuzer, genereust.

Genet, O., genetten.