Part 61
Uitvragen, vraagde uit, heeft uitgevraagd; ook vroeg uit.
Uitvrager, M., -vragers.
Uitvraging, V., -vragingen.
Uitvreten, vrat uit, vraten uit, heeft uitgevreten.
Uitvreting, V.
Uitvriezen, vroor uit, vroren uit, heeft en is uitgevroren.
Uitwaaien, waaide uit, heeft en is uitgewaaid; ook woei uit, woeien uit.
Uitwaarts.
Uitwaken, waakte uit, heeft en is uitgewaakt.
Uitwandelen, wandelde uit, heeft en is uitgewandeld.
Uitwannen, wande uit, heeft uitgewand.
Uitwas, O., -wassen. Uitwasje, O., -jes.
Uitwasemen, wasemde uit, heeft uitgewasemd.
Uitwaseming, V., -wasemingen.
Uitwasschen, wiesch uit, wieschen uit, heeft uitgewasschen.
Uitwassching, V., -wasschingen.
Uitwassen, wies uit, wiesen uit, is uitgewassen.
Uitwateren, waterde uit, heeft en is uitgewaterd.
Uitwatering, V., -wateringen.
Uitwateringskanaal, O., -kanalen.
Uitwateringssluis, V., -sluizen.
Uitweeken, weekte uit, heeft en is uitgeweekt.
Uitweeking, V., -weekingen.
Uitweenen, weende uit, heeft uitgeweend.
Uitweg, M., -wegen. Uitwegje, O., -jes.
Uitwegen, woog uit, wogen uit, heeft uitgewogen.
Uitweiden, weidde uit, heeft uitgeweid.
Uitweiding, V., -weidingen.
Uitwendig.
Uitwendigheid, V., -heden.
Uitwerken, werkte uit, heeft uitgewerkt.
Uitwerker, M., -werkers.
Uitwerking, V., -werkingen.
Uitwerksel, O., -werksels en -werkselen.
Uitwerpen, wierp uit, heeft uitgeworpen.
Uitwerping, V.
Uitwerpsel, O., -werpsels en -werpselen.
Uitwieden, wiedde uit, heeft uitgewied.
Uitwijkeling, M. en V., -wijkelingen. V. ook -wijkelinge.
Uitwijken, week uit, weken uit, is uitgeweken.
Uitwijking, V.
Uitwijzen, wees uit, wezen uit, heeft uitgewezen.
Uitwijzing, V.
Uitwinden, wond uit, heeft uitgewonden.
Uitwinnen, won uit, wonnen uit, heeft uitgewonnen.
Uitwinning, V., -winningen.
Uitwippen, wipte uit, heeft en is uitgewipt.
Uitwisschen, wischte uit, heeft uitgewischt.
Uitwissching, V.
Uitwisselen, wisselde uit, heeft uitgewisseld.
Uitwisseling, V., -wisselingen.
Uitwoeden, woedde uit, heeft uitgewoed.
Uitwoekeren, woekerde uit, heeft uitgewoekerd.
Uitwonen, woonde uit, heeft uitgewoond.
Uitwrijven, wreef uit, wreven uit, heeft uitgewreven.
Uitwringen, wrong uit, heeft uitgewrongen.
Uitzaaien, zaaide uit, heeft uitgezaaid.
Uitzaaiing, V.
Uitzagen, zaagde uit, heeft uitgezaagd.
Uitzakken, zakte uit, is uitgezakt.
Uitzakking, V., -zakkingen.
Uitzeemen, zeemde uit, heeft uitgezeemd.
Uitzeilen, zeilde uit, heeft en is uitgezeild.
Uitzeiling, V.
Uitzenden, zond uit, heeft uitgezonden.
Uitzending, V., -zendingen.
Uitzet, O., -zetten. Uitzetje, O., -jes.
Uitzetijzer, O., -ijzers.
Uitzetten, zette uit, heeft en is uitgezet.
Uitzetting, V., -zettingen.
Uitzettingscoëfficiënt, M., -coëfficiënten.
Uitzettingsdecreet, O., -decreten.
Uitzicht, O., -zichten.
Uitzieden, zood uit, zoden uit, heeft uitgezoden.
Uitzieken, ziekte uit, heeft en is uitgeziekt.
Uitzien, zag uit, zagen uit, heeft uitgezien.
Uitziften, ziftte uit, heeft uitgezift.
Uitzifter, M., -zifters.
Uitzifting, V.
Uitzijgen, zeeg uit, zegen uit, heeft en is uitgezogen.
Uitzingen, zong uit, heeft uitgezongen.
Uitzinnig, -zinniger, -zinnigst.
Uitzinnigheid, V.
Uitzitten, zat uit, zaten uit, heeft uitgezeten.
Uitzoeken, zocht uit, heeft uitgezocht.
Uitzoeking, V., -zoekingen.
Uitzonderen, zonderde uit, heeft uitgezonderd.
Uitzondering, V., -zonderingen.
Uitzuigen, zoog uit, zogen uit, heeft uitgezogen.
Uitzuiger, M., -zuigers.
Uitzuiging, V.
Uitzuigster, V., -zuigsters.
Uitzuinigen, zuinigde uit, heeft uitgezuinigd.
Uitzuiniging, V., -zuinigingen.
Uitzuipen, zoop uit, zopen uit, heeft uitgezopen.
Uitzuren, zuurde uit, heeft en is uitgezuurd.
Uitzwavelen, zwavelde uit, heeft uitgezwaveld.
Uitzweepen, zweepte uit, heeft uitgezweept.
Uitzweeten, zweette uit, heeft uitgezweet.
Uitzwemmen, zwom uit, zwommen uit, is en heeft uitgezwommen.
Uitzweren, zwoor uit, zworen uit, heeft en is uitgezworen.
Ulaan, M., ulanen.
Ulevel, V., ulevellen. Ulevelletje, O., -jes.
Ulevellepapiertje, O., -jes.
Ulster, M., ulsters.
Ultimatum, O., ultimatums.
Ultra, M., ultra's.
Ultramarijn, O.
Ultramontaan, M., ultramontanen.
Ultramontaansch.
Unaniem, unanieme.
Unanimiteit, V.
Unie, V., unies.
Uniek, unieke.
Uniform, V., uniformen.
Uniformiteit, V.
Uniformpet, V.
Universeel, universeele.
Universitair.
Universiteit, V., universiteiten.
Universiteitsbibliotheek, V., -bibliotheken.
Universiteitsfonds, O., -fondsen.
Universiteitsgebouw, O., -gebouwen.
Unjer (plant), V.
Unster, V., unsters. Unstertje, O., -jes.
Ure. Zie Uur.
Urgent, urgenter, urgentst.
Urgentie, V.
Urine, V.
Urineeren, urineerde, heeft geurineerd.
Urinoir, O., urinoirs.
Urmen, urmde, heeft geürmd.
Urne en Urn, V., urnen.
Usantie en Usance, V., usantiën, usanties en usances.
Uso, O.
Usurpatie, V., usurpatiën en usurpaties.
Usurpeeren, usurpeerde, heeft geüsurpeerd.
Utiliseeren, utiliseerde, heeft geütiliseerd.
Utiliteitsbeginsel, O.
Utopie, V., utopieën.
Utopist, M., utopisten.
Uur, O., en Ure, V., uren. Uurtje, O., -jes.
Uuraanwijzer, M., -aanwijzers.
Uurbord, O., -borden.
Uurglas, O., -glazen.
Uurwerk, O., -werken.
Uurwerkmaker, M., -makers.
Uurwijzer, M., -wijzers.
Uw.
Uwent (Te -).
Uwenthalve.
Uwentwege.
Uwentwil (Om -).
V
V, V., v's.
Vaag, V.
Vaag, vager, vaagst.
Vaagheid, V.
Vaak, M.
Vaak, vaker, vaakst.
Vaal, valer, vaalst.
Vaalbont.
Vaalbruin.
Vaalgeel, -gele.
Vaalgroen.
Vaalheid, V.
Vaalt, V., vaalten.
Vaam (vadem, als houtmaat), M., vamen.
Vaamhout, O.
Vaan, V., vanen. Vaantje, O., -jes.
Vaandel, O., vaandels en vaandelen.
Vaandeldrager, M., -dragers.
Vaandrig, M., vaandrigs.
Vaandrigplaats, V., -plaatsen.
Vaanstaart, M., -staarten.
Vaaraal, M., -alen.
Vaarbaar, -bare.
Vaardig, vaardiger, vaardigst.
Vaardigheid, V.
Vaargeul, V., -geulen.
Vaarkoe, V., -koeien; -koetje, O., -jes.
Vaarploeg, V., -ploegen.
Vaars, V., vaarzen. Vaarsje, O., -jes.
Vaarschroef, V., -schroeven.
Vaart, V., vaarten. Vaartje, O., -jes.
Vaartuig, O., -tuigen; -tuigje, O., -jes.
Vaarwater, O., -waters en -wateren.
Vaarwel, tusschenw. Als znw., O.
Vaarwelzeggen, zeide vaarwel, heeft vaarwelgezegd en -gezeid.
Vaas, V., vazen. Vaasje, O., -jes.
Vaat (de vaten, het vaatwerk), mv., O.
Vaatbundel, M., -bundels.
Vaatdoek, M., -doeken; -doekje, O., -jes.
Vaatgeld, O.
Vaatgestel, O., -gestellen.
Vaathout, O.
Vaatje. Zie Vat.
Vaatkwast en Vatenkwast, M., -kwasten.
Vaatsch.
Vaatschheid, V.
Vaatwater, O.
Vaatwerk, O.
Vacant.
Vacantie, V., vacantiën en vacanties.
Vacantiedag, M., -dagen.
Vacantiekamer, V., -kamers.
Vacantiekolonie, V., -koloniën -kolonies.
Vacantietijd, M.
Vacantiewerk, O.
Vacatie, V., vacatiën en vacaties.
Vacatiegelden (mv.), O.
Vacatuur en Vacature, V., vacaturen en vacatures.
Vaccinatie, V.
Vaccinatiebewijs, O., -bewijzen.
Vaccine, V.
Vaccineeren, vaccineerde, heeft gevaccineerd.
Vaceeren, vaceerde, heeft gevaceerd.
Vacht, V., vachten. Vachtje, O., -jes.
Vadem, M., vademen. (Verg. Vaam).
Vademecum, O., vademecums.
Vademen, vademde, heeft gevademd.
Vader, M., vaders en vaderen. Vadertje, O., -jes.
Vaderachtig.
Vaderhuis, O.
Vaderland, O.
Vaderlander, M., -landers.
Vaderlandlievend.
Vaderlandsch.
Vaderlandschgezind.
Vaderlandsliefde, V.
Vaderlief (lieve vader).
Vaderlief (slaapmuts), M., -liefs; -liefje, O., -jes.
Vaderlijk, -lijker, -lijkst.
Vaderlijkheid, V.
Vaderloos, -looze.
Vadermoord, M.
Vadermoorder, M., -moorders.
Vaderschap, O.
Vaderstad, V.
Vadervreugde, V.
Vadsig, vadsiger, vadsigst.
Vadsigheid, V.
Vagebond, M., vagebonden.
Vagevuur, O.
Vak, O., vakken. Vakje, O., -jes.
Vakerig, vakeriger, vakerigst.
Vakgenoot, M. en V., -genooten.
Vakleerling, M. en V., -leerlingen.
Vakschool, V., -scholen.
Vakstudie, V.
Vaktijdschrift, O., -tijdschriften.
Vakvereeniging, V., -vereenigingen.
Val (het vallen), M., vallen. Valletje, O., -jes.
Val (vangknip), V., vallen. Valletje, O., -jes.
Val (talie, lijn), O., vallen.
Valabel.
Valbijl, V., -bijlen.
Valblok, O., -blokken en -bloks.
Valbrug, V., -bruggen.
Valdeur, V., -deuren.
Valeriaan, V. en O.
Valeriaanzuur, O.
Valgordijn, O., -gordijnen.
Valhoed, M., -hoeden; -hoedje, O., -jes.
Valideeren, valideerde, heeft gevalideerd.
Validiteit, V.
Valies, O., valiezen. Valiesje, O., -jes.
Valk, M., valken. Valkje, O., -jes.
Valkenei, O., -eieren.
Valkenier, M., valkenieren en valkeniers.
Valkeniershandschoen, M., -handschoenen.
Valkenierstasch, V., -tasschen.
Valkenjacht, V., -jachten.
Valkenoog, O., -oogen.
Valkenvlucht, V.
Valkerij, V.
Valkeveer, V., -veeren.
Valkruid, O.
Vallei, V., valleien. Valleitje, O., -jes.
Vallen, viel, is gevallen.
Vallicht, O., -lichten.
Valling, V.
Valluik, O., -luiken; -luikje, O., -jes.
Valmuur, M., -muren.
Valnet, O., -netten.
Valpoort, V., -poorten.
Valreep, M., -reepen.
Valreepsbord, O., -borden.
Valreepsgast, M., -gasten.
Valreepsklamp, M., -klampen.
Valreepsknoop, M., -knoopen.
Valreepstrap, V.
Valsch, valscher, meest valsch.
Valschaard, M., valschaards.
Valschelijk.
Valscherm, O., -schermen.
Valschheid, V., -heden.
Valschut, O., -schutten.
Valstrik, M., -strikken; -strikje, O., -jes.
Valwind, M., -winden.
Vampier, M., vampiers.
Van.
Van (geslachtsnaam), M., vannen.
Vandaag.
Vandaal, M., Vandalen.
Vandaan.
Vandaar.
Vandalisme, O.
Vandehandsch en Vanderhandsch (bnw.).
Vaneen.
Vaneenbarsten, barstte vaneen, is vaneengebarsten; ook borst vaneen, is vaneengeborsten.
Vaneenbersten. Zie Vaneenbarsten.
Vaneenrijten, reet vaneen, reten vaneen, heeft vaneengereten.
Vaneenrukken, rukte vaneen, heeft vaneengerukt.
Vaneenscheiden, scheidde vaneen, heeft en is vaneengescheiden.
Vaneenscheuren, scheurde vaneen, heeft en is vaneengescheurd.
Vaneensplijten, spleet vaneen, spleten vaneen, heeft en is vaneengespleten.
Vaneenspringen, sprong vaneen, is vaneengesprongen.
Vang, V., vangen.
Vangarm, M., -armen.
Vangbal, M., -ballen; -balletje, O., -jes.
Vangband, M., -banden.
Vangboom, M., -boomen.
Vangbord, O., -borden.
Vangdam, M., -dammen.
Vangdraad, M., -draden.
Vangen, ving, heeft gevangen.
Vanger, M., vangers. Vangertje, O., -jes.
Vanghaak, M., -haken.
Vangijzer, O., -ijzers.
Vanglijn, V., -lijnen.
Vangrad, O., -raderen.
Vangst, V., vangsten. Vangstje, O., -jes.
Vangster, V., vangsters.
Vangstok, M., -stokken.
Vangtouw, O., -touwen.
Vangwater, O.
Vangwiel, O., -wielen.
Vanhier.
Vanielje, V. Ook Vanille.
Vanieljeboom, M., -boomen.
Vanielje-ijs, O.
Vanieljelikeur, V.
Vanieljestokje, O., -jes.
Vannieuws.
Vanouds.
Vanwaar.
Vanwege.
Vanzelf en Vanzelve.
Var, M., varren.
Varen, V., varens.
Varen, voer, heeft en is gevaren.
Varenbed, O., -bedden; -bedje, O., -jes.
Varenkussen, O., -kussens; -kussentje, O., -jes.
Varensgezel, M., -gezellen.
Varensman, M., -lieden en -lui.
Varenstijd, M.
Varensvolk, O.
Variant, V., varianten.
Variatie, V., variaties en variatiën.
Varieeren, varieerde, heeft gevarieerd.
Variëteit, V., variëteiten.
Varinas, V.
Varken, O., varkens. Varkentje, O., -jes.
Varkenachtig, -achtiger, -achtigst.
Varkenen, varkende, heeft gevarkend.
Varkensblaas, V., -blazen.
Varkensborstel, M., -borstels.
Varkensbrood, O.
Varkensdarm, M., -darmen.
Varkensdistel, V., -distels.
Varkensdraf, M.
Varkensdrijver, M., -drijvers.
Varkensfokker, M., -fokkers.
Varkensfokkerij, V., -fokkerijen.
Varkensgras, O.
Varkenshaar, O.
Varkenshok, O., -hokken.
Varkenshoofd, O., -hoofden.
Varkenskarbonade, V., -karbonaden.
Varkenskers, V.
Varkensklaver, V.
Varkenskluifje, O., -kluifjes.
Varkenskooper, M., -koopers.
Varkenskop, M., -koppen.
Varkenskost, M.
Varkenskot, O., -kotten.
Varkenskrap, V., -krappen; -krapje, O., -jes.
Varkensleder en -leer, O.
Varkenslever, V., -levers.
Varkensmaag, V., -magen.
Varkensmarkt, V., -markten.
Varkensmest, M.
Varkensnier, V., -nieren.
Varkensoog, O., -oogen.
Varkensoor, O., -ooren.
Varkenspoot, M., -pooten.
Varkensreuzel, V.
Varkensrib, V., -ribben; -ribje en -ribbetje, O., -jes.
Varkensrug, M., -ruggen.
Varkensschijf, V., -schijven; -schijfje, O., -jes.
Varkensschot, O., -schotten.
Varkensslachter, M., -slachters.
Varkensslager, M., -slagers.
Varkenssnuit, M., -snuiten.
Varkensspek, O.
Varkensspoeling, V.
Varkensstaart, M., -staarten.
Varkensstal, M., -stallen.
Varkenstrog, M., -troggen.
Varkensvet, O.
Varkensvleesch, O.
Varkensvoer, O.
Varkensworst, V., -worsten.
Varkensziekte, V.
Varschebalie. Zie Verschebalie.
Vast, vaster.
Vast (bijw.).
Vastbakken, bakte vast, is vastgebakken.
Vastberaden, -beradener, -beradenst.
Vastberadenheid, V.
Vastbinden, bond vast, heeft vastgebonden.
Vastblijven, bleef vast, bleven vast, is vastgebleven.
Vastboeien, boeide vast, heeft vastgeboeid.
Vastdraaien, draaide vast, heeft vastgedraaid.
Vastdrukken, drukte vast, heeft vastgedrukt.
Vasteland, O.
Vastelandsklimaat, O.
Vastelijk.
Vasten, V.
Vasten, vastte, heeft gevast.
Vastenavond, M., -avonden.
Vastenavondgek, M., -gekken.
Vastenavondvreugd, V.
Vastenbrief, M., -brieven.
Vastendag (dag van kerkelijke vasten), M., -dagen.
Vastenpreek, V., -preeken.
Vastentijd, M.
Vastgespen, gespte vast, heeft vastgegespt.
Vastgrijpen, greep vast, grepen vast, heeft vastgegrepen.
Vastgroeien, groeide vast, is vastgegroeid.
Vasthaken, haakte vast, heeft vastgehaakt.
Vasthebben, heeft vast, had vast, hadden vast, heeft vastgehad.
Vasthechten, hechtte vast, heeft vastgehecht.
Vastheid, V.
Vasthouden, hield vast, heeft vastgehouden.
Vasthoudend, -houdender, -houdendst.
Vasthoudendheid, V.
Vastigheid, V., -heden.
Vastkeggen, kegde vast, heeft vastgekegd.
Vastketenen, ketende vast, heeft vastgeketend.
Vastklampen, klampte vast, heeft vastgeklampt.
Vastklemmen, klemde vast, heeft vastgeklemd.
Vastkleven, kleefde vast, is vastgekleefd.
Vastklinken, klonk vast, heeft vastgeklonken.
Vastkloppen, klopte vast, heeft vastgeklopt.
Vastkluisteren, kluisterde vast, heeft vastgekluisterd.
Vastknoopen, knoopte vast, heeft vastgeknoopt.
Vastkoppelen, koppelde vast, heeft vastgekoppeld.
Vastkruien, krooi vast, krooien vast, is vastgekrooien; ook kruide vast, is vastgekruid.
Vastlakken, lakte vast, heeft vastgelakt.
Vastleggen, legde vast en leide vast, heeft vastgelegd en vastgeleid.
Vastliggen, lag vast, lagen vast, heeft vastgelegen.
Vastlijmen, lijmde vast, heeft vastgelijmd.
Vastloopen, liep vast, is vastgeloopen.
Vastmaken, maakte vast, heeft vastgemaakt.
Vastmetselen, metselde vast, heeft vastgemetseld.
Vastnaaien, naaide vast, heeft vastgenaaid.
Vastnagelen, nagelde vast, heeft vastgenageld.
Vastnestelen (zich -), nestelde zich vast, heeft zich vastgenesteld.
Vastplakken, plakte vast, heeft en is vastgeplakt.
Vastpluggen, plugde vast, heeft vastgeplugd.
Vastpraten, praatte vast, heeft vastgepraat.
Vastprikken, prikte vast, heeft vastgeprikt.
Vastraken, raakte vast, is vastgeraakt.
Vastredeneeren, redeneerde vast, heeft vastgeredeneerd.
Vastrijgen, reeg vast, regen vast, heeft vastgeregen.
Vastroeien, roeide vast, heeft en is vastgeroeid.
Vastschroeien, schroeide vast, heeft en is vastgeschroeid.
Vastschroeven, schroefde vast, heeft vastgeschroefd.
Vastslaan, slaat vast, sloeg vast, heeft vastgeslagen.
Vastsmeden, smeedde vast, heeft vastgesmeed.
Vastsnoeren, snoerde vast, heeft vastgesnoerd.
Vastsoldeeren, soldeerde vast, heeft vastgesoldeerd.
Vastspelden, speldde vast, heeft vastgespeld.
Vastspijkeren, spijkerde vast, heeft vastgespijkerd.
Vaststaan, staat vast, stond vast, heeft vastgestaan.
Vaststeken, stak vast, staken vast, heeft vastgestoken.
Vaststellen, stelde vast, heeft vastgesteld.
Vaststelling, V.
Vaststrikken, strikte vast, heeft vastgestrikt.
Vaststuren, stuurde vast, heeft vastgestuurd.
Vaststuwen, stuwde vast, heeft vastgestuwd.
Vasttimmeren, timmerde vast, heeft vastgetimmerd.
Vasttrappen, trapte vast, heeft vastgetrapt.
Vastvaren, voer vast, heeft en is vastgevaren.
Vastvlechten, vlocht vast, heeft vastgevlochten.
Vastvriezen, vroor vast, vroren vast, is vastgevroren en vastgevrozen.
Vastwerken, werkte vast, heeft vastgewerkt.
Vastwoelen, woelde vast, heeft vastgewoeld.
Vastwortelen, wortelde vast, is vastgeworteld.
Vastzeilen, zeilde vast, heeft en is vastgezeild.
Vastzetten, zette vast, heeft vastgezet.
Vastzitten, zat vast, zaten vast, heeft vastgezeten.
Vat (greep), M.
Vat (ton, enz.), O., vaten. Vaatje, O., -jes.
Vatbaar, -baarder, -baarst.
Vatbaarheid, V.
Vatboter, V.
Vaten, vaatte, heeft gevaat.
Vatenkwast. Zie Vaatkwast.
Vatenwasschen, O.
Vaticaan, O.
Vatsel, O., vatsels.
Vatten, vatte, heeft gevat.
Vatvuil.
Vaudeville, V., vaudevilles.
Vazal, M., vazallen.
Vechtachtig, -achtiger, -achtigst.
Vechten, vocht, heeft gevochten.
Vechtenderhand.
Vechter, M., vechters.
Vechterij, V., vechterijen. Vechterijtje, O., -jes.
Vechtersbaas, M., -bazen; -baasje, O., -jes.
Vechtlust, M.
Vechtpartij, V., -partijen; -partijtje, O., -jes.
Vedel en Veel, V., vedels, vedelen en veelen. Vedeltje, O., -jes.
Vedelaar, M., vedelaars.
Vedelen, vedelde, heeft gevedeld.
Veder en Veer, vederen, veders en veeren. Vedertje en veertje, O., -jes.
Vederachtig.
Vederbos, M., -bossen.
Vederloos, -looze.
Vedervormig.
Vedette, V., vedetten en vedettes.
Vee, O.
Veearts, M., -artsen.
Veeartsenijkunde, V.
Veeartsenijschool, V., -scholen.
Veeboot, V., -booten.
Veefokker, M., -fokkers.
Veeg (het vegen), M., vegen.
Veeg (feeks), V., vegen.
Veeg, veeger, veegst.
Veegheid, V.
Veegkruid, O.
Veegmachine, V., -machines.
Veegmes, O., -messen.
Veegsel, O.
Veehandel, M.
Veehoeder, M., -hoeders.
Veekeuring, V.
Veekoek (stofnaam), V.
Veekooper, M., -koopers.
Veel. Zie Vedel.
Veel, vele, meer, meest.
Veelal.
Veelbemind.
Veelbeteekenend.
Veelbladig.
Veelbloemig.
Veeleer.
Veelgeliefd.
Veelgodendom, O.
Veelgoderij, V.
Veelhalmig.
Veelheid, V.
Veelhoek, M., -hoeken.
Veelhoekig.
Veelhoofdig.
Veeljarig.
Veelkleurig.
Veelkleurigheid, V.
Veellettergrepig.
Veelmaal en Veelmaals.
Veelmeer.
Veelmin.
Veelnamig.
Veelpootig.
Veelregelig.
Veelschrijver, M., -schrijvers.
Veelschrijverij, V.
Veelslachtig.
Veelsoortig.
Veelstemmig.
Veelszins.
Veelte, V.
Veelterm, M., -termen.
Veeltijds.
Veeltongig.
Veelvervig.
Veelvlak, O., -vlakken.
Veelvlakkig.
Veelvoet, M., -voeten.
Veelvoetig.
Veelvormig.
Veelvoud, O., -vouden.
Veelvoudig.
Veelvraat, M., -vraten.
Veelvuldig.
Veelvuldigheid, V.
Veelwaardig.
Veelweter, M., -weters.
Veelweterij, V.
Veelwijverij, V.
Veelzijdig, -zijdiger, -zijdigst.
Veelzijdigheid, V.
Veem, O., veemen.
Veemarkt, V., -markten.
Veemgericht, O., -gerichten.
Veen, O., venen.
Veenachtig, -achtiger, -achtigst.
Veenbaas, M., -bazen.
Veenboer, M., -boeren.
Veenboor, V., -boren.
Veenbrand, M., -branden.
Veendamp, M.
Veenderij, V., veenderijen.
Veengraver, M., -gravers.
Veengrond, M., -gronden.
Veenland, O., -landen.
Veenmol, M., -mollen.
Veenplas, M., -plassen.
Veenrook, M.
Veenwerker, M., -werkers.
Veenwortel, V.
Veepest, V.
Veepestkordon, O., -kordons.
Veer (van een vogel). Zie Veder.
Veer (springveer, enz.), V., veeren.
Veer (overvaart), O., veren.
Veerboot, V., -booten.
Veerbout, M., -bouten.
Veeren, veerde, heeft geveerd.
Veerenbed, O., -bedden; -bedje, O., -jes.
Veergeld, O.
Veerhuis, O., -huizen.
Veering, V., veeringen.
Veerknecht, M., -knechts.
Veerkracht, V.
Veerkrachtig, -krachtiger, -krachtigst.
Veerloon, O.
Veerman, M., -lieden en -lui.
Veerpasser, M., -passers.
Veerploeg, V., -ploegen.
Veerpont, V., -ponten.
Veerschip, O., -schepen.
Veerschipper, M., -schippers.
Veerschuit, V., -schuiten.
Veertien, veertienen.
Veertiendaagsch.
Veertiende.
Veertienderhande.
Veertienderlei.
Veertienhonderd.
Veertienjarig.
Veertienmaal.
Veertienvoud, O., -vouden.
Veertienvoudig.
Veertig, veertigen.
Veertigdaagsch.
Veertiger, M., veertigers.
Veertigerhande.
Veertigerlei.
Veertigjarig.
Veertigmaal.
Veertigponder, M., -ponders.
Veertigste.
Veertigtal, O., -tallen.
Veertigvoud, O., -vouden.
Veertigvoudig.
Veeslag, O.
Veest, M., veesten.
Veestal, M., -stallen.
Veestapel, M.
Veesten, veestte, heeft geveest.
Veete, V., veeten.
Veeteelt, V.
Veetentoonstelling, V., -tentoonstellingen.
Veevoeder, O.
Veevoederketel, M., -ketels.
Veeziekte, V., -ziekten.
Vegen, veegde, heeft geveegd.
Veger, M., vegers. Vegertje, O., -jes.
Vegetariër, M., vegetariërs.
Vegetarisch.
Vegetatie, V.
Vegeteeren, vegeteerde, heeft gevegeteerd.
Veil, O.
Veil, veiler, veilst.
Veilconditiën (mv.), V.
Veildag, M., -dagen.
Veilen (verkoopen), veilde, heeft geveild.
Veiler, M., veilers.
Veilheid, V.
Veilig, veiliger, veiligst.
Veiligen, veiligde, heeft geveiligd.
Veiligheid, V.
Veiligheidsdienst, M.
Veiligheidshalve.
Veiligheidskaart, V., -kaarten.
Veiligheidskettinkje, O., -jes.
Veiligheidsklep, V., -kleppen.
Veiligheidslamp, V., -lampen.
Veiligheidslucifers (mv.), M.
Veiligheidsmaatregel, M., -maatregelen.
Veiligheidspolitie, V.
Veiligheidsspeld, V., -spelden.
Veiling, V., veilingen.
Veinzaard, M., veinzaards.
Veinzen, veinsde, heeft geveinsd.
Veinzer, M., veinzers.
Veinzeres, V., veinzeressen.
Veinzerij, V., veinzerijen.
Vel, O., vellen. Velletje, O., -jes.
Veld, O., velden. Veldje, O., -jes.
Veldanjelier, V., -anjelieren.
Veldarbeid, M.
Veldartillerie, V.
Veldbatterij, V., -batterijen.
Veldbed, O., -bedden.
Veldbloem, V., -bloemen; -bloempje, O., -jes.
Velddienst, M.
Velddistel, V., -distels.
Veldflesch, V., -flesschen.
Veldfluit, V., -fluiten.
Veldgeschrei, O.
Veldgeschut, O.
Veldgod, M., -goden.
Veldhaas, M., -hazen.
Veldheer, M., -heeren.
Veldheersbekwaamheid, V., -bekwaamheden.
Veldheersstaf, M., -staven.
Veldheerstalent, O., -talenten.
Veldhoen, O., -hoenders.
Veldijs, O.
Veldlazaret, O., -lazaretten.
Veldleger, O., -legers.
Veldmaarschalk, M., -maarschalken.
Veldmuis, V., -muizen.
Veldnimf, V., -nimfen.
Veldoverste, M., -oversten.
Veldpost, V., -posten.
Veldprediker, M., -predikers.
Veldpriester, M., -priesters.
Veldsla, V.
Veldslag, M., -slagen.
Veldsnip, V., -snippen.
Veldspaath, O.
Veldstuk, O., -stukken; -stukje, O., -jes.
Veldteeken, O., -teekens.
Veldtocht, M., -tochten.
Veldvrucht, V., -vruchten.
Veldwacht, V., -wachten.
Veldwachter, M., -wachters.
Velen (werkw.).
Velerhande.
Velerlei.
Velg, V., velgen. Velgje, O., -jes.
Velijn, O.
Velijnpapier, O.
Vellen, velde, heeft geveld.
Vellenkooper, M., -koopers.
Vellenploten, O.
Vellenploter, M., -ploters.
Vellig, velliger, velligst.
Velling, V.
Velocipède, V., velocipèdes.
Velocipedist, M., -isten.
Ven, V., vennen. Vennetje, O., -jes.
Vendel, O., vendelen en vendels.
Vendetta, V.
Venduhuis, O., -huizen.
Vendumeester, M., -meesters.
Vendutie, V., venduties.
Venen, veende, heeft geveend.
Venerisch.
Venig, veniger, venigst.
Venijn, O.
Venijnig, venijniger, venijnigst.
Venijnigheid, V.
Venkel, V.
Venkelwater, O.
Venkelzaad, O.
Vennoot, M., vennooten.
Vennootschap, V., -schappen.
Venster, O., vensters en vensteren. Venstertje, O., -jes.
Vensterbank, V., -banken.
Vensterbeslag, O.
Vensterblind, O., -blinden.
Venstergeld, O.
Vensterglas, O., -glazen.
Venstergordijn, O., -gordijnen.
Vensterluik, O., -luiken.
Vensterraam, O., -ramen.
Vensterruit, V., -ruiten.
Vent, M., venten. Ventje, O., -jes.
Venten, ventte, heeft gevent.
Venter, M., venters.
Ventilatie, V.
Ventilator, M., ventilators.
Ventileeren, ventileerde, heeft geventileerd.
Ventjagen, O.
Ventjager, M., -jagers.
Ventjagerij, V.
Ventjelief, O.
Ventster, V., ventsters.
Ver en Verre, verder, verst.
Veraangenamen, veraangenaamde, heeft veraangenaamd.
Veraangenaming, V.
Veraanschouwelijken, veraanschouwelijkte, heeft veraanschouwelijkt.
Veraanschouwelijking, V.
Veraccijnzen, veraccijnsde, heeft veraccijnsd.
Veraccijnzing, V., veraccijnzingen.
Verachtelijk, -lijker, -lijkst.