Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal Met aanwijzing van de geslachten der naamwoorden en de vervoeging der werkwoorden

Part 49

Chapter 492,831 wordsPublic domain

Reinigingsmiddel, O., -middelen.

Reinvaar, V., -varen.

Reis, V., reizen. Reisje, O., -jes.

Reisapotheek, V., -apotheken.

Reisbaar, -bare.

Reisbehoeften (mv.), V.

Reisbenoodigdheden (mv.), V.

Reisbeschrijving, V., -beschrijvingen.

Reisboek, O., -boeken.

Reisdeken, V., -dekens.

Reisgeld, O.

Reisgelegenheid, V., -gelegenheden.

Reisgenoot, M., -genooten.

Reisgenoote, V., -genooten.

Reisgezelschap, O., -gezelschappen.

Reisgids, M., -gidsen.

Reiskleed, O., -kleederen.

Reiskoets, V., -koetsen.

Reiskoffer, M., -koffers.

Reiskosten, (mv.), M.

Reiskostuum, O.

Reismakker, M., -makkers.

Reispenning, M., -penningen.

Reispet, V., -petten.

Reisplan, O., -plannen.

Reisroute, V.

Reistasch, V., -tasschen; -taschje, O., -jes.

Reisvaardig.

Reisverhaal, O., -verhalen.

Reiswijzer, M., -wijzers.

Reiszak, M., -zakken; -zakje, O., -jes.

Reizen, reisde, heeft en is gereisd.

Reiziger, M., reizigers.

Reizigster, V., reizigsters.

Rek (het rekken), M.

Rek (latwerk), O., rekken. Rekje, O., -jes.

Rekbaar, -baarder, -baarst.

Rekbaarheid, V.

Rekbank, V., -banken.

Rekel, M., rekels. Rekeltje, O., -jes.

Rekelachtig, -achtiger, -achtigst.

Rekenaar, M., rekenaars en rekenaren.

Rekenboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.

Rekenbord, O., -borden.

Rekenen, rekende, heeft gerekend.

Rekenfout, V., -fouten.

Rekening, V., rekeningen. Rekeningetje, O., -jes.

Rekening-courant, V., -courant.

Rekenkamer, V.

Rekenkunde, V.

Rekenles, V., -lessen.

Rekenmachine, V., -machines.

Rekenmeester, M., -meesters.

Rekenplichtig.

Rekenplichtigheid, V.

Rekenschap, V.

Rekensom, V., -sommen.

Rekenwijze en -wijs, V., -wijzen.

Rekest, enz. Zie Request, enz.

Rekhout, O., -houten.

Rekijzer, O., -ijzers.

Rekke, V., rekken.

Rekkelijk, -lijker, -lijkst.

Rekkelijkheid, V.

Rekkeling, V.

Rekken, rekte, heeft en is gerekt.

Rekker, M., rekkers.

Rekkerig, rekkeriger, rekkerigst.

Rekking, V., rekkingen.

Rekstok, M., -stokken.

Relaas, O., relazen. Relaasje, O., -jes.

Relatie, V., relatiën en relaties.

Releveeren, releveerde, heeft gereleveerd.

Reliëf, O., reliëfs.

Religie, V., religiën en religies.

Religietwist, M., -twisten.

Religieus, religieuzer.

Reliquie, V., reliquieën.

Reliquieënkastje, O., -jes.

Rellen, relde, heeft gereld.

Relletje, O., -jes.

Relmuis, V., -muizen; -muisje, O., -jes.

Rem, V., remmen.

Remedie, V. en O., remedies en remediën.

Remise, V., remises.

Remitteeren, remitteerde, heeft geremitteerd.

Remketting, M., -kettingen.

Remmen, remde, heeft geremd.

Remmer, M., remmers.

Remonstrant, M., Remonstranten.

Remonstrantendom, O.

Remonstrantsch.

Remonstreeren, remonstreerde, heeft geremonstreerd.

Remonte, V.

Remontepaard, O., -paarden.

Remontoir, O., remontoirs.

Remplaçant, M., remplaçanten.

Remplaceeren, remplaceerde, heeft geremplaceerd.

Remschoen, M., -schoenen.

Remtoestel, M. en O., -toestellen.

Ren, M., rennen.

Ren (kippenren), V., rennen.

Renaissance, V.

Renaissancestijl, M.

Renbaan, V., -banen.

Renbode, M., -boden.

Rendement, O.

Rendez-vous, O.

Rendier, O., rendieren.

Rendiermos, O.

Rendiervel, O., -vellen.

Renegaat, M., renegaten.

Renet, V., renetten. Renetje O., -jes.

Rennen, rende, heeft en is gerend.

Renonce, V.

Renonceeren, renonceerde, heeft gerenonceerd.

Renpaard, O., -paarden.

Renperk, O., -perken.

Rentbaar, -bare.

Rente, V., renten.

Rentebetaling, V., -betalingen.

Rentebrief, M., -brieven.

Rentegevend.

Renteloos, -looze.

Renten, rentte, heeft gerent.

Rentenier, M., renteniers en rentenieren.

Rentenieren, rentenierde, heeft gerentenierd.

Rentenierster, V., renteniersters.

Rentestandaard, M.

Rentevoet, M.

Rentmeester, M., -meesters.

Rentmeesterschap, O., -schappen.

Renversaal, O., renversalen.

Renvooi, O., renvooien.

Reorganisatie, V., reorganisaties en reorganisatiën.

Rep, M. (In - en roer).

Reparatie, V., reparatiën en reparaties.

Repareeren, repareerde, heeft gerepareerd.

Repel, M., repels. Repeltje, O., -jes.

Repelaar, M., repelaars.

Repelen, repelde, heeft gerepeld.

Repertoire, O., repertoires.

Repeteeren, repeteerde, heeft gerepeteerd.

Repeteergeweer, O., -geweren.

Repetent, M., repetenten.

Repetitie, V., repetitiën en repetities.

Repetitiehorloge, O., -horloges.

Repetitor, M., repetitoren.

Repliceeren, repliceerde, heeft gerepliceerd.

Repliek, V., replieken.

Reppen, repte, heeft gerept.

Representatiekosten (mv.), M.

Reprimande, V., reprimandes.

Republiek, V. republieken. Republiekje, O., -jes.

Republikein, M., republikeinen.

Republikeinsch.

Reputatie, V., reputaties en reputatiën.

Request, O., requesten. Requestje, O., -jes.

Requestrant, M., requestranten.

Requestrante, V., requestranten.

Requestreeren, requestreerde, heeft gerequestreerd.

Requiem, O., requiems.

Requisiet, O., requisieten.

Requisitie, V., requisities en requisitiën.

Requisitoir, O., requisitoiren.

Rescript, O., rescripten.

Reseda, V., reseda's.

Reserve, V., reserves.

Reserveeren, reserveerde, heeft gereserveerd.

Reservefonds, O., -fondsen.

Reservekader, O.

Reservekapitaal, O., -kapitalen.

Reservetroepen (mv.), M.

Reservist, M., reservisten.

Reservoir, O., reservoirs.

Resideeren, resideerde, heeft geresideerd.

Resident, M., residenten.

Residentie, V., residentiën en residenties.

Residentiestad, V., -steden.

Residu, O., residuen en residu's.

Resolutie, V., resolutiën en resoluties.

Resoluut, resoluter, resoluutst.

Respect, O.

Respectabel, -ler, -lst.

Respecteeren, respecteerde, heeft gerespecteerd.

Respijt, O.

Respirator, M., respirators.

Respondeeren, respondeerde, heeft gerespondeerd.

Responsiecollege, O., -colleges.

Ressort, O.

Ressorteeren, ressorteerde, heeft geressorteerd.

Rest, V., resten. Restje, O., -jes.

Restant, O., restanten. Restantje, O., -jes.

Restantenlijst, V., -lijsten.

Restaurant, O., restaurants.

Restaurateur, M., restaurateurs.

Restauratie, V., restauratiën en restauraties.

Resteeren, resteerde, is geresteerd.

Resten, restte, is gerest.

Resultaat, O., resultaten.

Resultante, V., resultanten.

Resulteeren, resulteerde, is geresulteerd.

Resumé, O., resumé's.

Resumeeren, resumeerde, heeft geresumeerd.

Resumtie, V., resumtiën en resumties.

Resumtievergadering, V., -vergaderingen.

Reticule, V., reticules.

Retirade, V., retirades.

Retort, V., retorten.

Retour (terugvracht), V., retouren.

Retour (biljet), O., retours.

Retourbiljet, O., -biljetten.

Retourkaart, V., -kaarten.

Retourrekening, V.

Retourschip, O., -schepen.

Retourvloot, V., -vloten.

Retourvracht, V., -vrachten.

Retroacta (mv.), O.

Reu, M., reuen. Reutje, O., -jes.

Reuk, M., reuken. Reukje, O., -jes.

Reukeloos, -loozer, -loost.

Reukfleschje, O., -fleschjes.

Reukorgaan, O., -organen.

Reukwater, O., -wateren.

Reukwerk, O.

Reukzenuw, V., -zenuwen.

Reünie, V., reünies.

Reünie-commissie, V., -commissies.

Reus, M.; reuzen.

Reusachtig, -achtiger, -achtigst.

Reusachtigheid, V.

Reutel (reuteling), M.

Reutel (reutelaar en reutelaarster), M. en V., reutels.

Reutelen, reutelde, heeft gereuteld.

Reuter, M., reuters. Reutertje, O., -jes.

Reuzel (lichaamsdeel), M., reuzels; (stof), V. Reuzeltje, O., -jes.

Reuzenbeeld, O., -beelden.

Reuzenkracht, V., -krachten.

Reuzenplan, O., -plannen.

Reuzenschrede, V., -schreden.

Reuzenslang, V., -slangen.

Reuzenstap, M., -stappen.

Reuzentaak, V.

Reuzenwerk. O., -werken.

Reuzenzwaai, M.

Reuzin, V., reuzinnen.

Revaccinatie, V.

Reveille, V.

Revelen, revelde, heeft gereveld.

Reven, reefde, heeft gereefd.

Revenu, O., revenuen.

Revisie, V., revisies en revisiën.

Revolutie, V., revolutiën en revoluties.

Revolutiegeest, M.

Revolutiemannen (mv.), M.

Revolutietijd, M.

Revolutionnair.

Revolver, V., revolvers.

Revolverkanon, O., -kanonnen.

Revolverschot, O., -schoten.

Revue, V., revuen en revues.

Rhapsodie, V., rhapsodieën.

Rhetor, M., rhetoren en rhetors.

Rhetorica, V.

Rhetoriek, V.

Rhetorisch.

Rheumatiek, V.

Rheumatisch.

Rheumatisme, O.

Rhinoceros, M., rhinocerossen.

Rhythmisch.

Rhythmus, M.

Rib en Ribbe, V., ribben. Ribje en ribbetje, O., -jes.

Ribbebreuk, V., -breuken.

Ribbeling, M., ribbelingen.

Ribbenband, M., -banden.

Ribbenkast, V.

Ribbestoot. M., -stooten.

Ribbevlies, O., -vliezen.

Richel, V., richels. Richeltje, O., -jes.

Richtbaak, V., -baken.

Richten, richtte, heeft gericht.

Richter, M., richters en richteren.

Richtgat, O., -gaten.

Richtig, richtiger, richtigst.

Richtigheid, V.

Richting, V., richtingen.

Richtlat, V., -latten.

Richtlijn, V., -lijnen.

Richtliniaal, O., -linialen.

Richtlood, O., -looden.

Richtsnoer, O., -snoeren.

Ridder, M., ridders.

Ridderen, ridderde, heeft geridderd.

Riddergedicht, O., -gedichten.

Ridderkasteel, O., -kasteelen.

Ridderkruis, O., -kruisen.

Ridderlijk, -lijker, -lijkst.

Ridderlijkheid, V.

Ridderorde, V., -orden.

Ridderroman, M., -romans.

Ridderschap (de ridders), V., -schappen; (de waardigheid), O.

Ridderslag, M.

Ridderspel, O., -spelen.

Ridderspoor, V., -sporen.

Ridderstand, M.

Riddertijd, M., -tijden.

Ridderwezen, O.

Ridderwoord, O.

Ridderzaal, V., -zalen.

Rieken. Zie Ruiken.

Riem (lederen strook en roeispaan), M., riemen. Riempje, O., -jes.

Riem (papiermaat), M., riemen.

Riemblad, O., -bladen.

Riemer, M., riemers.

Riemschijf, V., -schijven.

Riemslag, M., -slagen.

Riet, O., rieten. Rietje, O., -jes.

Rietdekker, M., -dekkers.

Rieten (bnw.).

Rietgors, V., -gorzen.

Rietgras, O., -grassen.

Rietland, O., -landen.

Rietpeer, V., -peren; -peertje, O., -jes.

Rietsuiker, V.

Rietvink, M., -vinken.

Rif (geraamte, klip), O., riffen. Rifje, O., -jes.

Rif (in een zeil). Zie Reef.

Rij (reeks), V., rijen. Rijtje, O., -jes.

Rijbaan, V., -banen.

Rijbewijs, O., -bewijzen.

Rijbroek, V., -broeken.

Rijden, reed, reden, heeft en is gereden.

Rijder, M., rijders.

Rijdster, V., rijdsters.

Rijf, V., rijven. Rijfje, O., -jes.

Rijfelen, rijfelde, heeft gerijfeld.

Rijfelspel, O., -spelen.

Rijgdraad, M., -draden.

Rijgen, reeg, regen, heeft geregen.

Rijglaars, V., -laarzen; -laarsje, O., -jes.

Rijglijf, O., -lijven.

Rijgnaald, V., -naalden.

Rijgpen, V., -pennen.

Rijgschoen, M., -schoenen.

Rijgsnoer, O., -snoeren.

Rijgveter, M., -veters.

Rijk, O., rijken. Rijkje, O., -jes.

Rijk, rijker, rijkst.

Rijkaard, M., rijkaards.

Rijkdom, M., rijkdommen.

Rijkelijk, -lijker, -lijkst.

Rijkgeladen.

Rijkheid, V.

Rijkleed, O., -kleederen.

Rijkmaker, M., -makers.

Rijknecht, M., -knechts.

Rijksacademie, V., -academiën.

Rijksadel, M.

Rijksadvocaat, M., -advocaten.

Rijksambtenaar, M., -ambtenaars en -ambtenaren.

Rijksarchief, O., -archieven.

Rijksbelasting, V., -belastingen.

Rijksbestuurder, M., -bestuurders.

Rijksbetrekking, V., -betrekkingen.

Rijksbeurs, V., -beurzen.

Rijksdaalder, M., -daalders.

Rijksdag, M., -dagen.

Rijksgebied, O.

Rijksgebouw, O., -gebouwen.

Rijksgesticht, O., -gestichten.

Rijksgrond, M., -gronden.

Rijksgroote, M., -grooten.

Rijkshoogereburgerschool, V., -scholen.

Rijksinstelling, V., -instellingen.

Rijkskanselier, M., -kanseliers en -kanselieren.

Rijkskweekschool, V., -scholen.

Rijkslandbouwproefstation, V., -proefstations.

Rijkslandbouwschool, V., -scholen.

Rijksmerk, O.

Rijksmuseum, O., -museums en -musea.

Rijkspolitie, V.

Rijkspensioen, O., -pensioenen.

Rijkspostspaarbank, V.

Rijkssubsidie, O., -subsidiën.

Rijkstelegraaf, V.

Rijkstoezicht, O.

Rijksuniversiteit, V., -universiteiten.

Rijksveeartsenijschool, V.

Rijksveldwachter, M., -wachters.

Rijksverzekeringsbank, V.

Rijkswaterstaat, M.

Rijkswege (Van -).

Rijkszuivelinspecteur, M., -inspecteurs.

Rijkunst, V.

Rijlaars, V., -laarzen.

Rijles, V., -lessen.

Rijm (de rijp), M.

Rijm (gelijkheid van eindklanken), O., rijmen.

Rijmelaar, M., rijmelaars en rijmelaren.

Rijmelarij, V., rijmelarijen.

Rijmelen, rijmelde, heeft gerijmeld.

Rijmeloos en Rijmloos, -looze.

Rijmen, rijmde, heeft gerijmd.

Rijmklank, M., -klanken.

Rijmpje, O., -jes.

Rijmwoord, O., -woorden.

Rijn, M.

Rijn (in een molensteen), M., rijnen.

Rijnaak, V., -aken.

Rijnboot, V., -booten.

Rijnlander, M., -landers.

Rijnlandsch.

Rijnprovincie, V., -provincies en -provinciën.

Rijnsch.

Rijnsche-wijnflesch, V., -flesschen.

Rijnschip, O., -schepen.

Rijnstreek, V., -streken.

Rijntol, M., -tollen.

Rijnvaart, V.

Rijnwater, O.

Rijnwijn, M., -wijnen.

Rijp (de rijm), M.

Rijp (rups), V., rijpen. Rijpje, O., -jes.

Rijp, rijper, rijpst.

Rijpaard, O., -paarden; -paardje, O., -jes.

Rijpartij, V., -partijen; -partijtje, O., -jes.

Rijpelijk.

Rijpen (rijp maken en rijp worden), rijpte, heeft en is gerijpt.

Rijpen (door de vorst), rijpte, heeft gerijpt.

Rijpheid, V.

Rijping, V.

Rijrok, M., -rokken.

Rijs, O., rijzen. Rijsje, O., -jes.

Rijsbedding, V., -beddingen.

Rijsberm, M., -bermen.

Rijsbeslag, O.

Rijschool, V., -scholen.

Rijsdam, M., -dammen.

Rijshout, O.

Rijst, V.

Rijstbouw, M.

Rijstdiefje (vogel), O., -diefjes.

Rijstebrij, V.

Rijstemeel, O.

Rijstemelk, V.

Rijstepap, V.

Rijstesoep, V.

Rijstetaart, V., -taarten.

Rijstlepel, M., -lepels.

Rijstpapier, O.

Rijsttafel, V.

Rijstveld, O., -velden.

Rijstvogel, M., -vogels; -vogeltje, O., -jes.

Rijstwater, O.

Rijswerk, O.

Rijten, reet, reten, heeft en is gereten.

Rijtoer, M., -toeren; -toertje, O., -jes.

Rijtuig, O., -tuigen; -tuigje, O., -jes.

Rijtuiglak, O.

Rijtuigmaatschappij, V., -maatschappijen.

Rijtuigschilder, M., -schilders.

Rijtuigverhuurder, M., -verhuurders.

Rijven, reef, reven, heeft gereven.

Rijweg, M., -wegen.

Rijwiel, O., -wielen.

Rijwielbelasting, V., -belastingen.

Rijwielfabriek, V., -fabrieken.

Rijwielhersteller, M., -herstellers.

Rijwielpad, O., -paden.

Rijzen, rees, rezen, is gerezen.

Rijzig, rijziger, rijzigst.

Rijzing, V., rijzingen.

Rijzweep, V., -zweepen.

Rikketikken, rikketikte, heeft gerikketikt.

Ril, M.

Rillen, rilde, heeft gerild.

Rilling, V., rillingen. Rillinkje, O., -jes.

Rimpel, M., rimpels. Rimpeltje, O., -jes.

Rimpelen, rimpelde, heeft en is gerimpeld.

Rimpelig, rimpeliger, rimpeligst.

Rimpeling, V.

Ring, M., ringen. Ringetje, O., -jes.

Ringbaard, M., -baarden.

Ringbout, M., -bouten.

Ringbroeder, M., -broeders.

Ringdijk, M., -dijken.

Ringelduif, V., -duiven.

Ringelen, ringelde, heeft geringeld.

Ringelmusch, V., -musschen.

Ringelooren, ringeloorde, heeft geringeloord.

Ringen, ringde, heeft geringd.

Ringhout, O., -houten.

Ringkraag, M., -kragen.

Ringmuur, M., -muren.

Ringrijden, O.

Ringsloot, V., -slooten.

Ringvalk, M., -valken.

Ringvergadering, V., -vergaderingen.

Ringvinger, M., -vingers.

Ringvormig.

Rinkel, M., rinkels. Rinkeltje, O., -jes.

Rinkelaar (vaartuig), M., rinkelaars.

Rinkelbel, V., -bellen.

Rinkelen, rinkelde, heeft gerinkeld.

Rinkelrooien, rinkelrooide, heeft gerinkelrooid.

Rinkelrooier, M., -rooiers.

Rinket, O., rinketten. Rinketje, O., -jes.

Rinkinken, rinkinkte, heeft gerinkinkt.

Rinsch, rinscher, meest rinsch.

Rioleeren, rioleerde, heeft gerioleerd.

Rioleering, V., rioleeringen.

Riool, O., riolen. Riooltje, O., -jes.

Rioolstelsel, O., -stelsels.

Rioolwater, O.

Risico, O. en V.

Risqueeren, risqueerde, heeft gerisqueerd.

Rist, V., risten. Ristje, O., -jes.

Risten, ristte, heeft gerist.

Rit, M. en O., ritten. Ritje, O., -jes.

Ritmeester, M., -meesters.

Rits (tusschenw.).

Ritselen, ritselde, heeft geritseld.

Ritseling, V., ritselingen.

Ritsig, ritsiger, ritsigst.

Ritsijzer, O., -ijzers.

Ritten, ritte, heeft gerit.

Rituaal, O., ritualen.

Ritus, M.

Rivier, V., rivieren. Riviertje, O., -jes.

Rivierarm, M., -armen.

Rivierbedding, V., -beddingen.

Rivierbericht, O., -berichten.

Riviercorrespondentie, V.

Rivierdijk, M., -dijken.

Rivierkreeft, M., -kreeften.

Riviermond, O., -monden.

Rivierschip, O., -schepen.

Rivierstelsel, O., -stelsels.

Riviervisch (stofnaam), V.; (voorwerpsnaam), M.

Rivierwater, O.

Rob (dier), M., robben. Robbetje, O., -jes.

Rob (maag), V., robben.

Robbedoes, M. en V., robbedoezen.

Robbenjacht, V., -jachten.

Robbenvangst, V.

Robber, M., robbers. Robbertje, O., -jes.

Robbespek en Robbenspek, O.

Robbevel, O., -vellen.

Robijn (steen), M., robijnen; (stof), O. Robijntje, O., -jes.

Rochel, V., rochels.

Rochelaar, M., rochelaars.

Rochelen, rochelde, heeft gerocheld.

Rochelpot (persoon), M., -potten.

Roebel, M., roebels.

Roede en Roe, V., roeden. Roetje, O., -jes.

Roef, V., roeven. Roefje, O., -jes.

Roef (tusschenw.).

Roeibank, V., -banken.

Roeiboot, V., -booten; -bootje, O., -jes.

Roeidol, M., -dollen.

Roeien, roeide, heeft en is geroeid.

Roeier, M., roeiers.

Roeiklamp, M., -klampen.

Roeipen en Roeipin, V., -pennen en -pinnen.

Roeiriem, M., -riemen.

Roeischuit, V., -schuiten; -schuitje, O., -jes.

Roeispaan, V., -spanen.

Roeisport, V.

Roeistrop, M., -stroppen.

Roeivaartuig, O., -vaartuigen.

Roeivereeniging, V., -vereenigingen.

Roeiwedstrijd, M., -wedstrijden.

Roek, M., roeken.

Roekeloos, -loozer.

Roekeloosheid, V., -heden.

Roekoeken, roekoekte, heeft geroekoekt.

Roem, M.

Roemen, roemde, heeft geroemd.

Roemer en Romer, roemers en romers. Roemertje en romertje, O., -jes.

Roemrijk, -rijker, -rijkst.

Roemruchtig, -ruchtiger, -ruchtigst.

Roemvol.

Roemwaardig, -waardiger, -waardigst.

Roemwaardigheid, V.

Roemzucht, V.

Roep, M.

Roepen, riep, heeft geroepen.

Roeper, M., roepers.

Roeping, V., roepingen.

Roepstem, V., -stemmen.

Roer, M., (In rep en -).

Roer (stuur), O., roeren en roers. Roertje, O., -jes.

Roer (buis), O., roeren en roers. Roertje, O., -jes.

Roerbak, M., -bakken.

Roerdomp, M., -dompen; -dompje, O., -jes.

Roeren, roerde, heeft geroerd.

Roerend, roerender, roerendst.

Roerganger, M., -gangers.

Roerhard, -harder, -hardst.

Roerig, roeriger, roerigst.

Roerigheid, V.

Roering, V., roeringen.

Roerkruid, O.

Roerloos, -looze.

Roerloosheid, V.

Roerom, M., roerommen en roeroms.

Roerpen en Roerpin V., -pennen en -pinnen.

Roersel, O., roerselen en roersels.

Roersleuf, V., -sleuven.

Roerspaan, V., -spanen.

Roerstel, O., -stellen.

Roertalie, V., -talies.

Roervink, M., -vinken.

Roes, M., roezen. Roesje, O., -jes.

Roest (het roesten), M.; (roestigheid), O.

Roesten, roestte, is geroest.

Roestig, roestiger, roestigst.

Roestigheid, V.

Roestvlek, V., -vlekken.

Roet, O.

Roetachtig, -achtiger, -achtigst.

Roeterig, roeteriger, roeterigst.

Roetig, roetiger, roetigst.

Roetigheid, V.

Roetmop, V.; (persoon), M. en V., -moppen.

Roetzwart, O.

Roetzwart.

Roezemoezen, roezemoesde, heeft geroezemoesd.

Roezemoezig, roezemoeziger, roezemoezigst.

Roezen, roesde, heeft geroesd.

Roezig, roeziger, roezigst.

Roezigheid, V.

Roffel (tromslag en berisping), M., roffels. Roffeltje, O., -jes.

Roffel (schaaf), M., roffels. Roffeltje, O., -jes.

Roffelaar, M., roffelaars.

Roffelen, roffelde, heeft geroffeld.

Roffelig, roffeliger, roffeligst.

Roffelschaaf, V., -schaven.

Roffelzaag, V., -zagen.

Rog (visch), M., roggen. Rogje en roggetje, O., -jes.

Rogge, ook Rog (graansoort), V.

Roggebrood, O., -brooden.

Roggemeel, O.

Roggenvangst, V.

Roggestroo, O.

Roggevel, O., -vellen.

Roggeveld, O., -velden.

Rok (kleedingstuk), M., rokken. Rokje, O., -jes.

Rok (spinrokken). Zie Rokken.

Rokken en Rok, O., rokkens en rokken. Rokkentje, O., -jes.

Rokken, rokte, heeft gerokt.

Rokkenband (collectieve stof naam), O.

Rokkenen, rokkende, heeft gerokkend.

Roksband (een band), M., -banden.

Roksknoop, M., -knoopen.

Rokskraag, M., -kragen.

Roksmouw, V., -mouwen.

Rokspand, O., -panden.

Rokszak en Rokzak, M., -zakken.

Rol, M., (Aan den rol).

Rol, V., rollen. Rolletje, O., -jes.

Rolband, O.

Rolbank, V., -banken.

Rolbed, O., -bedden.

Rolgordijn, O., -gordijnen.

Rolkorf, M., -korven.

Rolkous, V., -kousen.

Rollaag, V., -lagen.

Rolleeren, rolleerde, heeft gerolleerd.

Rolleering, V.

Rollen, rolde, heeft en is gerold.

Rollende, V., -lenden.

Roller, M., rollers.

Rolling, V.

Rolpaal, M., -palen.

Rolpaard, O., -paarden.

Rolpens, V., -pensen.

Rolplank, V., -planken.

Rolschaats, V., -schaatsen.

Rolschot, O., -schoten.

Rolsteen, M., -steenen.

Rolstoel, M., -stoelen.

Rolstok, M., -stokken.

Rolverdeeling, V., -verdeelingen.

Rolwagen, M., -wagens.

Romaansch.

Romaansch, O.

Roman, M., romans. Romannetje, O., -jes.

Romance, V., romancen en romances.

Romanesk, romanesker.

Romanheld, M., -helden.

Romanist, M., romanisten.

Romanlectuur, V.

Romanlezer, M., -lezers.

Romanschrijver, M., -schrijvers.

Romantiek, V.

Romantisch, romantischer, meest romantisch.

Romantisme, O.

Romein, M., Romeinen.

Romeinsch.

Rommel, M., rommels. Rommeltje, O., -jes.

Rommelen, rommelde, heeft gerommeld.

Rommeling, V., rommelingen.

Rommelkamer, V., -kamers.

Rommelpot, M., -potten.

Rommelzolder, M., -zolders.

Rommelzoo en Rommelzooi, V., -zooien; -zootje, O., -jes.

Rommentom.

Romp, M., rompen. Rompje, O., -jes.

Rompelig, rompeliger, rompeligst.

Rompslomp, M.

Rond, ronder, rondst.

Rond, O., ronden. Rondje, O., -jes.

Rondas, V., rondassen.

Rondbazuinen, bazuinde rond, heeft rondgebazuind.

Rondbezorgen, bezorgde rond, heeft rondbezorgd.

Rondborstig, -borstiger, -borstigst.

Rondborstigheid, V.

Rondbrengen, bracht rond, heeft rondgebracht.

Rondbrieven, briefde rond, heeft rondgebriefd.

Ronddeelen, deelde rond, heeft rondgedeeld.

Ronddobberen, dobberde rond, heeft rondgedobberd.

Ronddolen, doolde rond, heeft rondgedoold.

Ronddraaien, draaide rond, heeft en is rondgedraaid.

Ronddraven, draafde rond, heeft en is rondgedraafd.

Ronddrijven, dreef rond, dreven rond, heeft rondgedreven.

Ronddwalen, dwaalde rond, heeft rondgedwaald.

Ronde, V., rondes.

Rondeau, O., rondeau's.

Rondedans, M., -dansen.

Rondeel, O., rondeelen. Rondeeltje, O., -jes.

Ronden, rondde, heeft gerond.

Rondfladderen, fladderde rond, heeft rondgefladderd.

Rondgaan, gaat rond, ging rond, is rondgegaan.

Rondgaand.

Rondgat, O., -gatten.

Rondgeven, gaf rond, gaven rond, heeft rondgegeven.

Rondgluren, gluurde rond, heeft rondgegluurd.

Rondheid, V.

Rondhout, O.

Rondigheid, V.

Ronding, V., rondingen.

Rondkijken, keek rond, keken rond, heeft rondgekeken.

Rondkomen, komt rond, kwam rond, kwamen rond, is rondgekomen.

Rondkop, M. en V., -koppen.

Rondleiden, leidde rond, heeft rondgeleid.

Rondloopen, liep rond, heeft en is rondgeloopen.

Rondlooper, M., -loopers.

Rondom.

Rondreis, V., -reizen; -reisje, O., -jes.

Rondreisbiljet, O., -biljetten.

Rondreizen, reisde rond, heeft en is rondgereisd.

Rondrijden, reed rond, reden rond, heeft en is rondgereden.

Ronds, V., rondsen. Rondsje, O., -jes.

Rondschenken, schonk rond, heeft rondgeschonken.

Rondsel, O., rondsels. Rondseltje, O., -jes.

Rondslenteren, slenterde rond, heeft rondgeslenterd.

Rondsnuffelen, snuffelde rond, heeft rondgesnuffeld.

Rondspringen, sprong rond, heeft rondgesprongen.

Rondsturen, stuurde rond, heeft rondgestuurd.

Rondte, V., rondten.

Rondtrompetten, trompette rond, heeft rondgetrompet.

Ronduit.

Rondventen, ventte rond, heeft rondgevent.

Rondventer, M., -venters.

Rondvertellen, vertelde rond, heeft rondverteld.

Rondvliegen, vloog rond, vlogen rond, heeft en is rondgevlogen.

Rondvoeren, voerde rond, heeft rondgevoerd.

Rondwandelen, wandelde rond, heeft rondgewandeld.

Rondwaren, waarde rond, heeft rondgewaard.

Rondzien, ziet rond, zag rond, zagen rond, heeft rondgezien.

Rondzwerven, zwierf rond, zwierven rond, heeft rondgezworven.

Rondzwieren, zwierde rond, heeft rondgezwierd.

Rong, V., rongen.

Ronken, ronkte, heeft geronkt.

Ronselaar, M., ronselaars.

Ronselen, ronselde, heeft geronseld.

Ronzebons, V., ronzebonzen.

Rood, rooder, roodst.

Rood, O.

Roodaarde, V.

Roodaarden, roodaardde, heeft geroodaard.

Roodachtig, -achtiger, -achtigst.

Roodachtigheid, V.

Roodbont.

Roodborstje, O., -jes.

Roodbros, -brosse.

Roodbruin.

Roodekool, V., -koolen.

Roodeloop, M.

Roodgieter, M., -gieters.

Roodgloeiend.

Roodharig.

Roodheet, -heete.

Roodheid, V.

Roodhuid, M., -huiden.

Roodkleurig, -kleuriger, -kleurigst.

Roodkoper, O.

Roodkoperen.

Roodkoralen (bnw.).

Roodkrijt, O.