Part 21
Evening, V., eveningen.
Evenknie, M., -knieën.
Evenmatig.
Evenmatigheid, V.
Evenmensch, M., -menschen.
Evenmin.
Evennaaste, M. en V., -naasten.
Evennachtslijn, V.
Evenredig, -rediger, -redigst.
Evenredigen, evenredigde, heeft geëvenredigd.
Evenredigheid, V., -heden.
Eventjes.
Eventueel, eventueele.
Evenveel.
Evenveeltje, O., -jes.
Evenwel.
Evenwicht, O.
Evenwijdig.
Evenwijdigheid, V.
Evenzeer.
Evenzoo.
Ever, M., evers.
Everwortel, M.
Everzwijn, O., -zwijnen.
Evident, evidenter, evidentst.
Evidentie, V.
Evolutie, V., evolutiën.
Evolutieleer, V.
Exact.
Examen, O., examens en examina.
Examencommissie, V., -commissies en -commissiën.
Examengeld, O., -gelden.
Examenkiezer, M., -kiezers.
Examentijd, M., -tijden.
Examenvrees, V.
Examinator, M., examinatoren.
Examineeren, examineerde, heeft geëxamineerd.
Excedent, O., excedenten.
Excelleeren, excelleerde, heeft geëxcelleerd.
Excellent, excellenter, excellentst.
Excellentie, V., excellentiën en excellenties.
Excentriciteit, V.
Excentriek, excentrieker, excentriekst.
Excentriek, O., excentrieken.
Exceptie, V., exceptiën en excepties.
Exceptioneel, exceptioneele.
Excerpeeren, excerpeerde, heeft geëxcerpeerd.
Excerpt, O., excerpten.
Exces, O., excessen.
Exclusief, exclusiever, exclusiefst.
Exclusivisme, O.
Excrement, O., excrementen.
Excuseeren, excuseerde, heeft geëxcuseerd.
Excuus, O., excuses.
Executeeren, executeerde, heeft geëxecuteerd.
Executeur, M., executeuren en executeurs.
Executeur-testamentair, M., executeurs-testamentair.
Executie, V., executiën en executies.
Executoir.
Exegeet, M., exegeten.
Exegese, V., exegesen.
Exempel, O. exempels.
Exemplaar, O., exemplaren. Exemplaartje, O., -jes.
Exerceeren, exerceerde, heeft geëxerceerd.
Exercitie, V., exercitiën en exercities.
Exercitieplein, O., -pleinen.
Exercitiereglement, O., -reglementen.
Ex-keizer, M., ex-keizers.
Ex-minister, M., ex-ministers.
Exorbitant, exorbitanter, exorbitantst.
Expansie, V.
Expedieeren, expedieerde, heeft geëxpedieerd.
Expediet.
Expediteur, M., expediteuren en expediteurs.
Expeditie, V., expeditiën en expedities.
Expeditiekantoor, O., -kantoren.
Expert, M., experts.
Explicatie, V., explicatiën en explicaties.
Expliceeren, expliceerde, heeft geëxpliceerd.
Exploitatiemaatschappij, V., -maatschappijen.
Exploot, O., exploten.
Explosie, V., explosies.
Exponeeren, exponeerde, heeft geëxponeerd.
Exponent, M., exponenten.
Exporthandel, M.
Exposé, O., exposé's.
Expositie, V., exposities.
Expres (bijw.).
Expres (trein), M.
Extempore, O., extempore's.
Extern.
Extra.
Extraatje, O., -jes.
Extract, O., extracten.
Ezel, M., ezels. Ezeltje, O., -jes.
Ezelachtig, -achtiger, -achtigst.
Ezelachtigheid, V.
Ezelen, ezelde, heeft geëzeld.
Ezelin, V., ezelinnen. Ezelinnetje, O., -jes.
Ezelinnenmelk, V.
Ezelsbrug, V., -bruggen.
Ezelskop, (kop van een ezel), M., -koppen.
Ezelskop, (schimpnaam), M. en V., -koppen.
Ezelsoor, O., -ooren.
Ezelsveulen, O., -veulens.
Ezelwagen, M., -wagens; -wagentje, O., -jes.
F
F., V., f's.
Faam, V.
Faas, V., fazen.
Fabel, V., fabelen en fabels. Fabeltje, O., -jes.
Fabelachtig, -achtiger, -achtigst.
Fabelleer, V.
Fabricage, V.
Fabriceeren, fabriceerde, heeft gefabriceerd.
Fabriceering, V.
Fabriek, V., fabrieken.
Fabrieken, fabriekte, heeft gefabriekt.
Fabrieksarbeider, M., -arbeiders.
Fabrieksmerk, O., -merken.
Fabrieksnijverheid, V.
Fabrieksprijs, M., -prijzen.
Fabrieksstad, V., -steden.
Fabrieksvolk, O.
Fabrikaat, O., fabrikaten.
Fabrikant, M., fabrikanten.
Fabuleus, fabuleuze.
Facsimile, O., facsimile's.
Factie, factiën en facties.
Factor, M., factoren.
Factorij, V., factorijen.
Factotum, M., factotums.
Factuur, V., facturen.
Facultatief, facultatieve.
Faculteit, V., faculteiten.
Faculteitsschool, V., -scholen.
Faculteitsvergadering, V., -vergaderingen.
Fagot, V., fagotten.
Fagottist, M., fagottisten.
Failleeren, failleerde, is gefailleerd.
Failliet, M. en O., faillieten.
Failliet (bnw.).
Faillietverklaring, V., -verklaringen.
Faillissement, O., faillissementen.
Fakkel, V., fakkels. Fakkeltje, O., -jes.
Fakkeldrager, M., -dragers.
Fakkellicht, O.
Fakkeltocht, M., -tochten.
Falbala, V., falbala's.
Falen, faalde, heeft gefaald.
Falie, V., faliën en falies.
Faliekant.
Falsaris, M., falsarissen.
Fameus, fameuzer, fameust.
Familiaar, familiaarder, familiaarst.
Familiariteit, V., familiariteiten.
Familie, V., familiën en families.
Familiedag, M., -dagen.
Familiegraf, O., -graven.
Familiekring, M., -kringen.
Familiekwaal, V., -kwalen.
Familielid, O., -leden.
Familienaam, M., -namen.
Familieraad, M., -raden.
Familieregeering, V., -regeeringen.
Familiewapen, O., -wapens.
Familiezwak, O.
Fanatiek, fanatieker, fanatiekst.
Fanatisme, O.
Fanfare, V., fanfares.
Fanfarecorps, O., -corpsen.
Fantasiehoed, M., -hoeden.
Fantasiepak, O., -pakken.
Farizeër, M., Farizeërs en Farizeën.
Farizeesch.
Faro (spel en drank), O.
Fascine, V., fascinen en fascines.
Fat, M., fatten. Fatje, O., -jes.
Fataal, fataler, fataalst.
Fatalisme, O.
Fataliteit, V., fataliteiten.
Fatigant, fatiganter, fatigantst.
Fatigeeren, fatigeerde, heeft gefatigeerd.
Fatsen (mv.), V.
Fatsoen, O., fatsoenen. Fatsoentje, O., -jes.
Fatsoeneeren, fatsoeneerde, heeft gefatsoeneerd.
Fatsoeneering, V.
Fatsoenlijk, -lijker, -lijkst.
Fatsoenlijkheid, V.
Fatsoenshalve.
Fatterig, fatteriger, fatterigst.
Fatterigheid, V.
Fauteuil, M., fauteuils.
Faveur, V., faveurs; faveurtje, O., -jes.
Favoriet, M., favorieten.
Favoriete, V., favorieten.
Fazant, M., fazanten.
Fazantenei, O., -eieren.
Fazantenhaan, M., -hanen.
Fazantenhen, V., -hennen.
Fazantenhok, O., -hokken.
Fazantenjacht, V.
Fazantennest, O., -nesten.
Februari, M.
Februari-omwenteling, V.
Fee, V., feeën.
Feeks, V., feeksen. Feeksje, O., -jes.
Feest, O., feesten. Feestje, O., -jes.
Feestcatalogus, M., -catalogussen.
Feestdag, M., -dagen.
Feestelijk, -lijker, -lijkst.
Feestelijkheid, V., -heden.
Feesteling, M. en V., feestelingen. V. ook feestelinge.
Feestgenoot, M., -genooten.
Feestgewaad, O., -gewaden.
Feestgroet, M., -groeten.
Feestinsigne, O., -insignes.
Feestlied, O., -liederen.
Feestlokaal, O., -lokalen.
Feestmarsch, M., -marschen.
Feestprogramma, O., -programma's.
Feestterrein, O., -terreinen.
Feestvieren, vierde feest, heeft feestgevierd.
Feestviering, V., -vieringen.
Feestvreugde, V.
Feil, V., feilen. Feiltje, O., -jes.
Feilbaar, -bare.
Feilbaarheid, V.
Feilen, feilde, heeft gefeild.
Feilloos, -looze.
Feilloosheid, V.
Feit, O., feiten.
Feitel, V., feitels. Feiteltje, O., -jes.
Feitelijk.
Feitelijkheid, V., -heden.
Fel, feller, felst.
Felheid, V.
Felicitatie, V., felicitatiën en felicitaties.
Felicitatiebrief, M., -brieven.
Feliciteeren, feliciteerde, heeft gefeliciteerd.
Femelaar, M., femelaars.
Femelen, femelde, heeft gefemeld.
Feminisme, O.
Feminist, M. en V. (V. ook -iste), feministen.
Fenegriek, O.
Feniks, ook Phoenix, M., feniksen en phoenixen.
Fep, V.
Feppen, fepte, heeft gefept.
Ferm, fermer, fermst.
Fermenteeren, fermenteerde, heeft gefermenteerd.
Fermenteerschuur, V., -schuren.
Fermeteit en Fermiteit, V.
Fermoor, O., fermoren.
Festijn, O., festijnen.
Festival, O., festivals.
Festiviteit, V., festiviteiten.
Festoen, V. en O., festoenen. Festoentje, O., -jes.
Festonneeren, festonneerde, heeft gefestonneerd.
Fêteeren, fêteerde, heeft gefêteerd.
Feuilleton, O., feuilletons.
Feuilletonschrijver, M., -schrijvers.
Fiacre, V., fiacres.
Fiasco, O.
Fiat, O.
Fiatteeren, fiatteerde, heeft gefiatteerd.
Fiatteering, V.
Fiche, O., fiches.
Fichesdoos, V., -doozen.
Fichu, V., fichu's.
Fictie, V., fictiën en ficties.
Fideel, fideeler, fideelst.
Fidei-commis, O., -commissen.
Fielt, M., fielten.
Fieltenstreek, M., -streken.
Fielterig, fielteriger, fielterigst.
Fielterigheid, V.
Fier, fierder, fierst.
Fierheid, V.
Fierte, V.
Fiets, V., fietsen.
Fietsbel, V., -bellen; -belletje, O., -jes.
Fietsen, fietste, heeft gefietst.
Fietskostuum, O.
Fietspet, V., -petten; -petje, O., -jes.
Fietspomp, V., -pompen; -pompje, O., -jes.
Figurant, M., figuranten.
Figurante, V., figuranten.
Figuur, V., en O., figuren. Figuurtje, O., -jes.
Figuurlijk.
Figuurlijkheid, V.
Fij.
Fijmelaar, M., fijmelaars.
Fijmelaarster, V., fijmelaarsters.
Fijmelachtig, -achtiger, -achtigst.
Fijmelarij, V., fijmelarijen.
Fijmelen, fijmelde, heeft gefijmeld.
Fijn, fijner, fijnst.
Fijnhakken, hakte fijn, heeft fijngehakt.
Fijnheid, V., -heden.
Fijnigheid, V., -heden.
Fijnkauwen, kauwde fijn, heeft fijngekauwd.
Fijnmaken, maakte fijn, heeft fijngemaakt.
Fijnmalen, maalde fijn, heeft fijngemalen.
Fijnstampen, stampte fijn, heeft fijngestampt.
Fijnstooten, stiet en stootte fijn, heeft fijngestooten.
Fijnte, V., fijnten.
Fijntjes.
Fijnwrijven, wreef fijn, wreven fijn, heeft fijngewreven.
Fijt, V.
Fiks (bijw.), fikser, fikst.
Fiksch, (bnw.) fikscher, fikscht.
Fikschheid, V.
Fikshond, M., -honden; -hondje, O., -jes.
Filomeel, V., filomeelen. Filomeeltje, O., -jes.
Filozel, V.
Filozellen (bnw.).
Filtreerdoek, M., -doeken.
Filtreeren, filtreerde, heeft gefiltreerd.
Filtreerkan, V., -kannen.
Filtreermachine, V., -machines.
Filtreerpapier, O.
Filtreertoestel, M. en O., -toestellen.
Finaal, finale.
Finale, V.
Financieel, fiancieele.
Financiën (mv.), V.
Financier, M., financieren en financiers.
Financiewezen, O.
Fiool (flesch), V., fiolen.
Firma, V., firma's.
Firmament, O.
Firmant, M., firmanten.
Fiscaal, fiscale.
Fiscus, M.
Fiskaal, M., fiskalen.
Fistel, V., fistels. Fisteltje, O., -jes.
Fitter, M., fitters.
Fixeeren, fixeerde, heeft gefixeerd.
Flab. Zie Fleb.
Flabberen, flabberde, heeft geflabberd.
Flacon, M., flacons. Flaconnetje, O., -jes.
Fladderen, fladderde, heeft gefladderd.
Flageolet, V., flageoletten.
Flakkeren, flakkerde, heeft geflakkerd.
Flambeeren, flambeerde, heeft geflambeerd.
Flambouw, V., flambouwen.
Flamingo, M., flamingo's.
Flaneeren, flaneerde, heeft geflaneerd.
Flanel, O., flanellen; flanelletje, O., -jes.
Flanellen (bnw.).
Flank, V., flanken.
Flankeeren, flankeerde, heeft geflankeerd.
Flankeering, V.
Flankeur, M., flankeurs.
Flansen, flanste, heeft geflanst.
Flap, M., flappen.
Flappen, flapte, heeft geflapt.
Flapuit, M., en V., flapuiten.
Flarden (mv.), M.
Flater, M., flaters. Flatertje, O., -jes.
Flauw, flauwer, flauwst.
Flauwerd, M., flauwerds.
Flauwhartig, -hartiger, -hartigst.
Flauwhartigheid, V.
Flauwheid, V., -heden.
Flauwigheid, V., -heden.
Flauwiteit, V., flauwiteiten.
Flauwte, V., flauwten.
Flauwtjes.
Fleemen, fleemde, heeft gefleemd.
Fleemer, M., fleemers.
Fleemerij, V., fleemerijen.
Fleemkous, M. en V., -kousen.
Fleemster, V., fleemsters.
Fleemtaal, V.
Fleer (klap), M., fleeren.
Fleer (vrouwspersoon), V., fleeren.
Fleers, M., fleerzen.
Flegma, O.
Flegmatiek, flegmatieker, flegmatiekst.
Flegmatisch.
Flens (ijzeren kraag), V., flenzen.
Flensje (gebak), O., flensjes.
Flenter, M., flenters.
Flep, V., fleppen. Flepje, O., -jes.
Fleppen, flepte, heeft geflept.
Flerecijn, O.
Flesch, V., flesschen. Fleschje, O., -jes.
Flesschebakje, O., -bakjes.
Flesschenblazer, M., -blazers.
Flesschenglas, O.
Flesschenkooper, M., -koopers.
Flesschenmaker, M., -makers.
Flesschenmand, V., -manden.
Flesschenrek, O., -rekken.
Flesschentrekker, M., -trekkers.
Flets, fletser, fletst.
Fletsheid, V.
Fleur (bloei), V.
Fleur (vischlijn), V., fleuren.
Fleur (aardappel), V., fleuren.
Fleuren, fleurde, heeft gefleurd.
Fleuret, V. Zie Floret.
Fleurig, fleuriger, fleurigst.
Fleurigheid, V.
Flikflooien, flikflooide, heeft geflikflooid.
Flikflooier, M., -flooiers.
Flikflooierij, V., -flooierijen.
Flikje, O., flikjes.
Flikker, M., flikkers.
Flikkeren, flikkerde, heeft geflikkerd.
Flikkerglans, M., -glansen.
Flikkerij, V.
Flikkering, V., flikkeringen.
Flikkerlicht, O., -lichten; -lichtje, O., -jes.
Flink, flinker, flinkst.
Flinkheid, V.
Flits, M., flitsen.
Flodder, V., flodders.
Flodderen, flodderde, heeft geflodderd.
Flodderkous, V., -kousen.
Floddermoer, V., -moeren en -moers.
Floddermuts, V., -mutsen.
Floers, O., floersen.
Flonkerbag, V., -baggen.
Flonkeren, flonkerde, heeft geflonkerd.
Flonkering, V., flonkeringen.
Flonkerlicht, O.
Flonkerster, en -star, V., -sterren en -starren.
Floreen, M., floreenen.
Floreenplichtig.
Floret (schermdegen), V., floretten.
Floret (zijde), O.
Floretten (bnw.).
Florijn, M., florijnen.
Flottille, V., flottilles.
Flottille-vaartuig, O., -vaartuigen.
Flous, V., flouzen. Flousje, O., -jes.
Flouw, V., flouwen.
Fluctuatie, V., fluctuaties.
Fluim, V., fluimen. Fluimpje, O., -jes.
Fluimachtig.
Fluimen, fluimde, heeft gefluimd.
Fluisteraar, M., fluisteraars.
Fluisteren, fluisterde, heeft gefluisterd.
Fluistering, V., fluisteringen.
Fluit, V., fluiten. Fluitje, O., -jes.
Fluiten, floot, floten, heeft gefloten.
Fluitenmaker, M., -makers.
Fluiter, M., fluiters.
Fluitist, M., fluitisten.
Fluitspeler, M., -spelers.
Fluks (bijw.), flukser, flukst.
Fluksch (bnw.), flukscher, flukscht.
Fluweel, O., fluweelen.
Fluweelachtig, -achtiger, -achtigst.
Fluweelen (bnw.).
Fluwijn, O., fluwijnen.
Fniezen, fniesde, heeft gefniesd.
Fnuiken, fnuikte, heeft gefnuikt.
Fnuiking, V., fnuikingen.
Foedraal, O., foedralen. Foedraaltje, O., -jes.
Foef, V. Foefje, O., -jes.
Foei.
Foelie, V., foeliën.
Foeliën, foeliede, heeft gefoelied.
Foeteren, foeterde, heeft gefoeterd.
Foetus, O., foetussen.
Foezel, V.
Fok, V., fokken. Fokje, O., -jes.
Fokkemast, M., -masten.
Fokken, fokte, heeft gefokt.
Fokkenhals, M., -halzen.
Fokker, M., fokkers.
Fokkera, V., -raas.
Fokkerij, V., fokkerijen.
Fokkerust, V.
Fokking, V., fokkingen.
Foksia, V., foksia's.
Fokstier, M., -stieren.
Fokvee, O.
Folen, foolde, heeft gefoold.
Foliant, M., folianten.
Folio (bnw.). Als znw., O., folio's.
Folklore, V.
Folklorist, M. en V. (V. ook -iste), folkloristen.
Folteraar, M., folteraars.
Folterbank, V., -banken.
Folteren, folterde, heeft gefolterd.
Foltering, V., folteringen.
Folterkamer, V., -kamers.
Folterkoord, O., -koorden.
Foltertuig, O., -tuigen.
Fommelen, fommelde, heeft gefommeld.
Fondament en Fondement, ook Fundament, O., fondamenten en fondementen (fundamenten).
Fonds, O., fondsen. Fondsje, O., -jes.
Fondsartikel, O., -artikelen.
Fondscatalogus, M., -catalogussen.
Fondsdokter, M., -dokters.
Fondsenbeurs, V., -beurzen.
Fondsenblad, O., -bladen.
Fondsenhouder, M., -houders.
Fondsenmarkt, V., -markten.
Fondsveiling, V., -veilingen.
Fonkelen (overdrachtelijk), fonkelde, heeft gefonkeld. (Verg. Vonkelen).
Fonkeling, V., fonkelingen.
Fonkelnieuw.
Fontein, V., fonteinen. Fonteintje, O., -jes.
Fontenel, V., fontenellen.
Fooi, V., fooien. Fooitje, O., -jes.
Fop, M.
Foppage, V.
Foppen, fopte, heeft gefopt.
Fopperij, V., fopperijen. Fopperijtje, O., -jes.
Fopspeen, V., -spenen; fopspeentje, O., -jes.
Forceeren, forceerde, heeft geforceerd.
Forel, V., forellen. Forelletje, O., -jes.
Forellenvangst, V.
Forens, M. en V., forensen.
Forket, O., forketten.
Formaat, O., formaten. Formaatje, O., -jes.
Formaatvel, O., -vellen.
Formaatzegel, O., -zegels.
Formaliteit, V., formaliteiten.
Formeel, formeele.
Formeerder, M., formeerders.
Formeeren, formeerde, heeft geformeerd.
Formeering, V.
Formule, V., formules.
Formulier, O., formulieren.
Fornuis, O., fornuizen. Fornuisje, O., -jes.
Forsch, forscher, forscht.
Forschheid, V.
Fort, O., forten. Fortje, O., -jes.
Fortenlinie, V., -linies.
Fortificatie, V., fortificatiën en fortificaties.
Fortuin (vermogen), O., fortuinen; (geluk), O.; (geluksgodin), V. Fortuintje, O., -jes.
Fortuinzoeker, M., -zoekers.
Fossiel, fossiele.
Fossiel, O., fossielen.
Fourage, V.
Fourageeren, fourageerde, heeft gefourageerd.
Fourgon, M., fourgons.
Fourier, M., fouriers.
Fourneeren, fourneerde, heeft gefourneerd.
Fout, V., fouten. Foutje, O., -jes.
Foutief, foutieve.
Foyer, M., foyers.
Fraai, fraaier, fraaist.
Fraaiheid, V., -heden.
Fraaiigheid, V., -heden.
Fraaitjes.
Fractie, V., fracties en fractiën.
Fragment, O., fragmenten. Fragmentje, O., -jes.
Frak, V., frakken.
Framboos, V., frambozen. Framboosje, O., -jes.
Frambozeboom, M., -boomen; -boompje, O., -jes.
Frambozenazijn, M.
Frambozengelei, V.
Frambozenkoekje, O., -jes.
Frambozenlimonade, V.
Frambozenstroop, V.
Frambozentaart, V., -taarten; -taartje, O., -jes.
Franciscaan, M., Franciscanen.
Franciscanenklooster, O., -kloosters.
Franciscanenorde, V.
Franco.
Franje, V., franjes. Franjetje, O., -jes.
Frank (geldstuk), M., franken. Frankje, O., -jes. Ook Franc, francs.
Frank (bnw.).
Frankeeren, frankeerde, heeft gefrankeerd.
Frankeering, V., frankeeringen.
Frankeerkosten (mv.), M.
Frankeerzegel, O., -zegels.
Frankisch.
Fransch.
Fransch, O.
Fransijn, O.
Frappant, frappanter, frappantst.
Frappeeren, frappeerde, heeft gefrappeerd.
Fratsen, (mv.), V.
Fratsenmaker, M., -makers.
Fraude, V., fraudes.
Frauduleus, frauduleuzer.
Frees, V., freezen.
Fregat, O., fregatten. Fregatje, O., -jes.
Fresco, O., fresco's.
Frescoschilder, M., -schilders.
Fret, O., fretten.
Fretten, frette, heeft gefret.
Freule, V., freules. Freuletje, O., -jes.
Fricandeau, M., fricandeau's.
Fries (volksnaam), M., Friezen.
Friesch.
Friesch, O.
Friesland, O.
Friezin, V., Friezinnen. Friezinnetje, O., -jes.
Frikkadel, V., frikkadellen.
Frisch, frisscher, frischt.
Frischheid, V.
Friseeren, friseerde, heeft gefriseerd.
Friseerijzer, O., -ijzers.
Frisket, ook Verschet, O., frisketten en verschetten.
Frommel, M., frommels.
Frommelen, frommelde, heeft gefrommeld.
Frons, V., fronsen.
Fronsel, V., fronsels.
Fronselen, fronselde, heeft gefronseld.
Fronsen, fronste, heeft gefronst.
Front, O., fronten.
Frontaanval, M., -aanvallen.
Frontieren (mv.), V.
Frontispice, V., frontispicen; ook Frontispies, O., frontispiesen.
Frontmarsch, M., -marschen.
Fronton, O., frontons.
Frontverandering, V., -veranderingen.
Fruit, V. en O., fruiten.
Fruiten, fruitte, heeft gefruit.
Fruitpan, V., -pannen.
Fruitschaal, V., -schalen; -schaaltje, O., -jes.
Fruitvrouw, V., -vrouwen.
Fruitwinkel, M., -winkels.
Fuchsine, V.
Fuga, V., fuga's.
Fuif, V., fuiven. Fuifje, O., -jes.
Fuiven, fuifde, heeft gefuifd.
Fuik, V., fuiken. Fuikje, O., -jes.
Fulmineeren, fulmineerde, heeft gefulmineerd.
Fulp, O.
Fulpen (bnw.).
Functie, V., functiën en functies.
Functionaris, M., functionarissen.
Fundament. Zie Fondament.
Fundeering, V., fundeeringen.
Fungeeren, fungeerde, heeft gefungeerd.
Furie, V., furiën en furies.
Fuselier, M., fuseliers.
Fusilleeren, fusilleerde, heeft gefusilleerd.
Fust, O., fusten.
Fustage, V.
Fustein, O.
Fut, V.
Futselaar, M., futselaars. Futselaartje, O., -jes.
Futselarij, V., futselarijen.
Futselen, futselde, heeft gefutseld.
Futselwerk, O.
Futteloos en Futloos, -looze.
Fuut, M., futen.
G
G, V., g's.
Ga. Zie Gade.
Gaaf en Gave, V., gaven.
Gaaf, gaver, gaafst.
Gaafheid, V.
Gaai, V., gaaien. Gaaitje, O., -jes.
Gaaien, gaaide, heeft gegaaid.
Gaaike, Gaaiken en Gaaitje, O., gaaikes, gaaikens en gaaitjes.
Gaal, V., galen. Gaaltje, O., -jes.
Gaan, gaat, ging, is en heeft gegaan.
Gaanderij, V., gaanderijen.
Gaandeweg.
Gaap, M., gapen. Gaapje, O., -jes.
Gaapschelp, V., -schelpen.
Gaar, gaarder, gaarst.
Gaarbak, M., -bakken; -bakje, O., -jes.
Gaarboord, O., -boorden.
Gaard, M., gaarden.
Gaarde, V., gaarden.
Gaardenier, M., gaardeniers en gaardenieren.
Gaarder, M., gaarders.
Gaarheid, V.
Gaarkeuken, V., -keukens; -keukentje, O., -jes.
Gaarkok, M., -koks; -kokje, O., -jes.
Gaarkookster, V., -kooksters.
Gaarne,
Gaarte, V.
Gaarvat, O., -vaten; -vaatje, O., -jes.
Gaas, O., gazen. Gaasje, O., -jes.
Gaatels, V., -elzen.
Gaatje. Zie Gat.
Gaatring, M., -ringen; -ringetje, O., -jes.
Gaatschijf, V., -schijven; -schijfje, O., -jes.
Gaatstempel, M., -stempels; -stempeltje, O., -jes.
Gabberen, gabberde, heeft gegabberd.
Gabel, V., gabellen.
Gade en Ga, M. en V., gaden.
Gadeloos, -looze.
Gader (Te -).
Gaderen, gaderde, heeft gegaderd.
Gadeslaan, slaat gade, sloeg gade, heeft gadegeslagen.
Gading, V.
Gaffel, V., gaffels. Gaffeltje, O., -jes.
Gaffeler, M., gaffelers.
Gaffelval, O., -vallen.
Gaffelvormig.
Gaffelzeil, O., -zeilen.
Gage, V., gages.
Gagel (heester), M., gagels. Als stofnaam, V.
Gagel (verhemelte), O., gagels.
Gagelen. Zie Gaggelen.
Gagement, O., gagementen.
Gaggelen, gaggelde, heeft gegaggeld.
Gal (vocht), V.
Gal (gezwel), V., gallen. Galletje, O., -jes.
Gal (gebrek in gegoten ijzer), V., gallen.
Gala, O.
Galabal, O., -bals.
Galachtig, -achtiger, -achtigst.
Galachtigheid, V.
Galakoets, V., -koetsen.
Galant, galanter, galantst.
Galant, M., galanten en galants.
Galanterie, V., galanterieën. Galanterietje, O., -jes.
Galanteriewinkel, M., -winkels.
Galappel, M., -appels.
Galarok, M., -rokken.
Galavoorstelling, V., -voorstellingen.
Galblaas, V., -blazen.
Galbuis, V., -buizen.
Galeas (groot vaartuig), V., galeassen.
Galei, V., galeien. Galeitje, O., -jes.
Galeiboef, M., -boeven.
Galeislaaf, M., -slaven.
Galerij, V., galerijen. Galerijtje, O., -jes.
Galg, V., galgen. Galgje, O., -jes.
Galgebrok, M., -brokken; -brokje, O., -jes.
Galgemaal, O., -malen.
Galgenaas, O., -azen.
Galgetronie, V., -tronies.
Galgeveld, O.
Galigaan, V., galiganen.
Galigaangras, O., -grassen.
Galijk.
Galijkheid, V.
Galjas (klein koopvaardijschip), V., galjassen.
Galjoen, O., galjoenen en galjoens. Galjoentje, O., -jes.
Galjoenskapitein, M., -kapiteins; -kapiteintje, O., -jes.
Galjoot, V., galjoten en galjoots. Galjootje, O., -jes.
Galkoorts, V., -koortsen.
Gallen, galde, heeft gegald.
Gallicisme, O., gallicismen.
Gallig, galliger, galligst.
Galligheid, V.
Galm, M., galmen. Galmpje, O., -jes.
Galmei, O.
Galmen, galmde, heeft gegalmd.
Galmgat, O., -gaten.
Galming, V., galmingen.
Galnoot, V., -noten.
Galon, O., galons en galonnen.
Galonwever, M., -wevers.
Galop, M., galops. Galopje, O., -jes.
Galoppade, V., galoppades.
Galoppeeren, galoppeerde, heeft en is gegaloppeerd.
Galpeiler, M., -peilers.
Galpen, galpte, heeft gegalpt.
Galsteen, M., -steenen; -steentje, O., -jes.
Galsteenkoliek, V., -kolieken.
Galsterig.
Galvanisch.
Galvaniseeren, galvaniseerde, heeft gegalvaniseerd.
Galvanisme, O.
Galvanoplastiek, V.
Galvanoplastisch.
Galvet, O.
Galvlieg, V., -vliegen.
Galwesp, V., -wespen.
Galziekte, V.
Gamander, V.
Gamanderlijn, O.
Gambiet, V., gambieten.
Gamma, V., gamma's.
Gander, M., ganders.
Gang (loop), M., gangen. Gangetje, O., -jes.
Gang (gaanderij, weg), V., gangen. Gangetje, O., -jes.
Gangbaar, -bare.
Gangbaarheid, V.
Gangboord, O., -boorden.
Gangdeur, V., -deuren.
Gangklok, V., -klokken.
Gangkruk, V., -krukken.
Gangmaker, M., -makers.
Gangmassa, V., -massa's.
Gangpad, O., -paden; -paadje, O., -jes.
Gangspil, O., -spillen.
Gangwerk, O.
Gannef, M., gannefen en ganneven. Gannefje, O., -jes.
Gans, V., ganzen. Gansje, O., -jes.
Gansch.
Ganschelijk.
Gansknuppelen, O.
Gansrijden, O.
Gansslaan, O.
Ganstrekken, O.
Ganzebek, M., -bekken.
Ganzebout, M., -bouten.
Ganzegat, O., -gatten.
Ganzelever, V.
Ganzeleverpastei, V., -pasteien.
Ganzenbloem, V., -bloemen; -bloempje, O., -jes.
Ganzenbord, O., -borden; -bordje, O., -jes.
Ganzendistel, V., -distels; -disteltje, O., -jes.
Ganzenei, O., -eieren.
Ganzenhagel, M.
Ganzenhoeder, M., -hoeders.
Ganzenjacht, V.
Ganzenmarkt, V., -markten.
Ganzenoog, O., -oogen; -oogje, O., -jes.
Ganzenroer, O., -roeren en -roers.
Ganzenspel, O., -spellen.
Ganzepen, V., -pennen; -pennetje, O., -jes.
Ganzepoot, M., -pooten; -pootje, O., -jes.
Ganzerik (mannetjesgans), M., ganzeriken. Ganzerikje, O., -jes.
Ganzerik (plant), V.
Ganzeschacht, V., -schachten; -schachtje, O., -jes.
Ganzetong, V., -tongen.