Woordenlijst Voor De Spelling Der Nederlandsche Taal Met Aanwij
Chapter 12
Avondrood, O.
Avondschool, V., -scholen.
Avondster, V.
Avondzang, M.
Avondzitting, V., -zittingen.
Avonturen, avontuurde, heeft geavontuurd.
Avonturier, M., avonturiers.
Avonturierster, V., avonturiersters.
Avontuur, O., avonturen. Avontuurtje, O., -jes.
Avontuurlijk.
Axioma, O., axioma's.
Azalea, V., azalea's.
Azen, aasde, heeft geaasd.
Aziaat, M., Aziaten.
Azig, ook azing (Friesche rechter), M., azigen en azingen.
Azijn, M., azijnen.
Azijnachtig, -achtiger, -achtigst.
Azijnhout, O.
Azijnmakerij, V., -makerijen.
Azijnstok, M., -stokken.
Azijnzuur, O.
Azimuth, O.
Azimuthskompas, O., -kompassen.
Azimuthspeiling, V., -peilingen.
Azing (Friesche rechter). Zie Azig.
Azing (het azen), V.
Azuren (bnw.).
Azuur, O.
B
B, V., b's.
Ba.
Baadje, O.
Baai (wollen stof), V., baaien.
Baai (zeearm), V., baaien.
Baai (roode -, wijn), V.
Baaierd, M.
Baai-tabak, V.
Baaivanger, M., -vangers.
Baak, V., baken.
Baakstok, M., -stokken.
Baal, V., balen. Baaltje, O., -jes.
Baan, V., banen. Baantje, O., -jes.
Baanbreker, M., -brekers.
Baanderheer, M., -heeren.
Baanvak, O., -vakken.
Baanveger, M., -vegers.
Baanwachter, M., -wachters.
Baar (nieuweling), M., baren.
Baar (draagwerktuig), V., baren.
Baar (golf), V., baren.
Baar (staaf), V., baren.
Baar (bnw.), bare.
Baarblijkelijk, -lijker, -lijkst.
Baarblijkelijkheid, V.
Baard, M., baarden. Baardje, O., -jes.
Baardeloos, -looze.
Baardig, baardiger, baardigst.
Baardschrapper, M., -schrappers.
Baarlijk.
Baarmoeder, V., -moeders.
Baars (een visch), M., baarzen. Als stofnaam, V. Baarsje, O., -jes.
Baarvlies, O., -vliezen.
Baas (meester), M., bazen. Baasje, O., -jes.
Baas (voetstuk), V., bazen.
Baasschap, O.
Baat, V., baten.
Baatzucht, V.
Baatzuchtig, -zuchtiger, -zuchtigst.
Baatzuchtigheid, V.
Babbelaar, M., babbelaars.
Babbelaarster, V., babbelaarsters.
Babbelachtig, -achtiger, -achtigst.
Babbelarij, V., babbelarijen.
Babbelen, babbelde, heeft gebabbeld.
Babbelguigje, O., -jes.
Babbelkous, M. en V., -kousen; -kousje, O., -jes.
Babijn, V., babijnen.
Baboe, V., baboe's.
Babok, M., babokken.
Babokkig, babokkiger, babokkigst.
Bacchanaal, O., bacchanalen.
Bacil, M., bacillen.
Bacove, V., bacoven.
Bacovencultuur, V.
Bacterie, V., bacteriën.
Bacteriologie, V.
Bacteriologisch.
Bacterioloog, M., bacteriologen.
Bad, O., baden. Badje, O., -jes.
Baden, baadde, heeft gebaad.
Bader, M., baders.
Badgast, M. en V., -gasten.
Badhemd, O., -hemden.
Badhuis, O., -huizen.
Badinrichting, V., -inrichtingen.
Badkachel, V., -kachels.
Badkamer, V., -kamers; -kamertje, O., -jes.
Badknecht, M., -knechts.
Badkoets, V., -koetsen; -koetsje, O., -jes.
Badkostuum, O., -kostuums.
Badkuip, V., -kuipen.
Badkuur, V., -kuren.
Badmeester, M., -meesters.
Badmuts, V., -mutsen.
Badplaats, V., -plaatsen.
Badvrouw, V., -vrouwen.
Baffen, bafte, heeft gebaft.
Bag, V., baggen.
Bagage, V., bagages.
Bagagereçu, O., -reçu's.
Bagagewagen, M., -wagens.
Bagatel, V. en O., bagatellen. Bagatelletje, O., -jes.
Bagger, V.
Baggeren, baggerde, heeft gebaggerd.
Baggerman, M., -lieden en -lui.
Baggermolen, M., -molens.
Baggernet, O., -netten.
Baggerpraam, V., -pramen.
Baggerschuit, V., -schuiten.
Bagno, O., bagno's.
Bajadère, V., bajadèren en bajadères.
Bajonet, V., bajonetten.
Bajonetaanval, M., -aanvallen.
Bajonetscheede, V., -scheeden.
Bajonetsteek, M., -steken.
Bak, M., bakken. Bakje, O., -jes.
Bakbeest, O., -beesten.
Bakboord, O., -boorden.
Bakboordswacht, V., -wachten.
Baken, O., bakens.
Bakenen, bakende, heeft gebakend.
Bakengeld, O., -gelden.
Bakenmeester, M., -meesters.
Bakenwezen, O.
Baker, V., bakers.
Bakerdienst, M., -diensten.
Bakeren, bakerde, heeft gebakerd.
Bakerkind, O., -kinderen.
Bakermand, V., -manden.
Bakermat, V., -matten.
Bakermoer, V., -moers.
Bakerpop, V., -poppen.
Bakerpraat, M., -praatje, O., -jes.
Bakerrijm, O., -rijmen.
Bakerspeld, V., -spelden.
Bakhuis (bakkes), O., bakhuizen.
Bakkebaard, M., -baarden; -baardje, O., -jes.
Bakkeleien, bakkeleide, heeft gebakkeleid.
Bakken (koken), bakte, heeft gebakken.
Bakken (op 't verkeerbord spelen), bakte, heeft gebakt.
Bakker, M., bakkers.
Bakkerij, V., bakkerijen.
Bakkerin, V., bakkerinnen.
Bakkersbedrijf, O.
Bakkersbeweging, V., -bewegingen.
Bakkersbond, M., -bonden.
Bakkersgezel, M., -gezellen.
Bakkersknecht, M., -knechts.
Bakkersleerling, M., -leerlingen.
Bakkersnering, V., -neringen.
Bakkersoven, M., -ovens.
Bakkersschotel, M., -schotels.
Bakkerstor, V., -torren.
Bakkerswagen, M., -wagens.
Bakkerswinkel, M., -winkels.
Bakkes, O., bakkesen. Bakkesje, O., -jes.
Bakloon, O., -loonen.
Bakmeel, O.
Bakoven, M., -ovens.
Bakpan, V., -pannen.
Baksel, O., baksels. Bakseltje, O., -jes.
Baksmaat, M., -maats.
Bakstag, O., -stagen.
Bakstagskoelte, V.
Baksteen, M., -steenen; -steentje, O., -jes.
Baktrog, M., -troggen.
Bakvisch, V.
Bakzeilhalen, haalde bakzeil, heeft bakzeilgehaald.
Bal (rond lichaam), M., ballen. Balletje, O., -jes.
Bal (danspartij), O., bals.
Balanceeren, balanceerde, heeft gebalanceerd.
Balanceermes, O., -messen.
Balanceerstok, M., -stokken.
Balans, V., balansen. Balansje, O., -jes.
Balansboek, O., -boeken.
Balansenmaker, M., -makers.
Balansrekening, V., -rekeningen.
Balboekje, O., -boekjes.
Baldadig, baldadiger, baldadigst.
Baldadigheid, V., -heden.
Baldakijn, M., baldakijns en baldakijnen.
Balderen, balderde, heeft gebalderd.
Balein (de stof), O.; (het bewerkte), V., baleinen.
Baleinen (bnw.).
Balg, M., balgen.
Balie, V., baliën en balies.
Baliekluiver, M., -kluivers.
Baliemand, V., -manden.
Baliewelsprekendheid, V.
Baljapon, V., -japonnen en -japons.
Baljaren, baljaarde, heeft gebaljaard.
Baljuw, M., baljuwen en baljuws.
Balk, M., balken. Balkje, O., -jes.
Balken, balkte, heeft gebalkt.
Balklaag, V., -lagen.
Balkon, O., balkons.
Balkonkamer, V., -kamers.
Balkostuum, O., -kostumes.
Ballade, V., balladen en ballades.
Ballast, M., ballasten.
Ballasten, ballastte, heeft geballast.
Ballastondernemer, M., -ondernemers.
Ballastschuitje, O., -schuitjes.
Ballen, balde, heeft gebald.
Ballet, O., balletten.
Balletdanseres, V., -danseressen.
Balletmeester, M., -meesters.
Balletmuziek, V.
Balling, M. en V., ballingen; V. ook ballinge.
Ballingschap, V.
Ballon, M., ballons.
Ballotage, V., ballotages.
Balloteeren, balloteerde, heeft geballoteerd.
Baloorig, balooriger, baloorigst.
Baloorigheid, V.
Balsem, M., balsems.
Balsemachtig.
Balsemen, balsemde, heeft gebalsemd.
Balsemgeur, M., -geuren.
Balsemine, V., balseminen.
Balsturig, balsturiger, balsturigst.
Balsturigheid, V.
Baltoilet, O., -toiletten.
Balustrade, V., balustraden en balustrades.
Balzaal, V., -zalen.
Bamboes en bamboe, O., bamboezen.
Ban, M., bannen.
Banaal, banaler, banaalst.
Banaan, V., bananen.
Banaliteit, V., banaliteiten.
Banco, O.
Band (de stof), O.; (een stuk der stof), M., banden. Bandje, O., -jes.
Bandelier, M., bandelieren en bandeliers.
Bandeloos, -looze.
Bandeloosheid, V.
Banderol, V., banderollen.
Bandiet, M., bandieten.
Bandietentroep, M., -troepen.
Bandrekel, M., -rekels.
Banen, baande, heeft gebaand.
Bang, banger, bangst.
Bangheid, V.
Bangigheid, V.
Bangmakerij, V., -makerijen.
Banier, V., banieren.
Banierdrager, M., -dragers.
Banjer, M., banjers.
Banjerheer, M., -heeren.
Bank, V., banken. Bankje, O., -jes.
Bankbiljet, O., -biljetten; -biljetje, O., -jes.
Bankbreuk, V.
Bankbriefje, O., -briefjes.
Bankdisconto, O.
Banken, bankte, heeft gebankt.
Banket, O., banketten.
Banketbakker, M., -bakkers.
Banketeerder, M., banketeerders.
Banketeeren, banketeerde, heeft gebanketeerd.
Bankethammetje, O., -hammetjes.
Banketletter, V., -letters.
Bankhouder, M., -houders.
Bankier, M., bankiers. Bankiertje, O., -jes.
Bankiershuis, O., -huizen.
Bankierskantoor, O., -kantoren.
Banknoot, V., -noten; -nootje, O., -jes.
Bankoctrooi, O., -octrooien.
Bankpapier, O.
Bankroet, O., bankroeten. Bankroetje, O., -jes.
Bankroetier, M., bankroetiers.
Bankschroef, V., -schroeven.
Bankwerker, M., -werkers.
Bankwet, V., -wetten.
Bankwezen, O.
Bankzaak, V., -zaken.
Banneling, M. en V., bannelingen. V. ook bannelinge.
Bannen, bande, heeft gebannen.
Banning, V.
Banvloek, M.
Bar, barder, barst.
Barak, V., barakken.
Barbaar, M., barbaren.
Barbaarsch.
Barbaarschheid, V., -heden.
Barbarisme, O., barbarismen.
Barbeel, M., barbeelen.
Barbier, M., barbieren en barbiers. Barbiertje, O., -jes.
Barbieren, barbierde, heeft gebarbierd.
Barbiersjongen, M., -jongens.
Barbierswinkel, M., -winkels.
Barcarolle, V., barcarolles.
Bard, M., barden.
Baren, baarde, heeft gebaard.
Barensnood, M.
Barensteel, M., barenstelen.
Barenswee, O. en V., -weeën.
Baret, V., baretten. Baretje, O., -jes.
Barg, M., bargen.
Barge, V., barges.
Barghout, O., -houten.
Bargoensch, O.
Barheid, V., -heden.
Baring, V.
Bark, V., barken.
Barkas, V., barkassen.
Barm, M., barmen.
Barmhartig, -hartiger, -hartigst.
Barmhartigheid, V., -heden.
Barmte, V., barmten.
Barnen, barnde, heeft gebarnd.
Barning, V.
Barnsteen, O.
Barnsteenen (bnw.).
Barnsteenzuur, O.
Barok, barokker, barokst.
Barometer, M., barometers.
Barometerstand, M., -standen.
Baron, M., barons en baronnen.
Barones, V., baronessen.
Baronie, V., baronieën.
Barrevoeter, M., barrevoeters.
Barrevoets.
Barribaal, M., barribalen.
Barricade, V., barricaden.
Barricadeeren, barricadeerde, heeft gebarricadeerd.
Barricaden-oorlog, M.
Barrière, V., barrières.
Barrière-tractaat, O.
Barsch, barscher, barscht.
Barschheid, V.
Barst, M., barsten. Barstje, O., -jes.
Barsten, barstte, is gebarsten; ook borst, is geborsten.
Bas (baszanger), M., bassen.
Bas (speeltuig en baspartij), V., bassen.
Basalt, O.
Basalten (bnw.).
Bas-aria, V., -aria's.
Bascule, V., basculen en bascules.
Basiliek, V., basilieken.
Basilisk, M., basilisken.
Basis, V., basissen of bases.
Basnoot, V., -noten.
Baspartij, V., -partijen.
Bas-relief, O., bas-reliefs.
Bassa, M., bassa's.
Bassen, baste, heeft gebast.
Bassethoorn en -horen, M., -hoorns en -horens.
Bassist, M., bassisten.
Basstem, V., -stemmen.
Bast, M., basten.
Basta, V., basta's.
Basta (genoeg).
Bastaard en basterd, M., bastaarden en bastaards of basterds.
Bastaardij, V.
Bastaardwoord, O., -woorden.
Bastachtig.
Basteloos, -looze.
Basterdnachtegaal, M., -nachtegalen en -nachtegaals.
Basterdsuiker, V.
Bastion, O., bastions.
Baszanger, M., -zangers.
Bataaf, M., Bataven.
Bataafsch.
Bataljon, O., bataljons.
Batavier, M., Batavieren.
Bate. Zie Baat.
Bate (Ten -).
Baten, baatte, heeft gebaat.
Batig.
Batikken, batikte, heeft gebatikt.
Batist, O.
Batisten (bnw.).
Batterij, V., batterijen.
Bauwen, bauwde, heeft gebauwd.
Baviaan, M., bavianen. Baviaantje, O., -jes.
Bavianengezicht, O., -gezichten.
Bazaar en bazar, M., bazaars en bazars.
Bazelen, bazelde, heeft gebazeld.
Bazin, V., bazinnen. Bazinnetje, O., -jes.
Bazuin, V., bazuinen.
Bazuingeschal, O.
Beaarding, V.
Beademen, beademde, heeft beademd.
Beambte, M. en V., beambten.
Beamen, beaamde, heeft beaamd.
Beaming, V.
Beangst.
Beangstheid, V.
Beangstigen, beangstigde, heeft beangstigd.
Beangstiging, V.
Beantwoorden, beantwoordde, heeft beantwoord.
Beantwoorder, M., beantwoorders.
Beantwoording, V., beantwoordingen.
Bearbeiden, bearbeidde, heeft bearbeid.
Bearbeider, M., bearbeiders.
Bearbeiding, V., bearbeidingen.
Beasemen, beasemde, heeft beasemd.
Bebinden, bebond, heeft bebonden.
Beblaard.
Bebloeden, bebloedde, heeft bebloed.
Beboeten, beboette, heeft beboet.
Beboeting, V., beboetingen.
Bebolwerken, bebolwerkte, heeft bebolwerkt.
Bebouwen, bebouwde, heeft bebouwd.
Bebouwer, M., bebouwers.
Bebouwing, V., bebouwingen.
Becijferen, becijferde, heeft becijferd.
Becijfering, V., becijferingen.
Bed, O., bedden. Bedje, O., -jes.
Bedaagd, bedaagder, bedaagdst.
Bedaagdheid, V.
Bedaard, bedaarder, bedaardst.
Bedaardheid, V.
Bedacht.
Bedachtzaam, -zamer, -zaamst,
Bedachtzaamheid, V.
Bedammen, bedamde, heeft bedamd.
Bedankbrief, M., -brieven.
Bedanken, bedankte, heeft bedankt.
Bedanking, V.
Bedankje, O., -jes.
Bedaren, bedaarde, heeft en is bedaard.
Bedaring, V.
Bedauwen, bedauwde, heeft bedauwd.
Beddedeken, V., -dekens.
Beddegoed, O.
Beddejak, O., -jakken.
Beddekussen, O., -kussens.
Beddekwast, M., -kwasten.
Beddelaken, O., -lakens.
Bedden, bedde, heeft gebed.
Beddenmaker, M., -makers.
Beddenwinkel, M., -winkels.
Beddepan, V., -pannen.
Beddeplank, V., -planken.
Beddesprei, V., -spreien.
Beddetafel, V., -tafels; -tafeltje, O., -jes.
Beddetijk, V.
Beddewarmer, M., -warmers.
Beddezak, M., -zakken.
Bedding, V., beddingen.
Bede, V., beden.
Bededag, M., -dagen.
Bedeelen, bedeelde, heeft bedeeld.
Bedeeler, M., bedeelers.
Bedeeling, V., bedeelingen.
Bedeesd, bedeesder, bedeesdste.
Bedeesdheid, V.
Bedehuis, O., -huizen.
Bedekken, bedekte, heeft bedekt.
Bedekking, V., bedekkingen.
Bedeklokje, O.
Bedeksel, O., bedeksels en bedekselen.
Bedekt, bedekter, bedektst.
Bedektelijk.
Bedelaar, M., bedelaars en bedelaren.
Bedelaarsdeken, V., -dekens.
Bedelaarsdoelen, M.
Bedelaarskolonie, V., -koloniën.
Bedelaarster, V., bedelaarsters.
Bedelares, V., bedelaressen.
Bedelarij, V.
Bedelbrief, M., -brieven.
Bedelbroeder, M., -broeders.
Bedelbrok, M. en O., -brokken.
Bedelbrood, O.
Bedelen, bedelde, heeft gebedeld.
Bedelkind, O., -kinderen.
Bedelmonnik, M., -monniken.
Bedelorde, V., -orden.
Bedelpartij, V., -partijen.
Bedelstaf, M.
Bedelven, bedolf, bedolven, heeft bedolven.
Bedelzak, M., -zakken.
Bedenkdag, M., -dagen.
Bedenkelijk, -lijker, -lijkst.
Bedenkelijkheid, V.
Bedenken, bedacht, heeft bedacht.
Bedenking, V., bedenkingen.
Bedenktijd, M.
Bederf, O.
Bederfelijk, -lijker, -lijkst.
Bederfelijkheid, V.
Bederfwerend.
Bederven, bedierf, bedierven, heeft en is bedorven.
Bederver, M., bedervers.
Bedestond, M., -stonden.
Bedevaart, V., -vaarten.
Bedevaartganger, M., -gangers.
Bedevaartgangster, V., -gangsters.
Bedgenoot, M., -genooten.
Bedgenoote, V., -genooten.
Bedgordijn, V. en O., -gordijnen.
Bedienaar, M., bedienaren en bedienaars.
Bedienares, V., bedienaressen.
Bediende, M. en V., bedienden.
Bediendenkamer, V., -kamers.
Bediendentafel, V., -tafels.
Bedienen, bediende, heeft bediend.
Bediening, V., bedieningen.
Bedijen, bedijde, is bedijd.
Bedijken, bedijkte, heeft bedijkt.
Bedijker, M., bedijkers.
Bedijking, V., bedijkingen.
Bedilal, M. en V., bedilallen.
Bedillen, bedilde, heeft bedild.
Bediller, M., bedillers.
Bedilziek, -zieker, -ziekst.
Bedilzucht, V.
Beding, O., bedingen.
Bedingen, bedong, heeft bedongen.
Bedisselen, bedisselde, heeft bedisseld.
Bedlegerig.
Bedlegerigheid, V.
Bedoelen, bedoelde, heeft bedoeld.
Bedoeling, V., bedoelingen.
Bedoen, bedeed, bededen, heeft bedaan.
Bedompt, bedompter, bedomptst.
Bedomptheid, V.
Bedonderen, bedonderde, heeft bedonderd.
Bedotten, bedotte, heeft bedot.
Bedotter, M., bedotters.
Bedrag, O., bedragen.
Bedragen, bedroeg, heeft bedragen.
Bedreigen, bedreigde, heeft bedreigd.
Bedreiging, V., bedreigingen.
Bedremmeld, bedremmelder, bedremmeldst.
Bedremmeldheid, V.
Bedremmelen, bedremmelde, heeft bedremmeld.
Bedreven, bedrevener, bedrevenst.
Bedrevenheid, V.
Bedriegen, bedroog, bedrogen, heeft bedrogen.
Bedrieger, M., bedriegers.
Bedriegerij, V., bedriegerijen.
Bedrieglijk, -lijker, -lijkst.
Bedrieglijkheid, V.
Bedriegster, V., bedriegsters.
Bedrijf, O., bedrijven.
Bedrijfal, M. en V., bedrijfallen.
Bedrijfsbelasting, V., -belastingen.
Bedrijfskapitaal, O., -kapitalen.
Bedrijten, bedreet, bedreten, heeft bedreten.
Bedrijven, bedreef, bedreven, heeft bedreven.
Bedrijvend.
Bedrijver, M., bedrijvers.
Bedrijvig, bedrijviger, bedrijvigst.
Bedrijvigheid, V.
Bedrillen, bedrilde, heeft bedrild.
Bedrinken, bedronk, heeft bedronken.
Bedroefd, bedroefder, bedroefdst.
Bedroefdheid, V.
Bedroeven, bedroefde, heeft bedroefd.
Bedrog, O.
Bedroppelen en bedruppelen, bedroppelde (bedruppelde), heeft bedroppeld (bedruppeld).
Bedruipen, bedroop, bedropen, heeft bedropen.
Bedrukken, bedrukte, heeft bedrukt.
Bedrukt, bedrukter, bedruktst.
Bedruktheid, V.
Bedruppelen. Zie Bedroppelen.
Bedsermoen, O., -sermoenen.
Bedstede en bedstee, V., -steden. Bedsteetje, O., -jes.
Beducht, beduchter, beduchtst.
Beduchtheid, V.
Beduiden, beduidde, heeft beduid.
Beduidenis, V.
Beduiding, V., beduidingen.
Beduimelen, beduimelde, heeft beduimeld.
Beduimeling, V., beduimelingen.
Bedunken, O.
Beduusd.
Bedwang, O.
Bedwelmd.
Bedwelmen, bedwelmde, heeft bedwelmd.
Bedwelming, V., bedwelmingen.
Bedwingen, bedwong, heeft bedwongen.
Bedwinger, M., bedwingers.
Beëedigen, beëedigde, heeft beëedigd.
Beëediger, M., beëedigers.
Beëediging, V., beëedigingen.
Beefaal, M., -alen.
Beek, V., beken. Beekje, O., -jes.
Beekbunge, V.
Beeld, O., beelden. Beeldje, O., -jes.
Beelden, beeldde, heeft gebeeld.
Beeldenaar, M., beeldenaars.
Beeldendienaar, M., -dienaars.
Beeldendienst, M.
Beeldengalerij, V., -galerijen.
Beeldenstorm, M.
Beelderig, beelderiger, beelderigst.
Beeldhouwen, beeldhouwde, heeft gebeeldhouwd.
Beeldhouwer, M., -houwers.
Beeldhouwerij, V.
Beeldhouwkunst, V.
Beeldhouwwerk, O., -werken.
Beeldig, beeldiger, beeldigst.
Beeldjeskoop, M., -koopen.
Beeldrijk, -rijker, -rijkst.
Beeldrijkheid, V.
Beeldschoon.
Beeldspraak, V., -spraken.
Beeldstormer, M., -stormers.
Beeldstormerij, V., -stormerijen.
Beeltenis, V., beeltenissen.
Beemd, M., beemden.
Beemdklaver, V.
Been, O., beenen. (Op de been). Beentje, O., -jes.
Been (gebeente), O., beenderen. Beentje, O., -jes.
Beenachtig.
Beenbreuk, V., -breuken.
Beenderasch, V.
Beenderhuis, O., -huizen.
Beendermeel, O.
Beendersoep, V.
Beendroog.
Beenen (bnw.).
Beeneter, M., -eters.
Beenig, beeniger, beenigst.
Beenzwart, O.
Beer (varken, waterkeering, muurstut en heiblok), M., beeren. Beertje, O., -jes.
Beer (verscheurend dier), M., beren. Beertje, O., -jes.
Beer (drek), M.
Beerput, M., -putten.
Beërven, beërfde, heeft beërfd.
Beërving, V.
Beest, O., beesten (V. in De beest spelen). Beestje, O., -jes.
Beestachtig, -achtiger, -achtigst.
Beestachtigheid, V., -heden.
Beestenboel, M.
Beestenmarkt, V., -markten.
Beestenspel, O., -spellen.
Beestenstal, M., -stallen.
Beestentemmer, M., -temmers.
Beestig, beestiger, beestigst.
Beestigheid, V., -heden.
Beet (hap), M., beten.
Beet (wortel), V., beten.
Beethebben, heeft beet, had beet, hadden beet, heeft beetgehad.
Beetje, O., -jes.
Beetkrijgen, kreeg beet, kregen beet, heeft beetgekregen.
Beetnemen, nam beet, namen beet, heeft beetgenomen.
Beetpakken, pakte beet, heeft beetgepakt.
Beetwortel, M., -wortels en -wortelen.
Beetwortelsuiker, V., -suikers.
Beetwortelsuikerfabriek, V., -fabrieken.
Bef, V., beffen. Befje, O., -jes.
Befaamd, befaamder, befaamdst.
Befaamdheid, V.
Begaafd, begaafder, begaafdst.
Begaafdheid, V., -heden.
Begaan, beging, heeft en is begaan.
Begaanbaar, -bare.
Begaanbaarheid, V.
Begaffelen, begaffelde, heeft begaffeld.
Begapen, begaapte, heeft begaapt.
Begeefster, V., begeefsters.
Begeeren, begeerde, heeft begeerd.
Begeerig, begeeriger, begeerigst.
Begeerigheid, V.
Begeerlijk, -lijker, -lijkst.
Begeerlijkheid, V., -heden.
Begeerte, V., begeerten.
Begekken, begekte, heeft begekt.
Begeleiden, begeleidde, heeft begeleid.
Begeleider, M., begeleiders.
Begeleiding, V., begeleidingen.
Begeleidster, V., begeleidsters.
Begenadigen, begenadigde, heeft begenadigd.
Begenadiging, V.
Begeven, begaf, begaven, heeft begeven.
Begever, M., begevers.
Begeving, V.
Begieten, begoot, begoten, heeft begoten.
Begieting, V., begietingen.
Begiftigen, begiftigde, heeft begiftigd.
Begiftiging, V., begiftigingen.
Begijn, V., begijnen. Begijntje, O., -jes.
Begijnenhof en begijnhof, O., -hoven.
Begijnenkoek, M., -koeken.
Begijnenrijst. V.
Begin, O.
Beginneling, M. en V., -lingen. V. ook beginnelinge.
Beginnen, begon, begonnen, heeft en is begonnen.
Beginner, M., beginners.
Beginsel, O., beginselen en beginsels.
Beginselloos.
Beginselloosheid, V.
Beginselvastheid, V.
Beglazen, beglaasde, heeft beglaasd.
Begluren, begluurde, heeft begluurd.
Begoochelen, begoochelde, heeft begoocheld.
Begoocheling, V., begoochelingen.
Begraafplaats, V., -plaatsen.
Begraasd.
Begrafenis, V., begrafenissen.
Begrafenisfonds, O., -fondsen.
Begrafeniskosten (mv.), M.
Begrafenisonderneming, V., -ondernemingen.
Begrafenisrecht, O., -rechten.
Begrauwen, begrauwde, heeft begrauwd.
Begraven, begroef, begroeven, heeft begraven.
Begraver, M., begravers.
Begraving, V., begravingen.
Begrazen, begraasde, heeft begraasd.
Begrenzen, begrensde, heeft begrensd.
Begrenzing, V., begrenzingen.
Begrijpelijk, -lijker, -lijkst.
Begrijpelijkheid, V.
Begrijpen, begreep, begrepen, heeft begrepen.
Begrimmen, begrimde, heeft begrimd.
Begrinden, begrindde, heeft begrind.
Begrip, O., begrippen.
Begripsverwarring, V., -verwarringen.
Begroeien, begroeide, is begroeid.
Begroeiing, V., begroeiingen.
Begroeten, begroette, heeft begroet.
Begroeting, V., begroetingen.
Begrooten, begrootte, heeft begroot.
Begrooting, V., begrootingen.
Begrootingscijfer, O., -cijfers.
Begrootingsdebat, O., -debatten.
Begrootingsjaar, O., -jaren.
Begruizen, begruisde, heeft begruisd.
Beguichelen, beguichelde, heeft beguicheld.
Beguicheling, V., beguichelingen.
Begunstigen, begunstigde, heeft begunstigd.
Begunstiger, M., begunstigers.
Begunstiging, V., begunstigingen.
Begunstigster, V., begunstigsters.
Behaaglijk, -lijker, -lijkst.
Behaaglijkheid, V.
Behaagziek, -zieker, -ziekst.
Behaagzucht, V.
Behaard.
Behagen, behaagde, heeft behaagd.
Behalen, behaalde, heeft behaald.
Behaling, V.
Behalve.
Behameren, behamerde, heeft behamerd.
Behandelen, behandelde, heeft behandeld.
Behandeling, V., behandelingen.
Behangen, behing, heeft behangen.
Behanger, M., behangers.
Behangersknecht, M., -knechts.
Behangersrekening, V., -rekeningen.
Behangerstafel, V., -tafels.
Behangerswinkel, M., -winkels.
Behangsel, O., behangsels.
Behangselpapier, O., -papieren.
Behartigen, behartigde, heeft behartigd.
Behartigenswaardig, -waardiger, -waardigst, of meer en meest -waardig.
Behartiger, M., behartigers.
Behartiging, V.
Beheer, O.
Beheerder, M., beheerders.
Beheeren, beheerde, heeft beheerd.
Beheering, V., beheeringen.
Beheerschen, beheerschte, heeft beheerscht.
Beheerscher, M., beheerschers.
Beheerscheres, V., beheerscheressen.
Beheersching, V., beheerschingen.
Beheerster, V., beheersters.
Beheien, beheide, heeft beheid.
Beheinen, beheinde, heeft beheind.
Beheining, V., beheiningen.
Beheksen, behekste, heeft behekst.
Beheksing, V., beheksingen.
Behelpen, behielp, heeft beholpen.
Behelzen, behelsde, heeft behelsd.
Behemot, M., behemots.
Behendig, behendiger, behendigst.
Behendigheid, V.
Behept.
Behoeden, behoedde, heeft behoed.
Behoeder, M., behoeders.
Behoedmiddel, O., -middelen.
Behoedster, V., behoedsters.
Behoedzaam, -zamer, -zaamst.
Behoedzaamheid, V.
Behoef, O. (Ten behoeve van).
Behoefte, V., behoeften.
Behoeftig, behoeftiger, behoeftigst.
Behoeftigheid, V.
Behoeven, behoefde, heeft behoefd.
Behooren, behoorde, heeft behoord.
Behoorlijk, -lijker, -lijkst.
Behoorlijkheid, V.
Behoud, O.
Behouden, behield, heeft behouden.
Behoudenis, V.
Behoudens.
Behouder, M., behouders.
Behouding, V.
Behoudsman, M., -lieden.
Behoudster, V., behoudsters.
Behouwen, behieuw, heeft behouwen.
Behuisd.
Behulp, O.
Behulpzaam, -zamer, -zaamst.
Behulpzaamheid, V.
Behuwdbroeder, M., -broeders.
Behuwddochter, V., -dochters.
Behuwdmoeder, V., -moeders.
Behuwdvader, M., -vaders.
Behuwdzoon, M., -zonen en -zoons.
Behuwdzuster, V., -zusters.
Behuwelijken, behuwelijkte, heeft behuwelijkt.
Behuwen, behuwde, heeft behuwd.
Bei (Turksche titel), M., bei's.
Bei (bezie), V., beien.
Beiaard, M., beiaards.