Woordenlijst Voor De Spelling Der Nederlandsche Taal Met Aanwij

Chapter 14

Chapter 142,565 wordsPublic domain

Besnuffeling, V., besnuffelingen.

Besogne, V., besognes.

Besogneeren, besogneerde, heeft gebesogneerd.

Besognekamer, V., -kamers.

Besommen, besomde, heeft besomd.

Besomming, V., besommingen.

Bespannen, bespande, heeft bespannen.

Bespanning, V., bespanningen.

Besparen, bespaarde, heeft bespaard.

Besparing, V., besparingen.

Bespatten, bespatte, heeft bespat.

Bespelen, bespeelde, heeft bespeeld.

Bespeling, V.

Bespeuren, bespeurde, heeft bespeurd.

Bespeuring, V.

Bespieden, bespiedde, heeft bespied.

Bespieder, M., bespieders.

Bespieding, V., bespiedingen.

Bespiedster, V., bespiedsters.

Bespiegelaar, M., -laars.

Bespiegelen, bespiegelde, heeft bespiegeld.

Bespiegeling, V., bespiegelingen.

Bespikkelen, bespikkelde, heeft bespikkeld.

Bespitten, bespitte, heeft bespit.

Bespoedigen, bespoedigde, heeft bespoedigd.

Bespoediging, V.

Bespoelen, bespoelde, heeft bespoeld.

Bespoeling, V., bespoelingen.

Bespotster, V., bespotsters.

Bespottelijk, -lijker, -lijkst.

Bespottelijkheid, V., -heden.

Bespotten, bespotte, heeft bespot.

Bespotter, M., bespotters.

Bespotting, V., bespottingen.

Bespraakt, bespraakter, bespraaktst.

Bespraaktheid, V.

Besprek, O.

Bespreken, besprak, bespraken, heeft besproken.

Bespreking, V., besprekingen.

Besprengen, besprengde, heeft besprengd.

Besprenging, V., besprengingen.

Besprenkelen, besprenkelde, heeft besprenkeld.

Besprenkeling, V., besprenkelingen.

Bespringen, besprong, heeft besprongen.

Bespringer, M., bespringers.

Bespringing, V., bespringingen.

Besproeien, besproeide, heeft besproeid.

Besproeiing, V., besproeiingen.

Bespugen, bespoog, bespogen, heeft bespogen.

Bespuiten, bespoot, bespoten, heeft bespoten.

Bespuwen, bespuwde, heeft bespuwd.

Besseboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.

Bessengelei, V., -geleien.

Bessenjenever, V.

Bessennat, O.

Bessenrist, V., -risten.

Bessensap (het sap van bessen), O.; (als toebereide drank), V.

Bessentros, M., -trossen.

Bessenvla, V., -vlaas.

Bessenwijn, M.

Bessestruik, M., -struiken.

Best.

Best (oude vrouw), V., besten. Bestje, O., -jes. Ook Bes.

Bestaan, bestond, heeft bestaan.

Bestaan, O.

Bestaanbaar, -bare.

Bestaanbaarheid, V.

Bestaansmiddel, O., -middelen.

Bestaanszin, M., -zinnen.

Bestaken, bestaakte, heeft bestaakt.

Bestaking, V., bestakingen.

Bestand, O.

Bestand (bnw.).

Bestanddeel, O., -deelen; -deeltje, O., -jes.

Bestedeling, M. en V., bestedelingen. V. ook bestedelinge.

Bestedelinghuis, O., -huizen.

Besteden, besteedde, heeft besteed.

Besteder, M., besteders.

Besteding, V., bestedingen.

Besteedster, V., besteedsters.

Besteekband, M., -banden.

Besteeksel, O., besteeksels.

Bestek, O., bestekken. Bestekje, O., -jes.

Bestekamer, V., -kamers.

Besteken, bestak, bestaken, heeft bestoken.

Bestel, O.

Bestel (beschuit), V., bestellen.

Bestelbrief, M., -brieven.

Bestelen, bestal, bestalen, heeft bestolen.

Bestelgeld, O.

Bestelgoed, O., -goederen.

Bestelhuis, O., -huizen.

Besteling, V.

Bestelkantoor, O., -kantoren.

Bestellen, bestelde, heeft besteld.

Besteller, M., bestellers.

Bestelling, V., bestellingen. Bestellinkje, O., -jes.

Bestellingsbiljet, O., -biljetten.

Bestellingslijst, V., -lijsten.

Bestelloon, O., -loonen.

Bestelpen, bestelpte, heeft bestelpt.

Bestemaat, M., -maats. Bestemaatje, O., -jes.

Bestemmen, bestemde, heeft bestemd.

Bestemming, V., bestemmingen.

Bestemoer, V., -moers.

Bestempelen, bestempelde, heeft bestempeld.

Bestempeling, V., bestempelingen.

Bestendig, bestendiger, bestendigst.

Bestendigen, bestendigde, heeft bestendigd.

Bestendigheid, V.

Bestendiging, V.

Besterven, bestierf, bestierven, is bestorven.

Bestevaar, M., -vaars.

Bestevenen, bestevende, heeft bestevend.

Bestier, O.

Bestierder, M., bestierders.

Bestieren, bestierde, heeft bestierd.

Bestiering, V., bestieringen.

Bestig.

Bestijgen, besteeg, bestegen, heeft bestegen.

Bestijging, V., bestijgingen.

Bestippelen, bestippelde, heeft bestippeld.

Bestippen, bestipte, heeft bestipt.

Bestoken, bestookte, heeft bestookt.

Bestoker, M., bestokers.

Bestoking, V., bestokingen.

Bestoppen, bestopte, heeft bestopt.

Bestormen, bestormde, heeft bestormd.

Bestorming, V., bestormingen.

Bestorten, bestortte, heeft bestort.

Bestorting, V., bestortingen.

Bestorven.

Bestoven.

Bestraffen, bestrafte, heeft bestraft.

Bestraffer, M., bestraffers.

Bestraffing, V., bestraffingen.

Bestralen, bestraalde, heeft bestraald.

Bestraling, V., bestralingen.

Bestraten, bestraatte, heeft bestraat.

Bestrating, V., bestratingen.

Bestrijden, bestreed, bestreden, heeft bestreden.

Bestrijder, M., bestrijders.

Bestrijding, V., bestrijdingen.

Bestrijken, bestreek, bestreken, heeft bestreken.

Bestrijking, V., bestrijkingen.

Bestrikken, bestrikte, heeft bestrikt.

Bestrooien, bestrooide, heeft bestrooid.

Bestruiven, bestruifde, heeft bestruifd.

Bestudeeren, bestudeerde, heeft bestudeerd.

Bestuiven, bestoof, bestoven, heeft en is bestoven.

Besturen, bestuurde, heeft bestuurd.

Bestuur, O., besturen.

Bestuurder, M., bestuurders en bestuurderen.

Bestuurderes, V., bestuurderessen.

Bestuurdersbond, M., -bonden.

Bestuursacademie, V.

Bestuurskamer, V., -kamers.

Bestuursloge, V., -loges.

Bestuurstafel, V., -tafels.

Bestuurster, V., bestuursters.

Bestuursvergadering, V., -vergaderingen.

Bestuursvorm, M., -vormen.

Bestuwen, bestuwde, heeft bestuwd.

Besuikeren, besuikerde, heeft besuikerd.

Betaalbaar, -bare.

Betaalbaarstelling, V., -stellingen.

Betaalbrief, M., -brieven.

Betaaldag, M., -dagen.

Betaalkantoor, O., -kantoren.

Betaalkas, V., -kassen.

Betaalmeester, M., -meesters.

Betaalmiddel, O., -middelen.

Betaalsheer, M., -heeren.

Betaalsrol, V., -rollen.

Betaaltijd, M., -tijden.

Betalen, betaalde, heeft betaald.

Betaler, M., betalers.

Betaling, V., betalingen.

Betalingsperiode, V., -perioden.

Betalingstermijn, M., -termijnen.

Betamelijk, -lijker, -lijkst.

Betamelijkheid, V., -heden.

Betamen, betaamde, heeft betaamd.

Betasten, betastte, heeft betast.

Betasting, V., betastingen.

Bete, V., beten.

Beteekenen, beteekende, heeft beteekend.

Beteekening, V.

Beteekenis, V., beteekenissen.

Beteekenisvol.

Betel, V.

Betelkauwen, O.

Betelnoot, V., -noten; O., -nootje.

Betemmen, betemde, heeft betemd.

Betemming, V.

Beter.

Beteren (van beter), beterde, heeft en is gebeterd.

Beteren (met teer besmeren), beteerde, heeft beteerd.

Beterhand, V.

Betering, V.

Beternis, V.

Beterschap, V.

Beteugelen, beteugelde, heeft beteugeld.

Beteugeling, V., beteugelingen.

Beteuniebloem, V., -bloemen.

Beteuterd.

Beteuterdheid, V.

Beteutering, V.

Betichten, betichtte, heeft beticht.

Betichter, M., betichters.

Betichting, V., betichtingen.

Betichtster, V., betichtsters.

Betijen (Laten -).

Betimmeren, betimmerde, heeft betimmerd.

Betimmering, V., betimmeringen.

Beting, V., betings.

Betitelen, betitelde, heeft betiteld.

Betiteling, V., betitelingen.

Betogen (deelw.).

Beton, O.

Betonblok, O., -blokken.

Betonen (den toon plaatsen), betoonde, heeft betoond.

Betoning, V., betoningen.

Betonnen, betonde, heeft betond.

Betonning, V., betonningen.

Betoog, O., betoogen. Betoogje, O., -jes.

Betoogbaar, -bare.

Betoogen, betoogde, heeft betoogd.

Betooger, M., betoogers.

Betooggrond, M., -gronden.

Betooging, V., betoogingen.

Betoogtrant, M.

Betoomen, betoomde, heeft betoomd.

Betoomer, M., betoomers.

Betooming, V., betoomingen.

Betoon, O.

Betoonen (doen blijken), betoonde, heeft betoond.

Betooning, V., betooningen.

Betooveren, betooverde, heeft betooverd.

Betoovering, V., betooveringen.

Betoudovergrootmoeder, V., -grootmoeders.

Betoudovergrootvader, M., -grootvaders.

Betraand.

Betrachten, betrachtte, heeft betracht.

Betrachter, M., betrachters.

Betrachting, V., betrachtingen.

Betraliën, betraliede, heeft betralied.

Betrappen, betrapte, heeft betrapt.

Betreden, betrad, betraden, heeft betreden.

Betreding, V.

Betreffen, betrof, betroffen, heeft betroffen.

Betreffende.

Betrekkelijk.

Betrekkelijkheid, V.

Betrekken, betrok, betrokken, heeft en is betrokken.

Betrekker, M., betrekkers.

Betrekking, V., betrekkingen.

Betreuren, betreurde, heeft betreurd.

Betreurenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.

Betrokken, betrokkener, betrokkenst.

Betrokkene, M. en V., betrokkenen.

Betrokkenheid, V.

Betrouwbaar, -bare.

Betrouwen, betrouwde, heeft betrouwd.

Betten, bette, heeft gebet.

Betuigen, betuigde, heeft betuigd.

Betuiging, V., betuigingen.

Betuinen, betuinde, heeft betuind.

Betuttelen, betuttelde, heeft betutteld.

Betweetster, V., -weetsters.

Betweter, M., -weters.

Betweterij, V., -weterijen.

Betwijfelen, betwijfelde, heeft betwijfeld.

Betwistbaar, -baarder, -baarst.

Betwistbaarheid, V.

Betwisten, betwistte, heeft betwist.

Betwister, M., betwisters.

Betwisting, V., betwistingen.

Beu.

Beug, V., beugen.

Beugbak, M., -bakken.

Beugel, M., beugels. Beugeltje, O., -jes.

Beugelbaan, V., -banen.

Beugelen, beugelde, heeft gebeugeld.

Beugelnet, O., -netten.

Beugelschaaf, V., -schaven.

Beugeltasch, V., -tasschen.

Beuglijn, V., -lijnen.

Beugvaart, V.

Beugvisscherij, V.

Beuk, M., beuken. Beukje, O., -jes.

Beukeblad, O., -bladen; -blaadje, O., -jes.

Beukeboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.

Beukelaar, M., beukelaars.

Beuken (bnw.).

Beuken, beukte, heeft gebeukt.

Beukenbast, M., -basten.

Beukenbosch, O., -bosschen.

Beukenhout, O.

Beukenhouten (bnw.).

Beukenlaan, V., -lanen; -laantje, O., -jes.

Beukenoot, V., -noten; -nootje, O., -jes.

Beuker, M., beukers.

Beukhamer, M., -hamers.

Beul, M., beulen.

Beulen, beulde, heeft gebeuld.

Beulenwerk, O.

Beulin, V., beulinnen.

Beuling, M., beulingen.

Beulschap, O.

Beulshanden (door -).

Beulsknecht, M., -knechts en -knechten.

Beulswerk, O.

Beun (vischkaar), V., beunen.

Beun (zolder), V., beunen.

Beunhaas, M., -hazen.

Beunhazen, beunhaasde, heeft gebeunhaasd.

Beunhazerij, V.

Beurder, M., beurders.

Beuren, beurde, heeft gebeurd.

Beuring, V., beuringen.

Beurs, V., beurzen. Beursje, O., -jes.

Beursbelasting, V., -belastingen.

Beursbengel, M.

Beursbericht, O., -berichten.

Beursbezoeker, M., -bezoekers.

Beursch, beurscher, beurscht.

Beurschheid, V.

Beursgebouw, O., -gebouwen.

Beursklok, V., -klokken.

Beursnoteering, V., -noteeringen.

Beurspolis, V., -polissen.

Beurstelegram, O., -telegrammen.

Beurstijd, M., -tijden.

Beurstijding, V., -tijdingen.

Beursuur, O., -uren.

Beursvacantie, V., -vacantiën.

Beurt, V., beurten. Beurtje, O., -jes.

Beurtelings (bijw.).

Beurtelingsch (bnw.).

Beurtman, M., -mannen.

Beurtschip, O., -schepen.

Beurtschipper, M., -schippers.

Beurtveer, O., -veren.

Beurtzang, M., -zangen.

Beurzensnijder, M., -snijders.

Beurzig, beurziger, beurzigst.

Beurzigheid, V.

Beuzelaar, M., beuzelaars.

Beuzelaarster, V., beuzelaarsters.

Beuzelachtig, -achtiger, -achtigst.

Beuzelachtigheid, V.

Beuzelarij, V., beuzelarijen.

Beuzelen, beuzelde, heeft gebeuzeld.

Beuzeling, V., beuzelingen.

Beuzelpraat, M. Beuzelpraatje, O., -jes.

Beuzeltaal, V.

Beuzelwerk, O.

Bevaarbaar, -baarder, -baarst.

Bevaarbaarheid, V.

Bevallen (behagen), beviel, heeft bevallen.

Bevallen (baren), beviel, is bevallen.

Bevallig, bevalliger, bevalligst.

Bevalligheid, V., -heden.

Bevalling, V., bevallingen.

Bevang, O.

Bevangen, beving, heeft bevangen.

Bevanging, V.

Bevaren, bevoer, heeft bevaren.

Bevaren, bevarener, bevarenst.

Bevaring, V.

Bevattelijk, -lijker, -lijkst.

Bevattelijkheid, V.

Bevatten, bevatte, heeft bevat.

Bevatting, V.

Bevattingsvermogen, O.

Bevechten, bevocht, heeft bevochten.

Beveiligen, beveiligde, heeft beveiligd.

Beveiliger, M., beveiligers.

Beveiliging, V., beveiligingen.

Beveiligster, V., beveiligsters.

Bevel, O., bevelen.

Bevelen, beval, bevalen, heeft bevolen.

Beveler, M., bevelers.

Bevelhebber, M., -hebbers.

Bevelhebberschap, O.

Beveling, V., bevelingen.

Bevelschrift, O., -schriften.

Bevelvoerder, M., -voerders.

Bevelvoering, V.

Beven, beefde, heeft gebeefd.

Bever (dier), M., bevers; (stof), O.

Beverbont, O.

Bevergeil, O.

Beverig, beveriger, beverigst.

Beverigheid, V.

Bevernel, V.

Bevestigen, bevestigde, heeft bevestigd.

Bevestigend.

Bevestiger, M., bevestigers.

Bevestiging, V., bevestigingen.

Bevijlen, bevijlde, heeft bevijld.

Bevind, O.

Bevinden, bevond, heeft bevonden.

Bevinding, V., bevindingen.

Beving, V., bevingen.

Bevingeren, bevingerde, heeft bevingerd.

Bevisschen, bevischte, heeft bevischt.

Bevitten, bevitte, heeft bevit.

Bevlakken, bevlakte, heeft bevlakt.

Bevlekken, bevlekte, heeft bevlekt.

Bevlekking, V., bevlekkingen.

Bevleugelen, bevleugelde, heeft bevleugeld.

Bevlijtigen (zich -), bevlijtigde zich, heeft zich bevlijtigd.

Bevloeren, bevloerde, heeft bevloerd.

Bevloering, V., bevloeringen.

Bevochten, bevochtte, heeft bevocht.

Bevochtigen, bevochtigde, heeft bevochtigd.

Bevochtiging, V., bevochtigingen.

Bevoegd, bevoegder, bevoegdst.

Bevoegdheid, V., -heden.

Bevoelen, bevoelde, heeft bevoeld.

Bevoeling, V., bevoelingen.

Bevolken, bevolkte, heeft bevolkt.

Bevolking, V., bevolkingen.

Bevolkingscijfer, O., -cijfers.

Bevolkingskaart, V., -kaarten.

Bevolkingsleer, V.

Bevolkingsregister, O., -registers.

Bevolkingsstatistiek, V.

Bevolkt, bevolkter, bevolktst.

Bevolktheid, V.

Bevoogden, bevoogdde, heeft bevoogd.

Bevoogding, V.

Bevoordeelen, bevoordeelde, heeft bevoordeeld.

Bevoordeeling, V.

Bevooroordeeld.

Bevooroordeeldheid, V.

Bevoorrechten, bevoorrechtte, heeft bevoorrecht.

Bevoorrechting, V., bevoorrechtingen.

Bevoorwaarden, bevoorwaardde, heeft bevoorwaard.

Bevorderaar, M., bevorderaars.

Bevorderaarster, V., bevorderaarsters.

Bevorderen, bevorderde, heeft bevorderd.

Bevordering, V., bevorderingen.

Bevorderlijk, -lijker, -lijkst.

Bevorens.

Bevrachten, bevrachtte, heeft bevracht.

Bevrachter, M., bevrachters.

Bevrachting, V., bevrachtingen.

Bevragen, bevraagde, heeft bevraagd; ook bevroeg.

Bevredigen, bevredigde, heeft bevredigd.

Bevrediging, V., bevredigingen.

Bevreemden, bevreemdde, heeft bevreemd.

Bevreemding, V.

Bevreesd, bevreesder.

Bevreesdheid, V.

Bevriend.

Bevriezen, bevroor, bevroren, is en heeft bevroren en bevrozen.

Bevriezing, V.

Bevrijden, bevrijdde, heeft bevrijd.

Bevrijder, M., bevrijders.

Bevrijding, V.

Bevrijdingsoorlog, M., -oorlogen.

Bevroeden, bevroedde, heeft bevroed.

Bevruchten, bevruchtte, heeft bevrucht.

Bevruchting, V., bevruchtingen.

Bevuilen, bevuilde, heeft bevuild.

Bewaaien, bewaaide, heeft bewaaid; ook bewoei.

Bewaakster, V., bewaaksters.

Bewaarder, M., bewaarders.

Bewaargeld, O., -gelden.

Bewaargever, M., -gevers.

Bewaargeving, V.

Bewaarheiden en bewaarheden, bewaarheidde, heeft bewaarheid.

Bewaarkluis, V., -kluizen.

Bewaarmiddel, O., -middelen.

Bewaarnemer, M., -nemers.

Bewaarneming, V.

Bewaarplaats, V., -plaatsen.

Bewaarschool, V., -scholen.

Bewaarschoolhouderes, V., -houderessen.

Bewaarstelling, V.

Bewaarster, V., bewaarsters.

Bewaken, bewaakte, heeft bewaakt.

Bewaker, M., bewakers.

Bewaking, V.

Bewallen, bewalde, heeft bewald.

Bewalling, V., bewallingen.

Bewandelen, bewandelde, heeft bewandeld.

Bewandeling, V.

Bewapenen, bewapende, heeft bewapend.

Bewapening, V.

Bewaren, bewaarde, heeft bewaard.

Bewaring, V.

Bewasemen, bewasemde, heeft bewasemd.

Bewasschen (schoonmaken), bewiesch, bewieschen, heeft bewasschen.

Bewassching, V.

Bewassen (begroeien), bewies, bewiesen, is bewassen.

Bewateren, bewaterde, heeft bewaterd.

Bewatering, V., bewateringen.

Beweegbaar, -baarder, -baarst.

Beweegbaarheid, V.

Beweeggrond, M., -gronden.

Beweegkracht, V., -krachten.

Beweeglijk, -lijker, -lijkst.

Beweeglijkheid, V.

Beweegrad, O., -raderen.

Beweegreden, V., -redenen.

Beweenen, beweende, heeft beweend.

Beweerder, M., beweerders.

Bewegen, bewoog, bewogen, heeft bewogen.

Beweging, V., bewegingen.

Bewegingsverschijnsel, O., -verschijnselen.

Beweiden, beweidde, heeft beweid.

Beweldadigen, beweldadigde, heeft beweldadigd.

Beweren, beweerde, heeft beweerd.

Bewering, V., beweringen.

Bewerkelijk, -lijker, -lijkst.

Bewerkelijkheid, V.

Bewerken, bewerkte, heeft bewerkt.

Bewerker, M., bewerkers.

Bewerking, V., bewerkingen.

Bewerkstelligen, bewerkstelligde, heeft bewerkstelligd.

Bewerkstelliging, V.

Bewerkster, V., bewerksters.

Bewerktuigen, bewerktuigde, heeft bewerktuigd.

Bewerktuiging, V.

Bewerpen, bewierp, heeft beworpen.

Bewesten.

Bewierooken, bewierookte, heeft bewierookt.

Bewierooker, M., bewierookers.

Bewijs, O., bewijzen.

Bewijsbaar, -bare.

Bewijsbaarheid, V.

Bewijsgrond, M., -gronden.

Bewijskracht, V.

Bewijslast, M.

Bewijsmiddel, O., -middelen.

Bewijsplaats, V., -plaatsen.

Bewijsstuk, O., -stukken.

Bewijsvoering, V., -voeringen.

Bewijzen, bewees, bewezen, heeft bewezen.

Bewilligen, bewilligde, heeft bewilligd.

Bewilliger, M., bewilligers.

Bewilliging, V., bewilligingen.

Bewimpelen, bewimpelde, heeft bewimpeld.

Bewimpeling, V., bewimpelingen.

Bewind, O.

Bewinden, bewond, heeft bewonden.

Bewindhebber, M., -hebbers.

Bewinding, V., bewindingen.

Bewindsel, O., bewindsels.

Bewindsman, M., -lieden.

Bewindvoerder, M., -voerders.

Bewoelen, bewoelde, heeft bewoeld.

Bewoeling, V., bewoelingen.

Bewolken, bewolkte, heeft bewolkt.

Bewolking, V.

Bewonderaar, M., bewonderaars.

Bewonderaarster, V., bewonderaarsters.

Bewonderen, bewonderde, heeft bewonderd.

Bewonderenswaardig, -waardiger, -waardigst of meer en meest -waardig.

Bewondering, V.

Bewonen, bewoonde, heeft bewoond.

Bewoner, M., bewoners.

Bewoning, V.

Bewoonbaar, -bare.

Bewoonbaarheid, V.

Bewoonster, V., bewoonsters.

Bewoorden, bewoordde, heeft bewoord.

Bewoording, V., bewoordingen.

Bewust.

Bewusteloos, -looze.

Bewusteloosheid, V.

Bewustheid, V.

Bewustzijn, O.

Bezaaien, bezaaide, heeft bezaaid.

Bezaaier, M., bezaaiers.

Bezaaiing, V., bezaaiingen.

Bezaan, V., bezanen.

Bezaansmast, M., -masten.

Bezaansschoot, M., -schooten.

Bezabbelen, bezabbelde, heeft bezabbeld.

Bezabberen, bezabberde, heeft bezabberd.

Bezadigd, bezadigder, bezadigdst.

Bezadigdheid, V.

Bezakken, bezakte, is bezakt.

Bezanden, bezandde, heeft bezand.

Bezanding, V.

Bezeeren, bezeerde, heeft bezeerd.

Bezeeveren, bezeeverde, heeft bezeeverd.

Bezegelen, bezegelde, heeft bezegeld.

Bezegeling, V., bezegelingen.

Bezeild.

Bezeildheid, V.

Bezeilen, bezeilde, heeft bezeild.

Bezem, M., bezems. Bezempje, O., -jes.

Bezembinden, O.

Bezembinder, M., -binders.

Bezembinderij, V., -binderijen.

Bezemschoon, -schoone.

Bezemsteel, M., -stelen.

Bezemstok, M., -stokken.

Bezending, V., bezendingen.

Bezet, bezetter, bezetst.

Bezeten.

Bezetene, M. en V., bezetenen.

Bezetenheid, V.

Bezetheid, V.

Bezetteling, M., bezettelingen.

Bezetten, bezette, heeft bezet.

Bezetting, V., bezettingen.

Bezichtigen, bezichtigde, heeft bezichtigd.

Bezichtiging, V.

Bezie, V., beziën.

Bezield, bezielder, bezieldst.

Bezielen, bezielde, heeft bezield.

Bezieling, V.

Bezien, bezag, bezagen, heeft bezien.

Bezienswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.

Bezienswaardigheid, V., -heden.

Bezig, beziger, bezigst.

Bezigen, bezigde, heeft gebezigd.

Bezigheid, V., -heden.

Bezighouden, hield bezig, heeft beziggehouden.

Bezijden.

Bezingen, bezong, heeft bezongen.

Bezinger, M., bezingers.

Bezinken, bezonk, is bezonken.

Bezinking, V., bezinkingen.

Bezinksel, O., bezinksels.

Bezinnen, bezon, bezonnen, heeft bezonnen.

Bezit, O.

Bezitrecht, O.

Bezitster, V., bezitsters.

Bezittelijk.

Bezitten, bezat, bezaten, heeft bezeten.

Bezitter, M., bezitters.

Bezitting, V., bezittingen.

Bezoar, M.

Bezoden, bezoodde, heeft bezood.

Bezoedelen, bezoedelde, heeft bezoedeld.

Bezoedeling, V., bezoedelingen.

Bezoek, O., bezoeken. Bezoekje, O., -jes.

Bezoeken, bezocht, heeft bezocht.

Bezoeker, M., bezoekers.

Bezoeking, V., bezoekingen.

Bezoekster, V., bezoeksters.

Bezolderen, bezolderde, heeft bezolderd.

Bezoldering, V.

Bezoldigen, bezoldigde, heeft bezoldigd.

Bezoldiging, V., bezoldigingen.

Bezondigen (zich -), bezondigde zich, heeft zich bezondigd.

Bezonnen.

Bezonnenheid, V.

Bezoomen, bezoomde, heeft bezoomd.

Bezopen, bezopener, bezopenst.

Bezopenheid, V.

Bezorgd, bezorgder, bezorgdst.

Bezorgdheid, V., -heden.

Bezorgen, bezorgde, heeft bezorgd.

Bezorger, M., bezorgers.

Bezorging, V., bezorgingen.

Bezuiden.

Bezuinigen, bezuinigde, heeft bezuinigd.

Bezuiniging, V., bezuinigingen.

Bezuinigingsmaatregel, M., -maatregelen.

Bezuinigingswoede, V.

Bezuipen, bezoop, bezopen, heeft bezopen.

Bezuren, bezuurde, heeft bezuurd.

Bezwaar, O., bezwaren.

Bezwaard, bezwaarder, bezwaardst.

Bezwaarder, M., bezwaarders.

Bezwaardheid, V., -heden.

Bezwaarlijk, -lijker, -lijkst.

Bezwaarnis, V., bezwaarnissen.

Bezwaarschrift, O., -schriften.

Bezwadderen, bezwadderde, heeft bezwadderd.

Bezwalken, bezwalkte, heeft bezwalkt.

Bezwalking, V., bezwalkingen.

Bezwangeren, bezwangerde, heeft bezwangerd.

Bezwangering, V.

Bezwaren, bezwaarde, heeft bezwaard.

Bezwarend, bezwarender, bezwarendst.

Bezwaring, V.

Bezweerder, M., bezweerders.

Bezweet, bezweette.

Bezwemmen, bezwom, bezwommen, heeft bezwommen.

Bezweren, bezwoer, heeft bezworen.

Bezwering, V., bezweringen.

Bezweringsboek, O., -boeken.

Bezweringsformulier, O., -formulieren.

Bezweringsvoorschrift, O., -voorschriften.

Bezwijken, bezweek, bezweken, is bezweken.

Bezwijmen, bezwijmde, is bezwijmd.

Bezwijming, V., bezwijmingen.

Bibberen, bibberde, heeft gebibberd.

Bibbering, V.

Bibliograaf, M., bibliografen.

Bibliographie, V., bibliographieën.

Bibliomaan, M., bibliomanen.

Bibliomanie, V.

Bibliothecaris, M., bibliothecarissen.

Bibliotheek, V., bibliotheken.

Bibliotheekcommissie, V., -commissiën.

Bidbank, V., -banken; -bankje, O., -jes.

Biddag, M., -dagen.

Bidden, bad, baden, heeft gebeden.

Bidder, M., bidders.

Bidplaats, V., -plaatsen.

Bidprentje, O., -prentjes.

Bidster, V., bidsters.

Bidstoel, M., -stoelen; -stoeltje, O., -jes.

Bidstond, M., -stonden.

Biduur, O., -uren.

Bidvertrek, O., -vertrekken.

Biecht, V., biechten.

Biechteling, M. en V., biechtelingen. V. ook biechtelinge.

Biechten, biechtte, heeft gebiecht.

Biechter, M., biechters.

Biechtkind, O., -kinderen.

Biechtpenning, M., -penningen.

Biechtpuntje, O., -puntjes.

Biechtspiegel, M., -spiegels.

Biechtstoel, M., -stoelen.

Biechtvader, M., -vaders.

Bieden, bood, boden, heeft geboden.

Bieder, M., bieders.

Biedster, V., biedsters.

Biefstuk, M., biefstukken. Biefstukje, O., -jes.

Bier, O., bieren.

Bierazijn, M.

Bierbottelarij, V., -bottelarijen.

Bierbrouwer, M., -brouwers.

Bierbrouwerij, V., -brouwerijen.

Bierbuik, M., -buiken.

Bierdrinker, M., -drinkers.

Bierdrager, M., -dragers.

Bierenbrood, O.

Bierflesch, V., -flesschen.

Bierglas, O., -glazen.

Bierhuis, O., -huizen.

Bierkan, V., -kannen.

Bierkelder, M., -kelders.

Bierkruik, V., -kruiken.

Bierpomp, V., -pompen.

Biersteker, M., -stekers.

Bierstekerij, V., -stekerijen.

Bierton, V., -tonnen.

Biervat, O., -vaten; -vaatje, O., -jes.

Bierwagen, M., -wagens.

Bies, V., biezen. Biesje, O., -jes.

Biesbouw, M.

Biesjesdeeg, O.

Bieslook, O.

Biest, V.

Biesvormig.

Biet, V., bieten.

Bietebauw, M., bietebauwen.

Biezen (bnw.).

Biezenkistje, O., -jes.

Bifurcatie, V., bifurcaties.

Bifurqueeren, bifurqueerde, heeft gebifurqueerd.

Big, V., biggen. Biggetje, O., -jes.

Bigamie, V.

Biggelen, biggelde, heeft gebiggeld.

Biggenkruid, O.

Bigot, bigotter, bigotst.

Bigotterie, V.

Bij.

Bij, V., bijen. Bijtje, O., -jes.

Bijaldien.

Bijbaantje, O., -baantjes.

Bijbank, V., -banken.

Bijbedoeling, V., -bedoelingen.

Bijbegrip, O., -begrippen.

Bijbehoorend.

Bijbel, M., bijbels. Bijbeltje, O., -jes.

Bijbelboek, O., -boeken.

Bijbelcritiek, V.

Bijbelgeloof, O.

Bijbelgenootschap, O., -genootschappen.

Bijbellezing, V., -lezingen.

Bijbelplaats, V., -plaatsen.

Bijbelsch.

Bijbeltekst, M., -teksten.

Bijbelvast, -vaster.

Bijbelvertaling, V., -vertalingen.

Bijbelwoord, O., -woorden.