Part 45
Overste, M., oversten.
Oversteeksel, O., -steeksels.
Overstek, O., -stekken; -stekje, O., -jes.
Oversteken, stak over, staken over, heeft en is overgestoken.
Oversteking, V.
Overstelpen, overstelpte, heeft overstelpt.
Overstelping, V.
Overstemmen, stemde over, heeft overgestemd; ook overstemde, heeft overstemd.
Overstemming, V., -stemmingen.
Overstempelen, stempelde over, heeft overgestempeld.
Overstempeling, V.
Overstijven, steef over, steven over, heeft overgesteven.
Overstoomen, stoomde over, heeft en is overgestoomd; ook overstoomde, heeft overstoomd.
Overstoppen, stopte over, heeft overgestopt.
Overstorten, stortte over, heeft overgestort; ook overstortte, heeft overstort.
Overstorting, V.
Overstralen, overstraalde, heeft overstraald.
Overstreng.
Overstrijden, overstreed, overstreden, heeft overstreden.
Overstrijken, streek over, streken over, heeft en is overgestreken; ook overstreek, overstreken, heeft overstreken.
Overstrompelen, strompelde over, heeft en is overgestrompeld.
Overstrooien, overstrooide, heeft overstrooid.
Overstroomen, stroomde over, heeft overgestroomd; ook overstroomde, heeft overstroomd.
Overstrooming, V., -stroomingen.
Overstudeeren, studeerde over, heeft overgestudeerd.
Overstuiven, stoof over, stoven over, is overgestoven; ook overstoof, overstoven, heeft overstoven.
Oversturen, stuurde over, heeft overgestuurd.
Oversturing, V.
Overstuur.
Oversuikeren, oversuikerde, heeft oversuikerd.
Overtal, O.
Overtappen, tapte over, heeft overgetapt.
Overtapping, V.
Overteekenen, teekende over, heeft overgeteekend.
Overteekening, V.
Overtelegrapheeren, telegrapheerde over, heeft overgetelegrapheerd.
Overtellen, telde over, heeft overgeteld.
Overtelling, V., -tellingen.
Overtent, V., -tenten.
Overtillen, tilde over, heeft overgetild.
Overtimmeren, overtimmerde, heeft overtimmerd.
Overtocht, M., -tochten.
Overtogen (deelw.).
Overtollig, -tolliger, -tolligst.
Overtolligheid, V., -heden.
Overtonnen, tonde over, heeft overgetond.
Overtoom, M., -toomen.
Overtopt.
Overtreden, trad over, traden over, is overgetreden; ook overtrad, overtraden, heeft overtreden.
Overtreder, M., -treders.
Overtreding, V., -tredingen.
Overtreedster, V., -treedsters.
Overtreffen, overtrof, overtroffen, heeft overtroffen.
Overtrek, O., -trekken; -trekje, O., -jes.
Overtrekken, trok over, trokken over, heeft en is overgetrokken; ook overtrok, overtrokken, heeft overtrokken.
Overtreksel, O., -treksels; -trekseltje, O., -jes.
Overtroeven, overtroefde, heeft overtroefd.
Overtuigen, overtuigde, heeft overtuigd.
Overtuigend, -tuigender, -tuigendst.
Overtuiging, V., -tuigingen.
Overtuin, M., -tuinen; -tuintje, O., -jes.
Overuur, O., -uren.
Overvaart, V.
Overval (aanval), M., -vallen.
Overval (toeval), O., -vallen; -valletje, O., -jes.
Overval (sluitwerk), M., -vallen.
Overvallen, viel over, is overgevallen; ook overviel, heeft overvallen.
Overvaren, voer over, heeft en is overgevaren, ook overvoer, heeft overvaren.
Overvegen, veegde over, heeft overgeveegd.
Oververfijnd.
Oververfijning, V.
Oververnissen, verniste over, heeft overgevernist.
Oververstandig.
Oververtellen, vertelde over, heeft oververteld.
Oververven, verfde over, heeft overgeverfd.
Oververzadigd.
Overvet, -vette.
Overvijlen, vijlde over, heeft overgevijld.
Overvlechten, vlocht over, heeft overgevlochten.
Overvleugelen, overvleugelde, heeft overvleugeld.
Overvleugeling, V.
Overvlieden, vlood over, vloden over, is overgevloden.
Overvliegen, vloog over, vlogen over, is overgevlogen.
Overvlieger, M., -vliegers; -vliegertje, O., -jes.
Overvlieten, vloot over, vloten over, is overgevloten.
Overvloed, M.
Overvloedig, -vloediger, -vloedigst.
Overvloedigheid, V.
Overvloeien, vloeide over, heeft en is overgevloeid.
Overvloeiing, V.
Overvluchten, vluchtte over, is overgevlucht.
Overvlug, -vlugge.
Overvoeden, overvoedde, heeft overvoed.
Overvoederen en Overvoeren, overvoederde, heeft overvoederd; en overvoerde, heeft overvoerd.
Overvoeding, V.
Overvoeren (overbrengen), voerde over, heeft overgevoerd.
Overvoeren (overvoederen). Zie Overvoederen.
Overvoering, V.
Overvol, -volle.
Overvolledig.
Overvormen, vormde over, heeft overgevormd.
Overvouwen, vouwde over, heeft overgevouwen.
Overvracht, V., -vrachten.
Overvragen, vraagde over, heeft overgevraagd en vroeg over, ook overvraagde, heeft overvraagd en overvroeg.
Overvriendelijk.
Overvruchtbaar, -bare.
Overwaaien, waaide over, is overgewaaid; ook woei over, woeien over.
Overwaarde, V.
Overwaardig.
Overwaggelen, waggelde over, is overgewaggeld.
Overwal, M.
Overwalsch.
Overwalsen, walste over, heeft overgewalst.
Overwandelen, wandelde over, heeft en is overgewandeld.
Overwarm.
Overwasemen, overwasemde, heeft overwasemd.
Overwasschen, wiesch over, wieschen over, heeft overgewasschen.
Overweek, -weeke.
Overweeken, weekte over, heeft overgeweekt.
Overweg, M., -wegen; -wegje, O., -jes.
Overweg (- kunnen).
Overwegen, woog over, wogen over, heeft overgewogen; ook overwoog, overwogen, heeft overwogen.
Overwegend, -wegender, -wegendst.
Overweging, V., -wegingen.
Overweldigen, overweldigde, heeft overweldigd.
Overweldiger, M., -weldigers.
Overweldiging, V.
Overwelfsel, O., -welfsels.
Overwelven (ook Overwulven), overwelfde, heeft overwelfd.
Overwelving, V.
Overwerk, O.
Overwerken, werkte over, heeft overgewerkt; ook overwerkte (zich), heeft (zich) overwerkt.
Overwerking, V.
Overwerpen, wierp over, heeft overgeworpen.
Overwicht, O.
Overwichtig.
Overwichtigheid, V.
Overwijs, -wijze.
Overwinden, wond over, heeft overgewonden.
Overwinnaar, M., -winnaars en -winnaren.
Overwinnares, V., -winnaressen.
Overwinnen, won over, wonnen over, heeft overgewonnen; ook overwon, overwonnen, heeft overwonnen.
Overwinning, V., -winningen.
Overwinst, V., -winsten.
Overwinteren, overwinterde, heeft overwinterd.
Overwintering, V.
Overwippen, wipte over, heeft en is overgewipt.
Overwitten, witte over, heeft overgewit.
Overwonneling, M. en V., -wonnelingen. V. ook overwonnelinge.
Overwrijven, wreef over, wreven over, heeft overgewreven.
Overwulven. Zie Overwelven.
Overzaaien, zaaide over, heeft overgezaaid; ook overzaaide, heeft overzaaid.
Overzakken, zakte over, is overgezakt.
Overzakking, V., -zakkingen.
Overzeesch.
Overzeggen, zeide over, heeft overgezegd en overgezeid.
Overzeilen, zeilde over, is overgezeild; ook overzeilde, heeft overzeild.
Overzeiler, M., -zeilers.
Overzeiling, V., -zeilingen.
Overzenden, zond over, heeft overgezonden.
Overzender, M., -zenders.
Overzending, V., -zendingen.
Overzetster, V., -zetsters.
Overzetten, zette over, heeft overgezet.
Overzetter, M., -zetters.
Overzetting, V., -zettingen.
Overzicht, O., -zichten; -zichtje, O., -jes.
Overzieden, zood over, zoden over, heeft overgezoden.
Overzien, zag over, zagen over, heeft overgezien; ook overzag, overzagen, heeft overzien.
Overzienbaar, -bare.
Overzijde en -zij, V.
Overzijdsch.
Overzilveren, overzilverde, heeft overzilverd.
Overzindelijk.
Overzingen, zong over, heeft overgezongen.
Overzitten, zat over, zaten over, heeft overgezeten.
Overzolderen, overzolderde, heeft overzolderd.
Overzouten, zoutte over, heeft overgezouten.
Overzuinig.
Overzulks.
Overzwaar, -zware.
Overzwalpen, overzwalpte, heeft overzwalpt.
Overzwemmen, zwom over, zwommen over, heeft en is overgezwommen.
Overzwikken, zwikte over, is overgezwikt.
Oxydatie, V., oxydatiën en oxydaties.
Oxyde, O.
Oxydeeren, oxydeerde, is geoxydeerd.
Ozon, O.
Ozonwater, O.
P
P, V., p's.
Pa. Zie Papa.
Paadje. Zie Pad, O.
Paai, M., paaien.
Paaiement, O., paaiementen.
Paaien, paaide, heeft gepaaid.
Paaiskist, V., -kisten.
Paal, M., palen. Paaltje, O., -jes.
Paalbalk, M., -balken.
Paalgeld, O., -gelden.
Paalgording, V., -gordingen.
Paalvast.
Paalwerk, O., -werken.
Paalwoning, V., -woningen.
Paalworm, M., -wormen.
Paander, V., paanders.
Paap, M., papen.
Paapje (vogeltje), O., -jes.
Paapsch.
Paapsche, M. en V., paapschen.
Paapschgezind.
Paapschgezindheid, V.
Paar, O., paren. Paartje, O., -jes.
Paard, O., paarden. Paardje, O., -jes.
Paardebek, M., -bekken.
Paardeborstel, M., -borstels.
Paardedek, O., -dekken.
Paardekleed, O., -kleeden.
Paardekop, M., -koppen.
Paardekracht (de kracht van een paard als maatstaf), V., -krachten. Verg. Paardenkracht.
Paardeleer en Paardenleer, O.
Paardeleeren en Paardenleeren (bnw.).
Paardelijn, V., -lijnen.
Paarden, paardde, heeft gepaard.
Paardenarts, M., -artsen.
Paardenbloem, V., -bloemen.
Paardenboer, M., -boeren.
Paardenboon, V., -boonen.
Paardendief, M., -dieven.
Paardendokter, M., -dokters.
Paardenfokker, M., -fokkers.
Paardenfokkerij, V., -fokkerijen.
Paardenhaar, O.
Paardenhals, M.
Paardenhandel, M.
Paardenharen (bnw.).
Paardenhoef, M., -hoeven.
Paardenkastanje (boom), M., (vrucht), V.
Paardenkenner, M., -kenners.
Paardenkennis, V.
Paardenknecht, M., -knechts.
Paardenkooper, M., -koopers.
Paardenkracht (kracht als van een paard), V. Verg. Paardekracht.
Paardenmarkt, V., -markten.
Paardenmest, M.
Paardenmiddel, O., -middelen.
Paardenras, O., -rassen.
Paardenslachter, M., -slachters.
Paardenslachterij, V., -slachterijen.
Paardensmid, M., -smeden.
Paardenspel, O., -spellen.
Paardenstal, M., -stallen.
Paardenstamboek, O., -boeken.
Paardenteelt, V.
Paardenvlieg, V., -vliegen.
Paardenvolk, O.
Paardenvracht, V., -vrachten.
Paardenwerk, O.
Paardenziekte, V.
Paardepoot, M., -pooten.
Paardestaart, M., -staarten.
Paardetoom, M., -toomen.
Paardetuig, O., -tuigen.
Paardevijg, V., -vijgen.
Paardevleesch en Paardenvleesch, O.
Paardevoet (voet van een paard), M., -voeten.
Paardevoet (horrelvoet), M., -voeten.
Paardrijden, O.
Paardrijder, M., -rijders.
Paardrijdster, V., -rijdsters.
Paarl. Zie Parel.
Paarlemoer en Parelmoer, O.
Paarlemoeren en Parelmoeren (bnw.).
Paars, paarser, paarst.
Paarsgewijze en -gewijs.
Paaschavond, M., -avonden.
Paaschbest, O.
Paaschbest (bijw.).
Paaschbeurt, V., -beurten.
Paaschbloem, V., -bloemen.
Paaschbrood, O., -brooden.
Paaschdag, M., -dagen.
Paaschdrie, M.
Paaschei, O., -eieren.
Paaschfeest, O., -feesten.
Paaschgezang, O., -gezangen.
Paaschkaars, V., -kaarsen.
Paaschkoek, M., -koeken.
Paaschlam, O., -lammeren.
Paaschmaandag, M.
Paaschnacht, M.
Paaschos, M., -ossen.
Paaschpreek, V., -preeken.
Paaschpronk, M.
Paaschtijd, M.
Paaschvacantie, V., -vacantiën en -vacanties.
Paaschvuur, O., -vuren.
Paaschweek, V.
Paaschzondag, M.
Paatje. Zie Papa.
Pacha en Pasja, M., pacha's en pasja's.
Pacht, V., pachten.
Pachten, pachtte, heeft gepacht.
Pachter, M., pachters.
Pachtgeld, O., -gelden.
Pachthoeve, V., -hoeven.
Pachting, V., pachtingen.
Pachtsom, V., -sommen.
Pachtspel, O.
Pachtster, V., pachtsters.
Pachttijd, M., -tijden.
Pacificatie, V., pacificatiën.
Pacifiek, pacifieker, pacifiekst.
Pad (weg), O., paden. Paadje, O., -jes.
Pad en Padde (dier), V., padden. Padje en paddetje, O., -jes.
Paddengif en -gift, O.
Paddengras, O.
Paddenstoel, M., -stoelen; -stoeltje, O., -jes.
Padvinder, M., -vinders.
Padvinderij, V.
Padvinderskostuum, O.
Paedagogie, V.
Paedagogiek, V.
Paedagogisch.
Paedagoog, M., paedagogen.
Paf, M., paffen.
Paf, paffer, pafst.
Paf (- staan, - zijn).
Paf (tusschenw.).
Paffen, pafte, heeft gepaft.
Pafferig, pafferiger, pafferigst.
Pafferigheid, V.
Paffig, paffiger, paffigst.
Paffigheid, V.
Pafzak, M. en V., -zakken.
Pagaai, V., pagaaien.
Pagaaien, pagaaide, heeft gepagaaid.
Pagadet, V., pagadetten. Pagadetje, O., -jes.
Pagadetterig.
Page (edelknaap), M., pages.
Pagina, V., pagina's.
Paginatuur, V., paginaturen.
Pagineeren, pagineerde, heeft gepagineerd.
Pagineering, V., pagineeringen.
Pagode, V., pagoden.
Pair, M., pairs.
Pairschap, O.
Pak, O., pakken. Pakje, O., -jes.
Paketboot, V., -booten.
Paketvaart, V., -vaarten.
Pakezel, M., -ezels.
Pakgaren, O.
Pakgoed, O., -goederen.
Pakjesdrager, M., -dragers.
Pakhuis, O., -huizen.
Pakhuishuur, V., -huren.
Pakhuisknecht, M., -knechts.
Pakhuismeester, M., -meesters.
Pakkage, V., pakkages.
Pakkamer, V., -kamers.
Pakken, pakte, heeft gepakt.
Pakkendrager, M., -dragers.
Pakker, M., pakkers.
Pakket, O., pakketten. Pakketje, O., -jes.
Pakketpost, V.
Pakketweger, M., -wegers.
Pakking, V.
Pakkingbus en Pakkingbos, V., -bussen (-bossen).
Pakkingzuiger, M., -zuigers.
Pakkist, V., -kisten.
Pakmand, V., -manden.
Paknaald, V., -naalden.
Pakpapier, O., -papieren.
Pakschuit, V., -schuiten.
Pakschuitdienst, M., -diensten.
Paktouw, O.
Pakwagen, M., -wagens.
Pakwerk, O., -werken.
Pakzadel, M., -zadels.
Pal, M., pallen.
Pal (bijw.).
Paladijn, M., paladijnen.
Palaeograaf, M., palaeografen.
Palaeographie, V.
Palaeontologie, V.
Palankijn, M., palankijns.
Palei, V., paleien.
Paleis, O., paleizen.
Paleiswacht, V.
Palen, paalde, heeft gepaald.
Palet (kaatstuig), V., paletten.
Palet (schilderswoord), O., paletten. Paletje, O., -jes.
Paletot, V., paletots.
Paletten, palette, heeft gepalet.
Palfrenier, M., palfreniers.
Paling (visch), M., palingen. Als stofnaam, V. Palinkje, O., -jes.
Palingtrekken, O.
Palingvel, O., -vellen.
Palissade, V., palissaden.
Palissadeeren, palissadeerde, heeft gepalissadeerd.
Palissadeering, V., palissadeeringen.
Palissander, O.
Palissanderhouten (bnw.).
Paljas, M., paljassen.
Palklamp, M., -klampen.
Palladium, O.
Pallas, M., pallassen.
Palliatief, O., palliatieven.
Palm (boom), M., palmen.
Palm (palmtak), M., palmen. Palmpje, O., -jes.
Palm (vlakke hand en lengtemaat), V., palmen. Palmpje, O., -jes
Palm (kruid), V.
Palmboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Palmen, palmde, heeft gepalmd.
Palmhout, O.
Palmhouten.
Palmiet, O.
Palmolie, V.
Palmpaasch en Palmpaschen, V., palmpaschen; palmpaaschje, O., -jes.
Palmtak, M., -takken.
Palmwijn, M.
Palmzondag, M., -zondagen.
Palster, M., palsters.
Paltrok, M., paltrokken.
Palts, V.
Pamflet, O., pamfletten. Pamfletje, O., -jes.
Pamflettist, M., pamflettisten.
Pampelen, pampelde, heeft gepampeld.
Pampernoelje, V., pampernoeljes.
Pan, V., pannen. Pannetje, O., -jes.
Panacee, V.
Panache, V., panaches.
Pand (onderpand), O., panden. Pandje, O., -jes.
Pand (rokslip), O., panden. Pandje, O., -jes.
Pandbeslag, O.
Pandecten (mv.), V.
Pandeling, M., pandelingen.
Pandelingschap, O.
Panden, pandde, heeft gepand.
Pander, M., panders.
Pandhuis, O., -huizen.
Pandhuishouder, M., -houders.
Pandhuiswet, V.
Panding, V., pandingen.
Pandjeshuis, O., -huizen.
Pandoer, M., pandoeren.
Pandoeren, pandoerde, heeft gepandoerd.
Pandrecht, O.
Pandspel, O., -spellen; -spelletje, O., -jes.
Pandverbeuren, O.
Paneel, O., paneelen. Paneeltje, O., -jes.
Paneelraam, O., -ramen.
Paneelzager, M., -zagers.
Panharing (een visch), M., -haringen. Als stofnaam, V.
Paniek, V.
Panisch.
Panje, V., panjes.
Panklaar, -klare.
Panlikker en Pannelikker, M., -likkers.
Panlikkerij, V., -likkerijen.
Pannedeksel, O., -deksels.
Pannekoek, M., -koeken; -koekje, O., -jes.
Pannenbakker, M., -bakkers.
Pannenbakkerij, V., -bakkerijen.
Pannendak, O., -daken.
Panopticum, O., panopticums.
Panorama, O., panorama's.
Panser, ook Pantser, O., pansers en pantsers.
Panslavisme, O.
Pantalon, V., pantalons.
Panter, M., panters. Pantertje, O., -jes.
Pantheïsme, O.
Pantheïst, M., pantheïsten.
Pantheon, O.
Pantoffel, V., pantoffels. Pantoffeltje, O., -jes.
Pantoffelheld, M., -helden.
Pantoffelparade, V.
Pantograaf, M., pantografen.
Pantomime, V., pantomimen en pantomimes.
Pantomimisch.
Pantomimist, M., pantomimisten.
Pantser. Zie Panser.
Pantserdek, O., -dekken.
Pantservloot, V.
Pantserfort, O., -forten.
Pantserplaat, V., -platen.
Pantserschip, O., -schepen.
Panvisch en Pannevisch, V.
Pap, V., pappen. Papje, O., -jes.
Papa en Pa, M., papa's en pa's. Papaatje en paatje, O., -jes.
Papaver, V., papavers.
Papaverstroop, V.
Papegaai, M., papegaaien. Papegaaitje, O., -jes.
Papegaaiekop, M., -koppen.
Papegaaietong, V., -tongen.
Papegaaisbek, M., -bekken.
Papegaaiskooi, V., -kooien.
Papenaad, M., -naden.
Papenbloem, V., -bloemen.
Papendom, O.
Paperassen (mv.), V.
Paperij, V.
Papeterie, V., papeterieën.
Papier, O., papieren. Papiertje, O., -jes.
Papieren (bnw.).
Papierfabriek, V., -fabrieken.
Papiermagazijn, O., -magazijnen.
Papiermaker, M., -makers.
Papiermand, V., -manden.
Papiermerk, O., -merken.
Papiermolen, M., -molens.
Papillot, V., papillotten.
Papillottenpapier, O.
Papist, M., papisten.
Papje (papegaaitje), O., -jes.
Papkind, O., -kinderen.
Paplepel, M., -lepels.
Pappen, papte, heeft gepapt.
Pappig, pappiger, pappigst.
Pappigheid, V.
Papping, V., pappingen.
Pappot, M., -potten.
Papyrus, M., papyrussen.
Paraaf, V., parafen.
Parabel, V., parabelen en parabels.
Parabolisch.
Paraboloïde, V., paraboloïden.
Parabool, V., parabolen.
Parachute, V., parachutes.
Paracleet, M.
Parade, V., parades.
Paradeeren, paradeerde, heeft geparadeerd.
Parademarsch, M., -marschen.
Paradepaard, O., -paarden.
Paradigma, O., paradigma's en paradigmata.
Paradijs, O., paradijzen. Paradijsje, O., -jes.
Paradijsappel, M., -appelen.
Paradijsgeschiedenis, V.
Paradijskostuum, O.
Paradijsvogel, M., -vogels.
Paradox, V., paradoxen.
Paradox (bnw.).
Parafeeren, parafeerde, heeft geparafeerd.
Paragraaf, V., paragrafen. Paragraafje, O., -jes.
Parallel, V., parallellen.
Parallelklasse, V., -klassen.
Parallelogram, O., parallelogrammen.
Parallelweg, M., -wegen.
Paralyseeren, paralyseerde, heeft geparalyseerd.
Paranimf, M., paranimfen.
Paraphrase, V., paraphrasen.
Parapluie en Paraplu, V., parapluies en paraplu's. Parapluutje, O., -jes.
Paraplubak, M., -bakken.
Paraplustander, M., -standers.
Parasiet (persoon), M., (plant), V., parasieten.
Parasitisch.
Parasol, V., parasols. Parasolletje, O., -jes.
Pardel, M., pardels.
Pardoen, V., pardoens.
Pardoes (tusschenw.).
Pardon, O.
Pardonneeren, pardonneerde, heeft gepardonneerd.
Pareeren, pareerde, heeft gepareerd.
Parel en Paarl, V., parelen, parels en paarlen. Pareltje en paarltje, O., -jes.
Parelen, parelde, heeft gepareld.
Parelgerst, V.
Parelgort, V.
Parelgras, O.
Parelgrijs.
Parelhoen, O., -hoenders.
Parelkleurig.
Parelmoer. Zie Paarlemoer.
Parelmoeren. Zie Paarlemoeren.
Parelmossel, V., -mosselen.
Pareloester, V., -oesters.
Parelsnoer, O., -snoeren.
Parelvisscher, M., -visschers.
Paren, paarde, heeft gepaard.
Parentage, V.
Parenthese, V., parenthesen.
Parfum, O., parfums.
Parfumeeren, parfumeerde, heeft geparfumeerd.
Parfumerie, V., parfumerieën.
Pari, O.
Paria, M. en V., paria's.
Parieeren, parieerde, heeft geparieerd.
Parijsch, Parijsche.
Paring, V.
Pariteit, V.
Park, O., parken.
Parket, O., parketten.
Parketvloer, M., -vloeren.
Parkiet, M., parkieten. Parkietje, O., -jes.
Parlement, O., parlementen.
Parlementair (onderhandelaar), M., parlementairs en parlementairen.
Parlementair (bnw.).
Parlementeeren, parlementeerde, heeft geparlementeerd.
Parlementsgebouw, O., -gebouwen.
Parlementslid, O., -leden.
Parlementszitting, V., -zittingen.
Parmantig, parmantiger, parmantigst.
Parmantigheid, V.
Parmezaan (iemand uit Parma), M., Parmezanen.
Parmezaan (kaas), V., parmezanen.
Parnas, M.
Parochiaan, M., parochianen.
Parochie, V., parochiën.
Parochiekerk, V., -kerken.
Parodie, V., parodieën.
Parodieeren, parodieerde, heeft geparodieerd.
Parool, O., parolen.
Part (poets, streek), V., parten. Partje, O., -jes.
Part (deel), O., parten. Partje, O., -jes.
Parterre, O.
Participant, M., participanten.
Particularist, M., particularisten.
Particulariteit, V., particulariteiten.
Particulier, particuliere.
Particulier, M., particulieren.
Particuliere, V., particulieren.
Partieel, partieele.
Partij, V., partijen. Partijtje, O., -jes.
Partijbelang, O., -belangen.
Partijdig, partijdiger, partijdigst.
Partijdigheid, V.
Partijganger, M., -gangers.
Partijgeest, M.
Partijgenoot, M., -genooten.
Partijhoofd, O., -hoofden.
Partijman, M., -mannen.
Partijschap, V., -schappen.
Partijzucht, V.
Partikel, V., partikels.
Partituur, V., partituren.
Partuur, O.
Paruik. Zie Pruik.
Parvenu, M., parvenu's.
Pas (tred, doortocht en vrijbrief), M., passen. Pasje, O., -jes.
Pas (tijdstip), O.
Pas (bijw.).
Pascha, O.
Paschen, V.
Pasganger, M., -gangers.
Pasgeboren.
Pasgeld, O.
Pasja. Zie Pacha.
Pasjes.
Paskaart, V., -kaarten; -kaartje, O., -jes.
Pasklaar.
Paskwil, O., paskwillen. Paskwilletje, O., -jes.
Paslood, O., -looden; -loodje, O., -jes.
Pasmunt, V.
Paspoort, O., paspoorten.
Passaat, M., passaten.
Passaatwind, M., -winden.
Passage, V., passages.
Passagebiljet, O., -biljetten.
Passagebureau, O., -bureau's.
Passagier, M., passagiers.
Passagieren, passagierde, heeft gepassagierd.
Passagiersgoed, O.
Passagierstrein, M., -treinen.
Passant, M., passanten.
Passantenhuis, O., -huizen.
Passeeren, passeerde, heeft en is gepasseerd.
Passelijk, -lijker, -lijkst.
Passement, O., passementen. Passementje, O., -jes.
Passementwinkel, M., -winkels.
Passen, paste, heeft gepast.
Passe-partout, M., passe-partouts.
Passer, M., passers. Passertje, O., -jes.
Passerdoos, V., -doozen.
Passie (het lijden en de lijdensweken), V.
Passie (hartstocht), V., passies en passiën.
Passiebloem, V., -bloemen.
Passief, passiever, passiefst.
Passief, O.
Passiespel, O., -spelen.
Pastei, V., pasteien. Pasteitje, O., -jes.
Pasteibakker, M., -bakkers.
Pasteikorst, V., -korsten.
Pastel (weede), V.
Pastel (kleurstift), O., pastellen.
Pastelteekening, V., -teekeningen.
Pastille, V., pastilles.
Pastinak, V., pastinaken.
Pastinakenzaad, O.
Pastoor, M., pastoors. Pastoortje, O., -jes.
Pastoraal, pastorale.
Pastoraal, V. Ook Pastorale.
Pastorie en Pastorij, V., pastorieën en pastorijen.
Pat (belegsel; klep), V. Patje, O., patjes.
Patas, V., patassen.
Patent, O., patenten. Patentje, O., -jes.
Patent, patenter, patentst.
Patentbelasting, V., -belastingen.
Patenteeren, patenteerde, heeft gepatenteerd.
Patentolie, V.
Patentplichtig.
Patentwet, V., -wetten.
Pater, M., paters. Patertje, O., -jes.
Paternoster, O., paternosters.
Pathetisch.
Pathologie, V.
Pathos, O.
Patiënt, M. en V., patiënten. V. ook patiënte. Patiëntje, O., -jes.
Patiëntie, V.
Patik (kruid), O.
Patriarch, M., patriarchen.
Patriarchaal, patriarchale.
Patriciër, M., patriciërs.
Patricisch.
Patrijs, M., patrijzen. Patrijsje, O., -jes.
Patrijshond, M., -honden.
Patrijspoort, V., -poorten.
Patrijzenei, O., -eieren.
Patrijzennest, O., -nesten.
Patrimonium, O.
Patriot, M., patriotten.
Patriotisme, O.
Patriottisch.
Patronaat, O., patronaten.
Patrones, V., patronessen.
Patroon (beschermer, heer), M., patronen en patroons.
Patroon (lading), V., patronen.
Patroon (model), O., patronen. Patroontje, O., -jes.
Patroontasch, V., -tasschen.
Patrouille, V., patrouilles.
Patrouilleeren, patrouilleerde, heeft gepatrouilleerd.
Pats, V.
Pauk, V., pauken.
Pauken, paukte, heeft gepaukt.
Paukenslager, M., -slagers.
Pauperisme, O.
Paus, M., pausen.
Paus, V. Zie Pauze.
Pausdom, O.
Pauseeren, pauseerde, heeft gepauseerd.
Pauseering, V., pauseeringen.
Pauselijk en Pauslijk.
Pausgezind.
Pausschap, O.
Pauw, M., pauwen. Pauwtje, O., -jes.
Pauwenei, O., -eieren.
Pauwestaart, M., -staarten.
Pauweveer, V., -veeren; -veertje, O., -jes.
Pauwin, V., pauwinnen.
Pauze en Paus, V., pauzen.
Paviljoen, O., paviljoenen. Paviljoentje, O., -jes.
Peauter. Zie Piauter.
Pecco, V.
Pecunieel, pecunieele.
Pedaal, O., pedalen.
Pedaalharp, V., -harpen.
Pedant, M., pedanten. Pedantje, O., -jes.
Pedant, pedanter, pedantst.
Pedanterie, V., pedanterieën.
Pedel, M., pedels en pedellen.
Pedelskamer, V., -kamers.
Pedestal, O., pedestallen. Pedestalletje, O., -jes.
Peel (haarband), V., pelen.
Peel (moerassig land), V., pelen.
Peen, V., penen. Peentje, O., -jes.
Peengras, O.
Peer (vrucht), V., (boom), M., peren. Peertje, O., -jes.