Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal Met aanwijzing van de geslachten der naamwoorden en de vervoeging der werkwoorden

Part 57

Chapter 572,710 wordsPublic domain

Tabaksschuur, V., -schuren.

Tabaksstank, M.

Tabakssteel, M., -stelen.

Tabaksteelt, V.

Tabaksvat, O., -vaten.

Tabaksveld, O., -velden.

Tabaksverkooper, M., -verkoopers.

Tabakswalm, M.

Tabakswater, O.

Tabakswinkel, M., -winkels.

Tabakszak, M., -zakken.

Tabbaard en Tabberd, M., tabbaarden, tabbaards, tabberden en tabberds.

Tabel, V., tabellen. Tabelletje, O., -jes.

Tabellarisch.

Tabernakel, M. en O., tabernakelen en tabernakels.

Tabernakelen, tabernakelde, heeft getabernakeld.

Tabijn, O., tabijnen.

Tabijnen (bnw.).

Tableau, O., tableau's.

Tabletje, O., -jes.

Tabouret, V., tabouretten. Tabouretje, O., -jes.

Tachtig, tachtigen.

Tachtiger, M., tachtigers.

Tachtigjarig.

Tachtigmaal.

Tachtigste.

Tachtigvoud, O.

Tachtigvoudig.

Tachtigwerf.

Tachygraaf, M., tachygrafen.

Tachygraphie, V.

Tachygraphisch.

Tact, M.

Tacticus, M., tactici.

Tactiek, V.

Tactisch.

Taf, V., taffen.

Tafel, V., tafels en tafelen. Tafeltje, O., -jes.

Tafelbel, V., -bellen.

Tafelbord, O., -borden.

Tafeldans, M.

Tafeldekken, O.

Tafeldienen, O.

Tafeldrank, M., -dranken.

Tafelen, tafelde, heeft getafeld.

Tafelgeld, O., -gelden.

Tafelgenoot, M., -genooten.

Tafelgenoote, V., -genooten.

Tafelgereedschap, O.

Tafelgesprek, O., -gesprekken.

Tafelgoed, O.

Tafelkleed, O., -kleeden.

Tafelkout, M.

Tafellade, V., -laden.

Tafellaken, O., -lakens.

Tafellinnen, O.

Tafelmatje, O., -jes.

Tafelmes, O., -messen.

Tafelmuziek, V.

Tafelolie, V.

Tafelschel, V., -schellen.

Tafelschuier, M., -schuiers.

Tafelschuimer, M., -schuimers.

Tafelservies, O., -serviezen.

Tafelstoel, M., -stoelen.

Tafelwater, O.

Tafelwet, V., -wetten.

Tafelwijn, M., -wijnen.

Tafereel, O., tafereelen. Tafereeltje, O., -jes.

Taffen (bnw.).

Tagrijn, M., tagrijnen en tagrijns.

Taille, V., tailles.

Tak, M., takken. Takje, O., -jes.

Takbout, M., -bouten.

Takel, M., takels. Takeltje, O., -jes.

Takelaar, M., takelaars.

Takelage, V.

Takelen, takelde, heeft getakeld.

Takeling, V.

Takelloods, V., -loodsen.

Takelzolder, M., -zolders.

Takkeling (jonge vogel), M., takkelingen.

Takkenbos, O., -bossen; -bosje, O., -jes.

Takkig, takkiger, takkigst.

Taks (hond), M., taksen. Taksje, O., -jes.

Taks (taak), V., taksen.

Tal, O.

Talen, taalde, heeft getaald.

Talent, O., talenten. Talentje, O., -jes.

Talentrijk, -rijker, -rijkst.

Talentvol, -volle.

Talhout, O., -houten.

Talie, V., talies.

Taliehaak, M., -haken.

Taliën, taliede, heeft getalied.

Taliereep, M., -reepen.

Taling, M., talingen. Talinkje, O., -jes.

Talisman, M., talismans.

Talk, V.

Talkpoeder, O.

Talloos, -looze.

Talm, M. en V., talmen. Talmpje, O., -jes.

Talmachtig, -achtiger, -achtigst.

Talmachtigheid, V.

Talmen, talmde, heeft getalmd.

Talmer, M., talmers.

Talmerij, V.

Talmster, V., talmsters.

Talmud, M.

Talmudisch.

Talmudist, M., talmudisten.

Talon, M., talons.

Talrijk, -rijker, -rijkst.

Talrijkheid, V.

Talstelsel, O., -stelsels.

Talud, O.

Tam, tammer, tamst.

Tamarinde, V., tamarinden.

Tamarindeboom, M., -boomen.

Tamarindenkoekje, O., -jes.

Tamarindenstroop, V.

Tamarisk, V., tamarisken.

Tamboer (trommelslager), M., tamboers. Tamboertje, O., -jes.

Tamboer (trommel), V., tamboeren.

Tamboereeren, tamboereerde, heeft getamboereerd.

Tamboeren, tamboerde, heeft getamboerd.

Tamboerijn, V., tamboerijnen.

Tamboer-majoor, M., -majoors.

Tamelijk.

Tamheid, V.

Tampon, V., tampons.

Tamtam, V., tamtams.

Tand, M., tanden. Tandje, O., -jes.

Tandarts, M., -artsen.

Tandeloos, -looze.

Tandenborstel, M., -borstels; -borsteltje, O., -jes.

Tandendokter, M., -dokters.

Tandenstoker, M., -stokers; -stokertje, O., -jes.

Tandentrekker, M., -trekkers.

Tandheelkunde, V.

Tandheelkundige, M. en V., -kundigen.

Tandletter, V., -letters.

Tandmeester, M., -meesters.

Tandpijn, V., -pijnen.

Tandpoeder, O.

Tandrad, O., -raderen.

Tandvleesch, O.

Tandwerk, O.

Tandzeep, V.

Tanen (met taan bereiden), taande, heeft getaand.

Tanen (verduisteren), taande, is getaand.

Tang, V., tangen. Tangetje, O., -jes.

Tangens (raaklijn), V., tangenten.

Tangent (klavierpennetje), V., tangenten.

Tanig, taniger, tanigst.

Taning, V.

Tantaliseeren, tantaliseerde, heeft getantaliseerd.

Tante, V., tantes.

Tantième, O., tantièmes.

Tap, M., tappen. Tapje, O., -jes.

Tapeet. Zie Tapijt.

Tapijt en Tapeet, O., tapijten en tapeten. Tapijtje, O., -jes.

Tapijtfabriek, V., -fabrieken.

Tapijtwerk, O.

Tapijtwever, M., -wevers.

Tapisserie, V., tapisserieën.

Tapisseriepatroon, O., -patronen.

Tapisseriewerk, O.

Tapisseriewinkel, M., -winkels.

Tapkan, V., -kannen.

Tapkast, V., -kasten.

Tappelen, tappelde, heeft getappeld.

Tappelings.

Tappen, tapte, heeft getapt.

Tappenstuk, O.

Tapper, M., tappers.

Tapperij, V., tapperijen. Tapperijtje, O., -jes.

Tappersnering, V.

Tapsch.

Tapster, V., tapsters.

Taptoe, V., taptoes.

Tapvormig.

Tarantula, V., tarantula's.

Tarbot, V., tarbotten. Tarbotje, O., -jes.

Tarief, O., tarieven. Tariefje, O., -jes.

Tarievenoorlog, M., -oorlogen.

Tarm, M., tarmen.

Tarn. Zie Torn, V.

Tarnen, tarnde, heeft getarnd.

Tarra, V.

Tartaan, V., tartanen.

Tarten, tartte, heeft getart.

Tarwe, V.

Tarwebloem, V.

Tarwebrood, O., -brooden; -broodje, O., -jes.

Tarwemeel, O.

Tarwenoogst, M.

Tarwestijfsel, V.

Tarwestroo, O.

Tas (stapel), M., tassen. Tasje, O., -jes.

Tas (vrouwspersoon), V., tassen.

Tasch, V., tasschen. Taschje, O., -jes.

Taschkruid en Taschjeskruid, O.

Tassen, taste, heeft getast.

Tast, M.

Tastbaar, -baarder, -baarst.

Tastbaarheid, V.

Tastelijk, -lijker, -lijkst.

Tasten, tastte, heeft getast.

Taster, M., tasters.

Tateren, taterde, heeft getaterd.

Tatewalen, tatewaalde, heeft getatewaald.

Tautologie, V., tautologieën.

Tautologisch.

Taxateur, M., taxateurs.

Taxatie, V., taxatiën en taxaties.

Taxeeren, taxeerde, heeft getaxeerd.

Taxis, M., taxissen.

Te.

Teakhout, O.

Technicus, M., technici.

Techniek, V.

Technisch.

Technoloog, M., -logen.

Technologie, V.

Te-deum, O., Te-deums.

Teeder en Teer, teederder, teederst, en teerder, teerst.

Teedergevoelig en Teergevoelig, -gevoeliger, -gevoeligst.

Teedergevoeligheid en Teergevoeligheid, V.

Teederhartig en Teerhartig, -hartiger, -hartigst.

Teederhartigheid en Teerhartigheid, V.

Teederheid en Teerheid, V., -heden.

Teef, V., teven. Teefje, O., -jes.

Teek en Tiek, V., teken en tieken.

Teeken, O., teekenen en teekens. Teekentje, O., -jes.

Teekenaap, M., -apen.

Teekenaar, M., teekenaars.

Teekenacademie, V., -academiën.

Teekenachtig, -achtiger, -achtigst.

Teekenbehoeften (mv.), V.

Teekenboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.

Teekenbord, O., -borden.

Teekendoos, V., -doozen.

Teekenen, teekende, heeft geteekend.

Teekengereedschap, O.

Teekenhaak, M., -haken.

Teekening, V., teekeningen. Teekeningetje, O., -jes.

Teekenkrijt, O.

Teekenkunst, V.

Teekenles, V., -lessen.

Teekenmeester, M., -meesters.

Teekenmethode, V., -methoden en -methodes.

Teekenonderwijs, O.

Teekenpapier, O.

Teekenpen, V., -pennen.

Teekenplank, V., -planken.

Teekenportefeuille, V., -portefeuilles.

Teekenschool, V., -scholen.

Teekenschrift, O.

Teekenstift, V., -stiften.

Teekenvoorbeeld, O., -voorbeelden.

Teekenwerk, O.

Teelaarde, V.

Teelbal, M., -ballen.

Teeldeel, O., -deelen.

Teeldrift, V.

Teelgewas, O., -gewassen.

Teelland, O., -landen.

Teellid, O., -leden.

Teelt, V.

Teeltijd, M.

Teem, M.

Teems, V., teemsen. Teemsje, O., -jes.

Teemsen, teemste, heeft geteemst.

Teemster, V., teemsters.

Teen (toon), M., teenen. Teentje, O., -jes.

Teen (twijg), V., teenen. Teentje, O., -jes.

Teenen (bnw.).

Teer, O., ook V.

Teer, enz. Zie Teeder, enz.

Teercapsule, V., -capsules.

Teergeld, O.

Teergevoelig. Zie Teedergevoelig.

Teerkleed, O., -kleeden.

Teerkost, M.

Teerkwast, M., -kwasten.

Teerling, M., teerlingen. Teerlinkje, O., -jes.

Teerpenning, M., -penningen.

Teerpil, V., -pillen.

Teerspijze, V.

Teerton, V., -tonnen.

Teerts. Zie Taarts.

Teerzeep, V.

Teffens.

Tegel, M., tegels. Tegeltje, O., -jes.

Tegelbakker, M., -bakkers.

Tegelbakkerij, V., -bakkerijen.

Tegeltableau, O., -tableau's.

Tegelvloer, M., -vloeren.

Tegemoetkoming, V., -komingen.

Tegen.

Tegenaan.

Tegenademen, ademde tegen, heeft tegengeademd.

Tegenartikel, O., -artikelen en -artikels; -artikeltje, O., -jes.

Tegenbedenking, V., -bedenkingen.

Tegenbeeld, O., -beelden; -beeldje, O., -jes.

Tegenbeleid, O.

Tegenbericht, O., -berichten; -berichtje, O., -jes.

Tegenbeschikking, V., -beschikkingen.

Tegenbeschuldiging, V., -beschuldigingen.

Tegenbetoog, O., -betoogen.

Tegenbevel, O., -bevelen.

Tegenbeweging, V., -bewegingen.

Tegenbewijs, O., -bewijzen.

Tegenbezending, V., -bezendingen.

Tegenbezoek, O., -bezoeken.

Tegenbezwaar, O., -bezwaren.

Tegenbieden, bood tegen, boden tegen, heeft tegengeboden.

Tegenblaffen, blafte tegen, heeft tegengeblaft.

Tegenblinken, blonk tegen, heeft tegengeblonken.

Tegenbod, O.

Tegenbrassen, braste tegen, heeft tegengebrast.

Tegencandidaat, M., -candidaten.

Tegendeel, O.

Tegendienst, M., -diensten.

Tegendraads (bijw.).

Tegendraadsch (bnw.).

Tegendraven, draafde tegen, is tegengedraafd.

Tegendrijven, dreef tegen, dreven tegen, heeft en is tegengedreven.

Tegendringen, drong tegen, heeft tegengedrongen.

Tegendruk, M., -drukken; -drukje, O., -jes.

Tegendrukking, V., -drukkingen.

Tegenebbe, V.

Tegeneisch, M., -eischen.

Tegeneten, at tegen, aten tegen, heeft tegengegeten.

Tegenflank, V., -flanken.

Tegengaan, gaat tegen, ging tegen, is en heeft tegengegaan.

Tegengalerij, V., -galerijen.

Tegengalm, M., -galmen.

Tegengalmen, galmde tegen, heeft tegengegalmd.

Tegengeschenk, O., -geschenken; -geschenkje, O., -jes.

Tegengesteld.

Tegengeuren, geurde tegen, heeft tegengegeurd.

Tegengif en -gift (tegenvergif), O., -giften.

Tegengift (tegengeschenk), V., -giften; -giftje, O., -jes.

Tegenglimmen, glom tegen, glommen tegen, heeft tegengeglommen.

Tegenglinsteren, glinsterde tegen, heeft tegengeglinsterd.

Tegengraven, groef tegen, groeven tegen, heeft tegengegraven.

Tegengroet, M., -groeten.

Tegengrond, M., -gronden.

Tegengunst, V., -gunsten.

Tegenhanger, M., -hangers; -hangertje, O., -jes.

Tegenheid, V., -heden.

Tegenhouden, hield tegen, heeft tegengehouden.

Tegenhouding, V.

Tegenjuichen, juichte tegen, heeft tegengejuicht.

Tegenkaart, V., -kaarten.

Tegenkamping, V., -kampingen.

Tegenkans, V., -kansen; -kansje, O., -jes.

Tegenkant, M., -kanten.

Tegenkanten, kantte tegen, heeft tegengekant.

Tegenkanting, V., -kantingen.

Tegenklinken, klonk tegen, heeft tegengeklonken.

Tegenkomen, komt tegen, kwam tegen, kwamen tegen, is tegengekomen.

Tegenlachen, lachte tegen, heeft tegengelachen.

Tegenlast, M., -lasten.

Tegenliggen, lag tegen, lagen tegen, heeft tegengelegen.

Tegenligger, M., -liggers.

Tegenlist, V., -listen; -listje, O., -jes.

Tegenloop, M.

Tegenloopen, liep tegen, is tegengeloopen.

Tegenloopgraaf, V., -loopgraven.

Tegenmerk, O., -merken.

Tegenmiddel, O., -middelen; -middeltje, O., -jes.

Tegenmijn, V., -mijnen.

Tegenmuur, M., -muren; -muurtje, O., -jes.

Tegennatuurlijk.

Tegenomwenteling, V., -omwentelingen.

Tegenontwerp, O., -ontwerpen.

Tegenover.

Tegenovergelegen.

Tegenovergesteld.

Tegenoverliggend.

Tegenoverstaand.

Tegenoverstellen, stelde tegenover, heeft tegenovergesteld.

Tegenoverstelling, V.

Tegenpartij, V.

Tegenpartijder, M., -partijders.

Tegenpleiter, M., -pleiters.

Tegenpraat, M.

Tegenpraten, praatte tegen, heeft tegengepraat.

Tegenpruttelen, pruttelde tegen, heeft tegengeprutteld.

Tegenrail, V., -rails.

Tegenrennen, rende tegen, is tegengerend.

Tegenruischen, ruischte tegen, heeft tegengeruischt.

Tegenrukken, rukte tegen, heeft en is tegengerukt.

Tegenschreeuwen, schreeuwde tegen, heeft tegengeschreeuwd.

Tegenschreeuwer, M., -schreeuwers.

Tegenschrift, O., -schriften; -schriftje, O., -jes.

Tegenschrijven, schreef tegen, schreven tegen, heeft tegengeschreven.

Tegenstaan, sloeg tegen, is tegengeslagen.

Tegensnellen, snelde tegen, is tegengesneld.

Tegenspartelen, spartelde tegen, heeft tegengesparteld.

Tegensparteling, V., -spartelingen.

Tegenspel, O., -spellen.

Tegenspelen, speelde tegen, heeft tegengespeeld.

Tegenspeler, M., -spelers.

Tegenspoed, M., -spoeden.

Tegenspoeden, spoedde tegen, is tegengespoed.

Tegenspraak, V.

Tegenspreken, sprak tegen, spraken tegen, heeft tegengesproken.

Tegenspreker, M., -sprekers.

Tegenspreking, V., -sprekingen.

Tegenstaan, staat tegen, stond tegen, heeft tegengestaan.

Tegenstand, M.

Tegenstander, M., -standers.

Tegenstellen, stelde tegen, heeft tegengesteld.

Tegenstelling, V., -stellingen.

Tegenstemmen, stemde tegen, heeft tegengestemd.

Tegenstemmer, M., -stemmers.

Tegenstreven, streefde tegen, heeft tegengestreefd.

Tegenstrever, M., -strevers.

Tegenstreving, V., -strevingen.

Tegenstribbelen, stribbelde tegen, heeft tegengestribbeld.

Tegenstribbeling, V., -stribbelingen.

Tegenstrijdig, -strijdiger, -strijdigst.

Tegenstrijdigheid, V., -heden.

Tegenstroom, M., -stroomen.

Tegentij, O., -tijen.

Tegentrekken, trok tegen, trokken tegen, is tegengetrokken.

Tegenval, M.

Tegenvallen, viel tegen, is tegengevallen.

Tegenvaller, M., -vallers; -vallertje, O., -jes.

Tegenvergif en -vergift, O., -vergiften.

Tegenverklaring, V., -verklaringen.

Tegenverzekering, V., -verzekeringen.

Tegenvloed, M.

Tegenvoeter, M., -voeters.

Tegenwaaien, waaide tegen, heeft en is tegengewaaid; ook woei tegen, woeien tegen.

Tegenweer, V.

Tegenwerken, werkte tegen, heeft tegengewerkt.

Tegenwerker, M., -werkers.

Tegenwerking, V., -werkingen.

Tegenwerpen, wierp tegen, heeft tegengeworpen.

Tegenwerping, V., -werpingen.

Tegenwicht, O., -wichten; -wichtje, O., -jes.

Tegenwil, M.

Tegenwind, M., -winden; -windje, O., -jes.

Tegenwoordig.

Tegenwoordigheid, V.

Tegenworstelen, worstelde tegen, heeft tegengeworsteld.

Tegenworsteling, V., -worstelingen.

Tegenzang, M., -zangen.

Tegenzee, V., -zeeën.

Tegenzegel, O., -zegels.

Tegenzijde, V., -zijden.

Tegenzin, M.

Tegoeds en Te goed (bijw.).

Tehuis en Thuis, O.

Tehuiskomen, O.

Tehuiskomst, V.

Tehuisreis, V., -reizen.

Teil, V., teilen. Teiltje, O., -jes.

Teint, O.

Teisteraar, M., teisteraars.

Teisteren, teisterde, heeft geteisterd.

Teistering, V., teisteringen.

Tekort, O., tekorten.

Tekortdoening, V., -doeningen.

Tekortkoming, V., -komingen.

Tekst, M., teksten. Tekstje, O., -jes.

Tekstboekje, O., -boekjes.

Teksthaak, M., -haken.

Tekstuitgave, V., -uitgaven.

Tekstverbetering, V., -verbeteringen.

Tekstverklaring, V., -verklaringen.

Tekstwoord, O., -woorden.

Tel (telgang), M.

Tel (het tellen), M.

Tel en Telle (paard), V., tellen.

Telastlegging, V., -leggingen.

Telbaar, -bare.

Telbaarheid, V.

Telegraaf, V., telegrafen.

Telegraafdienst, M.

Telegraafdraad, M., -draden.

Telegraafkabel, M., -kabels.

Telegraafkantoor, O., -kantoren.

Telegraaflijn, V., -lijnen.

Telegraafnet, O., -netten.

Telegraafpaal, M., -palen.

Telegrafist, M., telegrafisten.

Telegram, O., telegrammen.

Telegram-adres, O., -adressen.

Telegrapheeren, telegrapheerde, heeft getelegrapheerd.

Telegraphie, V.

Telegraphisch.

Telen, teelde, heeft geteeld.

Telephoneeren, telephoneerde, heeft getelephoneerd.

Telephonisch.

Telephoon, V., telephonen.

Telephoondienst, M.

Telephoondraad, M., -draden.

Telephoonkabel, M., -kabels.

Telephoonlijn, V., -lijnen.

Telephoonnet, O., -netten.

Telephoonnummer, O., -nummers.

Telephoonpaal, M., -palen.

Telephoonverbinding, V., -verbindingen.

Teler, M., telers.

Telescoop, M., telescopen.

Telescopisch.

Teleurstellen, stelde teleur, heeft teleurgesteld.

Teleurstelling, V., -stellingen.

Telg (spruit), V., telgen. Telgje, O., -jes.

Telg (afstammeling), M. en V., telgen. Telgje, O., -jes.

Telgang, M.

Telganger, M., -gangers.

Teling, V.

Telkaart, V., -kaarten.

Telkenmale of Telkenmaal.

Telkenreize.

Telkens.

Tellen, telde, heeft geteld.

Teller, M., tellers.

Telling, V., tellingen.

Teloorgaan, gaat teloor, ging teloor, is teloorgegaan.

Telpas, M.

Telsel, M., telsels.

Telwoord, O., -woorden.

Tembaar, -bare.

Temen, teemde, heeft geteemd.

Temer, M., temers.

Temerig, temeriger, temerigst.

Temet.

Temmen, temde, heeft getemd.

Temmer, M., temmers.

Temming, V.

Tempeest, O., tempeesten.

Tempel, M., tempels en tempelen. Tempeltje, O., -jes.

Tempelbouw, M.

Tempelier, M., Tempelieren en Tempeliers.

Tempelridder, M., -ridders.

Temper, M.

Temperament, O., temperamenten.

Temperatuur, V., temperaturen.

Temperatuurverschil, O., -verschillen.

Temperen, temperde, heeft getemperd.

Tempering, V., temperingen.

Tempermes, O., -messen.

Temperoven, M., -ovens.

Tempo, O., tempo's.

Temporair.

Temporiseeren, temporiseerde, heeft getemporiseerd.

Temptatie, V., temptaties en temptatiën.

Tempteeren (kwellen), tempteerde, heeft getempteerd.

Ten.

Tender, M., tenders.

Tengel, M., tengels.

Tenger, tengerder, tengerst.

Tengerheid, V.

Tenietdoening, V., -doeningen.

Tennisbaan, V., -banen.

Tennisbal, M., -ballen.

Tennisclub, V., -clubs.

Tennisnet, O., -netten.

Tennissen, tenniste, heeft getennist.

Tennisspel, O.

Tenor, M., tenors en tenoren.

Tenorstem, V., -stemmen.

Tenorzanger, M., -zangers.

Tent, V., tenten. Tentje, O., -jes.

Tentamen, O., tentamens en tentamina.

Tenteeren (ondervragen), tenteerde, heeft getenteerd.

Tenten, tentte, heeft getent.

Tentenmaker, M., -makers.

Tentijzer, O., -ijzers.

Tentoonspreiding, V.

Tentoonstelling, V., -stellingen.

Tentoonstellingscommissie, V.

Tentoonstellingsgebouw, O., -gebouwen.

Tentwagen, M., -wagens; -wagentje, O., -jes.

Tenue, V., tenuen.

Tenuitvoerbrenging, V., -brengingen.

Tenuitvoerlegging, V., -leggingen.

Tenware.

Tenzelfden.

Tenzij.

Teorbe, V., teorben.

Tepel, M., tepels. Tepeltje, O., -jes.

Tepronkstelling, V., -stellingen.

Ter.

Teraardebestelling, V., -bestellingen.

Terdege en Terdeeg.

Terdoodbrenging, V., -brengingen.

Terechtbrengen, bracht terecht, heeft terechtgebracht.

Terechthelpen, hielp terecht, heeft terechtgeholpen.

Terechtkomen, komt terecht, kwam terecht, kwamen terecht, is terechtgekomen.

Terechtstaan, staat terecht, stond terecht, heeft terechtgestaan.

Terechtstellen, stelde terecht, heeft terechtgesteld.

Terechtstelling, V., -stellingen.

Terechtwijzen, wees terecht, wezen terecht, heeft terechtgewezen.

Terechtwijzing, V., -wijzingen.

Terechtzitting, V., -zittingen.

Teren (verteren), teerde, heeft geteerd.

Teren (met teer bestrijken), teerde, heeft geteerd.

Tergen, tergde, heeft getergd.

Tergend, tergender, tergendst.

Terger, M., tergers.

Terging, V., tergingen.

Terhandstelling, V.

Terig, teriger, terigst.

Tering, V.

Teringachtig, -achtiger, -achtigst.

Teringachtigheid, V.

Teringlijder, M., -lijders.

Teringlijderes, V., -lijderessen.

Terleengeving, V., -gevingen.

Terloops.

Term, M., termen.

Termijn, M., termijnen. Termijntje, O., -jes.

Termijnhandel, M.

Termijnmarkt, V., -markten.

Terminatie, V., terminaties.

Termineeren, termineerde, heeft getermineerd.

Terminologie, V., terminologieën.

Ternauwernood.

Ternederliggen, lag terneder, lagen terneder, heeft ternedergelegen.

Ternederslaan, sloeg terneder, heeft ternedergeslagen.

Ternederwerpen, wierp terneder, heeft ternedergeworpen.

Ternederzetten, zette terneder, heeft ternedergezet.

Ternederzinken, zonk terneder, is ternedergezonken.

Ternederzitten, zat terneder, zaten terneder, heeft ternedergezeten.

Terp, V., terpen.

Terpentijn, V.

Terpentijnboom, M., -boomen.

Terpentijnolie, V.

Terra-cotta, V.

Terras, O., terrassen. Terrasje, O., -jes.

Terrasseeren, terrasseerde, heeft geterrasseerd.

Terrasvormig.

Terrein, O., terreinen.

Terreinkaart, V., -kaarten.

Terreinkennis, V.

Terrine, V., terrines.

Territoor, O., territoren.

Territoriaal, territoriale.

Tersluiks en Ter sluik.

Terstond.

Terts, V., tertsen.

Terug.

Terugbekomen, bekomt terug, bekwam terug, bekwamen terug, heeft terugbekomen.

Terugbetalen, betaalde terug, heeft terugbetaald.

Terugbezorgen, bezorgde terug, heeft terugbezorgd.

Terugbrengen, bracht terug, heeft teruggebracht.

Terugbrenging, V.

Terugdeinzen, deinsde terug, is teruggedeinsd.

Terugdenken, dacht terug, heeft teruggedacht.

Terugdrijven, dreef terug, dreven terug, heeft en is teruggedreven.

Terugeischen, eischte terug, heeft teruggeëischt.

Terugeisching, V., -eischingen.

Teruggaan, gaat terug, ging terug, is teruggegaan.

Teruggang, M.

Teruggave en -gaaf, V.

Teruggeven, gaf terug, gaven terug, heeft teruggegeven.

Terughalen, haalde terug, heeft teruggehaald.

Terughouden, hield terug, heeft teruggehouden.

Terughoudend, -houdender, -houdendst.

Terughoudendheid, V.

Terughouding, V.

Terugjagen, jaagde terug, heeft teruggejaagd; ook joeg terug.

Terugkaatsen, kaatste terug, heeft teruggekaatst.

Terugkaatsing, V., -kaatsingen.

Terugkeer, M.

Terugkeeren, keerde terug, is teruggekeerd.

Terugkomen, komt terug, kwam terug, kwamen terug, is teruggekomen.

Terugkomst, V.

Terugkrijgen, kreeg terug, kregen terug, heeft teruggekregen.

Terugloopen, liep terug, heeft en is teruggeloopen.

Terugmarcheeren, marcheerde terug, is teruggemarcheerd.

Terugmarsch, M.

Terugnemen, nam terug, namen terug, heeft teruggenomen.

Terugneming, V.

Terugreis, V.

Terugreizen, reisde terug, is teruggereisd.

Terugrijden, reed terug, reden terug, is teruggereden.

Terugroepen, riep terug, heeft teruggeroepen.

Terugroeping, V.

Terugschelden, schold terug, heeft teruggescholden.

Terugslaan, sloeg terug, heeft teruggeslagen.

Terugslag, M.

Terugspringen, sprong terug, is teruggesprongen.

Terugstoot, M.

Terugstooten, stiet terug, heeft teruggestooten; ook stootte terug.

Terugtocht, M.

Terugtred, M.

Terugtreden, trad terug, traden terug, is teruggetreden.

Terugtrekken, trok terug, trokken terug, heeft en is teruggetrokken.

Terugvaren, voer terug, is teruggevaren.

Terugvloeien, vloeide terug, is teruggevloeid.

Terugvoeren, voerde terug, heeft teruggevoerd.

Terugvragen, vraagde terug, heeft teruggevraagd; ook vroeg terug.

Terugwerken, werkte terug, heeft teruggewerkt.

Terugwerkend.

Terugwerking, V.

Terugwerpen, wierp terug, heeft teruggeworpen.

Terugwijken, week terug, weken terug, is teruggeweken.

Terugwijking, V.

Terugwijzen, wees terug, wezen terug, heeft teruggewezen.

Terugwijzing, V.

Terugwinnen, won terug, wonnen terug, heeft teruggewonnen.

Terugzenden, zond terug, heeft teruggezonden.

Terugzending, V.

Terugzien, zag terug, zagen terug, heeft teruggezien.

Terwijl.

Terzelfder.

Terzijdelating, V.

Terzijdestelling, V.

Test, V., testen. Testje, O., -jes.

Testament, O., testamenten. Testamentje, O., -jes.

Testamentair.

Testateur, M., testateurs en testateuren.

Testatrice, V., testatrices.

Testeeren, testeerde, heeft getesteerd.

Testimonium, O., testimoniums en testimonia.

Tets, tetser, tetst.

Tetsheid, V.

Tetsig, tetsiger, tetsigst.

Tetsigheid, V.

Tetterig, tetteriger, tetterigst.

Tettig, tettiger, tettigst.

Teug, V., teugen. Teugje, O., -jes.

Teugel, M., teugels. Teugeltje, O., -jes.

Teugelen, teugelde, heeft geteugeld.

Teugeling, V.

Teugelloos, -loozer.

Teugelloosheid, V.

Teut, M. en V., teuten.

Teutachtig, -achtiger, -achtigst.

Teutachtigheid, V.

Teuten, teutte, heeft geteut.

Teuterig, teuteriger, teuterigst.

Teuterigheid, V.

Teutig, teutiger, teutigst.

Teutkous, M. en V., -kousen; -kousje, O., -jes.

Tevens.

Tevergeefs (en Vergeefs).

Tevoren.

Tevreden, tevredener, tevredenst.

Tevredenheid, V.

Tevredenstellen, stelde tevreden, heeft tevredengesteld.

Tevredenstelling, V.

Teweegbrengen, bracht teweeg, heeft teweeggebracht.

Textueel, -eele.

Thaler, M., thalers. Thalertje, O., -jes.

Thans.

Theater, O., theaters. Theatertje, O., -jes.

Theatercoup, M.

Theaterheld, M., -helden.

Theatraal, theatrale.

Thee, V., theeën.

Theebanket, O.

Theeblad, O., -bladen.

Theebus, V., -bussen.

Theedepot, O., -depots.

Theedoek, M., -doeken.

Theegerei, O.

Theegoed, O.

Theehandel, M.

Theehuis, O., -huizen.

Theeketel, M., -ketels.