Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal Met aanwijzing van de geslachten der naamwoorden en de vervoeging der werkwoorden

Part 32

Chapter 322,821 wordsPublic domain

Kunstenares, V., kunstenaressen.

Kunstenarij, V., kunstenarijen.

Kunstenmaker, M., -makers.

Kunstgenoot, M., -genooten.

Kunstgeschiedenis, V.

Kunstgevoel, O.

Kunstgewrocht, O., -gewrochten.

Kunstgreep, M., -grepen.

Kunsthandel, M.

Kunstig, kunstiger, kunstigst.

Kunstigheid, V.

Kunstkenner, M., -kenners.

Kunstkooper, M., -koopers.

Kunstlicht, O.

Kunstliefde, V.

Kunstlievend, -lievender, -lievendst.

Kunstmatig, -matiger, -matigst.

Kunstmest, M.

Kunstmiddel, O., -middelen.

Kunstnaaldwerk, O.

Kunstnijverheid, V.

Kunstoog, O., -oogen.

Kunstproduct, O., -producten.

Kunstreis, V., -reizen.

Kunstschilder, M., -schilders.

Kunststuk, O., -stukken; -stukje, O. -jes.

Kunsttand, M., -tanden.

Kunstterm, M., -termen.

Kunsttheorie, V., -theorieën.

Kunstvaardig, -vaardiger, -vaardigst.

Kunstvaardigheid, V.

Kunstverzameling, V., -verzamelingen.

Kunstwerk, O., -werken.

Kuras, O., kurassen.

Kurassier, M., kurassiers.

Kurassiershelm, M., -helmen.

Kuren, kuurde, heeft gekuurd.

Kurenmaker, M., -makers.

Kurk (stof), O., (voorwerp), V., kurken. Kurkje, O., -jes.

Kurkegeld, O.

Kurkeik, M., -eiken.

Kurken (bnw.).

Kurkenmandje, O., -jes.

Kurketang, V., -tangen.

Kurketrekker, M., -trekkers.

Kurkuma, V.

Kus, M., kussen. Kusje, O., -jes.

Kushandje, O., -jes.

Kussen, O., kussens. Kussentje, O., -jes.

Kussen, kuste, heeft gekust.

Kussenblok, O., -blokken.

Kussensloop, V., -sloopen.

Kust (oever), V., kusten.

Kust (verkiezing), V.

Kustbatterij, V., -batterijen.

Kustbewoner, M., -bewoners.

Kustboot, V., -booten.

Kusting, V., kustingen.

Kustingbrief, M., -brieven.

Kustlijn, V., -lijnen.

Kustontwikkeling, V.

Kustplaats, V., -plaatsen.

Kustvaarder, M., -vaarders.

Kustverdediging, V.

Kut, V., kutten.

Kuur, V., kuren. Kuurtje, O., -jes.

Kwaad, kwader, kwaadst; ook erger, ergst.

Kwaad, O.

Kwaadaardig, -aardiger, -aardigst.

Kwaadaardigheid, V.

Kwaadheid, V.

Kwaadsappig, -sappiger, -sappigst.

Kwaadsappigheid, V.

Kwaadschiks.

Kwaadspreekster, V., -spreeksters.

Kwaadspreken, sprak kwaad, spraken kwaad, heeft kwaadgesproken.

Kwaadsprekend, -sprekender, -sprekendst.

Kwaadsprekendheid, V.

Kwaadspreker, M., -sprekers.

Kwaadwillig, -williger, -willigst.

Kwaadwilligheid, V.

Kwaal, V., kwalen. Kwaaltje, O., -jes.

Kwab en Kwabbe, V., kwabben. Kwabbetje, O., -jes.

Kwabbig, kwabbiger, kwabbigst.

Kwajongen, M., kwajongens.

Kwajongensachtig, -achtiger, -achtigst.

Kwajongensstreek, M., -streken.

Kwak, M., kwakken. Kwakje, O., -jes.

Kwaken, kwaakte, heeft gekwaakt.

Kwaker, M., kwakers.

Kwakerskerk, V., -kerken.

Kwakkel, M., kwakkels en kwakkelen. Kwakkeltje, O., -jes.

Kwakkelaar, M., kwakkelaars.

Kwakkelen, kwakkelde, heeft gekwakkeld.

Kwakkelwinter, M., -winters.

Kwakkelziekte, V.

Kwakken, kwakte, heeft gekwakt.

Kwakzalven, kwakzalfde, heeft gekwakzalfd.

Kwakzalver, M., -zalvers.

Kwakzalverij, V., -zalverijen.

Kwakzalversmiddel, O., -middelen; -middeltje, O., -jes.

Kwal, V., kwallen.

Kwalie, V., kwaliën en kwalies.

Kwalijk.

Kwalijkheid, V.

Kwalm, M.

Kwalmen, kwalmde, heeft gekwalmd.

Kwalster, M., kwalsters. Kwalstertje, O., -jes.

Kwanselaar, M., kwanselaars.

Kwanselarij, V., kwanselarijen.

Kwanselen, kwanselde, heeft gekwanseld.

Kwanseling, V., kwanselingen.

Kwansuis.

Kwant, M., kwanten. Kwantje, O., -jes.

Kwapsch, kwapscher.

Kwarrel, M., kwarrels. Kwarreltje, O., -jes.

Kwarrelig, kwarreliger, kwarreligst.

Kwart, O., kwarten. Kwartje, O., -jes.

Kwartaal, O., kwartalen.

Kwartaalstaat, M., -staten.

Kwartanker, O., -ankers; -ankertje, O., -jes.

Kwartel, M., kwartels. Kwarteltje, O., -jes.

Kwartgulden, M., -guldens.

Kwartier, O., kwartieren. Kwartiertje, O., -jes.

Kwartierboom, M., -boomen.

Kwartiermaker, M., -makers; -makertje, O., -jes.

Kwartiermeester, M., -meesters.

Kwartiermuts, V., -mutsen; -mutsje, O., -jes.

Kwartiersvergadering, V., -vergaderingen.

Kwartierziek.

Kwartijn, M., kwartijnen.

Kwartjesvinder, M., -vinders.

Kwartnoot, V., -noten.

Kwartrond, O., -ronden.

Kwartrust, V., -rusten.

Kwarts, O., kwartsen.

Kwartsachtig.

Kwassiehout, O.

Kwast (voorwerp en persoon), M., kwasten. Kwastje, O., -jes.

Kwast (drank), V., kwasten.

Kwasterig, kwasteriger, kwasterigst.

Kwasterigheid, V.

Kwastig, kwastiger, kwastigst.

Kwastlepel, M., -lepels.

Kwee, V., kweeën. Kweetje, O., -jes.

Kweeappel, M., -appels en -appelen.

Kweek, V.

Kweekeling, M. en V., kweekelingen. V., ook kweekelinge.

Kweeken, kweekte, heeft gekweekt.

Kweeker, M., kweekers.

Kweekerij, V., kweekerijen.

Kweekgras, O.

Kweekhof, M., -hoven.

Kweeking, V., kweekingen.

Kweekplaats, V., -plaatsen.

Kweekschool, V., -scholen.

Kweekster, V., kweeksters.

Kweektuin, M., -tuinen.

Kweelen (zingen), kweelde, heeft gekweeld.

Kween, V., kwenen.

Kweepeer, V., -peren.

Kweern, V., kweernen. Kweerntje, O., -jes.

Kweesten, kweestte, heeft gekweest.

Kweken en Kwekken. Zie Kwaken.

Kwel, V.

Kweldam, M., -dammen.

Kwelder, V., kwelders.

Kweldergras, O.

Kweldijk, M., -dijken.

Kwelduivel, M., -duivels.

Kwelgeest, M., -geesten.

Kwellage, V., kwellages.

Kwellen, kwelde, heeft gekweld.

Kweller, M., kwellers.

Kwelling, V., kwellingen.

Kwelwater, O.

Kwelziek, -zieker, -ziekst.

Kwelzucht, V.

Kwendel (wilde tijm), V.

Kwestie, V., kwesties. Zie ook Quaestie.

Kwets, V., kwetsen. Kwetsje, O., -jes.

Kwetsbaar, -baarder, -baarst.

Kwetsbaarheid, V.

Kwetsen, kwetste, heeft gekwetst.

Kwetsing, V., kwetsingen.

Kwetsuur, V., kwetsuren. Kwetsuurtje, O., -jes.

Kwetteraar, M., kwetteraars.

Kwetteren, kwetterde, heeft gekwetterd.

Kwezel, V., kwezels. Kwezeltje, O., -jes.

Kwezelaar, M., kwezelaars en kwezelaren.

Kwezelaarster, V., kwezelaarsters.

Kwezelachtig, -achtiger, -achtigst.

Kwezelarij, V., kwezelarijen.

Kwezelen, kwezelde, heeft gekwezeld.

Kwibus, M., kwibussen. Kwibusje, O., -jes.

Kwidam, M., kwidams.

Kwijl, V.

Kwijlbaard, M., -baarden.

Kwijlbab, V., -babben; -babje, O., -jes.

Kwijlen, kwijlde, heeft gekwijld.

Kwijnen, kwijnde, heeft gekwijnd.

Kwijning, V.

Kwijt.

Kwijtbrief, M., -brieven.

Kwijten, kweet, kweten, heeft gekweten.

Kwijting, V., kwijtingen.

Kwijtraken, raakte kwijt, is kwijtgeraakt.

Kwijtschelden, schold kwijt, heeft kwijtgescholden.

Kwijtschelding, V.

Kwik (beuzeling), V., kwikken. Kwikje, O., -jes.

Kwik (kwikzilver), O.

Kwik, kwikker, kwikst.

Kwikafsluiter, M., -afsluiters.

Kwikbak, M., -bakken; -bakje, O., -jes.

Kwikbarometer, M., -barometers.

Kwikkolom, V., -kolommen.

Kwikkuur, V., -kuren.

Kwikoxyde, O.

Kwikstaart, M., -staarten; -staartje, O., -jes.

Kwikstaarten, kwikstaartte, heeft gekwikstaart.

Kwikthermometer, M., -thermometers.

Kwikzalf, V.

Kwikzilver, O.

Kwinkeleeren, kwinkeleerde, heeft gekwinkeleerd.

Kwinken, kwinkte, heeft gekwinkt.

Kwinkslag, M., -slagen.

Kwint (streek), V., kwinten. Zie ook Quint.

Kwipsch, kwipscher, meest kwipsch.

Kwispedoor, O., kwispedoren. Kwispedoortje, O., -jes.

Kwispel, M., kwispels. Kwispeltje, O., -jes.

Kwispelen, kwispelde, heeft gekwispeld.

Kwispeling, V., kwispelingen.

Kwispelstaarten, kwispelstaartte, heeft gekwispelstaart.

Kwisten, kwistte, heeft gekwist.

Kwistgeld, M. en V., -gelden.

Kwistgoed, M. en V.

Kwistig, kwistiger, kwistigst.

Kwistigheid, V.

Kwistpenning, M. en V., -penningen.

L

L, V., l's.

La. Zie Lade.

Laadboom, M., -boomen.

Laadruim, O., -ruimen.

Laadstok, M., -stokken.

Laag, lager, laagst.

Laag, V., lagen. Laagje, O., -jes.

Laaghartig, -hartiger, -hartigst.

Laaghartigheid, V.

Laagheid, V., -heden.

Laagjes.

Laagland, O., -landen.

Laagte, V., laagten.

Laai en Laaie, V. (In lichter -).

Laakbaar, -baarder, -baarst.

Laakbaarheid, V.

Laakzucht, V.

Laan, V., lanen. Laantje, O., -jes.

Laars, V., laarzen. Laarsje, O., -jes.

Laarzen, laarsde, heeft gelaarsd.

Laarzenknecht, M., -knechts.

Laarzenmaker, M., -makers.

Laarzentrekker, M., -trekkers.

Laarzenwinkel, M., -winkels.

Laarzeschacht, V., -schachten.

Laas (tusschenw.).

Laat, later, laatst.

Laatbekken, O., -bekkens.

Laatdunkend, -dunkerder, -dunkendst.

Laatdunkendheid, V.

Laatijzer, O., -ijzers.

Laatkop, M., -koppen.

Laatst.

Laatstelijk.

Laatstleden.

Laatstmaal.

Laatvlijm, V., -vlijmen.

Labaar, V., labaren.

Labbei, V., labbeien.

Labbeien, labbeide, heeft gelabbeid.

Labbekak, M. en V., labbekakken.

Labben, labde, heeft gelabd.

Labber (bnw.).

Labberdaan, ook Abberdaan, V.

Labberen, labberde, heeft gelabberd.

Labberkoelte, V.

Labberlot (nachtbraker), M., labberlotten.

Labberlot (sloep), V., labberlotten.

Labiaal, -ale.

Laboratorium, O., laboratoria.

Laboreeren, laboreerde, heeft gelaboreerd.

Labyrint, O., labyrinten.

Lach, M. Lachje, O., -jes.

Lachebek, M. en V., -bekken; -bekje, O., -jes.

Lachen, lachte, heeft gelachen.

Lacher, M., lachers.

Lachlust, M.

Lachspier, V., -spieren.

Lachstuip, V., -stuipen.

Lachverwekkend, -verwekkender, -verwekkendst.

Laconiek, laconieker, laconiekst.

Laconisme, O.

Lacune, V., lacunes.

Ladder, V., ladders. Laddertje, O., -jes.

Laddersport, V., -sporten.

Lade en La, V., laden. Laatje, O., -jes.

Laden, laadde, heeft geladen.

Lader, M., laders.

Lading, V., ladingen. Ladinkje, O., -jes.

Ladingsbrief, M., -brieven.

Ladingspoort, V., -poorten.

Lady, V., lady's.

Laf, laffer, lafst.

Lafaard, M., lafaards.

Lafbek, M., -bekken.

Lafenis, V., lafenissen. Lafenisje, O., -jes.

Lafhartig, -hartiger, -hartigst.

Lafhartigheid, V.

Lafheid, V., -heden.

Lagerbier, O.

Lagerhand, V.

Lagerhuis, O.

Lagerwal, M.

Lagune, V., lagunen.

Laisser-aller, O.

Lak (lastering), M.

Lak (stof), O., lakken.

Lak (bnw.).

Lakei, M., lakeien. Lakeitje, O., -jes.

Laken, O., lakens. Lakentje, O., -jes.

Laken, laakte, heeft gelaakt.

Lakenfabriek, V., -fabrieken.

Lakenhal, V., -hallen.

Lakenkooper, M., -koopers.

Lakensch.

Lakenvelder, M. en V., -velders.

Lakenwinkel, M., -winkels.

Laker, M., lakers.

Laking, V., lakingen.

Lakken, lakte, heeft gelakt.

Lakmoes, O.

Lakmoesfabriek, V., -fabrieken.

Lakmoespapier, O.

Lakooi, V., lakooien.

Lakooienbed, O., -bedden.

Lakooienzaad, O.

Lakstelletje, O., -stelletjes.

Laks, lakse.

Lakstempel, O., -stempels.

Lam, O., lammeren. Lammetje, O., lammetjes en lammertjes.

Lam, lammer, lamst.

Lambrizeering, V., lambrizeeringen.

Lamentabel, lamentabeler, lamentabelst.

Lamenteeren, lamenteerde, heeft gelamenteerd.

Lamfer, M. en O., lamfers.

Lamheid, V., -heden.

Lamlendig, -lendiger, -lendigst.

Lamlendigheid, V.

Lammeling, M., lammelingen.

Lammelot, M. en V., lammelotten.

Lammelottig, -lottiger, -lottigst. Ook Lammerlottig.

Lammelottigheid, V.

Lammenadig.

Lammeren, lammerde, heeft gelammerd.

Lammergier, M., -gieren.

Lammerlotten, lammerlotte, heeft gelammerlot.

Lammermarkt, V., -markten.

Lammertjesbaai, V.

Lammertjespap, V.

Lammigheid, V., -heden.

Lamoen. Zie Lemoen.

Lamp, V., lampen. Lampje, O., -jes.

Lampeglas, O., -glazen.

Lampekap, V., -kappen.

Lampekleedje, O., -jes.

Lampekousje, O., -jes.

Lampenfabriek, V., -fabrieken.

Lampenist, M., lampenisten.

Lampenkatoen, O.

Lampenmaker, M., -makers.

Lampepit, V., -pitten.

Lampeschaar, V., -scharen.

Lampet, O., lampetten. Lampetje, O., -jes.

Lampetkan, V., -kannen.

Lampion, V., lampions.

Lampoot, M. en V., -pooten.

Lamprei (visch), V., lampreien.

Lamprei (jong konijn), O., lampreien. Lampreitje, O., -jes.

Lampzwart, O.

Lamsbout, M., -bouten; -boutje, O., -jes.

Lamskop, M., -koppen.

Lamskotelet, V., -koteletten.

Lamsoor, O., -ooren.

Lamspoot, M., -pooten.

Lamsvacht, V., -vachten.

Lamsvel, O., -vellen.

Lamsvleesch, O.

Lamswol, V.

Lamzalig, -zaliger, -zaligst.

Lamzaligheid, V.

Lanceerbuis, V., -buizen.

Lanceeren, lanceerde, heeft gelanceerd.

Lanceer-inrichting, V.

Lancet, O., lancetten. Lancetje, O., -jes.

Land, O., landen. Landje, O., -jes.

Landaanwinning, V.

Landaard, M.

Landauer, M., landauers.

Landbouw, M.

Landbouwcongres, O., -congressen.

Landbouwer, M., -bouwers.

Landbouwkrediet, O.

Landbouwschool, V., -scholen.

Landbouwtentoonstelling, V., -tentoonstellingen.

Landedelman, M., -edellieden.

Landelijk.

Landen, landde, is geland.

Landengte, V., -engten.

Landerig, landeriger, landerigst.

Landerigheid, V.

Landerijen (mv.), V.

Landgenoot, M., -genooten.

Landgenoote, V., -genooten.

Landgoed, O., -goederen.

Landheer, M., -heeren.

Landhuis, O., -huizen.

Landhuishoudkunde, V.

Landhuishoudkundig.

Landhuur, V., -huren.

Landing, V., landingen.

Landingsboot, V., -booten.

Landingsplaats, V., -plaatsen.

Landingstroepen (mv.), M.

Landjuweel, O., -juweelen.

Landkaart, V., -kaarten.

Landkrab (persoon), M., -krabben.

Landleven, O.

Landlooper, M., -loopers.

Landlooperij, V.

Landman (landbouwer), M., -lieden.

Landmeter, M., -meters.

Landnationalisatie, V.

Landontginning, V., -ontginningen.

Landouw, V., landouwen.

Landpaal, M., -palen.

Landraad, M., -raden.

Landrecht, O., -rechten.

Landrente, V., -renten.

Landrot (persoon), M., -rotten.

Landsbediening, V., -bedieningen.

Landschap, O., landschappen. Landschapje, O., -jes.

Landschapschilder, M., -schilders.

Landscheiding, V., -scheidingen.

Landsdrukkerij, V., -drukkerijen.

Landsgebouw, O., -gebouwen.

Landsheer, M., -heeren.

Landsheerlijk.

Landskind, O., -kinderen.

Landsman (landgenoot), M., -lieden.

Landstad, V., -steden; -stadje, O., -jes.

Landstreek, V., -streken.

Landsverdediging, V.

Landsvrouw, V., -vrouwen.

Landtaal, V., -talen.

Landtong, V., -tongen.

Landverhuizer, M., -verhuizers.

Landverhuizing, V.

Landverraad, O.

Landverrader, M., -verraders.

Landvoogd, M., -voogden.

Landvoogdes, V., -voogdessen.

Landvoogdij, V.

Landwaarts.

Landweer, V.

Landweerdistrict, O., -districten.

Landweerman, M., -mannen.

Landweerwet, V.

Landwind, M., -winden.

Landwinning, V., -winningen.

Landzaat, M., -zaten.

Landziekig, -ziekiger, -ziekigst.

Lang, langer, langst.

Langbeen (persoon), M. en V., -beenen.

Langbeen (ooievaar), M., -beenen.

Langbeen (mug), V., -beenen.

Langbeenig, -beeniger, -beenigst.

Langdradig, -dradiger, -dradigst.

Langdradigheid, V.

Langdurig, -duriger, -durigst.

Langdurigheid, V.

Langen, langde, heeft gelangd.

Langet, V., langetten. Langetje, O., -jes.

Langeveld, O.

Langhals (persoon), M. en V., -halzen.

Langhals (flesch), V., -halzen.

Langhalzig, -halziger, -halzigst.

Langharig.

Langheid, V.

Langjarig.

Langlijvig.

Langneus, M. en V., -neuzen.

Langoor (persoon), M. en V., -ooren.

Langoor (ezel), M., -ooren.

Langpoot, M., -pooten.

Langs.

Langscheeps (bijw.).

Langscheepsch (bnw.).

Langsgaan, ging langs, is langsgegaan.

Langsloopen, liep langs, heeft en is langsgeloopen.

Langsrijden, reed langs, reden langs, heeft en is langsgereden.

Langstaart, M., -staarten.

Langstlevend.

Langsvaren, voer langs, heeft en is langsgevaren.

Langszijde, (bijw.).

Langtand, M. en V., -tanden.

Langtong, M. en V., -tongen.

Langtongig, -tongiger, -tongigst.

Langwerpig, -werpiger, -werpigst. Ook Lankwerpig.

Langwerpigheid, V.

Langwijlig, -wijliger, -wijligst.

Langwijligheid, V.

Langzaam, -zamer, -zaamst.

Langzaamheid, V.

Langzamerhand.

Laning, V., laningen.

Lankmoedig, -moediger, -moedigst.

Lankmoedigheid, V.

Lankwerpig. Zie Langwerpig.

Lans, V., lansen. Lansje, O., -jes.

Lansier, M., lansiers.

Lanskenet (kaartspel), O.

Lantaarnopsteker, M., -opstekers.

Lantaren en Lantaarn, V., lantarens en lantaarnen. Lantarentje en lantaarntje, O., -jes.

Lantarenpaal, M., -palen.

Lanterfant, M., lanterfanten.

Lanterfanten, lanterfantte, heeft gelanterfant.

Lanterfanterij, V., lanterfanterijen.

Lap, M., lappen. Lapje, O., -jes.

Lapidair.

Lappen, lapte, heeft gelapt.

Lappendag, M., -dagen.

Lappendeken, V., -dekens.

Lappendief, M., -dieven.

Lappenmand, V., -manden.

Lappenmarkt, V., -markten.

Lapper, M., lappers.

Lapperij, V., lapperijen.

Lapwerk, O.

Lapwoord, O., -woorden.

Lapzalf, V.

Lapzalven, lapzalfde, heeft gelapzalfd.

Lapzalver, M., -zalvers.

Lapzalverij, V., -zalverijen.

Lardeeren, lardeerde, heeft gelardeerd.

Lardeerpriem, M., -priemen.

Lardeersel, O., lardeersels.

Lardeerspeetje, O., -jes.

Lardeerspek, O.

Largo, O., largo's.

Larie, V.

Lariemoer, V., -moers.

Lariën, lariede, heeft gelaried.

Lariks, M., lariksen. Lariksje, O., -jes.

Lariksboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.

Larve, V., larven.

Lasch, V., lasschen. Laschje, O., -jes.

Laschijzer, O., -ijzers.

Laschmes, O., -messen.

Laschnagel, M., -nagels.

Lasschen, laschte, heeft gelascht.

Lassching, V., lasschingen.

Last (vracht, bevel), M., lasten.

Last (maat), O., lasten.

Lastage, V.

Lastbrief, M., -brieven.

Lastdrager, M., -dragers.

Lasten, lastte, heeft gelast.

Laster, M.

Lasteraar, M., lasteraars en lasteraren.

Lasteren, lasterde, heeft gelasterd.

Lastering, V., lasteringen.

Lasterlijk, -lijker, -lijkst.

Lastermond, M. en V., -monden.

Lasterpen, V., -pennen.

Lasterrede, V., -redenen.

Lasterschrift, O., -schriften.

Lasterstuk, O., -stukken.

Lastertaal, V.

Lastertong, M. en V., -tongen.

Lastgever, M., -gevers.

Lastgeving, V., -gevingen.

Lasthebber, M., -hebbers.

Lastig, lastiger, lastigst.

Lastigheid, V.

Lat, V., latten. Latje, O., -jes.

Latafel, V., -tafels; -tafeltje, O., -jes.

Laten, liet, heeft gelaten.

Lateraal, laterale.

Latierboom, M., -boomen.

Latijn, O.

Latijnsch.

Latijnzeil, O., -zeilen.

Lating, V., latingen. Latinkje, O., -jes.

Latinisme, O., latinismen.

Latinist, M., latinisten.

Latiniteit, V.

Latoen, O.

Lats en Latse, V., latsen.

Latten, latte, heeft gelat.

Lattenzager, M., -zagers.

Latuw, V.

Laudanum, O.

Laurier, M., laurieren.

Laurierbes, V., -bessen.

Laurieren, laurierde, heeft gelaurierd.

Laurierkers (vrucht), V.

Laurierkerswater, O.

Lauw, lauwer, lauwst.

Lauwer, M., lauweren en lauwers.

Lauweren, lauwerde, heeft gelauwerd.

Lauwerkrans, M., -kransen.

Lauwerkroon, V., -kronen.

Lauwertak, M., -takken.

Lauwheid, V.

Lauwte, V.

Lava, V.

Lavas, V.

Lavastroom, M., -stroomen.

Laveeren, laveerde, heeft en is gelaveerd.

Lavei, V.

Laveien, laveide, heeft gelaveid.

Lavement, O., lavementen. Lavementje, O., -jes.

Lavementspuit, V., -spuiten; -spuitje, O., -jes.

Laven, laafde, heeft gelaafd.

Lavendel, V.

Lavendelbloem, V., -bloemen.

Lavendelolie, V.

Lawaai, O.

Lawaaimaker, M., -makers.

Lawine, V., lawinen en lawines.

Laxans, O.

Laxeeren, laxeerde, heeft gelaxeerd.

Laxeermiddel, O., -middelen.

Lazaret, O., lazaretten.

Lazarij, V.

Lazarusklep, V., -kleppen.

Lazuren (bnw.).

Lazuur (steen), M., lazuren; (stof), O.

Leb en Lebbe, V., lebben.

Lebaal, V.

Lebbig, lebbiger, lebbigst.

Lebbigheid, V.

Lector, M., lectoren.

Lectoraat, O., lectoraten.

Lectuur, V.

Ledebraak en Leebraak, V.

Ledebraken en Leebraken, ledebraakte, heeft geledebraakt.

Ledebreuk, V.

Ledekant (ook Ledikant), O., ledekanten. Ledekantje, O., -jes.

Ledekantgordijn, O., -gordijnen.

Ledeman. Zie Leeman.

Ledematen. Zie Lidmaat.

Ledenlijst, V., -lijsten.

Ledenvergadering, V., -vergaderingen.

Ledepop, V., -poppen.

Leder en Leer, O. Leertje, O., -jes.

Lederachtig en Leerachtig.

Lederen en Leeren (bnw.).

Lederwaren (mv.), V.

Lederwerk, O.

Ledewater en Leewater, O.

Ledig (ook Leeg), lediger, ledigst.

Ledigen (ook leegen), ledigde, heeft geledigd.

Lediggang, M.

Ledigganger, M., -gangers.

Lediggieten (ook Leeggieten), goot ledig, goten ledig, heeft lediggegoten.

Ledigheid, V.

Lediging, V.

Ledigloopen (ook Leegloopen), liep ledig, heeft en is lediggeloopen.

Ledigmaken (ook Leegmaken), maakte ledig, heeft lediggemaakt.

Ledigpompen (ook Leegpompen), pompte ledig, heeft lediggepompt.

Ledigscheppen (ook Leegscheppen), schepte ledig, heeft lediggeschept.

Ledigstaan (ook Leegstaan), stond ledig, heeft lediggestaan.

Ledigzitten (ook Leegzitten), zat ledig, zaten ledig, heeft lediggezeten.

Leebraak, Leebraken. Zie Ledebraak enz.

Leed.

Leed, O.

Leedwezen, O.

Leefbaar, -bare.

Leefregel, M., -regels.

Leeftijd, M., -tijden.

Leeftocht, M.

Leefwijze en -wijs, V., -wijzen.

Leeg (voor Ledig), leeger, leegst.

Leegen (voor Ledigen), leegde, heeft geleegd.

Leeglooper, M., -loopers.

Leegloopster, V., -loopsters.

Leegte, V.

Leek, M., leeken.

Leekebroeder, M., -broeders.

Leekezuster, V., -zusters.

Leelijk, leelijker, leelijkst.

Leelijkerd, M., leelijkerds.

Leelijkheid, V., -heden.

Leem, O.

Leemachtig, -achtiger, -achtigst.

Leeman, M., leemans en leemannen.

Leemen, leemde, heeft geleemd.

Leemen (bnw.).

Leemgroeve, V., -groeven.

Leemput, M., -putten.

Leemte, V., leemten.

Leen, V. (Ter leen en te leen).

Leen, O., leenen.

Leenbrief, M., -brieven.

Leeneed, M., -eeden.

Leenen, leende, heeft geleend.

Leener, M., leeners.

Leenheer, M., -heeren.

Leenheerschap, O.

Leening, V., leeningen.

Leenman, M., -mannen.

Leenmanschap, O.

Leenplicht, M., -plichten.

Leenrecht, O.

Leenroerig.

Leenroerigheid, V.

Leenspreuk, V., -spreuken.

Leenspreukig.

Leenstelsel, O.

Leentjebuur, V. (- spelen).

Leenvorst, M., -vorsten.

Leep, V.

Leep (slim), leeper, leepst.

Leep (druipoogig), leper, leepst.

Leeperd, M., leeperds. Leeperdje, O., -jes.

Leepheid, V.

Leepigheid, V.

Leepoog, M. en V., -oogen.

Leepoogig, -oogiger, -oogigst.

Leer (leering), V.

Leer (ladder), V., leeren.

Leer. Zie Leder.

Leeraar, M., leeraren en leeraars.

Leeraarsambt, O., -ambten.

Leeraarsbetrekking, V., -betrekkingen.

Leeraarschap, O.

Leeraarsvergadering, V., -vergaderingen.

Leerachtig. Zie Lederachtig.

Leeraren, leeraarde, heeft geleeraard.

Leerares, V., leeraressen.

Leerbegrip, O., -begrippen.

Leerbereiden, O.

Leerbereider, M., -bereiders.

Leerboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.

Leerdicht, O., -dichten.

Leeren (bnw.). Zie Lederen.

Leeren, leerde, heeft geleerd.

Leergang, M., -gangen.

Leergeld, O.

Leergierig, -gieriger, -gierigst.

Leergierigheid, V.

Leergraag, -grager, -graagst.

Leering, V., leeringen.

Leerjaar, O., -jaren.

Leerjongen, M., -jongens.

Leerkamer, V., -kamers.

Leerknaap, M., -knapen.

Leerkracht, V., -krachten.

Leerling, M. en V., leerlingen. V. ook leerlinge.

Leerling-consul, M.

Leerlingschap, O.

Leerlooien, O.

Leerlooier, M., -looiers.

Leerlooierij, V., -looierijen.

Leermarkt en Ledermarkt, V., -markten.

Leermeester, M., -meesters.

Leermeesteres, V., -meesteressen.

Leermeesterschap, O.

Leermeisje, O., -jes.

Leermiddel, O., -middelen.

Leerplan, O.

Leerplicht, M.

Leerplichtig.

Leerplichtwet, V.

Leerrede, V., -redenen.

Leerrijk.

Leerschool, V., -scholen.

Leerstellig.

Leerstelling, V., -stellingen.

Leerstelsel, O., -stelsels.

Leerstoel, M., -stoelen.

Leerstof, V.

Leerstuk, O., -stukken.

Leertijd, M.

Leertouwen, O.

Leertouwer, M., -touwers.

Leertouwerij, V., -touwerijen.

Leeruur, O., -uren.

Leervak, O., -vakken.

Leerwijze en -wijs, V., -wijzen.

Leerzaam, -zamer, -zaamst.

Leerzaamheid, V.

Leerzucht, V.

Leesbaar, -baarder, -baarst.

Leesbaarheid, V.

Leesbeurt, V., -beurten.

Leesbibliotheek, V., -bibliotheken.

Leesboek, O., -boeken; -boekje, O., -jes.

Leesgezelschap, O., -gezelschappen.

Leesinrichting, V., -inrichtingen.

Leeskabinet, O., -kabinetten.

Leeskamer, V., -kamers; -kamertje, O., -jes.

Leesmuseum, O., -museums.

Leesoefening, V., -oefeningen.

Leest, V., leesten. Leestje, O., -jes.

Leestafel, V., -tafels.

Leesteeken, O., -teekens; -teekentje, O., -jes.

Leestenhout, O.

Leestenmaker, M., -makers.

Leestijd, M.

Leestoon, M., -tonen.

Leestrant, M.

Leestrommel, V., -trommels.

Leesuur, O., -uren.

Leeswijze en -wijs, V., -wijzen.

Leeszaal, V., -zalen; -zaaltje, O., -jes.

Leeuw, M., leeuwen. Leeuwtje, O., -jes.

Leeuwenbek (bek van een leeuw), M., -bekken.

Leeuwenbek (plant), M., -bekken; -bekje, O., -jes.

Leeuwendeel, O.

Leeuwenhart, O.

Leeuwenhol, O., -holen.

Leeuwenhuid, V., -huiden.

Leeuwenjong, O., -jongen.

Leeuwenkop, M., -koppen.

Leeuwenkuil, M., -kuilen.

Leeuwenmanen (mv.), V.

Leeuwenmoed, M.

Leeuwenwelp, O., -welpen; -welpje, O., -jes.

Leeuwerik, M., leeuweriken. Leeuwerikje, O., -jes.

Leeuweriksnest, O., -nesten.

Leeuweriksstaart, M., -staarten.