Part 67
Vouwing, V., vouwingen.
Vouwmachine, V., -machines.
Vouwster, V., vouwsters.
Vouwstoel, M., -stoelen; -stoeltje, O., -jes.
Vouwtafel, V., -tafels; -tafeltje, O., -jes.
Vraag, V., vragen. Vraagje, O., -jes.
Vraagachtig, -achtiger, -achtigst.
Vraagal, M. en V., vraagallen.
Vraagbaak, V., -baken.
Vraagpunt, O., -punten.
Vraagspel (vragen opgeven), O., -spelen.
Vraagspel (van kaartspelers), O., -spellen.
Vraagster, V., vraagsters.
Vraagstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.
Vraagteeken, O., -teekens.
Vraagwoord, O., -woorden.
Vraat, M., vraten. Vraatje, O., -jes.
Vraatachtig, -achtiger, -achtigst.
Vraatzucht, V.
Vraatzuchtig, -zuchtiger, -zuchtigst.
Vracht, V., vrachten. Vrachtje, O. -jes.
Vrachtboot, V., -booten.
Vrachtbrief, M., -brieven.
Vrachtgeld, O.
Vrachtkar, V., -karren.
Vrachtloon, O., -loonen.
Vrachtpaard, O., -paarden.
Vrachtrijder, M., -rijders.
Vrachtschip, O., -schepen.
Vrachtschuit, V., -schuiten.
Vrachtslede, V., -sleden.
Vrachtvaarder, M., -vaarders.
Vrachtvaart, V.
Vrachtvrij.
Vrachtwagen, M., -wagens.
Vragen, vraagde, heeft gevraagd; ook vroeg.
Vragenboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.
Vragenderwijze en -wijs.
Vrager, M., vragers.
Vrank, ook Frank (bnw.).
Vratig, vratiger, vratigst.
Vratigheid, V.
Vrede, M.
Vredebond, M., -bonden.
Vredebreuk, V.
Vredehandel, M.
Vredelievend, -lievender, -lievendst.
Vredelievendheid, V.
Vrederechter, M., -rechters.
Vredesconferentie, V., -conferenties.
Vredescongres, O., -congressen.
Vredesnaam (In -).
Vredesonderhandeling, V., -onderhandelingen.
Vredespaleis, O.
Vredespijp, V.
Vredestichter, M., -stichters.
Vredestijd, M.
Vredesverdrag, O., -verdragen.
Vredesvoorslag, M., -voorslagen.
Vredesvoorwaarde, V., -voorwaarden.
Vredig, vrediger, vredigst.
Vreedzaam, -zamer, -zaamst.
Vreedzaamheid, V.
Vreemd, vreemder, vreemdst.
Vreemde (In den -).
Vreemdelijk.
Vreemdeling, M. en V., vreemdelingen; V. ook vreemdelinge.
Vreemdelingenboek, O., -boeken.
Vreemdelingenverkeer, O.
Vreemdelingschap, O.
Vreemdelingsrecht, O.
Vreemdenlegioen, O., -legioenen.
Vreemdheid, V.
Vreemdigheid, V., -heden.
Vreemdsoortig, -soortiger, -soortigst.
Vreemdsoortigheid, V.
Vrees en Vreeze, V., vreezen.
Vreesachtig, -achtiger, -achtigst.
Vreesachtigheid, V., -heden.
Vreeselijk en Vreeslijk, -lijker, -lijkst.
Vreeselijkheid, V., -heden.
Vreetster, V., vreetsters.
Vreetwolf, M., -wolven.
Vreevuur, O., -vuren.
Vreezen, vreesde, heeft gevreesd.
Vrek, vrekker, vrekst.
Vrek, M., vrekken. Vrekje, O., -jes.
Vrekachtig, -achtiger, -achtigst.
Vrekachtigheid, V.
Vrekheid, V.
Vrekkig, vrekkiger, vrekkigst.
Vrekkigheid, V.
Vreten, vrat, vraten, heeft gevreten.
Vreter, M., vreters.
Vreterij, V.
Vreugde en Vreugd, V.
Vreugdebedrijf, O., -bedrijven.
Vreugdebetoon, O.
Vreugdedag, M., -dagen.
Vreugdeloos, -loozer.
Vreugdetraan, M., -tranen.
Vreugdevol, -volle.
Vreugdevuur, O., -vuren.
Vriend, ook Vrind, M., vrienden en vrinden. Vriendje en vrindje, O., -jes.
Vriendelijk, -lijker, -lijkst.
Vriendelijkheid, V., -heden.
Vriendendienst, M., -diensten.
Vriendenfeest, O., -feesten.
Vriendengroet, M., -groeten.
Vriendenkring, M., -kringen.
Vriendenmaal, O., -malen.
Vriendhoudend, -houdender, -houdendst.
Vriendhoudendheid, V.
Vriendin, V., vriendinnen. Vriendinnetje, O., -jes.
Vriendinnenkring, M., -kringen.
Vriendlief, M.; -liefje, O.
Vriendschap, V., -schappen.
Vriendschappelijk, -lijker, -lijkst.
Vriendschappelijkheid, V.
Vriendschapsband, M., -banden.
Vriendschapsbeker, M., -bekers.
Vriendschapsbetoon, O.
Vriendschapsbetrekking, V., -betrekkingen.
Vriendschapsbetuiging, V., -betuigingen.
Vriendschapsdienst, M., -diensten.
Vriendschapsplicht, M., -plichten.
Vriendschapsverbond, O., -verbonden.
Vriespunt, O.
Vriesweder, en -weer, O.
Vriezen, vroor, heeft gevroren en gevrozen.
Vrij, vrijer, vrijst.
Vrijaf.
Vrijage, V., vrijages.
Vrijblijven, bleef vrij, bleven vrij, is vrijgebleven.
Vrijbrief, M., -brieven.
Vrijbuiten, vrijbuitte, heeft gevrijbuit.
Vrijbuiter, M., -buiters.
Vrijbuiterij, V., -buiterijen.
Vrijburg, M, -burgen.
Vrijdag, M., -dagen.
Vrijdagsch.
Vrijden en Vrijen (bevrijden), vrijdde en vrijde, heeft gevrijd.
Vrijdenker, M., vrijdenkers.
Vrijdenkerij, V.
Vrijdingen, dong vrij, heeft vrijgedongen.
Vrijdobbelen, dobbelde vrij, heeft en is vrijgedobbeld.
Vrijdom, M., vrijdommen.
Vrijelijk.
Vrijen (liefde betoonen), vrijde, heeft gevrijd; ook vree, vreeën, heeft gevreeën.
Vrijen (bevrijden). Zie Vrijden.
Vrijer, M., vrijers. Vrijertje, O., -jes.
Vrijerij, V., vrijerijen. Vrijerijtje, O., -jes.
Vrijerschap, O.
Vrijgeboren.
Vrijgeest, M., -geesten.
Vrijgeesterij, V.
Vrijgelatene, M. en V., -gelatenen.
Vrijgeleibrief, M., -brieven.
Vrijgeleide, O.
Vrijgeven, gaf vrij, gaven vrij, heeft vrijgegeven.
Vrijgevig (mild), -geviger, -gevigst.
Vrijgevigheid, V.
Vrijgezel, M., -gezellen.
Vrijhandelstelsel, O.
Vrijhaven, V., -havens.
Vrijheer, M., -heeren.
Vrijheerlijk.
Vrijheerschap, O.
Vrijheid, V., -heden.
Vrijheidlievend.
Vrijheidminnend.
Vrijheidsboom, M., -boomen.
Vrijheidsgeest, M.
Vrijheidshoed, M., -hoeden.
Vrijheidsliefde, V.
Vrijheidsmaagd, V.
Vrijheidsmin, V.
Vrijheidsmuts, V., -mutsen.
Vrijheidszin, M.
Vrijheidszucht, V.
Vrijhouden, hield vrij, heeft vrijgehouden.
Vrijhuis, O., -huizen.
Vrijjaar, O., -jaren.
Vrijkaart, V., -kaarten; -kaartje, O., -jes.
Vrijkennen, kende vrij, heeft vrijgekend.
Vrijkenning, V.
Vrijkomen, komt vrij, kwam vrij kwamen vrij, is vrijgekomen.
Vrijkoop, M.
Vrijkoopen, kocht vrij, heeft vrijgekocht.
Vrijkooping, V., -koopingen.
Vrijkorps, O., -korpsen.
Vrijlaten, liet vrij, heeft vrijgelaten.
Vrijlating, V., -latingen.
Vrijleen, O., -leenen.
Vrijloopen, liep vrij, is vrijgeloopen.
Vrijlot, O., -loten; -lootje, O., -jes.
Vrijloten, lootte vrij, heeft en is vrijgeloot.
Vrijmachtig, -machtiger, -machtigst.
Vrijmachtigheid, V.
Vrijmaken, maakte vrij, heeft vrijgemaakt.
Vrijmaker, M., -makers.
Vrijmaking, V., -makingen.
Vrijmarkt, V., -markten.
Vrijmetselaar, M., vrijmetselaars en vrijmetselaren.
Vrijmetselaarsloge, V., -loges.
Vrijmetselarij, V.
Vrijmoedig, -moediger, -moedigst.
Vrijmoedigheid, V., -heden.
Vrijmoediglijk.
Vrijplaats, V., -plaatsen.
Vrijpleiten, pleitte vrij, heeft vrijgepleit.
Vrijpostig, -postiger, -postigst.
Vrijpostigheid, V.
Vrijspraak, V., -spraken.
Vrijspreken, sprak vrij, spraken vrij heeft vrijgesproken.
Vrijspreker, M., -sprekers.
Vrijspreking, V., -sprekingen.
Vrijstaan, staat vrij, stond vrij, heeft vrijgestaan.
Vrijstaat, M., -staten.
Vrijstad, V., -steden.
Vrijstellen, stelde vrij, heeft vrijgesteld.
Vrijstelling, V., -stellingen.
Vrijster, V., vrijsters. Vrijstertje, O., -jes.
Vrijsterschap, O.
Vrijuit.
Vrijvallen, viel vrij, is vrijgevallen.
Vrijvaren, voer vrij, heeft vrijgevaren.
Vrijvechten, vocht vrij, heeft vrijgevochten.
Vrijverklaren, verklaarde vrij, heeft vrijverklaard.
Vrijverklaring, V., -verklaringen.
Vrijvrouw, V., -vrouwen.
Vrijwaarder, M., -waarders.
Vrijwaren, vrijwaarde, heeft gevrijwaard.
Vrijwaring, V., -waringen.
Vrijwillig, -williger, -willigst.
Vrijwilliger, M., -willigers.
Vrijwilligerskorps, O., -korpsen.
Vrijwilligheid, V.
Vrijzinnig, -zinniger, -zinnigst.
Vrijzinnigheid, V.
Vrind. Zie Vriend.
Vroed, vroeder, vroedst.
Vroedheid, V.
Vroedkunde, V.
Vroedkundig.
Vroedkundige, M. en V., -kundigen.
Vroedmeester, M., -meesters.
Vroedschap (vergadering), V.; (een lid daarvan), M., -schappen.
Vroedschapsvergadering, V., -vergaderingen.
Vroedvrouw, V., -vrouwen.
Vroeg, vroeger, vroegst.
Vroegbeurt, V., -beurten.
Vroegdienst, M.
Vroegkerk, V.
Vroegmis, V., -missen.
Vroegpreek, V., -preeken.
Vroegrijp.
Vroegte, V.
Vroegtijdig, -tijdiger, -tijdigst.
Vroegtijdigheid, V.
Vromelijk.
Vromigheid, V.
Vroolijk, -lijker, -lijkst.
Vroolijkheid, V., -heden.
Vroom, vromer, vroomst.
Vroomheid, V.
Vroon, O., vroonen.
Vroongoed, O., -goederen.
Vroonheer, M., -heeren.
Vroonland, O., -landen.
Vroonrecht, O., -rechten.
Vroonvisscherij, V., -visscherijen.
Vroonwater, O., -wateren.
Vrouw, V., vrouwen. Vrouwtje, O., -jes.
Vrouwachtig, -achtiger, -achtigst.
Vrouwelijk.
Vrouwelijkheid, V.
Vrouwenaard, M.
Vrouwenarbeid, M.
Vrouwenbeul, M., -beulen.
Vrouwenbeweging, V.
Vrouwendag, M.
Vrouwendeugd, V.
Vrouwendienst, M.
Vrouwengek, M., -gekken.
Vrouwengestalte, V., -gestalten.
Vrouwenhaar, O.
Vrouwenhand, V., -handen.
Vrouwenhater, M., -haters.
Vrouwenhemd, O., -hemden.
Vrouwenhoed, M., -hoeden.
Vrouwenkiesrecht, O.
Vrouwenkleed, O., -kleederen.
Vrouwenkleeding, V.
Vrouwenklooster, O., -kloosters.
Vrouwenkracht, V.
Vrouwenliefde, V.
Vrouwenlist, V., -listen.
Vrouwenmelk, V.
Vrouwennaam, M., -namen.
Vrouwenregeering, V.
Vrouwenrok, M., -rokken.
Vrouwenroof, M.
Vrouwenschender, M., -schenders.
Vrouwenschennis, V.
Vrouwenschoen, M., -schoenen.
Vrouwenstem, V., -stemmen.
Vrouwenvertrek, O., -vertrekken.
Vrouwenwerk, O.
Vrouwenziekte, V., -ziekten.
Vrouwlief.
Vrouwmensch, O., -lieden en -lui.
Vrouwspersoon, O., -personen.
Vrouwtjelief, O.
Vrouwtjesappel, M., -appels.
Vrucht, V., vruchten. Vruchtje, O., -jes.
Vruchtbaar, -baarder, -baarst.
Vruchtbaarheid, V.
Vruchtbeginsel, O., -beginsels.
Vruchtboom, M., -boomen.
Vruchtdragend.
Vruchteloos, -loozer.
Vruchteloosheid, V.
Vruchtenmesje, O., -mesjes.
Vruchtenschaal, V., -schalen.
Vruchtenwijn, M.
Vruchtgebruik, O.
Vruchtgebruiker, M., -gebruikers.
Vuig, vuiger, vuigst.
Vuigheid, V.
Vuil, vuiler, vuilst.
Vuil, O.
Vuilaardig, -aardiger, -aardigst.
Vuilaardigheid, V., -heden.
Vuilbek, M. en V., -bekken.
Vuilbekken, vuilbekte, heeft gevuilbekt.
Vuilbekkerij, V.
Vuilegoedskist, V., -kisten.
Vuilegoedsmand, V., -manden.
Vuilheid, V., -heden.
Vuiligheid, V., -heden.
Vuilik, M., vuiliken. Vuilikje, O., -jes.
Vuilmaken, maakte vuil, heeft vuilgemaakt.
Vuilnis, V. (Verg. Vullis).
Vuilnisbak, M., -bakken.
Vuilnishoop, M., -hoopen.
Vuilniskar, V., -karren.
Vuilnisman, M., -mannen.
Vuilte, V.
Vuilverbranding, V.
Vuist, V., vuisten. Vuistje, O., -jes.
Vuistgevecht, O., -gevechten.
Vuistrecht, O.
Vuistslag, M., -slagen.
Vuistvechter, M., -vechters.
Vulgair.
Vulgariteit, V.
Vulgata, V.
Vulgus, O.
Vulhaar, O.
Vulhaard, M., -haarden.
Vulhout, O., -houten.
Vulkaan, M., vulkanen.
Vulkachel, V., -kachels.
Vulkanisch.
Vullen, vulde, heeft gevuld.
Vulling (het vullen), V.
Vulling (scheepsw.), V., vullings.
Vullingsgat, O., -gaten.
Vullingsplank, V., -planken.
Vullingsstuk, O., -stukken.
Vullis, O. (Verg. Vuilnis).
Vullisblik, O., -blikken.
Vullisvat, O., -vaten; -vaatje, O., -jes.
Vulpen, V., -pennen. Zie Vulpenhouder.
Vulpenhouder, M., -houders. Ook Vulpen.
Vulpomp, V., -pompen.
Vulsel, O., vulsels.
Vuns, vunzer.
Vunsheid, V.
Vunzig, vunziger, vunzigst.
Vunzigheid, V.
Vuren, vuurde, heeft gevuurd.
Vuren (bnw.).
Vurenhout, O.
Vurenhouten (bnw.).
Vurig, vuriger, vurigst.
Vurigheid, V., -heden.
Vuriglijk.
Vuring, V., vuringen.
Vuur, O., vuren. Vuurtje, O., -jes.
Vuuraanbidder, M., -aanbidders.
Vuurbaak, V., -baken.
Vuurdood, M.
Vuurdoop, M.
Vuurgevecht, O.
Vuurgloed, M.
Vuurhaard, M., -haarden.
Vuurhoudend.
Vuurkast, V., -kasten.
Vuurlak, O.
Vuurlander, M., -landers.
Vuurlijn, V.
Vuurmaker, M., -makers.
Vuurmand, V., -manden.
Vuurmond, M., -monden.
Vuurpijl, M., -pijlen.
Vuurpijlaffuit, V., -affuiten.
Vuurpijltoestel, M. en O., -toestellen.
Vuurplaat, V., -platen.
Vuurpoel, M.
Vuurproef, V., -proeven.
Vuurroer, O., -roers en -roeren.
Vuurrood, -roode.
Vuurscherm, O., -schermen.
Vuurschip, O., -schepen.
Vuurslag, O., -slagen.
Vuurspuwend.
Vuurstroom, M., -stroomen.
Vuurtest, V., -testen.
Vuurtoren, M., -torens.
Vuurvast.
Vuurvreter, M., -vreters.
Vuurwapen, O., -wapenen.
Vuurwerk, O., -werken.
Vuurwerker, M., -werkers.
Vuurwerkerij, V.
Vuurwerkmaker, M., -makers.
Vuurzee, V.
W
W., V., w's.
Waadbaar, -baarder, -baarst.
Waag (het wagen, waagstuk), M. (Een heele -).
Waag (weegtoestel), V., wagen.
Waaghals, M. en V., -halzen; -halsje, O., -jes.
Waaghalzerij, V., -halzerijen.
Waagmeester, M., -meesters.
Waagschaal, V.
Waagspel, O., -spelen.
Waagstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.
Waaien, waaide, heeft gewaaid; ook woei, woeien.
Waaier, M., waaiers. Waaiertje, O., -jes.
Waaierpalm, M., -palmen.
Waaiersluis, V., -sluizen.
Waaiervormig.
Waak, V., waken.
Waakhond, M., -honden.
Waakloon, O., -loonen.
Waaksch, waakscher, meest waaksch.
Waakster, V., waaksters.
Waakzaam, -zamer, -zaamst.
Waakzaamheid, V.
Waal (Luikerwaal), M., Walen.
Waal (rivier), V.
Waal (scheepsw.), V., walen.
Waalsch.
Waalsch, O.
Waalsteen (stofnaam), M.
Waalwortel, V.
Waan, M.
Waanwijs, -wijzer.
Waanwijsheid, V.
Waanzin, M.
Waanzinnig, -zinniger, -zinnigst.
Waar, V., waren.
Waar, ware.
Waar (bijw.).
Waaraan.
Waarachter.
Waarachtig, -achtiger, -achtigst.
Waarachtigheid, V.
Waarbij.
Waarborg, M., -borgen.
Waarborgen, waarborgde, heeft gewaarborgd.
Waarborgfonds, O., -fondsen.
Waarborging, V., -borgingen.
Waarborgkapitaal, O., -kapitalen.
Waarborgsom, V., -sommen.
Waarboven.
Waard, ook Woord en Woerd (mannetjeseend), M., waarden (woorden, woerden). Waardje (woordje, woerdje), O., -jes.
Waard (kastelein), M., waarden.
Waard (ingedijkt land), V., waarden.
Waard, waarder, waardst.
Waarde, V., waarden.
Waardebepaling, V., -bepalingen.
Waardeerbaar, -bare.
Waardeerder, M., waardeerders.
Waardeeren, waardeerde, heeft gewaardeerd.
Waardeering, V., waardeeringen.
Waardeerster, V., waardeersters.
Waardeleer, V.
Waardeloos.
Waardeloosheid, V.
Waardevermindering, V.
Waardgelder, M., -gelders.
Waardig, waardiger, waardigst.
Waardigheid, V., -heden.
Waardiglijk.
Waardij, V.
Waardijn, M., waardijnen en waardijns.
Waardin, V., waardinnen. Waardinnetje, O., -jes.
Waardoor.
Waardschap, O., -schappen.
Waargeest, M., -geesten.
Waargoed, O.
Waarheen.
Waarheid, V., -heden.
Waarheidlievend.
Waarheidsliefde, V.
Waarheidszin, M.
Waarheidszucht, V.
Waarin.
Waarlangs.
Waarlijk.
Waarloos, -looze.
Waarmaken, maakte waar, heeft waargemaakt.
Waarmaking, V., -makingen.
Waarmede.
Waarmerk, O., -merken.
Waarmerken, waarmerkte, heeft gewaarmerkt.
Waarmerking, V.
Waarna.
Waarnaar.
Waarnaast.
Waarneembaar, -bare.
Waarneembaarheid, V.
Waarnemen, nam waar, namen waar, heeft waargenomen.
Waarnemer, M., -nemers.
Waarneming, V., -nemingen.
Waarnemingsvermogen, O.
Waarnevens.
Waarom.
Waaromheen.
Waaromstreeks.
Waaromtrent.
Waaronder.
Waarop.
Waarover.
Waarschap, M., -schappen.
Waarschijnlijk, -lijker, -lijkst.
Waarschijnlijkheid, V., -heden.
Waarschijnlijkheidsrekening, V.
Waarschuwen, waarschuwde, heeft gewaarschuwd.
Waarschuwer, M., -schuwers.
Waarschuwing, V., -schuwingen.
Waarschuwingsbord, O., -borden.
Waarteeken, O., -teekens.
Waarteekenen, waarteekende, heeft gewaarteekend.
Waartegen.
Waartegenover.
Waartoe.
Waaruit.
Waarvan.
Waarvoor.
Waarzeggen, zeide waar, heeft waargezegd en waargezeid.
Waarzegger, M., -zeggers.
Waarzeggerij, V., -zeggerijen.
Waarzegging, V., -zeggingen.
Waarzegster, V., -zegsters.
Waarzeil, O., -zeilen.
Waarzonder.
Waas, O. Waasje, O.
Wacht (een wachter), M., wachten.
Wacht (het wachthouden en de gezamenlijke wachters), V., wachten.
Wachtel, M., wachtels. Wachteltje, O., -jes.
Wachten, wachtte, heeft gewacht.
Wachter, M., wachters.
Wachtgeld, O., -gelden.
Wachthond, M., -honden.
Wachtkamer, V., -kamers.
Wachtmeester, M., -meesters.
Wachtplaats, V., -plaatsen.
Wachtpost, M., -posten.
Wachtsch, wachtscher, meest wachtsch.
Wachtschip, O., -schepen.
Wachttoren, M., -torens.
Wachtvuur, O., -vuren.
Wachtwoord, O., -woorden.
Wad, O., wadden.
Wade, V., waden.
Waden (door het water gaan), waadde, heeft en is gewaad.
Waden (lijkgewaad aandoen), waadde, heeft gewaad.
Wafel, V., wafels en wafelen. Wafeltje, O., -jes.
Wafelbakker, M., -bakkers.
Wafelijzer, O., -ijzers.
Wafelkraam, V., -kramen.
Wafelmeisje, O., -meisjes.
Wafelvormig.
Wagen, M., wagens. Wagentje, O., -jes.
Wagen, waagde, heeft gewaagd.
Wagenaar, M., wagenaars.
Wagenas, V., -assen.
Wagenhuis, O., -huizen.
Wagenhuur, V.
Wagenmaker, M., -makers.
Wagenmeester, M., -meesters.
Wagenmenner, M., -menners.
Wagenschot, O.
Wagenschotten (bnw.).
Wagensmeer, O.
Wagenspoor, O., -sporen.
Wagenvracht, V., -vrachten.
Wagenweg, M., -wegen.
Wagenwijd.
Wagenziek.
Waggelbeenen, waggelbeende, heeft gewaggelbeend.
Waggelen, waggelde, heeft en is gewaggeld.
Wagon, M., wagons.
Wagonlading, V., -ladingen.
Wak, O., wakken.
Wak, wakker, wakst.
Waken, waakte, heeft gewaakt.
Waker, M., wakers.
Wakersloon, O., -loonen.
Wakheid, V.
Wakker, wakkerder, wakkerst.
Wakkeren, wakkerde, is gewakkerd.
Wakkerheid, V.
Wal, M., wallen. Walletje, O., -jes.
Waldhoorn en Waldhoren, M., -hoorns en -horens.
Waldhoornist, M., -hoornisten.
Walen, waalde, heeft gewaald.
Walendistel, V., -distels.
Walengang, V.
Walg, V.
Walgang, V.
Walgen, walgde, heeft gewalgd.
Walging, V., walgingen.
Walglijk, -lijker, -lijkst.
Walglijkheid, V., -heden.
Walhalla, O.
Waling, V., walingen.
Walkant, M., -kanten.
Walken, walkte, heeft gewalkt.
Walker, M., walkers.
Walkhamer, M., -hamers.
Walking, V.
Walkmolen, M., -molens.
Walkplaats, V., -plaatsen.
Walkstok, M., -stokken.
Walm, M., walmen. Walmpje, O., -jes.
Walmen, walmde, heeft gewalmd.
Walmgat, O., -gaten.
Walmte, V.
Walnoot (boom), M.; (vrucht). V., -noten.
Walnotenboom, M., -boomen.
Walpoort, V., -poorten.
Walros en Walrus, M., -rossen en -russen.
Walrossenvangst, V.
Wals, V., walsen. Walsje, O., -jes.
Walschot, O.
Walsen, walste, heeft gewalst.
Walser, M., walsers.
Walseres, V., walseressen.
Walstempo, O.
Walstroo, O.
Walvisch, M., -visschen.
Walvischbaard, M., -baarden.
Walvischvaarder, M., -vaarders.
Walvischvangst, V.
Wam, V., wammen. Wammetje, O., -jes.
Wambuis, O., wambuizen. Wambuisje, O., -jes.
Wamen, waamde, heeft gewaamd.
Wammen, wamde, heeft gewamd.
Wammes, O.
Wan (wanmand), V., wannen.
Wan (scheepsw.), O., wannen.
Wanbedrijf, O., wanbedrijven.
Wanbegrip, O., wanbegrippen.
Wanbeheer, O.
Wanbeleid, O.
Wanbesef, O.
Wanbesluit, O., wanbesluiten.
Wanbestuur, O.
Wanbetaler, M., wanbetalers.
Wanbetaling, V., wanbetalingen.
Wanbof, M.
Wanboffen, wanbofte, heeft gewanboft.
Wanboffer, M., -boffers.
Wand, M., wanden.
Wandaad, V., wandaden.
Wandalmanak, M., -almanakken.
Wandel, M.
Wandelaar, M., wandelaars en wandelaren.
Wandelaarster, V., wandelaarsters.
Wandelbrug, V., -bruggen.
Wandeldek, O., -dekken.
Wandeldreef, V., -dreven.
Wandelen, wandelde, heeft en is gewandeld.
Wandelhoofd, O., -hoofden.
Wandeling, V., wandelingen. Wandelingetje, O., -jes.
Wandelkaart, V., -kaarten.
Wandelkostuum, O., -kostumen.
Wandelpad, O., -paden; -paadje, O., -jes.
Wandelplaats, V., -plaatsen.
Wandelrit, M., -ritten; -ritje, O., -jes.
Wandelstaf, M., -staven.
Wandelstok, M., -stokken; -stokje, O., -jes.
Wandeltoilet, O., -toiletten.
Wandelweder en Wandelweer, O.
Wandelweg, M., -wegen; -wegje, O., -jes.
Wandgedierte, O.
Wandkalender, M., -kalenders.
Wandklok, V., -klokken.
Wandluis, V., -luizen.
Wandplaat, V., -platen.
Wandversiering, V., -versieringen.
Wanen, waande, heeft gewaand.
Wang, V., wangen. Wangetje, O., -jes.
Wangedrag, O., wangedragingen, V.
Wangedrocht, O., wangedrochten.
Wangeloof, O.
Wangeluid, O., wangeluiden.
Wangen, wangde, heeft gewangd.
Wangunst, V.
Wangunstig, wangunstiger, wangunstigst.
Wanhoop, V.
Wanhoopskreet, M., -kreten.
Wanhopen, wanhoopte, heeft gewanhoopt.
Wanhopend, wanhopender, wanhopendst.
Wanhopig, wanhopiger, wanhopigst.
Wanhout, O.
Wankant, M., wankanten.
Wankantig.
Wankel, wankeler, wankelst.
Wankelbaar, -baarder, -baarst.
Wankelbaarheid, V.
Wankelen, wankelde, heeft gewankeld.
Wankelheid, V.
Wankeling, V., wankelingen.
Wankelmoedig, -moediger, -moedigst.
Wankelmoedigheid, V.
Wanklank, M., wanklanken. Wanklankje, O., -jes.
Wanklinkend, wanklinkender, wanklinkendst.
Wankoers, M., wankoersen.
Wanluidend, wanluidender, wanluidendst.
Wanluidendheid, V.
Wanlust, M., wanlusten.
Wanlustig, wanlustiger, wanlustigst.
Wanmolen, M., -molens.
Wanneer.
Wannen, wande, heeft gewand.
Wanner, M., wanners.
Wanorde, V.
Wanordelijk, -lijker, -lijkst.
Wanschapen, wanschapener, wanschapenst.
Wanschapenheid, V.
Wanschepsel, O., wanschepsels.
Wansmaak, M., wansmaken. Wansmaakje, O., -jes.
Wansmakelijk, -lijker, -lijkst.
Wanspelling, V., wanspellingen.
Wanspraak, V.
Wanstaltig, wanstaltiger, wanstaltigst.
Wanstaltigheid, V.
Want (handschoen), V., wanten.
Wantje, O., -jes.
Want (visch- en scheepstuig), O.
Want (voegw.).
Wantaal, V.
Wanten (ww).
Wantij, O., wantijen.
Wantrouwen, O.
Wantrouwen, wantrouwde, heeft gewantrouwd.
Wantrouwig, wantrouwiger, wantrouwigst.
Wantrouwigheid, V.
Wantstrop, M., -stroppen.
Wanttalie, V., -talies.
Wanvangst, V.
Wanverhouding, V., -verhoudingen.
Wanvoeglijk, -lijker, -lijkst.
Wanvoeglijkheid, V., -heden.
Wanzijde, V., wanzijden.
Wapen (strijdtuig), O., wapenen en wapens.
Wapen (familieteeken), O., wapens.
Wapenboek, O., -boeken.
Wapenbord, O., -borden.
Wapenbroeder, M., -broeders.
Wapenen, wapende, heeft gewapend.
Wapenfabriek, V., -fabrieken.
Wapenfeit, O., -feiten.
Wapengekletter, O.
Wapenhandel, M.
Wapening, V., wapeningen.
Wapenkamer, V., -kamers.
Wapenkoning, M., -koningen.
Wapenkreet, M., -kreten.
Wapenkunde, V.
Wapenkundige, M., -kundigen.
Wapenmagazijn, O., -magazijnen.
Wapenoefening, V., -oefeningen.
Wapenplaats, V., -plaatsen.
Wapenpracht, V.
Wapenrok, M., -rokken.
Wapenrusting, V., -rustingen.
Wapenschild, O., -schilden.
Wapenschilder, M., -schilders.
Wapenschorsing, V., -schorsingen.
Wapenschouwing, V., -schouwingen.
Wapenstilstand, M.
Wapenstok, M., -stokken.
Wapentuig, O.
Wapper, M., wappers.
Wapperen, wapperde, heeft gewapperd.
War, V. (In de -).
Warande, V., waranden.
Warboel, M.
Warempel.
Waren, waarde, heeft gewaard.
Warenkennis, V.
Wargaren, O., -garens.
Wargeest, M., -geesten.
Warhoofd, M., en V., -hoofden.
Warhoop, M., -hoopen.
Waring, V., waringen.
Warklomp, M., -klompen.
Warkop, M., -koppen.
Warkruid, O.
Warm, warmer, warmst.
Warmbloedig.
Warmen, warmde, heeft gewarmd.
Warming, V.
Warmoes, O.
Warmoezenier, M., warmoezeniers en warmoezenieren.
Warmoezenierster, V., warmoezeniersters.
Warmoezier, M., warmoeziers en warmoezieren.
Warmpjes.
Warmte, V.
Warmtegeleider, M., -geleiders.
Warmtegraad, M., -graden.
Warmwaterbuis, V., -buizen.
Warmwaterkraan, V., -kranen.
Warnest, O., -nesten.
Warnet, O., -netten.
Warrel, M.
Warrelen, warrelde, heeft gewarreld.
Warreling, V., warrelingen.
Warrelklomp, M., -klompen.
Warrelwind, M., -winden.
Warren, warde, heeft geward.
Wars.
Warstruik, M., -struiken.
Wartaal, V.
Wartel, M., wartels.
Wartelblok, O., -blokken.
Wartelhaak, M., -haken.
Warziek, -zieker, -ziekst.
Was (groei), M.
Was (van bijen), O.
Wasachtig.
Wasbal, M., -ballen.
Wasch, V., wasschen. Waschje, O., -jes.
Waschbank, V., -banken.
Waschbeer, M., -beren.
Waschbekken, O., -bekkens.
Waschdag, M., -dagen.
Waschgeld, O.
Waschgoed, O.
Waschhok, O., -hokken.
Waschhuis, O., -huizen.
Waschinrichting, V., -inrichtingen.
Waschketel, M., -ketels.
Waschkom, V., -kommen.
Waschkuip, V., -kuipen.
Waschlijst, V., -lijsten.
Waschloon, O., -loonen.
Waschmachine, V., -machines.
Waschmand, V., -manden.
Waschster, V., waschsters.
Waschtafel, V., -tafels; -tafeltje, O., -jes.
Waschtobbe, V., -tobben.
Waschvat, O., -vaten.
Waschvrouw, V., -vrouwen.
Waschwater, O.
Waschzak, M., -zakken.
Wasdoek, O.
Wasdom, M.
Wasem, M., wasems.
Wasemen, wasemde, heeft gewasemd.
Waseming, V.
Wasgeel, -gele.
Waskaars, V., -kaarsen.
Waskleurig.
Waslicht, O., -lichten.
Wasschen, wiesch, wieschen, heeft gewasschen; ook waschte.